![]() |
![]() |
||||||||
|
Nieuws
zonnestroom actueel |
|||||||||
|
|
<<<
recenter |
actueel
209
208
207
206 205
204 203
202 201
200-191
190-181
180-171
170-161 160-151
150-141
140-131
|
26 augustus 2026: CBS update 4. Verdieping nationale statistiek cijfers zonnestroom - woningen, economische activiteiten, en totalen.
In de vorige 3 deel-analyses ben ik ingegaan op de nieuwste CBS cijfers voor zonnestroom tm. 2025 (nader voorlopig), en productie cijfers tm. voorjaar 2026. Zie onder de bronnen sectie voor links naar deze eerder gepubliceerde artikelen, onderaan deze introductie.
In deel 4 ga ik dieper in op de nationale cijfers voor de deel segmenten woningen, "economische activiteiten" (grotendeels bedrijfs-segment, stichtingen, overheid, utiliteit, etc.), en de totale volumes, en de verhoudingen daartussen. Daarvoor heb ik een aparte webpagina aangemaakt, met diverse grafieken, waar onder enkele eerder gepubliceerde exemplaren en eventuele updates daarvan. Later zullen andere paragrafen worden toegevoegd aan deze nieuwe CBS cijfer synthese. Onderaan vindt u een link naar die pagina, in deze samenvatting enkele kernpunten.

In deze ververste grafiek de evolutie van de aantallen PV-installaties op woningen (rood), in het segment economische activiteiten ("bedrijfs-sector sensu lato", blauw), en de totale volumes. Woningen hebben hier het allergrootste aandeel. De groei zette stevig door tot en met 2023, maar daarna vlakt deze weer flink af. Eind 2025 waren er, met nog nader voorlopige cijfers bij het CBS, in de woning sector ruim 3 miljoen installaties aanwezig. Goed is het, om hierbij te zeggen, dat dit niet het aantal woningen met PV betreft, aangezien er in Nederland ook in die sector regelmatig wordt uitgebreid. Er kunnen dus zelfs 2 of meer installaties op "een woning" (en bijgebouwen, zoals schuren) liggen.
Helaas is de statistiek voor de bedrijfs-sector nog steeds niet herzien vanaf 2021, iets waar het CBS al geruime tijd mee bezig is. De hier opgegeven waarden zijn het verschil van de totaal volumes en de woning sector, maar zullen bij revisie beslist nog gaan wijzigen. Voorlopig zouden er zo'n 271 duizend installaties in de bedrijfs-sector aanwezig zijn, volgens deze methode. Ook daar komt het vaak voor, dat er meerdere installaties op een en dezelfde (bedrijfs-) locatie aanwezig kunnen zijn. Dat is zelfs endemisch in dit segment, er wordt zeer regelmatig uitgebreid.

Dezelfde grafiek maar nu voor de capaciteit evolutie. Vanaf 2019 heeft de sector economische activiteiten (blauw) die van de woningen overgenomen, en is steeds verder daarvan verwijderd geraakt, ondanks de hoge groei in de residentiële sector in 2022 en 2023. Sinds die vanaf medio 2023 sterk is ingekrompen, opent de "schaar" tussen de twee deel-markten zich verder, tot 17,3 GWp opgesteld vermogen in het bedrijfs-segment (wat ook zonneparken e.d. omvat), resp. 12,1 GWp op woningen (verhouding 1,4 : 1). Het totale volume is toegenomen naar 29,4 GWp, eind 2025 (nader voorlopig cijfer). Omdat de eerder genoemde wijziging voor het bedrijfs-segment vooral kleine installaties zal betreffen, volgens het CBS, is voor de capaciteit vanaf 2021 wel het vermogen "benoemd". Maar die cijfers zullen desondanks, bij een herziening, alsnog, op bescheiden niveau, gewijzigd gaan worden.

Afgeleide cijfers voor de gemiddelde systeem omvang, in kWp, in de bedrijfs-sector (blauw), op woningen (rood), en voor de totale volumes (zwart). Bij de woningen is er een lichte toename van de gemiddelde capaciteit (van 2,56 in 2012 naar 3,97 kWp, eind 2025). In de sector economische activiteiten is dat systeemgemiddelde dramatisch toegenomen tm. 2020 (58 kWp), veroorzaakt door de enorme schaalvergroting in de projecten markt (steeds grotere projecten, die het systeemgemiddelde omhoog stuwen). Cijfers vanaf 2021 zijn nog onzeker gezien de aangekondigde methode wijziging bij het CBS, maar zullen zeker op een hoog niveau zijn ge-eindigd, in 2025. Het resultante van de twee zeer verschillende curves vinden we terug in het totaal volume, wat evolueert van gemiddeld 3,56 kWp in 2012, tot 8,88 kWp voor alle installaties, eind 2025. Een factor 2,5 maal zo groot dan in 2012.

Nieuw toegevoegde capaciteit per kalenderjaar, afgeleid van de eindejaars-volumes getoond in de vorige grafiek. 2024 en 2025 zijn nog nader voorlopig en kunnen / zullen worden bijgesteld. Ook de volumes voor de sector economische activiteiten (blauw) zullen vermoedelijk nog wel wijzigen vanaf 2021. Dit daargelaten, zijn cruciale waarnemingen hier als volgt.
De bedrijfsmatige deel-markt heeft bij de nieuwbouw vanaf 2018 definitief de volumes bij woningen ingehaald, en de voorsprong niet meer afgestaan. Het voorlopige record werd gevestigd in 2023, met 2.848 MWp nieuwbouw in het bedrijfs-segment. Daarna viel het, met nog nader voorlopige cijfers, weer flink terug, naar uiteindelijk 929 MWp in 2025. Omdat Polder PV al meer volume in nieuwe zonneparken had staan in dat jaar, zal dit beslist nog flink moeten worden opgewaardeerd in latere CBS updates.
De woningmarkt bereikte ook in 2023 haar maximum, met een toevoeging van 2.328 MWp. Daarna stortte die markt in, met uiteindelijk nog maar 518 MWp nieuwbouw in 2025 (nader voorlopig).
Bij de totale volumes werd het record volume ook in 2023 gehaald, ver over de 5 GWp, om vervolgens weer stapsgewijs omlaag te gaan, via 3.267 MWp in 2024, tot een vooralsnog pover, maar nader voorlopig (nog bij te stellen) volume van slechts 1.447 MWp. Wat, momenteel, lager zou zijn dan het niveau in 2018.
Overigens is bij de aantallen nieuwe projecten niet 2023, maar 2022 het jaar met de hoogste volumes, een spectaculair aantal van zo'n 569 duizend nieuwe installaties (zie detail analyse).

In deze laatste grafiek laat ik de evolutie van de gemiddelde systeemgrootte zien bij alle installaties bekend bij het CBS. Wat, bij de eindejaars-accumulatie (blauwe kolommen), evolueert van 3,56 kWp (2012) naar, voorlopig, 8,88 kWp (2025). Maar wat, bij de nieuwe jaar-volumes (oranje kolommen) een grilliger verloop heeft. Flink aantrekkend, van 4,33 kWp bij de nieuwkomers in 2013, tot een maximum van 12,07 kWp in 2020 (jaar met veel nieuwe, grote zonneparken), terugvallend naar 8,29 kWp in 2022 (record aantal kleine installaties in het residentiële segment), waarna het weer hogere gemiddelde waardes bereikt in de periode 2023 tm. 2025 (9,37 tm 9,96 kWp per nieuwe installatie). De reden: de residentiële sector, met altijd kleine installaties, is ingestort in die jaren, het gemiddelde wordt dan in toenemende mate bepaald door de steeds groter wordende projecten in het bedrijfs-segment.
Ook wordt in de detail analyse een aparte grafiek getoond voor de evolutie van het systeem gemiddelde vermogen bij installaties op uitsluitend woningen. Ook daar is sprake van een - geringere - schaalvergroting. Bij de nieuwbouw cijfers is tot nog toe 2023 kampioen, met een gemiddeld vermogen van 4,91 kWp per nieuwe installatie. In 2025 was dat 4,14 kWp (nader voorlopig cijfer).
Veel details en meer grafieken vindt u in:
CBS
& zonnestroom NL - nieuwe statistieken, |
Bronnen:
CBS updates op Polder PV (2026):
CBS update deel 2. Strijd Australië versus Nederland inzake solar/capita voor 2025: onbeslist. (7 juli 2026)
CBS update deel 4. Verdieping nationale statistiek cijfers zonnestroom - woningen, economische activiteiten, en totalen. (26 augustus 2026, huidige introductie)
21 augustus 2026: Maandcijfers VertiCer update 17 augustus 2026. Deel II - Garanties van Oorsprong, juni 2026 nieuwe record maand productie
In het eerste deel van dit tweeluik rapporteerde ik over de meest recente data van VertiCer met betrekking tot de evolutie van de aantallen en capaciteit van de gecertificeerde PV installaties in hun register. In dit tweede deel ga ik weer in op de afgegeven hoeveelheden Garanties van Oorsprong (GvO's) tot en met juni dit jaar. GvO's staan borg voor de vergroening van de geproduceerde hoeveelheid zonnestroom van deze volledig geijkt bemeten grote populatie PV projecten in Nederland.
De eerste resultaten voor juni 2026 zijn inmiddels bekend. Normaliter worden voor de GvO's de data voor een bepaalde maand aan het eind van de volgende maand gepubliceerd, ze lopen meestal een maand achter op de data voor zonnestroom capaciteit. Meteen is daarbij duidelijk, dat juni 2026 de nieuwe recordmaand is geworden, met nu al 1.688 GWh productie opgetekend, waarbij mei 2025 naar de tweede plaats is verwezen.
De meeste, eerder bekende data voor 2021 zijn weer terug gevonden en inbegrepen in de huidige analyse.
Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. juni 2026
Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er op 24 augustus 2024 een update van de historische cijfers is gegeven. Deze zijn weergegeven in de tweede VertiCer revisie naast het voorgaande maandrapport. In het huidige bijgestelde overzicht geef ik weer alleen de meest recente cijfers weer, vanaf mei 2021. De meeste productie cijfers voor de latere maanden in 2021 zijn inmiddels weer terug gevonden. Voor een fraaie, bijgewerkte grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het augustus 2024 rapport, en het commentaar daarbij. Helaas zijn ook de 2 door mij al lang gesignaleerde (en aan VertiCer gerapporteerde) anomalieën in februari en augustus 2024, nog steeds niet officieel "gerepareerd" in de publiek beschikbare VertiCer data.

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat de zonnestroom data tussen alle overige GvO cijfers in staan (diverse energie productie platforms), er ook nog eens verschillende "typen" zonne-energie certificaten zijn, de data sterk verspreid staan over meerdere locaties, er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat van het bij elkaar schrapen van alle gegevens in een ordentelijk overzicht, waarbij uitsluitend het criterium "issue" ("uitgegeven certificaten"), vanaf de update van maart 2026, na wijziging van het publicatie format bij VertiCer, als criterium is genomen. Met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. de eerste cijfers voor juni 2026. In de maand rapportages lopen de productie resultaten normaliter altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (eenheid GWh = 1.000 MWh = 1 miljoen kWh).
Zoals te doen gebruikelijk worden, door continue toevoegingen in latere maand rapportages, de meeste (recentere) cijfers weer verder opgehoogd, derhalve ook de gesignaleerde "piek" waarden per kalenderjaar. Inmiddels lijkt een groot deel van de afgegeven GvO's voor 2021 weer te zijn terug gevonden, en heeft de productie curve in dat jaar weer een "normaal" uiterlijk gekregen (vergelijk deze grafiek met het exemplaar met status update 2 januari 2026). Mogelijk zijn echter nog niet alle afgegeven GvO's terug te vinden in de huidige, actuele VertiCer update, de piek waarde in juni dat jaar ligt namelijk op een erg laag niveau.
In de basis data van VertiCer wordt bij de afgegeven ("issued") certificaten niet meer gesproken over gescheiden volumes voor netlevering en niet-netlevering (lees: eigenverbruik). Laatstgenoemde deel categorie was tm. de update van 2 januari 2026 in de overzichten van VertiCer al stelselmatig, voor alle recente maand rapportages, op nul gesteld. Vermoedelijk is dit het gevolg van de beslissing, aangekondigd in de Kamerbrief over de openstelling van SDE 2024, om eigen verbruik bij nieuwe PV projecten niet meer te belonen met Garanties van Oorsprong, om overwinsten te voorkomen (zie bespreking kamerbrief in artikel van 11 maart 2024). Normaliter blijft voor oudere regelingen deze (contractuele) afspraak overeind, maar er zijn sinds genoemde maand in het geheel geen GvO's voor eigenverbruik meer uitgegeven door VertiCer, zoals uit hun eigen administratie bleek. Deze splitsing is kennelijk vanwege die reden weer overboord gegooid door VertiCer, een niet meer bestaand "onderscheid" wordt, derhalve, niet meer als zodanig in hun basis tabellen gemaakt. En dienen we voor de uitgegeven GvO's dus uit te gaan van (volledige) "netlevering".
Voor de teruggetrokken GvO's heb ik deze niet meer van genoemde afgiftes afgetrokken, maar beschouw ik die vanaf de eerste update na de tabel format wijziging eerder dit jaar, als afzonderlijke categorie. Deze kunnen immers ook voor eerder afgegeven periodes gelden, en dienen dan ook als zodanig te worden beschouwd (zie verderop).
Drijvende krachten GvO uitgifte, nieuwe record maand
Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" langere tijd in juni gevallen. Sinds enige tijd is in 2024 juli de (momenteel) beste productie maand in dat jaar geworden. Inmiddels zijn de piekwaarden voor 2023 en 2025 wederom opnieuw bijgesteld, en is de meest recente, voor juni 2026 toegevoegd. Met de huidige, actuele cijfers, is de nieuwe recordhouder niet meer mei 2025, maar juni 2026 geworden, met de eerste entry al 1.688 GWh fysiek gemeten productie ("issued GvO's"). Dat is inmiddels 3,2% meer dan de 1.635 GWh in mei 2025, en het is 3,6% hoger dan de nu bekende productie een jaar eerder, in juni 2025. Het is waarschijnlijk dat dit record zal blijven staan, en in komende updates, zoals te doen gebruikelijk, nog hoger zal worden bijgesteld, als later afgegeven GvO's in de database van VertiCer opgenomen zullen gaan worden.
Juli 2026 had volgens het KNMI een 5,5% hogere instraling, 66.424 J/cm², dan in juni (62.986 J/cm²), wat een verklaring voor de hogere productie zal zijn geweest, versterkt door eventueel tussentijds toegevoegd nieuw netgekoppeld vermogen, wat bijgedragen zal hebben aan de meer-productie. In beide maanden lagen de instralings-cijfers flink boven de desbetreffende langjarige gemiddeldes (57.600 J/cm², resp. 57.580 J/cm²), in juli was het verschil zelfs 15,3%. Let wel, dat dit met 1 dag meer is geweest in juli, dan in juni. In mei was de instraling nog 62.032 J/cm², maar ook dat lag ver boven het langjarige gemiddelde voor die maand (56.220 J/cm²), ruim 10%. Interessant zal zijn of de verhoudingen tussen deze drie instralings-rijke maanden nog zullen wijzigen in komende updates, als meer GvO's bijgeschreven zullen gaan worden voor die periode. Aangezien verschillende maanden met afwijkende aanpassingen te maken zullen blijven hebben, is de uiteindelijke verhouding nog niet goed te voorspellen. Dit geldt met name ook voor de productie maanden mei tm. juli 2025, waarbij mei nu nog de hoogste productie claimt, maar de verschillen met de opvolgende 2 maanden zeer klein zijn.
2024 had een duidelijk lagere piek dan in de jaren 2023 en 2025, in juli, met 1.440 GWh aan afgegeven GvO's. De verwachting is, dat augustus, als het volume daarvoor tenminste gecorrigeerd gaat worden, geen nieuw record niveau voor dat jaar zal gaan opleveren, gezien de door Boonstra uit de KNMI data ge-extraheerde instralings-niveaus (links naar Twitter resp. Bluesky posts: aug. 2023 134,6 kWh/m², aug. 2024 149,2 kWh/m², resp. aug. 2025 147,9 kWh/m²). De instraling in augustus 2024 lag slechts marginaal hoger dan in augustus 2025, en had natuurlijk ook een kleinere populatie gecertificeerd bemeten PV projecten. Belangrijker nog, juli 2024 had een beduidend hoger instralingsniveau dan augustus dat jaar (162,4 kWh/m² volgens data extract Boonstra), dus het is onwaarschijnlijk dat augustus een (veel) hogere uitkomst heeft laten zien dan in de voorgaande maand. Zelfs met een beperkte bijbouw van nieuw participerende projecten.
De vier piekwaarden in de getoonde periode, inclusief de veel lagere, 1.257 GWh, in juni 2022, zijn in bovenstaande grafiek weergegeven. De data voor 2021 zijn inmiddels weer (deels ?) ingevuld, juni dat jaar vertoont een vermoedelijk nog "te lage" piek van 934 GWh, waar mogelijk nog e.e.a. niet in de publiek toegankelijke gegevens aanwezige, toegekende certificaten aan toegevoegd zouden moeten worden.
Alle (piek) volumes kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. Als dit al geschiedt, zal de impact ervan echter zeer bescheiden zijn.
Voor drie "Casussen anomalieën bij GvO uitgifte volumes", zie de bespreking in de analyse van het juli 2025 rapport van VertiCer.
2026
Voorlopig ligt het nieuwe hoogste resultaat voor 2026, en ook voor de hele getoonde periode, bij de laatst toegevoegde maand juni, met momenteel al bijna 1.688 GWh genoteerde productie / verstrekte GvO's. Dat is, zoals reeds vastgesteld, al 3,2% meer dan in voormalig record houder mei 2025, en zal zeker later nog verder gaan bijtrekken.
Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerst-publicatie voor een willekeurige maand al het veruit grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter zeer lang doorgaan. Dat kan langer dan een jaar duren in veel gevallen, en regelmatig verschijnen ook nog veel later nieuwe toevoegingen.
Meer capaciteit, meer GvO's, maar ook keerzijde
De tweede drijvende kracht achter de curve in bovenstaande grafiek is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in sterk toenemende mate oost-west opstellingen om de voor netbeheerders zeer vervelende "middag-output-piek" te verlagen. Dit geschiedt bij de grotere rooftop projecten al vrijwel standaard, ook bij zonneparken is er een nog steeds toenemende trend naar (meer) O/W oriëntaties. Zie de aparte paragraaf daarover in mijn zonnepark analyse van begin dit jaar.
Een mogelijke factor van betekenis bij de uitgifte niveaus van GvO's, is de al flink opgelopen hoeveelheid afschakeling van veel grote projecten (vanwege negatieve marktprijzen). Martien Visser van energieopwek.nl deed de afgelopen jaren meerdere pogingen om afschakeling nog beter te modelleren. Voor de zeer zonnige maand april 2025 schatte hij, dat 10% van de potentiële productie uit zon- én wind afgeschakeld zou zijn onder de toen heersende marktcondities (zie zijn Blue Sky bijdrages van 6 mei 2025, zie ook grafiek van 5 mei 2026). In ook zeer zonnig mei 2025, schat Visser zelfs 15% curtailment in bij alleen al de PV populatie ... (Blue Sky bericht van 1 juni 2025). Voor ook zonnig september 2025 schatte hij 15% afschakeling voor zowel wind als zon in (Blue Sky bericht van 16 oktober 2025). Voor maart 2026 maakte hij een nieuwe "afschakel grafiek" (13 april 2026, gemodelleerd, met de nodige technische aannames), voor juni dit jaar 14% (wind en zon afschakeling, post 16 juli 2026). De potentiële zonnestroom productie wordt dus, als gevolg van deze afschakelingen, in toenemende mate uitgehold.
Nog niet is bekend, hoe er bij VertiCer omgegaan zal gaan worden met certificaten voor, bijvoorbeeld, door grote zonnestroom projecten tijdelijk in accu's opgeslagen elektra. Mijn vermoeden is, dat zo'n accu dan als "afnemer" gezien zal worden, en dat daarna het recht op "groenheid" bij gebruik verloren is gegaan. Er is immers al bij de productie een certificaat afgegeven, dat kan niet "verdubbeld" worden. Er is veel interesse voor accu systemen ("BESS"), en ik zie een flinke toename van opslag van elektra. Zowel in de residentiële en kleinzakelijke markt (analyse sub 1 MWac segment), als bij de (zeer) grote projecten. Dit is de meest waarschijnlijke oorzaak, waarom in 2026 de trend lijkt te keren bij afschakeling van wind- en zonneparken. Er worden minder uren met "bijna gratis stroom" gesignaleerd, zelfs al minder dan in dezelfde periode in 2024 (post Visser van 20 juli 2026).
Progressie in winter"dips"
In de productie curve was tot aan een vorige update goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, als gevolg van de almaar toenemende productie capaciteiten, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom output bijdragen. In de huidige update, met een nieuwe reken methodiek (alleen uitgifte van GvO's getoond), evolueren deze winter-dips als volgt:
Voor de laatste twee winterperiodes geldt, dat er nog flink wat GvO's bijgeschreven kunnen gaan worden. Het is dus mogelijk, dat ze alsnog op een hoger niveau komen te liggen, dan in de winterperiode in het voorafgaande jaar. Dit zullen we in latere updates gaan zien.
Duidelijk is dat genoemde winter-dips op een veel hoger niveau zijn komen te liggen dan in voorgaande jaren. Ten opzichte van januari 2018 (de oudste wintermaand met laagste output, waarvan data van VertiCer bekend zijn, 29,8 GWh opwek), had januari 2024 al een factor 7,8 maal zo veel productie.
Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong
Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd door Polder PV gegeven in de analyse van de augustus cijfers van 2024 (link).
Integreren we de data uit dat overzicht, met de meest recente toevoegingen (ook uit eerdere jaren) van de update van 17 augustus 2026, krijgen we de volgende grafiek met de totaal uitgegeven hoeveelheden GvO's (lees: zonnestroom producties) in de kalenderjaren 2006 tm. 2025, en het eerste volume voor het eerste half-jaar van 2026. Het volume voor 2021 is inmiddels weer volledig bekend.
Aangezien voor 2024 er nog steeds twee zeer grote anomalieën in de cijfers aanwezig zijn, voor februari, en, nieuw toegevoegd in een vorige update, voor augustus, zal het uiteindelijke uitgifte niveau zeer waarschijnlijk fors lager gaan worden. Tenminste, als die grote fouten ook daadwerkelijk, vermoedelijk sterk vertraagd, publiekelijk zullen worden hersteld in de cijfers van VertiCer. Vandaar dat ik de kolom voor 2024 gearceerd heb weergegeven, en, uiteraard, ook voor 2025 en het eerste volume voor 2026.

De tot nog toe bekende zonnestroom productie van uitsluitend de gecertificeerde zonnestroom markt (dus exclusief vrijwel alle residentiële en andere niet bij VertiCer bekende capaciteit) groeide razendsnel. Van nog bijna onmeetbare hoeveelheden in 2006, tot een volume van 219 GWh in 2015. Vervolgens zette de groei stevig in, vooral veroorzaakt door een toenemende hoeveelheid, en steeds grotere, grotendeels via de SDE regelingen gesubsidieerde projecten. Van 557 GWh in 2016, 832 GWh in 2017, 1,6 TWh in 2018, 2,9 TWh in 2019, bijna 5,4 TWh in toenmalig record jaar 2020, met een slecht verklaarbare sprong naar ruim 7,6 TWh in 2021. Ondanks het feit, dat 2022 zeer zonnig was (Anton Boonstra: 13% meer horizontale instraling dan in 2021), volgt slechts een beperkte toename, naar 8,7 TWh in dat jaar. Logischerwijs zou je juist een forse sprong tussen 2021 en 2022 verwachten, wat niet uit de huidige cijfers blijkt.
Vervolgens werden er voorlopig al ruim 9,7 TWh aan GvO's afgegeven voor 2023. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de (record) toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra. Dat 2023 tot nog toe niet zeer veel hoger uitkomt dan 2022, zou deels ook kunnen komen door actieve curtailing van grote projecten a.g.v. lage / negatieve marktprijzen, die toen al regelmatig voorkwamen (zie link naar Bluesky post van Martien Visser op 20 juli 2026, hier boven). De toename van het jaarvolume in 2023 is echter opvallend laag (ruim 1 TWh, t.o.v. bijna 2,5 TWh nieuw in 2021, wat doet vermoeden, dat ook hier weer iets niet helemaal in orde lijkt bij de officiële statistieken ...
Verrassend is, dat 2024, met nog veel updates te verwachten, nu al vér boven het kalenderjaar totaal voor 2023 uitkomt, met netto ruim 13,9 TWh aan reeds uitgegeven GvO's. Hiermee is voor het eerst in de historie de 10 terawattuur gecertificeerde stroomproductie in een kalenderjaar al vroegtijdig "geboekt". Echter, omdat er twee zeer grote anomalieën in deze cijfers zitten (februari en augustus), zal het uiteindelijke niveau veel lager gaan worden. Hoeveel lager is helaas nog niet duidelijk. Pas wanneer de evident foutieve data worden hersteld, zal hopelijk een normaler beeld ontstaan van de evolutie.
Het momenteel bekende uitgifte niveau voor 2025 lijkt in dit opzicht een normaler, plausibel beeld op te leveren, waarbij de 10 TWh grens al ver gepasseerd is, zonder opgetreden "anomalieën" in de beschikbare cijfers. Er werd tot nog toe al 11.741 GWh aan productie geteld van (uitsluitend) gecertificeerde PV-installaties. Waar uiteraard nog veel volume aan toegevoegd zal gaan worden. Daarmee heeft 2025 in dit grote markt segment nu al bijna 21% meer gecertificeerde zonnestroom productie bereikt dan in 2023.
Voor 2026 staat tot en met de eerste resultaten voor het eerste half-jaar, inmiddels een flinke hoeveelheid van 6.438 GWh uitgegeven certificaten in de boeken van VertiCer. Hier gaat uiteraard nog zeer veel volume aan worden toegevoegd. Het volume in die eerste 6 maanden ligt nu al tussen de jaar producties in van 2020 en 2021.
Reken we de nog te corrigeren fouten voor februari en augustus 2024 mee, zouden er vanaf 2006 tot en met begin juli 2026 door VertiCer en haar rechts-voorgangers, inmiddels 70,0 TWh aan garanties van oorsprong zijn uitgegeven voor gecertificeerde PV capaciteit. Hoe ver we boven de 50 TWh piketpaal uit zullen komen, als februari en augustus 2024 volumes (neerwaarts) worden gecorrigeerd, zullen we in komende updates vermoedelijk gaan terugzien.
Andere aspecten rond GvO's
In de huidige, nieuwe brontabel van VertiCer vinden we ook enkele andere zaken terug die interessant zijn om te vermelden. Certificaten worden uitgegeven als 1 MWh eenheden, waarvan de productie fysiek, en geijkt bemeten is met een bruto productiemeter.
(1) Er worden per maand 7 categorieën uitgesplitst, te weten "Issue" (uitgegeven GvO's, hierboven besproken), "Import" (uit andere anden NL in geïmporteerde certificaten), "Export" (ditto, Nederand uit ge-exporteerde certificaten), "Transfer" (binnenlandse handel in certificaten), "Cancel" (afgeboekt: de MWh energie eenheid is door een aan een leverancier verbonden klant "geconsumeerd"), "Withdrawal" (GvO is om niet verder gespecififeerde reden teruggetrokken en niet meer geldig), resp. "Expiry" (GvO is automatisch verlopen een jaar na uitgifte / maand van productie).
(2) Het totaal aantal uitgegeven GvO's voor zonnestroom telt op tot 56,9 TWh in de periode juni 2012 tm. juni 2026.
(3) De categorie "teruggetrokken" GvO's omvat een totaal volume van 732,3 GWh in de periode januari 2021 tm. juni 2026.
(4) Het totaal aantal geïmporteerde GvO's uit het buitenland heeft een grote, totale omvang van 30,38 TWh in februari 2021 tm. juni 2026 (bijna de helft van het volume in eigen land aangemaakt GvO's !). Opvallend is, dat de piek importen tm. 2025 in de zomermaanden zijn gevallen, waar Nederland zelf ook al heel veel eigen zonnestroom productie heeft. In juli 2023 was dit een omvang van 1,5 TWh, in augustus 2024 1,4 TWh, en in juli 2025 weer bijna 1,5 TWh. Kennelijk zijn die certificaten dan zo goedkoop, dat diverse leveranciers die gebruiken om resterende hoeveelheden grijze stroom in Nederland te vergroenen. Daar staat tegenover, dat in die maanden ook grote hoeveelheden zonnestroom certificaten worden ge-exporteerd. Kennelijk betreft dit dus een belangrijke handel van certificaten, die voor een groot deel via Nederland loopt.
Een tweede zeer opvallend fenomeen is, dat juist in 2026 er tm. juni helemaal géén sprake was van zo'n "zomer piek". Of er moeten nog heel erg veel import certificaten bijgeschreven worden voor die periode door VertiCer, of er is weer eens iets anders aan de hand ...
(5) Ook zeer interessant is, dat er beperkte volumes zonnestroom certificaten specifiek zijn geoormerkt als hetzij "building integrated", hetzij "open space" (andere technologie codes dan de "bulk" van de generieke zonnestroom GvO's). Kennelijk betreft dit als zodanig gemarkeerde GvO's van BIPV projecten (?), danwel van zonneparken. De allergrootste volumes van beide deel-sectoren zijn geïmporteerd, en kennelijk direct in dezelfde maand weer ge-exporteerd, en zijn dus te kwalificeren als handels-volumes. In Nederland zijn dergelijke specifieke GvO's niet als zodanig gewaarmerkt, en valt alles onder "generiek PV". Deze specifieke volumes komen dan ook niet voor in de in bovenstaand artikel omschreven "uitgifte" van in Nederland geproduceerde zonnestroom. Terwijl er uiteraard een reusachtig volume aan zonneparken in ons land aanwezig is (netgekoppeld, inmiddels 7,4 GWp, zie ook eerdere analyse). Die dus kennelijk niet als zodanig wordt "gespecificeerd" bij VertiCer.
(6) Er is ook nog een "generieke solar" categorie (voor elektra), die niet verder is gespecificeerd. Mogelijk vallen hier deels elektra opwek van PVT installaties onder, maar omdat ook hier het grootste deel om import / export volumes gaat, is het grootste deel vermoedelijk niet nauwkeurig gedocumenteerde productie uit het buitenland, die door Nederlandse handelaren voor een leuke opslag naar een ander buitenland worden "verhandeld".
Bronnen:
Wat is een Garantie van Oorsprong? (website VertiCer)
19 augustus 2026: VertiCer update 17 augustus 2026 - Cumulatie PV volume eind juli 2026 aangepast naar 16,4 GWp. Deel I - capaciteit
Introductie
Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart 2023 (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023. De maart update voor 2026 liet even op zich wachten, de reden daarvoor was migratie naar een ander datacenter (zie introductie voor onderhavige rapportage).
Vermoedelijk vanwege vakantie tijd, verscheen het juli rapport over de cijfer evolutie van o.a. zonnestroom capaciteit bij Verticer pas op 17 augustus op hun website. Uit die rapportage geef ik hier de laatste stand van zaken m.b.t. zonnestroom. Deze bevat geen nieuwe vreemde zaken, en de eerste cijfers voor de maand juli. Wel blijven eerder al meermalen gesignaleerde problemen met VertiCer data, als vanouds, bestaan. Gelieve ook de paragraaf "nagekomen" na te lezen over interpretatie van de regelmatig zeer verwarrende cijfers bij deze dochter onderneming van het Minister van Financiën, in de analyse van 2 januari 2026.
Capaciteit cijfers
In de huidige (eerste) deel analyse brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor de capaciteits-cijfers voor zonnestroom, in de periode tm. juli 2026, waarbij de jaargroei cijfers tot en met 2024 stabiel zijn gebleven, en het "record niveau van ruim 3,8 GWp groei" in 2024 nog steeds een enorme anomalie moet betreffen, gezien de blijvend onmogelijke uitkomst. Dat blijft, ook gezien andere gepubliceerde marktcijfers, met name voor de in 2024 fors neerwaarts (!) bijgestelde cijfers van de totale volumes in Nederland door het CBS, schier onmogelijk. En zal in een later stadium zeer waarschijnlijk flink moeten worden aangepast. Zoals in de inleiding in de update van maart 2026 duidelijk werd gemaakt, blijft VertiCer afhankelijk van de input van derden (meetgemachtigden en netbeheerders). Als daar (catastrofale) fouten zijn gemaakt in de data, worden die automatisch, en ongewijzigd verwerkt door VertiCer, en kunnen dergelijke grote anomalieën langdurig in de publicaties van deze data verstrekker blijven bestaan.
In een vervolg artikel gaat Polder PV in op de geregistreerde Garanties van Oorsprong (lees: zonnestroom producties) in dit rapport. Zie alhier.
Inconsistenties, ongerijmdheden
Terugkerend in de analyses van Polder PV blijft de observatie dat er regelmatig "onwaarschijnlijke", dan wel "inconsistente" cijfers in de actuele data van VertiCer zijn terug te vinden. Dit is deels het gevolg van het feit dat het bij maandelijkse verschillen altijd om netto effecten van zowel instroom als uitstroom van projecten gaat, er een toenemend aantal uitschrijvingen van meestal kleinere installaties actueel is, en, tegelijkertijd, steeds groter wordende nieuwe projecten bij de inschrijvingen. Anderszijds, is dit het gevolg van de frequent gememoreerde "onmogelijke" data entries, die af en toe de statistieken flink in de war kunnen schoppen. Deze zijn vrijwel altijd terug te voeren op grote fouten in de aangeleverde cijfers van netbeheerders, zoals in de jarenlang gepresenteerde disclaimer bovenaan deze analyses is verduidelijkt. Deze is voor de laatste maal weergegeven in de rapportage 2 januari 2026, zie de link naar die disclaimer. Die disclaimer wordt in de huidige en komende analyses niet meer weergegeven, maar blijft actueel.
Samenvatting capaciteit
De netto geaccumuleerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit in de database van VertiCer ligt, voor eind december 2025, inmiddels weer een stuk hoger, op 16,4 GWp (vrijwel stabiel t.o.v. vorige update), met een zeer onwaarschijnlijk negatief verschil van zo'n 115 MWp t.o.v. het nog steeds veel te hoge niveau voor eind 2024 / begin 2025 (bijna 16,5 GWp). Wel is dat volume, sedert de update van 1 december 2025, beduidend hoger dan de huidig bekende accumulatie voor eind juli 2024, ruim een jaar eerder (ruim 14,5 GWp). De grootste project categorie (>1 MWp) zou inmiddels een geaccumuleerd volume hebben bereikt van bijna 11,8 GWp, wat in de loop van de rapportages flink is toegenomen. Het blijft, sowieso, by far, het grootste volume van alle grootte categorieën, en dat zal ook zo blijven. De in een vorige updates gemelde hoge netto capaciteits-toevoeging in het tweede kwartaal van 2024 ligt nog steeds op een niveau van 988 MWp (pending latere updates).
De in een vorige update gemelde nieuwe "anomalie", voor het nieuwe maand volume voor december 2024, blijft op een "onmogelijke" netto aanwas van 1.834 MWp in die maand steken. Dit heeft mede tot gevolg dat de 2e jaarhelft van 2024 een, gezien de markt omstandigheden onwaarschijnlijk, nieuw half-jaar record van, inmiddels, 2.132 MWp netto nieuwbouw zou hebben opgeleverd. Ook deze cijfers zullen zeer waarschijnlijk later aangepast (moeten) gaan worden, ze zijn veel te hoog, en kunnen in ieder geval de werkelijke marktsituatie beslist niet weergeven.
Bijstellingen - niets nieuws onder de zon
Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen (zelfs specialisten uit de zonnestroom sector) wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist géén "nieuw fenomeen" betreffen, ook al wordt regelmatig het tegendeel beweerd. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder rechtsopvolger VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Vanaf dat jaar zijn er echter helaas geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden weer besproken in de huidige analyse.
Het hier besproken juli rapport werd op 17 augustus 2026 gepubliceerd. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.
2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 - juli 2026

(Herziene) status tm. juli 2026
In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de op 17 augustus 2026 gepubliceerde rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf januari 2021 tm. juli 2026 (volledige maand). Ook de eerste jaarhelft voor 2021 is zichtbaar, vanaf eind januari, in de oudere tabellen waren voor de accumulaties voor dat tijdvak nog geen gegevens te vinden. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 34.871 exemplaren, begin augustus 2026. Wat, wederom, een netto negatieve groei weergeeft van 299 projecten** t.o.v. de status in het voorlaatste rapport, eind juni 2026 (gereviseerd, nu 35.170 exemplaren), en wat zelfs 1.797 exemplaren (4,9%) minder is dan het tot nog toe hoogste niveau (36.668 in juli 2024).
Er vindt dus, zo blijkt al langere tijd kristalhelder, in toenemende mate, een netto uitstroom van projecten plaats uit de VertiCer databank (per maand meer projecten uitgeschreven dan ingeschreven). Wel is er, t.o.v. het meermalen herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 1.429 projecten in het VertiCer bestand. Wat 45% minder is dan de groei in 2022 (2.592 nieuwe projecten; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop).
In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die na de grote anomalie in augustus - oktober 2024 (rood omlijnde kolommen), weer verdacht cumuleerde in 17,4 GWp in januari 2025, maar daarna stapsgewijs weer in "normaler" vaarwater terecht kwam, vanaf juli 2025 grofweg rond de 16 GWp bleef steken, met eind 2025 nu bijna 16,4 GWp geaccumuleerd vermogen. Waarschijnlijk is de continue erosie bij de netto overgebleven aantallen projecten nu ook de drijvende kracht achter een stabilisatie van het geregistreerde netto vermogen, een zeer beperkte 37 MWp meer, begin augustus 2026, dan eind 2025 (bij een afnemend netto aantal overgebleven projecten).
Dit alles kan uiteraard nog steeds / wederom verder gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels begin januari 2023 te zijn gepasseerd.
De opgetreden opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes in, met name, 2024 en 2025, zijn inmiddels vanaf de zomer van 2025 grotendeels gladgestreken. Wat uiteraard ook gevolgen heeft gehad voor de evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit.
In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 357 kWp, eind 2023. In januari - februari 2024 nam dit toe, naar 394 resp. 398 kWp. Eind april nam dit echt weer stevig af, vanwege de toen doorgevoerde, forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op ruim 365 kWp gemiddeld. Vanaf mei steeg het weer naar 396 kWp in juli 2024.
... anomalie in augustus - oktober 2024, in 2 grote stappen, in publiek toegankelijke data hersteld; meest recente cijfers & nieuwe anomalie eind 2024/begin 2025
In augustus 2024 werd helaas weer een ronduit verbijsterend cijfer gemeld door VertiCer, wat met geen mogelijkheid verklaard kon worden, en wat als het grootste data incident in de lange historie (incl. rechtsvoorganger CertiQ) beschouwd kan worden in de solar statistieken. Hierover is uitvoerig gerapporteerd in een vorige maand update, en is vervolgens commentaar van VertiCer weergegeven in het intermezzo in deel II van die analyse. Met inmiddels alweer verder opgehoogde, en dus nog steeds ongeloofwaardige cijfers volgens de VertiCer tabel, een bizar volume van 18.809 MWp, wat een onwaarschijnlijke (netto) maandgroei van bijna 4,3 GWp in augustus zou geven. Uit de reactie van VertiCer op vragen van Polder PV hier over blijkt, dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en accuraatheid van de aangeleverde cijfers bij de netbeheerders ligt, en moeten we dus helaas vaststellen, dat er géén (effectieve) uitgangscontrole bij de netbeheerders is voor deze zeer belangrijke data. En dat, bovendien, een lang geleden aan Polder PV beloofde ingangscontrole bij VertiCer moet ontbreken, anders had deze enorme anomalie al snel opgemerkt geweest. Niets van dit alles, (enorm) foute ingaves van netbeheerders blijven dus nog altijd "ongeschonden" de publiek toegankelijke data van VertiCer in ernstige mate vervuilen. En van de daaruit volgende statistieken een puinhoop genereren.
Deze anomalie lijkt in de twee opvolgende maand rapportages voor september en oktober 2024 te zijn "weg gewerkt" door hoge negatieve bijstellingen in die overzichten. Vanaf november dat jaar leek alles weer even normaal, al trad daarna alsnog een tweede hoge piek op.
De grootste wijzigingen m.b.t. de "augustus anomalie" worden vooral veroorzaakt door flinke neerwaartse bijstellingen voor de grootste project categorie (projecten groter dan 1 MWp), zie ook verderop bij segmentaties in paragraaf 4b).
Nieuwste anomalie: aanwas capaciteit december 2024 - januari 2025 ?
De merkwaardige cijfers blijven helaas terugkomen. Eind 2024 zouden we namelijk, na tussentijdse wijzigingen, in de huidige update een voorlopig eind-volume van 16.491 MWp hebben bereikt. Wat eind januari 2025 voorlopig zelfs op een onwaarschijnlijk niveau van ruim 17,4 GWp terechtkomt, en daarna weer neerwaarts wordt bijgesteld. Vreemde wijzigingen en accumulatie cijfers blijven dus, helaas, terugkeren in de cijfers van deze TenneT/Gasunie dochter. Het is zeer lastig om hier het hoofd koel bij te houden, en om "logische trends" in de continu wijzigende cijfers te ontdekken.
Als gevolg van de veel te hoge capaciteiten in augustus tm. oktober, en de wél "logische" aantallen netto overgebleven geregistreerde projecten in die maanden, is de daar uit berekende systeemgemiddelde capaciteit natuurlijk ook véél te hoog (groene curve, incorrecte volumes van 513 resp. 453 kWp gemiddeld per project weergevend in die maanden). In november 2024 zijn we eindelijk weer teruggekeerd naar "enigszins normale" verhoudingen. Het project gemiddelde kwam toen op een "geloofwaardig" niveau van 401 kWp. Vanaf december 2024 lijkt, ondanks de zeer forse bijstelling voor die maand, voor het project gemiddelde de normale routine weer een paar maanden te zijn teruggekeerd, met aan het eind van die maand een netto project gemiddelde capaciteit van 452 kWp. Eind januari 2025 steeg het naar 474 kWp, viel eind februari terug, nam weer toe tm. eind april (450 kWp), om, in juli 2025, weer flink terug te vallen (413 kWp), en na continu, licht toenemende volumes in de volgende maand updates, eind december dat jaar, voorlopig te eindigen op een niveau van 454 kWp. Tot en met begin augustus 2026 nam het, vanwege een gestabiliseerde capaciteit bij afnemende aantallen projecten, stapsgewijs verder toe, naar bijna 471 kWp.
Dat gemiddelde staat wel steeds duidelijker onder invloed van de fors lagere aantallen netto geregistreerde projecten. Hoe meer (kleine) installaties uitgeschreven zullen worden, hoe hoger de te verwachten gemiddelde capaciteit van de overgebleven populatie zal worden. Zeker in combinatie met de blijvende schaalvergroting bij nieuwe, de databank van VertiCer instromende projecten, zal dat het gemiddelde op termijn vermoedelijk verder omhoog blijven drijven.
** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".
2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2026
Ik geef hieronder de volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer. Hierbij is gebruik gemaakt van een separaat verschenen historische update (24 augustus 2024), van de oudere jaargangen, destijds gepubliceerd in CertiQ rapportages, waarin alleen zeer marginale wijzigingen zijn te vinden, en die dus nauwelijks effect hebben gehad op de hoogte van de kolommen. En waarbij de nu bekende, inmiddels deels weer gewijzigde cijfers in het nieuwe rapport van VertiCer (17 augustus 2026), voor de jaren 2021 tm. 2025, en de cijfers voor januari tm. juli 2026 zijn opgenomen. De cijfers voor 2024 en later dienen nog als (zeer) voorlopig te worden beschouwd, en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates, gezien de nog steeds aanwezige, grote data anomalieën (gearceerde kolommen). Het capaciteits-cijfer voor 2024 heeft inmiddels een minder onrealistisch niveau bereikt in vergelijking met de evident foutieve waardes in de augustus-oktober rapportages in dat jaar, vandaar dat ik de laatste kolom voor de capaciteit, weliswaar gearceerd (zeer voorlopige cijfers), weer in normale kleurstelling heb weergegeven. Echter, vanwege de onwaarschijnlijke hoge actuele opgave voor eind december, zal in ieder geval voor de capaciteit, het huidige cijfer alsnog drastisch neerwaarts aangepast moeten gaan worden. Data voor 2025 lijken grotendeels correct, op de hoge piek in januari na. De data voor 2026 zijn met open kolommen resp. cirkel weergegeven, omdat ze uiteraard (a) nog zéér onvolledig zijn, en (b) ze later ook nog fors bijgesteld zullen gaan worden.

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2025, en, achteraan, de eerste resultaten voor 2026 weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logaritmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar 34.030, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 stond de teller alweer op 35.459 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,4% per jaar.
Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.838,9 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, forse competitie met andere CO2 besparende opties binnen de nieuwste SDE regelingen, diverse verzwarende omstandigheden voor planning en realisatie van nieuwe projecten (verzekeringen, participatie trajecten, eisen m.b.t. aansluiting en ecologie), beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.649,1 MWp, resulterend in een voorlopige CAGR van gemiddeld 59,3% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in eerdere updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.
Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 356,7 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 72 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.
2024 ff.
Voor 2024 volgt een waarschijnlijk "logisch", doch beslist nog niet definitief aantal van 36.485 installaties. Inmiddels resulterend in een voorlopige netto toename van 1.026 projecten in een jaar tijd (in een vorige update was dat nog een netto verlies van 221 projecten) sedert eind 2023. En met een bijgesteld, maar, op basis van andere marktcijfers, zeer waarschijnlijk véél te hoog volume van 16.491 MWp (NB: in een vorige update nog "slechts" 14.929 MWp!) voor de capaciteit, waaraan sowieso al flinke correcties zijn voorafgegaan, na de al eerder gememoreerde "augustus anomalie". Dit resulteert voorlopig in een systeemgemiddelde capaciteit van 452 kWp, beduidend hoger dan de 357 kWp eind 2023.
Voor de nog zeer voorlopige, en aantoonbaar foutieve eindstand van 2024 zou de CAGR over de periode 2009-2024 inmiddels in een nog steeds respectabele gemiddelde toename van 16,3% per jaar voor de aantallen projecten. Een percentage, wat echter onder druk komt te staan door de netto uitstroom verliezen bij VertiCer. Voor de capaciteit komt de CAGR in de periode 2009-2024 inmiddels uit op een gemiddelde groei van 57,1%/jaar. Een percentage wat waarschijnlijk neerwaarts bijgesteld zal moeten worden, gezien de reeds vastgestelde, nog niet herstelde "december 2024 anomalie".
Sowieso zal er voor kalenderjaar 2024 nog het nodige aan volume bijgeschreven en gewijzigd gaan worden in de vervolg rapportages in het nieuwe jaar.
Uiteraard zijn ook voor de nog zeer voorlopige cijfers voor 2025 diverse wijzigingen doorgevoerd. Het netto aantal overgebleven projecten zou eind dat jaar, met 36.072 exemplaren, inmiddels wel iets boven het niveau van eind 2023 zijn gekomen (35.459). Bij de capaciteit, 16.376 MWp, ligt het echter al vér boven het eindejaarsvolume van 2023. Het systeemgemiddelde vermogen zou zijn toegenomen naar 454 kWp, maar omdat die berekende waarde van 2 input cijfers afhankelijk is, die nog in beide richtingen kunnen wijzigen, zegt dat nog niet zoveel.
Voor 2026 zijn nog slechts premature data voorhanden, weergegeven in open kolommen, rechts in de grafiek. Bij de aantallen (34.871 exemplaren) liggen deze, begin augustus dit jaar, duidelijk onder de eindejaars-cijfers voor 2025. De nu bekende capaciteit (16.413 MWp), ligt niet zo ver boven het nu bekende eindejaars-volume voor 2025. Hier kan nog veel in gaan wijzigen.
Waar dit alles zal "eindigen", inclusief nog te verwachten andere correcties, is nog een niet te beantwoorden vraag. Er komen in ieder geval nog flink wat aanvullingen en wijzigingen aan met name voor recente jaargangen 2024 ff. aan. Veel vragen kunnen nog niet worden beantwoord op basis van deze vaak grillig verlopende cijfers. Nederland is immers Duitsland niet, waar álle solar statistieken actueel, en grondig worden bijgehouden, geregeld bij Wet (zie energy-charts.de).
3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer
3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - juli 2026

Ook al moet ook bij deze grafiek de blijvende waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van juli 2026, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert begin 2021 (vanaf feb. 2021 netto maandgroei bekend). Dit heeft deels te maken met het feit, dat er netto bezien, per maand, steeds meer (oudere) projecten uitstromen bij VertiCer, dan er nieuw worden gerapporteerd en opgenomen in de databank.
Duidelijk is, dat er, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten worden bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Dit is goed te zien in de aan de grafiek toegevoegde trendlijn met het voorschrijdend gemiddelde, met een periode van een jaar (12 maanden). Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er al enige tijd een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de TenneT / Gasunie dochter is opgetekend, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. De uitval van de oudste onder SDE 2008 tm. 2010 gesubsidieerde kleine projectjes, die 15 jaar subsidie konden genieten, is daarvan de belangrijkste oorzaak. Gevolgd door, inmiddels de eerste SDE "+" regeling, SDE 2011.
Voor de kleinste, residentiële installaties moet die uitschrijving wel actief geschieden, anders blijven ze in het VertiCer bestand aanwezig. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten reeds is verstreken, of aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten, gezien de fysieke levensduur van ver over de 25 jaar van de PV generatoren. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland, en officiële, harde statistieken rond formeel "afgevoerde" installaties, zijn non-existent (behalve bij Polder PV, althans, voor de afgevoerde grotere projecten die hij gaande het gecontinueerde onderzoek tegenkomt).
Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of tijdelijke, soms zelfs dramatische afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. In een vorige update is de Y-as fors aangepast, al vallen er nog steeds extremen buiten de nieuwe grenzen. En ook ditmaal is een trendlijn met het voortschrijdend gemiddelde (periode 12 maanden), als een rode stippellijn, toegevoegd.
De evolutie laat een nogal afwijkend, zo u wilt, zeer chaotisch beeld t.o.v. dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ik heb dit exemplaar dan ook al langere tijd als koosnaampje de "chaosgrafiek" toebedeeld.
Ook deze vaak al flink aangepaste maand waardes kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. Door de extreem wisselende trend van de maandelijkse aanwas cijfers, is zelfs de trendlijn zeer grillig, en wordt deze ook in bovenmatige zin ernstig verstoord door de augustus 2024 anomalie, en de sterk negatieve "bijstelling" in juli 2025.
Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024
Zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), is er een byzonder verschijnsel zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste piekwaarde ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 433 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 307 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).
In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770 MWp, en is dat momenteel aanbeland, bij bijna 804 MWp in de huidige update van 17 augustus 2026.
Tweede en derde groei piek & "negatieve pieken"
Hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973 MWp, wat inmiddels in de huidige update nog verder is opgehoogd, naar alweer ruim 1.470 MWp (buiten de huidige Y-as vallend). Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een eerste rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke", vooralsnog onverklaarbare volumes gaat.
Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een grote negatieve bijstelling van 316 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april 2023 update was er een marginale opwaartse correctie naar -312 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. juli 2026 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar minus 202 MWp.
In de rapportage van maart 2024 heeft dit proces zich herhaald, voor het eerste groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari 2024 evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 181 MWp, kwam maart opeens met een record negatief groei volume van -1.141 MWp. Dat is in de huidige, juli 2026 update, weliswaar verminderd, maar is nog steeds sterk negatief (-929 MWp). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar. Of het moet een verder niet door VertiCer toegelichte "correctie" betreffen van het veel te hoge volume in januari dat jaar.
Het eerste beschikbare "groei" cijfer voor april 2024 was ook negatief, maar niet zo extreem als in de voorgaande maand, -219 MWp. Dit is inmiddels weer minder sterk negatief geworden, in het juli 2026 rapport neerkomend op een negatieve aanwas van -118 MWp. De verwachting is dat dit volume nog opwaarts aangepast zal gaan worden.
Mei 2024 verraste weer in twee opzichten. Ten eerste, was het eerst gepubliceerde aanwas volume meteen al fors positief was, netto 198 MWp, wat tot de oktober update langzaam doorgroeide naar 208 MWp. In de november 2024 update, echter, is er een enorm volume bijgeplust, en zou de netto aanwas, in de huidige update, zelfs neerkomen op bijna 947 MWp, op een 4,5-voudig niveau t.o.v. de oktober update. Ook dit is weer een raadselachtige wijziging, zonder plausibele verklaring.
Juni en juli 2024 begonnen weer op een negatief niveau, maar hebben inmiddels ook positieve aanwas cijfers (160 - 159 MWp).
Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en, meestal tijdelijk, zelfs fors negatieve, of positieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er, daar bovenop, deels forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.
Augustus anomalie met gigantische impact - waarschijnlijk in twee stappen hersteld
De eerder al meermalen vermelde, grote anomalie in het augustus 2024 rapport van VertiCer heeft natuurlijk een enorme impact bij de afgeleide maandgroei cijfers. Volgens de huidige data, in het rapport van juni 2026, zou namelijk in augustus een groei opgetreden zijn van 4.290 MWp. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, een volslagen onmogelijk groeicijfer en moet op een zeer ernstige fout bij VertiCer en/of (een) data aanleverende netbeheerder(s) berusten†. Deze enorme fout is zichtbaar gebleven in de september- en oktober 2024 updates. Kennelijk is of zijn de fout(en) in twee stappen hersteld, in de oktober update ging er zeer veel volume van af, en ook in de update van november is er weer een substantieel volume verwijderd, waardoor de accumulatie op een "meer normaal" niveau is gekomen. U vindt die aanzienlijke bijstellingen onder de betreffende maand aanwas cijfers, als negatieve volumes van -2.204 resp. -1.928 MWp. Maar het aanwas volume voor augustus staat nog steeds op de onwaarschijnlijk hoge omvang, de betreffende kolom is dan ook doorzichtig gemaakt en rood omlijnd, met een extra commentaar venstertje.
† Het beknopte antwoord van VertiCer, met vérstrekkende consequenties voor de betrouwbaarheid van hun (actuele) statistieken, is besproken in een apart intermezzo in het vervolg artikel van een vorige analyse, door Polder PV.
Na augustus blijvend verrassingen
September 2024 begon met minus 86 MWp, wat inmiddels minder negatief is geworden, -20,0 MWp. De verwachting is, dat dit in komende updates opwaarts zal worden aangepast, en mogelijk zelfs positief zal gaan worden, zoals in de "normale historie" van de VertiCer records.
December 2024 verraste weer in positieve zin, met een direct al hoog "start" volume wat in de april 2025 update nog neerkwam op 486 MWp. In de mei 2025 update is dat echter plotsklaps ruim ver-drie-voudigd, en komt inmiddels, in de rapportage van juli 2026, op een zeer onwaarschijnlijk hoge aanwas van 1.834 MWp. Een vrijwel onmogelijk nieuw volume in een maand tijd, in tijden van structurele netcongestie.
2025
Januari 2025 zat van meet af aan al hoog in de boom, en zit momenteel al ruim 937 MWp in de plus.
Daarna kwam in februari 2025 met een grote verrassing: het inmiddels weer marginaal bijgestelde volume voor die maand is wederom zeer sterk negatief, een netto groei van -1.592 MWp. Inmiddels kijkt Polder PV nergens meer van op, en moeten we dergelijke extreme wisselingen in de maandgroei cijfers bij VertiCer dus gewoon "voor lief" gaan nemen. Gelukkig is het eerste maandgroei cijfer voor maart niet al te schokkend, na de eerste entry (-18,5 MWp), is deze recent op een, geringe, positieve groei van, inmiddels, bijna 103 MWp beland. April 2025 begon meteen sterk positief, en vertoont inmiddels een groei van bijna 568 MWp. Mei en juni 2025 begonnen beiden weer negatief, mei kwam in de huidige update op een netto (negatieve) aanwas van -138 MWp. Juni heeft inmiddels, na de 13 MWp in de min in de update van maart 2026, in de huidige versie een positieve groei van 42 MWp.
Juli verraste weer, met een start volume van 1.422 MWp in de min, inmiddels minder sterk negatief, -1.326 MWp. Mogelijk zit hier al een correctie voor eerdere, veel te hoog opgegeven (positieve) volumes in verwerkt (?). Een tweede verrassing volgde in augustus, wat, na een negatieve start, opeens een sterk positieve toename kreeg toebedeeld, in de juni 2026 update, en inmiddels al op 1.170 MWp netto aanwas is beland ...
Tot en met 2026
September 2025 tm. juli 2026 startten allen aan de onderzijde van de X-as, waarbij in latere versies inmiddels voor de maanden oktober - december 2025, en voor januari en maart 2026, gering positieve groeicijfers zijn vastgesteld. Juli 2026 startte netto negatief, met -106 MWp.
Forse wijzigingen in VertiCer data
In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023 tm. 2026, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven. Waar duidelijk de, soms zeer forse, continue veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd. Tot en met 2024 zijn ook in de huidige update geen wijzigingen meer doorgevoerd. Vanaf 2025 zijn wijzigingen sinds de vorige update cursief weergegeven.
In de huidige update zijn voor in totaal 16 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. juni 2026, voor tien maanden van 2025, en de eerste zes van 2026. Juli 2026 betreft een nieuwe, eerste opgave.
De augustus 2024 opgave is en blijft onmogelijk, en berust op (een) enorme blunder(s) bij de data verstrekkende netbeheerder(s). De negatieve groei in september van dat jaar is al wat minder geworden. Oktober en november beginnen met de grootste netto negatieve groei cijfers ooit gedocumenteerd, ook al zijn ze later wat bijgesteld, en zijn vermoedelijk forse correcties voor de evident foute opgave in het augustus rapport. Ook het nieuwe, hoge volume van ruim 1,8 GWp voor december 2024 is zeer waarschijnlijk incorrect. Althans: kan nooit de marktgroei in die maand weergeven.
In 2025 zijn de extremen in positieve zin januari (+937 MWp), maar februari en juli springen er in negatieve zin bovenuit (-1.592 resp. -1.326 MWp). In de eerste 7 maanden van 2026 zijn er nog slechts "relatief bescheiden" negatieve groeicijfers voor februari en april tm. juli, en redelijk positieve volumes voor januari en maart (bijstellingen t.o.v. eerst negatieve netto volumes).
Jaargroei cijfers
Bij de nieuwe jaar volumes komen we inmiddels op een groei uit van bijna 1.992 MWp voor 2022. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de daar op volgende extra wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels stevig bijgesteld, naar een record jaarvolume van momenteel ruim 2.810 MWp. Wat inmiddels 41,1% hóger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een groot negatief verschil, 44,9% minder netto nieuwe projecten in 2023 (1.429), dan de 2.592 exemplaren in 2022.
De meest waarschijnlijke oorzaak van de verschillen tussen de aantallen en capaciteiten in deze 2 jaren, is de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re), inclusief nieuw toegevoegde, projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zijn gaan zetten.
2024 komt, vooral door de zeer hoge aanpassing voor december, en de daar op volgende wijzigingen, momenteel op een volstrekt onwaarschijnlijk netto jaargroei volume uit van bijna 3.842 MWp, wat zelfs bijna 37% hoger zou zijn dan het recordjaar 2023. Dit is de facto onmogelijk, ook vanwege de meest actuele CBS cijfers voor dat jaar. En zal vermoedelijk flink aangepast gaan worden in komende updates. Dit betreft overduidelijk een "nieuwe anomalie", in de solar cijfers van de VertiCer databank.
2025 heeft tot nog toe nog steeds een netto negatieve groei bij de capaciteit, van, inmiddels, -114 MWp. Dit zal in komende updates nog minder negatief gaan worden, en mogelijk uiteindelijk in netto positieve groei kunnen omslaan.
3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QIII 2026
In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 tm. QII 2026 rechts toegevoegd, en het eerste (voorlopige) resultaat voor QIII dat jaar. Met name de volumes van de meest recente kwartalen zullen nog flink wijzigen, gezien de continue wijzigingen in door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ. De grote anomalie voor de capaciteit in augustus 2024 heeft ook hier een enorme impact, en is dan ook wederom in een aparte kleurstelling in de betreffende kolom weergegeven ("kan niet" / geeft absoluut niet de feitelijke marktontwikkeling weer).

Ook voor deze grafiek is de Y-as meermalen aangepast, en zijn voor zowel de aantallen (blauwe stippellijn) als voor de capaciteit (rode stippellijn) trendcurves voor de voortschrijdende gemiddeldes ingetekend. Deze hebben ook een periode van 1 jaar (4 kwartalen).
Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al aanzienlijk gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het laatste kwartaal van 2021 in globale zin stapsgewijs beduidend verminderd. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 1.053 exemplaren in QIII 2021, tot nog maar 452, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, toegenomen naar 596 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (158 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 342 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, en de later komende correcties, inmiddels, na een periode van netto negatieve aanwas, een positieve groei van netto 663 projecten. QII 2024 had in een vorige update nog een netto negatieve groei van 37 projecten, maar dat is in de december 2024 tm. december 2025 updates inmiddels omgeslagen in een netto positieve groei van 450 stuks. Wat ongetwijfeld nog verder bijgesteld zal gaan worden, in positieve zin.
Hetzelfde geldt voor QIII 2024, met in de huidige update een lichte, netto positieve aanwas van 80 projecten, in een vorige update was dit nog een licht negatieve netto groei. Het inmiddels ook weer aangepaste volume voor QIV, is nog steeds flink negatief, -167 projecten. Alleen QI 2025, in de januari 2026 update nog -73 MWp, is inmiddels omgeslagen naar netto 262 boven de X-as. De resultaten voor QII tm. QIV van 2025 en QI-QII, en (1e volume voor) QIII 2026 starten allemaal onder de nullijn, met inmiddels 124, 264, 287, 314, 588, resp. 299 projecten netto negatief. We zullen later zien of voor de laatstgenoemde kwartalen uiteindelijk ook nog een "positief" resultaat gehaald zal worden, al zal dat resultaat dan bescheiden blijven t.o.v. de netto aanwas in die kwartalen in eerdere jaargangen. De trendlijn voor de netto aantallen nieuwe projecten per kwartaal spreekt in ieder geval boekdelen, die is sterk neerwaarts gericht.
Capaciteit wijzigingen per kwartaal
Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat vooral werd veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024, en alle tussentijdse, soms bizarre cijfer wisselingen bij die belangrijke parameter.
Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 535 MWp in QII 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 375 MWp netto nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige, meest recente cijfers.
En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, en de daar op volgende wijzigingen in de maandrapportages, nu alweer een voorlopig record volume van 944 MWp. Wat nu alweer de helft hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 546 MWp. Het niveau is daarmee, zoals eerder al voorspeld door Polder PV, gestegen, naar 11% boven het volume van 492 MWp in QII 2022. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels 540 MWp in de plus. Zoals was te verwachten, is dat inmiddels 8,7% méér dan het nieuwe netto volume in QIII 2022 (497 MWp). Tot en met de november 2024 update lag dat nog iets lager.
Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totale volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versies van mei 2024 tm. juni 2026 verder gegroeid, naar momenteel 780 MWp. Dit is al ruim het dubbele volume, t.o.v. de 375 MWp in QIV 2022.
2024
De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog voorlopige resultaten voor QI 2024. Januari was in een vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maart vertoonde een record negatieve groei, en ook in april was de groei negatief. Met de opvolgende extra bijstellingen, is het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal na even "negatieve aanwas" te hebben gekend, inmiddels op een positieve groei van 723 MWp beland.
Het tweede kwartaal van 2024 gaf de derde verrassing. Het startte met een negatieve aanwas, maar groeide al rap in positieve zin in de vorige updates. Door de enorme toename voor de maand mei (zie capaciteit grafiek voor de wijzigingen van maand tot maand), is dit volume abrupt toegenomen naar, inmiddels een record niveau van 988 MWp groei. Dat is 4,7% hoger dan de groei bij de vorige recordhouder, QI 2023. In een eerdere update lag het niveau voor QII 2024 zelfs nog hoger dan 1 GWp, maar dat is weer wat terug gezakt in de laatste rapportages.Het derde kwartaal van 2024 is, met de extreme anomalie voor augustus, vooralsnog een enigma, waar natuurlijk de hoge negatieve correcties op zijn gevolgd in het laatste kwartaal. De rood gemarkeerde kolom voor dit kwartaal heeft een onverklaarbare en onwaarschijnlijke toename van, momenteel, 4.429 MWp. Goed is te zien, dat de rood gestippelde voortschrijdend gemiddelde trendlijn in ernstige mate wordt "verstoord" door genoemde, extreme, augustus anomalie.
Het vierde kwartaal van 2024 start, met eerder doorgevoerde, zeer forse negatieve correcties, én het bizarre nieuwe voorlopige aanwas volume voor december, met een resulterende "historisch negatieve groei" van maar liefst 2.298 MWp in de min. Als we de nu bekende cijfers voor QIII en QIV middelen, komen we op een gemiddelde groei van 1.066 MWp per kwartaal, wat op een onwaarschijnlijk, erg hoog niveau is komen te liggen. Uiteraard moeten we gaan afwachten wat voor verdere wijzigingen in de latere updates zullen gaan komen, voordat we hier meer klaarheid in kunnen brengen.
2025 - QIII 2026
QI 2025 zit inmiddels op 552 MWp in de min (negatief volume februari overcompenseerde het positieve volume voor januari, maart had een bescheiden positieve, april een duidelijk hogere groei).
QII 2025 laat een positieve netto groei van totaal 471 MWp zien.
QIII 2025 zit weer op een netto negatieve groei van -163 MWp, wat een flinke opwaartse aanpassing is van eerdere, nog veel sterker negatieve groei cijfers.
De groei in QIV is in een vorige update omgeslagen, van een negatieve aanwas van -15 MWp naar een positief volume, en is inmiddels 130 MWp in de plus.
De nog zeer voorlopige eerste resulaten voor het 1e kwartaal van 2026 gaven aanvankelijk een negatieve aanwas te zien van -264 MWp, maar ook dat is inmiddels flink positief, 236 MWp.
Van QII 2026 is inmiddels het resultaat van april - juni aangepast, tot een netto aanwas van -94 MWp.
Voor QIII 2026 is alleen nog het eerste cijfer voor juli bekend, een netto negatieve groei van -106 MWp.
Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande, soms extreme wisselingen, elke keer weer spannend.
Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.
3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022 - 2026 HI, eerste maand HII
Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de half-jaar grafiek van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. In deze grafiek worden de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2021 (alleen januari ontbrekend, kolommen gearceerd), tm. de eerste resultaten voor HI 2026 getoond. Vanaf 2024 zullen er ongetwijfeld nog de nodige aanvullingen, en forse bijstellingen komen (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde, meestal kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen, danwel actief uitgeschreven bij VertiCer. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.956 nieuwe projecten in HII 2021, via 1.525 exemplaren in HI 2022 (22% minder), 1.067 stuks in HII 2022 (30% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 929 nieuw in HI 2023. Wederom bijna 13% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 500 netto nieuwe projecten (-46%), maar daar kan mogelijk nog wel iets aan gaan wijzigen. In HI 2024 is tot nog toe weer een duidelijk hoger volume bekend, netto 1.113 nieuwe installaties, maar vanaf HII 2024 zien we voor alle recente half-jaren, behalve HI 2025, nog netto negatieve groeicijfers: -87 voor HII 2024, -551 voor HII 2025, resp. -902 voor HI 2026. HII van 2026 bevat alleen nog de cijfers voor juli, met een negatieve netto aanwas van -299 exemplaren. De in de maart (2026) update nog negatieve netto aanwas van -144 voor HI 2025, is inmiddels omgeslagen naar een netto positieve groei, +138 exemplaren.
Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een behoorlijke opleving te zien in beide jaarhelften van 2023 en het eerste van 2024. Met de huidige bekende cijfers 1.135 MWp nieuw in HII 2021, 1.119 MWp in HI 2022 (ruim 1% minder), 872 MWp in HII 2022 (22% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (januari 2023), nu alweer een 1.490 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023. Dat is 33% meer dan in HI 2022, en zelfs al bijna 71% meer dan in HII 2022. In de update van december 2023 was het netto aanwas volume voor HI 2023 nog maar 923 MWp.
De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel 1.320 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, het is ruim 51% hoger dan de aanwas in HII 2022.
Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data nog zeer fluïde. Het voorlopige resultaat voor het eerste half-jaar is, van een licht negatieve aanwas tm. mei (-12 MWp), inmiddels omgeslagen in een record positieve, netto groei van al 1.710 MWp. Dat is al bijna 15% hoger dan het vorige record, in HI 2023. Het voorlopige netto volume in HII 2024, 2.132 MWp (in april 2025 update nog maar 706 MWp!), laat een ogenschijnlijk nieuw record volume zien, maar met de waarschuwing dat hier de nieuwe "extreme" anomalie december 2024 bij zit, moeten we daar de nodige korrels zout naast leggen.
Het eerste half-jaar van 2025 bracht, met name door het flink negatieve aandeel van februari, gevolgd door de flinke negatieve aanwas in mei, een netto negatieve groei van -81 MWp met zich mee. HII 2025, startte alweer met een sterk negatieve netto groei van, inmiddels, -33 MWp, een flinke "positieve bijstelling" t.o.v. recentere updates. De eerste netto aanwas cijfers voor HI 2026, inclusief alle tussentijdse wijzigingen, en de inmiddels weer bijgestelde data voor januari tm. juni, geven inmiddels een positief resultaat van +143 MWp. Juli 2026 startte, als eerste contribuant voor HII dit jaar, met een netto negatieve groei van -106 MWp.
Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen. Uiteraard gaat met name voor de periode vanaf 2024 nog wel flink wat wijzigen in deze cijfers.
Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelfs al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.
3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2024*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide netto jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logaritmisch weergegeven). Tot en met kalenderjaar 2020 zijn de data gebruikt uit de in 2024 beschikbaar gestelde update (24 aug. 2024), waarin echter nauwelijks wijzigingen zijn opgenomen. De meest recente cijfers voor 2021**, 2022**, 2023*, en 2024*, rechts toegevoegd, komen uit de huidige update van de data tm. juli 2026, zoals recentelijk geopenbaard door VertiCer. De grafiek toont dus de meest recente situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Voor 2025 zijn de afgeleide netto jaargroei cijfers voor zowel de capaciteit (- 114,3 MWp), als voor de aantallen (-413 exemplaren), nog steeds negatief, en kunnen deze dus nog niet in de grafiek worden weergegeven (vanwege de logaritmische Y-as). Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek. Het is waarschijnlijk, dat eventuele nagekomen correcties, met name voor de oudere jaargangen, marginaal zullen zijn.
Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven †† !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een lange reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+" beschikkingen, tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.
Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, ook vanwege massieve wegval van beschikte projecten, waar met name de wijdverspreide netcongestie problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.889, resp. 2.592 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is 47,1% van het record niveau in 2020.
In 2023 is een beperkt volume van 1.429 (netto) nieuwe projecten bekend (eerste gearceerde blauwe kolom). Het inmiddels positieve volume voor 2024 is nog steeds aan het toenemen, naar, inmiddels, netto 1.026 projecten. Met name voor 2024 ff. kan nog het nodige aan deze data wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates in 2026. Duidelijk is, dat er netto bezien steeds minder aantallen projecten bijkomen. Zoals al vaker gememoreerd, komt dit grotendeels door een toenemende uitstroom van projecten, waarvan grotendeels de subsidie termijn is verlopen, en er actief wordt uitgeschreven bij VertiCer. Er komen daarvoor in de plaats slechts relatief weinig nieuwe projecten bij (grotendeels met SDE beschikking), waardoor de netto groei per jaar sterk afneemt, bij de aantallen projecten. Deze trend is duidelijk zichtbaar vanaf 2021.
Capaciteit andersoortige trend, met een nieuw record jaar (2023), 2024 nog zeer ongewis
Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, gestuwd door de opvolgende SDE "+" regelingen met miljarden budgetten, tot een voorlopig maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau dan bij de aantallen projecten.
In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,6 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.991,6 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81,7% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (47,1%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder licht kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de updates in de afgelopen 2 jaar, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 continu, maar traag, dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is nog maar 16,0 MWp.
In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, en de nodige toevoegingen in de meest recente updates, een netto volume bijbouw van 2.810,1 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en heeft de eerder vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 al met ruim 373 MWp overtroefd. 2023 is dus een nieuw recordjaar, wat de groei van gecertificeerde capaciteit betreft. Met de huidige stand van zaken zou de jaargroei in 2023 dus al ruim 41% hoger hebben gelegen dan de aanwas in 2022, en 15,3% meer dan in vorig record jaar 2020. We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de relatieve verhouding van de jaargroeicijfers in deze laatste jaren ligt beslist nog niet vast. Dat 2023 ook nationaal bezien (alle capaciteit in heel Nederland) een record groei jaar was, laten de ook regelmatig bijgestelde CBS cijfers zien (hier).
Achteraan in de grafiek heb ik ook de capaciteits-aanwas in 2024 weergegeven. Daar moeten we helaas nog een zeer groot vraagteken bij zetten, want met de nog zeer voorlopige resultaten voor dat jaar zouden we nu al aan een "nieuw record volume" zitten, van bijna 3.842 MWp (in de april 2025 update was dit nog "maar" 2.282 MWp). Gezien de problematische, extreme, met terugwerkende kracht bekend geworden toevoeging voor, met name, december 2024, in de analyse hierboven uitgebreid becommentarieerd, moeten we hier voorzichtig mee zijn. Want die december groei is uiterst onwaarschijnlijk, en kan nog fors neerwaarts worden bijgesteld, en/of er komen nog hoge "negatieve maandgroei cijfers" in komende maand rapportages overheen. De grote vraag is echter: wanneer kómen die bijstellingen dan wel? Dit kan erg lang duren, gezien eerder commentaar wat ik ontving van VertiCer na vragen daarover ...
Het Nationaal Solar Trendrapport 2025 van Dutch New Energy claimde voor 2024 een verkoop van 2,3 GWp PV vermogen in het zakelijke segment, wat, opvallend, véél lager is dan de afgeleide cijfers van VertiCer tot nog toe laten zien (ruim 3,8 GWp netto nieuw volume in de daar geregistreerde projecten markt). De meest recente aanvullingen en wijzigingen in de nationale statistieken van het CBS geven voor de sector "economische activiteiten" (alle PV capaciteit wat niet op woningen zou liggen), in 2024 zelfs nog maar een totale groei van 2.039 MWp in dat jaar.
Gaan we uit van de officiële statistieken van het CBS, is het verschil met de momenteel bij VertiCer bekende netto groei in 2024, "kolossaal", liefst 1,8 GWp. En is daarmee "volstrekt onverklaarbaar, en onmogelijk groot". De VertiCer populatie zal altijd een deelverzameling van de nationale CBS cijfers blijven, beslist niet andersom! Hier moeten grote fouten en/of in de VertiCer bestanden doorgevoerde correcties en/of aanpassingen in zitten. Hier is dus beslist nog niet alles mee gezegd, de finale data voor 2024 zijn immers nog lang niet bekend!
Gemiddelde project omvang
Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek, met het vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie. Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer ruim 768 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 155 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar geworden netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Voor de bijna actuele situatie, met details, zie de nieuwe gedetailleerde capaciteitskaart van Netbeheer Nederland (gescheiden in netafname resp. -invoeding, in de kaarten is reeds al lang van tevoren gereserveerde capaciteit voor nieuwe, nog te bouwen projecten, ingesloten). Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: die is sterk aan het vertragen. En slechts met veel moeite, onder anderen, door schaalvergroting van de individuele projecten, "op niveau" te houden. Die schaalvergroting zien we met name ook in de belangrijke zonnepark sector, zie de diepgaande analyse daarvan, begin maart 2026 gepubliceerd op de Polder PV website.
Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 1.967 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het netto aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.
Het voorlopige gemiddelde voor 2024 ligt nog op een veel hoger niveau, 3.744 MWp. In een vorige update was dit zelfs extreem hoog, 28,4 MWp (ver buiten het bereik van de getoonde Y-as vallend). Dit lag aan het feit dat in een eerste update een zeer laag netto positief groei volume bij de aantallen was te zien, bij een zeer hoge netto capaciteit toevoeging. De verwachting dat dit zeer stevig bijgesteld zou gaan worden, is reeds uitgekomen. Maar het eindresultaat zal nog lang op zich laten wachten. En zal mogelijk flink afwijken van het huidige niveau, vooral gezien de nog zeer onzekere, nog lang niet vaststaande, met dikke mistflarden omgeven capaciteits-data voor dat jaar.
Omdat voor 2025 vooralsnog slechts netto negatieve groeicijfers zijn genoteerd, voor zowel de capaciteit als voor de aantallen, is er nog geen zinnig woord te zeggen over de gemiddelde capaciteit per project bij de aanwas in dat jaar.
†† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 juli 2026, zie hier).
4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse
Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot enkele jaren geleden uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.
In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht is medio 2024 een recente update verschenen, maar daar blijkt nauwelijks iets in te zijn gewijzigd (marginale bijstellingen). De huidige grafiek geeft voor de kortere termijn de nieuwe data tot en met begin april 2026, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand.
In de gereviseerde data overzichten van VertiCer is sinds de update van 2 april 2026 ook het grootste deel van de eerste jaarhelft van 2021 (vanaf eind januari) bekendgemaakt, die data zijn vooraan in deze grafieken toegevoegd. De grafiek toont de meest recent gewijzigde data, gepubliceerd op 17 augustus 2026.
4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor begin augustus 2026 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen in de loop van de tijd de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert begin 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Vervolgens kwam er een stabilisatie, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde (danwel netto overgebleven) projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. Dit wordt getoond door de in de grafiek opgenomen streepjeslijn, die het "laagste" niveau voor de kleinste categorie weergeeft (derde kwartaal 2024). In de laatste maand cijfers zien we het relatieve aandeel van de kleinste project categorie weer iets toenemen t.o.v. de overige categorieën, waarschijnlijk omdat de uitval (uitschrijving uit het VertiCer register) vooral wat grotere projecten betreft. Hierdoor komt het bovenste blauwe segment voor de kleinste categorie weer iets onder de streepjeslijn te liggen.
In de update van 17 augustus 2026, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, eind januari 2021 al bijna de helft (48,7%), met het gezamenlijke volume al op 59,0% van het totaal gekomen (20.572 van, in totaal, 34.871 netto overgebleven projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal overgebleven projecten, 7.784 exemplaren, afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (overgebleven 8.465 stuks). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten, by far, de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben een zéér grote impact op de totale populatie, en dus ook op de te verwachten stroomproductie. Zie de volgende grafiek, in paragraaf 4b.
Plussen en minnen
Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 juli 2026). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld, met de meest recente data, netto 38 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 143 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011, vanwege de 15 kWp "onder-cap" bij de afgegeven beschikkingen (zie ook laatst gewijzigde tabel in de update van 2 april 2026). Tot nog toe waren het al netto 36 uitgeschreven projecten voor de kleinste categorie, resp. netto 25 nieuw ingeschreven projecten voor categorie 5-10 kWp, in 2024.
Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties in Nederland te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer. En die zien we hier dus tevoorschijn komen.
Voor 2025 zijn deze voorlopige volumes inmiddels ook bekend. In de kleinste categorie verdwenen netto 66 projecten. Maar bij de categorie installaties tussen 5 en 10 kWp beginnen daar kennelijk ook netto wat projecten te verdwijnen. Het resultaat van eventuele bijschrijvingen, en uitschrijvingen is voor die categorie in dat jaar inmiddels 2 stuks minder.
Bijstellingen aantallen per categorie
De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat begin augustus 2026 1.908 installaties. Dit is, na de toenames van 11, resp. zelfs 44 exemplaren in de voorgaande updates, weer een netto verlies van 7 projecten t.o.v. de update van juni dit jaar.
Wat de aantallen projecten in deze grootste project klasse betreft, is dit slechts 5,5% van het totale aantal op dit moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie (zie grafiek onder paragraaf 4b), is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan, en zal dit waarschijnlijk onder hoede van haar rechtsopvolger niet gaan geschieden.
4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie - augustus 2024 anomalie lijkt hersteld, maar trend beslist niet stabiel in 2023-2025

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode eind januari 2021 tm. begin augustus 2026, voor de daarmee gepaard gaande, bij VertiCer geregistreerde netto capaciteiten in MWp. Voor eind juli 2026 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven, alsmede, voor de grootste categorie, voor de status quo vlak voor "De Grote Augustus Anomalie" (2024). Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Ook is direct te zien, waar de enorme capaciteits-anomalie voor augustus, eerder reeds beschreven, zijn grondslag heeft. Eind juli 2024 was het volume in die categorie, met projecten per stuk groter dan 1 MWp, namelijk "nog maar" 9.749 MWp groot (wel alweer, door voortdurende bijstellingen / nagekomen volume, 18,3% meer dan de eind van die maand gerapporteerde 8.238 MWp). Wat in lijn is met de historie van de voorgaande evolutie.
In augustus tm. september 2024 zou, volgens de oorspronkelijke cijfers van VertiCer, er al een absurd hoog volume van 14,0 GWp zijn geaccumuleerd in die categorie. Dit is terug te voeren op de toen nog niet publiekelijk gecorrigeerde grote anomalie voor augustus dat jaar, en heeft een enorme impact op de kwaliteit van deze 100-procents-grafiek. In de augustus 2024 update ben ik kort ingegaan op de onmogelijkheid van deze accumulatie cijfers (paragraaf "29 Dorhoutmeessen"). Omdat de cijfers voor deze 2 maanden onwaarschijnlijk hoog zijn, heb ik deze gearceerd weergegeven, met rode kolom rand. Ook voor oktober zien we een nog steeds onwaarschijnlijk hoge status van, inmiddels, 11,8 GWp, waarbij er kennelijk al een eerste "correctie ronde" over de data heen is gegaan bij VertiCer. In november lijken de data weer "genormaliseerd", en is het volume op een voorstelbaar niveau van 9.883 MWp uitgekomen, zoals in een vorige update al was voorspeld door Polder PV. Vandaar dat ik ook oktober hier gearceerd heb weergegeven, toen was er waarschijnlijk nog steeds sprake van gedeeltelijk incorrecte (veel te hoge) data. De sterk verstorende invloed op de evolutie van alle data in deze 100% grafiek is duidelijk zichtbaar bij de maandelijkse aandeel-percentages voor augustus tm. oktober.
Status > 1 MW segment begin augustus 2026
De toegevoegde, alweer licht gewijzigde cijfers voor december 2024 en januari 2025 laten in de huidige update wederom een "onwaarschijnlijk hoog" accumulatie niveau zien voor het > 1 MW segment, van 11,7 tot bijna 12,6 GWp. In een vorige update waren die volumes nog maar 10,3 tot 11,0 GWp, hier is dus direct alweer een verdachte, waarschijnlijk veel te hoge capaciteit in de databank van VertiCer geslopen, zoals we eerder al hebben gezien. In december 2024 zou in 1 keer de 10 GWp accumulatie in de grootste categorie ruimschoots zijn gepasseerd.
In maart tm. juni 2025 is er weer globaal genomen een lichte groei cq. plateau fase te zien, naar een niveau rond de 11,6 GWp, maar in de juli update is er weer een tijdelijke terugval te zien, naar 10,2 GWp, wat in de opvolgende periode augustus 2025 - begin augustus 2026 verder toenam, naar 11.762 MWp. Waarmee het aandeel op het totaal volume in die periode verder is toegenomen, naar 71,7% van de weer iets neerwaarts bijgestelde totale capaciteit (ruim 16,4 GWp). Eind januari 2021 was dat aandeel van de grootste categorie nog bijna 52%. Het relatieve verschil is dus, ondanks de soms curieuze cijfer bijstellingen, behoorlijk groot geworden, in 5 en een half jaar tijd. De combinatie forse opwaartse (dec. '24 / jan. '25) / neerwaartse capaciteit bijstelling in februari 2025 is in ieder geval wederom slecht verklaarbaar. Mogelijk is een van de oorzaken genoemd door, destijds, CertiQ, hier debet aan.
"Afwijkingen van de normaal"
Om de "afwijkingen van de normaal" voor de grootste projecten categorie (>1 MW) beter zichtbaar te maken, heb ik vanaf de mei 2025 update een rechtlijnige gele stippellijn in bovenstaande grafiek toegevoegd, interpolerend tussen de eerste en de laatste maand waarde. Daarmee is direct duidelijk waar (te) grote afwijkingen van een normaal verloop van het procentuele aandeel van die categorie opdoemen. In de periode 2023 tm. eind 2025 zijn de accumulaties in ieder geval beduidend hoger dan "normaal", eind 2025 en in de eerste 7 maanden van 2026 is er een stagnatie, tot slechts lichte groei zichtbaar. De beruchte augustus 2024 anomalie, die tot in oktober dat jaar voortduurde, steekt duidelijk boven alles uit, en heeft te maken met een veel te hoge capaciteit accumulatie, die nog steeds zichtbaar is in de publiek beschikbare data van VertiCer.
Met een horizontale zwarte lijn is het snijpunt van genoemde referentielijn voor eind 2024 weergegeven. Dat komt neer op een capaciteit volume van zo'n 7,7 MWp, het vermoedelijk minimale niveau, in vergelijking met de huidige, veel te hoge eindejaars-waarde die nog in de VertiCer cijfers is terug te vinden (11,7 GWp). In werkelijkheid zal het niveau toch hoger hebben gelegen, omdat er altijd veel volume is wat pas later wordt opgenomen in de actuele cijfers bij VertiCer, vanwege blijvende administratieve vertragingen. Ergens tussen de "extremen" 7,7 en 11,7 GWp zal het werkelijke eindejaars-volume van 2024 moeten liggen. Waar precies, blijft, vooralsnog, de onbeantwoorde vraag.
Meer cijfers project categorieën
De grootste categorie heeft, bij een blijvend zeer hoog capaciteits-volume, tegelijkertijd een relatief bescheiden aantal projecten, de hierboven al genoemde 1.908 exemplaren. Dit resulteert in een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit binnen deze categorie. Eind januari 2021 was dat nog 4.377 kWp gemiddeld, begin augustus 2026 is dat alweer opgehoogd naar 6.164 kWp, een toename van bijna 41% in 66 maanden tijd. De grote projecten gaan een steeds hogere impact op de totale volumes krijgen bij VertiCer, dat is al heel lang duidelijk.
Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was eind januari 2021 al 93,0%, eind juli 2026 is dat, met de meest recente data in de huidige update, 96,9% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin augustus 2026 geslonken naar nog maar 0,1% van totaal volume (15,6 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp), resp. 0,13% (21,6 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).
Dan resteren, eind juli 2026, nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal volume nog maar 355 MWp, 2,2%), resp. 10-50 kWp (114 MWp, 0,7%).
5. Jaarvolume segmentaties 2022 -2025
5a. 2022 - status update publicatie 17 augustus 2026
In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de april 2026 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. In de meeste voorgaande rapportages waren er geen wijzigingen meer in deze tabel. In de update van 1 december 2025 is er bij de categorie 500 - 1.000 kWp 1 installatie bijgekomen, daarna is er niets meer gewijzigd. Voor tabel en toelichting, zie de update van 2 januari 2026.
5b. Groei in 2023 - status update publicatie 17 augustus 2026
Er is sinds de update van maart 2026 geen wijziging geweest voor sub-categorieën in 2023. Voor de volledige tabel, zie paragraaf 5b in die update, en bijbehorend commentaar en duiding.
5c. Groei in 2024 - status update publicatie 17 augustus 2026
Sinds de vorige update, van juni 2026, is ook in de cijfers voor kalenderjaar 2024 niets gewijzigd. Voor status update en tabel met de deel-volumes, zie het artikel van 17 juli jl.
5d. Zeer voorlopige groei cijfers in 2025 - status update publicatie 17 augustus 2026
In onderstaande tabel geef ik de nog zeer premature eerste (al enkele malen flink gewijzigde) cijfers voor de netto groei van de volumes per categorie in kalenderjaar 2025. Veel absolute en afgeleide volumes en percentages zijn nu nog negatief. Mogelijk zullen die later alsnog omslaan in netto positieve volumes. Pro memori, dus, in afwachting van "realistischer cijfers".
| Nieuwe
jaarvolumes 2025 (YOY) |
Aantallen |
aandeel
op totaal (%) |
Capaciteit
(MWp) |
aandeel
op totaal (%) |
Gemiddelde
capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp) |
1-5
kWp |
-66 |
16,0% |
-0,174 |
0,15% |
(2,6) |
5-10
kWp |
-2 |
0,5% |
-0,009 |
0,008% |
(4,5) |
10-50
kWp |
-359 |
86,9% |
-9,996 |
8,7% |
(27,8) |
50-100
kWp |
-192 |
46,5% |
-11,563 |
10,1% |
(60,2) |
100-250
kWp |
15 |
-3,6% |
4,717 |
-4,1% |
314,5 |
| 250-500
kWp |
52 |
-12,6% |
23,877 |
-20,9% |
459,2 |
500-1.000
kWp |
52 |
-12,6% |
38,983 |
-34,1% |
749,7 |
>
1 MWp |
87 |
-21,1% |
-160,11 |
140% |
-1.840,3 |
| Totaal |
-413 |
100% |
-114,275 |
100% |
(276,7) |
Voor 2025 zijn de cijfers nog lang niet compleet, noch "logisch". Uit de huidige status update volgt, dat er een netto negatieve jaargroei van (minus) 413 projecten, resp. een negatieve netto aanwas van de capaciteit (-114 MWp) in de boeken staat bij VertiCer. Dat laatste is wel veel minder sterk negatief, dan de -1,4 GWp in een voorgaande update.
In een vervolg analyse zal nader ingegaan worden op de afgegeven Garanties van Oorsprong in het VertiCer dossier. Zie deel II.
Conclusie
Het is natuurlijk fijn, dat er weer, sinds de update van juli, nieuwe cijfers zijn van VertiCer, en dat de maandelijkse rapportage wordt gecontinueerd. Tegelijkertijd moet vastgesteld worden, dat de oude problemen, van inconsistente, en soms zelfs onmogelijk lijkende cijfers, blijven bestaan. De vraag is ook, hoe, en wat voor data er uiteindelijk bij het CBS terecht zullen komen, en hoe zij eventuele (grote) fouten uit de aangeleverde data zullen gaan halen. Wat de status van 2024 betreft, hebben we hierboven reeds gezien, dat CBS een compleet ander jaar volume heeft gereconstrueerd, dan de ongeloofwaardige, veel te hoge jaargroei data van VertiCer. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.
Intern - eerdere rapportages CertiQ / VertiCer
Vorige maandrapportages 2026:
Mei - juni 2026: gepubliceerd op 15 juli 2026 (capaciteit, resp. Garanties van Oorsprong)
April 2026: gepubliceerd op 15 mei 2026 (capaciteit, resp. Garanties van Oorsprong)
Maart 2026: gepubliceerd op 13 april 2026 (capaciteit, resp. Garanties van Oorsprong)
Januari - februari 2026: géén data (uniek in CertiQ / VertiCer historie)
December 2025: gepubliceerd op 5 januari 2026
November 2025: gepubliceerd op 2 december 2025
Oktober 2025, gepubliceerd op 5 november 2025
September 2025, gepubliceerd op 3 oktober 2025
Augustus 2025, gepubliceerd op 3 september 2025
Juli 2025, gepubliceerd op 5 augustus 2025
Juni 2025, gepubliceerd op 4 juli 2025
Mei 2025, gepubliceerd op 11 juni 2025
April 2025, gepubliceerd op 7 mei 2025
Maart 2025, gepubliceerd op 3 april 2025
Februari 2025, gepubliceerd op 4 maart 2025
Januari 2025, gepubliceerd op 5 februari 2025
Voor 2024: zie de lijst gepubliceerd in de update van 6 januari 2025
Voor 2023: zie de lijst gepubliceerd in de update van 1 februari 2024
Voor 2022 en 2021, zie overzichtje onderaan analyse van 9 januari 2023
CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)
Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)
Extern
Data overzichten website VertiCer (opgelet, tijdens laatste upload blijken alleen nog maar de 3 laatste maandrapportages voor elektra, en 1 voor "groen gas", aanwezig te zijn, alle voormalige rapportages zijn verdwenen van de site!)
Data overzichten garanties van oorsprong weer beschikbaar per april 2026 (nieuwsbericht met wijziging indeling primaire data bij VertiCer, 25 maart 2026)
Wijziging correctie meetwaarden (nieuwsbericht voor handelaren op site VertiCer, 6 januari 2025)
NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !
7 augustus 2026: Energieleveren.nl - sub 1 MWac PV markt juli 2026: stabilisatie op laag niveau. De update van de stand van zaken in het sub 1 MWac PV segment is weer gepubliceerd in het energieleveren.nl portal. In een eerdere rapportage werd het jaar 2024 afgesloten, met 53% minder nieuwe capaciteit in dit marktsegment, dan in record jaar 2023. Medio januari 2026 volgde de rapportage voor 2025, met ruim 45% minder aanwas dan in 2024, en een record lage aanwas in de maand december. Bij de aantallen registraties waren die percentages zelfs 53% (2024 t.o.v. 2023) en ruim 46% minder (2025 t.o.v. 2024). Januari 2026 gaf vervolgens een nieuw dieptepunt te zien bij de geregistreerde aanwas. In februari tm. juli bleven de groeicijfers op een bescheiden, laag niveau.
Het volume aan nieuwe registraties in juli 2026 is marginaal lager dan in juni, in dit door residentiële installaties gedomineerde, grote marktsegment. Er werden voor juli 10.066 nieuwe registraties genoteerd, 5% minder dan in juni. Het was zelfs 26% minder dan het nieuwe volume een jaar eerder, in juli 2025.
In cumulatie werd een opgesteld vermogen van 19.658 MWac capaciteit bereikt, verdeeld over ruim 3,35 miljoen installaties.
In de eerste analyse van de energieleveren.nl cijfers, medio september 2024, maakte ik al gewag van de "instorting" van het kleine PV marktsegment in Nederland, op basis van de in dat jaar voor het eerst daar gepubliceerde marktcijfers van de "sub 1 MWac markt". In augustus 2024 werd destijds een voorlopig dieptepunt bereikt, met slechts 14 duizend nieuwe installaties, met een toegevoegd omvormer vermogen van 82 MWac. Een tweet van Polder PV (toen nog op "X") over deze markt "instorting" werd zeer vaak bekeken (laatste stand van zaken: 16.500 maal).
In de daar op volgende periode was de trend duidelijk negatief, met af en toe een kleine "opklaring" (maart - april 2024), maar het hele kalenderjaar werd beduidend minder volume geregistreerd dan in record jaar 2023.
Ook in 2025 bleven de nieuwbouw volumes zeer laag, tussen de 17.329 exemplaren in april, en enkele tussentijdse "laagte records", waaronder, uiteindelijk, het nieuwe dieptepunt in december, met 9.635 exemplaren. Het gemiddelde vermogen per nieuwe registratie, opvallend hoog in juni 2025 (6,18 kWac), bleef flink op en neer gaan. Na een nieuwe low in november 2025 (5,04 kWac), schommelde de gemiddelde capaciteit bij de nieuwkomers zeer sterk, bereikte een piek van 6,51 kWac in maart, maar is dat eind juli 2026 alweer ingezakt naar 5,50 kWac gemiddeld per nieuwe registratie.

^^^
Grafiek met, per maand, de nieuwe aantallen registraties per maand,
opgetekend door energieleveren.nl, tm. juli 2026.
2024 in magenta gekleurde
kolommen, die de forse terugval in nieuwe installaties in het <1
MWac segment goed laat zien.
2025 begon weer op een
laag niveau, en in de tweede jaarhelft is het niveau zelfs "zeer
laag" geworden.
Het nieuwe dieptepunt vinden we in januari
2026, met slechts 6.897 nieuwe exemplaren,
wat in de opvolgende maanden slechts gering werd verbeterd.
In juli bleef het nieuwe volume op 10.066 stuks steken. Dat is 26%
lager dan in juli 2025, en slechts 17% van het record niveau in juli
2023.
Met de weer bescheiden toevoeging in juli 2026 zijn er begin augustus in totaal nu ruim 3,35 miljoen PV installaties per stuk < 1 MWac bekend bij energieleveren.nl, volgens de optelling van de drie grootte-categorieën. Hierbij nogmaals de bekende disclaimer: dat is niet het aantal woningen, of dergelijke claims. Er worden immers zeer regelmatig uitbreidingen (= "installaties") aan bestaande projecten toegevoegd, zowel residentieel, als in de projecten markt, een endemisch verschijnsel in Nederland. Het aantal "objecten", "erven", "project sites", is, derhalve, altijd (veel) lager, dan bovengenoemd getal. Wat, desondanks, natuurlijk zonder meer een spectaculair volume blijft weergeven.
Het is nog zeer onzeker of deze "sub 1 MWac" markt zich in enige mate zal herstellen. Voorlopig zullen de nieuwbouw cijfers waarschijnlijk erg laag blijven. Wat vooral ligt aan de "schrik" in de residentiële markt, over het ook door de Senaat aangenomen wetsvoorstel van het vorige kabinet (Schoof), om de salderingsregeling per 1 januari 2027 definitief af te schaffen. En dat, in combinatie met de vrijwel bij alle leveranciers ingevoerde invoedings-heffingen voor kleinverbruikers met zonnepanelen, resulterend in forse extra af te dragen bedragen bij, met name, de grotere residentiële installaties.
Wel is het zo, dat er eerste signalen zijn dat de invoedings-vergoedingen weer afnemen (contract Vattenfall, zie Bluesky post van 3 februari 2026). Bovendien zijn we in een bizarre "energie-gerelateerde" oorlog in het Midden-Oosten beland, die de piketpalen mogelijk weer zou kunnen verzetten. Al is er op dit niveau bij de registraties van nieuwe kleinschalige PV-systemen nog weinig van te merken, in tegenstelling tot een zéér progressieve ontwikkeling bij de geregistreerde batterij systemen, zie daarvoor de separate analyse.
Of dat voldoende stimulans zal zijn om de residentiële markt weer een duw in de rug te geven blijft echter nog zeer onzeker. Tale-telling is, in ieder geval, dat de grootste partij die meer dan 50 duizend huurwoningen van zonnepanelen heeft voorzien, waarvan het businessmodel voor een belangrijk deel van het mogen salderen van zonnestroom bij de betreffende huurders afhangt, de overkoepelende BV van Wocozon, het faillissement had aangevraagd, o.a. vanwege corona schulden, in combinatie met een "ingestorte markt". Gelukkig volgde eind maart de aankondiging, dat het Amsterdamse Klimaat & Energiefonds gaat proberen om de boel daar weer op de rails te krijgen.
Ruim 19,6 GWac capaciteit in cumulatie - en langzaam verder groeiend

In de september 2024 rapportage werd het passeren van de piketpaal 18 GWac gemeld, en eind augustus 2025 de 19 GWac grens, in alleen het sub 1 MWac segment. Eind juli 2026 staat nu al een totaal volume van 19.658 MWac vermogen geaccumuleerd. 37% daarvan, een enorm volume van 7,2 GWac, is bijna exclusief residentieel (installaties kleiner dan 5 kWac, blauwe segmenten in de grafiek). Daarbovenop komt nog een deel van de op 1 na grootste categorie, installaties tussen de 5 en 15 kWac, die begin augustus 2026 in totaal nog eens ruim 4,8 GWac omvatte. Het grootste deel van deze 2 segmenten, plus nog een aardige hoeveelheid van het grootste segment, mag de opgewekte zonnestroom nog steeds salderen, tot en met eind 2026.
Als we de - ter discussie te stellen - 5% meer generator vermogen dan AC vermogen volgens energieleveren.nl als uitgangspunt nemen, zou eind september 2025 voor het eerst in de geschiedenis alleen al dit sub 1 MWac marktsegment, een generator vermogen omvatten wat de 20 GWp zou zijn gepasseerd. Vermoedelijk is het echter al een stuk meer, omdat uit CBS statistieken blijkt, dat die verhouding DC / AC ver boven de 5% ligt (meer richting 11% of zelfs hoger). Eind juli 2026 zou met de door energieleveren.nl gehanteerde, conservatieve, 5% conversie, er minimaal 20,6 GWp generator vermogen kunnen zijn geaccumuleerd in dit grote marktsegment.
Relatieve aandelen op totaal volumes
Voor eind 2025, met volgens de Open Data van energieleveren.nl 19.270 MWac omvormer capaciteit, zou dat met bovengenoemde 5%, op een potentiële 20,23 GWp nominale generator capaciteit gekomen kunnen zijn. Het CBS rapporteerde op 10 juni dit jaar voor eind 2025 voor het eerst een totaal generator vermogen (alle installaties, dus inclusief de grote projecten) van 29,43 GWp. Wat met deze aannames, zou inhouden, dat energieleveren.nl eind dat jaar bijna 69% van dat totaal volume zou bevatten. En dat voor het >= 1 MWac segment, de grote projecten, 31% van het totale capaciteits-volume daar niet is terug te vinden.
Kijken we uitsluitend naar het < 5 kW marktsegment in het energieleveren.nl dossier, zou het aandeel van deze "exclusief residentiële" kleine installaties t.o.v. de totale CBS volumes (AC capaciteit omvormers), iets zijn toegenomen, van 27,4% in 2022, naar 27,9% in record residentieel jaar 2023. En weer wat zijn afgenomen naar 27,3%, EOY 2024. Voorlopig komt EOY 2025 op hetzelfde aandeel uit als in het voorgaande jaar. Dit kan nog wijzigen, met name vanwege het pas zeer laat "doorsijpelen" van de toevoegingen van grotere projecten, die o.a. via het SDE dossier van RVO instromen.
Groei capaciteit per maand ook na dieptepunt in januari 2026 relatief laag, marginaal verbeterd

In bovenstaande grafiek wordt de maandelijkse groei van de AC capaciteit bij de drie categorieën sub 1 MWac installaties getoond, afgeleid uit de accumulatie cijfers voor het eind van de maand, getoond in het vorige exemplaar. Hierin is goed te zien dat het nieuwbouw niveau voor de capaciteit in januari 2025 iets onder dat van augustus 2024 is komen te liggen, en toen een nieuw "all-time-low" had bereikt.
Dat werd verder neerwaarts bijgesteld in, achtereenvolgens, mei, juli, november en december 2025, en bereikte het voorlopig diepste punt in januari 2026. Daarna ging het weer iets meer de positieve kant op, maar de aanwas cijfers tot en met 2023-2024 zijn niet meer haalbaar onder de huidige condities.
De gemiddelde aanwas in de eerste 7 maanden van 2026 ligt zeer laag, op 55,5 MWac (korte streepjeslijn rechtsonder in de grafiek). Dat ligt 24,5% onder het gemiddelde jaar niveau in 2025.
Ik heb in een vorige update 1 nieuwe grafiek toegevoegd, met de bekende volumes, voor de accumulatie aan het eind van het jaar, en de jaarlijkse aanwas cijfers, voor zowel de capaciteit (grote grafiek), als voor de aantallen installaties (inset linksboven), tussen 2021 en 2024. Hier onder staan de resultaten voor de complete jaargangen tm. 2025, tot en met het nu afgeronde 2e kwartaal van 2026. Een volgende update volgt als de resultaten voor het derde kwartaal van 2026 bekend zijn gemaakt (waarschijnlijk begin oktober).

Goed is te zien, dat 2023 het jaar met de hoogste toevoeging is geweest in dit grote deel-dossier, met 635 duizend nieuwe installaties en een toegevoegde capaciteit van 3.403 MWac. 2024 ging hard onderuit, met minder dan de helft van de nieuwe volumes in 2023 (298 duizend nieuwe installaties, 1.616 MWac). 2025 zakte nog verder onderuit, met een capaciteits-volume van 882 MWac, resp. 160 duizend nieuwe registraties. Wat 45% lager ligt dan de toevoeging in het ook al tegenvallende jaar 2024, en wat slechts ruim een kwart is van de record toevoeging in 2023.
De eerste zeven maanden van 2026 begonnen ook weer op een laag niveau, met ruim 66 duizend nieuwe registraties, goed voor 389 MWac vermogen. Dat is 67% van het volume in dezelfde periode in 2025 (capaciteit).
Zie voor de mogelijke impact, andere grafieken, waaronder ook de update van het recent nieuw toegevoegde exemplaar met segmentatie in klein- en grootverbruik aansluiting, en duiding van dat alles, de bespreking van de meest recente cijfers in mijn update, hier onder gelinkt:
Statistieken PV markt segment registraties < 1 MWac bij energieleveren.nlupdate 1 augustus 2026 |
Voor het eerste deel van dit tweeluik, betreffende de accu opslag (BESS) statistiek van hetzelfde marktsegment, zie het vorige artikel.
Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")
7 augustus 2026: Nieuwe update registratie opslag (accu) systemen sub 1 MWac markt - groei vermogen in juli 10% hoger dan in juni 2026. In het sub 1 MWac segment is voor de bij energieleveren.nl geregistreerde accu (BESS) systemen weer een update verschenen. Deze statistiek werd voor het eerst publiekelijk toegankelijk in maart 2026. In de huidige korte introductie geef ik de belangrijkste nieuwe grafiek in deze vijfde update van dit explosief evoluerende "BESS" markt segment (BESS = battery energy storage systems, ook wel afgekort als EOS).
Deze geeft de nieuwbouw van het opgegeven vermogen van de bij energieleveren.nl (verplicht) gerapporteerde opslag systemen (accu's, BESS, EOS-en), zoals nu bekend, vanaf mei 2024, tot en met de laatste rapportage maand, juli 2026:

De grafiek geeft de stapeling van het opslag vermogen van drie categorieën weer, met bovenaan de stapelkolommen de totale volumes (cijfer weergave in MWac aangesloten uitgangs-vermogen, dus niet de opslag capaciteit, die wordt uitgedrukt in MWh, maar is niet bekend bij energieleveren.nl). Onderaan de kleinste categorie, opslag installaties tot 5 kWac, vrijwel uitsluitend beperkt tot implementatie bij huishoudens (zalmroze kolomsegmenten), die in juli een totaal niveau van 9,3 MWac toevoegden aan de al rap toegenomen marktvolumes.
Daar bovenop gestapeld zijn de nieuwe opslag systemen tussen de 5 en 15 kWac, naar analogie van de indeling bij de (vermogens van de) PV-installaties behandeld in een separate analyse (magenta). Na wat op en neergaande bewegingen, groeit dat volume de laatste maanden ronduit opmerkelijk, tot een nieuw record niveau van 66,6 MWac nieuw vermogen in april. Dit lag echter aan een flinke hoeveelheid nagekomen projecten, die eerder verkeerd waren geregistreerd, wat hiermee een "data anomalie" veroorzaakt.
In mei lag het op een veel lager niveau, al was de geregistreerde nieuwbouw van 24,4 MWac na het april record de tweede hoogste toevoeging in de geschiedenis. In juni en juli werd dat alweer verbeterd, met 31,6 MWac, resp. 31,5 MWac, aan nieuw geregistreerd uitgangs-vermogen. Het nieuwe volume in juli is een factor 3,4 maal de toename in het kleinste marktsegment.
De grootste categorie, het segment met 15 - 1.000 kWac aan uitgangs-vermogen (paarse kolom segmenten), groeide zeer hard, en bereikte met een nieuwbouw van 72,4 MWac in maart zelfs een record volume. Ook in april 2026 was het nog steeds zeer hoog, 50,7 MWac, maar in mei tm. juli 2026 viel het nieuwe volume flink terug, naar 21,0, resp. 21,4 en 24,5 MWac aan uitgangs-vermogen. De verwachting is, dat deze grootste categorie forse volumes in de markt zal blijven zetten, zeker als de crisis in het Midden-Oosten aan blijft houden, en accu technologie bovendien "als een razende" in kostprijs blijft dalen.
Het nieuwe totaal volume was in juli 65,3 MWac, 10% hoger dan de aanwas in juni 2026. Het toegevoegde volume in juli was 53% van de record toevoeging in april (123,2 MWac), waarmee het de op 2 na hoogste totale maandelijkse nieuwbouw is geworden in de getoonde reeks. Dit is nog zonder alle nog niet geregistreerde installaties, en ook nog zonder de separaat door CBS bijgehouden grote BESS projecten (met een vermogen groter dan 1 MW). Ergo, de elektra opslag markt is in werkelijkheid nog veel groter dan hier getoond.
De eerste "halve GWac" aan cumulatie is reeds in maart gepasseerd. In totaal is er begin augustus 2026 in deze drie marktsegmenten bij elkaar al 878 MWac opslag vermogen geregistreerd. De eerste "gieg" in dit deel dossier zal niet lang meer op zich laten wachten. In 2026 is in de eerste 7 maanden al 155 MWac meer nieuw opslag vermogen toegevoegd in dit dossier, dan in het gehele jaar 2025. We gaan dus naar een record jaar toe, al is het eindresultaat nog verre van duidelijk.
Capaciteit
Tot slot, is ook, met hulp van de altijd uitmuntende Duitse Energiewende cijfers van Energy-charts.de, een poging gedaan, om het door energieleveren.nl gerapporteerde "uitgangs-vermogen" om te rekenen naar opgestelde batterij capaciteit. Dit leidt voor eind juli 2026 tot 1.326 MWh in de sub 1 MWac markt, met, naar verwachting, nog veel capaciteit "missend".
Voor de volledige analyse, met meer grafieken en toelichtingen, zie:
Statistieken markt segment registraties < 1 MWac voor opslag systemen bij energieleveren.nlupdate 1 augustus 2026 |
Voor het vervolg, met de historie van de bij energieleveren.nl geregistreerde zonnestroom installaties in het sub 1 MWac marktsegment, tot en met juli 2026, zie alhier.
Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")
4 augustus 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV extreem droog en zonnig juli 2026, 5e maand op rij - ruim - bovengemiddeld. De maandproducties waren in de eerste zeven maanden grotendeels bovengemiddeld. Na iets terug gevallen productie in juni, scoort juli weer ver boven het langjarig gemiddelde, de reden is bekend: extreem droog, en zeer zonnig, met weinig bewolking.
In deze analyse de cijfers voor juli 2026, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin augustus 2026, inmiddels 9.637 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december dat jaar, volledig te zijn uitgekomen. En zelfs tot de derde beste jaarproductie ooit te hebben geleid.
In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem. In verband met familie omstandigheden en diverse technische malheur als gevolg van een modem vervanging iets later dan gebruikelijk.
In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor juli 2026, en voor de sommatie van de producties in januari tm. juli 2026, in vergelijking met de (specifieke) opbrengst in juli 2025, en de cumulatieve opbrengsten voor de eerste zeven maanden in 2025, helemaal rechts (zie aparte analyse op Polder PV). Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. De productie viel voor de eerste zeven maanden van 2025, mede vanwege de forse infra problemen die al langer in 2023-2024 speelden, wat tegen, omdat een deel van die periode nog vóór de infra renovatie werd geturfd. Die situatie is, net als in mei 2025 tm. juni 2026, volledig gewijzigd. Alle productie resultaten liggen in 2026 weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp).
In de "zonnige" maand juli 2026 is, wederom, de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter, net als in de voorgaande maanden, de beste, en steekt weer behoorlijk uit boven de rest uit, met een specifieke opbrengst van 135,9 kWh/kWp. Dat is flink hoger dan de ook zonnige maand juni, toen 128,2 kWh/kWp werd behaald door dezelfde set panelen. Op de 2e en 3e plek staan ook ditmaal het oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (131,3 kWh/kWp), gevolgd door relatief dicht bij elkaar liggende producties van de andere sets (tussen de 130 en 126 kWh/kWp).
Vergelijk met juli 2025 en met cumulatie januari tm. juli 2025
De productie verschillen in afgelopen juli t.o.v. de "iets zonnige" maand juli 2025 zijn voor alle paneel combi's positief, tussen 3,6% meer, voor de vier in de achterste rij staande 108 Wp panelen (oranje band), tot zelfs 12,1% meer productie bij de Kyocera set.
Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 131,4 kWh in juli, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 128,8 kWh/kWp. Dat ligt 5,6% hoger dan de 122,0 kWh/kWp in juni 2026. Normaliter zal, vanwege een combinatie van weer afnemende daglengtes, en de gemiddeld weer kleiner wordende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI), in ieder geval vanaf juli de productie weer gaan afnemen t.o.v. de voorgaande maand. Juli had echter beduidend meer zonuren dan in juni, toen er, met name in de eerste helft, nog de nodige regen is gevallen (279 t.o.v. 246 uren zon). Dit is precies een omgekeerde situatie als in de vergelijking tussen mei en juni dit jaar, wat aangeeft dat weer onvoorspelbaar blijft, en van jaar tot jaar, en van maand tot maand, flink kan verschillen.
Voor de totale productie in de eerste zeven maanden van 2026, blijft wederom de Kyocera set veruit het beste jongetje van de klas (694,9 kWh/kWp), en is ook hier weer de achterste set 108 Wp panelen rode lantaarndrager (650,0 kWh/kWp). Omdat in maart 2025 het systeem door een infra renovatie weer op orde is gebracht, is er in de eerste 7 maanden van 2025 nog een - steeds kleiner wordend - deel van de productie achtergebleven t.o.v. een "normale" situatie, vandaar dat ik nog een rood kader heb gezet bij de meest problematische set panelen (2 stuks 108 Wp exemplaren in de voorste rij), die in die periode nog wat achterblijven bij de rest. De verwachting is dat over een langere periode in het jaar, het relatieve verschil verder zal afnemen.
Ondanks de zeer productieve juli-maand, hadden alle paneel sets in januari tm. juli 2026 nog steeds een wat lagere productie dan in de eerste zeven maanden in 2025, tussen de 6,5% minder voor de oudste set zonnepanelen, tot 1,0% minder voor de in 2025 deels nog "problematische set" van 2 vooraan staande 108 Wp modules (rode band). Dit heeft grotendeels te maken met, tot nog toe, minder zonuren in 2026 (zie verder).
KNMI maandbericht
Juli 2026 kreeg van het KNMI de kwalificatie "Zeer warm, zonnig en droog" (voorlopig overzicht van 1 augustus 2026), waarbij de maand de 6e warme maand op rij is, en slechts 7 maal eerder een warmere juli voor zich moest laten.
Met 279 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 222 voor die maand, lag dat alweer bijna 26% boven het historisch gemiddelde [referentie periode 1991-2020]. Juli 2026 was daarmee de "5e zonnige maand op rij", dit jaar. In juli werden 33 zonne-uren meer geconstateerd dan in 1 dag korter durend juni 2026 (246 zonuren), en lag het ook beduidend hoger, bijna 25%, t.o.v. de 224 zonuren in de als gemiddeld bestempelde maand juli 2025. De verschillen binnen Nederland waren echter wel weer groot. In noord Nederland werd ongeveer de gemiddelde hoeveelheid zonuren bereikt (ongeveer 220 uren), maar in het zuiden was het veel zonniger dan gemiddeld, bijna 100 zonuren meer. De landelijke referentie in centraal Nederland, de Bilt, had met juli 2026 de zevende zonnigste juli maand (279 zonuren, t.o.v. 214 langjarig gemiddeld).
Kijken we naar de cumulatie van het aantal zonuren in de eerste 7 maanden, zien we dat 2026 inmiddels nog maar 4,3% minder uren zon liet zien dan in 2025 (1.405 om 1.468 zonuren), wat een verklaring is voor bovengenoemde "minder opbrengst" in die periode in het huidige kalenderjaar. Het verschil is wel flink geslonken, tm. juni was het namelijk nog 8,5% minder. Januari en juli hebben meer zonuren dan in dezelfde maanden in 2025, de overige maanden hadden in 2026 minder zonuren, dan hun evenknie in 2025. Februari liet het grootste negatieve verschil zien (-23,3%).
Het productie resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in juli 2026 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2026 heeft een eigen kleurstelling gekregen. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.
Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. Voor de overige maanden van 2025, zie de rapportage over december van dat jaar.
Januari 2026 kwam, met een productie van 23,1 kWh, minder dan 1% onder het langjarige gemiddelde (23,2 kWh) voor die maand uit. Februari zit, met 35,3 kWh, 18% onder het langjarige gemiddelde. Maart, daarentegen, komt, met 97,5 kWh, weer bijna 16% hoger uit dan het gemiddelde voor die maand. In april is er ook een flinke meeropbrengst t.o.v. het langjarige gemiddelde: 130,9 kWh t.o.v. 113,6 kWh, een verschil van ruim 15%. De extremen voor april lagen tussen de 87,8 kWh in 2024 (structureel problemen met infra op het dak), tot het hoogste niveau, 141,2 kWh, in april 2007 (24% meer dan gemiddeld). Zie ook de daarvoor in elkaar gezette animatie ("moeder aller april records"), op Polder PV. Mei presteerde bovengemiddeld, maar kwam in de sequentie op de historisch bezien 9e plaats, met 4,7% meer productie dan langjarig gemiddeld. Mei 2020 was kampioen, met ruim 21% meer productie dan het gemiddelde. Het was, voor het toen ruim 20 jaar bestaande kernsysteem bij Polder PV, zelfs het hoogste maandrecord ooit. Juni 2026 was weliswaar bovengemiddeld (1,3% meer productie dan langjarig gemiddeld), maar moest desondanks 13 jaren voor zich laten met hogere output. Waarbij juni van record jaar 2003 duidelijk boven de rest uitsteekt (met 139,4 kWh 13,5% meer dan het gemiddelde).
In juli 2026 werd weer een hoge opbrengst gehaald, 8,3% meer dan langjarig gemiddeld. Alleen juli 2022, 2018, en recordhouder juli 2006 (zie door Polder PV gemaakte animatie van dat record, met 149,1 kWh 13% hoger dan het gemiddelde), gingen haar voor.
Opvallend blijft, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters, die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren. Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes.
Afgelopen juni en juli stonden de computer ventilatortjes overdag regelmatig rondjes te draaien om de micro inverters te koelen. Het was "ongenadig warm".

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2022 is verwijderd, en 2026 is begin dit jaar toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Vooral 2025 steekt bij de voorjaar-zomer producties duidelijk boven de 2 eerdere jaren uit, met zeer hoge producties. Dit heeft deels met de infra problemen in 2023-2024 te maken (vooral in 2024 tot zeer lage opbrengsten leidend), en deels wordt het veroorzaakt door hoge instraling in deze maanden in 2025. In 2026 zijn met name maart en april duidelijk bovengemiddeld bij de productie, mei en juni zitten nog steeds iets boven het gemiddelde, maar op een lager niveau. Juli is vanwege het langdurig zonnige weer flink boven het resultaat voor juli 2025 uitgekomen.
De eerste 7 maand producties in 2026 laten tot nog toe onder (februari) tot duidelijk bovengemiddelde niveaus zien (maart - juli). Januari 2024 scoorde bovenmatig hoog in deze periode, wat in februari echter weer ten negatieve werd "gecompenseerd". Maart tm. juli 2025 gaven hoge tot exceptionele producties te zien, wat gezien de hoge, tot zelfs record hoeveelheden instraling in die maanden, ook weer niet hoeft te verbazen.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel. Momenteel is dat, voor het nieuwe jaar, de periode januari tm. juli. De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in het eerste half-jaar is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2026) inmiddels 632,6 kWh voor dit deel-systeem.
De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is voor de eerste 7 maanden nog steeds behoorlijk hoog. De verschillen worden echter later over een langere periode uitgemiddeld, en zullen lager gaan worden tussen de jaren onderling. De extremen voor januari tm. juli liggen momenteel tussen de 534 kWh (2024, jaar met toen nog deels niet herstelde infra problemen), en 723 kWh (2003). 2026 zit, met 673 kWh, relatief hoog in de boom, en komt inmiddels op de 4e plek in de langjarige historie. En is daarmee een positie geklommen t.o.v. de update tm. juni.
In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2026 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt marginaal onder het gemiddelde, op een niveau van 629,4 kWh.

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).
2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).
2025 heeft, vanwege een combinatie van zeer zonnige condities, én de systeem infra renovatie in maart, de op twee na hoogste productie ooit opgebracht, voor dit deelsysteem: 1.003 kWh.
2026 begon in januari met een gemiddelde productie, februari ondergemiddeld, en maart tm. juli weer beduidend tot licht bovengemiddeld. Begin augustus kwam de cumulatie al op 673 kWh.
De cumulatieve jaarproducties van de drie hoogst (2003, 2022 en 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.
Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl
Instraling en productie data via Boonstra
Er is in juli 2026 gemiddeld 179,9 kWh/m² instraling gemeten door het KNMI in Nederland, wat 9,0% meer zou zijn dan in juli 2025. De extremen zijn weer flink, tussen 161,1 kWh/m² in Groningen, en in 200,1 kWh/m² in Zeeland. De relatieve verschillen met juli 2025 lagen tussen de +0,4% in Fryslân, en +14,7% in Noord-Brabant.
De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (ruim 1.000) Nederlandse contribuanten op 128,6 kWh/kWp in juli 2026, wat, volgens Boonstra, 8,7% meer was dan in dezelfde maand in 2025. Rode lantaarndrager was ditmaal Groningen, met 113 kWh/kWp. Zeeland had weer de hoogste gemiddelde productie, 143 kWh/kWp, gevolgd door Zuid-Holland en Limburg (137 kWh/kWp). De productie in Zeeland lag daarmee gemiddeld 27% hoger dan in Groningen.
De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 129 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), voor de tweede maal dit jaar, en al voorspeld in een vorige update, bijna 6% onder het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland, 137 kWh/kWp) uit. Dit komt waarschijnlijk door het voortdurend warme weer, wanneer onze oude, niet zeer efficiënte micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden.
De relatieve afwijkingen t.o.v. de productie cijfers in juli 2025 hadden een spreiding van +0,8% in Fryslân, tot +13,2% in Gelderland.
Cumulaties
In de eerste 7 maanden van 2026 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een hoeveelheid van gemiddeld 827,0 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 1,6% lager dan de instraling in dezelfde periode in 2025 (tm. juni nog -4,2%). De gemiddeld genomen laagste instraling in die zeven maanden werd gemeten in Groningen, 792,9 kWh/m². Zeeland heeft inmiddels de 1e plek van Zuid-Holland afgepakt, met 857,6 kWh/m². Daarbij ontving ze gemiddeld 3,7% meer instraling dan in Groningen. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in januari tm. juli 2025, liggen deze tussen de extremen -3,1% in Zuid- en Noord-Holland, resp. +2,7% in Fryslân.
Voor de eerste 7 maanden van 2026 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 627,0 kWh/kWp, 3,3% minder productie, dan in dezelfde periode in 2025 (tm. juni was dit nog -6,0%). De extremen kwamen ditmaal weer voor in Drenthe (592 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 666 kWh/kWp (12,5% hoger dan in Drenthe). In relatieve zin, was de minder opbrengst t.o.v. januari - juli 2025 inmiddels het hoogst in Noord-Holland (-5,3%), en het laagst in Overijssel (-1,0%). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie in het voorjaar van 2025, in januari tm. juli 2026, in Leiden, 1,9% beter (660 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 648 kWh/kWp. Dit was nog 3,9% tm. juni dit jaar.
Verschillen
instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter
kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de
instralings-data. Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk
deels terug te voeren op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk
uitvallende omvormers bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet
- gebieden (woonwijken e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling
van PV installaties bij klanten met een dynamisch stroom contract,
in periodes met negatieve stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk
stapsgewijs gaan toenemen, zeker vanaf begin 2027, wanneer er niet
meer zonnestroom "gesaldeerd" mag worden.
In 2025 was de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra, in een vorige update, 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie. In de 1e 7 maanden van 2026 was de situatie weer als vanouds.
Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad. Voor diverse nieuwe zaken op de website, zie samenvatting onder het bericht van 1 mei 2026.
Resultaten Siderea.nl
Voor juli 2026 ("uitstekende maand", 10% hogere haalbare opbrengst dan in referentie periode 2006-2025) worden haalbare specifieke opbrengsten van 127 kWh/kWp in Groningen, tot 161 kWh/kWp in Zeeland, voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO getoond. Tot waarden van 130, resp. 164 kWh/kWp voor dezelfde stations, voor installaties met optimale oriëntaties, op Z.
Voor januari tm. juli 2026 liggen de prognoses tussen de 704 kWh/kWp voor centraal Gelderland, tot 769 kWh/kWp in Zeeland. Omdat dit nog niet een volledig jaar betreft, zijn de data bij Siderea in rood weergegeven.
Voor de door Siderea nieuw-vastgestelde langjarige referentie periode 2006-2025 (voorheen daar: 2001-2020) berekende Siderea voor alleen de maand juli haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 123 kWh/kWp (centraal Gelderland) en 140 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "licht beschaduwde zonnepanelen met hellingshoek 40 graden op ZW of ZO". En van 125 kWh/kWp (Veluwe, Gld), tot 144 kWh/kWp in Den Helder, NH, voor "optimale oriëntaties" op zuid.
Voor de kalenderjaar (januari tm. december) potenties, voor genoemde, aangepaste "referentie" periode van 2006-2025, liggen de laagste waarden in centraal Gelderland (Veluwe, 911 resp. 969 kWh/kWp), de hoogste in de Kop van Noord-Holland (1.016 resp. 1.087 kWh/kWp), resp. Zeeland (1.004 resp. 1.072 kWh/kWp), op de voet gevolgd door het Friese Stavoren (1.000 resp. 1.071 kWh/kWp).
Ideaal versus realiteit
Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd, of, tegenwoordig, moeten opereren. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.
Nationaal Klimaat Platform had voor het eerst in langere tijd weer een kwartaalbericht (QII van 2026), gepubliceerd op 1 juli 2026, met als boodschap: "productie energie uit hernieuwbare bronnen groeit, maar oplevering van nieuwe productie vermogens stagneert". Zie de vorige bespreking voor een samenvatting. Hierna is geen nieuwe update verschenen voor juli.
De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin augustus 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.
Energieopwek.nl
De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser (al een tijdje gepensioneerd), die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus dan in eerdere overzichten. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (in een vorige update gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.
In juli 2026 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op de 15e bereikt, met een berekende output van gemiddeld 7,2 GW, slechts marginaal lager dan het record in de voorgaande maand, 7,22 GW op 22 juni 2026. Het is dus ook nog steeds iets lager dan het nieuwe historische record berekend, voor 2025, inmiddels voor 12 juni (7,24 GW). We zullen dus zeer waarschijnlijk dit jaar geen nieuw record meer krijgen. Augustus is vaak gemiddeld warmer, wat de output efficiëntie van kristallijn silicium onderdrukt, en de zon komt alweer rap lager aan de hemelkoepel te staan.
In juli 2025 werd de (record) maximale waarde op de 1e bereikt, met gemiddeld 6,75 GW. Juli 2026 piekt nu dus duidelijk, bijna 7% hoger, 14 dagen later. Ondanks het efficiëntie drukkende warme weer, is de uitbundige hoeveelheid zoninstraling in juli 2026 debet geweest aan dit positieve verschil.
Record waarden per maand
In de voorliggende maand en werden, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende (meest recente) data:
22 juni 2026 (7,22 GW), 28 mei (7,16 GW), 29 april (6,74 GW), 19 maart (5,01 GW), 25 februari (3,60 GW), 22 januari (1,78 GW).
25 december 2025 (1,93 GW), 21 november (2,23 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 12 juni (7,24 GW, het nieuwe all-time-high maand record), 19 mei (6,89 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW), 13 januari (2,13 GW).
En voor 2024: 1 december 2024 (1,54 GW), 3 november (2,31 GW), 5 oktober (3,95 GW), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW).
In 2023 werd het voorgaande jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (bij eerst-publicatie was dat nog maar 5,85 GW).
Het nieuwe dag-"record" voor de maand juli 2026, op de 15e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 7,2 (GW) x 24 (uren) = 172,8 GWh. Dat ligt, zoals al gezegd, marginaal, 6,7% hoger dan het hoogste (record) niveau in juli 2025 (1e: 162,0 GWh).
Momentane vermogens-pieken
Voor de maand juli 2026 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 20,34 GW, niet op de 15e (19,8 GW), maar 2 dagen eerder, op de 13e behaald. Het is daarmee een nieuw momentaan record, wat het voormalige hoogste niveau, 20,06 GW op 12 juni 2025, nu naar de 2e plaats heeft verwezen. De in de vorige update gewekte suggestie, dat dit niet waarschijnlijk leek te zijn, gezien de grote warmte in deze maanden (die de vermogens-output normaliter flink onderdrukt), kan daarmee alweer in de prullenbak.
Op 10, 14, en 15 juli 2026 kwam het momentane vermogen ook tijdelijk hoog uit, maar nog wel onder de 20 GW. Genoemde pieken liggen niet veel lager dan het nieuwe historische record van 13 juni 2026.
Hierbij is verder geen rekening gehouden met al enige tijd optredende curtailment (afschakel) volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde (dus: niet berekende) volumes verder onder druk zullen gaan zetten. Deze zijn beslist niet exact te becijferen, omdat veel van dergelijke informatie bedrijfsgeheim is, tenzij wettelijke voorschriften publicatie van die volumes zullen verplichten.
Solarcare 2025
Het bekende monitoring platform van Solarcare had eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr.
Zoals reeds verwacht, zijn begin 2026 de resultaten over 2025 gepubliceerd. Deze zijn beduidend hoger dan in 2024. Toen werden door ongeveer 2.000 geselecteerde PV-installaties (totaal plm. 20 MWp, dus gemiddeld zo'n 10 kWp per project) genormeerde producties behaald van gemiddeld 930 kWh/kWp, wat gemiddeld genomen zo'n 13% hoger was dan in 2024. De spreiding over heel Nederland was een zeer lage 780 kWh/kWp in Drenthe, tot een max. van 990 kWh/kWp voor Zeeland, en zelfs een regionale outlier van 1.050 kWh/kWp op Texel. Een "verondersteld gemiddelde installatie", met een opgesteld generator vermogen van 3,5 kWp zou in 2025 een jaaropbrengst van gemiddeld 3.287 kWh hebben gehad, volgens Solarcare. Opvallend is wederom, dat mei 2025 als meest productieve maand wordt gezien in de Solarcare analyse.
Het is hierbij goed om te beseffen, dat belangrijke deelpopulaties, die normaliter veel hogere specifieke opbrengsten halen, de zonneparken, en de grote rooftop projecten op DC's van meerder MWp-en hierbij niet vertegenwoordigd lijken te zijn.
Anton Boonstra vergeleek later zijn productie resultaten met die van Solarcare voor 2025 (Bluesky post van 2 februari 2026), en kwam tot enkele opvallende verschillen, met name voor de provincies Drenthe (veel lager bij Solarcare) en voor Flevoland (beduidend hoger bij Solarcare). De oorzaak van die verschillen zijn vooralsnog onbekend. De gemiddelde waarden voor heel Nederland ontlopen elkaar echter niet veel (919 AB, 930 kWh/kWp Solarcare).
Solarcare heeft helaas haar activiteiten be-eindigd, Pierre Gerrissen kondigde dit in mei 2026 op Linkedin aan. De links naar de specifieke opbrengsten van de gemonitorde systemen per kalenderjaar zijn niet meer te vinden, de website naam staat inmiddels te koop ...
Bronnen, achtergrond artikelen
Meetdata Polder PV sedert maart 2000
Extern:
Juli 2026. Zeer warm, zonnig en droog (1 augustus 2026, maandbericht KNMI, voorlopig)
Zeer droge, warme juli (31 juli 2026, nieuwsbericht KNMI)
Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (definitief jaaroverzicht KNMI 2025, 7 januari 2026)
Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)
Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)
De staat van ons klimaat 2025: Nederlands weer in tijden van klimaatverandering (29 januari 2026, nieuwsbericht KNMI met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, de progressie van de instraling per kalenderjaar [slide 11], en het berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 15. Op de berekende zonnestroom productie had Polder PV echter wel onderbouwd commentaar, zie draadje op Bluesky, 28 januari 2026)
De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage over dat jaar)
Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)
Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)
En verder:
Overzichten Anton Boonstra op Bluesky
Gemiddelde horizontale instraling per provincie in juli 2026, resp. januari tm. juli 2026 (post 3 aug. 2026)
Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie van ruim 1.000 installaties per provincie in juli 2026 (post 3 aug. 2026)
Gemiddelde zonnestroom productie PVOutput.org populatie per provincie in januari tm. juli 2026 (post 3 aug. 2026)
Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)
Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea
2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Nationaal Klimaat Platform voor kalenderjaar 2025
SolarCare en Solar Boulevard monitoring gaat stoppen! (Linkedin, mei 2026)
2025 solar resource overview in maps: A year of exceptional highs and lows (7 januari 2026; blog artikel instralings-specialist Solargis over globale verschillen in instraling in 2025 t.o.v. langjarig gemiddelde. Europa deels 4-10% meer instraaling, oost Azië 15-20% meer, India en delen van Zuid en Midden Amerika 7-14% minder dan langjarig gemiddeld)
Solargis data helps unveil new insights into Europe’s solar radiation trends (16 februari 2026; blog artikel Solargis over langjarige trends van instraling in periode 1994-2023 in Europa. Gemiddeld 2,1 W/m² per jaar toename van de instraling, niet homogeen verdeeld over Europa, combinatie van effecten verminderde aerosol concentratie / luchtvervuiling en wijzigingen in wolkendek)
Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:
Aandeel energie uit hernieuwbare bronnen tm. juli 2026 boven 2 eerdere prognoses, maar onder 39% scenario voor 2030 (posted 4 augustus 2026)
Profielfactor zonnestroom juni - juli 2026 hoger dan helft baseload stroomprijs (posted 4 augustus 2026)
De "worteltjesgrafiek" van juli 2026 - met zeer lange penen - 23% van de tijd zonnestroom + wind productie goed voor totale stroom vraag (posted 4 augustus 2026)
CO2 footprint Nederlandse stroom mix na langere tijd flink daling naar stabilisatie op lager niveau (posted 3 augustus 2026)
Hernieuwbare bronnen leverden over periode van een jaar gerekend in juli 2026 ruim 57% van in Nederland gebruikte elektriciteit (posted 2 augustus 2026)
Zonnestroom productie januari 2020 tm. juli 2026 in 1 grafiek. Berekend: 6% meer productie in juli dan in dezelfde maand in 2025 (posted 1 augustus 2026)
Lichte stijging stroomverbruik Nederland begint eindelijk wat vorm te krijgen, maar veel lager dan voorspeld (posted 1 augustus 2026)
"Landen met veel zonnestroom hebben vaak negatieve stroomprijzen" (maar curves in diverse landen knikken alweer omlaag) (posted 28 juli 2026)
28 juli 2026: Slecht nieuws SDE statistieken continued, fors uitgeklede update status 1 juli 2026. Naar aanleiding van publicatie van het SDE overzicht van 1 april jl. door RVO signaleerde Polder PV reeds ernstige problemen met de informatie voorziening, die fors is ingekrompen, naar aanleiding van een uitspraak door de voorzieningen rechter over al dan niet te publiceren SDE statistiek data (WOB verzoek Financieel Dagblad), zie bericht van 30 april 2026. Ondertussen is duidelijk geworden dat er géén vermogens-data meer zullen worden gepubliceerd, noch zullen worden (na) geleverd, over de status quo van de SDE regelingen, wat een genadeschot voor de reeds jaren door Polder PV gepubliceerde, gedetailleerde statistieken is geworden. Vandaar dat vanaf de huidige publicatie van de cijfers per 1 juli dit jaar, er een fors uitgeklede versie van deze status update plaatsvindt. Met alleen cijfers over de (resterende) aantallen beschikte en gerealiseerde projecten, en enkele andere bespiegelingen. Voor een bijna volledige update tot en met april dit jaar, toen nog inclusief de zeer belangrijke capaciteits-data, zie de vorige analyse.
Genadeschot - vermogens-info definitief door RVO ge-elimineerd
Op 23 juli 2026 werd de SDE update van 1 juli 2026 door RVO gepubliceerd. Zoals al gevreesd door Polder PV (zie het "onder voorbehoud" in de introductie van het april rapport), waren, net als in de april update, de vermogens, en de maximale subsidiebedragen geschrapt, en kan er alleen iets worden gezegd over de evolutie van de aantallen project beschikkingen, en de ooit voor die plannen door RVO vastgestelde ongewijzigde, dan wel neerwaarts bijgestelde (bij kleiner dan beschikt uitvoering) maximaal uit te keren subsidie. Omdat Polder PV bij de april update bij navraag een geanonimiseerd cumulatieven lijstje per SDE regeling kreeg geleverd door RVO, kon hij het grootste deel van zijn al jaren uitgevoerde analyses continueren, zie aldaar (link hier boven). Echter, toen ik deze maal weer zo'n in feite eenvoudig, volautomatisch uit de primaire bestanden te extraheren cumulatieven lijstje, en de realisaties per kalenderjaar opvroeg, kreeg ik ditmaal van RVO nul op rekest. Met als motivatie (mijn vetdruk):
"... hoewel uw suggesties gewaardeerd worden ... kan ik u niet toezeggen dat we deze ook daadwerkelijk gaan opvolgen. Het is ook niet de bedoeling dat RVO voor elke situatie maatwerk publiceert, de cijfers zijn immers voor algemeen gebruik. Daar kan wel eens een uitzondering op worden gemaakt, maar het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat we aan elk verzoek gehoor geven. Uw verzoek kan ik dus niet honoreren, en u zult het dus moeten doen met de informatie zoals deze is gepresenteerd."
Wat dus impliciet inhoudt, dat we vermogens-data van de SDE regeling, zelfs op aanvraag geanonimiseerd in cumulatieven, op onze buik kunnen schrijven. En we dus maar moeten afwachten, of daar überhaupt nog iets over gepubliceerd zal gaan worden. Áls dat al zou geschieden, dan vermoedelijk in de "Monitor Zon-PV", voor 2024 voor het laatst verschenen, maar die verschijnt maar 1 maal per jaar, in het najaar, en is beslist niet zo detailrijk over de SDE regelingen zoals in de kwartaal rapportages tot april 2026.
Dat houdt dus ook in dat álle afgeleide berekeningen, waarbij vermogen een essentieel basis element vormt (gemiddelde vermogen per beschikking, per regeling, en evoluties daarvan) niet meer gemaakt kunnen worden, en dat dus een aanzienlijk deel van de jarenlange rapportages van Polder PV niet meer kan worden gecontinueerd.
U kunt zich wellicht voorstellen, dat Polder PV, die zich al vele jaren druk maakt omtrent de talloze drama's rond de PV statistieken in Nederland, hier inmiddels behoorlijk giftig van wordt...
Resultaten status SDE regelingen 1 juli 2026
Blijft over wat er nog aan magere resultaten uit het gepubliceerde maandrapport ge-extraheerd kan worden, daar ga ik nu, in deze "uitgeklede analyse", op in.

Deze nieuwe grafiek geeft de evolutie weer van de status updates van de accumulatie van alle gerealiseerde SDE beschikkingen voor zonnestroom, sinds begin 2020. Elke kolom is een stapeling van alle SDE regelingen, van SDE 2008-2010 (blauwe tinten), de omvangrijke hoeveelheid onder de SDE "+" regimes (SDE+2011 tm. SDE+2020 I, rode-gele tinten), en bovenaan, de recentere SDE "++" regelingen (SDE++2020 II tm. SDE++2024, groene tinten). De resultaten voor de laatst toegevoegde update, van 1 juli 2026, vindt u helemaal rechts.
Zeer duidelijk is, voor de cumulatie van de aantallen beschikkingen die zijn gerealiseerd ("ja-vinkje" in de RVO overzichten), dat er een flinke groei plaatsvindt tot het voorjaar van 2025 (van 18.489 gerealiseerde beschikkingen in de update van januari 2020 naar 30.623 exemplaren in april 2025), maar dat bij de overgebleven realisaties in de RVO bestanden sindsdien weer een duidelijk neergaande lijn is te zien. Tot nog maar 27.161 exemplaren begin juli 2026 (5,6% minder dan begin april 2026). Hoe komt dat?
Dit is het gevolg van het feit, dat, net zoals bij de databank van VertiCer (laatste update tm. juni 2026, in 2 delen, alhier), de status bij RVO het netto resultaat is van nieuw bijgeschreven realisaties in een bepaalde periode, minus het aantal uitschrijvingen dan wel "vervallen beschikkingen". Jarenlang zijn er vele duizenden ooit toegekende beschikkingen vervroegd af- danwel uit-geschreven, vanwege een complex aan redenen (slecht onderbouwde aanvraag, dak ongeschikt, dak eigenaar niet (meer) akkoord, netcapaciteit niet meer toereikend bij start planning bouw, daardoor veroorzaakte dreigende overschrijding van de gedoogde realisatie datum voor het project, business-case niet (meer) rond te krijgen, gestegen kosten, andere veranderde marktomstandigheden, etc., etc.). Dat was de hoofdoorzaak, dat de basis voor de overgebleven volumes steeds kleiner werd. Deze ontwikkeling is echter jaren lang volledig gemaskeerd door het feit dat er, tegelijkertijd, óók heel erg veel nieuwe projecten daadwerkelijk werden gerealiseerd. Die groei was jarenlang zo groot, dat het totaal aan (netto overgebleven) realisaties, zoals in de grafiek getoond, elke rapportage weer toenam.
Bestand SDE erodeert snel
We zien de laatste rapportages inmiddels, dat de ook al vele jaren durende "erosie" bij de eerste drie SDE regelingen (blauwe kolom segmenten), die ook altijd cijfermatig zijn onderbouwd en getoond door Polder PV in zijn ruim vijftig rapportages over de SDE regelingen, nu een hoog niveau heeft gekregen. Talloze van die oudere SDE projecten, hebben hun maximale subsidie periode (meestal 15 jaar) achter de kiezen, en velen daarvan zijn ook actief uitgeschreven uit de RVO databank, en dus niet meer zichtbaar. Het zegt echter niets over eventuele gecontinueerde exploitatie van onderhavige projecten, mede vanwege het feit dat de meeste goed aangelegde PV systemen een véél langere levensduur hebben. Ook al verdwijnen ze uit de RVO bestanden (en ook uit deze grafiek), ze kunnen beslist nog verder worden ge-exploiteerd door de eigenaren. Al is er verder geen enkel "zicht" op dergelijke situaties, dat wordt namelijk helemaal niet bijgehouden in Nederland ...
Sinds begin 2020 is van de eerste drie SDE regelingen aan gerealiseerde beschikkingen medio 2026 nog maar ruim de helft (52,4%) over in de bestanden van RVO, de rest is daar al uitgeschreven.
De sterk neerwaartse curve voor deze 3 eerste SDE regelingen is de belangrijkste oorzaak, dat het netto overgebleven totale volume van álle SDE regelingen (tm. SDE 2024) al langere tijd ook duidelijk neerwaarts bijgesteld wordt, bij elke nieuwe update.
Bestand SDE "+" na piek weer wat kleiner wordend
We zien de totale netto aantallen gerealiseerde beschikkingen onder de SDE "+" regimes (rode tot geel gekleurde kolom segmenten) in dit overzicht rap groeien, van 8.545 exemplaren in de update van begin 2020 (SDE 2011 tm. eerste 40 exemplaren voor SDE 2019 I), naar maximaal 19.261 stuks, voor alle betreffende 14 SDE "+" regelingen, in de update van 1 januari 2025. Daarna neemt ook bij deze serie regelingen het netto overgebleven volume weer wat af, door uitschrijvingen van gerealiseerde projecten uit de RVO databank, tot er in de update van juli 2026 nog maar 18.998 zijn overgebleven. Dat is nog wel 99% van het genoemde piek volume voor de SDE "+" projecten.
Bestand realisaties SDE "++" nog vrij klein, wel continu doorgroeiend
Realisaties uit de eerste SDE "++" regeling, de najaarsronde van SDE 2020, verschijnen vanaf de RVO update van 1 oktober 2020, gevolgd door de latere regelingen onder dat regime (groene kolom segmenten). Stapsgewijs nemen de volumes toe, om in de update van juli 2026 voorlopig te eindigen op 2.956 exemplaren, al 57 maal het eerst bekende volume. De verwachting is dat hier nog veel gerealiseerde beschikkingen aan zullen worden toegevoegd. Wel is duidelijk, dat het enorme gerealiseerde volume onder SDE "+" beslist niet gehaald zal gaan worden, ook al omdat bij de aantallen beschikte aanvragen al jaren een sterk neerwaartse trend zichtbaar is (netcongestie en felle competitie om de subsidie miljarden met talloze andere CO2 verminderende technologie platforms).
Dynamiek totaal anders dan bij capaciteit
De hier getoonde dynamiek bij de cumulaties van de overgebleven aantallen is compleet anders dan bij de capaciteiten, zoals bekend tot en met de update van 1 april 2026. Daar zijn de totale realisaties continu toegenomen, al is wel degelijk ook daar het volume onder met name de oudste 3 SDE regelingen duidelijk afgenomen. Omdat het in die eerste regelingen echter sowieso om zeer lage totale capaciteiten is gegaan (zie de flinterdunne schijfjes helemaal onderaan de capaciteitsgrafiek in genoemde update), vallen die verliezen totaal in het niet bij de zeer grote capaciteits-volumes die latere realisaties in de SDE "+", en SDE "++" regelingen hebben toegevoegd. Met andere woorden, terwijl bij de aantallen realisaties het netto totaal volume duidelijk aan het afnemen is, was die bij de capaciteit jaren lang continu door gegroeid. Dit is het gevolg van de voortdurende, enorme schaalvergroting van gerealiseerde projecten, met name binnen de diverse SDE regimes. Die schaalvergroting vindt zowel plaats op daken (met name grote distributie centra e.d.), als in het veld.
Details bij verliezen aantallen beschikkingen
Per SDE regeling zijn wel weer het aantal uitgeschreven beschikkingen sinds de vorige update (april 2026) te bepalen. Helaas niet meer voor de capaciteit, daar is niets zinnigs meer over te melden, omdat die cijfers niet meer door RVO worden verstrekt (zie de april 2026 update voor het laatste staatje op dat vlak). Uitschrijving wil zeggen: niet meer aanwezig in het RVO databestand. Dat kan meerdere oorzaken hebben, zoals een ramp (brand, storm), waarna besloten zou kunnen zijn om geen nieuw of vervangend project meer aan te leggen (en actief uit te schrijven bij RVO), een actief besluit om geen beroep meer te doen op de SDE subsidie (ander verdienmodel o.i.d., nieuwe eigenaar van het gebouw die de regeling laat voor wat die is), of, in de meeste gevallen, verlopen van de maximale subsidie termijn incl. eventueel bonus jaar (max. 16 jaar bij PV). Dit alles dan wel, gepaard gaand met actieve uitschrijving bij RVO. Wat verder niets zegt over eventuele continuering van de exploitatie zonder SDE subsidie.
In bovenstaand overzicht blijkt de afvoer van aantallen beschikkingen wederom, net als in de voorlaatste updates, als een normale gang van zaken te zijn opgetreden, de meeste regelingen zijn weer beschikkingen (en, ongetwijfeld, maar getalsmatig niet meer bekend gemaakt, capaciteit) kwijtgeraakt. Record houder voor de aantallen is wederom de oudste SDE regeling, SDE 2008, met een nieuwe uitschrijving van 637 beschikkingen in een kwartaal tijd. Daarmee zijn er, van de oorspronkelijk toegekende 8.033 exemplaren, inmiddels nog maar 1.465 over, die kennelijk nog staan ingeschreven bij RVO. Het overgebleven volume is nu zelfs al lager dan de overgebleven 2.233 exemplaren bij SDE 2010, wat echter ook al met een aardig verlies werd geconfronteerd (zie tabelletje hierboven).
Opvallend in de basis-lijst van RVO is, dat nu voor de derde maal een onterecht opgevoerde "dubbelaar" (zonnepark Broekstraat) voorkomt. Ik heb deze inmiddels gemeld bij het Agentschap, er zou door de data specialisten naar gekeken worden ...
De totale, netto uitval t.o.v. de vorige update betreft een volume van 1.789 beschikkingen, ruim drie maal het verlies in de april 2026 update (582 exemplaren verdwenen). Hierbij is genoemde anomalie (de "dubbelaar") weer niet meegenomen. Dit is echter niet het hoogste uitval volume. In de update van 1 april 2022 ging een bizar hoog, historisch volume van 4.062 beschikkingen verloren.
In de volgende grafiek heb ik de verliezen van de aantallen beschikkingen in de loop van de tijd zichtbaar gemaakt, per SDE regeling. De grafiek voor capaciteiten is niet meer bij te werken, aangezien die data niet meer zijn gepubliceerd, zie daarvoor het exemplaar in de april 2026 update.
Aantallen beschikkingen per SDE regeling - uitval in beeld

In de hierboven weergegeven grafiek wordt de evolutie van de overgebleven aantallen SDE beschikkingen voor PV projecten in de loop van de tijd vervolgd, per regeling, en met een markering per peildatum, beginnend op 1 januari 2020. Toen waren de meeste SDE regelingen al langer "actief". Later actief geworden regelingen zijn, vanaf de peildatum dat er voor het eerst data van bij RVO verschenen, met een eigen kleurstelling opgenomen, van SDE "+" 2019 II tm. SDE "++" 2024.
Sommige SDE regelingen kenden slechts geringe volumes beschikkingen en/of het verloop is zeer gering in de loop van de tijd. Maar er zijn meerdere SDE regelingen waarbij de verliezen groot, tot zelfs catastrofaal zijn geweest. De meest impact hadden de uitschrijvingen onder SDE 2020 I, waarvoor de overgebleven volumes in de getoonde periode onderuit gingen, van 6.882 naar nog maar 2.383 beschikkingen, begin QIII 2026. Er was toen nog maar minder dan 35% over van de beginwaarde in de grafiek. Ook de aantallen in andere "recente" regelingen, eroderen sterk, wat voor een belangrijk deel te maken heeft met de overal optredende netcongestie, die realisatie van veel nieuwe projecten onmogelijk maakt. Meestal omdat de periode waarin de beschikking verzilverd moet worden te kort is geworden in combinatie met andere factoren.
Let ook op de structurele, voortgaande uitholling van het aantal overgebleven exemplaren onder de oudste regeling, SDE 2008. Waarvan de uitschrijving bij RVO sinds het 2e kwartaal van 2024 al in de versnelling leek te zijn gegaan. En in de 4 laatste updates een zeer forse neerwaartse trend laat zien, met talloze nieuwe "uitschrijvingen" uit de RVO databank. Bij de SDE 2009 en SDE 2010 zijn nu ook duidelijke dips in de curves te zien, met veel uit de databank verdwenen project realisaties als oorzaak. Ook laat, opvallend, de vrij recente regeling SDE 2023, al een merkbaar neerwaartse trend zien. Wat laatstgenoemde regeling betreft, zal dat zeker om problemen met aansluiting aan het net zijn gegaan, waardoor de ontwikkelaars nogal wat projecten hebben moeten staken, vermoedelijk omdat de realisatie datum niet meer gehaald kon worden.
In de update van oktober 2025 is ook voor het eerst SDE 2024 opgenomen, die niet zeer veel beschikkingen had verzilverd voor solar, en die in dit diagram rechtsonderaan zichtbaar is geworden, met nog weinig geregistreerd verlies.
Verlies percentages
Wat de totale aantallen verloren gegane beschikkingen betreft, zijn de procentuele "verliezen" (lees: uitschrijvingen) momenteel het hoogst: onder de 3 SDE regelingen SDE 2008 (-81,8% t.o.v. oorspronkelijk beschikt), onder de 14 SDE "+" regelingen SDE 2012 (-72,7%), resp. onder de 5 SDE "++" regelingen SDE 2021, die met 70,5% verlies de vorige "kampioen", SDE 2020 II (-67,9%), in negatieve zin heeft ingehaald. Voor de capaciteiten zijn deze helaas niet meer actueel bepaalbaar vanwege de door RVO geschrapte basis data. Voor de laatste stand van zaken, zie de tabel in de 1 april 2026 update.
Het allergrootste deel van de omvangrijke verliezen betreft beschikkingen voor dakgebonden projecten. Toekenningen voor grondgebonden en/of drijvende zonneparken werden in een lange periode zelden terug getrokken, omdat er door ontwikkelaars vaak al veel geld in de plannen was gestoken, er al vroeg netcapaciteit was gecontracteerd met de regionale netbeheerder, en er een grondige (soms zelfs jaren lange) voorbereiding had plaatsgevonden. De meeste grondgebonden projecten met SDE beschikking(en) die in het verleden waren gestaakt, en die Polder PV in een apart overzicht bijhoudt, betreft kleinere projecten, met enkele honderden kWp tot een paar MWp in de oorspronkelijke plannen. Hier is voor het eerst in de update van oktober 2023 verandering in gekomen, toen een behoorlijke hoeveelheid grotere zonnepark beschikkingen waren ingetrokken, en waarvan destijds door Polder PV werd gehoopt, dat ze onder iets minder ongunstige condities, onder SDE 2023 opnieuw konden indienen. Uit een recente analyse van de gepubliceerde SDE 2023 regeling blijkt inderdaad, dat vrijwel het gehele volume aan toen ingetrokken grondgebonden projecten, daadwerkelijk weer een (of meer) beschikkingen onder SDE 2023 hebben weten te verzilveren (analyse PPV).
Desondanks staat er in de "afvoer" map van Polder PV inmiddels ook al een fors volume aan - deels SDE beschikte - zonnepark plannen. In de omvangrijke zonnepark update van begin 2026 is Polder PV daar wederom kort op ingegaan.
12,0 miljard Euro uit boeken verdwenen en/of misgelopen
In vergelijking met de oorspronkelijk toegezegde maximaal haalbare budgetten voor alle toegenende SDE beschikking, is reeds een enorme hoop potentieel beschikbaar subsidiegeld verdwenen. Dit heeft drie oorzaken. Ten eerste zijn er reeds vele duizenden beschikkingen actief ingetrokken om een veelheid aan redenen. Ten tweede, zijn veel toekenningen uiteindelijk door RVO ongeldig gemaakt, omdat de projecten niet binnen de gestelde termijn en voorwaarden gerealiseerd konden worden. Ten derde, is er al een flinke toename van actief bij RVO uitgeschreven project beschikkingen, waarvoor de 15 jaar (plus evt. bonus-jaar) subsidie termijn is verstreken. En, ten vierde, zijn heel veel beschikkingen, soms veel, kleiner uitgevoerd, dan waarvoor oorspronkelijk capaciteit werd toegekend. Met een neerwaartse bijstelling van de capaciteit, wordt ook het maximaal haalbare subsidie bedrag voor de betreffende beschikking in negatieve zin aangepast (als alle administratie volgens de boekingsregels verloopt).
Dit alles leidt ertoe, dat er veel minder geld, grotendeels al toegekend voor daadwerkelijk gerealiseerde productie, is, of nog wordt uitgekeerd aan de (overgebleven) PV projecten onder de verschillende SDE regimes.
Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2024 hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, ruim 14,3 miljard Euro (over een periode van maximaal 15 jaar exclusief "banking year"), tm. SDE 2022 is dat momenteel nog ruim 13,3 miljard Euro. In de versie van 1 april 2026 was het overgebleven maximale subsidie bedrag tm. SDE 2022 nog ruim 13,5 miljard Euro, waarmee inmiddels alweer maximaal 226 miljoen Euro in een kwartaal tijd is uitgeschreven, dan wel verdampt voor de sector. In de vorige update was dat nog 150 miljoen Euro. In april 2022 was er een catastrofaal verlies van zelfs 1.284 miljoen Euro vanwege de enorme hoeveelheid (rooftop) beschikkingen die toen met name voor de SDE 2020 I regeling verloren gingen.
Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2024 voor zonnestroom maximaal voor zo'n 26,3 miljard Euro aan subsidie toekenningen uitgegeven door RVO en haar voorgangers. Gezien bovenstaande cijfers, hebben de zonne-energie branche, en de talloze niet aangesloten binnenlandse en buitenlandse organisaties die ook PV projecten ontwikkelen, in totaal al voor 12,0 miljard Euro aan potentieel niet ingevuld, is dat verloren gegaan, of zijn de oudere projecten niet meer zichtbaar in de cijfers, omdat ze bij RVO zijn uitgeschreven.
Uiteraard staat tegenover het kolossale verlies aan potentieel ook een zeer groot volume aan daadwerkelijk gerealiseerde PV projecten via de diverse SDE regelingen. Maar de toevoegingen per kwartaal zijn niet meer te vergelijken met die in de "gouden jaren" 2018-2022. In de april 2026 update werden nog 69 nieuwe realisaties toegevoegd, in het afgelopen kwartaal tm. eind juni 2026 waren het er nog maar 55, verdeeld over de laatste 4 SDE "++" regelingen (6, 10, 34, en 5 nieuwe exemplaren voor SDE 2021 tm. SDE 2024). In de april update was de toegevoegde nieuw gerealiseerde, beschikte capaciteit nog 243 MWp, vanaf de juli 2026 update is daar slechts naar te raden, omdat alle vermogens-data zijn ge-elimineerd uit de publieke lijst van RVO (zie ook introductie). Daarbij komt ook nog de complicatie, dat van veel project beschikkingen, de capaciteit door RVO neerwaarts wordt aangepast als de betreffende projecten zijn opgeleverd. Een trend die ik al jaren signaleer, talloze aangevraagde projecten worden uiteindelijk, soms veel, minder groot gerealiseerd dan waarvoor oorspronkelijk is toegekend. Dat heeft grotendeels te maken met de overgebleven beschikbare netcapaciteit op de betreffende lokaties: vaak kan het oorspronkelijk geplande grote project niet worden gerealiseerd, en wordt er in veel gevallen dan maar een kleine(re) installatie aangelegd. Wellicht in de hoop dat er later alsnog kan worden uitgebreid.
Het absolute record bij de capaciteit nieuwbouw was te vinden in de update van 4 januari 2021, toen er netto 891 MWp werd toegevoegd aan de SDE data bij RVO. In eerdere regelingen werden hogere aantallen beschikkingen gerealiseerd, maar die waren per stuk flink kleiner, dan wat er tegenwoordig gemiddeld genomen wordt opgeleverd vanuit de SDE regelingen.
Met alle SDE regelingen bij elkaar, was het in de update van 1 januari 2024 voor het eerst in de geschiedenis, dat er meer dan dertigduizend toekenningen de status "realisatie" hadden bereikt, en die niet om een of andere reden weer waren afgevoerd uit de RVO databank. In de vorige 3 en huidige updates is dat door de forse netto negatieve groei weer afgenomen, naar inmiddels 27.161 overgebleven exemplaren (zie eerste grafiek in dit artikel), en zal het niveau van dertigduizend overgebleven beschikkingen niet meer kunnen worden behaald gezien de voortgaande, forse uitval van gerealiseerde beschikkingen. De bescheiden nieuwbouw van projecten uit de SDE "++" regimes zal dat tij niet kunnen keren.
Potentieel vermogens-volume - voor het eerst netto negatieve groei?
Om, voor medio 2026, resp. voor de toename in het tweede kwartaal van 2026, toch een poging te doen om het opgestelde, gerealiseerde vermogen te kunnen bepalen, hebben we de oorspronkelijke capaciteits-cijfers nodig, die RVO echter niet meer publiceert. Zouden we uitgaan van de cijfers voor de update van 1 april jl., een accumulatie van 13.853 MWp, bij een maximaal uit te keren subsidie van 12,97 miljard Euro, zou dat grofweg neerkomen op een kengetal van 936.141 Euro per MWp (max. haalbare subsidie). Passen we dat kengetal toe op de nu actuele, overgebleven 12,89 miljard Euro voor de update van 1 juli 2026, zou, volstrekt theoretisch, het geaccumuleerde beschikte gerealiseerde vermogen toen neergekomen kunnen zijn op 13.768 MWp. Hierbij dient een belangrijke disclaimer te worden opgenomen, want de dynamiek van zowel de nieuw ingeschreven (gerealiseerde) projecten (meestal grotere installaties), als de in de tussentijd uit de RVO databank uitgeschreven installaties (veelal wat kleinere projecten), kan nogal verschillend zijn, in de loop van de tijd. Dat heeft onherroepelijk invloed op de hoogte van de diverse getallen, en dus ook op de uitkomsten van zo'n berekening. Ergo, het "kengetal" van april toepassen op dat van juni, om het resterende gerealiseerde vermogen te berekenen, is risico-vol, de dynamiek van genoemde volumes kan beslist verschillen in de diverse periodes.
Als we bovenstaande kritische overwegingen terzijde schuiven, en de berekende 13.768 MWp als "goede benadering" zouden beschouwen, zou dit voor het eerst in de SDE historie resulteren in een negatief, netto nieuw toegevoegd vermogen van (13.768-13.853 =) -85 MWp. Dit zou voor het eerst zijn, dat ook bij de capaciteit inmiddels een "netto negatieve groei" van de in de databank van RVO overgebleven populatie met gerealiseerde PV project beschikkingen tussen twee kwartaal rapportages zou zijn opgetreden, als de hierboven weergegeven "terug rekening" hout snijdt. Bij de aantallen overbleven projecten is dit al veel langer het geval (eerste grafiek in dit artikel). Een vergelijkbare situatie zien we al heel lang in de databank van VertiCer, die uitsluitend gecertificeerde PV projecten kent, en wat al jaren met negatieve groei cijfers wordt geconfronteerd op maandelijkse basis, zowel bij de aantallen, als bij de capaciteiten.
Disclaimer extra
Let hierbij ook altijd op, dat de "capaciteit" (deze update berekend als 85 MWp negatieve groei t.o.v. het april rapport, excl. de zonnepark dubbelaar blunder van RVO), beslist niet het daadwerkelijke, fysiek gerealiseerde volume is, of hoeft te zijn. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Zoals meermalen gesteld, heb ik van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het capaciteit cijfer getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. RVO stelde de laatste paar jaar wel frequent de opgevoerde toegekende projecten middels (neerwaartse !) correcties bij t.o.v. de eerder beschikte volumes. Ze noemen dat "vrijval", maar ze beperken, erg vreemd, het tellen daarvan tot project beschikkingen waarvan de realisatie minder dan 90% bedraagt t.o.v. de oorspronkelijke beschikking ("gedeeltelijke vrijval" van capaciteit, wat 5% van de totale vrijval zou zijn geweest in 2024 [totaal = grotendeels ingetrokken beschikkingen + "gedeeltelijke vrijval"], zie Monitor 2025). Daar staat tegenover, dat voor projecten die groter worden uitgevoerd dan waarvoor staat beschikt, zeker in het verleden vaak gesignaleerd, RVO de beschikte capaciteiten vrijwel nooit aanpast in hun overzichten. Bovendien kunnen we nog heel wat meer neerwaartse bijstellingen gaan verwachten van reeds opgeleverde projecten, omdat informatie over feitelijke realisaties pas (zeer) laat op de RVO burelen kan arriveren. Die correcties verschijnen dan pas achteraf, in toekomstige updates.
Bovenstaande zal steeds moeilijker te traceren zijn, omdat vanaf de update van 1 april 2026, de individuele beschikte vermogens per beschikking niet meer worden gepubliceerd, alleen nog maar de maximale subsidiebedragen die van toepassing zijn ...
Dit alles, ook nog zonder de nieuwe projecten die géén SDE beschikking(en) hebben, maar die wel degelijk worden gerealiseerd. Ook daarvan heeft Polder PV al een forse, nog immer groeiende hoeveelheid in zijn project overzichten, die dus niet in de RVO records voorkomt. Ergo: de "betekenis" van de SDE populatie, is ook al enige tijd aan het eroderen, nogal wat nieuwe projecten worden immers al langer zonder SDE opgeleverd. En zijn dus helemaal niet bekend bij RVO.
Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder. Hierin zijn alle vermogens-gerelateerde cijfers grijs gemaakt (laatst bekende status: update 1 april 2026), voor de aantallen zijn de huidige, nieuwe cijfers voor de update van 1 juli 2026 gebruikt.
Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen - update 1 juli 2026
Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017, en details tot en met de update voor april 2026 (laatste vermogens-data beschikbaar) in het artikel van 30 april 2026.

^^^
KLIK op plaatje voor uitvergroting (komt
in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)
In deze regelmatig door Polder PV ververste hoofd-tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en de Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, waarbij de vijfde SDE "++" ronde (SDE 2024) in de update van oktober 2025 was toegevoegd, met inmiddels al enkele realisaties. De tabel bevat verder de actuele cijfers voor de aantallen projecten van de update van 1 juli 2026 voor alle oudere regelingen. Alle capaciteit gerelateerde data zijn van de laatst beschikbare update, 1 april 2026, daarna zijn deze gegevens NIET meer door RVO wereldkundig gemaakt ...
Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) project beschikkingen. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes. Ook wel: de projecten "pijplijn" genoemd.
Record hoeveelheden bij de oorspronkelijk toegekende beschikkingen vinden we bij SDE 2008 resp. SDE 2009 voor aantallen resp. capaciteit, onder de latere SDE regimes bij SDE 2020 I voor de aantallen, resp. voor SDE 2021 voor de toegekende capaciteit.
SDE 2022 - SDE 2024
Zowel de SDE 2022 als SDE 2023 hebben bij de oorspronkelijke toekenningen geen records gebroken, mede omdat de competitie met andere CO2 verminderende modaliteiten fel was, er al langer structurele netproblemen zijn waardoor in veel gevallen er geen aanvraag voor grote projecten gedaan kunnen worden in veel locaties, omdat de eisen voor zonnestroom projecten steeds stringenter zijn geworden, én omdat de kostprijzen tijdelijk waren gestegen i.p.v. gedaald.
Volgens de Kamerbrief voor SDE 2022 zouden er oorspronkelijk 1.505 beschikkingen voor PV projecten zijn afgegeven, goed voor 1.913,1 MWp, maar bij RVO bleken oorspronkelijk iets hogere volumes te zijn genoteerd, waar verder niets over is geventileerd op de sites van Min. EZK of RVO (zie update juli 2023). Voor deze regeling zijn vanaf een vorige update de startwaarden bij RVO weergegeven onder de "oorspronkelijk beschikte volumes".
Voor SDE 2023 is er geen verschil tussen de opgaves in de betreffende Kamerbrief, en de eerste publicatie van de beschikkingen lijst door RVO.
Voor SDE 2024 zijn er voor zonnestroom projecten relatief weinig aanvragen binnengekomen, 319 stuks, met een gevraagd vermogen van 2.023 MWp (kamerbrief van Hermans / MinKGG, van 17 december 2024, webarchive link). In een tweede kamerbrief, van 6 juni 2025, ging de inmiddels demissionaire minister in op de status bij de beschikkingen. Voor het domein Elektriciteit was alles al door RVO nagekeken, zonnestroom heeft ondanks de felle concurrentie, en de moeilijke marktomstandigheden, een nog redelijk volume van 281 beschikkingen, resp. 1.792 MWp, toebedeeld gekregen. Waarbij met name de schaalvergroting als opmerkelijk mag worden bestempeld (gemiddeld 6,38 MWp per beschikking, bij de grondgebonden zonneparken zelfs gemiddeld 23,8 MWp per stuk!).
In het document "Eindstand SDE++ 2024" van RVO, uitgewerkt door Polder PV in zijn analyse van 10 september 2025, en verschenen ná de tweede kamerbrief, waren er opeens 2 beschikkingen méér opgetekend door de ambtenaren, en een verzameld vermogen van 1.851,3 MWp, duidelijk meer dan in genoemde kamerbrief. Echter, in het totaal overzicht van 1 oktober 2025, van dezelfde ambtelijke organisatie, wordt weer gewag gemaakt van de oorspronkelijke volumes, 281 afgegeven beschikkingen, met 1.792 MWp capaciteit. Het is onduidelijk waar dat tijdelijke verschil aan heeft gelegen. Het zou erg toevallig zijn, dat tussentijdse wegval van beschikkingen op precies de in de Kamerbrief genoemde volumes terecht zou zijn gekomen. Ik houd, naar analogie van de situatie onder SDE 2023, de oorspronkelijke RVO volumes als "startwaarden" aan voor de SDE 2024.
Wegval beschikkingen
In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data wederom aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de status in de voorgaande update, van april 2026. Bij de aantallen overgebleven beschikkingen zijn voor alle regelingen, op 2 na, de volumes inmiddels verder omlaag bijgesteld, er vindt dus een forse uitstroom van geregistreerde projecten plaats, en/of er zijn veel beschikkingen alsnog ingetrokken. Details over de weg gevallen hoeveelheden capaciteit zijn niet meer voorhanden (grijs gemaakte waarden = status 1 april 2026).
Niet zichtbaar is het feit dat nog steeds zonnepark Broekstraat in Gelderland dubbel is opgevoerd in de huidige update. Deze evidente fout is inmiddels door Polder PV gemeld bij RVO. Daarmee zal een extra beschikking onder SDE 2019 I gaan uitvallen (alsmede de daarmee gepaard gaande, maar niet meer "zichtbare" capaciteit).
Over commentaar op de teloor gegane hoeveelheden beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes, verwijs ik naar de laatste update met beschikbare capaciteits-cijfers, die van 1 april 2026.
Grafiek update oorspronkelijke versus overgebleven aantallen beschikkingen
Om goed zichtbaar te maken wat de volumes aan teloor gegane (beschikte) aantallen zijn, heb ik in deze analyse wederom de volgende, bijgewerkte grafiek opgenomen. Voor de capaciteit kon die helaas niet meer worden gemaakt omdat RVO die, uiteraard ook aangepaste cijfers niet meer publiceert (zie de april update).
In bovenstaande grafiek links de stapel kolom met de aantallen oorspronkelijk uitgegeven PV beschikkingen, voor alle SDE (2008-2010), SDE "+" (2011-2020 I), resp. SDE "++" (2020 II-2024) regelingen. Met bovenaan de sommatie van wat ooit is uitgegeven voor solar: 62.811 beschikkingen tm. de recentelijk nieuw opgenomen SDE 2024. NB: het gaat hierbij niet om "projecten", omdat heel veel project sites meerdere beschikkingen hebben gekregen. In de rechter kolom de hoeveelheden die er in de RVO update van 1 juli 2026, tot en met SDE 2024, in totaal zijn overgebleven, als gevolg van voortdurende eliminatie van om wat voor reden dan ook weer verwijderde project beschikkingen uit de RVO database. Er zijn nu nog in totaal 27.822 beschikkingen over. Dat laatstgenoemde totaal cijfer is 44,3% van het oorspronkelijke toegekende volume (blauwe pijl). In de vorige update was dit percentage nog 47,1%, wat op een versnelling van de netto uitschrijvingen wijst. Ergo: ruim de helft, 55,7% van alle oorspronkelijk toegekende project beschikkingen is alweer verdwenen bij RVO. Bij de oudste regelingen betreft dit grotendeels uitschrijvingen, bij recentere exemplaren zijn de verliezen vooral te wijten aan grote hoeveelheden niet gerealiseerde projecten of om andere redenen weer ingetrokken beschikkingen.
Wat betreft de SDE "+" en opvolger regelingen, vallen de forse verliezen bij de populaire SDE "+" 2017-2018 regelingen hier op, en, recenter, onder SDE 2020 I, de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020 II, en inmiddels ook SDE 2021: De hoeveelheid overgebleven beschikkingen is nog maar 34,6% onder SDE 2020 I. SDE 2020 II heeft haar zelfs in negatieve zin ingehaald, met nog maar 32,1% van oorspronkelijk beschikt volume. SDE 2021, de nieuwe "verlies kampioen", heeft die regeling ook in negatieve zin gevolgd, en zit nog maar op een resterend volume van 29,5%. Onder de oude 3 SDE regelingen zijn er de afgelopen jaren continu plukjes beschikkingen uitgeschreven, in vrijwel elke RVO update. Die volumes nemen de laatste tijd fors toe; in de huidige update is weer een verlies van 637 beschikkingen onder het SDE 2008 regime vastgesteld, de twee opvolgende regelingen raakten er ditmaal 478, resp. 376 kwijt. RVO besteedt vrijwel geen aandacht aan de wegval van die oudere, reeds lang geleden opgeleverde project beschikkingen. Van de oorspronkelijk uitgegeven 16.047 beschikkingen voor genoemde eerste drie SDE regelingen zijn er inmiddels nog maar 5.207 over (32,4%). Hoogstwaarschijnlijk heeft het verdwijnen van met name de oudere beschikkingen te maken met het verstrijken van de subsidie termijn (15 jaar vanaf 2008-2010 = 2023-2025), gevolgd door actieve uitschrijving bij zowel VertiCer, als bij RVO.
Voor de feitelijke realisaties t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de desbetreffende grafiek, verderop.
Realisaties per kalenderjaar - status 1 juli 2026
RVO geeft bij de opgeleverde beschikkingen ook het jaar van oplevering weer, indien volgens haar administratieve normen aan alle voorwaarden daartoe is voldaan. Ook al strookt dit niet met de oplevering, zoals VertiCer die hanteert (sterker nog, RVO zet zeer vaak pas "ja" vinkjes, vele maanden nadat een project al lang groene stroom levert, vaak pas in het opvolgende jaar, of nóg later), het geeft wel een interessant doorkijkje naar de evolutie van de (beschikte) realisaties per kalenderjaar. Polder PV heeft daartoe in de update van januari 2024 een nieuwe grafiek gemaakt, met, per kalenderjaar van oplevering, de aantallen projecten, de cumulatieve beschikte capaciteit volgens RVO (MWp), en het gemiddelde capaciteit niveau per beschikking (kWp), volgens de publieke informatie van het Agentschap.
Omdat er, zoals al gezegd, een serieuze verslechtering van de statistiek voorziening is opgetreden, is het niet meer mogelijk om de vermogens per jaar voor de afzonderlijke beschikkingen meer in cumulatie te krijgen. Derhalve, kan ik alleen maar de grafiek met de aantallen beschikkingen weergeven. Die geef ik hier onder weer, met de data uit de 1 juli 2026 update. Voor de laatste grafiek met de capaciteit, zie het exemplaar in de update van 1 januari 2026. De geaccumuleerde capaciteit was toen nog 13.612 MWp.
In dit diagram zijn uiteraard niet de beschikkingen met "nee" vinkje opgenomen. Dat waren in de update van 1 juli 2026 661 overgebleven exemplaren. Weer flink lager dan in de vorige update (848 exemplaren over), vanwege de combinatie van tussentijds daadwerkelijk opgeleverde projecten, en de continue uitstroom van uitgeschreven project plannen (grotendeels vanwege intrekking van de SDE beschikking).

Uit deze grafiek resulteren de volgende waarnemingen:
De SDE beschikkingen zijn wat aantallen (blauwe kolommen) betreft eerst explosief gestegen, en stapsgewijs afgenomen, maar door forse uitval uit de eerste regelingen vertoont nu niet meer 2009 de eerste piek waarde (overgebleven nog maar 575 exemplaren, dat was in de 1 april 2025 update nog een piek van 2.587 stuks), maar, sinds de update van 1 juli 2025 was dat tijdelijk kalenderjaar 2010. Wat in de tussentijd uiteraard ook weer veel in dat jaar gerealiseerde beschikkingen kwijtraakte (1 juli 2025 nog 2.504 stuks, 1 april 2025 2.237 stuks, in de huidige update van 1 juli 2026 nog maar 1.393 exemplaren over). Met de grote uitstroom van beschikkingen voor realisatie jaren 2009 en 2010, heeft nu 2011 het stokje overgenomen met (nu nog) het hoogst overgebleven aantal beschikkingen bij de oudere regelingen, 2.037 exemplaren. De eerste 3 SDE regelingen, die in deze eerste jaren de grootste volumes hebben gerealiseerd, omvatten bijna uitsluitend residentiële mini-projectjes, op enkele uitzonderingen na, zoals het met tientallen SDE 2009 beschikkingen "gezegende" Klepperstee veldinstallatie project, opgeleverd in het voorjaar van 2012, en nog steeds figurerend in de huidige RVO update.
De "all-time low" werd onder het nieuwe SDE "+" regime bereikt in kalenderjaar 2014, met slechts 209 nieuwe (overgebleven) opleveringen dat jaar. Gelukkig was daar de zeer succesvolle SDE 2014, die voor nieuwe energie zorgde, en voor die tijd een record aantal toekenningen. Gaandeweg namen de volumes weer rap toe, uiteraard extra versneld door met name de enorme hoeveelheid beschikkingen voor de SDE 2016 en latere regelingen. De uiteindelijke max. kwam in Corona jaar 2020, met 4.506 opgeleverde, overgebleven beschikkingen dat jaar (weer 36 minder overgebleven t.o.v. de vorige update). Daarna gingen de volumes rap omlaag, grotendeels vanwege landelijk optredende congestie op de netten. Het realisatie tempo nam flink af, om in 2023 haar voorlopige dieptepunt te bereiken, momenteel 1.199 nieuw opgeleverde beschikkingen, althans, volgens de RVO administratie (4 meer dan in de vorige update).
In de update van 1 juli 2026 zijn inmiddels 665 opgeleverde beschikkingen aan kalenderjaar 2024 toegewezen, 279 exemplaren aan 2025, en ook 37 beschikkingen die in het eerste half-jaar van 2026 "officieel" zijn opgeleverd. Waar nog veel volume bij zal gaan komen in latere updates. Deels door grote administratieve vertragingen bij RVO zelf. Deels doordat opleveringen in 2026 veel later dit jaar, pas in het volgende jaar of zelfs later nog, doorgegeven zullen gaan worden.
Voor de capaciteiten, en, uiteraard, ook de gemiddelde capaciteit per realisatie, verwijs ik naar de beschouwingen in de update van januari 2026. De optellingen van de realisaties per kalenderjaar zijn niet meer te maken omdat deze essentiële data uit de huidige spreadsheet van RVO zijn verdwenen.
Vergelijking aantallen nieuwe beschikkingen RVO / projecten VertiCer per kalenderjaar
Om te kijken hoe de nieuwe opleveringen, zoals RVO die bijhoudt voor het SDE dossier, zich verhouden tot de gecertificeerde PV projecten, die TenneT/Gasunie dochter VertiCer (opvolger van CertiQ) registreert sedert er Garanties van Oorsprong worden uitgegeven in Nederland (2003), heb ik een update toegevoegd met een vergelijking tussen de meest recent beschikbare data van de twee instanties. De aantallen beschikkingen / projecten vindt u hier onder, wederom kon een zelfde exemplaar voor opgeleverde capaciteiten wegens het ontbreken van die informatie niet meer worden opgemaakt.

In dit diagram worden de uit de oudere CertiQ, en meer recente VertiCer updates ge-extraheerde aantallen nieuwe gecertificeerde PV-projecten per kalenderjaar (groene kolommen) vergeleken met de uit de vorige grafiek overgezette aantallen SDE beschikkingen die per jaar zouden zijn opgeleverd volgens de RVO administratie (oranje kolommen). Direct valt op, dat de aantallen bij de CertiQ/VertiCer data stelselmatig een stuk hoger liggen dan die voor de SDE beschikkingen bij RVO. De laatste liggen op niveaus tussen de 15% (2009) en 78% (2011), tot ruim 93% (2022) ten opzichte van die van VertiCer. In een eerdere update was de verhouding voor 2023 nog in het voordeel van de data van RVO, maar ook dat is het inmiddels, met de meeste recente data, in het voordeel van de cijfers van VertiCer omgeslagen, zoals in een voorgaande update al was voorspeld. Voor 2024 was de situatie ongeveer gelijk, maar met de meest recente cijfers is wederom het VertiCer dossier "leading" t.o.v. de huidige status bij de SDE realisaties bij RVO. Door de hoge uitstroom van project registraties in, met name, de oudste jaargangen bij RVO (huidige analyse), zijn de procentuele verschillen met de data van VertiCer in die jaren zelfs groter aan het worden. Dat is in de laatste updates vooral voor het jaar 2009 zeer duidelijk geworden. Waarbij natuurlijk ook gerealiseerd moet worden, dat zelfs het VertiCer dossier een netto verschil tussen instroom en uitstroom in een bepaalde periode vertegenwoordigt.
Voor 2025 en 2026 is de situatie nog lang niet duidelijk. Nu is er voor beide jaren nog een flinke "negatieve groei" zichtbaar in de VertiCer cijfers, maar dat trekt in latere updates altijd weer bij, zoals hun continu evoluerende historische data tonen. En kan flink positief gaan worden. Veel volume is nog helemaal niet bekend, bij zowel VertiCer, als het ver achter de feiten aan lopende RVO dossier, dus er is over deze jaargangen nog niet veel zinnigs te zeggen.
Blijft over de vraag: waar ligt het structurele verschil tussen de RVO en VertiCer data aan, in de eerdere jaargangen?
Bij RVO staan, in dit dossier, uitsluitend SDE beschikkingen geregistreerd. VertiCer verstrekt Garanties van Oorsprong, ook aan projecten zónder SDE subsidie (!). Daar staat dus sowieso meer volume (ook: aantallen projecten), en kennelijk is dat een behoorlijk, doch van jaar tot jaar wisselend volume.
Mogelijk is er, daarnaast, verschil in de wijze van "tellen". In theorie zou er bij RVO dan méér SDE aantallen kunnen staan dan bij VertiCer, als de laatstgenoemde alleen projecten "per aansluiting" of "per adresnummer" telt. Polder PV heeft immers al lang vastgesteld, dat er meer dan 1 SDE beschikking per adres / project locatie afgegeven kan zijn, wat bij verschil in wijze van "tellen" tot flinke discrepanties kan leiden. Het is echter nog het geheel niet duidelijk of zo'n theoretisch verschillende wijze van tellen tot genoemde, soms aanmerkelijke discrepanties (2009, 2020) bijdragen.
Een ander verschil is, dat bij RVO beschikkingen onherroepelijk uit de databank worden verwijderd als de subsidie periode is verstreken. Bij VertiCer kunnen Garanties van Oorsprong ook gewoon nog na de (SDE) subsidie periode verstrekt blijven worden, de installaties kunnen immers nog vele jaren worden ge-exploiteerd.
Ook zouden er, in theorie, verschillen bij zowel de aantallen als de capaciteiten kunnen ontstaan, bij het weer uitschrijven van projecten, uit de (publiek zichtbare) bestanden, zowel bij VertiCer, als bij RVO. We hebben in het huidige dossier van RVO al gezien, dat de uitstroom bij de oudste SDE regelingen nu al een flink tempo heeft gekregen, wat een extra complicerende factor is in de vergelijking tussen deze verschillende datasets. Het hangt maar helemaal af van de wijze van administratie, hoe e.e.a. uit zal pakken bij de (overgebleven) nieuwe volumes per kalenderjaar, bij beide instanties.
Feit blijft, dat VertiCer stelselmatig, structureel meer volume heeft staan bij de nieuwe aanwas per jaar, dan bij RVO. In ieder geval bij de aantallen.
Voor de vermogens, en de daarvan afgeleide gemiddelde vermogen per gerealiseerde beschikking, is geen zinnige vergelijking meer te maken. De data voor capaciteit ontbreken bij de beschikkingen vanaf de 1 april 2026 update van RVO. Zie aparte paragraaf in de update van januari 2026 voor een laatste exemplaar.
Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel)
Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. Zie de laatste, zwarte sectie in de tabel. Door de toevoeging van de beschikkingen voor SDE 2024 in een recente update, in combinatie met tussentijdse realisaties, en wegval, bij andere regelingen, is hier weer e.e.a. in gewijzigd.
Er zijn nog maar 7 nog niet ingevulde beschikkingen over onder de 2 laatste SDE "+" regimes. Die zullen weinig verschil gaan maken, gezien het feit dat de 14 beschikkingen die in de 1 april update nog over waren nog maar goed waren voor 35 MWp. Voor de 5 opvolgende SDE "++" regelingen resteren nu nog 650 openstaande beschikkingen, de grootste hoeveelheden voor SDE 2023 (282 exemplaren), resp. SDE 2024 (235 stuks). Wat daarvan nog zal overblijven, en wat uiteindelijk de werkelijk gerealiseerde capaciteit zal zijn / worden, is een nog niet te beantwoorden vraag, in een tijd met talloze problemen rond de invulling van dergelijke projecten.
Onderaan twee velden in de grote verzamel-tabel heb ik weer de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE "+" t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde project beschikkingen (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste acht SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, inmiddels rond de 3,7 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In de update van juli 2017 was het slechts een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot niet zo lang geleden bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding marginaal kleiner, een factor 3,6.
Bij de capaciteiten lag die verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd werd door talloze zeer grote projecten, maar deze kan vanwege het achterwege blijven van publicatie van de actuele vermogens-cijfers, niet meer worden bepaald. Ook de verhouding bij het af te leiden gemiddelde vermogen per beschikking is voor de capaciteit niet meer bepaalbaar.
Ratio SDE++/SDE+
Helemaal onderaan heb ik ook weer berekeningen gemaakt voor dergelijke verhoudingen tussen de beschikkingen en realisaties van de tot nog toe bekende 5 SDE "++" rondes (SDE 2020 II tm. SDE 2024). Omdat er veel meer volume onder SDE "+" is afgegeven dan tot nog toe onder SDE "++", is die verhouding telkens kleiner dan 1.
Bij de (overgebleven) beschikkingen is die verhouding SDE++/SDE+ bij de aantallen een factor 0,19 : 1, bij de realisaties 0,16 : 1. Bij de capaciteiten was die factor groter dan 1 : 1, een gevolg van de voortdurende schaalvergroting van aangevraagde en gerealiseerde projecten, maar ook hier is deze niet meer goed bepaalbaar vanwege de door RVO verwijderde vermogens-cijfers.
Verzamel grafiek alle SDE regelingen - Aantallen bij beschikkingen / realisaties
In deze paragraaf toon ik weer de meest recente versie van 1 van de 2 bekende "stapel grafieken" met de begin juli 2026 overgebleven volumes bij de beschikkingen (weergegeven in de grafiek hierboven), en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.

Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "++" 2024 (laatstgenoemde als smalle azuurblauwe segment bovenaan zichtbaar). In combinatie met de voortgaande uitval bij de oudere SDE regelingen, zien we momenteel een cumulatie in de resterende, overgebleven hoeveelheid van 27.822 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen, vorige update: 29.611 exx.). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 62.811 beschikkingen (zie tabel en de eerste grafiek), waarvan dus al een aanzienlijk deel in de (digitale) papiershredder is verdwenen. De rechter stapel kolom geeft de in de update van 1 juli 2026 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 27.161 beschikkingen gerealiseerd. Dat is wederom een flinke afname t.o.v. de voorgaande update (28.763 exx.), door een toegenomen aantal uitschrijvingen uit de RVO databank. Dit overgebleven volume is 97,6% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is. Weer een toename t.o.v. de 97,1% in de vorige update.
Goed is hier het grote verschil tussen de SDE 2019 II en SDE 2020 I regelingen te zien. De eerste had relatief zeer weinig beschikkingen, die gemiddeld per stuk echter wel "zeer groot" waren. De laatste SDE "+" regeling, 2020 I, had een record aantal aan gemiddeld genomen véél kleinere toekenningen, waar, ondanks de massieve uitval, nog steeds veel volume van over is. Bij de realisaties is de verhouding tussen de 2 regelingen vergelijkbaar met de nu actuele stand van zaken bij de overgebleven beschikkingen.
Daar bovenop zijn links de nieuwe volumes voor SDE 2020 II tm. SDE 2024 gestapeld. Van de laatste 3 regelingen zijn nog maar relatief weinig beschikkingen opgeleverd. "Onderin" de kolommen stapel is er tot en met SDE 2019 vrijwel geen activiteit meer, omdat al die oudere regelingen geen openstaande beschikkingen meer hebben, of nog maar een handvol (SDE 2019 II). Wel blijft er zeer regelmatig, en zelfs in toenemende mate, uitval bij de oudere SDE regelingen optreden. Voor de oudste regeling, SDE 2008, is deze wegval al zeer groot geworden. Met de 222 + 47 + 84 + 271 + 828 + 384 + 251 + 637 extra weggevallen beschikkingen uit de RVO bestanden in de vorige 7, en de huidige updates, zijn de resterende volumes inmiddels op een veel lager niveau beland, dan de ooit ruim 4 duizend exemplaren. Op momenteel 1.465 exemplaren, om precies te zijn.
Wederom is er geen informatie meer beschikbaar voor de actuele vermogens van de SDE regelingen. Voor de laatste grafiek met de status voor 1 april 2026, zie aldaar.
Over dit kleine andere zonne-energie dossier was al wat langer niet zeer veel zinnigs te melden, gezien de trage ontwikkeling. Dit deel-dossier begint inmiddels zelfs op haar eind te lopen.
In de update van 1 juli 2026 zijn er 2 beschikkingen verdwenen uit de RVO records, waarvan 1 een gerealiseerd project was (SDE 2014, in het Zeeuwse Annaland), en 1 een nog niet ingevuld exemplaar uit SDE 2021 (Oldebroek, Gld). Ook hiervoor geldt, dat vermogens-informatie niet meer beschikbaar is.
Er resteert nog slechts 1 openstaande beschikking, voor een klein project in Nijmegen. Verder moet nog afgewacht worden of het ene project, toegekend onder SDE 2025 (analyse van 11 juli 2026), nog een kans maakt op realisatie. SDE 2025 is nog niet formeel afgerond bij RVO, opname daarvan komt pas in een van de volgende updates.
Voor de laatste status grafiek van de beschikte capaciteit tm. de update van 1 april 2026, zie de betreffende analyse.
Frequente updates over de SDE regelingen bij Polder PV, sedert 2008. Huidig exemplaar: status 1 april 2026 (QI 2026)
Bronnen (extern):
Feiten en cijfers SDE(+)(+) - RVO, status 20 juli 2026
Monitoring zonne-energie - RVO, status 23 september 2025 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2024)
Monitoring zonne-energie - RVO, status 10 oktober 2024 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2023)
Bronnen (intern):
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2026
Roet in het eten bij statistiek voorziening 2026
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2025
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2024
Deel dossier SDE 2024 - zie eerste rapportage en vervolgen (bronnen)
|