CBS solar NL -
cijfers tm. 2023 HI
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

CBS & zonnestroom NL - nieuwe statistieken

Evolutie PV installaties per provincie en per gemeente tm. 2025*,**

Basisgegevens © CBS, status update grootste data verzameling 12 - 19 juni 2026

Alle grafieken © 2022-2026 Peter J. Segaar/www.polderpv.nl

Cijfers gebaseerd op nieuwe onderzoeks-methodiek CBS

*De huidige update vervangt het voorgaande exemplaar tm. medio 2023, met de nieuwste data, gepubliceerd op 12 juni 2026 ff.
In de voorlaatste update werden zeer voorlopige data tm. medio 2023 gepubliceerd, in de huidige versie zijn alle tussentijdse toevoegingen en wijzigingen opgenomen,
en zijn de eerst bekende cijfers voor 2025 toegevoegd.
Data tm. 2023 zijn definitief, de cijfers voor 2024 en later nog steeds "nader voorlopig" volgens het CBS (deze kunnen dus nog steeds worden bijgesteld).
Voor installaties bij bedrijven zijn, vanwege een methodologie wijziging bij het CBS, data defintiief tm. 2020, en kunnen die voor latere jaren nog worden bijgesteld.

**
Zie ook sommige vergelijkbare, en andersoortige, deels verouderde grafieken op basis van Klimaatmonitor portal van Rijkswaterstaat (april 2018)

Voor een eerste introductie tot de analyses op deze volledig ververste webpagina, zie bijdrage van 26 augustus 2024.

Zie verder inhoudsopgave voor (sub-)links

https://opendata.cbs.nl


Introductie

Op 9 januari 2024 heb ik een voorlaatste detail overzicht van een verzameling cijfers over zonnestroom van het CBS gepubliceerd, die eind 2023 werden geopenbaard. Deze is, zoals gebruikelijk gebaseerd op de compleet nieuwe onderzoeks-systematiek van het CBS (alhier besproken door Polder PV), en gaf de nog zeer voorlopige, en later niet meer gereviseerde stand van zaken weer tot en met medio 2023. Hierna zijn meerdere malen nieuwe en gereviseerde cijfers door het CBS gepubliceerd, voor zowel 2023 als 2024, en inmiddels ook al eerste cijfers voor 2025. Deze zijn deels, en in verkorte vorm door Polder PV al grafisch verwerkt en geduid. Alle artikelen daarover vindt u onderaan deze analyse, bij de bronnen.

Voor 2023 zijn sinds eind vorig jaar definitieve cijfers voorhanden, voor 2024 (en later) zijn deze echter nog "nader voorlopig", en kunnen deze nog worden bijgesteld. Aangezien er alweer de nodige tijd is verstreken sinds de vorige "totaal" update van de zonnestroom data bij het CBS, wordt in deze nieuwe analyse de nieuwe stand van zaken tm. 2025 weergegeven. Hierbij als vanouds de kanttekening, dat tussentijdse half-jaar cijfers, die het CBS de laatste jaren aan het eind van het opvolgende jaar publiceert, niet meer in beschouwing worden genomen. Die cijfers geven namelijk slechts een nog zeer voorlopige tussenstand aan, en zullen later fors gewijzigd zijn. Maar die status wordt nooit door het CBS gepubliceerd, dus zijn analyses op basis van die "preliminaire half-jaar cijfers" gedoemd tot mislukken, ze zijn per definitie achterhaald, en ook "fout". Voor andere overwegingen over de onzekerheden rond ooit gepubliceerde half-jaar cijfers, zie ook de paragraaf daar over in de bespreking van de status update, eind 2023 ("Nog zeer voorlopige volumes voor 2023 H1", onder paragraaf i).

De huidige detail analyse doet op diverse hogere (landelijke cijfers), en lagere statistiek niveaus, op het gebied van provincies, en gemeentes, met een nieuwe set grafieken verslag van de evoluties op die niveaus. De gemiddelde systeemgrootte liet met name de laatste 2 jaar onmiskenbaar een zeer forse schaalvergroting van de projecten zien, maar gezien de afkoeling van de projectenmarkt, en minder grote installaties, is die trend, na een maximum in 2020, weer wat afgenomen. Duidelijk is uiteraard ook de fors afgekoelde markten voor zowel de residentiële, als de bedrijfs-sector, een gevolg van diverse factoren, waaronder netcongestie, aankondiging einde salderen, invoering van invoedings-heffingen, e.d.

Later zal worden ingegaan op de nieuwe statistieken voor de provinciale, RES, en gemeentelijke niveaus. Ratings van gemeentes worden vooral bij de capaciteit nog steeds zeer sterk beïnvloed door netkoppeling van slechts 1 of een paar (zeer) grote projecten zoals zonneparken. Ook bij de terugrekening van capaciteit per inwoner, heeft deze schaalvergroting een dominant effect op de ratings.


Inhoudsopgave

Introductie

Nationale trends

Bronnen


(0) Nationale trends

Ik heb in een lange reeks artikelen al stilgestaan bij de allereerste, en later aanzienlijk gewijzigde cijfers voor de jaren 2020 tm. 2025 bij het CBS. Gelieve u daar te vervoegen voor de details. De eerste cijfers voor 2025 beginnen wat te consolideren, maar zullen, evenals die voor 2024, in komende revisies nog kunnen wijzigen. De data tot en met 2023 zouden "definitief" zijn bij het CBS. Voor de volledige lijst publicaties tussen 2021 en 2026, zie onder bronnen onderaan.

In eerste instantie, geef ik hieronder de meest relevante grafieken weer met de laatste versie van de nationale zonnestroom statistiek cijfers, 12 juni 2026 voorzien van de laatste updates. Hierin ook de herziene totaal cijfers voor 2023 (sinds de update van november 2025 "definitief"), de flink gewijzigde data voor 2024, alsmede de tussentijds aangepaste cijfers voor 2025 (beide jaargangen nog steeds "nader voorlopig"). 2025 is achteraan in de grafieken toegevoegd. Voor inhoudelijke bespreking van deze grafiek, zie de analyse van 7 juli 2026, en de 2 daar op volgende artikelen. In het 1e artikel van die reeks vindt u ook de al jaren door Polder PV gepresenteerde tabel met de aller-eerste afschattingen van het CBS voor de nationale PV-capaciteit per kalenderjaar, en de "definitieve" (of inmiddels al gewijzigde [nader] "voorlopige") stand van zaken.

Aantallen installaties

(a) Einde-jaars accumulatie (EOY) aantal zonnestroom installaties in Nederland volgens CBS (status 12 juni 2026) in blauwe kolommen. Cijfers tm. 2023 definitief, en "nader voorlopig" voor 2024-2025 (gearceerde kolommen). Het voorlopige resultaat voor eind 2025 is volgens het CBS 3.313.355 installaties, ruim 3,3 miljoen. De verwachting dat de grens van 3 miljoen installaties eind 2023 al gehaald zou kunnen worden (in de analyse van eind 2023, op basis van Open Data van Enexis), is niet uitgekomen, die moet, op basis van de huidige CBS data, ongeveer vroeg in het tweede half-jaar van 2024 zijn gepasseerd.

(b) De onafhankelijk geproduceerde zonnestroom data in het energieleveren.nl portal, reppen momenteel voor eind 2025 van een cumulatie van 3,29 miljoen installaties in het sub 1 MWac segment. Het verschil met het totaal aantal installaties volgens CBS, bedraagt eind van dat jaar 25.132 stuks aan grotere projecten. Belangrijk is het, om te realiseren, dat dit minder project sites zal betreffen, omdat ook bij de grotere projecten meer dan 1 "installatie" (per stuk groter dan 1 MWac) gerealiseerd kan zijn binnen het project gebied. Dit gebeurt regelmatig bij grote distributie centra en bij grotere zonneparken.

(c) Uit EOY data zijn de afgeleide jaargroei cijfers (YOY) bepaald en weergegeven in oranje kolommen. De jaargroei cijfers zijn flink toegenomen, van 274.430 exemplaren in 2019, via 321.623 stuks in 2020, tot 346.397 projecten in 2021. In 2022 nam de groei zelfs explosief toe, met 568.574 exemplaren een absoluut record volume. In ieder geval al veel meer, dan de destijds afgeschatte "mogelijk bijna vierhonderd-duizend nieuwe installaties", gebaseerd op de toenmalig bekendgemaakte eerste half-jaar volumes in 2022.

Ondanks het feit, dat bij de capaciteit 2023 het nieuwe record jaar is geworden (zie paragrafen d, en n), is dat voor de aantallen nieuwe installaties het jaar 2022 gebleven. 2023 kwam namelijk, met volgens CBS definitieve cijfers, uit op 519.861 nieuwe installaties. Daarna zette het verval verder in, met nog maar 384.579 nieuwe installaties in 2024, resp. 146.056 in 2025 (beiden nog nader voorlopig).

Voor zowel EOY als YOY volumes s.v.p. de rechter Y-as ter referentie raadplegen.

(d) Uit de jaargroei cijfers is ook het verschil percentage met de jaargroei in het voorgaande jaar berekend, en weergegeven in de grijze curve (referentie: linker Y-as). De jaargroei in 2017 en in 2018 was 45% t.o.v. de toename van het PV volume in 2016 resp. 2017. In 2019 nam de jaarlijkse aanwas ruim 33% toe t.o.v. het nieuwe jaarvolume in 2018. De groei in 2020 lag 17% hoger dan de aanwas in het jaar 2019, volgens de huidige CBS data. De groei in 2021 is relatief bescheiden, bijna 8% hoger dan de aanwas in 2020. Dit werd meer dan goedgemaakt in 2022, met een record toename van 64%. Vanaf dat jaar gingen de volumes en de relatieve verschillen bij de jaargroei cijfers flink omlaag. De aanwas in 2023 was 8,6% minder dan de record groei in 2022, in daar op volgende jaren 2024 en 2025 werden negatieve jaargroei aanwas cijfers behaald van 33 tot zelfs 58 procent t.o.v. de voorgaande jaargangen. Deze negatieve groei percentages zijn in de huidige, op de nul-as afgekapte grafiek, niet te zien (onder de X-as liggend). De jaargroei in 2025 was nog maar 26% van de aanwas in recordjaar 2022.


^^^
Voor de originele grafiek, waarin ook de bijbehorende AC omvormer vermogens zijn opgenomen (vanaf 2022), zie de analyse van 7 juli 2026 op Polder PV.

Voor details voor eerdere jaren, die tot stand zijn gekomen middels de "verouderde", eerdere onderzoeks-systematiek door het CBS,
en die vanwege de compleet andere methodiek beslist niet 1 op 1 vergeleken kunnen en mogen worden met de huidige,
recentere cijfers, zie o.a. de grafiek in de eindejaars-update van 2019 !

Zonnestroom capaciteit

(e) Einde-jaars accumulatie (EOY) PV capaciteit in Nederland volgens CBS (status 12 juni 2026) in blauwe kolommen. Het eindejaars-volume in 2020, 11.108 MWp, lag in de uiteindelijke versie een spectaculaire 895 MWp (8,8%) hoger dan de eerste afschatting van het CBS voor dat jaar. In absolute zin is dat in latere jaren niet meer "verbeterd", dat grote inhaal volume. Het eindresultaat voor 2021 is volgens de laatste bijstelling van het CBS 14.823 MWp, 4,0% boven het eerst door het CBS gepubliceerde cijfer. En komt daarmee ook alweer 3,3 procent uit boven de afschatting die in het begin 2022 verschenen Nationaal Solar Trendrapport (NSTR) voor dat jaar werd gedaan door DNER. Het EOY cijfer voor 2022 is 19.536 MWp, 3,6% hoger dan het eerst genoemde volume. Het ligt 3,9% hoger dan de 18,8 GWp afschatting in het NSTR 2023, van hetzelfde DNER. In, voor de capaciteits-toename, recordjaar 2023, werd een volume bereikt van 24.712 MWp. 3,4% meer dan in het eerste EOY cijfer voor dat jaar van de hand van het CBS, en in absolute zin het op 1 na grootste verschil t.o.v. die eerst-voorspelling (808 MWp meer vermogen). Het NSTR 2024 zat daar 1,3% onder (met 24,4 GWp, EOY 2023).

2024 brak de trend. Het inmiddels opgevoerde EOY vermogen is namelijk volgens de laatste, nog niet definitieve CBS cijfers, 2,2% (640 MWp!) lager dan de eerste afschatting van het statistiek instituut, en komt uit op 27.980 MWp, aan het eind van dat jaar. Ook hier zat het NSTR, versie 2025, iets te laag. Het DNER schatte voor eind 2024 27,7 GWp, wat 1 procent lager lag. Dit natuurlijk, nog pending eventuele laatste bijstellingen van het CBS voor dat jaar.

Voor eind 2025 heeft het CBS nog slechts een zeer voorlopige eerste afschatting, van 29.426 MWp staan. Dit zal nog flink gaan wijzigen. In het geïntegreerde "Storage & Solar Trendrapport 2026", van hetzelfde DNER (zie download pagina), wordt gewag gemaakt van een EOY volume van 29,7 GWp (nu nog bijna 1% hoger dan de huidige CBS opgave).

(f) Uit de EOY data zijn de afgeleide jaargroei cijfers (YOY) bepaald en weergegeven in oranje kolommen. De jaargroei in 2019 is uitgekomen op 2.617 - à 2.618 MWp. Dat was bij de allereerste afschatting van het CBS nog maar 2.402 MWp. De definitieve jaargroei in 2020 is 3.883 MWp. Ten opzichte van de jaarlijkse aanwas in 2019 was dat al een forse groei van ongeveer 1.266 MWp ! Daarmee stond "corona jaar" 2020 een tijdje te boek als record jaar wat de aanwas aan PV capaciteit betreft.

De aanwas in 2021 is iets lager uitgekomen dan in 2020, en wel op 3.714 MWp, 4,4% onder de aanwas in 2020. 2022 kwam juist tijdelijk op een nieuwe record groei van 4.713 MWp uit, 26,9% hoger dan de jaargroei in 2021. Zoals al hier boven gesteld, blijkt, wat de capaciteits-aanwas betreft, niet 2022 het nieuwe record jaar te zijn geworden (zie aantallen, in paragraaf a en verder), maar is 2023 overtuigend winnaar geworden, uiteindelijk door wat extra toegevoegd vermogen in de laatste update voor dat jaar, door het CBS, tot een nieuw record van 5.176 MWp, bijna 10% meer dan de groei in 2022.

Vanaf 2024 gingen de nieuw toegevoegde capaciteiten echter flink onderuit, door een vaak herhaald samenspel van factoren, zoals wijdverbreide netcongestie, effecten van de aankondiging van het einde van salderen bij kleinverbruikers, invoedings-heffingen die werden ingevoerd voor PV bezitters, gestegen kosten, etc. In 2024 werd nog maar 3.267 MWp nieuwe capaciteit toegevoegd, 37% minder dan de aanwas in record jaar 2023. En in 2025 was het nog maar 1.447 MWp, nog eens 56% minder dan in het voorgaande jaar (beide jaren nog steeds: nader voorlopige cijfers). DNER zat met haar Solar Trendrapport prognoses op 3,4 GWp voor 2024 (4% lager dan voorlopige afschatting CBS), resp. 2,08 GWp voor 2025 (een flinke 44% hoger dan de huidige CBS afschatting!). Wat dat laatste betreft, het CBS loopt altijd zeer fors achter wat de actuele data betreft, dus dat kan voor 2025 nog flink gaan bijtrekken. Polder PV had in zijn zonnepark analyse van begin 2026 al 937 MWp aan nieuwe netgekoppelde veld projecten voor 2025 in zijn overzichten staan, de sub 1 MWac markt had al een volume van 882 MWac nieuw omvormer vermogen voor dat jaar, wat betekent, dat de 1,4 GWp nieuwbouw van het CBS voor 2025 (huidige status) later zeer waarschijnlijk flink opgewaardeerd zal gaan worden.

Voor zowel EOY als YOY volumes s.v.p. de rechter Y-as ter referentie raadplegen.

(g) Uit de jaargroei cijfers is ook het verschil percentage met de aanwas in het voorgaande jaar weer berekend, en weergegeven in de grijze curve (referentie: linker Y-as). De jaargroei in 2018 was 119% t.o.v. de toename van het PV volume in 2017. De aanwas in 2019 was 54% hoger dan de groei in 2018, en in 2020 48% hoger dan in 2019. De toename in 2021 was negatief t.o.v. de groei in 2020, ruim 4% in de min (stippellijn verdwijnt onder de X-as). In 2022 is de aanwas alweer 27% hoger dan de jaargroei in 2021, en, ondanks dat het in absolute zin een recordjaar was voor de capaciteit toevoeging, was de toename van de groei in 2023 nog maar 10% t.o.v. het aanwas volume in 2022. Vanaf 2024 kwam er duidelijk de klad in. De groei in 2024 lag 37% lager dan de aanwas in 2023, en in 2025 was dat zelfs 56% in de min, ten opzichte van de groei in 2024. Beide percentages liggen ver onder de hier op nul gestelde X-as, maar kunnen later nog worden aangepast.

Voor eerder inhoudelijk commentaar op een vroegere versie van deze 2e grafiek, zie ook het artikel "Fors aangepaste jaarcijfers CBS over kalenderjaar 2020 - eerste update", van 13 juli 2021.


(h) Zonnestroom productie - per kalenderjaar en per maand

Voor de door het CBS berekende zonnestroom productie, die in voorgaande jaren pas enige tijd volgde na vaststelling van opgestelde capaciteiten, is op 12 juni 2026 ook een status update verschenen, die de situatie tm. 2025 weergeeft (nader voorlopige cijfers, net als voor 2024). Deze zijn in onderstaande grafiek weergegeven. Voor de maandelijkse producties, ook deels voor 2026, zie verderop.

De berekende jaarproductie nam toe van 5.399 GWh in 2019 (definitief) tot alweer 21.822 GWh in 2024, resp. 25.881 GWh in 2025 (beiden nog nader voorlopig), een toename met een factor 4,8 (!). Ten opzichte van het binnenlandse stroomverbruik, steeg het aandeel van de zonnestroom productie van 4,42% (2019), naar 21,33% (2025**). Zouden we als referentie de netto stroom productie nemen, dus minus het eigen verbruik van elektriciteits-centrales, zou het aandeel in 2025 zelfs al op 22,03% zijn gekomen.

Zie ook de opmerking over de geconstateerde inconsistentie van productie cijfers onderaan het oorspronkelijke artikel, en de reactie van het CBS daar op (artikel 7 juli 2026).


Maandelijkse zonnestroom productie (berekend) - update

In een separate CBS tabel, "Elektriciteitsbalans; aanbod en verbruik", houdt het CBS de producties per energie modaliteit bij, in dit geval voor elektriciteit genererende technieken zoals ook zonnestroom. In de update van 12 juni 2026 zijn de door het CBS berekende maandelijkse nationale zonnestroom producties weer ververst en had ik in een separaat artikel al eerder de zaken grafisch uitgelicht. In de update van 31 juli 2026 zijn enkele maand waardes inmiddels alweer gewijzigd (januari 2025 en jan. tm. april 2026). Dit is een normale gang van zaken bij deze CBS statistieken. In onderstaande grafiek zijn de laatst bekende maandcijfers opgenomen, tm. april 2026.

Uiteraard treden bij de berekende productie data verschillen op tussen maanden onderling, zo steken zeer zonrijke maanden duidelijk boven de andere uit in hetzelfde kalenderjaar. In het diagram zijn pieken te zien bij, achtereenvolgens, mei 2015 en 2016, augustus 2017, juli 2018, juni 2019, de "uitzonderlijk mooie" mei maand in Corona jaar 2020, gevolgd door juni 2021 (bijgesteld, 1.801 GWh). Juni 2022 laat alweer een nieuw, historisch record zien voor dat jaar, 2.468 GWh (bijgesteld), wat vervolgens in juni 2023 alweer werd verpletterd, met een voorlopig maandrecord volume, van 3.494 GWh. In 2024 werd dat niet verbeterd, het hoogste niveau werd bereikt in juli dat jaar (3.294 GWh). In zeer zonnig 2025 werden flinke maand waarden behaald, met als nieuwe record maand mei dat jaar, met 3.845 GWh. Wat al een factor 25,3 maal zo veel is dan in mei 2015. Ruim 3,8 TWh in een maand tijd, een zeer grote hoeveelheid zonnestroom.

December is (meestal) de minst productieve maand, maar toch ging het berekende volume van 26 (2015) naar 425 GWh (2025). Een factor 16,3 maal zo veel. Hiermee wordt wederom duidelijk, dat door de capaciteits-uitbouw, de productie volumes in de zomer bijna twee maal sneller toenemen, dan in de licht-arme winter. Een uitdaging voor de netten, en voor de sector, om zo slim mogelijk gebruik te (gaan) maken van die grote volumes productie verkregen uit gratis zonlicht.

Uiteraard zullen de maandproducties in 2026 deels weer over die van 2023 heen gaan, en heeft zonnestroom al een serieuze impact op het elektriciteit systeem in ons land. Voor velen waarschijnlijk veel vroeger dan ze ooit hadden gedacht. Wel is het zo dat, in de huidige CBS update, alleen nog april een net iets hogere berekende output heeft, dan in dezelfde maand in 2025.


Evolutie eindejaars-accumulaties

De direct hier onder volgende grafiek updates in paragrafen (i) - (l) volgen de nieuwste ontwikkelingen met betrekking tot de voortschrijdende accumulaties aan het eind van elk kalenderjaar. In paragrafen (m) - (p), heb ik daarvan wederom afgeleide grafieken getoond, die de progressie van de (nieuwe) jaarvolumes weergeven.

(i) Evolutie van geaccumuleerde aantallen PV installaties (Y-as, x 1.000) volgens markt-segmentatie "woningen", "bedrijven", en "totaal" volumes volgend uit de nieuwe onderzoek-systematiek van het CBS. Weergegeven zijn de meest recent gepubliceerde data van 12 juni 2026, met de jaar volumes tm. 2025, helemaal rechts. Eind 2020 zouden er volgens cijfers van het CBS in totaal 116.237 installaties op panden met, formeel "alle economische activiteiten" (niet zijnde "woningen", hier simpelweg gesteld als "bedrijven") zijn geweest. Ongeveer 14 duizend meer dan EOY 2019 (ruim 102 duizend installaties op "bedrijven").

Recentere cijfers vanaf 2021 heeft het CBS nog niet verstrekt. Dit heeft te maken met het volgende, aldus de uitgebreide (nieuwe) toelichting bij de betreffende tabel van het data instituut. Deze toelichting staat nog steeds bij de laatste cijfer updates (vetdruk van Polder PV):

"De methode om te bepalen in welke sector een installatie valt is gewijzigd ten opzichte van de methode die in eerdere jaren werd gebruikt. Hierdoor kan het voorkomen dat er een trendbreuk zichtbaar is in de cijfers over woningen, bedrijven en de bedrijvensectoren A-U tussen de jaren 2020 en 2021.

Dit betekent dat de indeling van woningen, bedrijven en de bedrijvensectoren A-U voor de cijfers vanaf 2021 op een andere methode zijn gebaseerd dan die van 2020 en eerder. Hierdoor kan het voorkomen dat er een trendbreuk zichtbaar is in de cijfers over deze categorieën tussen de jaren 2020 en 2021. Deze trendbreuk is de reden dat de aantallen installaties voor alle economische activiteit, sector A en sector D weggepunt† zijn. Omdat de trendbreuk vooral zit bij installaties met een relatief klein opgesteld vermogen is het effect op de aantallen groter dan op het vermogen. Dit is de reden dat het opgestelde vermogen niet is weggepunt.

Deze nieuwe methode is nog in ontwikkeling. Wanneer deze volledig af is zullen relevante actualisaties worden uitgevoerd."

† "weggepunt" betekent dat in de oorspronkelijke CBS tabel de cijfermatige resultaten niet (meer) zijn getoond, daarvoor in de plaats is een punt geplaatst.

Dit betekent dus, dat voor de aantallen installaties in ieder geval er nu vanaf 2021 nog géén nieuwe informatie beschikbaar is, en dat we moeten wachten totdat het CBS deze belangrijke lacune (weer) heeft opgevuld, met name voor de vast te stellen aantallen niet residentiële projecten ...

... maar Polder PV zou Polder PV niet zijn of hij heeft daar wat op gevonden. In de CBS broncijfers zijn namelijk zowel de totale volumes aantallen vermeld, als de volumes voor alleen woningen. Het verschil zou in theorie de aantallen voor de sector economische activiteiten moeten betreffen. Met daarbij uiteraard de waarschuwing van het CBS dat er wel degelijk een trendbreuk zit in de resulterende cijfers, heb ik genoemde verschil volumes in bovenstaande grafiek opgenomen, om in ieder geval een richting gevoel te krijgen over de mogelijke hoeveelheden. Daarmee zou eind 2025 een volume van ongeveer 271 duizend installaties moeten resulteren voor de sector bedrijven ("economische activiteiten"). Wat een factor 2,3 maal de hoeveelheid in 2020 zou zijn, vijf jaar eerder. De op deze wijze geïnterpoleerde afschattingen voor de aantallen in de sector bedrijven zijn in de grafiek rechts onderaan weergegeven, waarbij de curve is getoond als een stippellijn, en de waarden als open punten.

De cijfers voor "woningen" zijn wel degelijk specifiek benoemd in de CBS statistieken, waarschijnlijk omdat die informatie uit de opvolger van het PIR register, CERES, is gehaald, wat o.a. gevoed wordt vanuit de (verplichte) aanmelding via de energieleveren.nl website. Eind 2025 zou er al een spectaculair volume van 3.041.895 PV-installaties op woningen zijn geaccumuleerd, een factor 2,4 van het volume eind 2020. Wel is het groei tempo fors afgenomen vanaf 2023, vanwege alle perikelen rond het afschaffen van de salderings-regeling, en de invoering van invoedings-tarieven voor alle zonnestroom eigenaren met een kleinverbruik aansluiting.

3 miljoen installaties voorbij

De eerste miljoen residentiële PV-installaties was al ongeveer in het eerste kwartaal van 2020 present. Met het in de grafiek getoonde volume van 1,61 miljoen woningen met zonnepanelen, eind 2021, lijkt de claim op de website van het Klimaatakkoord (gearchiveerd), dat al op 30 augustus 2021, op een woning van huur corporatie, Woningstichting Eigen Haard in Aalsmeer, "het 1,5 miljoenste huis in Nederland van [zonne]panelen werd voorzien", met de meest recente CBS cijfers, achteraf bezien (!) redelijk to the point. Al kon ook Klimaatakkoord toen beslist niet bevroeden wat de uiteindelijke werkelijke (CBS) cijfers zouden zijn rond die tijd, want ook zij hadden die informatie toen helemaal niet. Als we uitgaan van de jaargroei in 2021, ongeveer 344 duizend nieuwe woningen met PV, zou dat namelijk neerkomen op een gemiddelde groei van 28,7 duizend per maand in dat jaar. In de eerste 8 maanden zouden er dan ongeveer 229 duizend installaties bijgekomen kunnen zijn. Wat, gestapeld op het EOY cijfer voor 2020, 1.268 duizend, eind augustus 2021 op zo'n 1.497 duizend projecten op woningen kan hebben gebracht. Uitgaande van die cijfers, zou "de 1,5 miljoenste" dan pas in september van dat jaar zijn opgeleverd.

Wanneer "het" moment is geweest, zullen we natuurlijk nooit te weten gaan komen, omdat er géén centrale registratie van alle PV installaties bestaat in Nederland, er nog veel installaties niet officieel staan geregistreerd, en we continu moeten afschatten en interpoleren, met alle risico's van dien. Alle claims van een "exacte dag" of "deze woning" mag u dan ook met een flinke pot Noordzee zout tot u nemen. Ze slaan feitelijk nergens op, ook al genereert het natuurlijk een leuk, veelvuldig gekopieerd persbericht ...

In ieder geval werd het 2e miljoen PV-installaties op woningen bereikt "ergens" in het 3e kwartaal van 2022. In 2022 werd een record groei van ruim 519 duizend nieuwe installaties op woningen gerealiseerd. Een ongelofelijke hoeveelheid van meer dan een half miljoen nieuwe residentiële PV-installaties in een jaar tijd.

Eind 2025 is inmiddels, met de huidige CBS data, het 3e miljoen aan residentiële installaties gepasseerd.

Let bij deze overwegingen s.v.p. ook op het feit dat het aantal installaties altijd veel hoger zal zijn dan het aantal adressen waar die zijn opgeleverd. Uitbreidingen zijn immers schering en inslag in Nederland, zowel in de residentiële, als in de bedrijfs-sector. Het gevolg is, dat er vaak 2, of zelfs meer, afzonderlijk ingeboekte "installaties" op een en hetzelfde perceel / adres zijn geregistreerd.

Totaal aantal installaties 2025

De totale aantallen, PV-installaties op woningen en op "niet-woningen", weergegeven in de boven het intermezzo gepresenteerde grafiek, zijn toegenomen van 1,73 miljoen stuks, eind 2021, via 2,30 miljoen exemplaren, eind 2022, en 2,82 miljoen, eind 2023, en 3,17 miljoen exemplaren, aan het eind van 2024, tot inmiddels alweer een volume van 3.313.355 installaties, eind 2025 (zwarte curve in de grafiek). Tot nog toe was de meest spectaculaire toename in 2022 te zien, bijna 569 duizend nieuwe installaties. In 2020 en 2021 waren die volumes nog een stuk bescheidener, 322 resp. 346 duizend exemplaren. De toename in 2023 zou in theorie leek aanvankelijk weer een nieuw record opleveren, ware het niet dat de residentiële markt in de tweede jaarhelft een flinke domper heeft gekregen, onder anderen vanwege de toegenomen onzekerheden rond het toen nog steeds niet definitief behandelde wetsvoorstel afbouw salderen bij de Senaat. De gevolgen waren goed merkbaar in het energieleveren.nl dossier (zie aldaar), 2023 eindigde door het instorten van de residentiële markt in de tweede jaarhelft op het 2e hoogste niveau, met bijna 520 duizend nieuwe installaties. Daarna zakte de totale markt, ook door een zeer matige groei in het bedrijfs-segment (grotendeels gedreven door SDE subsidies), stapsgewijs verder in, naar 349 resp. slechts 146 duizend nieuwe installaties, in 2024 en 2025.

Door de nieuwe, nog niet uitgekristalliseerde systematiek voor het bepalen van "niet-woning" installaties, ontbreken de cijfers daarvoor, zoals gezegd, vanaf 2021. We moeten nog steeds op het CBS wachten voor helderheid omtrent die belangrijke ontwikkeling. Onder de categorie "bedrijven" vallen bijvoorbeeld ook alle maatschappelijke instellingen met KvK nummer, gemeentelijke daken, scholen, en de (in 2025) 1,2 miljoen zelfstandige ondernemers met bedrijf aan huis (zzp-ers, zie CBS, hier vallen diegenen met het zzp-schap slechts als bijverdienste, nog eens zo'n 700 duizend, nog buiten), etc. Het is dus een zeer ruim begrip, en dient dan ook als zodanig te worden opgevat bij de beschouwing van deze CBS statistieken. Met name de ZZP-ers zullen bij de aantallen in dit segment een zeer grote impact hebben, al is nog steeds niet bekend wat hun aandeel op het geheel is. Wellicht is dit specifieke punt ook onderdeel van het al lang aanhoudende, nog steeds niet afgeronde onderzoek van het CBS.

CAGR ratio

Wat de Compound Annual Growth Rates (CAGR) betreft, komen de resultaten in de weergegeven grafiek neer op een gemiddelde jaargroei van 33,5% in de periode van 2012-2025 (40,5%/jaar in 2012-2022) voor de sector woningen, en op 33,1% voor de totale volumes (39,8%/jaar in 2012-2022). Voor de sector economische activiteiten zou, in theorie, met de "terug gerekende" volumes, in 2012 tm. 2025 een CAGR van gemiddeld 29,4% per jaar hebben gegolden. Echter, omdat gereviseerde data van CBS voor die periode nog ontbreken, is alleen voor de periode 2012-2021 met zekerheid een CAGR te bepalen. Voor die sector was dat gemiddeld 32,4% per jaar, voor woningen was het in die periode 41,4% per jaar. Het percentage voor met name de bedrijfssector kan mogelijk nog wijzigen, afhankelijk van de uitkomsten van de nog steeds in uitvoering zijnde herijking van de bepaling van de "aantallen" installaties door het CBS.

Bedrijven in relatie tot CertiQ volumes

In een vorige analyse ben ik ingegaan op de verhouding van de cijfers van het CBS en die van CertiQ, voor de projecten markt / "economische activiteiten". Aangezien het CBS haar methodologie op dit punt al langere tijd aan het herzien is, is er nog geen zinnige vergelijking mogelijk met de huidige data van rechtsopvolger VertiCer. Pas als het CBS met definitieve, aangepaste cijfers komt, kunnen we hier verder naar kijken.



(j) Evolutie van geaccumuleerde PV-capaciteit (in MWp), volgens markt-segmentatie "woningen", "bedrijven", en "totaal" volumes volgend uit nieuwe onderzoek-systematiek van het CBS. Ook al heeft het CBS aangegeven dat hun nieuwe wijze van "tellen" van installaties per categorie vooral impact op de aantallen installaties zal hebben, het zal ongetwijfeld ook - geringe - effecten gaan krijgen op de verzamelde capaciteiten. Deze zijn voor alle jaren sowieso door het CBS vermeld (i.t.t. de aantallen installaties), maar mogelijk wijzigen de capaciteit volumes vanaf 2021 later nog, als het CBS, na zeer lange tijd, met hun nieuwe bevindingen gaat komen. Vandaar, dat 2021, en latere jaargangen, ook voor deze grafiek "nog niet als definitief" kunnen worden geacht.

Naar analogie van de grafiek voor de aantallen installaties onder (i) het volgende.

Vanaf de eerste helft van 2019 heeft de sector economische activiteiten de klasse zon op woningen qua geaccumuleerde capaciteit ingehaald, daarvoor lagen de volumes onder die in de residentiële sector. Tussen 2020 en 2025 zou de PV capaciteit in de sector "bedrijven" (NB: incl. alle grotere zonneparken e.d.), volgens de laatst bekende, deels wederom fors bijgestelde CBS data in totaal zijn toegenomen, van 6.620 naar 17.338 MWp. Tegelijkertijd nam de capaciteit op woningen toe van 4.489 MWp naar 12.088 MWp, en is het verschil tussen de twee sectoren dus verder toegenomen in het voordeel van eerstgenoemde.

Het totale volume in deze twee sectoren nam toe, van 11.108 MWp in 2020 (definitief cijfer), tot alweer 29.426 MWp, eind 2025 (nader voorlopig cijfer). In 2022 en 2023 was de groei in de residentiële sector zeer hoog, waardoor het verschil met de bedrijfs-sector tijdelijk iets kleiner werd. Vanaf 2024 is dat verschil weer toegenomen, vooral door het instorten van de marktgroei in het residentiële segment. Een structurele verbetering daarvan lijkt nog niet in zicht (zie energieleveren.nl data).

Daar staat tegenover, dat voor de projectenmarkt (uitsluitend gedreven door grotere PV-installaties in de bedrijfs-sector) binnen het SDE raamwerk nog een volume open stond van ongeveer 4,7 GWp tot en met SDE 2024 (analyse RVO cijfers van 1 juli 2026). Waarvan, ondanks te verwachten verdere verliezen, beslist nog een substantieel volume opgeleverd zal gaan worden, de komende jaren. Het ligt dus in de lijn der verwachting, dat het gat tussen de twee sectoren (woningen vs. bedrijven) nog jaren groot zal blijven. En dat, indien netcongestie problemen structureler opgelost kunnen worden (rond 2030 ?), de projecten markt mogelijk op een wat bescheidener niveau verder zal kunnen groeien, waarbij genoemd "gat" nog steeds groot zal blijven.

Om de veranderde verhoudingen tussen de twee markt segmenten nog wat scherper te tonen, geef ik hier onder een nieuwe grafiek weer.


(k) Nieuwe grafiek, met de verhouding in opgestelde PV-capaciteit aan het eind van elk jaar tussen de sector "bedrijven" (economische activiteiten), en de woningen (residentiële installaties). Tot en met 2018 was die verhouding nog negatief, met een dieptepunt in 2014 (0,50 : 1, hoogste aandeel capaciteit bij woningen), vanaf 2015 neemt die verhouding toe. Vervolgens slaat de verhouding om (1 : 1 ratio weergegeven als rode streepjeslijn), van 0,98 : 1 eind 2018, naar 1,23 : 1, eind 2019. De verhouding neemt toe naar een maximum in het voordeel van de bedrijfs-sector (1,54 : 1 in 2021), door sterke groei in de residentiële sector in de top-jaren 2022 en 2023, neemt die verhouding weer wat af, naar 1,39 : 1. Om vanaf 2024 weer toe te nemen, tot een factor 1,43 : 1, eind 2025, met de nog voorlopige CBS cijfers voor dat jaar. De verwachting is, dat deze verhouding nog lang in het voordeel van de bedrijfs-sector gecontinueerd zal worden, ver boven de 1 : 1 lijn.

CAGR PV-capaciteit

Wat de Compound Annual Growth Rates betreft, komen de resultaten in de grafiek in paragraaf (j), voor de groei van het opgestelde PV-vermogen neer op een gemiddelde jaargroei van 46% voor de sector woningen, maar liefst 60% voor de sector "bedrijven", en op 52,5% voor de totale volumes in de periode van 2012-2022. In de periode 2012-2020 waren deze gemiddelde jaarlijkse groei percentages nog 49%, 68%, resp. 58%. Het blijven echter zeer hoge jaarlijkse groei cijfers, die weinig landen (ooit) hebben gezien, gemeten over zo'n lange periode. Nemen we de nog voorlopige resultaten van 2024 tm. 2025 ook in deze berekening mee, tekent zich in de periode 2012 tm. 2025 een gemiddelde CAGR af van gemiddeld 38,1%/jaar voor de sector woningen, 48,1%/jaar voor de bedrijfsmatige sector, en 42,8%/jaar voor al het gerealiseerde vermogen.

Voor de resulterende jaargroei cijfers van deze segmenten, zie de grafiek onder paragraaf n)



(l) Evolutie van systeem-gemiddelde PV-capaciteit (in kWp), afgeleid uit de grafieken getoond in paragrafen (i) en (j), volgens markt-segmentatie "woningen", "bedrijven", en "totaal" volumes volgend uit nieuwe onderzoek-systematiek van het CBS.

Het systeemgemiddelde bij woningen ging tussen 2017 en 2025 beperkt omhoog, van 3,18 kWp, naar 3,97 kWp in 2025. Bij bedrijven ("niet-woningen") is, voor de definitieve resultaten tm. 2020, een onstuimige groei te zien, van 23,2 kWp (2017), 33,9 kWp (2018), 39,1 kWp (2019), en 57,0 kWp in 2020. De groei zal hebben doorgezet, maar omdat de aantallen installaties die toegewezen worden aan dit segment nog steeds onbekend zijn (langdurig in herziening bij CBS), zijn de nieuwe systeemgemiddelde vermogens vanaf 2021 nog niet bekend. Ik heb wel, met herleide data vanuit de totale volumes verminderd met de hoeveelheden in het woning segment, een "zoekrichting" kunnen bepalen in de vorm van de met open cirkeltjes weergegeven afgeleide waarden voor 2021 tm. 2025, waarvan het verloop is weergegeven met een gestippelde curve. Toenemend tot een maximum van 76 kWp in 2021, waarna het gemiddelde stapsgewijs lager wordt, tot en met zo'n 64 kWp eind 2025. Deze afgeleide waarden zullen ongetwijfeld nog flink kunnen wijzigen, als CBS haar lang verwachte herziening publiceert voor deze deel-sector.

Ook al wordt het totale systeemgemiddelde van alle installaties door de vele honderdduizenden installaties op woningen dominant beïnvloed, die dat gemiddelde fors onder druk blijven zetten, vanwege de enorme opwaartse druk bij de gemiddelde systeem omvang in de projecten markt, is ook de totaal curve (zwart) weer een stuk verder omhoog gedrukt. Deze nam al in 2017-2018 met 18% toe van 5,0 tot 5,9 kWp gemiddeld. In 2019 ging er weer een flinke schep van ruim 15% bovenop, en werd een totaal systeem gemiddelde van 6,8 kWp bereikt. Eind 2020 zwol dat verder aan naar 8,0 kWp (18% toename). De progressie bleef aanhouden in 2021, 7% meer dan het niveau eind 2020, voorlopig culminerend in een totaal systeemgemiddelde capaciteit van 8,6 kWp voor alle installaties (incl. residentieel). In 2022 viel dat iets terug naar 8,5 kWp, vanwege het record jaar voor nieuwe residentiële toevoegingen, vanaf 2023 nam het gemiddelde verder toe, om eind 2025 een niveau te bereiken van 8,88 kWp gemiddeld per project.

Voor betrouwbare recentere cijfers moet, vanaf 2021, gewacht worden op afronding van de nieuwe toewijzings-systematiek bij het CBS, voor het bedrijfs-segment.

CAGR systeemgemiddelde capaciteit 2012-2025

Kijken we naar de Compound Annual Growth Rate (CAGR) voor de systeemgemiddelde capaciteiten, komen we ook tot respectabele gemiddelde jaargroei cijfers over de periode 2012 tm. 2025:

  • Woningen gemiddeld 3,4%/jaar
  • "Niet-woningen" / "bedrijven" gemiddeld 14,4%/jaar
  • Alle PV projecten (totaal volume) gemiddeld 7,3%/jaar.

De verwachting is dat bij woningen er relatief weinig in het gemiddelde zal gaan veranderen. Er kunnen immers niet veel meer modules op een gemiddeld dak, en alleen een - geringe - stijging van de capaciteit per paneel kan opwaartse druk uitoefenen. Die stijging is weliswaar nog steeds gaande, moderne, op woningdaken nog enigszins "hanteerbare" panelen gaan al zo'n beetje richting de 500 Wp per stuk, en commerciële modules van ver over de 500-600 (tot zelfs over de 700) Wp per stuk zijn al een tijd te koop, maar die worden vooral ingezet op grote daken, en in zonneparken. Die zeer grote PV modules zijn helaas onhandelbaar op woningen, omdat het veel grotere panelen betreft. Het aantal producenten wat dergelijke "high-power" panelen in de wereldmarkt aanbieden neemt in ieder geval rap toe. Maar de blijvende boodschap is, dat t.o.v. de totale geaccumuleerde populatie een eventuele verdere verhoging van het paneel vermogen slechts een bescheiden impact zal hebben. De crux is, en blijft, de verandering (lees: schaalvergroting) in de niet-residentiële markt.

Het beeld is langere tijd totaal anders geweest bij de categorie bedrijven. Daar heeft de continue schaalvergroting, gestimuleerd door de (zeer) grote SDE beschikkingen voor PV projecten, een flink opwaartse beweging gegeven aan de blauwe lijn. Deze is weliswaar, met de nog steeds niet door CBS gevalideerde cijfers in dit segment, op hoog niveau gestabiliseerd, maar zal, uiteraard, ver boven het systeemgemiddelde van residentiële systemen blijven uitkomen. En, wellicht, weer verder kunnen gaan stijgen. Dat, terwijl de rode curve (alleen woningen) bijna horizontaal zal komen te liggen, en de zwarte lijn (alle installaties) slechts - in relatief bescheiden mate - opwaarts zal worden gedrukt vanwege het te verwachten sterk opwaartse effect bij de bedrijfs-installaties. Hoe dit precies uit zal pakken met de nieuwe toewijzings-systematiek door het CBS, voor het bedrijfs-segment, blijft helaas nog even afwachten.


Jaarlijkse nieuwbouw volumes

(m) Jaarlijkse groei van totaal aantal PV installaties, segmenten en totalen

In deze grafiek, een variant op de accumulatie curve getoond in paragraaf 0-i, en met de Y-as in duizend-tallen, de afgeleide jaargroei cijfers van het aantal nieuwe PV-installaties, in de segmenten "bedrijven" (blauw), "woningen" (donker-rood), resp. de totalen (zwarte kolommen). Weergegeven inclusief de nader voorlopige resultaten voor 2024 en 2025, helemaal rechts, gearceerd weergegeven.

"Bedrijven"

Het bedrijfs-segment blijft natuurlijk klein t.o.v. het dominante aantal residentiële installaties, en bleef redelijk stabiel tot en met 2017 (tussen de 7 en 10 duizend nieuwe projecten per jaar). Vanaf 2018 groeide dat volume, van zo'n 14 duizend, tot een voorlopig record aanwas van 34.704 nieuwe installaties in 2019. Dat aantal is in 2020 weer substantieel minder hoog geworden, vermoedelijk omdat er in 2019 een hausse aan kleinere SDE gesubsidieerde rooftop projecten is opgeleverd. En 2020 mogelijk Covid maatregelen roet in het eten hebben gegooid bij de progressie. Ook is er een in een vorige update gemelde forse negatieve aanpassing van de CBS data voor dit segment overheen gekomen, in dat jaar.

Ondanks de zeer duidelijke teruggang in het aantal projecten in 2020, is dit beslist niet het geval bij de daarmee gepaard gaande capaciteiten, die flink door zijn blijven groeien (zie volgende grafiek).

Zoals eerder al gememoreerd, is het CBS al lange tijd bezig met herziening van de toewijzing van installaties tot bepaalde klasses. Vanaf 2021 is daarover dus nog niets bekend voor met name de categorie economische activiteiten. Ik heb in de grafiek de uit de totalen en aantallen voor woningen herleide "mogelijke" volumes voor het bedrijfs-segment weergegeven. Deze zullen, bij herziening van deze cijfers door het CBS, ongetwijfeld nog flink gaan wijzigen. Vandaar dat de volumes vanaf 2021 in gearceerde kolommen zijn weergegeven.

Woningen

Ook bij de woningen is er een tijdje enigszins sprake geweest van stagnatie bij de nieuwe aantallen per jaar, tussen de 70 en 91 duizend nieuwe woningen per jaar tm. 2016. Vanaf 2017 gaat het echter langdurig, continu hard omhoog, van 132 duizend nieuw in dat jaar, via 192 duizend in 2018, 240 duizend nieuwe installaties in 2019, 307 duizend nieuwe PV systemen op woning daken in 2020, en 344 duizend in 2021. 2022 ging figuurlijk "off the charts", met maar liefst 519.330 kersverse residentiële installaties in dat jaar (bijgesteld, definitief).

Dit betekent ook, als we terugrekenen naar dag gemiddeldes, dat in record jaar 2022, met 365 dagen, er gemiddeld genomen 1.423 nieuwe PV installaties per dag op woningen werden gemonteerd. En als we naar het maximaal aantal "werkdagen" rekenen (gemiddeld zo'n 228 dagen excl. weekends, vakanties, en feestdagen, volgens deze site), er zelfs een spectaculair aantal van gemiddeld 2.278 (!) nieuwe residentiële PV installaties "per werkdag" zouden zijn geïnstalleerd in dat jaar.

In 2023 was er nog een forse nieuwbouw in de eerste jaarhelft (zie energieleveren.nl statistieken voor de sub 1 MWac markt), maar vanaf augustus dat jaar begon de residentiële markt sterk af te koelen, om in de jaren daarna stapsgewijs verder onderuit te gaan. In heel 2023 kwamen er 473.941 nieuwe installaties op woningen bij, 8,7% minder t.o.v. de record groei in het voorgaande jaar. In 2024 en 2025, waarvoor de cijfers nog nader voorlopig zijn, vielen de aanwas cijfers bij residentiële installaties sterk terug, naar 311.946 exemplaren (34% minder dan aanwas in 2023), resp. 124.989 stuks (maar liefst 60% minder dan de toevoegingen in 2024).

Totale jaargroei

De totale volumes worden uiteraard sterk gedomineerd door genoemde residentiële installaties, culmineren rond zo'n 100 duizend installaties in 2015-2016, maar nemen daarna snel toe. Om in 2022 een nieuw record volume, inclusief bedrijfsmatige systemen, te bereiken, van 568.574 nieuwe installaties (aangepast volume, definitief). Dat is een factor 6,8 maal zoveel nieuw jaar volume, dan in 2013. In 2023 begon het nieuwbouw volume terug te lopen, naar 519.861 exemplaren (8,6% minder dan in 2022), om vervolgens weer flink onderuit te gaan (33 resp. 58% minder aantallen in 2024-2025). Het nader voorlopige nieuwbouw cijfer voor 2025 is nog maar 146.056 exemplaren bij de totale volumes, ruim een kwart van de toevoegingen in record jaar 2022.

(n) Jaarlijkse groei van PV-capaciteit bij de 2 segmenten, en de totalen

Een compleet ander beeld dan bij de aantallen nieuwe installaties per kalenderjaar, krijgen we te zien als we in een vergelijkbare grafiek de daarmee gepaard gaande capaciteiten uitzetten (Y-as in MWp capaciteit).

Waren die nieuwe capaciteiten in de eerste twee getoonde jaren inderdaad nogal bescheiden (114-117 MWp nieuw) bij de bedrijfsmatige systemen, groeide dit door naar 218 MWp in 2015, 320 MWp in 2016, en al 355 MWp in 2017. Vanaf 2018 is het pas echt "bal" met de bedrijfs-matige systemen: het nieuwe residentiële volume werd in dat jaar meteen verpletterd, met 1.051 MWp nieuwbouw op bedrijfsdaken in 2018, alweer 1.709 MWp nieuw in 2019 (801 MWp meer dan op woningen, flink bijgesteld in eerdere updates), en meer dan het dubbele (nieuwe) volume, met de weer fors opwaarts bijgestelde data voor 2020: een nieuw record van 2.630 MWp, t.o.v. de (ook al record) nieuwbouw van 1.252 MWp op residentiële daken. Dat bedrijfs-volume in 2020 ligt 54% hoger dan het nieuwe jaarvolume in dat segment, in het voorgaande jaar.

In het tweede Corona jaar, 2021, is er voor het eerst weer een terugval te zien in het bedrijfs-segment, naar 2.360 MWp nieuw volume (10% minder dan in 2020). Daarna volgde weer twee jaar lang een duidelijke opleving, met 2.542 MWp nieuw volume in 2022 (bijna 8% meer dan in 2021), gevolgd door een record uitbouw van 2.848 MWp in 2023 (12% meer dan in 2022). Toen was het gedaan met de pret. In 2024 werd, met nader voorlopige CBS cijfers, nog maar 2.039 MWp toegevoegd, 28% minder dan de nieuwbouw in record jaar 2023. En in 2025 viel het sterk verder terug, naar, voorlopig, nog maar 929 MWp. Wat 54% lager zou zijn dan de nieuwbouw in het voorgaande jaar, en slechts een derde van het volume in 2023.

Het is echter zeker dat de cijfers voor 2024 en, met name 2025, nog (flink) zullen worden bijgesteld, vanwege de trage administraties voor met name de grotere projecten. Voor 2025 verwacht ik een flinke toevoeging aan de CBS cijfers, want ik heb voor dat jaar al 937 MWp aan nieuwe netgekoppelde zonnepark capaciteit geturfd (analyse begin dit jaar), en dat volume is al hoger dan het eerste CBS cijfer voor de totale capaciteit voor het "bedrijfs-segment". Daar moet natuurlijk nog veel volume aan worden toegevoegd, met name voor de grotere rooftop projecten die in 2025 zijn gerealiseerd.

Residentieel "flying high and diving deep"

De residentiële volumes begonnen op een aanmerkelijk hoger niveau dan in het bedrijfsmatige segment. Dat was 249 MWp in 2013, vanwege de toen hoge impact makende beruchte Lenteakkoord subsidies voor residentiële systemen (resultaten: hier). Deze deelmarkt groeide licht verder tot 301 MWp in 2015, en viel zelfs tijdelijk iets terug naar 289 MWp, iets onder het bedrijfs-matige segment, in 2016. In 2017 deed residentieel het weer beduidend beter (420 versus 355 MWp nieuw bedrijfs-matig volume). Maar in 2018 gaf het woningmarkt segment vermoedelijk voor zeer lange tijd de Pijp aan Maarten: met 647 MWp in 2018, 908 MWp in 2019, 1.252 MWp in 2020, tot 1.354 MWp in 2021. Tot dat jaar bleven de nieuwbouw cijfers in het residentiële segment ver achter bij de toenames in de bedrijfs-matige deelmarkt.

In 2022 veranderde dat substantieel, het bedrijfsmatige segment begon fors te lijden van de om zich heen grijpende netcongestie op met name de middenspannings-netten. En al bereikte het in dat jaar weer een volume wat bijna het niveau van record jaar 2020 evenaarde, de residentiële markt explodeerde, waarbij het verschil met de nieuwbouw in het bedrijfsmatige segment weer een stuk kleiner was geworden. Op woningen werd een fors nieuw volume van 2.172 MWp aangebracht (bijgesteld cijfer), 60% meer dan in het voorgaande jaar. De combinatie van toen nog lucratieve ongelimiteerde saldering, btw vrijstelling bij aankoop, en al zeer gunstige prijzen voor flinke residentiële installaties, heeft er toe geleid dat in 2023, ondanks de al flinke terugval in de tweede jaarhelft (energieleveren.nl data), een record nieuwe capaciteit aan zonnepanelen werd aangebracht op woningen, 2.328 MWp. Dat is weer ruim 7% meer dan het nieuwe volume in het voorgaande jaar.

En toen kwam de heftige terugval. In 2024 was het nieuwe volume slechts 1.228 MWp in de residentiële sector (47% lagere groei dan in record jaar 2023), en in 2025 was het nog maar 518 MWp. 2025 bracht daarmee 58% minder nieuw volume mee dan het al tegenvallende voorgaande jaar. En de bijgeplaatste capaciteit was toen nog maar 22% van de record aanwas in 2023 (2024 en 2025: nader voorlopige cijfers).

Trend totale jaarvolumes

Het totale jaarvolume nam uiteraard ook rap toe, vanaf 2015. Na een tussen-piekje van 3.883 MWp in 2020, zakte het tijdelijk iets terug in 2021, naar 3.714 MWp. 2022 en 2023 lieten achtereenvolgens twee nieuwe jaar record volumes zien bij de capaciteit uitbouw, 4.713 MWp, resp. een verrassend hoge 5.176 MWp, een factor 14,3 maal het nieuwe volume in 2013, 10 jaar eerder. Holland Solar ging in hun prognose voor heel 2023 nog uit van een groei onder de 4 GWp, in de toenmalige EU Market Outlook For Solar Power 2023 - 2027, van de Europese branche-organisatie SPE, en waren toen dus véél te conservatief bij hun afschatting voor dat jaar.

Vanaf 2024 keerde de trend hardhandig. 2024 leverde, met de nader voorlopige cijfers nog maar 3.267 MWp nieuwe capaciteit op, 37% minder dan in record jaar 2023. 2025 deed het nog slechter, met, voorlopig, 1.447 MWp nieuwbouw. Wat 56% onder het al tegenvallende nieuwe volume in 2024 ligt, en wat slechts 28% is van het niveau in 2023.

De branche organisatie claimde voor 2025 een potentiële nieuwbouw van totaal 1,9 GWp in de EU Market Outlook For Solar Power 2025 - 2030, wat, indien reëel, zou inhouden, dat het CBS nog zo'n halve GWp aan nieuwe capaciteit zou moeten bijplussen voor dat jaar. Mede gezien het al hoge volume wat ik voor alleen de zonneparken heb gevonden (zie opmerking hier boven), lijkt dat vrij waarschijnlijk. We gaan zien wat er uiteindelijk bij het CBS aan (definitieve) cijfers geproduceerd zal gaan worden voor alle markt segmenten voor 2025, maar daar zullen we, helaas, nog lang op moeten wachten (tot eind 2027).

Verhouding bedrijfs- en woning segment bij capaciteit evolutie

Ook hiervan heb ik wederom een nieuwe grafiek gemaakt, om de trendbreuk in de verhoudingen tussen de twee deelmarkten goed te visualiseren, naar analogie van het diagram voor de geaccumuleerde capaciteiten aan het eind van alle jaargangen (zie grafiek in paragraaf k).


(o) De verhouding in de nieuwe jaar volumes bij bedrijven en bij woningen is in de weergegeven periode van twaalf jaar tijd gewijzigd in een factor 0,46 : 1 (2013) naar een compleet omgedraaide ratio van 2,10 : 1 ten bate van het bedrijfsmatige segment bij de nieuwbouw in 2020. Daarna neemt de verhouding in 2021 en 2022 weer flink af door een sterk groeiende residentiële markt, tot een factor 1,17 : 1 in 2022. Vanaf 2023 zijn de rollen wederom omgedraaid, met beduidend meer bedrijfsmatig dan residentieel bijgeplaatst volume per jaar. De ratio stijgt, van 1,22 : 1 bij de nieuwbouw in 2023, via 1,66 : 1 in 2024, tot een nog zeer voorlopige verhouding van 1,79 : 1 bij de nu bekende nieuwe installaties in 2025.

(p) Evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit van nieuwe PV projecten per jaar, segmenten en totalen

In deze laatste grafiek van deze belangrijke sectie geef ik de systeemgemiddelde capaciteit van de jaarlijkse toevoegingen voor de 2 marktsegmenten, en voor de totalen weer, zoals berekend uit de data voor de voorgaande twee grafieken onder paragrafen (m) en (n), ontleend aan officiële CBS cijfers. Ook deze grafiek heeft weer een geheel ander karakter, dan de vorig exemplaren. De Y-as geeft de gemiddelde systeemcapaciteit per nieuwe installatie weer in de betreffende kalenderjaren, in kWp opgesteld DC generator vermogen. Om de volumes onderling goed te kunnen vergelijken heb ik ditmaal een logaritmische schaal gekozen.

Economische activiteiten

Bedrijfsmatige installaties (blauwe kolommen) zijn dominant aanwezig in deze grafiek, wat natuurlijk logisch is, omdat het om veel grotere projecten gaat dan op woningen (of op de grond, of drijvend op water). De groei van het systeemgemiddelde vermogen per nieuw contingent per kalenderjaar is daarbij rap gestegen, van 13,2 kWp in 2013, naar 37,3 kWp in 2016. Dit zakte in 2017 iets in, naar 34,1 kWp bij de nieuwe installaties. En nam sterk toe naar 73,7 kWp in 2018, vooral veroorzaakt door de nodige grote zonneparken die toen on-line kwamen, en sowieso een zeer sterke groei van het aantal grotere bedrijfsdaken met zonnepanelen. In 2019 is het niveau nog steeds hoog, maar beduidend afgenomen t.o.v. het gemiddelde voor 2018: in 2019 had een gemiddelde "niet-op-woning" installatie volgens de afgeleide CBS cijfers een gemiddelde omvang van 49,2 kWp.

Zoals al in een eerdere update was voorspeld, vermoedde Polder PV dat dit gemiddelde in 2020 beslist weer zou kunnen stijgen, omdat er nogal wat grote zonnepark plannen tot uitvoer zouden worden gebracht. Dit is volledig uitgekomen, het systeemgemiddelde vermogen van de nieuwe installaties heeft in dat jaar een nieuw record niveau bereikt van 185,0 kWp. Dat is ruim bijna het vier-voudige niveau van de gemiddelde toevoegingen in het voorgaande jaar, en een factor 2,5 maal zo hoog dan het voorgaande record bereikt in 2018. Het systeemgemiddelde is in 2020 momenteel een factor 14 maal zo groot dan het gemiddelde in 2013.

Vanwege de indelings-systematiek inmiddels in revisie bij het CBS, is er nog geen uitspraak te doen over de cijfers vanaf 2021. 2021 zelf toont een "onwaarschijnlijk" hoog gemiddeld niveau van ongeveer een MWp per project, maar dat zal beslist later fors neerwaarts worden bijgesteld. De verwachting hierbij blijft, dat in recentere jaren de gemiddelde capaciteit van de nieuwste projecten op nog hogere niveaus zijn komen te liggen (zoals ook al uit recente VertiCer cijfers voor de projecten markt blijkt). Uit de afgeleide berekeningen zou grofweg zo'n 40 tot 60 kWp gemiddeld per project volgen. De definitieve waarden voor 2021 tot en met 2025 zullen we echter nog een tijd moeten afwachten, totdat het CBS een volledige herziening publiceert voor dit markt segment.

Woningen

Compleet anders is het beeld bij de residentiële installaties (rode kolommen), die, ook al groeien ze gemiddeld genomen iets wat omvang betreft, gewoon relatief klein zullen blijven. Het systeemgemiddelde van de nieuwe populaties per kalenderjaar nam toe van 3,31 kWp in 2013 tot 3,41 kWp in 2014, daalde vervolgens naar 3,19 kWp in 2017. En nam vervolgens weer toe, van 3,38 kWp in 2018, via 3,79 kWp in 2019, tot 4,07 kWp bij de nieuwe woning installaties in 2020.

Vanaf 2021 schommelt het gemiddelde project vermogen bij de residentiële installaties, tussen de 3,94 kWp in 2021 en 2024, en 4,91 kWp bij de nieuwe installaties, in 2023. In 2025 ligt het niveau, met het huidige gemiddelde, op 4,14 kWp. Dat is 25% hoger dan in 2013, 12 jaar eerder. Een relatief bescheiden verhoging, dus, in vergelijking met de niet-residentiële projecten hierboven uitgelicht.

Totaal volume

Zwaar gedomineerd door het effect van de paar honderdduizend nieuwe residentiële projecten, wordt de gemiddelde systeem capaciteit van alle installaties bij elkaar (residentieel en bedrijfs-matig) natuurlijk sterk beïnvloed door de lage capaciteit van de enorme hoeveelheid woning installaties. Vandaar dat de zwarte curve ook lage systeemgemiddeldes heeft, evoluerend van 4,3 kWp voor de nieuwe systemen in 2013, groeiend tot 6,2 kWp in 2016, even licht afnemend in 2017 (5,5 kWp), om door te groeien naar 8,3 kWp (2018), via 9,5 kWp in 2019, tot een - voorlopig record - gemiddelde niveau van 12,1 kWp in 2020. Dat is een factor 2,8 maal het nieuwe systeemgemiddelde in 2013.

Vervolgens zakt het totale systeemgemiddelde weer iets in, en schommelt het tussen de 10,7 kWp (2021) en 8,3 kWp (2022). Met de voorlopige data voor 2025, is het gemiddelde, 9,9 kWp, een factor 2,3 maal zo hoog dan in 2013.


In het bericht met de algemene wijzigingen van de totale volumes tot en met 2019 in de voorlopige CBS cijfers voor dat jaar heb ik destijds voor het eerst twee extra grafieken opgenomen. Zie daarvoor de bijdrage van 30 juni 2021 op Polder PV. Die grafieken zijn inmiddels bijgewerkt tot en met de nog zeer voorlopige cijfers voor 2025. Ze geven achtereenvolgens de evolutie weer van de systeemgemiddelde capaciteit van alle installaties (sectie q), en een vergelijkbare grafiek voor de situatie bij uitsluitend woningen (sectie r).

(q) Volgens de meest recente cijfers van het CBS, met de laatst bekende cijfers tot en met 2025** toegevoegd, de huidige stand van zaken m.b.t. de systeemgemiddelde capaciteit evoluties, voor alle projecten.

Bij de eindejaars-accumulaties (EOY, blauwe kolommen) is de systeemgemiddelde capaciteit van alle projecten gestaag gestegen, van 3,56 kWp eind 2012, via 6,80 kWp eind 2019, tot 8,77 kWp eind 2023. Bij de voorlopige cijfers voor 2024 en 2025 is er zo'n beetje een stabilisatie zichtbaar, in 2025 voorlopig eindigend op gemiddeld 8,88 kWp per installatie (van groot tot klein).

Goed is te zien, dat bij de jaarlijkse toevoegingen (oranje kolommen), het proces sneller is gegaan tm. 2020, wat een zoveelste vingerwijzing is voor de voortdurende schaalvergroting van projecten in de solar sector in die periode. In 2020 werd het op 2 na hoogste capaciteit volume aan grondgebonden zonneparken gerealiseerd, wat een belangrijke oorzaak van het hoge totale systeem gemiddelde is geweest in dat jaar. Dat gemiddelde nam, van 2013 tm. 2016, toe van 4,33 naar 6,21 kWp, zakte weer iets in in 2017 naar 5,46 kWp, en ging vervolgens rap in de versnelling, van 8,25 kWp in 2018, via 9,53 kWp in 2019, naar gemiddeld 12,07 kWp in 2020. Dat zijn installaties gemiddeld 2,8 maal zo groot dan de toegevoegde exemplaren in 2013.

In 2021 en 2022 werd een duidelijke trendbreuk bij de nieuwe installaties zichtbaar. Ondanks de verdere schaalvergroting in de projectenmarkt, was de groei in het residentiële segment toen al zo omvangrijk, dat de talloze kleine installaties het nieuwe systeemgemiddelde weer flink onder druk gingen zetten. Resulterend in 10,72 kWp gemiddeld in 2021, en 8,29 kWp bij de nieuwe projecten in 2022. Daarmee werd ongeveer weer het niveau van 2018 bereikt, met het systeemgemiddelde van alle projecten.

Vanaf medio 2023 stortte de residentiële markt in, en veert het totale systeemgemiddelde niveau weer omhoog (totaal kleine én grote installaties). In 2023 piekte het weer even naar 9,96 kWp, om op wat lagere niveaus te eindigen in 2024 (9,37 kWp), en 2025 (9,91 kWp). Omdat deze laatste twee jaren nog nader voorlopige cijfers bevatten, kunnen die verhoudingen nog gaan wijzigen in latere updates.

In ieder geval is het niveau in 2025 voorlopig een factor 2,3 maal zo hoog bij het systeemgemiddelde van de toevoegingen dat jaar, dan bij de nieuwbouw in 2013.

(r) Jaarlijkse evolutie van de systeemgemiddelde capaciteit en ditto voor de eindejaars- accumulaties van PV installaties in Nederland voor uitsluitend woningen, in de periode 2012-2025**, volgens de meest recente cijfers van het CBS.

Bij uitsluitend woningen blijft er ook progressie zichtbaar in de evolutie van de systeemgemiddelde capaciteiten, maar deze is - uiteraard - veel minder uitgesproken dan de ontwikkeling in de complete markt waar schaalvergroting al jaren aan de gang is, en grote projecten de totale capaciteit evolutie zijn gaan domineren.

Bij de eindejaars-capaciteiten (blauwe kolommen) ontwikkelde het gemiddelde residentiële systeem zich volgens de meest recente CBS cijfers van een installatie van 2,56 kWp eind 2012, tot een project van gemiddeld 3,23 kWp, eind 2018. Dan volgt een opmerkelijke serie sprongen voorwaarts naar, gemiddeldes van, achtereenvolgens, 3,37 kWp (2019), 3,54 kWp (2020), 3,63 kWp (2021), 3,76 kWp (2022), tot al 3,97 kWp in 2023. Wat 55% hoger ligt dan het niveau eind 2012. Dit is ook het - ongewijzigde - gemiddelde in de jaren 2024 en 2025, waarvoor de data nog nader voorlopig zijn bij het CBS. Een gemiddeld vermogen van 3,97 kWp komt overeen met een residentiële installatie van 10 zonnepanelen van elk bijna 400 Wp in dat jaar.

Ook bij de nieuwe jaarvolumes (oranje kolommen) zijn de toevoegingen gemiddeld al wat groter dan bij de eindejaars-accumulaties. Was dat in 2013 nog een gemiddelde van 3,31 kWp voor de nieuwe residentiële projecten (t.o.v. EOY accumulatie gemiddeld 2,95 kWp), zakte het verschil naar bijna nihil in, tm. 2017 (YOY gemiddeld 3,19 kWp bij EOY gemiddelde accumulatie van 3,18 kWp). Daarna namen de gemiddelde nieuwe capaciteiten per jaar echter rap toe, een marktontwikkeling die vooral het gevolg is van het beschikbaar komen van véél krachtiger (ook nog op woning daken hanteerbare) modules vanaf 2018. In dat jaar was het gemiddelde bij de nieuwe installaties al toegenomen naar 3,38 kWp, in 2019-2020 steeg dat fors verder, naar 3,79, resp. 4,07 kWp. Nadat dit in 2021 even pas op de plaats maakte, met een iets teruggevallen gemiddelde van 3,94 kWp, nam dit in 2022 weer flink toe naar gemiddeld 4,18 kWp, tot zelfs een opvallend hoge 4,91 kWp bij de nieuwkomers in 2023. Wat alweer ruim 48% hoger ligt dan het gemiddelde van de aanwas in 2013. In 2023 kwam dat dus overeen met nieuwe installaties van, gemiddeld, ongeveer 14 zonnepanelen à 350 Wp.

Zeer goed is te zien, dat vervolgens de residentiële markt in elkaar klapte. Het gemiddelde systeem vermogen nam in 2024 fors af, omdat het weinig zin meer had om grote installaties aan te leggen, waarvoor hoge teruglever vergoedingen moesten worden opgehoest, die vanaf medio 2023 in toenemende mate in rekening werden gebracht door de stroom leveranciers. In 2024 zakte het systeem gemiddelde naar 3,94 kWp (20% minder dan het record in 2023), in 2025 nam het weer wat toe, naar 4,14 kWp gemiddeld bij de nieuwe installaties (grofweg het niveau van 2022). De cijfers voor 2024 en 2025 kunnen later nog worden bijgesteld.

Op provinciaal niveau, hier verder niet getoond, is goed zichtbaar, dat Noord Brabant, met haar talloze grote huizen (met veel zonnepanelen), een flinke opwaartse druk uitoefent bij het gemiddelde voor het eindejaars-volume. Dat lag in de jaren 2023-2025 tussen de 4,34 en 4,37 kWp. In Noord-Holland is het het laagst, 3,52 - 3,53 kWp per woning aan het eind van die jaargangen. Ook belangrijk bij de impact vanwege de hoge aantallen woningen zijn de provincies Overijssel en Limburg (4,32 resp. 4,29 kWp/woning, EOY 2025), en Drenthe en Gelderland, waar het gemiddelde tevens hoog ligt (4,14 - 4,15 kWp/woning, EOY 2025).

Bij de jaargroei cijfers zijn er telkens andere provincies met de hoogste gemiddelde systeemcapaciteiten bij de woningen, 4,40 kWp in Flevoland in 2020, 4,44 kWp in Limburg in 2021, 4,96 kWp in Drenthe in 2022, 5,20 kWp in Gelderland in 2023, en 4,49 kWp in Overijssel, in 2024. Zeeland heeft een opmerkelijk / verdacht hoog gemiddelde bij de nieuwkomers in 2025 (18,56 kWp!). Er is ook iets vreemds aan de hand met de jaargroei in die provincie, in 2023, die is extreem laag. Mogelijk zitten hier dan ook nog datafouten in de CBS cijfers.

Noord-Holland staat bij het gemiddelde systeemvermogen bij de nieuwe installaties in 2020 tm. 2022 en in 2025 op de laagste trede. In 2025 met 3,38 kWp gemiddeld bij de nieuwe installaties op woningen. In 2023 en 2024 was Groningen de provincie met de laagste gemiddelde systeem capaciteiten in de residentiële sector.


Direct naar inhoudsopgave


Bronnen / verder lezen

Interne publicaties CBS en zonnestroom statistieken 2021 - 2026 Polder PV:

  • 24 februari 2021. Eerste CBS capaciteits-cijfers over 2020
  • 31 mei 2021. Lichte bijstelling eerste cijfers over 2020
  • 31 mei 2021. Deel II CBS cijfers 2020 - productie resultaten incl. zonnestroom
  • 8 juni 2021. Elektriciteitsproductie hernieuwbare bronnen in eerste kwartaal 2021 in historisch perspectief
  • 30 juni 2021. Definitieve totaal cijfers zonnestroom tm. 2019, incl. primaire segmentatie en prognoses 2020-2021
  • 13 juli 2021. Fors aangepaste, maar nog steeds voorlopige totale capaciteits-cijfers voor 2020. Voorlopige jaargroei: 3.491 MWp
  • 22 juli 2021. "De ultimate CBS update" status 9 juli 2021; gedetailleerde analyse alhier (2019 definitief, 2020 voorlopig)
  • 30 september 2021. Samenvatting jaar rapport "Hernieuwbare Energie 2020" van het CBS, incl. stroom productie per jaar en per maand
  • 12 december 2021. Wederom behoorlijk aangepaste cijfers voor 2020, status "nader voorlopig". Jaargroei opgehoogd naar 3.724 MWp

  • 7 maart 2022. Eerst gepubliceerde CBS capaciteit cijfers voor zonnestroom voor het hele kalenderjaar 2021
  • 8 maart 2022. Idem, maandelijkse zonnestroom producties en vergelijking met datareeks Energieopwek.nl
  • 7 juni 2022. Eerste geringe bijstellingen CBS data over 2021. Segmentatie grafieken
  • 7 september 2022. Berekende maandelijkse productie zonnestroom tm. medio 2021. CBS versus Energieopwek.nl
  • 8 september 2022. Vervolg van status "zonnepanelen tellen m.b.v. satellietfoto's", CBS / Kadaster project
  • 20 oktober 2022. "De ultimate CBS update" status 31 mei 2022; gedetailleerde analyse alhier (2020 nader voorlopig; 2021 voorlopig)
  • 15 december 2022. Revisie globale CBS data voor de jaren 2020 (nu definitief), 2021 (nog "nader voorlopig"), en 1e cijfers eerste jaarhelft 2022

  • 8 maart 2023. Record zonnestroom productie vastgesteld voor 2022 door het CBS (vergelijking met Energieopwek.nl data)
  • 9 maart 2023. Eerst gepubliceerde CBS capaciteit cijfers voor zonnestroom voor het hele kalenderjaar 2022
  • 2 juni 2023. Eerste bijstelling capaciteit cijfer 2022 en eerst-publicatie aantallen PV installaties
  • 16 juni 2023. Enkele eerste grafieken met regionale PV segmentaties tm. 2022
  • 13 oktober 2023. Prognoses versus realiteit. Grafiek met afgezet de verwachting van marktontwikkeling PV door St. Zon in 2016, en de harde CBS cijfers
  • 16 november 2023. Forse opwaartse aanpassing capaciteit PV vermogen in 2022, en licht negatieve bijstelling capaciteit 2021. 1e van serie van 5 artikelen
  • 23 november 2023. Eerst gepubliceerde, nog zeer voorlopige afschatting voor capaciteit en aantallen PV-installaties medio 2023

  • 9 januari 2024. "De ultimate CBS update" status 17 november 2023; gedetailleerde analyse alhier (2022 nader voorlopig; HI 2023 voorlopig)
  • 7 maart 2024. Eerst afschatting PV markt cijfers eind 2024 door het CBS
  • 8 maart 2024. Berekende zonnestroom productie tm. 2023 (CBS)
  • 9 juni 2024. Eerste bijstelling cijfers 2023 door het CBS
  • 9 juni 2024. Zonnestroom productie tm. 2023 in relatie tot andere energie opwekking modaliteiten (CBS)
  • 13 juni 2024. CBS cijfer update deel 3. Diverse deel segmentaties tm. 2023
  • 20 augustus 2024. Penetratie zonnestroom op woningen volgens separaat gepubliceerde cijfers van het CBS
  • 18 november 2024. Derde bijstelling - naar record nieuwe - capaciteit cijfers 2023 door CBS; Australië tijdelijk naar 2e positie bij Wp/capita
  • 19 november 2024. Zonnestroom productie 2023 herberekend op basis van nieuwe capaciteits-data CBS
  • 30 november 2024. Enkele segmentatie statistieken n.a.v. wijzigingen cijfers CBS tm. 2023

  • 11 maart 2025. Eerste, preliminaire capaciteits-cijfer voor 2024 (CBS)
  • 13 maart 2025. Eerste zonnestroom productie berekeningen en afgeleide grafieken n.a.v. eerste CBS cijfers 2024
  • 17 juni 2025. Forse neerwaartse aanpassing capaciteit voor 2024 volgens gewijzigde CBS data
  • 15 juli 2025. Weer forse aanpassingen aan CBS data voor 2024, beduidend lagere groei dan in 2023. Aangepaste zonnestroom productie grafiek tm. 2024
  • 19 november 2025. Alweer flinke wijzigingen bij CBS, 2023 absoluut record jaar marktgroei (> 5 GWp), tabellen en grafieken aangepast tm. 2024 & 2025 HI
  • 19 november 2025. Wp/capita tm. 1e jaarhelft 2025 aangepast voor Nederland versus Australia
  • 21 november 2025. Maandelijkse zonnestroom producties CBS tm. augustus 2025 en afgeleide grafieken

  • 10 maart 2026. Eerste afschatting capaciteit EOY 2025 door het CBS, gewijzigde tabellen en grafieken
  • 10 maart 2026. Wp/capita ration Australia vs Nederland herzien voor eind 2025: status "undecided"
  • 7 juli 2026. Tweede cijfer opgave / bijstelling capaciteits-cijfers 2025 door CBS, met grafieken capaciteit en zonnestroom productie tm. 2025
  • 7 juli 2026. Strijd Australië vs Nederland op basis Wp/capita eind 2025 nog onbeslist
  • 8 juli 2026 Zonnestroom producties tm. april 2026, en relatie met andere energie opwekkende modaliteiten in grafieken. PV meer dan een kwart bij elektra

 


Samenstelling van data en grafieken voor deze webpagina augustus 2026. Eerste publicatie door Polder PV: 25 augustus 2026.
Indien fouten in de grote hoeveelheid cijfers worden gevonden gaarne bericht aan Polder PV. Waarvoor dank.
 
 
 
© 2022-2026 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP