| |
                             
CBS
& zonnestroom NL - nieuwe statistieken†
Evolutie
PV installaties per provincie en per gemeente tm. 2025*,**
Basisgegevens
© CBS, status update
grootste data verzameling 12 - 19 juni
2026
Alle grafieken © 2022-2026 Peter
J. Segaar/www.polderpv.nl
†
Cijfers
gebaseerd op nieuwe onderzoeks-methodiek CBS
*De huidige update vervangt het voorgaande
exemplaar tm. medio 2023, met de nieuwste data, gepubliceerd op
12 juni 2026 ff.
In de voorlaatste update werden zeer voorlopige data tm. medio 2023
gepubliceerd, in de huidige versie zijn alle tussentijdse toevoegingen
en wijzigingen opgenomen,
en zijn de eerst bekende cijfers voor 2025 toegevoegd.
Data tm. 2023 zijn definitief, de cijfers voor 2024 en later nog steeds
"nader voorlopig" volgens het CBS (deze kunnen dus nog steeds
worden bijgesteld).
Voor installaties bij bedrijven zijn, vanwege een methodologie wijziging
bij het CBS, data defintiief tm. 2020, en kunnen die voor latere jaren
nog worden bijgesteld.
** Zie ook sommige vergelijkbare, en andersoortige, deels verouderde
grafieken op basis van Klimaatmonitor portal van Rijkswaterstaat (april
2018)
Voor een
eerste introductie tot de analyses op deze volledig ververste webpagina,
zie bijdrage
van 26 augustus 2024.
Zie verder
inhoudsopgave voor (sub-)links
https://opendata.cbs.nl
Introductie
Op
9 januari 2024 heb ik een voorlaatste detail
overzicht van een verzameling cijfers over zonnestroom van het
CBS gepubliceerd, die eind 2023 werden geopenbaard. Deze is, zoals gebruikelijk
gebaseerd op de compleet nieuwe onderzoeks-systematiek van het CBS (alhier
besproken door Polder PV), en gaf de nog zeer voorlopige, en later
niet meer gereviseerde stand van zaken weer tot en met medio 2023. Hierna
zijn meerdere malen nieuwe en gereviseerde cijfers door het CBS gepubliceerd,
voor zowel 2023 als 2024, en inmiddels ook al eerste cijfers voor 2025.
Deze zijn deels, en in verkorte vorm door Polder PV al grafisch verwerkt
en geduid. Alle artikelen daarover vindt u onderaan deze analyse, bij
de bronnen.
Voor
2023 zijn sinds eind vorig jaar definitieve cijfers voorhanden, voor
2024 (en later) zijn deze echter nog "nader voorlopig", en
kunnen deze nog worden bijgesteld. Aangezien er alweer de nodige tijd
is verstreken sinds de vorige "totaal" update van de zonnestroom
data bij het CBS, wordt in deze nieuwe analyse de nieuwe stand van zaken
tm. 2025 weergegeven. Hierbij als vanouds de kanttekening, dat tussentijdse
half-jaar cijfers, die het CBS de laatste jaren aan het eind van het
opvolgende jaar publiceert, niet meer in beschouwing worden genomen.
Die cijfers geven namelijk slechts een nog zeer voorlopige tussenstand
aan, en zullen later fors gewijzigd zijn. Maar die status wordt nooit
door het CBS gepubliceerd, dus zijn analyses op basis van die "preliminaire
half-jaar cijfers" gedoemd tot mislukken, ze zijn per definitie
achterhaald, en ook "fout". Voor andere overwegingen over
de onzekerheden rond ooit gepubliceerde half-jaar cijfers, zie ook de
paragraaf daar over in de bespreking van de status update, eind 2023
("Nog
zeer voorlopige volumes voor 2023 H1", onder paragraaf i).
De
huidige detail analyse doet op diverse hogere (landelijke cijfers),
en lagere statistiek niveaus, op het gebied van provincies, en gemeentes,
met een nieuwe set grafieken verslag van de evoluties op die niveaus.
De gemiddelde systeemgrootte liet met name de laatste 2 jaar onmiskenbaar
een zeer forse schaalvergroting van de projecten zien, maar gezien de
afkoeling van de projectenmarkt, en minder grote installaties, is die
trend, na een maximum in 2020, weer wat afgenomen. Duidelijk is uiteraard
ook de fors afgekoelde markten voor zowel de residentiële, als
de bedrijfs-sector, een gevolg van diverse factoren, waaronder netcongestie,
aankondiging einde salderen, invoering van invoedings-heffingen, e.d.
Later
zal worden ingegaan op de nieuwe statistieken voor de provinciale, RES,
en gemeentelijke niveaus. Ratings van gemeentes worden vooral bij de
capaciteit nog steeds zeer sterk beïnvloed door netkoppeling van
slechts 1 of een paar (zeer) grote projecten zoals zonneparken. Ook
bij de terugrekening van capaciteit per inwoner, heeft deze schaalvergroting
een dominant effect op de ratings.
Inhoudsopgave
Introductie
Nationale
trends
Bronnen
(0)
Nationale trends
Ik heb in een lange
reeks artikelen al stilgestaan bij de allereerste, en later aanzienlijk
gewijzigde cijfers voor de jaren 2020 tm. 2025 bij het CBS. Gelieve u
daar te vervoegen voor de details. De eerste cijfers voor 2025 beginnen
wat te consolideren, maar zullen, evenals die voor 2024, in komende revisies
nog kunnen wijzigen. De data tot en met 2023 zouden "definitief"
zijn bij het CBS. Voor de volledige lijst publicaties tussen 2021 en 2026,
zie onder bronnen onderaan.
In eerste instantie,
geef ik hieronder de meest relevante grafieken weer met de laatste versie
van de nationale zonnestroom statistiek cijfers, 12 juni 2026 voorzien
van de laatste updates. Hierin ook de herziene totaal cijfers voor 2023
(sinds de update van november 2025 "definitief"), de flink gewijzigde
data voor 2024, alsmede de tussentijds aangepaste cijfers voor 2025 (beide
jaargangen nog steeds "nader voorlopig"). 2025 is achteraan
in de grafieken toegevoegd. Voor inhoudelijke bespreking van deze grafiek,
zie de analyse
van 7 juli 2026, en de 2 daar op volgende artikelen. In het 1e artikel
van die reeks vindt u ook de al jaren door Polder PV gepresenteerde tabel
met de aller-eerste afschattingen van het CBS voor de nationale PV-capaciteit
per kalenderjaar, en de "definitieve" (of inmiddels al gewijzigde
[nader] "voorlopige") stand van zaken.

Aantallen
installaties
(a)
Einde-jaars accumulatie (EOY) aantal zonnestroom installaties in Nederland
volgens CBS (status 12 juni 2026) in blauwe
kolommen. Cijfers tm. 2023 definitief, en "nader voorlopig"
voor 2024-2025 (gearceerde kolommen). Het voorlopige resultaat voor eind
2025 is volgens het CBS 3.313.355 installaties, ruim 3,3 miljoen. De verwachting
dat de grens van 3 miljoen installaties eind 2023 al gehaald zou kunnen
worden (in de analyse
van eind 2023, op basis van Open Data van Enexis), is niet uitgekomen,
die moet, op basis van de huidige CBS data, ongeveer vroeg in het tweede
half-jaar van 2024 zijn gepasseerd.
(b)
De onafhankelijk geproduceerde zonnestroom data in het energieleveren.nl
portal, reppen momenteel voor eind 2025 van een cumulatie van 3,29
miljoen installaties in het sub 1 MWac segment. Het verschil met het
totaal aantal installaties volgens CBS, bedraagt eind van dat jaar 25.132
stuks aan grotere projecten. Belangrijk is het, om te realiseren, dat
dit minder project sites zal betreffen, omdat ook bij de grotere projecten
meer dan 1 "installatie" (per stuk groter dan 1 MWac) gerealiseerd
kan zijn binnen het project gebied. Dit gebeurt regelmatig bij grote distributie
centra en bij grotere zonneparken.
(c)
Uit EOY data zijn de afgeleide jaargroei cijfers (YOY) bepaald en weergegeven
in oranje kolommen. De jaargroei
cijfers zijn flink toegenomen, van 274.430 exemplaren in 2019, via 321.623
stuks in 2020, tot 346.397 projecten in 2021. In 2022 nam de groei zelfs
explosief toe, met 568.574 exemplaren een absoluut record volume. In ieder
geval al veel meer, dan de destijds afgeschatte "mogelijk bijna vierhonderd-duizend
nieuwe installaties", gebaseerd op de toenmalig bekendgemaakte
eerste half-jaar volumes in 2022.
Ondanks
het feit, dat bij de capaciteit 2023 het nieuwe record jaar is geworden
(zie paragrafen d, en n), is dat voor de aantallen nieuwe installaties
het jaar 2022 gebleven. 2023 kwam namelijk, met volgens CBS definitieve
cijfers, uit op 519.861 nieuwe installaties. Daarna zette het verval verder
in, met nog maar 384.579 nieuwe installaties in 2024, resp. 146.056 in
2025 (beiden nog nader voorlopig).
Voor
zowel EOY als YOY volumes s.v.p. de rechter Y-as ter referentie raadplegen.
(d)
Uit de jaargroei cijfers is ook het verschil percentage met de jaargroei
in het voorgaande jaar berekend, en weergegeven in de grijze
curve (referentie: linker Y-as). De jaargroei in 2017 en in 2018 was 45%
t.o.v. de toename van het PV volume in 2016 resp. 2017. In 2019 nam de
jaarlijkse aanwas ruim 33% toe t.o.v. het nieuwe jaarvolume in 2018. De
groei in 2020 lag 17% hoger dan de aanwas in het jaar 2019, volgens de
huidige CBS data. De groei in 2021 is relatief bescheiden, bijna 8% hoger
dan de aanwas in 2020. Dit werd meer dan goedgemaakt in 2022, met een
record toename van 64%. Vanaf dat jaar gingen de volumes en de relatieve
verschillen bij de jaargroei cijfers flink omlaag. De aanwas in 2023 was
8,6% minder dan de record groei in 2022, in daar op volgende jaren 2024
en 2025 werden negatieve jaargroei aanwas cijfers behaald van 33 tot zelfs
58 procent t.o.v. de voorgaande jaargangen. Deze negatieve groei percentages
zijn in de huidige, op de nul-as afgekapte grafiek, niet te zien (onder
de X-as liggend). De jaargroei in 2025 was nog maar 26% van de aanwas
in recordjaar 2022.

^^^
Voor de originele grafiek, waarin ook de bijbehorende AC omvormer vermogens
zijn opgenomen (vanaf 2022), zie de analyse
van 7 juli 2026 op Polder PV.
Voor details voor eerdere jaren, die tot stand zijn gekomen middels de
"verouderde", eerdere onderzoeks-systematiek door het CBS,
en die vanwege de compleet andere methodiek beslist niet 1 op 1 vergeleken
kunnen en mogen worden met de huidige,
recentere cijfers, zie o.a. de grafiek in de eindejaars-update
van 2019 !
Zonnestroom
capaciteit
(e)
Einde-jaars accumulatie (EOY) PV capaciteit in Nederland volgens CBS (status
12 juni 2026) in blauwe
kolommen. Het eindejaars-volume in 2020, 11.108
MWp, lag in de uiteindelijke versie een spectaculaire 895 MWp (8,8%)
hoger dan de eerste afschatting van het CBS voor dat jaar. In absolute
zin is dat in latere jaren niet meer "verbeterd", dat grote
inhaal volume. Het
eindresultaat voor 2021 is volgens de laatste bijstelling van het CBS
14.823 MWp, 4,0% boven het eerst door het CBS gepubliceerde cijfer. En
komt daarmee ook alweer 3,3 procent uit boven de afschatting die in het
begin 2022 verschenen Nationaal Solar Trendrapport (NSTR) voor dat jaar
werd gedaan door DNER. Het EOY cijfer voor 2022 is 19.536 MWp, 3,6% hoger
dan het eerst genoemde volume. Het ligt 3,9% hoger dan de 18,8 GWp afschatting
in het NSTR 2023, van hetzelfde DNER. In, voor de capaciteits-toename,
recordjaar 2023, werd een volume bereikt van 24.712 MWp. 3,4% meer dan
in het eerste EOY cijfer voor dat jaar van de hand van het CBS, en in
absolute zin het op 1 na grootste verschil t.o.v. die eerst-voorspelling
(808 MWp meer vermogen). Het NSTR 2024 zat daar 1,3% onder (met 24,4 GWp,
EOY 2023).
2024
brak de trend. Het inmiddels opgevoerde EOY vermogen is namelijk volgens
de laatste, nog niet definitieve CBS cijfers, 2,2% (640 MWp!) lager
dan de eerste afschatting van het statistiek instituut, en komt uit op
27.980 MWp, aan het eind van dat jaar. Ook hier zat het NSTR,
versie 2025, iets te laag. Het DNER schatte voor eind 2024 27,7 GWp,
wat 1 procent lager lag. Dit natuurlijk, nog pending eventuele laatste
bijstellingen van het CBS voor dat jaar.
Voor
eind 2025 heeft het CBS nog slechts een zeer voorlopige eerste afschatting,
van 29.426 MWp staan. Dit zal nog flink gaan wijzigen.
In het geïntegreerde "Storage & Solar Trendrapport 2026",
van hetzelfde DNER (zie download
pagina), wordt gewag gemaakt van een EOY volume van 29,7 GWp (nu nog
bijna 1% hoger dan de huidige CBS opgave).
(f)
Uit de EOY data zijn de afgeleide jaargroei cijfers (YOY) bepaald en weergegeven
in oranje kolommen. De jaargroei
in 2019 is uitgekomen op 2.617 - à 2.618 MWp. Dat was bij de allereerste
afschatting van het CBS nog maar 2.402 MWp. De definitieve jaargroei
in 2020 is 3.883 MWp. Ten opzichte van de jaarlijkse aanwas in 2019 was
dat al een forse groei van ongeveer 1.266 MWp ! Daarmee stond "corona
jaar" 2020 een tijdje te boek als record jaar wat de aanwas aan PV
capaciteit betreft.
De aanwas
in 2021 is iets lager uitgekomen dan in 2020, en wel op 3.714 MWp, 4,4%
onder de aanwas in 2020. 2022 kwam juist tijdelijk op een nieuwe
record groei van 4.713 MWp uit, 26,9% hoger dan de jaargroei in 2021.
Zoals al hier boven gesteld, blijkt, wat de capaciteits-aanwas betreft,
niet 2022 het nieuwe record jaar te zijn geworden (zie aantallen, in
paragraaf a en verder), maar is 2023 overtuigend winnaar geworden,
uiteindelijk door wat extra toegevoegd vermogen in de laatste update voor
dat jaar, door het CBS, tot een nieuw record van 5.176 MWp, bijna 10%
meer dan de groei in 2022.
Vanaf
2024 gingen de nieuw toegevoegde capaciteiten echter flink onderuit, door
een vaak herhaald samenspel van factoren, zoals wijdverbreide netcongestie,
effecten van de aankondiging van het einde van salderen bij kleinverbruikers,
invoedings-heffingen die werden ingevoerd voor PV bezitters, gestegen
kosten, etc. In 2024 werd nog maar 3.267 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd,
37% minder dan de aanwas in record jaar 2023. En in 2025 was het nog maar
1.447 MWp, nog eens 56% minder dan in het voorgaande
jaar (beide jaren nog steeds: nader voorlopige cijfers). DNER zat met
haar Solar
Trendrapport prognoses op 3,4 GWp voor 2024 (4% lager dan voorlopige
afschatting CBS), resp. 2,08 GWp voor 2025 (een flinke 44% hoger dan de
huidige CBS afschatting!). Wat dat laatste betreft, het CBS loopt altijd
zeer fors achter wat de actuele data betreft, dus dat kan voor 2025 nog
flink gaan bijtrekken. Polder PV had in zijn zonnepark
analyse van begin 2026 al 937 MWp aan nieuwe netgekoppelde veld projecten
voor 2025 in zijn overzichten staan, de sub 1 MWac markt had al een volume
van 882 MWac nieuw omvormer vermogen voor
dat jaar, wat betekent, dat de 1,4 GWp nieuwbouw van het CBS voor
2025 (huidige status) later zeer waarschijnlijk flink opgewaardeerd zal
gaan worden.
Voor
zowel EOY als YOY volumes s.v.p. de rechter Y-as ter referentie raadplegen.
(g)
Uit de jaargroei cijfers is ook het verschil percentage met de aanwas
in het voorgaande jaar weer berekend, en weergegeven in de grijze
curve (referentie: linker Y-as). De jaargroei in 2018 was 119% t.o.v.
de toename van het PV volume in 2017. De aanwas in 2019 was 54% hoger
dan de groei in 2018, en in 2020 48% hoger dan in 2019. De toename in
2021 was negatief t.o.v. de groei in 2020, ruim 4% in de min (stippellijn
verdwijnt onder de X-as). In 2022 is de aanwas alweer 27% hoger dan de
jaargroei in 2021, en, ondanks dat het in absolute zin een recordjaar
was voor de capaciteit toevoeging, was de toename van de groei in 2023
nog maar 10% t.o.v. het aanwas volume in 2022. Vanaf 2024 kwam er duidelijk
de klad in. De groei in 2024 lag 37% lager dan de aanwas in 2023, en in
2025 was dat zelfs 56% in de min, ten opzichte van de groei in 2024. Beide
percentages liggen ver onder de hier op nul gestelde X-as, maar kunnen
later nog worden aangepast.
Voor
eerder inhoudelijk commentaar op een vroegere versie van deze 2e grafiek,
zie ook het artikel "Fors
aangepaste jaarcijfers CBS over kalenderjaar 2020 - eerste update",
van 13 juli 2021.
(h)
Zonnestroom productie - per kalenderjaar en per maand
Voor
de door het CBS berekende zonnestroom productie, die in voorgaande
jaren pas enige tijd volgde na vaststelling van opgestelde capaciteiten,
is op 12 juni 2026 ook een status
update verschenen, die de situatie tm. 2025 weergeeft (nader voorlopige
cijfers, net als voor 2024). Deze zijn in onderstaande grafiek weergegeven.
Voor de maandelijkse producties, ook deels voor 2026, zie verderop.

De berekende
jaarproductie nam toe van 5.399 GWh in 2019 (definitief) tot alweer 21.822
GWh in 2024, resp. 25.881 GWh in 2025 (beiden nog nader voorlopig), een
toename met een factor 4,8 (!). Ten opzichte van het binnenlandse stroomverbruik,
steeg het aandeel van de zonnestroom productie van 4,42% (2019), naar
21,33% (2025**). Zouden we als referentie de netto stroom productie nemen,
dus minus het eigen verbruik van elektriciteits-centrales, zou het aandeel
in 2025 zelfs al op 22,03% zijn gekomen.
Zie ook
de opmerking over de geconstateerde inconsistentie van productie cijfers
onderaan het oorspronkelijke artikel, en de reactie van het CBS daar op
(artikel
7 juli 2026).
Maandelijkse
zonnestroom productie (berekend) - update
In een separate CBS
tabel, "Elektriciteitsbalans;
aanbod en verbruik", houdt het CBS de producties per energie
modaliteit bij, in dit geval voor elektriciteit genererende technieken
zoals ook zonnestroom. In de update van 12 juni 2026 zijn de door het
CBS berekende maandelijkse nationale zonnestroom producties weer ververst
en had ik in een separaat artikel al eerder de zaken grafisch
uitgelicht. In de update van 31 juli 2026 zijn enkele maand waardes
inmiddels alweer gewijzigd (januari 2025 en jan. tm. april 2026). Dit
is een normale gang van zaken bij deze CBS statistieken. In onderstaande
grafiek zijn de laatst bekende maandcijfers opgenomen, tm. april 2026.

Uiteraard treden bij
de berekende productie data verschillen op tussen maanden onderling, zo
steken zeer zonrijke maanden duidelijk boven de andere uit in hetzelfde
kalenderjaar. In het diagram zijn pieken te zien bij, achtereenvolgens,
mei 2015 en 2016,
augustus 2017, juli 2018,
juni 2019, de "uitzonderlijk
mooie" mei maand in Corona jaar 2020,
gevolgd door juni 2021 (bijgesteld,
1.801 GWh). Juni 2022 laat
alweer een nieuw, historisch record zien voor dat jaar, 2.468 GWh (bijgesteld),
wat vervolgens in juni 2023
alweer werd verpletterd, met een voorlopig maandrecord volume, van 3.494
GWh. In 2024 werd dat niet verbeterd, het hoogste niveau werd bereikt
in juli dat jaar (3.294 GWh). In zeer zonnig 2025 werden flinke maand
waarden behaald, met als nieuwe record maand mei dat jaar, met 3.845
GWh. Wat al een factor 25,3 maal zo veel is dan in mei 2015.
Ruim 3,8 TWh in een maand tijd, een zeer grote hoeveelheid zonnestroom.
December is (meestal)
de minst productieve maand, maar toch ging het berekende volume van 26
(2015) naar 425 GWh (2025). Een factor 16,3 maal zo veel. Hiermee wordt
wederom duidelijk, dat door de capaciteits-uitbouw, de productie volumes
in de zomer bijna twee maal sneller toenemen, dan in de licht-arme winter.
Een uitdaging voor de netten, en voor de sector, om zo slim mogelijk gebruik
te (gaan) maken van die grote volumes productie verkregen uit gratis zonlicht.
Uiteraard zullen de
maandproducties in 2026 deels weer over die van 2023 heen gaan, en heeft
zonnestroom al een serieuze impact op het elektriciteit systeem in ons
land. Voor velen waarschijnlijk veel vroeger dan ze ooit hadden gedacht.
Wel is het zo dat, in de huidige CBS update, alleen nog april een net
iets hogere berekende output heeft, dan in dezelfde maand in 2025.
Evolutie
eindejaars-accumulaties
De direct
hier onder volgende grafiek updates in paragrafen (i) - (l) volgen de
nieuwste ontwikkelingen met betrekking tot de voortschrijdende accumulaties
aan het eind van elk kalenderjaar. In paragrafen (m) - (p), heb ik daarvan
wederom afgeleide grafieken getoond, die de progressie van de (nieuwe)
jaarvolumes weergeven.

(i)
Evolutie van geaccumuleerde aantallen PV installaties (Y-as, x 1.000)
volgens markt-segmentatie "woningen",
"bedrijven",
en "totaal" volumes volgend uit de nieuwe onderzoek-systematiek
van het CBS. Weergegeven zijn de meest recent gepubliceerde data van 12
juni 2026, met de jaar volumes tm. 2025, helemaal rechts. Eind 2020 zouden
er volgens cijfers van het CBS in totaal 116.237 installaties op panden
met, formeel "alle economische activiteiten" (niet zijnde "woningen",
hier simpelweg gesteld als "bedrijven") zijn geweest. Ongeveer
14 duizend meer dan EOY 2019 (ruim 102 duizend installaties op "bedrijven").
Recentere
cijfers vanaf 2021 heeft het CBS nog niet verstrekt. Dit heeft te maken
met het volgende, aldus de uitgebreide (nieuwe) toelichting bij de betreffende
tabel van het data instituut. Deze toelichting staat nog steeds bij de
laatste cijfer updates (vetdruk van Polder PV):
"De
methode om te bepalen in welke sector een installatie valt is gewijzigd
ten opzichte van de methode die in eerdere jaren werd gebruikt. Hierdoor
kan het voorkomen dat er een trendbreuk zichtbaar is in de cijfers over
woningen, bedrijven en de bedrijvensectoren A-U tussen de jaren 2020 en
2021.
Dit
betekent dat de indeling van woningen, bedrijven en de bedrijvensectoren
A-U voor de cijfers vanaf 2021 op een andere methode
zijn gebaseerd dan die van 2020 en eerder. Hierdoor kan het voorkomen
dat er een trendbreuk zichtbaar is in de cijfers over deze categorieën
tussen de jaren 2020 en 2021. Deze trendbreuk is de reden dat de aantallen
installaties voor alle economische activiteit, sector A en sector D weggepunt†
zijn. Omdat de trendbreuk vooral zit bij installaties met een
relatief klein opgesteld vermogen is het effect op de aantallen groter
dan op het vermogen. Dit is de reden dat het opgestelde vermogen
niet is weggepunt.
Deze nieuwe methode is nog in ontwikkeling. Wanneer deze volledig af is
zullen relevante actualisaties worden uitgevoerd."
†
"weggepunt" betekent dat in de oorspronkelijke CBS tabel de
cijfermatige resultaten niet (meer) zijn getoond, daarvoor in de plaats
is een punt geplaatst.
Dit betekent
dus, dat voor de aantallen installaties in ieder geval er nu vanaf 2021
nog géén nieuwe informatie beschikbaar is, en dat we moeten
wachten totdat het CBS deze belangrijke lacune (weer) heeft opgevuld,
met name voor de vast te stellen aantallen niet residentiële projecten
...
... maar
Polder PV zou Polder PV niet zijn of hij heeft daar wat op gevonden. In
de CBS broncijfers zijn namelijk zowel de totale volumes aantallen vermeld,
als de volumes voor alleen woningen. Het verschil zou in theorie
de aantallen voor de sector economische activiteiten moeten betreffen.
Met daarbij uiteraard de waarschuwing van het CBS dat er wel degelijk
een trendbreuk zit in de resulterende cijfers, heb ik genoemde verschil
volumes in bovenstaande grafiek opgenomen, om in ieder geval een richting
gevoel te krijgen over de mogelijke hoeveelheden. Daarmee zou eind 2025
een volume van ongeveer 271 duizend installaties moeten resulteren voor
de sector bedrijven ("economische activiteiten"). Wat een factor
2,3 maal de hoeveelheid in 2020 zou zijn, vijf jaar eerder. De op deze
wijze geïnterpoleerde afschattingen voor de aantallen in de sector
bedrijven zijn in de grafiek rechts onderaan weergegeven, waarbij de curve
is getoond als een stippellijn, en de waarden als open punten.
De cijfers
voor "woningen"
zijn wel degelijk specifiek benoemd in de CBS statistieken, waarschijnlijk
omdat die informatie uit de opvolger van het PIR register, CERES, is gehaald,
wat o.a. gevoed wordt vanuit de (verplichte) aanmelding via de energieleveren.nl
website. Eind 2025 zou er al een spectaculair volume van 3.041.895 PV-installaties
op woningen zijn geaccumuleerd, een factor 2,4 van het volume eind 2020.
Wel is het groei tempo fors afgenomen vanaf 2023, vanwege alle perikelen
rond het afschaffen van de salderings-regeling, en de invoering van invoedings-tarieven
voor alle zonnestroom eigenaren met een kleinverbruik aansluiting.
3
miljoen installaties voorbij
De eerste
miljoen residentiële PV-installaties was al ongeveer in het eerste
kwartaal van 2020 present. Met
het in de grafiek getoonde volume van 1,61 miljoen woningen met zonnepanelen,
eind 2021, lijkt de claim
op de website van het Klimaatakkoord (gearchiveerd), dat al op 30 augustus
2021, op een woning van huur corporatie, Woningstichting Eigen Haard in
Aalsmeer, "het 1,5 miljoenste huis in Nederland van [zonne]panelen
werd voorzien", met de meest recente CBS cijfers, achteraf bezien
(!) redelijk to the point. Al kon ook Klimaatakkoord toen beslist niet
bevroeden wat de uiteindelijke werkelijke (CBS) cijfers zouden zijn rond
die tijd, want ook zij hadden die informatie toen helemaal niet. Als we
uitgaan van de jaargroei in 2021, ongeveer 344 duizend nieuwe woningen
met PV, zou dat namelijk neerkomen op een gemiddelde groei van 28,7 duizend
per maand in dat jaar. In de eerste 8 maanden zouden er dan ongeveer 229
duizend installaties bijgekomen kunnen zijn. Wat, gestapeld op het EOY
cijfer voor 2020, 1.268 duizend, eind augustus 2021 op zo'n 1.497 duizend
projecten op woningen kan hebben gebracht. Uitgaande van die cijfers,
zou "de 1,5 miljoenste" dan pas in september van dat jaar zijn
opgeleverd.
Wanneer
"het" moment is geweest, zullen we natuurlijk nooit te weten
gaan komen, omdat er géén centrale registratie van alle
PV installaties bestaat in Nederland, er nog veel installaties niet officieel
staan geregistreerd, en we continu moeten afschatten en interpoleren,
met alle risico's van dien. Alle claims van een "exacte dag"
of "deze woning" mag u dan ook met een flinke pot Noordzee zout
tot u nemen. Ze slaan feitelijk nergens op, ook al genereert het natuurlijk
een leuk, veelvuldig gekopieerd persbericht ...
In ieder
geval werd het 2e
miljoen PV-installaties op woningen bereikt "ergens" in het
3e kwartaal van 2022. In 2022 werd een record groei van ruim 519 duizend
nieuwe installaties op woningen gerealiseerd. Een ongelofelijke hoeveelheid
van meer dan een half miljoen nieuwe residentiële PV-installaties
in een jaar tijd.
Eind
2025 is inmiddels, met de huidige CBS data, het 3e miljoen aan residentiële
installaties gepasseerd.
Let bij
deze overwegingen s.v.p. ook op het feit dat het aantal installaties altijd
veel hoger zal zijn dan het aantal adressen waar die zijn opgeleverd.
Uitbreidingen zijn immers schering en inslag in Nederland, zowel in de
residentiële, als in de bedrijfs-sector. Het gevolg is, dat er vaak
2, of zelfs meer, afzonderlijk ingeboekte "installaties" op
een en hetzelfde perceel / adres zijn geregistreerd.
Totaal
aantal installaties 2025
De totale
aantallen, PV-installaties
op woningen en op "niet-woningen", weergegeven in de boven het
intermezzo gepresenteerde grafiek, zijn toegenomen van 1,73 miljoen stuks,
eind 2021, via 2,30 miljoen exemplaren, eind 2022, en 2,82 miljoen, eind
2023, en 3,17 miljoen exemplaren, aan het eind van 2024, tot inmiddels
alweer een volume van 3.313.355 installaties, eind 2025
(zwarte curve in de grafiek). Tot nog toe was de meest spectaculaire toename
in 2022 te zien, bijna 569 duizend nieuwe installaties. In 2020 en 2021
waren die volumes nog een stuk bescheidener, 322 resp. 346 duizend exemplaren.
De toename in 2023 zou in theorie leek aanvankelijk weer een nieuw record
opleveren, ware het niet dat de residentiële markt in de tweede jaarhelft
een flinke domper heeft gekregen, onder anderen vanwege de toegenomen
onzekerheden rond het toen nog steeds niet definitief behandelde wetsvoorstel
afbouw salderen bij de Senaat. De gevolgen waren goed merkbaar in het
energieleveren.nl dossier (zie aldaar),
2023 eindigde door het instorten van de residentiële markt in de
tweede jaarhelft op het 2e hoogste niveau, met bijna 520 duizend nieuwe
installaties. Daarna zakte de totale markt, ook door een zeer matige groei
in het bedrijfs-segment (grotendeels gedreven door SDE subsidies), stapsgewijs
verder in, naar 349 resp. slechts 146 duizend nieuwe installaties, in
2024 en 2025.
Door
de nieuwe, nog niet uitgekristalliseerde systematiek voor het bepalen
van "niet-woning" installaties, ontbreken de cijfers daarvoor,
zoals gezegd, vanaf 2021. We moeten nog steeds op het CBS wachten voor
helderheid omtrent die belangrijke ontwikkeling. Onder de categorie "bedrijven"
vallen bijvoorbeeld ook alle maatschappelijke instellingen met KvK nummer,
gemeentelijke daken, scholen, en de (in 2025) 1,2 miljoen zelfstandige
ondernemers met bedrijf aan huis (zzp-ers, zie
CBS, hier vallen diegenen met het zzp-schap slechts als bijverdienste,
nog eens zo'n 700 duizend, nog buiten), etc. Het is dus een zeer ruim
begrip, en dient dan ook als zodanig te worden opgevat bij de beschouwing
van deze CBS statistieken. Met name de ZZP-ers zullen bij de aantallen
in dit segment een zeer grote impact hebben, al is nog steeds niet bekend
wat hun aandeel op het geheel is. Wellicht is dit specifieke punt ook
onderdeel van het al lang aanhoudende, nog steeds niet afgeronde onderzoek
van het CBS.
CAGR
ratio
Wat de
Compound Annual Growth Rates (CAGR)
betreft, komen de resultaten in de weergegeven grafiek neer op een gemiddelde
jaargroei van 33,5% in de periode van 2012-2025 (40,5%/jaar in 2012-2022)
voor de sector woningen, en op 33,1% voor de totale volumes (39,8%/jaar
in 2012-2022). Voor de sector economische activiteiten zou, in theorie,
met de "terug gerekende" volumes, in 2012 tm. 2025 een CAGR
van gemiddeld 29,4% per jaar hebben gegolden. Echter, omdat gereviseerde
data van CBS voor die periode nog ontbreken, is alleen voor de periode
2012-2021 met zekerheid een CAGR te bepalen. Voor die sector was dat gemiddeld
32,4% per jaar, voor woningen was het in die periode 41,4% per jaar. Het
percentage voor met name de bedrijfssector kan mogelijk nog wijzigen,
afhankelijk van de uitkomsten van de nog steeds in uitvoering zijnde herijking
van de bepaling van de "aantallen" installaties door het CBS.
Bedrijven
in relatie tot CertiQ volumes
In een
vorige
analyse ben ik ingegaan op de verhouding van de cijfers van het CBS
en die van CertiQ, voor de projecten markt / "economische activiteiten".
Aangezien het CBS haar methodologie op dit punt al langere tijd aan het
herzien is, is er nog geen zinnige vergelijking mogelijk met de huidige
data van rechtsopvolger VertiCer. Pas als het CBS met definitieve, aangepaste
cijfers komt, kunnen we hier verder naar kijken.
(j)
Evolutie van geaccumuleerde PV-capaciteit (in MWp), volgens markt-segmentatie
"woningen",
"bedrijven", en "totaal"
volumes volgend uit nieuwe onderzoek-systematiek van het CBS. Ook al heeft
het CBS aangegeven
dat hun nieuwe wijze van "tellen" van installaties per categorie
vooral impact op de aantallen installaties zal hebben, het zal ongetwijfeld
ook - geringe - effecten gaan krijgen op de verzamelde capaciteiten. Deze
zijn voor alle jaren sowieso door het CBS vermeld (i.t.t. de aantallen
installaties), maar mogelijk wijzigen de capaciteit volumes vanaf 2021
later nog, als het CBS, na zeer lange tijd, met hun nieuwe bevindingen
gaat komen. Vandaar, dat 2021, en latere jaargangen, ook voor deze grafiek
"nog niet als definitief" kunnen worden geacht.
Naar
analogie van de grafiek voor de aantallen installaties onder (i) het volgende.
Vanaf
de eerste helft van 2019 heeft de sector economische activiteiten de klasse
zon op woningen qua geaccumuleerde capaciteit ingehaald, daarvoor lagen
de volumes onder die in de residentiële sector. Tussen
2020 en 2025 zou de PV capaciteit in de sector "bedrijven" (NB:
incl. alle grotere zonneparken e.d.), volgens de laatst bekende, deels
wederom fors bijgestelde CBS data in totaal zijn toegenomen, van 6.620
naar 17.338 MWp. Tegelijkertijd nam de capaciteit op woningen toe van
4.489 MWp naar 12.088 MWp, en is het verschil tussen de twee sectoren
dus verder toegenomen in het voordeel van eerstgenoemde.
Het totale
volume in deze twee sectoren nam toe, van 11.108 MWp in 2020 (definitief
cijfer), tot alweer 29.426 MWp, eind 2025 (nader voorlopig cijfer). In
2022 en 2023 was de groei in de residentiële sector zeer hoog, waardoor
het verschil met de bedrijfs-sector tijdelijk iets kleiner werd. Vanaf
2024 is dat verschil weer toegenomen, vooral door het instorten van de
marktgroei in het residentiële segment. Een structurele verbetering
daarvan lijkt nog niet in zicht (zie energieleveren.nl
data).
Daar
staat tegenover, dat voor de projectenmarkt (uitsluitend gedreven door
grotere PV-installaties in de bedrijfs-sector) binnen het SDE raamwerk
nog een volume open stond van ongeveer 4,7 GWp tot en met SDE 2024 (analyse
RVO cijfers van 1 juli 2026). Waarvan, ondanks te verwachten verdere
verliezen, beslist nog een substantieel volume opgeleverd zal gaan worden,
de komende jaren. Het ligt dus in de lijn der verwachting, dat het gat
tussen de twee sectoren (woningen vs. bedrijven) nog jaren groot zal blijven.
En dat, indien netcongestie problemen structureler opgelost kunnen worden
(rond 2030 ?), de projecten markt mogelijk op een wat bescheidener niveau
verder zal kunnen groeien, waarbij genoemd "gat" nog steeds
groot zal blijven.
Om de
veranderde verhoudingen tussen de twee markt segmenten nog wat scherper
te tonen, geef ik hier onder een nieuwe grafiek weer.
(k)
Nieuwe grafiek, met de verhouding in opgestelde PV-capaciteit aan het
eind van elk jaar tussen de sector "bedrijven" (economische
activiteiten), en de woningen (residentiële installaties). Tot en
met 2018 was die verhouding nog negatief, met een dieptepunt in 2014 (0,50
: 1, hoogste aandeel capaciteit bij woningen), vanaf 2015 neemt die verhouding
toe. Vervolgens slaat de verhouding om (1 : 1 ratio weergegeven als rode
streepjeslijn), van 0,98 : 1 eind 2018, naar 1,23 : 1, eind 2019. De verhouding
neemt toe naar een maximum in het voordeel van de bedrijfs-sector (1,54
: 1 in 2021), door sterke groei in de residentiële sector in de top-jaren
2022 en 2023, neemt die verhouding weer wat af, naar 1,39 : 1. Om vanaf
2024 weer toe te nemen, tot een factor 1,43 : 1, eind 2025, met de nog
voorlopige CBS cijfers voor dat jaar. De verwachting is, dat deze verhouding
nog lang in het voordeel van de bedrijfs-sector gecontinueerd zal worden,
ver boven de 1 : 1 lijn.
CAGR
PV-capaciteit
Wat de
Compound Annual Growth Rates betreft, komen de resultaten in de grafiek
in paragraaf (j), voor de groei van het opgestelde PV-vermogen neer op
een gemiddelde jaargroei van 46% voor de sector woningen, maar
liefst 60% voor de sector "bedrijven", en op 52,5% voor de totale
volumes in de periode van 2012-2022. In de periode 2012-2020 waren deze
gemiddelde jaarlijkse groei percentages nog 49%, 68%, resp. 58%. Het blijven
echter zeer hoge jaarlijkse groei cijfers, die weinig landen (ooit) hebben
gezien, gemeten over zo'n lange periode. Nemen we de nog voorlopige resultaten
van 2024 tm. 2025 ook in deze berekening mee, tekent zich in de periode
2012 tm. 2025 een gemiddelde CAGR af van gemiddeld 38,1%/jaar voor de
sector woningen, 48,1%/jaar voor de bedrijfsmatige sector, en 42,8%/jaar
voor al het gerealiseerde vermogen.
Voor
de resulterende jaargroei cijfers van deze segmenten, zie de grafiek
onder paragraaf n)
(l)
Evolutie van systeem-gemiddelde PV-capaciteit (in kWp), afgeleid uit de
grafieken getoond in paragrafen (i) en (j), volgens markt-segmentatie
"woningen",
"bedrijven", en "totaal"
volumes volgend uit nieuwe onderzoek-systematiek van het CBS.
Het systeemgemiddelde
bij woningen ging tussen 2017 en 2025 beperkt omhoog, van 3,18 kWp, naar
3,97 kWp in 2025. Bij bedrijven ("niet-woningen") is, voor de
definitieve resultaten tm. 2020, een onstuimige groei te zien, van 23,2
kWp (2017), 33,9 kWp (2018), 39,1 kWp (2019), en 57,0 kWp in 2020. De
groei zal hebben doorgezet, maar omdat de aantallen installaties die toegewezen
worden aan dit segment nog steeds onbekend zijn (langdurig in herziening
bij CBS), zijn de nieuwe systeemgemiddelde vermogens vanaf 2021 nog niet
bekend. Ik heb wel, met herleide data vanuit de totale volumes verminderd
met de hoeveelheden in het woning segment, een "zoekrichting"
kunnen bepalen in de vorm van de met open cirkeltjes weergegeven afgeleide
waarden voor 2021 tm. 2025, waarvan het verloop is weergegeven met een
gestippelde curve. Toenemend tot een maximum van 76 kWp in 2021, waarna
het gemiddelde stapsgewijs lager wordt, tot en met zo'n 64 kWp eind 2025.
Deze afgeleide waarden zullen ongetwijfeld nog flink kunnen wijzigen,
als CBS haar lang verwachte herziening publiceert voor deze deel-sector.
Ook al
wordt het totale systeemgemiddelde van alle installaties door
de vele honderdduizenden installaties op woningen dominant beïnvloed,
die dat gemiddelde fors onder druk blijven zetten, vanwege de enorme opwaartse
druk bij de gemiddelde systeem omvang in de projecten markt, is ook de
totaal curve (zwart) weer een stuk verder omhoog gedrukt. Deze nam al
in 2017-2018 met 18% toe van 5,0 tot 5,9 kWp gemiddeld. In 2019 ging er
weer een flinke schep van ruim 15% bovenop, en werd een totaal systeem
gemiddelde van 6,8 kWp bereikt. Eind 2020 zwol dat verder aan naar 8,0
kWp (18% toename). De progressie bleef aanhouden in 2021, 7% meer dan
het niveau eind 2020, voorlopig culminerend in een totaal systeemgemiddelde
capaciteit van 8,6 kWp voor alle installaties (incl. residentieel). In
2022 viel dat iets terug naar 8,5 kWp, vanwege het record jaar voor nieuwe
residentiële toevoegingen, vanaf 2023 nam het gemiddelde verder toe,
om eind 2025 een niveau te bereiken van 8,88 kWp gemiddeld per project.
Voor
betrouwbare recentere cijfers moet, vanaf 2021, gewacht worden op afronding
van de nieuwe toewijzings-systematiek bij het CBS, voor het bedrijfs-segment.
CAGR
systeemgemiddelde capaciteit 2012-2025
Kijken
we naar de Compound Annual Growth Rate (CAGR) voor de systeemgemiddelde
capaciteiten, komen we ook tot respectabele gemiddelde jaargroei cijfers
over de periode 2012 tm. 2025:
- Woningen
gemiddeld 3,4%/jaar
- "Niet-woningen"
/ "bedrijven" gemiddeld 14,4%/jaar
- Alle PV projecten
(totaal volume) gemiddeld 7,3%/jaar.
De verwachting is
dat bij woningen er relatief weinig in het gemiddelde zal gaan veranderen.
Er kunnen immers niet veel meer modules op een gemiddeld dak, en alleen
een - geringe - stijging van de capaciteit per paneel kan opwaartse druk
uitoefenen. Die stijging is weliswaar nog steeds gaande, moderne, op woningdaken
nog enigszins "hanteerbare" panelen gaan al zo'n beetje richting
de 500 Wp per stuk, en commerciële modules van ver over de 500-600
(tot zelfs over de 700) Wp per stuk zijn al een tijd te koop, maar die
worden vooral ingezet op grote daken, en in zonneparken. Die zeer grote
PV modules zijn helaas onhandelbaar op woningen, omdat het veel grotere
panelen betreft. Het aantal producenten wat dergelijke "high-power"
panelen in de wereldmarkt aanbieden neemt in ieder geval rap toe. Maar
de blijvende boodschap is, dat t.o.v. de totale geaccumuleerde populatie
een eventuele verdere verhoging van het paneel vermogen slechts een bescheiden
impact zal hebben. De crux is, en blijft, de verandering (lees: schaalvergroting)
in de niet-residentiële markt.
Het beeld
is langere tijd totaal anders geweest bij de categorie bedrijven. Daar
heeft de continue schaalvergroting, gestimuleerd door de (zeer) grote
SDE beschikkingen voor PV projecten, een flink opwaartse beweging gegeven
aan de blauwe lijn. Deze is weliswaar, met de nog steeds niet door CBS
gevalideerde cijfers in dit segment, op hoog niveau gestabiliseerd, maar
zal, uiteraard, ver boven het systeemgemiddelde van residentiële
systemen blijven uitkomen. En, wellicht, weer verder kunnen gaan stijgen.
Dat, terwijl de rode curve (alleen woningen) bijna horizontaal zal komen
te liggen, en de zwarte lijn (alle installaties) slechts - in relatief
bescheiden mate - opwaarts zal worden gedrukt vanwege het te verwachten
sterk opwaartse effect bij de bedrijfs-installaties. Hoe dit precies uit
zal pakken met de nieuwe toewijzings-systematiek door het CBS, voor het
bedrijfs-segment, blijft helaas nog even afwachten.
Jaarlijkse
nieuwbouw volumes

(m)
Jaarlijkse groei van totaal aantal PV installaties, segmenten en totalen
In deze
grafiek, een variant op de accumulatie curve getoond in
paragraaf 0-i, en met de Y-as in duizend-tallen, de afgeleide jaargroei
cijfers van het aantal nieuwe PV-installaties, in de segmenten "bedrijven"
(blauw), "woningen"
(donker-rood), resp. de
totalen (zwarte kolommen). Weergegeven inclusief de nader
voorlopige resultaten voor 2024 en 2025, helemaal rechts, gearceerd weergegeven.
"Bedrijven"
Het
bedrijfs-segment blijft natuurlijk klein t.o.v. het dominante aantal residentiële
installaties, en bleef redelijk stabiel tot en met 2017 (tussen de 7 en
10 duizend nieuwe projecten per jaar). Vanaf 2018 groeide dat volume,
van zo'n 14 duizend, tot een voorlopig record aanwas van 34.704 nieuwe
installaties in 2019. Dat aantal is in 2020 weer substantieel minder hoog
geworden, vermoedelijk omdat er in 2019 een hausse aan kleinere SDE gesubsidieerde
rooftop projecten is opgeleverd. En 2020 mogelijk Covid maatregelen roet
in het eten hebben gegooid bij de progressie. Ook is er een in een vorige
update gemelde forse negatieve aanpassing van de CBS data voor dit segment
overheen gekomen, in dat jaar.
Ondanks
de zeer duidelijke teruggang in het aantal projecten in 2020,
is dit beslist niet het geval bij de daarmee gepaard gaande capaciteiten,
die flink door zijn blijven groeien (zie volgende grafiek).
Zoals
eerder al gememoreerd, is het CBS al lange tijd bezig met herziening van
de toewijzing van installaties tot bepaalde klasses. Vanaf 2021 is daarover
dus nog niets bekend voor met name de categorie economische activiteiten.
Ik heb in de grafiek de uit de totalen en aantallen voor woningen herleide
"mogelijke" volumes voor het bedrijfs-segment weergegeven. Deze
zullen, bij herziening van deze cijfers door het CBS, ongetwijfeld nog
flink gaan wijzigen. Vandaar dat de volumes vanaf 2021 in gearceerde kolommen
zijn weergegeven.
Woningen
Ook
bij de woningen is er een tijdje enigszins sprake geweest van stagnatie
bij de nieuwe aantallen per jaar, tussen de 70 en 91 duizend nieuwe woningen
per jaar tm. 2016. Vanaf 2017 gaat het echter langdurig, continu hard
omhoog, van 132 duizend nieuw in dat jaar, via 192 duizend in 2018, 240
duizend nieuwe installaties in 2019, 307 duizend nieuwe PV systemen op
woning daken in 2020, en 344 duizend in 2021. 2022 ging figuurlijk "off
the charts", met maar liefst 519.330 kersverse residentiële
installaties in dat jaar (bijgesteld, definitief).
Dit betekent
ook, als we terugrekenen naar dag gemiddeldes, dat in record jaar 2022,
met 365 dagen, er gemiddeld genomen 1.423 nieuwe PV installaties
per dag op woningen werden gemonteerd. En als we naar het maximaal aantal
"werkdagen" rekenen (gemiddeld zo'n 228 dagen excl. weekends,
vakanties, en feestdagen, volgens
deze site), er zelfs een spectaculair aantal van gemiddeld 2.278 (!)
nieuwe residentiële PV installaties "per werkdag" zouden
zijn geïnstalleerd in dat jaar.
In 2023
was er nog een forse nieuwbouw in de eerste jaarhelft (zie energieleveren.nl
statistieken voor de sub 1 MWac markt), maar vanaf augustus dat jaar
begon de residentiële markt sterk af te koelen, om in de jaren daarna
stapsgewijs verder onderuit te gaan. In heel 2023 kwamen er 473.941 nieuwe
installaties op woningen bij, 8,7% minder t.o.v. de record groei in het
voorgaande jaar. In 2024 en 2025, waarvoor de cijfers nog nader voorlopig
zijn, vielen de aanwas cijfers bij residentiële installaties sterk
terug, naar 311.946 exemplaren (34% minder dan aanwas in 2023), resp.
124.989 stuks (maar liefst 60% minder dan de toevoegingen in 2024).
Totale
jaargroei
De
totale volumes worden uiteraard sterk gedomineerd door genoemde residentiële
installaties, culmineren rond zo'n 100 duizend installaties in 2015-2016,
maar nemen daarna snel toe. Om in 2022 een nieuw record volume, inclusief
bedrijfsmatige systemen, te bereiken, van 568.574 nieuwe installaties
(aangepast volume, definitief). Dat is een factor 6,8
maal zoveel nieuw jaar volume, dan in 2013. In 2023 begon het nieuwbouw
volume terug te lopen, naar 519.861 exemplaren (8,6% minder dan in 2022),
om vervolgens weer flink onderuit te gaan (33 resp. 58% minder aantallen
in 2024-2025). Het nader voorlopige nieuwbouw cijfer voor 2025 is nog
maar 146.056 exemplaren bij de totale volumes, ruim een kwart van de toevoegingen
in record jaar 2022.
(n)
Jaarlijkse groei van PV-capaciteit bij de 2 segmenten, en de totalen

Een compleet
ander beeld dan bij de aantallen nieuwe installaties per kalenderjaar,
krijgen we te zien als we in een vergelijkbare grafiek de daarmee gepaard
gaande capaciteiten uitzetten (Y-as in MWp capaciteit).
Waren
die nieuwe capaciteiten in de eerste twee getoonde jaren inderdaad nogal
bescheiden (114-117 MWp nieuw) bij de bedrijfsmatige systemen, groeide
dit door naar 218 MWp in 2015, 320 MWp in 2016, en al 355 MWp in 2017.
Vanaf 2018 is het pas echt "bal" met de bedrijfs-matige systemen:
het nieuwe residentiële volume werd in dat jaar meteen verpletterd,
met 1.051 MWp nieuwbouw op bedrijfsdaken in 2018, alweer 1.709 MWp nieuw
in 2019 (801 MWp meer dan op woningen, flink bijgesteld in eerdere updates),
en meer dan het dubbele (nieuwe) volume, met de weer fors opwaarts bijgestelde
data voor 2020: een nieuw record van 2.630 MWp, t.o.v. de (ook al record)
nieuwbouw van 1.252 MWp op residentiële daken. Dat bedrijfs-volume
in 2020 ligt 54% hoger dan het nieuwe jaarvolume in dat
segment, in het voorgaande jaar.
In het
tweede Corona jaar, 2021, is er voor het eerst weer een terugval te zien
in het bedrijfs-segment, naar 2.360 MWp nieuw volume (10% minder dan in
2020). Daarna volgde weer twee jaar lang een duidelijke opleving, met
2.542 MWp nieuw volume in 2022 (bijna 8% meer dan in 2021), gevolgd door
een record uitbouw van 2.848 MWp in 2023 (12% meer dan
in 2022). Toen was het gedaan met de pret. In 2024 werd, met nader voorlopige
CBS cijfers, nog maar 2.039 MWp toegevoegd, 28% minder dan de nieuwbouw
in record jaar 2023. En in 2025 viel het sterk verder terug, naar, voorlopig,
nog maar 929 MWp. Wat 54% lager zou zijn dan de nieuwbouw in het voorgaande
jaar, en slechts een derde van het volume in 2023.
Het is
echter zeker dat de cijfers voor 2024 en, met name 2025, nog (flink) zullen
worden bijgesteld, vanwege de trage administraties voor met name de grotere
projecten. Voor 2025 verwacht ik een flinke toevoeging aan de CBS cijfers,
want ik heb voor dat jaar al 937 MWp aan nieuwe netgekoppelde zonnepark
capaciteit geturfd (analyse
begin dit jaar), en dat volume is al hoger dan het eerste CBS cijfer
voor de totale capaciteit voor het "bedrijfs-segment".
Daar moet natuurlijk nog veel volume aan worden toegevoegd, met name voor
de grotere rooftop projecten die in 2025 zijn gerealiseerd.
Residentieel
"flying high and diving deep"
De residentiële
volumes begonnen op een aanmerkelijk hoger niveau dan in het bedrijfsmatige
segment. Dat was 249 MWp in 2013, vanwege de toen hoge impact makende
beruchte Lenteakkoord subsidies voor residentiële systemen (resultaten:
hier).
Deze deelmarkt groeide licht verder tot 301 MWp in 2015, en viel zelfs
tijdelijk iets terug naar 289 MWp, iets onder het bedrijfs-matige segment,
in 2016. In 2017 deed residentieel het weer beduidend beter (420 versus
355 MWp nieuw bedrijfs-matig volume). Maar in 2018 gaf het woningmarkt
segment vermoedelijk voor zeer lange tijd de Pijp aan Maarten: met 647
MWp in 2018, 908 MWp in 2019, 1.252 MWp in 2020, tot 1.354 MWp in 2021.
Tot dat jaar bleven de nieuwbouw cijfers in het residentiële segment
ver achter bij de toenames in de bedrijfs-matige deelmarkt.
In 2022
veranderde dat substantieel, het bedrijfsmatige segment begon fors te
lijden van de om zich heen grijpende netcongestie op met name de middenspannings-netten.
En al bereikte het in dat jaar weer een volume wat bijna het niveau van
record jaar 2020 evenaarde, de residentiële markt explodeerde, waarbij
het verschil met de nieuwbouw in het bedrijfsmatige segment weer een stuk
kleiner was geworden. Op woningen werd een fors nieuw volume van 2.172
MWp aangebracht (bijgesteld cijfer), 60% meer dan in het voorgaande jaar.
De combinatie van toen nog lucratieve ongelimiteerde saldering, btw vrijstelling
bij aankoop, en al zeer gunstige prijzen voor flinke residentiële
installaties, heeft er toe geleid dat in 2023, ondanks de al flinke terugval
in de tweede jaarhelft (energieleveren.nl
data), een record nieuwe capaciteit aan zonnepanelen werd aangebracht
op woningen, 2.328 MWp. Dat is weer ruim 7% meer dan
het nieuwe volume in het voorgaande jaar.
En toen
kwam de heftige terugval. In 2024 was het nieuwe volume slechts 1.228
MWp in de residentiële sector (47% lagere groei dan in record jaar
2023), en in 2025 was het nog maar 518 MWp. 2025 bracht daarmee 58% minder
nieuw volume mee dan het al tegenvallende voorgaande jaar. En de bijgeplaatste
capaciteit was toen nog maar 22% van de record aanwas in 2023 (2024 en
2025: nader voorlopige cijfers).
Trend
totale jaarvolumes
Het totale
jaarvolume nam uiteraard ook rap toe, vanaf 2015. Na een tussen-piekje
van 3.883 MWp in 2020, zakte het tijdelijk iets terug in 2021, naar 3.714
MWp. 2022 en 2023 lieten achtereenvolgens twee nieuwe jaar record volumes
zien bij de capaciteit uitbouw, 4.713 MWp, resp. een verrassend hoge 5.176
MWp, een factor 14,3 maal het nieuwe volume in 2013, 10 jaar
eerder. Holland Solar ging in hun prognose voor heel 2023 nog uit van
een groei onder de 4 GWp, in de toenmalige EU Market Outlook For Solar
Power 2023 - 2027, van de Europese branche-organisatie SPE, en waren toen
dus véél te conservatief bij hun afschatting voor dat jaar.
Vanaf
2024 keerde de trend hardhandig. 2024 leverde, met de nader voorlopige
cijfers nog maar 3.267 MWp nieuwe capaciteit op, 37% minder dan in record
jaar 2023. 2025 deed het nog slechter, met, voorlopig, 1.447 MWp nieuwbouw.
Wat 56% onder het al tegenvallende nieuwe volume in 2024 ligt, en wat
slechts 28% is van het niveau in 2023.
De branche
organisatie claimde voor 2025 een potentiële nieuwbouw van totaal
1,9 GWp in de EU Market Outlook For Solar Power 2025 - 2030, wat, indien
reëel, zou inhouden, dat het CBS nog zo'n halve GWp aan nieuwe capaciteit
zou moeten bijplussen voor dat jaar. Mede gezien het al hoge volume wat
ik voor alleen de zonneparken heb gevonden (zie opmerking hier boven),
lijkt dat vrij waarschijnlijk. We gaan zien wat er uiteindelijk bij het
CBS aan (definitieve) cijfers geproduceerd zal gaan worden voor alle markt
segmenten voor 2025, maar daar zullen we, helaas, nog lang op moeten wachten
(tot eind 2027).
Verhouding
bedrijfs- en woning segment bij capaciteit evolutie
Ook hiervan
heb ik wederom een nieuwe grafiek gemaakt, om de trendbreuk in de verhoudingen
tussen de twee deelmarkten goed te visualiseren, naar analogie van het
diagram voor de geaccumuleerde capaciteiten aan het eind van alle jaargangen
(zie grafiek
in paragraaf k).

(o)
De verhouding in de nieuwe jaar volumes bij bedrijven en bij woningen
is in de weergegeven periode van twaalf jaar tijd gewijzigd in een factor
0,46 : 1 (2013) naar een compleet omgedraaide ratio van 2,10 : 1 ten bate
van het bedrijfsmatige segment bij de nieuwbouw in 2020. Daarna neemt
de verhouding in 2021 en 2022 weer flink af door een sterk groeiende residentiële
markt, tot een factor 1,17 : 1 in 2022. Vanaf 2023 zijn de rollen wederom
omgedraaid, met beduidend meer bedrijfsmatig dan residentieel bijgeplaatst
volume per jaar. De ratio stijgt, van 1,22 : 1 bij de nieuwbouw in 2023,
via 1,66 : 1 in 2024, tot een nog zeer voorlopige verhouding van 1,79
: 1 bij de nu bekende nieuwe installaties in 2025.
(p)
Evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit van nieuwe PV projecten per
jaar, segmenten en totalen

In deze
laatste grafiek van deze belangrijke sectie geef ik de systeemgemiddelde
capaciteit van de jaarlijkse toevoegingen voor de 2 marktsegmenten,
en voor de totalen weer, zoals berekend uit de data voor de voorgaande
twee grafieken onder paragrafen (m) en (n), ontleend aan officiële
CBS cijfers. Ook deze grafiek heeft weer een geheel ander karakter, dan
de vorig exemplaren. De Y-as geeft de gemiddelde systeemcapaciteit per
nieuwe installatie weer in de betreffende kalenderjaren, in kWp
opgesteld DC generator vermogen. Om de volumes onderling goed te kunnen
vergelijken heb ik ditmaal een logaritmische schaal gekozen.
Economische
activiteiten
Bedrijfsmatige
installaties (blauwe kolommen)
zijn dominant aanwezig in deze grafiek, wat natuurlijk logisch is, omdat
het om veel grotere projecten gaat dan op woningen (of op de grond, of
drijvend op water). De groei van het systeemgemiddelde vermogen per nieuw
contingent per kalenderjaar is daarbij rap gestegen, van 13,2 kWp in 2013,
naar 37,3 kWp in 2016. Dit zakte in 2017 iets in, naar 34,1 kWp bij de
nieuwe installaties. En nam sterk toe naar 73,7 kWp in 2018, vooral veroorzaakt
door de nodige grote zonneparken die toen on-line kwamen, en sowieso een
zeer sterke groei van het aantal grotere bedrijfsdaken met zonnepanelen.
In 2019 is het niveau nog steeds hoog, maar beduidend afgenomen t.o.v.
het gemiddelde voor 2018: in 2019 had een gemiddelde "niet-op-woning"
installatie volgens de afgeleide CBS cijfers een gemiddelde omvang van
49,2 kWp.
Zoals
al in een eerdere update was voorspeld, vermoedde Polder PV dat dit gemiddelde
in 2020 beslist weer zou kunnen stijgen, omdat er nogal wat grote zonnepark
plannen tot uitvoer zouden worden gebracht. Dit is volledig uitgekomen,
het systeemgemiddelde vermogen van de nieuwe installaties heeft in dat
jaar een nieuw record niveau bereikt van 185,0 kWp. Dat is ruim bijna
het vier-voudige niveau van de gemiddelde toevoegingen in het voorgaande
jaar, en een factor 2,5 maal zo hoog dan het voorgaande record bereikt
in 2018. Het systeemgemiddelde is in 2020 momenteel een factor
14 maal zo groot dan het gemiddelde in 2013.
Vanwege
de indelings-systematiek inmiddels in revisie bij het CBS, is er nog geen
uitspraak te doen over de cijfers vanaf 2021. 2021 zelf toont een "onwaarschijnlijk"
hoog gemiddeld niveau van ongeveer een MWp per project, maar dat zal beslist
later fors neerwaarts worden bijgesteld. De verwachting hierbij blijft,
dat in recentere jaren de gemiddelde capaciteit van de nieuwste projecten
op nog hogere niveaus zijn komen te liggen (zoals ook al uit recente VertiCer
cijfers voor de projecten markt blijkt). Uit de afgeleide berekeningen
zou grofweg zo'n 40 tot 60 kWp gemiddeld per project volgen. De definitieve
waarden voor 2021 tot en met 2025 zullen we echter nog een tijd moeten
afwachten, totdat het CBS een volledige herziening publiceert voor dit
markt segment.
Woningen
Compleet
anders is het beeld bij de residentiële installaties (rode
kolommen), die, ook al groeien ze gemiddeld genomen iets wat omvang betreft,
gewoon relatief klein zullen blijven. Het systeemgemiddelde van de nieuwe
populaties per kalenderjaar nam toe van 3,31 kWp in 2013 tot 3,41 kWp
in 2014, daalde vervolgens naar 3,19 kWp in 2017. En nam vervolgens weer
toe, van 3,38 kWp in 2018, via 3,79 kWp in 2019, tot 4,07 kWp bij de nieuwe
woning installaties in 2020.
Vanaf
2021 schommelt het gemiddelde project vermogen bij de residentiële
installaties, tussen de 3,94 kWp in 2021 en 2024, en 4,91 kWp bij de nieuwe
installaties, in 2023. In 2025 ligt het niveau, met het huidige gemiddelde,
op 4,14 kWp. Dat is 25% hoger dan in 2013, 12 jaar eerder. Een relatief
bescheiden verhoging, dus, in vergelijking met de niet-residentiële
projecten hierboven uitgelicht.
Totaal
volume
Zwaar
gedomineerd door het effect van de paar honderdduizend nieuwe residentiële
projecten, wordt de gemiddelde systeem capaciteit van alle installaties
bij elkaar (residentieel en bedrijfs-matig) natuurlijk sterk beïnvloed
door de lage capaciteit van de enorme hoeveelheid woning installaties.
Vandaar dat de zwarte curve ook lage systeemgemiddeldes
heeft, evoluerend van 4,3 kWp voor de nieuwe systemen in 2013, groeiend
tot 6,2 kWp in 2016, even licht afnemend in 2017 (5,5 kWp), om door te
groeien naar 8,3 kWp (2018), via 9,5 kWp in 2019, tot een - voorlopig
record - gemiddelde niveau van 12,1 kWp in 2020. Dat
is een factor 2,8 maal het nieuwe systeemgemiddelde in
2013.
Vervolgens
zakt het totale systeemgemiddelde weer iets in, en schommelt het tussen
de 10,7 kWp (2021) en 8,3 kWp (2022). Met de voorlopige data voor 2025,
is het gemiddelde, 9,9 kWp, een factor 2,3 maal zo hoog dan in 2013.
In het bericht met
de algemene wijzigingen van de totale volumes tot en met 2019 in de voorlopige
CBS cijfers voor dat jaar heb ik destijds voor het eerst twee extra grafieken
opgenomen. Zie daarvoor de bijdrage
van 30 juni 2021 op Polder PV. Die grafieken zijn inmiddels bijgewerkt
tot en met de nog zeer voorlopige cijfers voor 2025. Ze geven achtereenvolgens
de evolutie weer van de systeemgemiddelde capaciteit van alle installaties
(sectie q), en een vergelijkbare grafiek voor de situatie
bij uitsluitend woningen (sectie r).
(q)
Volgens de meest recente cijfers van het CBS, met de laatst bekende cijfers
tot en met 2025** toegevoegd, de huidige stand van zaken m.b.t. de systeemgemiddelde
capaciteit evoluties, voor alle projecten.

Bij de
eindejaars-accumulaties (EOY, blauwe
kolommen) is de systeemgemiddelde capaciteit van alle projecten gestaag
gestegen, van 3,56 kWp eind 2012, via 6,80 kWp eind 2019, tot 8,77 kWp
eind 2023. Bij de voorlopige cijfers voor 2024 en 2025 is er zo'n beetje
een stabilisatie zichtbaar, in 2025 voorlopig eindigend op gemiddeld 8,88
kWp per installatie (van groot tot klein).
Goed
is te zien, dat bij de jaarlijkse toevoegingen (oranje
kolommen), het proces sneller is gegaan tm. 2020, wat een zoveelste vingerwijzing
is voor de voortdurende schaalvergroting van projecten in de solar sector
in die periode. In 2020 werd het op 2 na hoogste capaciteit volume aan
grondgebonden zonneparken gerealiseerd,
wat een belangrijke oorzaak van het hoge totale systeem gemiddelde is
geweest in dat jaar. Dat gemiddelde nam, van 2013 tm. 2016, toe van 4,33
naar 6,21 kWp, zakte weer iets in in 2017 naar 5,46 kWp, en ging vervolgens
rap in de versnelling, van 8,25 kWp in 2018, via 9,53 kWp in 2019, naar
gemiddeld 12,07 kWp in 2020. Dat zijn installaties gemiddeld 2,8 maal
zo groot dan de toegevoegde exemplaren in 2013.
In 2021
en 2022 werd een duidelijke trendbreuk bij de nieuwe installaties zichtbaar.
Ondanks de verdere schaalvergroting in de projectenmarkt, was de groei
in het residentiële segment toen al zo omvangrijk, dat de talloze
kleine installaties het nieuwe systeemgemiddelde weer flink onder druk
gingen zetten. Resulterend in 10,72 kWp gemiddeld in 2021, en 8,29 kWp
bij de nieuwe projecten in 2022. Daarmee werd ongeveer weer het niveau
van 2018 bereikt, met het systeemgemiddelde van alle projecten.
Vanaf
medio 2023 stortte de residentiële markt in, en veert het totale
systeemgemiddelde niveau weer omhoog (totaal kleine én grote installaties).
In 2023 piekte het weer even naar 9,96 kWp, om op wat lagere niveaus te
eindigen in 2024 (9,37 kWp), en 2025 (9,91 kWp). Omdat deze laatste twee
jaren nog nader voorlopige cijfers bevatten, kunnen die verhoudingen nog
gaan wijzigen in latere updates.
In ieder
geval is het niveau in 2025 voorlopig een factor 2,3 maal zo hoog bij
het systeemgemiddelde van de toevoegingen dat jaar, dan bij de nieuwbouw
in 2013.
(r)
Jaarlijkse evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit en ditto voor
de eindejaars- accumulaties van PV installaties in Nederland voor
uitsluitend woningen, in de periode 2012-2025**, volgens de meest
recente cijfers van het CBS.
Bij uitsluitend
woningen blijft er ook progressie zichtbaar in de evolutie van de systeemgemiddelde
capaciteiten, maar deze is - uiteraard - veel minder uitgesproken dan
de ontwikkeling in de complete markt waar schaalvergroting al jaren aan
de gang is, en grote projecten de totale capaciteit evolutie zijn gaan
domineren.
Bij de
eindejaars-capaciteiten (blauwe
kolommen) ontwikkelde het gemiddelde residentiële systeem zich volgens
de meest recente CBS cijfers van een installatie van 2,56 kWp eind 2012,
tot een project van gemiddeld 3,23 kWp, eind 2018. Dan volgt een opmerkelijke
serie sprongen voorwaarts naar, gemiddeldes van, achtereenvolgens, 3,37
kWp (2019), 3,54 kWp (2020), 3,63 kWp (2021), 3,76 kWp (2022), tot al
3,97 kWp in 2023. Wat 55% hoger ligt dan het niveau eind 2012. Dit is
ook het - ongewijzigde - gemiddelde in de jaren 2024 en 2025, waarvoor
de data nog nader voorlopig zijn bij het CBS. Een gemiddeld vermogen van
3,97 kWp komt overeen met een residentiële installatie van 10 zonnepanelen
van elk bijna 400 Wp in dat jaar.
Ook bij
de nieuwe jaarvolumes (oranje
kolommen) zijn de toevoegingen gemiddeld al wat groter dan bij de eindejaars-accumulaties.
Was dat in 2013 nog een gemiddelde van 3,31 kWp voor de nieuwe residentiële
projecten (t.o.v. EOY accumulatie gemiddeld 2,95 kWp), zakte het verschil
naar bijna nihil in, tm. 2017 (YOY gemiddeld 3,19 kWp bij EOY gemiddelde
accumulatie van 3,18 kWp). Daarna namen de gemiddelde nieuwe capaciteiten
per jaar echter rap toe, een marktontwikkeling die vooral het gevolg is
van het beschikbaar komen van véél krachtiger (ook nog op
woning daken hanteerbare) modules vanaf 2018. In dat jaar was het gemiddelde
bij de nieuwe installaties al toegenomen naar 3,38 kWp, in 2019-2020 steeg
dat fors verder, naar 3,79, resp. 4,07 kWp. Nadat dit in 2021 even pas
op de plaats maakte, met een iets teruggevallen gemiddelde van 3,94 kWp,
nam dit in 2022 weer flink toe naar gemiddeld 4,18 kWp, tot zelfs een
opvallend hoge 4,91 kWp bij de nieuwkomers in 2023. Wat
alweer ruim 48%
hoger ligt dan het gemiddelde van de aanwas in 2013. In 2023 kwam dat
dus overeen met nieuwe installaties van, gemiddeld, ongeveer 14 zonnepanelen
à 350 Wp.
Zeer
goed is te zien, dat vervolgens de residentiële markt in elkaar klapte.
Het gemiddelde systeem vermogen nam in 2024 fors af, omdat het weinig
zin meer had om grote installaties aan te leggen, waarvoor hoge teruglever
vergoedingen moesten worden opgehoest, die vanaf medio 2023 in toenemende
mate in rekening werden gebracht door de stroom leveranciers. In 2024
zakte het systeem gemiddelde naar 3,94 kWp (20% minder dan het record
in 2023), in 2025 nam het weer wat toe, naar 4,14 kWp gemiddeld bij de
nieuwe installaties (grofweg het niveau van 2022). De cijfers voor 2024
en 2025 kunnen later nog worden bijgesteld.
Op provinciaal
niveau, hier verder niet getoond, is goed zichtbaar, dat Noord Brabant,
met haar talloze grote huizen (met veel zonnepanelen), een flinke opwaartse
druk uitoefent bij het gemiddelde voor het eindejaars-volume. Dat lag
in de jaren 2023-2025 tussen de 4,34 en 4,37 kWp. In Noord-Holland is
het het laagst, 3,52 - 3,53 kWp per woning aan het eind van die jaargangen.
Ook belangrijk bij de impact vanwege de hoge aantallen woningen zijn de
provincies Overijssel en Limburg (4,32 resp. 4,29 kWp/woning, EOY 2025),
en Drenthe en Gelderland, waar het gemiddelde tevens hoog ligt (4,14 -
4,15 kWp/woning, EOY 2025).
Bij de
jaargroei cijfers zijn er telkens andere provincies met de hoogste gemiddelde
systeemcapaciteiten bij de woningen, 4,40 kWp in Flevoland in 2020, 4,44
kWp in Limburg in 2021, 4,96 kWp in Drenthe in 2022, 5,20 kWp in Gelderland
in 2023, en 4,49 kWp in Overijssel, in 2024. Zeeland heeft een opmerkelijk
/ verdacht hoog gemiddelde bij de nieuwkomers in 2025 (18,56 kWp!). Er
is ook iets vreemds aan de hand met de jaargroei in die provincie, in
2023, die is extreem laag. Mogelijk zitten hier dan ook nog datafouten
in de CBS cijfers.
Noord-Holland
staat bij het gemiddelde systeemvermogen bij de nieuwe installaties in
2020 tm. 2022 en in 2025 op de laagste trede. In 2025 met 3,38 kWp gemiddeld
bij de nieuwe installaties op woningen. In 2023 en 2024 was Groningen
de provincie met de laagste gemiddelde systeem capaciteiten in de residentiële
sector.
Direct
naar inhoudsopgave
Bronnen
/ verder lezen
Interne publicaties
CBS en zonnestroom statistieken 2021 - 2026 Polder PV:
- 24
februari 2021. Eerste CBS capaciteits-cijfers over 2020
- 31
mei 2021. Lichte bijstelling eerste cijfers over 2020
- 31
mei 2021. Deel II CBS cijfers 2020 - productie resultaten incl.
zonnestroom
- 8
juni 2021. Elektriciteitsproductie hernieuwbare bronnen in eerste
kwartaal 2021 in historisch perspectief
- 30
juni 2021. Definitieve totaal cijfers zonnestroom tm. 2019, incl.
primaire segmentatie en prognoses 2020-2021
- 13
juli 2021. Fors aangepaste, maar nog steeds voorlopige totale capaciteits-cijfers
voor 2020. Voorlopige jaargroei: 3.491 MWp
- 22
juli 2021. "De ultimate CBS update" status 9 juli 2021;
gedetailleerde analyse alhier
(2019 definitief, 2020 voorlopig)
- 30
september 2021. Samenvatting jaar rapport "Hernieuwbare Energie
2020" van het CBS, incl. stroom productie per jaar en per maand
- 12
december 2021. Wederom behoorlijk aangepaste cijfers voor 2020,
status "nader voorlopig". Jaargroei opgehoogd naar 3.724 MWp
- 7
maart 2022. Eerst gepubliceerde CBS capaciteit cijfers voor zonnestroom
voor het hele kalenderjaar 2021
- 8
maart 2022. Idem, maandelijkse zonnestroom producties en vergelijking
met datareeks Energieopwek.nl
- 7
juni 2022. Eerste geringe bijstellingen CBS data over 2021. Segmentatie
grafieken
- 7
september 2022. Berekende maandelijkse productie zonnestroom tm.
medio 2021. CBS versus Energieopwek.nl
- 8
september 2022. Vervolg van status "zonnepanelen tellen m.b.v.
satellietfoto's", CBS / Kadaster project
- 20
oktober 2022. "De ultimate CBS update" status 31 mei 2022;
gedetailleerde analyse alhier
(2020 nader voorlopig; 2021 voorlopig)
- 15
december 2022. Revisie globale CBS data voor de jaren 2020 (nu definitief),
2021 (nog "nader voorlopig"), en 1e cijfers eerste jaarhelft
2022
- 8
maart 2023. Record zonnestroom productie vastgesteld voor 2022 door
het CBS (vergelijking met Energieopwek.nl data)
- 9
maart 2023. Eerst gepubliceerde CBS capaciteit cijfers voor zonnestroom
voor het hele kalenderjaar 2022
- 2
juni 2023. Eerste bijstelling capaciteit cijfer 2022 en eerst-publicatie
aantallen PV installaties
- 16
juni 2023. Enkele eerste grafieken met regionale PV segmentaties
tm. 2022
- 13
oktober 2023. Prognoses versus realiteit. Grafiek met afgezet de
verwachting van marktontwikkeling PV door St. Zon in 2016, en de harde
CBS cijfers
- 16
november 2023. Forse opwaartse aanpassing capaciteit PV vermogen
in 2022, en licht negatieve bijstelling capaciteit 2021. 1e van serie
van 5 artikelen
- 23
november 2023. Eerst gepubliceerde, nog zeer voorlopige afschatting
voor capaciteit en aantallen PV-installaties medio 2023
- 9
januari 2024. "De ultimate CBS update" status 17 november
2023; gedetailleerde analyse alhier
(2022 nader voorlopig; HI 2023 voorlopig)
- 7
maart 2024. Eerst afschatting PV markt cijfers eind 2024 door het
CBS
- 8
maart 2024. Berekende zonnestroom productie tm. 2023 (CBS)
- 9
juni 2024. Eerste bijstelling cijfers 2023 door het CBS
- 9
juni 2024. Zonnestroom productie tm. 2023 in relatie tot andere
energie opwekking modaliteiten (CBS)
- 13
juni 2024. CBS cijfer update deel 3. Diverse deel segmentaties tm.
2023
- 20
augustus 2024. Penetratie zonnestroom op woningen volgens separaat
gepubliceerde cijfers van het CBS
- 18
november 2024. Derde bijstelling - naar record nieuwe - capaciteit
cijfers 2023 door CBS; Australië tijdelijk naar 2e positie bij
Wp/capita
- 19
november 2024. Zonnestroom productie 2023 herberekend op basis van
nieuwe capaciteits-data CBS
- 30
november 2024. Enkele segmentatie statistieken n.a.v. wijzigingen
cijfers CBS tm. 2023
- 11
maart 2025.
Eerste, preliminaire capaciteits-cijfer voor 2024 (CBS)
- 13
maart 2025. Eerste zonnestroom productie berekeningen en afgeleide
grafieken n.a.v. eerste CBS cijfers 2024
- 17
juni 2025. Forse neerwaartse aanpassing capaciteit voor 2024 volgens
gewijzigde CBS data
- 15
juli 2025. Weer forse aanpassingen aan CBS data voor 2024, beduidend
lagere groei dan in 2023. Aangepaste zonnestroom productie grafiek tm.
2024
- 19
november 2025.
Alweer flinke wijzigingen bij CBS, 2023 absoluut record jaar marktgroei
(> 5 GWp), tabellen en grafieken aangepast tm. 2024 & 2025 HI
- 19
november 2025. Wp/capita tm. 1e jaarhelft 2025 aangepast voor Nederland
versus Australia
- 21
november 2025. Maandelijkse zonnestroom producties CBS tm. augustus
2025 en afgeleide grafieken
- 10
maart 2026. Eerste afschatting capaciteit EOY 2025 door het CBS,
gewijzigde tabellen en grafieken
- 10
maart 2026. Wp/capita ration Australia vs Nederland herzien voor
eind 2025: status "undecided"
- 7
juli 2026. Tweede cijfer opgave / bijstelling capaciteits-cijfers
2025 door CBS, met grafieken capaciteit en zonnestroom productie tm.
2025
- 7
juli 2026. Strijd Australië vs Nederland op basis Wp/capita
eind 2025 nog onbeslist
- 8
juli 2026 Zonnestroom producties tm. april 2026, en relatie met
andere energie opwekkende modaliteiten in grafieken. PV meer dan een
kwart bij elektra
Samenstelling
van data en grafieken voor deze webpagina augustus 2026. Eerste publicatie
door Polder PV: 25 augustus 2026.
Indien
fouten in de grote hoeveelheid cijfers worden gevonden gaarne bericht
aan Polder PV. Waarvoor dank.
|
|