Zonneparken in Nederland, tm. 2025
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
 

SOLARENERGYERGY

Zonneparken in Nederland - statistieken

Evolutie grondgebonden PV-projecten & aanverwante installaties in cijfers

Basisgegevens © projecten sheets Polder PV status update (peildatum) 27 januari 2026
Alle grafieken © 2024-2026 Peter J. Segaar/www.polderpv.nl


Dit is de zesde separaat verschenen uitgebreide review over dit onderwerp op Polder PV, voor het vorige exemplaar (status 17 december 2024) zie hier.

Voor eerdere analyses zie bronnen overzicht onderaan.

Voor uitgebreide introductie en samenvatting van de analyse op deze nieuwe webpagina, zie bijdrage van 4 maart 2026


Introductie

3 maart 2026: Status update van zonneparken in Nederland op peildatum 27 januari 2026. Er wordt veel geschreven (en gesuggereerd) over grondgebonden zonneparken, maar als het om harde cijfers gaat wordt veel in het ongewisse gelaten. Dat heeft deels te maken met het feit dat een gevalideerde, complete centrale registratie van PV projecten van Rijkswege na al die jaren nog steeds ontbreekt, én dat marktpartijen in Nederland er met de pet naar gooien met de rapportage van harde, verifieerbare data. Er worden wel deeldossiers gepubliceerd, maar ze blijken inconsistent, qua data verzameling niet met andere vergelijkbaar en/of met slechts gedeeltelijke overlap, definities van typen projecten zijn arbitrair / niet duidelijk, en regelmatig ontdekt Polder PV (soms grove) fouten in de data collecties. Tot die van de Rijksoverheid aan toe.

Polder PV presenteert frequent gedetailleerde overzichten van de status bij de overheid (SDE gesubsidieerde projecten, volgens RVO data), met als laatste exemplaar de stand van zaken op 1 januari 2026. Ook de gecompliceerde VertiCer data van de gecertificeerde PV-markt worden al vele jaren lang maandelijks bijgehouden. Voor het laatste exemplaar, zie de analyse van 5 januari 2026 (overzicht december rapportage). Zoals talloze malen gesteld, zijn er zeer grote statistische problemen met die cijfers. Op 16 juni 2022 publiceerde Polder PV zijn laatste grote update van zijn omvangrijke projecten overzicht, met status van 12 mei 2022.

Naar analogie van de uitgebreide detail analyses voor alle zonnestroom capaciteit volgens de officiële CBS cijfers, die ondergetekende vaker publiceert (laatste met status 15 november 2024 alhier, met 2 vervolg artikelen), wordt in de huidige analyse weer in detail ingegaan op de situatie rond de zonneparken in Nederland. Waarschijnlijk zult u geen actuelere of volledige cijfers vinden, ook niet bij de officiële instanties.

In de huidige detail analyse geef ik de meest recente status van mijn continu doorlopende onderzoek op het gebied van de Nederlandse zonneparken, met als peildatum 27 januari 2026*. Ook hierbij geldt de blijvende waarschuwing, dat er van de nodige projecten nog steeds niet duidelijk is, wat hun status van netkoppeling rond de jaarwisseling 2025-2026 is geweest, en dat het zelfs mogelijk is dat er nog updates voor 2024 in het vat zitten. Zolang er geen duidelijke uitspraak is gepubliceerd over levering van (groene) stroom, staan die projecten, zelfs al zijn ze al lang geleden "gebouwd", nog steeds op de "pending" lijst van Polder PV, en zijn ze nog niet tot de gros-lijst met realisaties doorgedrongen. Net als voor voorgaande jaargangen, sijpelt dat soort info pas laat via diverse kanalen in de publiciteit, of komen bijvoorbeeld in de loop van de tijd recente luchtfoto's van dergelijke projecten beschikbaar, waardoor de omvang ervan beter afgeschat kan worden, als er eerder geen andere informatie over is gepubliceerd. Polder PV is vermoedelijk de enige partij in Nederland, die zijn hand er niet voor omdraait, om (handmatige) module tellingen door te voeren van grote zonneparken, om harde data op tafel te krijgen, daar waar dergelijke essentiële informatie maar al te vaak ontbreekt.

Voor 2025 volgen in deze analyse al de eerste uitgebreide data, maar hier zal beslist nog het nodige aan informatie missen. De aantallen projecten en de daarmee gepaard gaande (netgekoppelde) capaciteit zal beslist groter gaan worden, met name waar het kleinere projecten betreft waarvan (nog) niets bekend is geworden. Hoe "flink" de nog toe te voegen volumes zullen worden is, zeker in netcongestie tijd, die forse project vertragingen oplevert, moeilijk voorspelbaar. Achteraf zal pas gaan blijken hoeveel projecten nog (net) voor het eind van het jaar netgekoppeld opgeleverd zullen zijn. Zoals dat al jaren lang in de documentatie van Polder PV zichtbaar is geworden.

* Een eerste opzet voor deze analyse werd medio december 2025 reeds gemaakt. Tijdens het samenstellen van de talloze grafieken en vele berekeningen, werd door RVO begin 2026 een nieuwe SDE update gepubliceerd. Deze is in de huidige analyse meegenomen: alle nieuwe informatie over opgeleverde zonneparken en andere "vrijeveld installaties sensu lato" uit die laatste RVO update is dus verwerkt, zodat een zo actueel mogelijke stand van zaken wordt weergegeven.


Tijdens de vele fietstochten door Nederland komt Polder PV regelmatig zonneparken tegen, waarvan hij alle locaties exact kent. Tijdens een kampeer vakantie in Drenthe kwamen we langs Zonnepark Hijken bij Beilen (Dr.), netgekoppeld opgeleverd in het laatste kwartaal van 2021. Het was aanvankelijk een Solarcentury project, na overname van deze ontwikkelaar door Statkraft op 3 mei 2021 kwam het in handen van dit grote Noorse energie bedrijf. Het project werd in samenwerking met Energiecoöperatie Hooghalen opgetuigd, wat crowdfunding via OnePlanetCrowd regelde, en wat er voor zorgde dat ook diverse gemeentelijke panden (buurthuizen, een school) in de omtrek werden verduurzaamd. Het uit twee grotere delen bestaande zonnepark kreeg zelf veel ruimte zonder PV tafels, en een bloemenrand. Statkraft verkocht het 15,9 MWp grote project na de bouw aan het Duitse investerings-huis, Encavis, en deed vervolgens een verzameling andere reeds opgeleverde zonneparken van 120 MWp, en een nog te bouwen portfolio aan PV, wind, en opslag projecten van de hand, aan Greenchoice in de zomer van 2026. Zonnepark Hijken ligt direct naast hoogspanningsstation Beilen van TenneT, en valt in het overzicht van Polder PV in de categorie zonneparken tussen 15 en 30 MWp. Er is ook nog een vervolg plan voor een nog groter, naastgelegen zonnepark van TPSolar ("Hijkerleek"), maar daar is nog geen vergunning voor afgegeven.


Jaarwisseling en netkoppeling belangrijke ijkpunten

Zeker voor projecten opgeleverd rond de jaarwisseling is het essentieel om te weten te komen wannéér de netkoppeling heeft plaatsgevonden, omdat voor de statistieken uitsluitend die datum telt, voor een correcte toewijzing aan een jaar van oplevering. Vaak komen we pas achteraf te weten, wannéér een specifiek zonnepark daadwerkelijk de eerste zonnestroom is gaan leveren, en dus, aan welk kalenderjaar het toegewezen mag worden. Het kan behoorlijk lang duren, voordat de status van een reeds verlopen kalenderjaar enigszins duidelijk is geworden, ook door de vaak zeer grote vertragingen in de rapportages bij de cijfers van RVO. Waarschijnlijk zijn de cijfers voor 2024 in dit opzicht al behoorlijk geconsolideerd, al sluit ik verrassingen op dat vlak gezien de publicatie historie beslist niet uit. Voor 2025 moet er uiteraard nog het nodige volume bij gaan komen. Sowieso voor het laatste kwartaal, maar er zal beslist nog het nodige aan project realisaties in de eerste drie kwartalen in een later stadium bekend gaan worden, met name bij de weinig in de publiciteit komende kleine(re) projecten. Dit is een fenomeen wat ten grondslag ligt aan regelmatige (bijna altijd opwaartse) aanpassingen bij officiële gremia, zoals het CBS, en geldt uiteraard niet alleen voor de hoge impact makende zonneparken, maar ook voor alle andere projecten, inclusief de dakgebonden installaties.


Gebouwd, maar netkoppeling nog niet bekend: wederom fors volume

Daarbij moet vooral ook op het netvlies worden gehouden, dat op basis van satelliet- en luchtfoto's, door Polder PV al is vastgesteld, dat het generator veld van al minimaal 22 grondgebonden zonneparken, incl. enkele byzondere projecten, reeds (compleet) zichtbaar was op 27 januari jl., maar dat er nog géén uitsluitsel over de status van de netkoppeling van deze projecten is. Een deel van die projecten zal ondertussen mogelijk beslist al groene stroom kunnen leveren, en dus impliciet bij de hier gepubliceerde totaal volumes moeten worden opgeteld. Maar dat doen we bij Polder PV pas, als die netkoppeling zéker is, volgens de officiële kanalen, of als onmiskenbaar door betrokken partijen is aangegeven, dat er al zonnestroom wordt geproduceerd door onderhavig project. Het is goed om te weten, dat die "direct pending" populatie inmiddels al een (mogelijk, want nog niet definitief bekend) volume van 178 MWp omvat. En dat een deel daarvan dus nog eens opgeteld moet worden bij de nu al vastgestelde, hoge, met zekerheid netgekoppelde volumes. Momenteel staan genoemde 22 projecten nog steeds op de "pending" lijst.

Byzondere casus DGEC

Hierbij nog niet meegerekend, is het in het voorjaar van 2025 gereedgekomen, in theorie hoge impact makende grote zonnepark De Groene Energiecorridor van de Belgische ontwikkelaar, Energy Solutions Group, wat door de veelvuldig de pers gehaalde "schittering problematiek" tijdens de landing van vliegtuigen op de Polderbaan van Schiphol, een kort geding, en spoedoverleg van diverse stakeholders, vervolgens weer volledig werd ontmanteld (!). Waarbij alle, bijna 229 duizend zonnepanelen naast de frames op pallets werden "geparkeerd". Aanvankelijk was het nog de bedoeling om de panelen van anti reflectie folie te gaan voorzien, maar de laatste stand van zaken lijkt te zijn, dat er compleet nieuwe zonnepanelen zouden worden geïnstalleerd, waarbij ongetwijfeld zeer streng zou worden gecontroleerd op hun anti reflectie capaciteit (bericht november 2025 in o.a. Noord-Hollands Dagblad). Over de uitvoering van dat nieuwe plan is momenteel nog steeds niets concreets vernomen.

In de kamerbrief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, van 20 augustus 2025, werd door minister Tieman nog gewag gemaakt van proefnemingen, waarbij "sinds april 2025 er wel stroom [werd] geproduceerd ten behoeve van deze testen", maar het project toen dus nog beslist niet formeel was opgeleverd.

Op recente luchtfoto's is nog geen nieuwe activiteit waargenomen sinds de volledige verwijdering van de "oude" zonnepanelen (draadje van Polder PV op Bluesky, met foto's, zie ook exemplaar hier onder). Het aanvankelijk ontwikkelde project had het 2e grootste zonnepark van Nederland kunnen zijn geweest, als het netgekoppeld zou zijn opgeleverd (na Dorhout Mees in Flevoland). Echter, omdat het grote project (tijdelijk) ontmanteld is, blijft het voorlopig ook nog in het deeloverzicht "pending" staan bij Polder PV.

In het RVO rapport "Zon-PV 2025 Monitor" wordt het Groen Energiecorridor project anoniem vermeld als "Het grootste zonnepark met een SDE-beschikking dat nog niet is gerealiseerd, ligt in de provincie Noord-Holland (136 MWp)". Dat is de facto alweer achterhaald, omdat (a) Zonnepark Eekerweg drie beschikkingen heeft, goed voor bijna 230 MWp, waarvan echter "maar" bijna 200 MWp zou worden gerealiseerd volgens ontwikkelaar Novar, die het eerste deel eind 2025 aan het lokale GDS net zou hebben aangesloten. Dat project ligt in provincie Groningen. En (b), onder SDE 2024 een mogelijk nóg groter project is toegekend, het "her-ingediende" project, zonnepark Musselkanaal, met een enkelvoudige beschikking van bijna 212 MWp (grootste enkelvoudige beschikking ooit afgegeven door RVO). Ook dat ligt niet in Noord-Holland, maar in Groningen. De SDE 2024 beschikkingen waren al bekendgemaakt in de zomer van 2025, vóór publicatie van het genoemde RVO rapport. In een vervolg artikel heb ik dat grote project ook al expliciet genoemd.


Na een onderhoudsdag in het al 32 jaar bestaande Bulderbos van Milieudefensie, fietste de webmaster van Polder PV op 11 oktober 2025 weer even naar het (bijna) grootste PV project in Nederland langs het verkeersinfra knooppunt A9 / A205 / A5 zuidwestelijk van Zwanenburg, om poolshoogte te nemen van de stand van zaken daar. Polder PV trof daar een vrijwel geheel ontmanteld "ex" zonnepark, De Groene Energiecorridor aan, met vrijwel alle, eerder met veel moeite bevestigde grote, 156 half-cels TopCon zonnepanelen, op pallets naast de leeg gehaalde frames. In afwachting van een grootschalige systeem renovatie, waarbij het laatste plan volledige vervanging zou impliceren, met nieuwe PV modules, die ongetwijfeld aan de zwaarste anti-schittering normen zouden moeten voldoen. Wordt vervolgd ... (voor foto van de opbouw van dit enorme project, zie de laatste foto in de vorige update, van oktober 2024...)

Onnauwkeurigheden, aanpassingen ...

Ook moet altijd in het achterhoofd gehouden worden, dat rapportages en berichten over cijfers over zonneparken in Nederland vaak zo slecht en onnauwkeurig zijn, dat zelfs ooit gepubliceerde, dan wel gesuggereerde capaciteiten alsnog achteraf gewijzigd kunnen / moeten worden, als recentere informatie noopt tot aanpassing. Dit gebeurt bij Polder PV, ook bij ontelbare rooftop projecten, zéér regelmatig met oudere "records". Er zijn wederom het afgelopen jaar talloze wijzigingen doorgevoerd voor recentere projecten uit 2023 tm. 2025, of zelfs oudere installaties. En daarmee veranderen dus ook de historische cijfers in de grafieken. Vandaar dat dergelijke overzichten altijd een "moving target" blijven, er vinden regelmatig aanpassingen plaats in de projecten lijsten van Polder PV. Wel worden de resultaten steeds beter door dergelijke aanpassingen, en liggen ze dichter bij "de waarheid". Zolang die "waarheid", vanwege kennelijke desinteresse, niet door de Staat wordt geborgd, moeten we het op deze manier maar zien op te lossen.

Ook in de huidige update is inmiddels kristalhelder geworden, dat zeker bij de kleinere projecten, voorheen nog vrijwel nergens bekende veldopstellingen moesten worden toegevoegd aan de database. Dit kan om al jaren bestaande kleine projectjes gaan, die tot nog toe onopgemerkt zijn gebleven, desondanks (ver) boven de RES drempel van >15 kWp uitkomen, en die dus beslist opgenomen dienen te worden in de overzichten. Polder PV screent als enige in Nederland regelmatig luchtfoto's, waarbij met al dan niet gerichte, of zelfs random zoektochten regelmatig "nieuwe oudjes" tevoorschijn komen, die nergens ander zijn gekwantificeerd of als zodanig bekend zijn. Gezien de ervaringen van de afgelopen jaren, kunnen we nog heel wat op dit vlak verwachten, er staat al veel meer klein vermogen in de vorm van veldopstellingen in Nederland dan menigeen denkt. In komende analyses zal daar vast het een en ander van toegevoegd gaan worden aan het huidige marktoverzicht, de zoektochten van Polder PV worden gecontinueerd. Een 2 jaar oud exemplaar, wat pas in de volgende update wordt opgenomen, werd op Bluesky op 10 februari 2026 pas ontdekt, en gerapporteerd.

Andere tussentijds nieuw netgekoppelde veld- en andere gerelateerde projecten zullen ook in de volgende update geïncorporeerd gaan worden.

Ook zijn ondertussen alweer - meestal kleinere - projecten weggehaald, of is slechts een deel verdwenen vanwege werkzaamheden op het erf / bedrijfs-site. Hiermee is rekening gehouden in de huidige update, de verdwenen delen zijn uit de groslijst gehaald en verplaatst naar het tabblad "afvoer". De bestemming van de generator en andere project delen is meestal onbekend, het is mogelijk dat met name de PV modules ergens opnieuw worden ingezet, maar daar wordt zelden inhoudelijk over gerept.

De conclusie van dit alles is, dat opnames, zoals in de huidige analyse zijn verbeeld, altijd minimale volumes zullen betreffen. In werkelijkheid is er nóg meer gerealiseerd en al on-line, dan zelfs deze zeer recente update laat zien.


Inhoudsopgave

Grafieken, op peildatum 27 januari 2026

  1. Nieuwbouw grondgebonden zonneparken, per jaar (YOY)
  2. Eindejaars-accumulatie grondgebonden zonneparken, per jaar (EOY)
  3. Indeling zonneparken per grootteklasse
  4. Evolutie project categorie aantallen per kalenderjaar (stapelkolommen)
  5. Evolutie project categorie capaciteit en projectgemiddelde, per kalenderjaar (stapelkolommen)
  6. Evolutie project categorie aantallen per grootteklasse (stapelkolommen)
  7. Evolutie project categorie capaciteit per grootteklasse (stapelkolommen)
  8. 3 basisparameters zonneparken per provincie op peildatum
  9. Kaart met verdeling vermogens grondgebonden zonneparken, economische activiteiten en totalen over provincies EOY 2024
  10. Nieuwe aantallen grondgebonden zonneparken per provincie per jaar (stapelkolommen)
  11. Eindejaars-accumulaties grondgebonden zonneparken per provincie per jaar (lijndiagram)
  12. Taartdiagram verdeling aantallen grondgebonden zonneparken per provincie op peildatum
  13. Nieuwe capaciteit grondgebonden zonneparken per provincie per jaar (stapelkolommen)
  14. Eindejaars-accumulaties capaciteiten grondgebonden zonneparken per provincie per jaar (lijndiagram)
  15. Taartdiagram verdeling capaciteiten grondgebonden zonneparken per provincie op peildatum
  16. Eindejaars-accumulaties aantallen zonnepanelen in grondgebonden zonneparken per provincie per jaar (lijndiagram)
  17. Evolutie grondgebonden zonneparken op terreinen RWZI's en waterwinbedrijven (EOY)
  18. Jaarlijkse aanwas grondgebonden zonneparken op terreinen RWZI's en waterwinbedrijven (YOY)
  19. Status grondgebonden zonneparken per netbeheerder
  20. Gemiddelde oppervlakte (ha) en relatieve oppervlakte claim (kWp/ha) grondgebonden zonneparken per jaar
  21. Nieuwe jaarlijkse en accumulatie totale oppervlakte claim grondgebonden zonneparken in Nederland
  22. Evolutie oppervlakte grondgebonden zonneparken per provincie per jaar (stapeldiagram; YOY)
  23. Evolutie eindejaars-accumulaties oppervlakte grondgebonden zonneparken per provincie (lijndiagram; EOY)
  24. Relatie opgestelde capaciteit en oppervlakteclaim grondgebonden zonneparken
  25. Relatieve verhouding capaciteit en oppervlakteclaim grondgebonden zonneparken
  26. Evolutie van relatieve grondclaim zonneparken per jaargang
  27. Project vermogens grondgebonden versus drijvende zonneparken
  28. Evolutie van drijvende zonneparken (YOY)
  29. Verdeling capaciteiten per provincie totalen grondgebonden plus drijvende zonneparken EOY 2024 peildatum 27 januari 2026
  30. Verdeling capaciteiten per provincie totalen grondgebonden plus drijvende zonneparken EOY 2025 peildatum 27 januari 2026
  31. Verdeling relatieve capaciteit totalen grondgebonden + drijvende zonneparken in Wp/capita, EOY 2025 peildatum 27 januari 2026
  32. Evolutie van relatieve oppervlakteclaim drijvende zonneparken per jaargang
  33. Evolutie van solarcarports en vergelijkbare vrijstaande PV-projecten in het veld

Tabellen, op peildatum 27 januari 2026

  1. Capaciteit van zonneparken YOY en aandeel t.o.v. totale capaciteit volgens CBS in Nederland
  2. Capaciteit van zonneparken EOY en aandeel t.o.v. totale capaciteit volgens CBS in Nederland
  3. Aantallen kleine veldinstallaties <= 15 kWp segmentatie per provincie
  4. Capaciteiten van vier typen vrijeveld installaties sensu lato - EOY
  5. Capaciteiten van vier typen vrijeveld installaties sensu lato - YOY
  6. 3 parameters capaciteit optelling grondgebonden + drijvende zonneparken >= 1 MWp - EOY
  7. Vergelijking "zonneparken" volgens MFP 2023 rapport en bevindingen 4 categorieën Polder PV

Foto's in deze analyse, allen © Peter J. Segaar / www.polderpv.nl

 


Technische voetnoten

Kleinschalige veldinstallaties - zeer sterk onderschat in Nederland
Een belangrijke technische voetnoot betreft de fysieke afgrenzing van de capaciteit. Vanaf de update van 26 april 2022 volg ik strict de Regionale Energie Strategie insteek, en heb ik voor de huidige analyse wederom alle projecten groter dan 15 kWp geïnventariseerd. Alle kleinere projecten, dus ook de projecten met "exact" 15 kWp, zijn hier dus niet (meer) in meegenomen. Het verschil is verder marginaal, het gaat om vrij weinig projecten die precies op die drempel zitten. De zonneparkjes met een capaciteit tm. 15 kWp kent Polder PV echter beslist wel voor een behoorlijk deel.

Deze categorie is de laatste jaren zeer populair geworden. Er worden de laatste jaren zelfs regelmatig door gemeentes vergunningen voor dergelijke kleinschalige projectjes afgegeven, en/of het lokale beleid is zodanig verruimd, dat kleinschalige veldopstellingen naast een woningen laagdrempelig kunnen worden gerealiseerd. Dit kan echter in de uitvoering zowel onder als boven de RES drempel uitpakken (de 15 kWp is absoluut géén wettelijk bepaalde piketpaal in de Omgevingswet, per 1-1-2024 "NOVI"), alleen in het laatste geval komen ze terug in mijn zonnepark overzichten. Meestal is, of wordt er niets over dergelijke projecten gepubliceerd. Polder PV komt ze ook regelmatig fysiek in het veld, op foto's van bedrijven, en, inmiddels zéér regelmatig, op luchtfoto's tegen. Separaat zijn in een projecten map grondgebonden installaties kleiner of gelijk aan 15 kWp opgenomen, dit zijn er al 893 bij de wat grotere exemplaren. Voor de derde maal wordt hier in paragraaf 8 aandacht aan besteed, al vallen de "volumes" verder buiten de scope van de grafieken in deze analyse, die is toegespitst op projecten > 15 kWp.

In ieder geval kan, op basis van de uitgebreide ervarings-gegevens van Polder PV worden gesteld, dat ook in het kleine "RES-fähige" segment, projecten groter dan 15 kWp, er een ronduit opmerkelijk sterke groei heeft plaatsgevonden die nergens behalve bij Polder PV wordt gesignaleerd. Gezien de vele vondsten van dergelijke kleine veldprojecten in de afgelopen jaren, is de verwachting, dat hier nog meer "nog niet ontdekt" volume bij zal gaan komen.

SDE perikelen
Hierbij dient ook weer duidelijk te worden gesteld, dat bij RVO genoemde volumes voor onder SDE regimes gesubsidieerde projecten (de meeste, maar beslist niet alle !), meestal uitsluitend de beschikte capaciteit betreft. En heel vaak niet de fysiek opgeleverde capaciteit, die (veel) hoger of (veel) lager kan zijn uitgepakt. Wel moet daarbij benoemd worden, dat de laatste jaren vaak door RVO capaciteiten van beschikte SDE projecten neerwaarts worden bijgesteld, omdat veel projecten kleiner worden uitgevoerd dan waarvoor ze een subsidie beschikking hebben ontvangen. Echter, daar staat tegenover, dat het vrijwel nooit gebeurt, dat voor projecten, die groter worden opgeleverd dan waarvoor ze (een) SDE beschikking(en) hebben verkregen (dit gebeurt regelmatig), er een opwaartse aanpassing volgt door RVO. Waardoor klakkeloos uitgaan van RVO data een nogal riskante onderneming is geworden om fysiek opgeleverde capaciteiten te kunnen bepalen. Daarvoor is veel meer extra detail kennis nodig. Regelmatig verschijnen er "kaartjes" op het internet, met blind gekopieerde RVO data, die dus slechts een beperkt deel van de "waarheid" laten zien. In de overzichten van RVO staan verder ook, soms al jaren lang, de nodige elementaire fouten en domweg blunders, verkeerde type toewijzing, etc., die bijna niemand, behalve Polder PV, ziet of, in de eigen overzichten, corrigeert.

Segregatie type installatie essentieel
In de hoofdsectie met grafieken toon ik verder uitsluitend de volumes aan "klassieke" grondgebonden zonneparken, inclusief de exemplaren op afvalbergen, grond depots, e.d. Alle andere projecten, zoals drijvende zonneparken, PV projecten op infra (geluidswallen / barrières), carports en andersoortige, "vrij zwevende", niet gebouwgebonden projecten, zitten niet bij die optelsommen, en worden wederom in de huidige analyse in paragraaf 11 in dit artikel geïnventariseerd, om het totaal plaatje over de "niet klassiek gebouwgebonden" projecten compleet te maken. Hierover worden vrijwel nooit afschattingen gepubliceerd, omdat bijna niemand de projecten goed kent, en dus ook niet kan segregeren op "type" project. Vaak is ook absoluut niet duidelijk of dergelijke installaties wél of juist niét onder de categorie "zonneparken" worden geschaard. Drijvende zonneparken lijken door het CBS al enige tijd in de categorie "grondgebonden" projecten te worden gegooid, maar het statistiek instituut is bepaald niet helder over die indeling, geeft in het geheel geen segregatie, en het kan dus niet goed worden beoordeeld of ze al die drijvende projecten ook echt "kennen" (en dus opgenomen hebben in hun categorie zonneparken sensu lato).

Ook is er veel verwarring over de categorie vrijstaande carports en dergelijke opstellingen, omdat ze soms wel, en soms niet onder "vrije-veld opstellingen" worden gerekend (en helaas ook vaak, onbenoemd, en onopgemerkt, in de enorme hoeveelheid rooftop projecten zijn opgenomen). Diverse partijen lijken hier wezenlijk verschillend mee om te gaan, en daarbij ook nog eens zeer inconsequent te werk te gaan (soms wel, soms niet opname in "verzamelbak zonneparken"). Polder PV heeft die - nauwkeurige - informatie beslist wel, want die staan allemaal, gesegregeerd, uitgesplitst in zijn project overzichten. En hij kan ze dan ook exact toewijzen - in een apart categorie. In de huidige analyse zijn ook weer vernieuwde grafieken opgenomen bij de evolutie van uitsluitend drijvende zonneparken, en de specifieke categorie solar carports en verwante projecten.

De conclusie is, dat officiële cijfers vaak beslist niet het "hele verhaal vertellen". En dat het absoluut noodzakelijk is om helder op het netvlies te krijgen welk type project men waar moet plaatsen. Polder PV doet dit als geen ander. Dat alles daargelaten: de sectie klassiek grondgebonden veldopstellingen is - en blijft - by far de grootste categorie. Het grootste deel van deze analyse is dan ook aan de details van die reeds zeer grote verzameling gewijd.


(1) Status klassieke grondgebonden zonneparken nieuw opgeleverd per kalenderjaar

In mijn huidige project overzicht tot en met 27 januari 2026 vinden we de volgende nieuwe, jaarlijks toegevoegde klassieke grondgebonden zonneparken terug (grafiek). Waarbij talloze details van alle parken bekend zijn bij Polder PV, en andere niet bekende zijn afgeschat op basis van wel bekende data. Polder PV heeft, sinds het begin van onderzoek naar grotere projecten vanaf eind 2015, een schat aan ervaring opgedaan bij de beschouwing van dergelijke PV-installaties, en heeft een enorm data bestand opgebouwd van referenties, foto's, en andere info. Data kunnen regelmatig wijzigen, op basis van nieuwe inzichten en nagekomen informatie, deze worden continu verwerkt in het actuele projecten overzicht van Polder PV.

Polder PV is verder ook "project gericht". Er zijn talloze projecten met meerdere SDE beschikkingen (zelfs bij vele honderden rooftop projecten !), die lumpt Polder PV onder de specifieke lokaties waarvoor die toekenningen zijn afgegeven. Het is dus een "echte" inventarisatie, niet een die uitsluitend van losse beschikkingen uitgaat, die een vals beeld van de realiteit geven. Er zijn ook al veel - meestal kleinere - zonneparken zonder SDE beschikking, die dus helemaal niet terug te vinden zijn in de bekende overzichten bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Van het grootste deel van de zonneparken heeft Polder PV ook - soms uitgebreid - fotografisch materiaal, satelliet en/of luchtfoto beelden, en veel detail info tot zijn beschikking. Van het overgrote deel van alle gevonden zonneparken is met een betrouwbaar meetinstrument de fysieke oppervlakte gemeten, waarbij vaak de hekwerken rond het perceel als referentie wordt gebruikt (juridisch eigendom / minimale oppervlakte claim). Daarnaast heeft Polder PV al vele tientallen zonneparken zelf bezocht op de fiets, door heel Nederland, en veel extra fotografische documentatie opgebouwd. Regelmatig worden daar voorbeelden van op het nieuwe sociale platform voor Polder PV gezet, Bluesky. Te volgen via https://twitter.com/Polder_PV. Op het voorheen veelbezochte Twitter platform worden geen nieuwe projecten meer getoond. Het platform heeft zijn waarde verloren, en is vervallen tot een poel van negativisme, flagrante leugens, misleiding, "fake news", populisme, etc.


Grafiek nieuwbouw zonneparken YOY

Voor een eerdere versie van deze grafiek, zie ook het exemplaar van 17 december 2024

"jvi" = jaar van ingebruikname

In bovenstaande grafiek (1) de evolutie van drie variabelen m.b.t. de feitelijk nieuw opgeleverde klassieke grondgebonden zonneparken, vanaf 2012, per kalenderjaar (YOY). Twee oude projecten uit 2001 zijn in een eerdere update al uit de database verwijderd. Een kleine veldopstelling bij Hoek van Holland is nooit "terug gevonden" op recente luchtfoto's, en het oude project bij de waterzuivering van Annen in Drenthe is bij nadere beschouwing niet als zuivere grond-opstelling, maar als "byzonder rooftop" systeem ingedeeld. In de subcategorie (betonnen daken van) reinwaterkelders. Hier kom ik nog kort op terug.

Een ander byzonder project betreft het kleine zonneparkje op industrieterrein Aalsvoort in Lochem (Gld), een projectje van de lokale coöperatie Lochem Energie (bezocht door Polder PV in 2016). De installatie is al in 2020 verwijderd, om plaats te maken voor nieuwbouw op locatie. Op een nieuwe vraag van Polder PV, kreeg ik herbevestigd van de coöperatie, dat het project (al lang) is ge-amoveerd. Dit SDE beschikte project is pas in de RVO update van 1 juli 2023 uit de systemen daar verwijderd, eerder had ik het al naar de sub-lijst "afvoer" overgebracht.

Het in de vorige update nog oudste bestaande systeem, de veldopstelling bij Acrres op het terrein van WUR dochter, Stichting Landbouwkundig Onderzoek te Lelystad, oorspronkelijk opgeleverd in 2011, is dermate sterk gewijzigd, met verdwenen, maar ook weer nieuwe veldopstelling onderdelen, dat ik dat project heb verplaatst naar het jaar van de laatste wijziging, 2022, waarbij de totale capaciteit on-site grofweg is verdubbeld. In januari 2013 heeft Polder PV nog een bespreking van de productie resultaten van de oorspronkelijke pilot installatie gepubliceerd.

In die afvoer lijst zitten inmiddels al meerdere, meestal wat kleinere projectjes, die weer zijn verdwenen van luchtfoto's, ze zitten niet meer in het huidige, actuele Polder PV bestand. Twee recentere "niet meer gevonden" veldopstelling exemplaren betroffen kleinere projecten die moesten wijken, omdat er hetzij nieuwbouw werd gepleegd, of er een parkeerterrein werd aangelegd. In deze gevallen is er kennelijk niet tot herplaatsing elders op het terrein overgegaan, er zijn geen "nieuwe" veldopstellingen voor in de plaats gekomen on-site. Wat er met de PV panelen en andere hardware is geschied, blijft meestal een mysterie, hergebruik elders kan beslist daarbij een optie zijn geweest.

Hetzelfde geldt voor meerdere (voormalige) drijvende projectjes. Dat waren grotendeels tijdelijke pilot projecten, waarvan de eerste installaties op de Slufter (Maasvlakte), en, vooral, de grotere projecten op het Oostvoornse Meer (foto in analyse van 26 april 2022), de meest opvallende waren. Die zijn inmiddels uit het floating solar sub-dossier verwijderd bij Polder PV, begin 2024 was er niets meer van de installaties te zien. Er wordt dus ook niets meer bijgedragen aan de productie van groene stroom op die specifieke locaties.

Wijzigingen - "vaste" waarde bij inventarisaties

Project data per jaar kunnen zelfs nog wijzigen voor eerdere jaren. Die wijzigingen zijn meestal een gevolg van verbeterde inzichten in de opgestelde capaciteiten op basis van nieuwe informatie, als die nauwkeuriger is dan de zeer vaak karige, of ronduit ontoereikende, oudere info. Een belangrijk geworden bron zijn harde module tellingen van recente lucht- en/of satellietfoto's door Polder PV, die nieuwe inzichten werpen op de daadwerkelijk gerealiseerde volumes, waar die info voorheen nog niet beschikbaar was. De cijfers in de grafiek geven de meest recente inzichten van Polder PV weer, waarvoor alles is gedocumenteerd, per individueel project. Enkele tweets met foto's van de vermelde, tegenwoordig regelmatig uitgevoerde "hard-counts" vindt u hier, hier, hier, hier, en hier. En een floating solar project als toetje. Op/via Bluesky wordt de panelen tellerij gecontinueerd (rooftop, 14 jan. 2026).

Aan de hand van harde module counts, en een plausibel module vermogen aan de hand van het jaar van oplevering (en eventuele detail info over het module type, als die beschikbaar is), kan in veel gevallen waar verder niet over project vermogen wordt gerept, toch een enigszins betrouwbare inschatting gemaakt worden van de opgestelde capaciteit. Wijzigingen in de RVO lijsten kunnen daarbij verder helpen, maar deze zijn beslist niet altijd "logisch" te noemen, op basis van harde info over de betrokken projecten. Veel projecten die gróter zijn uitgevoerd dan waarvoor (een) SDE beschikking(en) is/zijn afgegeven, worden als zodanig níet door RVO weergegeven. Ze geven op zijn hoogst het maximaal beschikte vermogen. Talloze partijen in Nederland stinken hier in, en blijven blind van deze curieuze RVO data uitgaan ...

Een ander, reeds genoemde factor van negatieve bijstellingen zijn de opgeruimde zonnepark projecten. Tot nog toe gaat het echter voornamelijk om kleinere installaties, behalve de oude dunnelaag generator van de eerste fase van zonnepark Azewijn. De slecht functionerende 1,8 MWp grote dunnelaag generator is in het najaar van 2018 verwijderd, en in 2019-2020 werd, met SDE subsidie, een ruim 2,5 maal zo grote kristallijne Si generator op de oude frames bevestigd. Er zijn bij Polder PV nog geen grotere verwijderde projecten bekend bij de veldopstellingen sensu lato. De oudere projecten Zonnegrond (Langedijk, NH, 400 kWp), resp. de oorspronkelijke veldopstelling bij Scholtenszathe (Klazienaveen-Noord, Emmen, Dr, ruim 300 kWp) zijn daarbij tot nog toe na Azewijn de grootste 2 verdwenen projecten.

Een toekomstig "probleem" zou, i.v.m. de blijvende problemen rond netcongestie kunnen zijn repowering van bestaande sites. Als er nog voldoende, niet gebruikte netcapaciteit "over" zou zijn kan, in theorie, de eigenaar er voor kiezen om het systeem uit te breiden, of (delen van) de generator te vervangen door zonnepanelen met een hogere capaciteit. Eventueel in combinatie met opslag. Bij daksystemen gebeurt dat nogal eens, bij veldopstellingen heeft Polder PV, op het voorbeeld van Azewijn na, en de "inbreiding" van de coöperatieve installatie de Groene Weuste in Wierden (2021), dit tot de voorgaande update nog niet op grotere schaal zien gebeuren. Op luchtfoto's is te zien dat het begin 2019 opgeleverde zonnepark Geefsweer van Novar in provincie Groningen in 2025 deels is afgebroken. Mogelijk vindt daar een module vervanging plaats? De vraag is of dergelijke uitbreidingen / vervangingen ook publiekelijk bekend zullen worden (gemaakt), meestal kom je er toevallig achteraf achter dat er iets aan een dergelijk project is veranderd (voor Geefsweer was dat na een tip van een Polder PV volger op Bluesky).

Wat ook sporadisch voorkomt, is een bijstelling van het jaar van (netgekoppelde) oplevering. Door nieuwe informatie wordt, met name bij projecten die rond de jaarwisseling zijn opgeleverd, soms een ander jaar van netkoppeling bekend (hetzij eind van het "oude jaar", hetzij begin van het "nieuwe jaar"). Ook dat heeft natuurlijk consequenties voor het aan een bepaald kalenderjaar toegerekend vermogen, dat kan in zo'n geval van het ene naar het andere jaar worden "verplaatst". Omdat het hier om grote projecten gaat, kan dit merkbare gevolgen hebben voor de onderlinge verhouding van de jaarvolumes in de betreffende jaren.

Het gevolg van alle tussentijdse wijzigingen in het data overzicht van Polder PV is, dat de totaal volumes van eerdere jaren iets kunnen verschillen t.o.v. de data getoond in voorgaande updates. De huidige grafiek geeft de meest recente, actuele inzichten weer.

Grafiek - de details

Omdat er, voor zover de kennis van Polder PV reikt, in Nederland langdurig niets is geschied op het gebied van grondgebonden zonneparken sensu stricto, begint de grafiek sinds de vorige update ditmaal in 2012, toen er al 8 RES-fähige (> 15 kWp) zonneparkjes werden opgeleverd. Het zeer byzondere, met tientallen (!) SDE beschikkingen gezegende Klepperstee project in Ouddorp (ZH), resp. The Grounds op Schiphol zijn daarvan de 2 meest aansprekende / grootste projecten.

In oranje kolommen in de grote grafiek zijn de nieuwe capaciteiten per jaar getoond, met aanvankelijk zeer lage toevoegingen per jaar, maar met een enorme groei sinds de 81,5 MWp nieuwbouw in 2017. Wat al bijna een verdubbeling was t.o.v. de ruim 44 MWp in 2016. In 2018 kwam er een bijna 5 en een half maal zo groot nieuw volume bij, bijna 440 MWp (iets opgehoogd sinds vorige update). 2019 liet in de meest recent beschikbare, aangepaste data van Polder PV bijna 447 MWp nieuwbouw aan zonneparken zien. Dat is wederom een neerwaartse bijstelling t.o.v. de vorige update, het is inmiddels bijna 2% meer volume dan in 2018. Het t.o.v. de december 2024 update weer met ruim 13 MWp néérwaarts bijgestelde volume voor 2020 staat nu op bijna 1.073 MWp. Dat is een factor 2,4 maal de nieuwbouw in 2019, en tot dat jaar een voorlopig nieuw record.

De groei in het tweede "Covid jaar", 2021, is duidelijk achtergebleven bij de hoge aanwas in 2020. Door allerlei, meestal neerwaartse bijstellingen en verschuivingen in de tijd (piketpaal: datum netkoppeling), heb ik momenteel een toename van bijna 835 MWp aan nieuwe klassieke netgekoppelde veldopstellingen staan voor dat jaar. Dat is een bescheiden 6 MWp hoger dan de afschatting in de voorgaande update. Het nu bekende groei volume in 2021 ligt in ieder geval 22% achter op het hoge volume in het eerste Covid jaar, 2020 (in eerdere updates was dit bijna 21%, daarvoor nog ruim 19%).

2022 - behoorlijk geconsolideerd nieuw volume, nieuw record jaar bij grondgebonden projecten

In de update van januari 2023 was nog lang niet alles duidelijk omtrent 2022, en was de stand van zaken toen nog maar ruim 928 MWp nieuwbouw, beduidend lager dan het nieuwe volume in 2020. Door alle nakomende wijzigingen, en, vooral, vanwege het duidelijk worden van de exacte netkoppelings-datum van nogal wat projecten, blijkt inmiddels 2022, tm. de vorige update, overduidelijk het nieuwe record jaar te zijn geworden wat bijgeplaatste capaciteit betreft bij de grondgebonden zonneparken. Al is het wel flink gedaald sinds de update van december 2024. Ik heb inmiddels bijna 1.150 MWp nieuw volume staan voor dat jaar, voor uitsluitend grondgebonden veldinstallaties. Wat ruim 7% meer volume groei is dan in vorig record jaar, 2020. En 38% hoger dan de groei in het, in relatieve zin, duidelijk tegenvallende voorgaande jaar, 2021. Het nieuw vastgestelde jaarvolume voor 2022 is bijna 23 MWp lager dan in de vorige update.

In de inset linksboven in de grafiek (blauwe kolommen) laat ik zien dat ik inmiddels voor 2022 flink meer veldopstellingen heb geteld dan in de vorige update, 170 exemplaren (13 meer dan de toen getelde 157 exemplaren). Hier zijn dus pas veel later gevonden kleinere projecten toegevoegd, die toen al waren opgeleverd. Het gevolg van de bijtellingen / correcties is, dat kalenderjaren 2020-2022 inmiddels vergelijkbare aantallen nieuwe projecten hebben (170, 174, resp. 170). Gecombineerd met de hogere opgeleverde capaciteit in 2022, geeft dit als resultaat, dat de nieuwe projecten gemiddeld per stuk duidelijk groter zijn uitgevallen dan in 2020, en zelfs een factor 1,4 maal zo groot dan de gemiddelde project omvang in het voorgaande jaar, 2021 (zie ook verderop).

2023 - contouren naar eindfase

Voor 2023 heb ik tot nog toe een fors hoger volume gevonden dan in de update van september van dat jaar, wat wederom aangeeft, dat veel netgekoppeld opgeleverde capaciteit in een bepaald jaar pas zeer laat bekend wordt. In de september 2013 update had ik nog maar een (toen bewezen), relatief bescheiden nieuw volume van slechts 350 MWp staan. Inmiddels is dat al ruim 938 MWp, een factor 2,7 maal zo hoog, maar wel weer wat minder dan in de voorgaande update. Het kan best zijn dat er nog steeds volume aan toegevoegd zal gaan worden, en/of er worden neerwaartse bijstellingen bekend ten opzichte van eerdere aannames over de gerealiseerde capaciteit. Dat kan dus nog twee kanten op bewegen. Wat beslist wél duidelijk is, dat het record volume van 2022 beslist niet gehaald is, zelfs al komen er nog opwaartse bijstellingen. Momenteel is het nieuwe jaarvolume bij de capaciteit in 2023 ruim 18% lager dan in 2022.

2024 - met hakken over de sloot nieuwe record jaar bij de capaciteit toevoeging

Het aan het eind van 2024 gereconstrueerde volume voor dat jaar lag toen nog op, bijna 898 MWp, waarbij al duidelijk werd aangegeven, dat er nog wel het nodige aan nog niet bekend volume toegevoegd zou gaan worden. Dit is volledig uitgekomen. Met alle latere toevoegingen, zijn we inmiddels beland op 1.150,8 MWp, wat marginaal beter is dan het vorige recordjaar, 2022, en dus een nieuw record heeft gezet. Ook hier over is het laatste woord echter beslist nog niet gezegd. Er kunnen zowel volumes verdwijnen voor beide jaren, als er nauwkeuriger informatie over opleveringen bekend worden, maar er kan ook nog capaciteit bijgetekend worden. De grootste kans ligt daarbij voor verdere toename van de capaciteit in 2024, omdat bij recentere jaargangen de grootste wijzigingen plaatsvinden. Het meest opvallende aan 2024 is, dat het beduidend minder nieuwe zonneparken kent dan 2022 (89 versus 170, 48% minder). Maar toch heeft het iets meer capaciteit. Een onherroepelijk gevolg daarvan is, dat het systeemgemiddelde vermogen van de nieuwe projecten in dat jaar veel hoger ligt, zoals we later zullen zien.

2025 - nog zeer voorlopig, doch al bemoedigend resultaat

Voor 2025 geldt, in mindere mate, hetzelfde als voor 2024, dat er "relatief weinig" nieuwe zonneparken, groot en klein, zijn bijgekomen, tot nog toe 70 exemplaren. Ook hier zullen ongetwijfeld nog (grote en kleine) bij gaan komen als informatie daarover naar buiten komt, en/of ik op luchtfoto's eventuele kleinere projecten ga vinden. Wat wel opvalt is, dat met die slechts 70 exemplaren er nu al bijna 937 MWp aan capaciteit is toegevoegd, grofweg het niveau van het al veel meer "gesettelde" jaar 2023. Omdat 2023 2 en een half maal zo veel nieuwe projecten telde, is het systeemgemiddelde vermogen in 2025 nu al veel hoger, zoals blijkt uit de groene curve. Uiteraard zullen eventuele vondsten van nieuwe kleinere zonneveldjes die in 2025 zijn verschenen, het totale gemiddelde wel weer onder druk zetten, maar er kunnen beslist ook nog grote projecten bij gaan komen.

Een deel uit de populatie met, op luchtfoto's reeds zichtbare, geheel gebouwde, generatoren van zonneparken, waarvan tot nog toe nog geen eenduidig bericht van "netgekoppeld" is gepubliceerd (potentieel volume grofweg 178 MWp, 22 project sites), zou nog onder 2025 kunnen vallen, waardoor de jaargroei in dat jaar mogelijk zelfs wat meer in de buurt zou kunnen komen van dat in het voorgaande jaar. En er is nog meer volume potentieel, waar tot nog toe niets van bekend is gemaakt. Het lijkt daarbij echter niet waarschijnlijk, dat het hoge niveau van 2022 en 2024 gehaald zal gaan worden. Gezien alle problemen met o.a. de netcapaciteit, overal in Nederland (kaartje Netbeheer Nederland), vermoed ik, dat het er een stuk onder zal blijven in 2025, maar dat 2023 voorbijgestreefd zal gaan worden wat nieuwe capaciteit betreft. Al zullen we pas laat te weten komen hoe de verhoudingen precies zullen komen te liggen. Vanwege de nodige onzekerheden, is in ieder geval de kolom voor 2025 gearceerd weergegeven.

Tijdens de voorbereidingen voor deze analyse werd ook al de netaansluiting van het 1e grondgebonden project van 2026 bekendgemaakt, coöperatief Zonnepark Winterzon te Uitgeest (NH), met ruim 15 MWp vermogen. 10 januari werd het project officieel ingewijd. Het is helemaal rechts in de grafiek opgenomen.

Van een al lang op de plank liggend, ogenschijnlijk opgeleverd, klein anoniem project kon de identeit niet worden achterhaald. Dat project is uit het overzicht gehaald.

Vooral vanwege vaak incomplete informatie, en project data die regelmatig achteraf kunnen wijzigen, zijn ook bovenstaande cijfers nog lang niet in beton gegoten. In de RVO bestanden voor de SDE gesubisidieerde projecten zijn bijvoorbeeld al jaren flinke vertragingen tussen de feitelijke netkoppeling van projecten en de beroemde "ja"-vinkjes in hun publieke dossiers. Die vinkjes verschijnen soms vele maanden nadat de betreffende projecten aan het net zijn gekoppeld. Daar kan zelfs een half jaar of nog veel langer overheen gaan in sommige gevallen. Pas als een "ja vinkje" verschijnt, wordt duidelijk aan welk jaar een project (definitief) kan worden toegewezen.

Aantallen projecten

De getoonde inset met blauwe kolommen, linksboven in de grote grafiek toont, dat de groei van die aantallen gestaag, tussen de 8 (2012) en 36 nieuwe projecten / zonnepark "sites" in 2017 (aangepast), is toegenomen. In 2018 was er een verdrievoudiging, tot, inmiddels 96 nieuwe zonneparken dat jaar. Nieuw in 2019 zijn er tot nog toe 107 exemplaren terug gevonden, ruim 11% meer dan in 2018. In 2020 werd een nieuw record van, inmiddels, 170 exemplaren bijgebouwd en aan het net gekoppeld. Dat zijn er 5 meer dan in de update van december 2024. 2021 kwam op een bijgesteld volume van 174 projecten, 9 meer dan in de vorige update. Ook al gaat het daarbij meestal om kleinere projecten (de grote zijn meestal al vrij snel bekend), ze zitten allemaal (ver) boven de RES drempel van > 15 kWp, en horen dus gewoon in deze overzichten thuis. Opvallend hierbij is dat juist bij de capaciteit toevoeging in 2021 er een diepe knieval werd gemaakt. Dit resulteert voor dat jaar in een terugval van de gemiddelde capaciteit per project (groene curve).

2022 viel licht terug naar 170 nieuwe netgekoppelde grondgebonden projecten, hetzelfde niveau van 2 jaar eerder. Twee updates hiervoor waren er nog maar 113 nieuwe projecten bekend, het zijn er inmiddels alweer 57 (!) meer. Ondanks deze lichte teruggang bij de nieuwe aantallen t.o.v. 2021, is dit, opvallend genoeg gepaard is gegaan met een (bijna) record volume aan nieuwe capaciteit (1.150 MWp). Wat betekent, dat de projecten die in dat jaar zijn opgeleverd, gemiddeld weer groter zijn geworden van omvang. En tot dat jaar zelfs op het hoogste gemiddelde niveau kwam.

Voor 2023 zijn de cijfers al flink geconsolideerd. Waren er in een vorige update nog maar 35 nieuwe projecten bekend, is dat inmiddels een record hoeveelheid van 177 nieuwe exemplaren geworden voor dat jaar. Alweer 33 meer dan in de vorige update. Ook dit is grotendeels te wijten aan het vinden van veel kleinere veldopstellingen (die aan de RES doelstelling voldoen) op luchtfoto's door Polder PV, en die nergens anders als zodanig bekend zijn.

Voor 2024 is de status inmiddels al wat duidelijker geworden, maar beslist nog niet "definitief". Hier is een zeer duidelijke breuk met de voorgaande jaren zichtbaar geworden, met slechts 89 nieuw geregistreerde stroom leverende projecten (34 meer dan in de vorige update gevonden). Dat is vooralsnog slechts de helft van de status van de nieuwbouw in record jaar 2023, wat de aantallen betreft. De verwachting is wel, dat er nog het nodige aan kleinere, nog niet gevonden projecten, teruggevonden zullen gaan worden voor dat jaar. Wederom valt op, dat er inmiddels al een record nieuwe capaciteits-toevoeging bekend is geworden, bij een zeer laag aantal. Dit resulteert in een hoge, record projectgemiddelde capaciteit in dat jaar (12,9 MWp, groene curve). Dit zal beslist nog lager gaan worden, als er de nodige "kleinere nieuwe projecten" voor 2024 gevonden zullen gaan worden, maar waarschijnlijk zal, de continue schaalvergroting in de markt indachtig, het uiteindelijke gemiddelde vermogen hoog blijven.

In 2025 zijn er, net als in 2024, nog slechts een beperkt aantal netgekoppelde zonneparken bekend, 70 stuks. Omdat de inmiddels bekende capaciteits-toevoeging al hoog ligt (even hoog als in 2023), resulteert dit voorlopig in een nóg hogere systeemgemiddelde capaciteit dan in het voorgaande jaar, 13,4 MWp gemiddeld per project. Het niveau daarvan zal beslist nog wijzigen, afhankelijk van nog voor dat jaar in te voeren nieuwe projecten, en de daarmee gepaard gaande capaciteit. Ook daarom heb ik bij de aantallen de kolom nog gearceerd weergegeven, "hoogte zal beslist nog wijzigen".

Kwartaal en half jaar segmentaties

In een vorige update heb ik voor een enigszins verantwoorde voorspelling voor, aanvankelijk, 2020, ook uitgerekend wat de nieuwe capaciteit verdeling over de kwartaal en halfjaar volumes was bij de klassieke veldopstellingen. Daar zijn verder geen duidelijk verschillende, consistente trends uit te halen, gezien het tabellarische overzicht in de update van januari 2023. En de voorspellende waarde daarvan is, voor een nieuw kalenderjaar, dan ook gering. Deze wordt daarom hier niet verder inhoudelijk behandeld.

In ieder geval is de capaciteits-verdeling bij de nieuwe projecten in 2022, met de meest recente cijfers, 56% resp. 44% in het eerste en tweede half-jaar. In 2023 is dat juist andersom geweest, 45% resp. 55%. De verschillen zijn niet zeer groot, en lijken niet te duiden op een "seizoens-gerelateerde" uitbouw op deze schaal. In diverse landen werden subsidieregimes vaak, wat tarieven betreft, aan het begin van een nieuw jaar bijgesteld, wat daar vaak tot "eindejaars-rushes" leidde, zodat zonneparken nog onder het lucratievere, oude subsidie regime gerealiseerd konden worden (voorbeeld Duitsland). Daarvan is in Nederland, onder de stringente condities van de veel complexere SDE regelingen, geen sprake.

Systeemgemiddelde capaciteit nieuwe projecten

Uit de capaciteiten en de aantallen projecten zijn, als vanouds bij Polder PV, de belangrijke systeemgemiddelde capaciteiten berekend van de nieuw per kalenderjaar gebouwde projecten. De evolutie ervan is in de hierboven afgebeelde grote grafiek weergegeven als een groene curve, met aparte bijbehorende Y-as (linker-zijde). Meerdere weergegeven waarden zijn licht gewijzigd t.o.v. voorgaande updates, als gevolg van aanpassingen in de 2 bron parameters in de primaire dataset. Zoals was te verwachten, groeit de gemiddelde capaciteit sterk, van (bijgesteld) 338 kWp in 2015, tot bijna 4,6 MWp in 2018, bijna 14 maal zo groot. In 2019 is er een tijdelijke "dip" van de nieuwe capaciteit per project (bijna 4,2 MWp). In 2020 werd een nieuw record gehaald, met gemiddeld 6,3 MWp per nieuwe grondgebonden installatie, maar in 2021 viel de gemiddelde capaciteit tijdelijk terug naar bijna 4,8 MWp gemiddeld voor de 174 tot nog toe gevonden netgekoppelde nieuwe projecten in dat jaar. Duidelijk lager dan in het eerste corona jaar 2020, waarvoor een marginaal lager nieuw aantal projecten werd gevonden.

De in een vorige update aangekondigde vermoedens van verdergaande schaalvergroting, ook bij de zonneparken, zijn met de momenteel gevonden nieuwe netgekoppelde projecten in de laatste drie jaar volledig uitgekomen. De reeds bekende 170 nieuwe projecten in 2022 hebben al een hoge gemiddelde capaciteit van bijna 6,8 MWp per stuk. Dit is wel, zoals in vorige updates al voorspeld, een flinke neerwaartse aanpassing van het veel eerder bekende gemiddelde van 10,2 MWp. Dit komt omdat naderhand vooral kleinere projectjes opgeleverd in dat jaar gevonden worden, die hoge gemiddelde systeemgroottes in dat jaar onder druk zetten. Hoe meer van dat soort kleine installaties (terug) gevonden worden, hoe meer dat gemiddelde neerwaarts zal worden gedrukt.

Voor 2023 geldt iets vergelijkbaars. Er is inmiddels al een consolidatie van de volumes voor dat jaar, maar met de huidige 177 gevonden projecten is het in een vorige update bekend geworden gemiddelde van 10,0 MWp nu flink neerwaarts bijgesteld naar nog maar 5,3 MWp per project. Dat is nog wel hoger dan het gemiddelde in 2021, maar duidelijk lager dan in 2022. Ook dit komt door latere toevoegingen van relatief kleine veldopstellingen aan kalenderjaar 2023, die het gemiddelde onder druk zetten.

Het nog steeds geringe aantal nieuwe projecten in 2024 die netgekoppeld aan het net zijn opgeleverd, tonen een zeer hoog gemiddeld vermogen van 12,9 MWp, wat echter al flink lager is dan het eerder gevonden gemiddelde van 16,3 MWp in de vorige update. Dat het nog steeds zeer hoog ligt, wordt vooral veroorzaakt doordat het in het eerste kwartaal opgeleverde grote Fledderbosch project in Groningen (103,5 MWp, 4e grootste project in Nederland) hier een hoge impact heeft. Maar net als met de voorgaande jaarcijfers is geschied, kunnen we de nodige extra toevoegingen voor 2024 gaan verwachten, wat grotendeels vooral kleinere projecten zal gaan betreffen. Waarmee dit zeer hoge gemiddelde flink zal worden onderdrukt. Maar vermoedelijk nog steeds zeer hoog zal blijven.

Een nog lager aantal nieuwe projecten in 2025, in samenhang met een al hoge capaciteit (937 MWp), leidde in dat jaar eveneens tot een hoog project gemiddelde van maar liefst 13,4 MWp. Dat is weliswaar nu een nieuw record, maar dat kan wederom door nieuwe vondsten, van vooral kleinere projecten, beslist nog neerwaarts worden bijgesteld. Of dat dan onder of nog boven het gemiddelde in 2024 zal komen, is een vraag die we pas later kunnen beantwoorden, als de cijfers voor beide jaren meer zijn geconsolideerd.

Uiteraard is het "gemiddelde" voor het ene project nu bekend in 2026 (15,4 MWp) niet representatief, en zal dat nog flink gaan wijzigen dit jaar.




Een van de weinige zonneparkjes in provincie Utrecht, de provincie met momenteel, samen met Flevoland, het minst aantal grondgebonden projecten. Zoals zo vaak volstrekt toevallig tegengekomen tijdens een fietstocht daar en tot dat moment volledig onbekend. Naast het 60 zonnepanelen tellende, ZW / NO georiënteerde veldprojectje, in het voorjaar van 2023 op luchtfoto's zichtbaar geworden exemplaar, liggen er ook nog (niet zichtbaar) een twaalftal tien jaar oudere panelen op een schuur bij de woning. Grondgebonden project vallend in de Polder PV categorie >15 - 50 kWp, en valt dus officieel onder de "RES-norm". Dit soort volstrekt toevallige encounters van nog niet gekende projecten overkomen ons regelmatig. En geeft aan, dat er véél meer van dergelijke projecten bestaan, dan nationale gremia lijken te suggereren middels zeer onvolledige, en gebrekkige overzichten.


Markt-impact groei grondgebonden zonneparken bij de nieuwe jaarvolumes

Het totale volume van, hier uitsluitend grondgebonden zonneparken bij de nieuwbouw is sterk gegroeid in de laatste jaren sedert 2018, en heeft al een significante impact gekregen, bovenop de al enorme hoeveelheden op daken van woningen, tot daken van zeer grote distributiecentra. Dat laat ik zien in onderstaande, aangepaste tabel 1, waarbij ik gebruik heb gemaakt van de laatste CBS "totaal" cijfers op dit gebied (status update 18 november 2025), en mijn nieuwbouw cijfers voor uitsluitend de "klassieke" grondgebonden zonneparken. Dit is een update van de tabel getoond in mijn overzicht van januari 2025. Voor de grotere volumes heb ik afgerond op "hele MWp". Voor 2012 is geen betrouwbaar CBS cijfer bekend vanwege een totale systematiek wijziging van hun onderzoeks-methode (oude cijfers niet vergelijkbaar met nieuwe cijfers vanaf 2013, resultaten grijs weergegeven). 2024 en 2025, onderaan toegevoegd, betreft nog slechts voorlopige, onvolledig cijfers. Ook de volumes in eerdere jaren kunnen nog, zei het marginaal, wijzigen. Andere gerelateerde categorieën zoals drijvende projecten e.d., komen pas aan bod in paragraaf 11.

Nieuw jaarvolume (YOY, capaciteit in MWp)
Nieuw volume zonneparken PPV (MWp)
Nieuw volume NL cf. CBS (MWp)
Aandeel ZP's op totaal volume (%)
2012
1,45
138
1,05%
2013
0,38
363
0,11%
2014
0,48
357
0,13%
2015
8
519
1,6%
2016
44
609
7,3%
2017
82
776
10,5%
2018
440
1.697
25,9%
2019
447
2.618
17,1%
2020
1.073
3.882
27,6%
2021
835
3.715
22,5%
2022
1.150
4.713
24,4%
2023
938
5.176
18,1%
2024*
1.151
3.267
35,2%
2025*
937
(H1 647)
---

Tabel 1. De volgens de meest recente inzichten geaccumuleerde capaciteiten van klassieke grondgebonden zonneparken, weergegeven in de 2e kolom zijn cursief weergegeven als het volume is gewijzigd t.o.v. de vorige update van december 2024. Bij dergelijke veranderingen wijzigen natuurlijk ook de voor die jaren weergegeven relatieve percentages in de laatste kolom. De CBS data zijn voor 2023 en 2024 gewijzigd t.o.v. de update van december 2024, en ook cursief weergegeven. De status tm. 2023 is voor de CBS cijfers nu definitief, voor 2024 is ze "nader voorlopig". Voor 2025 is slechts een allereerste grove afschatting voor het eerste half-jaar beschikbaar (slechts 647 MWp groei!). Maar dit zal beslist fors gaan wijzigen, al zal het eindresultaat niet meer publiek geopenbaard gaan worden. Het CBS zal waarschijnlijk pas in juni van 2026 een eerste afschatting gaan doen voor het eindejaars-volume in 2025, wat ook later weer behoorlijk kan worden gewijzigd, op basis van nader beschikbaar komende informatie. Dit is, althans, in de cijfer historie van CBS al jarenlang het geval, of ook wel, "common practice". Het feit dat er nog slechts 647 MWp groei in het eerste half-jaar van 2025 zou zijn gerealiseerd, doet sterk vermoeden, dat CBS nog slechts zeer onvolledige data voor die eerste jaarhelft heeft. Zeer waarschijnlijk zullen hun voorlopige cijfers flink opwaarts moeten worden bijgeplust, ook voor de daar nog "onbekende" tweede jaarhelft.

Ik heb de huidige status uit mijn projecten overzicht voor grondgebonden zonneparken gebruikt om voor die peildatum (medio januari 2026) ook een vergelijking te kunnen doen met de nationale totaal cijfers, tot en met kalenderjaar 2024. Het kan beslist nog zo zijn dat de cumulatie voor de capaciteit van grondgebonden zonneparken in de projectsheets van Polder PV nog enigszins kan wijzigen voor met name de recentere jaren, resulterend in een later bij te stellen relatief aandeel percentage in de laatste kolom. De verwachting is dat deze bijstellingen vrij gering zullen zijn / worden.

3e jaar > 1 GWp zonneparken, en al zeer hoge impact in 2024

Afgezien van bovenstaande: met de nu weer bijgestelde cijfers wordt herbevestigd dat we in zowel 2020, als in 2022, een historische gebeurtenis hebben meegemaakt in Nederland. In die jaren is een nieuw jaarvolume van meer dan 1 GWp aan klassiek grondgebonden zonneparken gerealiseerd (1.073 MWp in 2020, resp. 1.150 MWp in 2022). Tussenliggend 2021 zat op een duidelijk lager niveau (938 MWp nieuwbouw). 2024 is inmiddels tot voornoemd tweetal toegetreden, en is het derde kalenderjaar met meer dan 1 GWp toegevoegd vermogen in zonneparken, precies 1.151 MWp (marginaal hoger dan in 2022). 2025 zit al een eind in die richting, maar komt, met nu 937 MWp, nog 63 MWp te kort. Zoals meermalen gesteld, historische data van met name de recentere jaargangen kunnen beslist nog worden bijgesteld. Dus wellicht zit hier nog een extra verrassing in de pijplijn op dit punt.

We zien aan de aandelen van de nieuwbouw aan zonneparken per kalenderjaar, in de laatste kolom, dat dit rap is toegenomen, van bijna verwaarloosbaar in 2012-2014, via 1,6% in 2015, 7,3% in 2016, en 10,5% in 2017, tot al bijna 26% in toenmalig record jaar 2018. In 2019 lijken de nieuw toegevoegde zonneparken iets aan betekenis ten opzichte van het totaal volume te hebben ingeboet, met een, aangepast, aandeel van 17,1%. In Covid jaar 2020 is dat flink toegenomen naar een record van 27,6% op het totaal nieuw gebouwde volume in heel Nederland (alle volume, incl. residentieel). De relatieve impact van alleen de grondgebonden vrijeveld installaties viel in 2021 terug naar 22,5%, maar nam in 2022 weer toe naar 24,4% van de totale nieuwe PV capaciteit in Nederland. In 2023 is het relatieve aandeel weer gedaald naar 18,1% van het totale door CBS gesignaleerde marktvolume. Dit heeft minstens 2 redenen: de rooftop sector inclusief de residentiële markt realiseerde record volumes in dat jaar (zie o.a. evolutie sub- 1 MWac segment), zodat het aandeel van grondgebonden projecten op het totaal volume werd onderdrukt. Daar komt bij, dat er de nodige cijfers zijn nagekomen voor 2023. Vermoedelijk zullen latere wijzigingen beperkt blijven qua impact.

Voor 2024 was het een tijd speculeren geblazen, omdat aanvankelijk alleen het half-jaar volume bij CBS bekend was. Medio november 2025 is het eindejaarsvolume van de totale markt eind van 2024 bekend gemaakt, en zoals was te verwachten, gezien de ingestorte residentiële markt in dat jaar, is de impact van alleen de grondgebonden projecten zeer fors toegenomen. Het is met de nog zeer voorlopige cijfers van het CBS, inmiddels toegenomen tot 35,2% van het totaal volume! Een ieder die, om wat voor reden dan ook, zonneparken tracht te weren, had in 2024 dus fictief dik een derde van de totale nieuwe geplaatste PV capaciteit ge-elimineerd ...


Inschattingen 2025 ff. in SPE rapport

Europese branche organisatie Solar Power Europe heeft in december 2025, vanwege alle problemen in de Nederlandse PV markt, een zwaar tegenvallende prognose afgegeven, van mogelijk slechts 2,1 GWp nieuwbouw in heel Nederland, in 2025, volgens de EU Market Outlook for Solar Power 2025-2030. Dat zou, wederom, een forse aderlating van 34% zijn t.o.v. de ook opgegeven, record jaargroei voor 2024. Die zij op slechts 3,2 GWp stellen. De laatste officiële CBS cijfers voor dat jaar geven een (voorlopige) groei van 3.267 MWp weer, maar dat kan nog behoorlijk verder worden bijgesteld, afhankelijk van nakomende cijfers, die in het verleden continu tot flinke aanpassingen hebben geleid.

Het wordt niet als zodanig benoemd, maar SPE geeft ook aan dat 37% van genoemde 2,1 GWp aanwas (derhalve: plm. 777 MWp) in 2025 "utility solar" zou betreffen. In hun definitie betreft dat installaties groter dan 1 MWp. Hier mag echter beslist wel een vraagteken bij worden gezet, want Polder PV komt tot nog toe, met de meest actuele cijfers, voor de klassieke en drijvende zonneparken, al op 945 MWp aan gevonden, netgekoppelde projecten per stuk groter dan 1 MWp. Dat is al 22% meer aangetoonde capaciteit bijbouw in dat segment, en dan heb ik het nog niet eens over de rooftop populatie per stuk groter dan 1 MWp, die er ook nog bij moet worden opgeteld. Bovendien kan er zelfs voor alleen de veldinstallaties beslist nog wel wat volume bijkomen, dus de SPE afschatting is extreem conservatief voor dat jaar. Wel kunnen er ook nog neerwaartse bijstellingen van eerder vermelde vermogens volgen, maar het verschil is veel te groot om dat te rechtvaardigen.

In tegenstelling tot eerdere prognoses van branche organisatie Holland Solar in dit soort SPE publicaties, die vanaf 2025 tussen de 3 en 4 GWp jaarlijkse groei tm. 2028 gaf te zien (Market Outlook 2024-2028), is dit optimisme flink gedempt in het huidige rapport, grotendeels als gevolg van voortwoekerende netcongestie en andere markt onderdrukkende zaken. Inmiddels is door Holland Solar de prognose fors terug gebracht, waarbij, i.t.t. bovengenoemde prognose van SPE zelf (2,1 GWp in 2025), voor dat jaar nog maar 1,9 GWp wordt gesuggereerd, wat veel te laag lijkt ingeschat. Dit zou tm. 2030 groeien tot een jaarvolume van ongeveer 2,6 GWp voor de nationale markt, waarbij het "utility scale" segment grofweg tussen de 700 en 800 MWp per jaar zou bedragen. Volgens Polder PV waarschijnlijk weer (veel) te laag ingeschat.


(2) Grondgebonden PV projecten aantallen en capaciteiten - accumulaties EOY

In de tweede grafiek geef ik zoals gebruikelijk de status weer van de accumulaties van de aantallen en capaciteiten van grondgebonden zonneparken aan het eind van elk kalenderjaar (EOY), en het daar van afgeleide systeemgemiddelde van die geaccumuleerde volumes. Alles, wederom, met de meest recent beschikbare data in de overzichten van Polder PV. Hierin zijn wederom twee "historische piketpalen" weergegeven.

Grafiek accumulatie zonneparken EOY

Cumulaties van louter grondgebonden veldopstellingen in overzicht Polder PV, tm. 2025 en 1e exemplaar in 2026. Aantallen 1.172 tm. 2025 (inset), resp. 7.105 MWp tm. 2025 (capaciteit, grote grafiek). Jaar van ingebruikname = netkoppeling = 1e groene stroom productie.

Grafiek (2). Uiteraard is de snelle toename van de evolutie van de grondgebonden zonneparken in Nederland ook bij de eindejaars-accumulaties (EOY) zeer duidelijk zichtbaar. Volgens de deels bijgestelde detail data verzameld door Polder PV, groeiden de volumes van 136 MWp EOY 2017, en 576 MWp EOY 2018, door naar 1.023 MWp EOY 2019. Die eerste GWp werd in de status update van 8 december 2019 reeds aangekondigd door Polder PV.

In 2020 ging er alweer een zeer dikke schep bovenop. Met de huidige, aangepaste data, is al een niveau bereikt van ruim het dubbele niveau, 2.095 MWp. Deze tweede "Gieg" is dus al binnen een jaar bereikt, zoals al was voorspeld door Polder PV. Eind 2021 heeft Polder PV al ruim 2.930 MWp aan opgeleverde grondgebonden zonneparken staan, en met de huidige bekende gegevens, zitten we eind van het jaar 2022 op 4.079 MWp aan geaccumuleerde capaciteit . In dat jaar zijn dus sowieso al 2 nieuwe piketpalen gepasseerd, de 3e en 4e GWp.

Met de bekende toevoegingen van grondgebonden projecten in 2023, zijn we, in de status update van 27 januari 2026, beland bij de volgende piketpaal. In de 2e jaarhelft van 2023 is de 5 GWp overschreden, en komt het eindejaars-volume voorlopig op 5.018 MWp.

Ondanks alle problemen bleef bij de zonneparken in ieder geval het gerealiseerde volume flink doorgroeien, en zitten we, met nog wat missende info voor 2024, eind dat jaar al op een capaciteit van 6.168 MWp, waarmee wederom een nieuwe piketpaal reeds achter de rug is.

De consistente uitvoering van de uitbouw van zonneparken werd in 2025 gecontinueerd. Met de nog zeer voorlopige, ongetwijfeld nog flink bij te plussen capaciteitstoename, werd ook de 7e piketpaal reeds bereikt, en staat het eindejaars-volume voorlopig alweer op 7.105 MWp, in uitsluitend grondgebonden zonneparken. Dit, nog exclusief nakomende project volumes.

Voor 2026 is nog maar 1 netgekoppeld zonnepark bekend, in een volgende update krijgen we meer zicht op de evolutie van de project volumes in dit nieuwe jaar.


CAGR grondgebonden installaties zeer hoog

Als we naar de Compound Annual Growth Rate cijfers kijken voor de grondgebonden zonneparken in Nederland, in de periode 2012-2025, is de gemiddelde jaarlijkse groei zeer hoog geweest, 47%/jaar bij de aantallen projecten, en zelfs 92%/jaar bij de capaciteiten. Beperken we ons tot de impact in de SDE subsidie periode vanaf 2015 (toen met name de eerste beschikkingen afgegeven onder SDE 2014 werden gerealiseerd), zitten we nog steeds met hoge gemiddelde groei cijfers in 2015-2025: 37%/jaar bij de aantallen projecten, en, wederom, 92% gemiddelde toename per jaar, wat de capaciteits-groei betreft.


Nieuwe mijlpalen - 6, 6,5 en 7 GWp aan grondgebonden zonneparken reeds achter de rug

Ook al worden de bereikte mijlpalen in de overzichten van Polder PV door latere capaciteits-aanpassingen en toevoegingen van voorheen nog niet "gekende" zonneparken regelmatig ingehaald, is het wel leuk om deze historische momenten te memoreren. Voor de voorgaande piketpalen (3 en 3,5 GWp), zie o.a. de betreffende paragraaf in de update van 17 september 2023, en de mijlpalen 4, 4,5, 5 en 5,5 GWp in de vorige update van 17 december 2024.

Zoals al eerder gemeld, is de 5,5 GWp in augustus 2024 gepasseerd volgens de vorige update. Dat geschiedde destijds door de toevoeging van een pas zeer laat door RVO gezet "ja-vinkje" ("project opgeleverd"), voor zonnepark Boksveenweg, wat al in QIV 2023 opgeleverd bleek te zijn.

De 6,0 GWp piketpaal in de Polder PV Excel sheet met zonneparken werd bereikt met inschrijving van het ruim 13 MWp grote zonnepark "Aan de Dintel" in het Brabantse Steenbergen, door ProfiNRG gebouwd voor ZonXP en een co-investeerder, medio januari 2025. Volgens RVO is het project in het derde kwartaal van 2024 reeds formeel opgeleverd.

Piketpaal 6,5 GWp werd gepasseerd met opname van Zonnepark Schotland, eigendom van 2 boeren te Rutten, onderdeel van het enorme Noordermeerdijk project langs de NW kust van de Noordoostpolder (en bestaande uit drie deelprojecten, waarvan dit het kleinste, beschikt voor 16 MWp, werd opgeleverd in 2025). Het is waarschijnlijk aangesloten op de aparte netaansluiting van het veel grotere Ampyr deel (zie ook foto draadje in augustus 2025, op Bluesky).

Tot slot, werd de 7,0 GWp voorbijgestreefd toen in de update van RVO van 1 januari 2026 het formele "ja-vinkje" werd getoond voor de uit drie separate delen bestaande Zonneweide Larendeel, gebouwd door Chint Solar (oorspronkelijk ge-entameerd door Green Trust Projects), in Afferden (Druten, Gld). Het project blijkt al in 2025 te zijn opgeleverd, dus die toevoeging was, zoals heel vaak in dit soort gevallen, feitelijk een exemplaar "met terugwerkende kracht". De soms enorme vertragingen in de officiële rapportages zijn de oorzaak hiervan.

Als het tempo van de netgekoppelde oplevering aanhoudt, zoals in vooraande jaren, zullen we beslist een 7,5 GWp piketpaal kunnen verwachten in 2026, in de "Big Solarpark Sheet" van Polder PV. Of ook de 8,0 GWp gehaald zal worden, is momenteel nog twijfelachtig, gezien de voortdurende netproblemen die nog wel even zullen voorduren. Er staat sowieso nog ruim 3,4 GWp aan resterende SDE ("+" en "++" tm. SDE 2024) beschikkingen voor uitsluitend de categorie grondgebonden zonneparken klaar, en daar gaat nog een deel van de eind 2025 door MinKGG geopenbaarde 1.075 MWp aangevraagd voor deze categorie onder SDE 2025 bijkomen (minus vermoedelijk, gezien de enorme overtekening, flinke hoeveelheid afvallers). Ook is er nog een beperkt volume beschikt voor drijvende zonneparken, 215 MWp, maar die worden apart behandeld, in paragraaf 11.

Er gaat dus beslist het nodige aan volume bijkomen de komende jaren. Grondgebonden zonneparken horen er dan ook al helemaal "bij", en brengen zeer substantiële volumes in die met geen mogelijkheid zijn uit te gummen, noch door - vooralsnog volstrekt fictieve - alternatieven zijn in te ruilen. Er is geen enkele andere "optie" die met zo'n hoog tempo zulke grote hoeveelheden duurzaam productie vermogen, en dus een hoog, snel te realiseren fysiek productie- en CO2 reducerend potentieel, kan leveren. Tegen een zeer acceptabele "prijs".


Grondgebonden zonneparken domineren grootste projecten overzicht (realisaties) van Polder PV; capaciteit verhouding t.o.v. grootste rooftop projecten

In mijn grote projecten spreadsheets kan ik goed bepalen wat de verhouding is tussen de grootste opgeleverde zonneparken in Nederland, en de grootste gerealiseerde dakgebonden systemen (voor de incrowd: rooftops). Ik deed dat reeds in de afgelopen vijf updates, dus het is weer interessant om deze verhouding opnieuw te bepalen.

Bij de honderd grootste netgekoppelde PV projecten van Nederland (totaal vermogen inmiddels 4,3 GWp, vorige updates 3,8, resp. bijna 3,2 GWp) tel ik momenteel nog maar 2 (vorige updates: 6, resp. 11) rooftop projecten. Waar onder het byzondere carport project te Biddinghuizen (die ik in een separate categorie vrijstaande carports indeel). Er zijn ook nog 2 gerealiseerde grote "solar kas projecten", die echter beiden de facto illegaal zijn verklaard. En dus afgebroken zouden moeten worden, vanwege het vrijwel ontbreken van een, volgens de vergunningen, noodzakelijke agrarische functie (Middenmeer NH, resp. Velden - Venlo, L.).

Verder zitten bij die top 100 nog eens 4 drijvende zonneparken. De rest, 94 projecten, zijn uitsluitend grondgebonden veldopstellingen (vorige updates 91, resp. 80 exemplaren). Kijken we naar de geaccumuleerde capaciteiten, hebben genoemde 2 rooftops incl. de vrijstaande carport een aandeel van slechts 1,5% (vorige updates nog 4,3%, resp. 7,5%) van genoemde 4,3 GWp, en de drijvende zonneparken 2,8% (vorige updates: 3,1%, resp. 6,2%). De rest, 95,8% van dat volume, ruim 4,1 GWp, valt toe aan de uitsluitend grondgebonden veldopstellingen. De zeer grote rooftop projecten blijven, t.o.v. de inmiddels al gerealiseerde veldopstellingen portfolio, nog steeds zeldzaam.

Kijken we naar de 25 grootste gerealiseerde veldopstellingen, hebben deze reeds een vermogen van 1.928 MWp. Nemen we uitsluitend de 25 grootste rooftop projecten (incl. de zeer grote carport Biddinghuizen, en de 2 illegaal verklaarde solar-kassen), komen we maar tot 376 MWp. Een factor 5,1 maal verschil tussen deze twee project categorieën (vorige updates nog factor 4,6, resp. 3,8). Dit betekent, dat het vrijwel onmogelijk zal zijn, om "potentieel van veld-opstellingen op land" in te ruilen voor (af te dwingen cq. te verplichten !) potentieel op grote industriële daken en/of carports. Dat gaat nooit lukken, het verschil in gemiddelde omvang van deze 2 typen projecten is enorm groot, en realisatie van grote rooftop projecten in korte tijd kunt u wel helemaal op uw buik schrijven. Ze worden wel degelijk aangelegd, maar het volume wat ingebracht wordt door grote rooftops is doodgewoon véél kleiner dan de grote hoeveelheden capaciteit die worden gerealiseerd in veld-opstellingen. Bovendien is ook in de grote rooftop sector, afgezien van nieuwbouw, waar al vaak een grote generator wordt "meegeleverd", het laaghangende fruit inmiddels wel geplukt, moeten de complexere "kleinere" daken nu worden benaderd, stuit de sector al snel op de problematiek van veel qua draagkracht "ongeschikte" daken, en doemen er daar dus al snel grote problemen op voor snelle & grootschalige realisatie.

Als je om wat voor reden dan ook, de veld-opstellingen fors zou willen afremmen, zoals Den Haag gezien de geschetste fasering in de op 6 juli 2023 gepubliceerde "Zonnebrief 2.0" , en de daar op volgende "nee-tenzij" brief van de Jonge (MinBZK) en Jetten (MinEZK) van 26 oktober 2023, lijkt te willen, snij je diep in eigen vlees, want het wordt onmogelijk om een hoog tempo te houden bij de pas gestarte energietransitie (in dit geval: duurzaam geproduceerde elektriciteit).

De boodschap blijft in ieder geval kristalhelder: de hoge volumes inbrengende grote projecten, die essentieel zijn voor het behalen van lokale en nationale RES doelstellingen, worden compleet gedomineerd door veld-opstellingen, met op afstand ook nog eens drijvende zonneparken. De ook gerealiseerde (zeer) grote rooftop projecten vormen daarbij de spreekwoordelijke "kers op de taart", maar blijven t.o.v. de voorgaande 2 categorieën een relatief zéér bescheiden rol spelen. Om een dooddoener te gebruiken: dat u dat goed in uw oren blijft knopen.


1.000 netgekoppelde, grondgebonden zonneparken > 15 kWp al ver voorbij, op naar de 1.200

Over het bereiken van de 600 veldopstellingen in Nederland heb ik in een vorige update reeds bericht. Lees de paragraaf aldaar. Eind 2022 en in de herfst van 2023 volgden de nummers 700, resp. 750.

Inmiddels is er weer een groot volume aan nieuwe grotere en kleinere zonneparken gerealiseerd. Nieuw is, dat Polder PV de laatste jaren bij diverse toevallige encounters op luchtfoto's op steeds meer kleine, doch wel boven de RES drempel uitkomende zonneveldjes stuitte. Toen ik hier structureel werk van begon te maken, en af en toe zelfs grote gebieden op goede luchtfoto's systematisch ging "afgrazen", te beginnen in onze "gastprovincie" Overijssel, waar we een vakantiehuisje hebben gekocht, begonnen de aantallen onverwachte vondsten op dit gebied al snel toe te nemen. Het gaat hierbij natuurlijk weliswaar om kleine(re) zonneveldjes, maar af en toe zitten er "pareltjes" van vele tientallen kWp-en bij, en soms zelfs ver over de 100 kWp. Al deze projecten tellen uiteraard mee in de RES-cijfers, vandaar dat het met de aantallen grondgebonden installaties zo hard is gegaan. Veel van deze nieuwe vondsten betreffen in voorgaande jaren opgeleverde grondgebonden projectjes, een behoorlijk volume hiervan is al jaren oud, en komen nu pas op het netvlies. De meeste van dit soort beslist mee-tellende projectjes zijn echter als zodanig totaal onbekend bij de autoriteiten en alle andere data analisten.

Op 27 december 2023 werd door Polder PV de 800e installatie ingevoerd, vervolgens op 11 april 2024 nummer 850, op 30 juli 2024 nummer 900, en op 30 september 2024 nummer 950.

Op 3 december 2024 werd dan eindelijk het duizendste exemplaar opgenomen in de "Big Solarpark Sheet" van Polder PV, wat op sociaal platform "X" met een geïllustreerde tweet enigzins cryptisch werd gememoreerd. Het ging toen om een installatie van 1.424 zonnepanelen op de grond, een fase II / uitbreiding van een industrieel rooftop project in oost Nederland, ongeveer in het voorjaar van 2022 opgeleverd, met een omvang van zo'n halve MWp.

In de huidige update zijn we inmiddels al ver over de 1.100 projecten gepasseerd, en staat de teller momenteel, inclusief het 1e project netgekoppeld opgeleverd in 2026, op 1.173 netgekoppelde grondgebonden zonneparken die aan de RES voorwaarden voldoen (groter dan 15 kWp per stuk). Het ziet er naar uit dat in 2026 we al ver over de 1.200 exemplaren zullen blijken te hebben. De progressie zal sterk afhangen van het vinden van de "kleinere" veldopstellingen, die nergens als zodanig staan geregistreerd, maar die beslist (soms al jaren!) groene stroom leveren. NB, dit alles natuurlijk nog zonder alle andere categorieën, zoals drijvende projecten, zon op infra, of vrijstaande solar carports. Zie daarvoor de details in paragraaf 11.

Hierbij komt ook nog een veel grotere populatie van nog kleinere projecten opstellingen in het veld, die ónder de RES drempel van 15 kWp vallen. Of waarvan niet aannemelijk is dat ze boven die drempel uit komen. Polder PV houdt deze ook zeer sterk gegroeide populatie kleinste veldprojecten reeds jaren, voor zover dat überhaupt mogelijk is, separaat bij. Zie daarvoor enkele actuele feiten in paragraaf 8.


Gemiddelde capaciteit veldopstellingen

In de grote grafiek is wederom het verloop van de systeemgemiddelde capaciteit van de eind van elk jaar geaccumuleerde zonneparken getoond (groene streepjeslijn, met aparte Y-as, links). Afgezien van de niet erg "representatieve" periode 2012-2014, met marginale volumes inclusief lichte terugval in 2014, is de groei van de gemiddelde capaciteit van alle projecten continu doorgezet. Van 200 kWp eind 2015 (bijgesteld), via 1,1 MWp eind 2017, 2,7 MWp eind 2018, naar al bijna 3,2 MWp eind 2019 (beide jaren bijgesteld). Aan het eind van 2020, zou de systeemgemiddelde capaciteit van alle grondgebonden zonneparken al zijn toegenomen naar 4,3 MWp. Bijna vier maal het gemiddelde drie jaar eerder. In 2021 is dat alweer verder bijgeplust naar gemiddeld 4,4 MWp per project, in 2022 is het 4,9 MWp geworden. Met de huidig bekende data voor 2023, staat de teller alweer op gemiddeld 5,0 MWp per zonnepark. Vanwege diverse capaciteit wijzigingen, en een flinke toevoeging aan kleinere zonneparkjes aan dat jaar, is daarmee de nog zeer voorlopige 5,8 MWp gemiddeld in een eerdere update flink inmiddels flink neerwaarts bijgesteld.

Met de nu bekende 1.102 projecten, eind 2024, is het project gemiddelde vermogen bij de accumulatie alweer gestegen naar, voorlopig, 5,6 MWp. En voor de nog premature resultaten voor eind 2025 verder door gegroeid naar bijna 6,1 MWp. Een duidelijke aanwijzing, dat de grotere zonneparken een flinke impact gaan krijgen op de totale volumes. 6,1 MWp is het equivalent van zo'n 16 en een half duizend zonnepanelen, indien uitgegaan zou worden van een gemiddeld module vermogen van ongeveer 370 Wp over alle jaargangen. Afhankelijk van nog te verwachten flinke wijzigingen in de mix aan gerealiseerde volumes van de kleinere én de grote grondgebonden projecten, en de nodige toevoegingen, zal de gemiddelde capaciteit aan het eind van 2025 mogelijk nog verder kunnen gaan oplopen, of iets kunnen afnemen, afhankelijk van de aard van het totaal aan data bijstellingen.

Bij bovenstaande getallen dient ook goed beseft te worden, dat door de inmiddels regelmatig optredende vondsten van veel kleine zonneveldjes her en der in Nederland, de gemiddeldes flink worden gedrukt per project, in de overzichten van Polder PV. Als ik dus vaker dergelijke kleine opstellingen blijf vinden tijdens mijn zoektochten, wat de afgelopen jaren zo'n beetje standard practice is geworden, zal het gemiddelde per project lager gaan uitpakken. De significante, zeer grote veldopstellingen zijn uiteraard gemiddeld genomen vele malen groter dan dat gemiddelde van alle tot nog toe gevonden projecten.


Vergelijking EOY status zonneparken bij Polder PV met cijfers van het CBS en andere bronnen

In mijn zonnepark update van 8 december 2019, en in latere analyses heb ik reeds uitgebreid stilgestaan bij de verschillen tussen de nauwkeurige data van Polder PV op het gebied van zonneparken, en de sterk daarbij achterlopende data van zowel RVO (uitsluitend SDE beschikkingen), resp. het CBS, waar veel volume ook nog steeds onbekend is. In de huidige update wordt opnieuw een vergelijking gemaakt met de meest recente data van het nationale statistiek instituut. We doen dit, uiteraard, voor de eindejaarsvolumes, inclusief dat voor eind 2024, waarvoor het CBS inmiddels meer geconsolideerde (doch nog niet definitieve) cijfers heeft gepubliceerd. Uiteraard treden er ook bij de nieuwe jaarvolumes verschillen op, die zijn / worden afgeleid van de EOY cijfers. Het CBS heeft (nog) geen tabel gepubliceerd met de evolutie over de jaren in 1 overzicht, wat de door hen gesuggereerde volumes aan zonneparken betreft. In ieder geval niet over de jaren tm. 2018. Vanaf 2019 zijn die data wel bij hen beschikbaar.


CBS rekent drijvende zonneparken mee bij "veld" installaties

Het oudere cijfer voor 2017, 98 MW, komt uit de CBS tussen rapportage van 26 april 2019 (archief). Het aangepaste cijfer voor 2018 (533 MWp) en een voorlopige afschatting voor 2019 vinden we in de reeds eerder door Polder PV besproken CBS maatwerktabel van juni 2020 terug. Nieuwere cijfers worden gegeven in de tabel "Zonnestroom; vermogen en vermogensklasse, bedrijven en woningen, regio", voor het laatst aangepast op 18 november 2025. Deze bevat inmiddels de definitieve cijfers voor 2019 tm. 2023, en nader voorlopige voor 2024. Op die datum zijn ook voor het eerst de nog zéér voorlopige eerste cijfers voor het eerste half-jaar van 2025 gepubliceerd. Die zullen worden vervangen door nog zeer voorlopige EOY data in juni, en ook die zullen nog meermalen wijzigen.

Daarbij moet meteen de volgende belangrijke disclaimer. Onder genoemde categorie "groot vermogen" (> 15 kWp) dient volgens het CBS te worden verstaan: "Het groot [paneel]vermogen is verder uit te splitsen naar zonnestroominstallaties die zijn geïnstalleerd op daken of op de grond (veld). Installaties op binnenwateren worden gerekend tot veldinstallaties", en, "installaties boven een parkeerplaats tot de dakinstallaties". Het CBS rekent dus floating solar (in Nederland tot nog toe op enkele experimenten op de Noordzee na, exclusief op zandwinnings-plassen en andere "binnenwateren", inclusief tuinders-bassins geplaatst) ordinair tot de véél grotere, door Polder PV daar hard van gescheiden categorie van de fysieke grond (niet zijnde "water") gebonden "veld" opstellingen. En rekent dus in principe, als ze tenminste alle installaties daadwerkelijk zou kénnen(!), "te veel vermogen" toe aan hun gekunstelde "veldopstelling categorie". Ik kom daar later in deze analyse, in paragraaf 11, nog op terug, maar voor de vergelijking met mijn harde, gesegregeerde data, hanteer ik in onderstaande tabel dus genoemde volumes aan zogenaamde "veld-opstellingen volgens het CBS" (inclusief floating solar). De door mij separaat gehouden categorie "vrijstaande solar carports en vergelijkbare installaties" (zoals bijv. agri-PV projecten met fruit overkappingen), worden door het CBS kennelijk allemaal in de enorme, en daardoor geanonimiseerde categorie zon op daken gegooid. Zonder dat te herleiden is, of hun indeling dan wel "correct" is gedaan.

Genoemde CBS data heb ik in rood in onderstaande tabel, kolom 2, toegevoegd, achter mijn waarnemingen die op exacte project data voor uitsluitend grondgebonden veld-opstellingen (niet zijnde floating solar of anderszins) zijn gebaseerd, en die meestal al beduidend groter zijn dan wat CBS "kent". De meest recente status van de totale markt cijfers zijn ook op 18 november 2025 door het CBS gepubliceerd. Deze zijn in de derde kolom opgenomen.

Capaciteit eind van kalenderjaar (EOY, in MWp)
Accumulatie alleen grondgebonden zonneparken PPV, links.
In rood (rechts) opgaves CBS (= vv + FS)!
EOY totale volume NL cf. CBS (MWp)
Aandeel ggb ZP's op totaal volume CBS cf. cijfers
Polder PV (%)
2011
 
149
-
2012
1,5
 
287
0,51%
2013
1,8
 
650
0,28%
2014
2,3
 
1.007
0,23%
2015
10
 
1.526
0,68%
2016
55
 
2.135
2,6%
2017
136
(98)
2.911
4,7%
2018
576
(533)
4.608
12,5%
2019
1.023
(1.039)
7.226
14,2%
2020
2.095
(2.101)
11.108
18,9%
2021
2.930
(3.005)
14.823
19,8%
2022
4.079
(3.931)
19.536
20,9%
2023
5.018
(4.929)
24.712
20,3%
2024**
6.168
(5.831)
27.980
22,1%
2025 *
7.105
NB: 27-1-'26
(5.954)
NB: 30-6-'25
28.626
NB: 30-6-'25
---

vv = vrijeveld opstelling "klassiek"; FS = floating solar, grote zonneprojecten drijvend op (binnen) water.
2012 methodologie wijziging cijfers CBS, 2011-2012 niet goed vergelijkbaar met data 2013 ff.

Tabel 2. Cursief weergegeven data van Polder PV en CBS zijn gewijzigd of nieuw, t.o.v. de status van de update van december 2024. De CBS data zijn ongewijzigd tm. 2022. Cijfers voor 2023 en 2024 zijn gewijzigd, die voor 2023 zijn inmiddels definitief, voor 2024 nog nader voorlopig. Een eerste afschatting voor medio 2025 is recent bekend gemaakt door het CBS (5.954 MWp). Half-jaar cijfers worden door het CBS daarna beslist fors gewijzigd, maar niet meer publiekelijk bekend gemaakt, ze worden bij een volgende cijfer update vervangen door een eerste afschatting voor het eindejaars-volume (EOY). Deze update zal pas in juni 2026 gepubliceerd worden volgens het CBS. Actuele maandcijfers blijven bij het data instituut vooralsnog onbekend, wat te maken heeft met het feit dat er na al die jaren nog steeds géén wettelijke verplichting door Den Haag is afgedwongen, om die noodzakelijke cijfers op tafel te krijgen...

Ook aan de relatieve aandelen van de eindejaars-accumulatie van de capaciteit aan zonneparken (laatste kolom), is het forse tempo te zien van de versnelling van de betekenis van dergelijke projecten. In 2014 nog marginaal, 0,23% van het totale eindejaars-volume, tot 12,5 procent in 2018. Het aandeel voor het geaccumuleerde volume eind 2019 is al gestegen naar 14,2%, een jaar later is het aandeel alweer op 18,9% uitgekomen. In 2021 en 2022 ging de toename van het aandeel gestaag verder, via 19,8%, resp. 20,9%, eind 2022.

Voor 2023 is dat aandeel iets gedaald, naar 20,3%, wat te maken heeft met de record aanwas van toegevoegde kleine residentiële installaties in dat jaar (zie ook energieleveren.nl statistiek voor de sub 1 MWac markt). maar het betekent wel, dat ook toen al ruim een vijfde van het totaal aanwezige volume in ons land, in de vorm was van uitsluitend klassiek grondgebonden zonneparken. Door de combinatie van het begin van het instorten van het residentiële marktsegment in 2024, en nog steeds hoge capaciteit toevoegingen in het zonnepark dossier, steeg vervolgens het aandeel van alleen de grondgebonden veldopstellingen in dat jaar naar een record van 22,1%. Cijfers voor 2024 kunnen nog aangepast worden, zowel bij het CBS, als bij Polder PV, de verhouding kan dus nog iets anders komen te liggen voor dat jaar.

Voor 2025 wordt dat, zoals te doen gebruikelijk, helaas nog een tijdje afwachten, omdat nog lang niet alle data voorhanden zijn, zowel niet voor de (netgekoppelde) zonneparken, als voor de totale volumes van het CBS. Meer definitieve updates voor 2025 worden pas verwacht in 2026 en 2027, vanwege structurele, lange vertragingen in de administratieve data keten verwerking ...

Uit bovenstaande tabel blijkt, dat voor vrijwel alle jaren, behalve voor de periode 2019-2021, Polder PV al meer capaciteit in de categorie uitsluitend grondgebonden zonneparken had staan, dan het CBS voor die jaren aan cumulatief vermogen in zowel de veld- als de drijvende zonneparken had geturfd.

Omdat het CBS ook drijvende zonneparken tot "veld"opstellingen rekent, gelieve verder te kijken onder paragraaf 11 voor een eerlijke(r) vergelijking tussen de status bij het CBS ("veldopstellingen incl. floating solar"), en de totale impact, als we ook de wat meer byzondere project volumes "in het veld" mee gaan tellen, volgens de actuele gegevens van Polder PV.


(3) Zonneparken per grootteklasse, en segmentaties

In onderstaande derde grafiek heb ik alle tot nog toe door mij gevonden en geklassificeerde "klassieke" grondgebonden zonneparken onderverdeeld in de al langer door Polder PV gehanteerde grootte categorie indeling. Zo wordt duidelijk waar de grootste volumes zitten, en welke klasse het meest bijdraagt aan de onstuimige groei in deze belangrijk geworden marktsector in Nederland. De overige typen "veld" installaties zoals de drijvende zonneparken, vrijstaande carports e.d., zitten hier wederom niet bij, zie daarvoor paragraaf 11.


Polder PV onderscheidt in grafiek (3) 7 grootteklassen vanaf (groter dan) 15 kWp. Er zijn vele honderden kleinere projectjes die buiten de scope van deze analyse vallen, en die vrijwel onbenoemd blijven in de pers. Polder PV probeert die wel bij te houden in een apart overzicht, zie daarvoor paragraaf 8. In bovenstaande grafiek gaat het echt om "het grotere werk", installaties groter dan 15 kWp, het uitgangspunt voor de Regionale Energie Strategie (RES) indeling, en laten we het kleine grut daarbij dus links liggen. Echter, zelfs daar, is bij de kleinere projecten groter dan 15 kWp een opmerkelijke toename te zien.

Bij de aantallen, in de inset linksboven, blauwe kolommen, ligt het zwaartepunt links, bij de categorieën 15 tot 50, en 50 tot 500 kWp. De "kleinste" categorie heeft de meeste projecten gekregen, inmiddels 318 exemplaren, wat alweer 60 stuks méér is dan in de vorige update van 17 december 2024, een stijging met 23%. Dit heeft alles te maken met het feit dat Polder PV zowel regelmatig bij toeval, als, bij actieve speurtochten op luchtfoto's, dergelijke projectjes tegenkomt, en in de Big List onderbrengt. Een begin van diverse ontdekkingen in deze kleine categorie werd in de vorige 2 updates al gesignaleerd. Veel van deze kleinere projecten blijken al jaren geleden te zijn gerealiseerd, en zijn allemaal volstrekt valide installaties voor opname in databases die de RES richtlijnen volgen (grondgebonden projecten groter dan 15 kWp). De verwachting bij Polder PV is, dat er nog heel wat meer van dergelijke door vrijwel niemand opgemerkte realisaties gevonden zullen gaan worden, gezien het hoge aantal wat tot nog toe al uitsluitend door ondergetekende is gevonden.

De volgende categorie, projecten tussen de 50 en 500 kWp, heeft inmiddels weer haar oorspronkelijke 2e plaats terug veroverd, en heeft er nu 228, 35 meer dan in de vorige update. Op de 3e plaats staat nu categorie 1 tot 5 MWp, met 221 projecten, een toename van 16 exemplaren t.o.v. de vorige update. Tussen de 2e en vierde categorie ligt een kennelijk niet erg populaire grootteklasse van 500-1.000 kWp bij de pure veld opstellingen, met inmiddels een met slechts 8 exemplaren tot 97 stuks toegenomen hoeveelheid projecten. Wat vermoedelijk te maken heeft met een combinatie van hoge grondkabel en aansluitkosten in relatie tot de berekende financiële opbrengsten voor dergelijke projecten.

We vinden verder al een opmerkelijk aantal van 178 klassieke grondgebonden systemen in de al grote categorie 5 tot 15 MWp (percelen tot grofweg zo'n 15 hectare). Dat zijn er alweer 23 meer t.o.v. de vorige update. De twee grootste project categorieën, 15-30 MWp, resp. groter of gelijk aan 30 MWp, hebben inmiddels 69 resp. 62 realisaties staan. Dat betreft toenames van 7, resp. zelfs 15 exemplaren sedert de status van december 2024.

Het totaal aan getelde projecten > 15 kWp is al toegenomen tot 1.173 exemplaren (incl. de eerste in 2026), 163 veldopstellingen meer dan in de vorige update. Zoals reeds gezegd, is, naast een flinke stijging bij de meeste grotere categorieën, een groot deel van de volume stijging terug te voeren bij de kleinere projecten. Ook bij de capaciteit uitbouw zijn flinke sprongen gemaakt bij de meeste categorieën, zie verderop.

Aantallen panelen, vermogens, en onzekerheden

In de grote grafiek vinden we twee parameters terug, de opgestelde nominale capaciteit die met bovengenoemde aantallen projecten gepaard gaat in MWp accumulatie per categorie (oranje kolommen, linker Y-as als referentie), resp. het daadwerkelijk getelde, door installateurs en/of ontwikkelaars opgegeven, of "onderbouwd berekende" aantal zonnepanelen per project (gecumuleerd per grootteklasse, groene kolommen, aparte Y-as, rechts, in duizend-tallen). Polder PV gaat daarbij niet over een nacht ijs, en gebruikt diverse tools om een zo betrouwbaar mogelijke afschatting te geven van gerealiseerde volumes, als daar geen expliciete opgaves voor zijn gedaan. En doet dat voor elk project afzonderlijk. Harde module tellingen vanaf scherpe lucht- of satellietfoto's zijn daarbij een vast, inmiddels al routinematig onderdeel geworden om essentiële basis informatie op tafel te krijgen, als die er nog niet is.

Het is helaas op dit punt in Nederland een grote chaos bij opgaves voor dergelijke projecten. En het wordt verder verergerd door het feit dat in veel omgevingsplannen weliswaar vaak cijfers worden genoemd in de planning, maar dat nog in een zeer laat stadium door projectontwikkelaars een compleet ander module type wordt aangeschaft dan oorspronkelijk gepland, met meestal een hoger vermogen, zodat het aantal opgegeven panelen ook flink minder wordt. Project data gepubliceerd op websites spreken elkaar soms tegen, en zijn vaak compleet verouderd. Aantallen die door de installerende partij worden genoemd, komen regelmatig niet overeen met de hoeveelheid panelen die in andere publicaties, of zelfs bij project partners worden aangehaald (zoals in persberichten). Vaak worden ook nog eens grove afrondingen gepubliceerd. Aantallen afgebeeld in video's stroken soms niet met opgaves door de installerende partij.

Ook wordt er vaak, de "goeden" daargelaten, ongelofelijk aan gerotzooid met opgaves van project vermogens, ik vind soms meerdere opgaves voor een en hetzelfde project terug, bij verschillende betrokken partijen, en de pers maakt er vervolgens een nog grotere puinhoop van, als ze energie eenheden niet begrijpen, en vervolgens cryptografische cijfers op het net smijten, waar niemand meer uit kan komen. Het heeft geen enkele zin om hier met een natte vinger met "mogelijk gemiddelde paneel vermogens" te werken. Dat heeft de kwaliteit van het schieten met een kanon op een mug, maar het wordt beslist wel gedaan in sommige kringen. De module vermogens-range waaruit gekozen kan worden is immers extreem groot. Tegenwoordig is zo'n beetje alles mogelijk tussen de 270 Wp en vér over de 400 Wp, en wordt ook daadwerkelijk aangelegd. In zonneparken werden bij recentere exemplaren al module vermogens ver over de 500 Wp (tot zo'n 540 Wp per stuk) gesignaleerd bij Polder PV, bij de nieuwste projecten gaan de afgeleide module vermogens zelfs al ver over de 600 Wp per stuk heen, en soms al richting de 700 Wp. Bij grote aantallen panelen kun je hier vér over de schreef gaan met het geschatte project vermogen, als je aantallen met "verondersteld vermogen per paneel" gaat vermenigvuldigen. Dat kan vele megawatten schelen bij de uitkomst !

Ook de regelmatig gepubliceerde opgave "aantal huishoudens" slaat helemaal nergens op, omdat er vrijwel nooit bij wordt verteld, van wat voor (vermeende) gemiddelde verbruik er uit wordt gegaan, met welke specifieke opbrengst er dan wel wordt gerekend, en wat "dus" de terug gerekende geclaimde opgestelde project capaciteit dan wel zou moeten of kunnen zijn. Dit is rekenen met onbekende variabelen in een black box, en u kunt er vergif op innemen, dat de uitkomsten bagger zullen blijken te zijn. Helaas zijn dergelijke zinloze, en niets-zeggende opgaves er dermate diep ingesleten in Nederland, dat ze massaal, blind, ongecheckt, en niet gevalideerd, op het net worden gegooid, zonder feitelijke project data te publiceren. Dit maakt het zo duivels lastig om harde data boven tafel te krijgen van veel opgeleverde grotere installaties.

Hier is dus echt veel ervaring nodig, om te proberen te achterhalen wat er daadwerkelijk is opgeleverd, aan de hand van geschreven en beeldende informatie. Ik vraag regelmatig zaken na, als de informatie te basaal of zelfs afwezig is, en soms krijg ik gedetailleerde antwoorden over opleveringen, waarvoor grote dank aan betrokkenen. Wat heel erg helpt om zaken scherp te krijgen. Hier wordt dus beslist geen "generieke alles over 1 kam scheren methodiek" gebruikt, maar een project specifieke afschatting, waarbij met alle bekende factoren van het betreffende project rekening wordt gehouden. Polder PV stelt daarnaast op basis van nieuw gepubliceerde informatie zeer regelmatig aantallen zonnepanelen en project vermogens bij in zijn overzichten. Vandaar ook, dat historische cijfers af en toe wijzigen in de diagrammen gepresenteerd door Polder PV. Vaak gaat het, bij de geaccumuleerde volumes, gelukkig niet om zeer grote aanpassingen bij de totale volumes, maar per project zijn de aanpassingen soms fors, tot zelfs aanzienlijk.

Capaciteiten per categorie

In de grote grafiek zien we dat, i.t.t. bij de aantallen projecten, hier het zwaartepunt van de capaciteiten en aantallen panelen per grootteklasse duidelijk aan de rechterzijde ligt, bij de grotere projecten. Met name categorieën 5-15 MWp per installatie (accumulatie 1.750 MWp, de tweede deelcategorie met meer dan 1 GWp, en 243 MWp (16%) meer dan in de update van december 2024), en, met name de grootste klasse >= 30 MWp (totaal 3.288 MWp, een toename van 780 MWp [31%] sinds de voorlaatste update), steken ver boven de rest uit.

Laatstgenoemde grootste klasse claimt dus al 46% van het totaal volume van 7.121 MWp aan klassieke grondgebonden zonneparken, een stuk hoger dan de 42% in de vorige update. Het zou dan ook waanzin zijn om die categorie uit te sluiten vanwege slecht beargumenteerde onderbuik gevoelens over, ook nog eens, onbewezen hoge grond claims. Het totale areaal reeds geclaimd blijft ondanks de gecontinueerde groei van de volumes, nog steeds marginaal (zie verder paragraaf 9). En wordt in rap tempo met groene en blauwe rand- en tussenzones voorzien, om de lokale biodiversiteit te helpen verhogen, met een scala aan extra mitigerende maatregelen, en toenemende input van dubbel grondgebruik bij dergelijke projecten. Een issue die wel politiek is "gewild" voor zonneparken, maar heeft u ooit van een eis van dubbel grondgebruik voor, laten we het simpel houden, een ruimte vretende nieuwe snelweg gehoord ?

De gemiddelde project omvang in de grootste categorie bedraagt inmiddels ruim 53 MWp per project. Een zeer hoog gemiddeld vermogen, voor een klein land als Nederland.

De "tussenklasse", projecten per stuk tussen de 15 en 30 MWp, heeft tot nog toe 1.416 MWp verzameld, waarmee ook deze grote categorie sinds de vorige update meer dan 1 GWp aan vermogen heeft ondergebracht. Sinds de vorige update is voor dit segment een relatief bescheiden toename te zien van 91 MWp, een aanwas van 7%. Deze wordt gevolgd door project categorie 1 tot 5 MWp (acccumulatie 540 MWp, 36 MWp toename, 7%, sinds de vorige update).

De kleinste drie categorieën hebben, daarentegen, zeer geringe verzamelde vermogens van, achtereenvolgens 8 MWp (projecten van > 15 tot 50 kWp), 48 MWp (ditto, 50 tot 500 kWp), en 70 MWp (idem, 500 tot 1.000 kWp). En stellen dus op het totaal, hoe belangrijk dergelijke kleinere projectjes voor de betrokken partijen (rijkere particulieren, ondernemers, coöperaties, gemeentes) ook zijn, relatief weinig voor. In procenten: gezamenlijk 1,8%, wat wederom lager ligt dan de 1,9%, resp. 2,2% van het totale volume in de vorige 2 updates. De "meters" worden duidelijk gemaakt door de grootste project categorieën ! De capaciteit aanwas in deze kleinste 3 categorieën was sinds de update van september 2023 zeer bescheiden (2 MWp, 6 MWp, resp. 4 MWp).

Het aantal zonnepanelen bij deze categorieën (hetzij opgaves, hetzij fysieke tellingen of reconstructies door Polder PV), telt op tot 25 duizend in de kleinste categorie, bijna 1,5 miljoen bij projecten tussen 1 en 5 MWp, bijna 4,3 miljoen bij installaties tussen 5 en 15 MWp, 3,1 miljoen in de op een na grootste categorie, en al een spectaculair volume van ruim 7,0 miljoen zonnepanelen bij de 62 grootste zonneparken, vanaf een opgesteld vermogen van, elk, minimaal 30 MWp.

Het nu nog steeds bekende grootste project, Dorhout-Mees te Biddinghuizen (Fl.), met ruim 310 duizend panelen (144 MWp), is in het najaar van 2022 netgekoppeld opgeleverd, en is in de vorige detail analyse al gememoreerd. Het potentieel 2e grootste project, Zonnepark De Groene Energiecorridor bij Zwanenburg, wat oorspronkelijk bijna 229 duizend zonnepanelen had gekregen, is inmiddels vanwege de beruchte "schittering" problematiek weer volledig ontmanteld en wacht op vervolg actie (doet dus nog niet mee).

De 2 opvolgende zonneparken, Vloeivelden Hollandia te Borger-Odoorn (Dr.) van ontwikkelaar SolarFields, en een andere voormalige erepodium kandidaat, Vlagtwedde-Harpel I (Gr.) van Powerfield, hebben minder, respectievelijk veel meer zonnepanelen dan Dorhout Mees (bijna 290 resp. bijna 348 duizend stuks). Het uiteindelijk opgeleverde vermogen is daarbij uiteraard sterk afhankelijk van het gebruikte paneel type, bij de grootste projecten blijken bij dit drietal de toen op de markt bekende grootste module vermogens te zijn ingezet. Aangezien het uiteindelijke project vermogen de maat der dingen is in de solar community, en niet het aantal panelen (of de geclaimde oppervlakte onder het zonnepark), wordt bij Polder PV voor dergelijke vergelijkingen altijd gerangschikt op de nominale generator capaciteit.

Alle 1.173, op 27 januari 2026 bij Polder PV bekende en geïnventariseerde klassieke grondgebonden zonneparken hebben in mijn gedetailleerde projecten overzicht al ruim 16,2 miljoen zonnepanelen staan. Ongeveer 1,8 miljoen zonnepanelen meer dan in de update van december 2024.

Gemiddelde module vermogens per categorie

Bij de gemiddelde module vermogens per categorie, berekend uit het totaal aantal panelen en de geaccumuleerde capaciteit, vallen de volgende zaken op. In alle categorieën zijn de gemiddelde vermogens per paneel toegenomen, voor het totaal ongeveer 5,7% krachtiger modules, sinds de update van december 2024. Er is een gestage groei van dat gemiddelde te zien, tussen de 303 Wp in de kleinste categorie (15 - 50 kWp), tot 357 Wp in de categorie 1 tot 5 MWp. Dan volgt een "sprong", met module gemiddelde vermogens van 391 Wp (5 tot 15 MWp), 435 Wp (15 tot 30 MWp), en zelfs 439 Wp (projecten van 30 MWp of groter). Het is daarbij goed om te realiseren dat het om gemiddeldes gaat, dus ook de oudere projecten zitten er telkens bij (die bijna zonder uitzondering veel lagere vermogens tellende panelen bevatten). En dat in nieuwe grote zonneparken al modules van ver over de 600 tot soms zelfs meer dan 700 Wp worden geplaatst. Helder is in ieder geval, dat de grootste zonneparken de krachtigste zonnepanelen bevatten, wat veel te maken heeft met zo veel mogelijk power for the buck op een gegeven oppervlakte proberen om dit soort grote projecten van de grond te krijgen.

Evolutie project categorieën per kalenderjaar

In deze nieuwe sectie heb ik een viertal grafieken opgenomen met de evolutie van de door mij onderscheiden project categorieën per kalenderjaar (aantallen resp. capaciteit), en de bijdrages per jaargang, per project categorie (ditto), derhalve segmentering van de categorieën getoond in de eerste grafiek in deze paragraaf.

(3a) Evolutie project categorie aantallen per kalenderjaar

Grafiek (4). Evolutie van de 7 door Polder PV onderscheiden grootteklasses aan grondgebonden zonneparken over de jaren, tussen 2012 en 2025 (1e project 2026 achteraan). Categorieën gestapeld per jaarkolom, kleinste onderaan, en grootste bovenaan. De totale nieuwbouw volumes staan bovenaan de kolommen vermeld, met 2023 als voorlopig kampioen (177 nieuwe zonneparken geteld). De kleinste categorie, projecten tussen 15 en 50 kWp, groeide sterk tot een maximum in 2023 (enigszins gelijk opgaand met de evolutie van de residentiële markt), maar stortte daarna in naar een veel lager niveau. Hierbij wel de disclaimer, dat veel kleinere, recent opgeleverde projecten mogelijk nog niet gevonden zijn op luchtfoto's. De categorieën projecten tussen 50 en 500 kWp, en 1 en 5 MWp namen in de jaren 2018-2023 ook flink toe, en toonden vanaf 2024 een vergelijkbaar beeld (minder grote nieuwe volumes), al was het minder dramatisch. Grotere projecten werden vooral vanaf 2020 gebouwd, met de hoogste aantallen in het segment 5-15 MWp. Opvallend is, dat bij een flink gekrompen zonneparken markt in 2024-2025, er nog steeds een flink aantal zeer grote projecten zijn opgeleverd, en dat de grootste categorie (>= 30 MWp) zelfs qua aantal licht is toegenomen. Een zoveelste illustratie van de schaalvergroting in - ook - de zonneparken deelmarkt. Alleen in het 2e Covid jaar (2021) was het aandeel van deze grootste project categorie beduidend lager.

(3b) Evolutie project categorie capaciteit en gemiddelde systeem omvang, per kalenderjaar

Grafiek (5). Dezelfde verbeelding als onder de aantallen, maar nu de daarmee gepaard gaande capaciteits-ontwikkeling, in MWp (rechter Y-as). Hieruit blijkt kristalhelder, dat de grootteklasses tot 1 MWp slechts een zeer beperkt effect hebben in de totale evolutie, met een iets verhoogde bijdrage in de jaren 2020-2022. In overige jaren is het aandeel van deze kleinere projecten bij de grondgebonden veldinstallaties op de totale volumes marginaal. Ook de categorie 1 tot 5 MWp had een toegenomen impact in met name 2020 en 2021, maar zakte daarna stapsgewijs weer in. Categorie 5 tot 15 MWp kwam met name in 2020 flink op, en behield langere tijd een hoog aandeel. In 2025 is dat alweer een stuk lager dan in voorgaande jaren. Vanaf 2021 was het de een-na-grootste categorie, projecten van 15 tot 30 MWp, die een flink marktaandeel innamen, met een maximum in 2023-2024. De grootste categorie, zonneparken groter of gelijk aan 30 MWp, begon in 2018 de opmars, en bereikte vanaf 2020, afgezien van "outlier" 2021, record volumes (2025: 649 MWp), waarmee de schaalvergroting in deze deelsector al langer een feit is.

In deze grafiek heb ik ook de gemiddelde project capaciteit van de totale nieuwbouw per jaar toegevoegd, met als referentie de linker Y-as (in MWp). De gemiddelde systeem omvang van de veld-projecten neemt toe vanaf 2015, schommelt tussen de 4,2 en 6,8 MWp in de jaren 2019-2022, en na weer een dip in 2023 (veel kleinere projecten toegevoegd!), neemt dit zeer sterk toe naar 12,9 MWp gemiddeld voor de nieuwe zonneparken in al enigszins geconsolideerd 2024. De nu bekende 70 zonneparken nieuw opgeleverd in 2025 zijn alweer gemiddeld wat groter, 13,4 MWp per stuk, maar omdat er nog heel veel informatie ontbreekt over dat jaar, zal dat gemiddelde beslist nog bijgesteld gaan worden. 2026 is uiteraard, met nog maar 1 bekend project, beslist niet representatief. In een volgende update zal daar meer duidelijkheid over ontstaan.

(3c) Evolutie project categorie aantallen per grootteklasse

Grafiek (6). In dit derde diagram heb ik de grootteklasses op de X-as gezet, en de nieuw toegevoegde aantallen grondgebonden zonneparken per kalenderjaar kolomsgewijs opgeteld. De totaal volumes per categorie staan bovenaan de kolommen, en zijn identiek aan de hoeveelheden weergegeven in de inset in de eerste grafiek in deze paragraaf. In de beginjaren waren er maar weinig zonneparken, maar vanaf 2015 beginnen de aantallen projecten toe te nemen, aanvankelijk vooral bij de kleinere grootteklasses. In de jaren 2018-2023 volgden grote volumes met nieuwe projecten, tot en met 2025 bleef dat nog enigszins op niveau. Vooral de toename bij de 2 kleinste categorieën (318 resp. 228 zonneparken totaal), en van projecten per stuk tussen de 1 en 15 MWp (221 resp. 178 stuks) is sterk. Opvallend is de hoge toevoeging van kleinere veldopstellingen in 2023 (tevens het jaar met de hoogste groei van residentiële projecten op daken). Categorie veldopstellingen tussen de 500 en 1.000 kWp zijn duidelijk minder populair, met 97 MWp verzameld over alle jaargangen. Een flink deel daarvan werd in 2020 gerealiseerd.

De grootste project categorieën, helemaal rechts, hebben een "beperkt" aantal projecten opgeleverd, maar hun impact bij de toegevoegde capaciteit is zeer groot (zie laatste grafiek in deze sectie). Opvallend is, dat vanaf 2022 er nog steeds behoorlijke aantallen nieuwe projecten in deze 2 grootste categorieën werden opgeleverd (meer dan de helft van totaal volume voor de betreffende categorieën in de laatste 4 jaar). Waar de schaalvergroting in deze sector alles mee te maken heeft.

(3d) Evolutie project categorie capaciteit per grootteklasse

Grafiek (7). In deze laatste grafiek in deze paragraaf heb ik ditmaal de capaciteit van de nieuw toegevoegde aantallen grondgebonden zonneparken per kalenderjaar kolomsgewijs opgeteld, per grootteklasse. De totale capaciteit volumes per categorie staan wederom bovenaan de kolommen, en zijn identiek aan de hoeveelheden weergegeven in de eerste grafiek in deze paragraaf (de oranje kolommen in de grote grafiek). Hieruit blijkt kristalhelder, dat de capaciteit bij de drie kleinste veldopstelling categorieën slechts zeer gering bijdragen aan de totale capaciteit. Dat pas vanaf categorie installaties per stuk tussen de 1 en 5 MWp er wat serieuzere volumes worden toegevoegd, met een redelijke balans tussen de verschillende jaren (540 MWp tm. 2025). Vanaf 5 MWp begint het "serieuzere werk", waarbij de opvallendste volume toevoegingen vooral in 2020-2022 en 2024 zijn te zien, en het totale volume al is opgelopen tot 1.750 MWp (factor 3,2 maal de hoeveelheid in categorie 1 tot 5 MWp). In de op een na grootste categorie installaties, tussen 15 en 30 MWp, is wat minder volume geaccumuleerd, 1.416 MWp, waarbij met name de jaren 2021, en 2023-2024 de grootste groei lieten zien.

Al vaak benadrukt in talloze publicaties door Polder PV, blijft de grootste project categorie, met veldopstellingen van 30 MWp of groter, alles domineren, en zijn bijvoorbeeld grote rooftop projecten in geen enkel geval hiermee te vergelijken. Tot nog toe is hier 3.288 MWp in geaccumuleerd, meer dan de 2 voorgaande 2 grotere categorieën hebben verzameld, en 46% van het totale volume omvattend. De jaren met de grootste toevoegingen in deze "super categorie" zijn, achtereenvolgens, 2025 (649 MWp), 2022 (583 MWp), 2024 (576 MWp), en 2020 (530 MWp). Alleen al de laatste drie jaren bevatten bijna de helft van het totale volume verzameld in deze grootste categorie.

Zeer goed is het wezenlijke verschil te zien in de verdeling van de aantallen projecten (paragraaf 3c), resp. van de daarmee gepaard gaande capaciteit (paragraaf 3d). Bij de aantallen ligt het zwaartepunt aan de linkerkant van de grafiek, bij de capaciteit echter overduidelijk aan de rechterzijde, bij de grootste project categorieën.


(4) Zonneparken per provincie

4a. Grondgebonden veldopstellingen, capaciteit, aantallen, en gemiddelde project omvang

Deze grafiek (8), met segmentatie naar provincie, is op vergelijkbare wijze opgezet als de exemplaren die ik eerder voor diverse SDE subsidie beschikking overzichten heb gemaakt (zie bijvoorbeeld het exemplaar in overzicht van SDE voorjaarsronde 2019, paragraaf 2).

In de status update van 27 januari 2026 vinden we, met de toen bekende, 1.173 reeds netgekoppeld opgeleverde grondgebonden zonneparken, en een verzameld volume van 7.121 MWp, de volgende sets kampioenen terug.

Bij de aantallen klassieke grondgebonden zonneparken > 15 kWp (doorzichtige kolommen met blauw kader; referentie linker Y-as):

  • Overijssel, sinds de vorige update nieuw kampioen met, inmiddels, al 189 gevonden exemplaren, 27 meer dan in de update van december 2024.
  • Gelderland, met 177 exemplaren (20 meer).
  • Noord-Brabant 174 exemplaren (32 meer).
  • Noord-Holland, 103 exemplaren, op de voet gevolgd door Drenthe, 100 exemplaren (17, resp. 16 meer).
  • Slechtste "performers" Utrecht en Flevoland, ditmaal ex aequo, met beiden 36 exemplaren (6 resp. 5 meer).

De drie provincies met de meeste zonneparken hebben een aandeel van 46% op het totaal aan reeds door Polder PV gevonden opgeleverde zonneparken in Nederland. Dat is stabiel t.o.v. de vorige update, maar wel een duidelijke toename t.o.v. de 40% in de update van september 2023. Met name de flinke aanwas bij de wat kleinere, deels oudere grondgebonden projectjes in o.a. deze provincies, is hier debet aan.

Bij de geaccumuleerde capaciteit van de geturfde grondgebonden zonneparken > 15 kWp zijn de drie best presterende provincies (oranje kolommen, referentie rechter Y-as):

  • Groningen 1.203 MWp (169 MWp, ruim 16% meer dan in update van dectember 2024).
  • Gelderland, nieuw op de 2e plek, met 1.068 MWp (198 MWp, bijna 23% meer dan in de voorgaande update).
  • Noord-Brabant, net als Gelderland in de vorige update, in een opmerkelijke versnelling Drenthe van haar voormalige plaats 2 verdringend naar de 4e positie, heeft door toevoeging van enkele grote zonneparken, inmiddels 895 MWp geaccumuleerd, wat 326 MWp (57%) meer is sinds de update van december 2024.
  • De slechtste "performer" blijft Utrecht, met 198 MWp aan grondgebonden zonneparken, 6 MWp (ruim 3%) meer dan in de vorige update, maar wel een factor 2,2 maal het volume in de update van september 2023.
  • Limburg, Noord-Holland, en Zuid-Holland volgen op geringe afstand van achterblijver Utrecht, op grofweg hetzelfde niveau (tussen de 228 en 244 MWp in accumulatie).

Een deel van de verschillen met de vorige update wordt verklaard door fysieke ingebruikname van nieuwe zonneparken. Ditmaal is dat name voor Noord-Brabant een opmerkelijk verschil, veroorzaakt door een reeks flinke exemplaren. Waarvan het grootste het uit 2 separate delen bestaande, 55 MWp tellende, door Powerfield overgenomen en gebouwde Zonnepark Boxmeer langs de A27 is, opgeleverd in het voorjaar van 2025. Gevolgd door diverse andere grotere projecten, waarvan een vijftal per stuk meer dan 10 MWp groot is, en wat ook in 2025 is aangesloten en stroom produceert. Een ander deel is het gevolg van later gevonden exemplaren waarvan tussentijds is gebleken dat de netkoppeling daadwerkelijk tot stand is gebracht (en voorheen nog niet bekend). Een derde deel wordt veroorzaakt doordat er tussentijds aanpassingen van de capaciteit zijn geweest bij met name grotere projecten, die een forse impact hebben op de totaal volumes per provincie. Dit soort aanpassingen vinden regelmatig plaats bij Polder PV, omdat exacte informatie over opgeleverde projecten in het begin vaak ontbreekt, en/of niet eenduidig is. En pas later, bij de vondst van nieuwe bronnen, artikelen, luchtfoto's e.d., nader worden ingevuld.

Zoals eerder al uitgesproken, is de verwachting dat Groningen, de eerste Nederlandse provincie met meer dan 1 GWp aan grondgebonden zonneparken binnen de grenzen (vorige update), gezelschap zou gaan krijgen, uitgekomen. Gelderland is nu de 2e provincie met meer dan 1 GWp aan vrije-veld installaties (nog exclusief floating solar projecten, etc.). Deze provincie heeft een forse inhaalslag gemaakt in de afgelopen drie jaar, met hoge impact makende projecten per stuk groter dan 10 MWp: 10 exemplaren in zowel 2023 als in 2024, en nog eens 7 exemplaren in 2025. Het totale toegevoegde volume met deze 27 projecten was een indrukwekkende 640 MWp.

De volgende 2 kandidaten die genoemde piketpaal van 1 GWp binnen niet al te lange tijd zouden kunnen gaan halen, zijn Noord-Brabant en Drenthe.

Utrecht had weliswaar plannen voor flinke zonneparken in het nieuwbouw gebied bezuiden de A12 (Rijnenburg / Reijerscop), maar daar lijkt vooral een plan voor vier windturbines van te zijn overgebleven waar de lokale coöperatie mee aan de slag wil. Er staan nog wel drie mogelijke alternatieven voor zonneparken in de week in dit gebied (geluidswal A12, Dorpeldijk project westelijk van Vleuten, en drijvend zonnepark op het oostelijke deel van de Nedereindse Plas), het perspectief daarvoor is nog steeds onzeker. In de vorige update verdubbelde Utrecht in korte tijd ruim de capaciteit sedert de status in september 2023. Er zijn in 2025 echter maar 2 projecten toegevoegd, wat veel te maken heeft met de acute netcongestie in de gehele provincie. Er staan nog 10 SDE zonnepark beschikkingen voor deze provincie klaar. De generator van 1 project is al zichtbaar op luchtfoto's, maar netkoppeling is nog niet officieel bekend. De vraag is wanneer de overige 9 gebouwd en opgeleverd kunnen gaan worden.

Verdeling grootste zonneparken

De drie provincies met de meeste nominale capaciteit in zonneparken hebben, met 3.166 MWp, een aandeel van bijna 45% op het totaal aan reeds gevonden zonneparken in Nederland, iets lager dan bij de aantallen projecten. Het aandeel bij de capaciteit is ook lager dan in de vorige update, toen er nog sprake was van een aandeel van ruim 47% op het totaal bij de eerste drie provincies.

De grootste, klassiek grondgebonden zonneparken blijven opgeleverd worden in Groningen, Drenthe en Flevoland. Van de 25 grootste exemplaren vinden we er inmiddels 9 terug in Groningen, 4 in Drenthe, en 4 in Flevoland. Bij de capaciteit is de verdeling bij deze drie meest impact makende provincies 749 MWp, 393 MWp, resp. 280 MWp.

Kijken we op iets grotere schaal, bij de 100 grootste zonneparken, is de verdeling iets anders. Hier staat momenteel bij de aantallen Drenthe vooraan (18 stuks), gevolgd door Groningen (17) en Noord-Brabant (14). De volgorde in de vorige update was bij dit criterium nog Drenthe, Groningen, resp. Gelderland.

Bij de capaciteit is de verdeling van de top 3 provincies echter weer het koppel Groningen (967 MWp), Flevoland (689 MWp), en Drenthe (678 MWp). Zowel Gelderland als Noord-Brabant komen, met 503, resp. 498 MWp bij de 100 grootste zonneparken, op enige afstand t.o.v. Drenthe uit.

Zeer opvallend blijft in de grafiek, het verschil bij de minst goede "performers" bij de aantallen. Met een gelijk aantal netgekoppelde zonneparken, heeft Flevoland een veel groter volume gerealiseerd dan Utrecht, inmiddels toegenomen tot een verhouding van 797 MWp om 198 MWp. Dat komt omdat het bij de projecten in Flevoland om gemiddeld veel grotere PV projecten is gegaan. Dat vinden we terug in het systeemgemiddelde van die zonneparken, weergegeven door de groene stippellijn (referentie linker Y-as): gemiddeld 22,1 MWp per project in Flevoland, (vorige update nog 18,6 MWp gemiddeld), en 5,5 MWp gemiddeld in Utrecht (weer wat lager geworden t.o.v. de vorige update, toen nog 6,2 MWp). Het verschil in de gemiddelde project omvang is weer groter geworden dan in de voorgaande update (4 i.p.v. 3 maal zo groot).

De provincies met de gemiddeld hoogste project omvang bij de grondgebonden installaties zijn nu, achtereenvolgens, Flevoland (22,1 MWp gemiddeld per stuk, zie ook hier boven), Groningen, met 13,1 MWp gemiddeld (weer hoger dan de 12,0 MWp in de update van december 2024), en de nummers 3 en 4, Zeeland, met 10,7 MWp (vorige update 11,3 MWp) en Drenthe, met 8,9 MWp (vorige update 10,4 MWp). De meeste provincies zitten op een globaal gemiddelde tussen de 3 en 6 MWp per grondgebonden veld-systeem. Het gemiddelde van de totale zonnepark populatie is weer verder gestegen, naar 7,33 MWp per grondgebonden project (in de vorige update nog 7,09 MWp, daarvoor 6,73, 6,55, 5,90, resp. 4,97 MWp). Hierbij doet de invloed van de paar provincies met de hoogste gemiddelde project omvang zich dus duidelijk gelden. En de voortdurende schaalvergroting van de opgeleverde (grondgebonden) projecten is hiermee wederom aangetoond.


4b. Kaartje verdeling capaciteit en grondgebonden zonneparken over de provincies aan het eind van 2024, en vergelijking jaarvolumes 2023-2024 (nader voorlopige status)

In onderstaand kaartje heb ik weer enkele data voor alle provincies ingevoerd, om de verhoudingen te laten zien van verschillende parameters op regionaal niveau, zoals is vastgesteld met de nu meest actuele data voor eind 2024. Dat zijn zowel de meest recent beschikbare cijfers van het CBS, "nader voorlopig", als van Polder PV. Voor de resulterende eindejaars-volumes voor 2023 en 2024, linksboven in het overzicht, heb ik het segment "woningen" toegevoegd, naast het eerder al getoonde "niet-woning" segment (incl. totaal volumes: CBS status "definitief", resp. "nader voorlopig"). Nieuw in de kaart is opname van de capaciteit op daken van woningen voor alle provincies, volgens CBS data. De groene kolommen vertegenwoordigen vanaf de huidige update niet meer uitsluitend de grondgebonden zonneparken, zoals in vorige overzichten, maar de optelling van veldinstallaties én drijvende projecten, in de geacturaliseerde overzichten van Polder PV ("zonneparken sensu lato"), voor eind 2024. Voor data over de drijvende zonneparken in Nederland, zie verder onder paragraaf 11. Polder PV heeft de meest complete verzameling voor zonneparken sensu lato in Nederland, vandaar dat deze cijfers hier als referentie zijn genomen.

Voor afwijkingen t.o.v. beschikbare CBS data, zie ook tabel 2, die het verschil tussen uitsluitend de grondgebonden veldopstellingen in de actuele update van Polder PV, en de totaal cijfers van het CBS (hun "zonneparken" indeling, die naar verluidt, grondgebonden én drijvende projecten zou omvatten). In een "eerlijker" vergelijking, tussen de door Polder PV gevonden veld- en drijvende systemen, en ditto bij het CBS, zie deze paragraaf, verderop in deze analyse.

In de kaart worden, voor 2024 de capaciteiten van grondgebonden zonneparken + de volumes voor drijvende projecten, per provincie, getoond, bij uitsluiting van alle andere vrijveld projecten zoals vrijstaande carport en derivaten, PV projecten op geluidsschermen en/of op andere infra (zie paragraaf 11). Deze kolommen zijn in groen weergegeven. In roze kolommen zijn, nieuw toegevoegd, de capaciteiten op woningen volgens het CBS zichtbaar gemaakt. Vervolgens is in blauwe kolommen het volume weergegeven van "niet-woning" projecten, ook wel "bedrijfsmatige installaties sensu lato", of, in de terminologie van het CBS, "alle economische activiteiten"-categorie. Dat segment is inclusief niet commerciële, niet woning projecten, zoals gemeentelijk vastgoed e.d. Deze 2 cijfer reeksen komen uit hun zonnestroom segmentatie update van 18 november 2025. Tot slot de totale PV volumes die het CBS in dezelfde update heeft vastgesteld voor alle projecten. Derhalve, alle residentiële capaciteit, én alle "niet-woningen" betreffend. Dat totaal volume is dus inclusief de diverse soorten veldopstellingen sensu lato (inclusief drijvende projecten), en andere byzondere installaties, waar het CBS ook geen segmentaties voor geeft / kan geven. Deze totaal volumes zijn weergegeven in de gele kolommen. Alle capaciteiten zijn in MWp weergegeven. Onderaan de set kolommen is ook per provincie, en bij de totale volumes linksboven in het kaartje, het percentage aandeel van de door Polder PV gevonden netgekoppelde volumes aan veldopstellingen + drijvende projecten, ten opzichte van de totale CBS volumes (geel) weergegeven in rood.



^^^
Grafiek (9). NB: In dit diagram wordt onder "veldopstellingen" zowel grondgebonden als op water drijvende zonneparken bedoeld groter dan 15 kWp aan opgestelde capaciteit per stuk. Alle andere installaties "niet zijnde rooftop projecten in het vrije veld" waaronder, vrijstaande grotere carports en vergelijkbare derivaten (zoals grotere fietsenstallingen met PV overkappingen, agri-PV pilots waarvan netkoppeling bekend is), projecten op infrastructuur (geluidsschermen e.d.) zitten hier dus niet bij. Wel zijn alle grondgebonden projecten op afvalbergen, slibdepots, RWZI's, erven van waterwinnings-bedrijven, etc., en alle drijvende zonneparken, zowel op zandwinningplassen als andere locaties, alsmede kleinere projecten op bassins, opgenomen onder de categorie veldopstellingen sensu lato.

Links bovenaan zijn rechts de vier volumes voor min of meer "afgerond" kalenderjaar 2023 weergegeven. Daar links van de nog nader voorlopige data voor 2024. Met name deze data voor 2024 kunnen nog in enige mate wijzigen. Dit alles, "pending" eventuele nieuwe vondsten van oudere kleinere veldopstellingen die aan de criteria van Polder PV voldoen, en die dan ook aan een volgende update toegevoegd zullen worden. Net zoals weer een flinke hoeveelheid, eerder nog niet bekende / gevonden "oudjes" zijn toegevoegd aan de huidige update.

Ondergrond kaartje: Wikipedia, auteur Lencer, onder de Creative Commons-licentie Naamsvermelding-Gelijk delen 3.0 Unported.

Voor de vorige versie van deze kaart, met de situatie voor 2023, en vergelijking totalen met 2022, zie update van 17 december 2024 op Polder PV. Let op, dat tot die update, uitsluitend de grondgebonden veldopstellingen werden getoond in de groene kolommen (dus exclusief de drijvende projecten).
Voor een ouder kaartje met de toen bekende situatie tot en met eind 2018, zie de uitgebreide analyse van het projecten bestand van Polder PV op peildatum 9 augustus 2019.

De absolute volumes aan veldopstellingen en drijvende zonneparken verschillen uiteraard ook eind 2024 sterk tussen de provincies, van slechts 184 MWp in Utrecht, tot al een zeer hoog volume in de eerste provincie met meer dan 1 GWp aan dergelijke installaties, Groningen, met 1.075 MWp. Polder PV heeft geen "niet ingedeelde" projecten meer (alle locaties bekend), vandaar de "0%" in de categorie nitd ("niet in te delen"), rechts op de kaart. Het CBS daarentegen heeft in die categorie eind 2024 9 projecten staan, met een gezamenlijk vermogen van 94 MWp, waarvoor ze kennelijk nog geen locatie hebben kunnen vinden (wat nogal curieus is).

Kijken we naar de relatieve aandelen van de capaciteiten ten opzichte van de totale, door het CBS in hun update van 18 november 2025 gerapporteerde, en alweer bijgestelde volumes voor eind 2024, krijgen we nog veel sterker uiteenlopende verschillen. Bij rode lantaarndrager Zuid-Holland is het aandeel veldopstellingen + drijvende projecten nog maar 7,6%. Noord-Holland zit iets hoger, op 8,7%. Limburg is uitgelopen op Noord-Holland, met inmiddels 10,1%. Niet ver daar boven zit Utrecht (al langere tijd met acute netcongestie geconfronteerd, dus relatief weinig nieuwbouw van grote projecten), met 12,2%.

De massief PV uitrollende grote provincie Noord-Brabant zit op dit punt ook nog relatief laag, maar is t.o.v. de 10,5% aandeel van toen nog alleen grondgebonden zonneparken in de vorige update, gecombineerd met de daar gevonden drijvende projecten, inmiddels, eind 2024, al op 14,6% aandeel t.o.v. het totaal beland. Tot en met 2020 was het vooral de combinatie van grote volumes op rooftops in de agrarische sector, vele grote distributiecentra, én een hoog residentieel volume, wat de totale capaciteiten en aantallen in Noord-Brabant zo'n vlucht heeft doen nemen. Zowel de kolommen voor woningen (roze, 2.061 MWp), als voor "niet-woningen" (blauw, 2.692 MWp), geven dan ook record waarden t.o.v. de andere provincies weer. Uiteraard staat ook het totale volume daardoor eenzaam op de top positie in Nederland. Eind 2024 stond er in Noord-Brabant eveneens een record volume, van 4.753 MWp (gele kolom).

De voor de totale volumes belangrijke provincies Overijssel en Gelderland zitten eind 2024 op 24,0%, resp. 26,0% aandeel zonneparken + drijvende installaties, ten opzichte van de totale PV volumes in die provincies. Daarmee blijven ze nog in de subgemiddelde groep zitten, bij deze specifieke relatieve maatvoering.

Weer flink hoger is de impact in de provincies Fryslân (28,5%, aandeel iets gestegen t.o.v. EOY 2023), Zeeland (39,4%, stabilisatie t.o.v. EOY 2023), Flevoland (45,2%, toegenomen t.o.v. EOY 2023), en, haar hoge positie handhavende provincie Drenthe (50,7%, weer opvallend hoger dan de 46% EOY 2023).

Desondanks is ook eind 2024 nog steeds geen enkele provincie in staat gebleken, om het exceptioneel hoge aandeel van veld- en drijvende installaties op het totale gerealiseerde volume (incl. alle rooftops) van provincie Groningen te benaderen. Dat aandeel was eind 2024 namelijk al 57,3%, een lichte toename van het percentage voor alleen de veldopstellingen, sedert eind 2023. Dit wordt veroorzaakt door een flinke, verder gegroeide verzameling (zeer) grote zonneparken op het grondgebied daar, in relatie tot een vrij "beperkt" totaal volume aan PV capaciteit. Hiermee is al voor lange tijd de voormalige kampioens-status van Zeeland teloor gegaan, die eind 2018 tijdelijk nog een relatief aandeel had van 43% van alleen grondgebonden zonneparken t.o.v. de totaal geplaatste capaciteit. Dat werd destijds met name veroorzaakt door het, kort durend, maar hoge impact makende, toen grootste zonnepark van Nederland, Scaldia op de grens van Borsele en Vlissingen.

Impact zonneparken op totale volumes

In de twee kolommen "sets" linksbovenaan in het diagram is de verandering van het aandeel van zonneparken en drijvende projecten op de totaal volumes goed te zien. Was het aandeel in 2021 nog 20,9%, is dat, eind 2022, al gegroeid naar het toen nog hoogste aandeel per kalenderjaar, 21,9%. In 2023 is het iets gedaald naar 21,5% met de meest recent beschikbare data. Met de voorlopige cijfers voor 2024, die vermoedelijk later nog wel wat zullen worden bijgesteld, zitten we echter al op een nieuw record aandeel van 23,2%. Dat is inmiddels al dik een vijfde van de totale PV capaciteit in Nederland, in uitsluitend grondgebonden veldopstellingen en drijvende zonneparken. Een substantieel aandeel.

Woningen, en niet-residentiële volumes per provincie

Nieuw in deze update is de toevoeging van de kolommen voor capaciteit op woningen, volgens de officiële CBS cijfers, per provincie, en voor de totalen (roze kleurstelling). Deze heb ik geïntroduceerd als vergelijkingsmateriaal voor de trends bij zowel de zonneparken sensu lato (groen), als bij de "niet-woning" gebonden installaties (ook wel "alle economische activiteiten", in CBS taal, blauwe kolommen).

Per provincie liggen de absolute volumes op woningen tussen 309 MWp in Flevoland, en 2.061 MWp in Noord-Brabant, een factor 6,7 maal zo veel. In relatieve zin, lagen de aandelen t.o.v. de totale volumes bij de woningen tussen de 24% in Flevoland, en 55% in Utrecht. Grote verschillen zijn zichtbaar bij de verhouding tussen de capaciteit bij woningen (CBS) t.o.v. dat in veldopstellingen + drijvende projecten (Polder PV). Die verhouding varieert tussen de 0,5 in Groningen (relatief weinig vermogen op huizen, zeer groot volume in zonneparken), tot een factor 6,6 in Zuid-Holland (wat veel woningen met PV heeft, maar relatief weinig capaciteit in zonneparken).

Ook de aandelen van de "niet-woning" installaties (categorie met zowel bedrijfsmatige & utiliteit rooftop projecten, als zonneparken en dergelijke projecten), in de blauwe kolommen, verschillen flink van elkaar. In absolute zin varieert dit eind 2024 tussen de 680 MWp (Utrecht) en, als enige (ver) boven de 2,5 GWp uitkomend, Noord-Brabant (2.692 MWp). Laatstgenoemde had toen dus al vier maal zoveel capaciteit in dit grote marktsegment staan, dan in Utrecht. Dat is wel duidelijk lager dan de factor 6,7 verschil bij de woningen (Noord-Brabant t.o.v. Flevoland).

Gelderland was in 2021 al de tweede provincie geworden, met iets meer dan 1 GWp aan generator vermogen in de niet-residentiële sector, en heeft eind 2024 inmiddels ook de 2e piketpaal genomen, met 2.158 MWp in dit segment. Zes andere provincies hebben inmiddels ook meer dan 1 GWp in deze categorie op hun grondgebied, tussen 1.641 MWp in Zuid-Holland, en 1.169 MWp in Limburg. De 3 overige provincies, Flevoland, Fryslân, en Zeeland, halen die 1 GWp grens nog niet. In relatieve zin is het wederom Utrecht, met 45% van het totale volume "niet op woningen", die eind 2024 het minst presteert bij dat aandeel.

In Provincie Groningen werd in 2021 nog het hoogste aandeel gehaald, met destijds 77% van het totale volume "niet op woning daken" liggend. De grote "schuldige" was hier uiteraard het toen zeer hoge aandeel aan zonneparken, die in het bedrijfsmatige segment veruit dominant zijn. In 2022 tm. 2024 is het Flevoland geworden (76%, 77%, resp. 76%). Eind 2024 bezetten Groningen en Drenthe de 2e en 3e plek bij deze relatieve aandelen (74% resp. 72%).

Kijken we naar het aandeel van de tot nog toe door Polder PV gevonden veld-opstellingen plus drijvende projecten t.o.v. het door CBS vastgestelde volume aan "niet-woning" installaties, eind 2024, variëren de aandelen zelfs tussen 15,4% bij Zuid-Holland, en al ruim 77% in Groningen. In laatstgenoemde provincie hebben de grondgebonden zonneparken dus al een enorme footprint bij zowel het totaal gerealiseerde volume, als bij de projecten die niet op woningen zijn aangebracht.


4c. Segmentaties. Evolutie van aantallen grondgebonden zonneparken, capaciteit, en aantal zonnepanelen, per provincie, bij jaargroei en cumulatie aan het eind van het jaar, van 2012 tm. 2025*

In deze, sinds de update van december 2024 nieuw geïntroduceerde sectie, geef ik de progressie van de grondgebonden zonneparken per provincie weer in diverse diagrammen, voor zowel de aantallen projecten, de daarmee gepaard gaande opgestelde capaciteit, en, voor de cumulaties, ook het aantal zonnepanelen. Dit alles volgens de meest recente beschikbare data in de overzichten van Polder PV.

1. Aantal nieuwe, grondgebonden zonneparken > 15 kWp, per provincie, per jaar

In deze eerste grafiek (10) in paragraaf 4c geef ik de evolutie van de aantallen nieuwe zonneparken per kalenderjaar weer, waarbij de kolommen stapelingen van de afzonderlijke provincies voorstellen, per provincie met eigen kleurcode. Bovenaan de kolommen staan de totale volumes vemeld. Het eerste project voor 2026 is niet meegenomen in deze grafiek. De sortering van alle kolommen is volgens de volgorde in 2025, met de toen best performer onderaan (wederom Noord-Brabant), en de toen minst goed presterende provincies, Utrecht en Limburg, bovenaan. Omdat de progressie van jaar tot jaar onderling sterk kan wijzigen, kan de volume volgorde in andere jaren flink afwijken van die in 2025.

Deze grote variatie van jaar tot jaar, hangt nauw samen met de, per projectontwikkelaar zeer sterk verschillende, uitrol van projecten, die soms jaren van moeizame planning achter de kiezen hebben. En waarvan de daadwerkelijke realisatie met name in de laatste jaren ook nog in zeer sterke mate beïnvloed wordt door actuele netcongestie in de meeste gebieden. Waardoor regelmatig flinke vertraging bij realisatie (lees: netkoppeling) optreedt. Ook dit kan per locatie verschillen, waardoor meestal niet goed is te voorspellen, wanneer projecten formeel zullen worden opgeleverd. Er is vaak wel wat respijt, maar ook daarin is in recentere SDE regelingen een steeds strakkere tijdlijn opgenomen, waardoor onzekerheden, en realisatie "stress" schering en inslag zijn geworden.

Wat aantallen nieuwe realisaties betreft, nam deze in 2018 en 2019 sterk toe. 2020 tm. 2023 waren record jaren m.b.t. de nieuwe projecten, 170 stuks of meer per jaar, met, voorlopig, de kers op de taart in 2023 (177 stuks). Daarna zette weer een forse daling in, met de huidige bekende data, van 89 nieuwe exemplaren in 2024, naar nog maar 70 exemplaren, tot nog toe gevonden voor 2025. Zoals in voorgaande jaargangen is gebleken, kan dat volume nog behoorlijk bijtrekken. Veel info over opleveringen in dat jaar is immers nog niet bekend, en zal afgewacht moeten worden.

Toevoegingen te verwachten

Op de peildatum van 27 januari 2026 waren bij Polder PV, gezien op recente luchtfoto's, al 22 grondgebonden zonneparken met volledige generator aanwezig / gebouwd, waarvoor in totaal 178 MWp capaciteit is toegekend onder de betreffende afgegeven SDE beschikkingen. Maar waarvan nog geen "officieel" bericht van oplevering bekend was. Hiervan kan een nog onbekend deel mogelijk nog in 2025 formeel aan het net zijn gekoppeld, al zullen we dat pas later te weten komen. Daarbovenop zullen er waarschijnlijk nog diverse kleinere, nog niet bekende projectjes (mogelijk zelfs zonder SDE subsidie) in 2025, en ook eerder, netgekoppeld blijken te zijn. Ook daarvan zullen (veel) later pas details bekend gaan worden. Ondanks deze te verwachten latere toevoegingen, is ook al duidelijk, dat zowel 2024 als 2025 beslist geen record jaren zullen gaan worden. Zeker niet op het vlak van aantallen nieuwe zonneparken.

Opvallende "groeier" Overijssel

In het blauwe kolom segment is een flinke groei van de aantallen projecten te zien bij Overijssel, met name in de jaren 2020-2023. Dat is een provincie waar Polder PV diverse malen luchtfoto scans in geselecteerde regio heeft doorgevoerd, waarbij nogal wat onbekende kleinere veldopstellingen zijn gevonden, die aan de RES voorwaarden voldoen (generator groter dan 15 kWp). De verwachting is, dat meer van dergelijke meestal oudere projectjes gevonden zullen gaan worden. Niet alleen in Overijssel, maar overal in Nederland, waar voor dergelijke kleinere opstellingen een "licht vergunning beleid" geldt. In de afgelopen tijd vond ik er ook een opvallend aantal in de provincies Noord-Brabant en Gelderland, deels al enkele jaren geleden opgeleverd. De boodschap is hier duidelijk: er staat beslist (veel) meer bij de aantallen projecten, dan vrijwel iedereen voor mogelijk heeft gehouden...

2. Eindejaars-accumulatie grondgebonden zonneparken > 15 kWp, per provincie

Uit de data voor de eerste grafiek in deze sectie zijn de eindejaars-accumulaties (EOY) afgeleid, weergegeven in dit 2e diagram, grafiek (11). Zoals verwacht kon worden, leidt dit tot sterk verschillende evolutiepaden bij de provincies.

Er zijn 3 duidelijke kampioenen bij de evolutie van de aantallen zonneparken en andere "RES-fähige", kleinere veldopstellingen, die met name vanaf 2019 een flink tempo laten zien bij de uitbouw. Dat zijn, achtereenvolgens, Overijssel (2025 voorlopig 189 exemplaren), Gelderland (177), en Noord-Brabant (174). In deze drie provincies zijn al veel kleinere veldopstellingen gevonden op goede luchtfoto's, waardoor de aantallen daar behoorlijk hoog liggen. Dit uiteraard, bovenop de al bekendere verzameling grotere zonneparken, meestal gefinancierd via de diverse SDE regelingen, maar exclusief de projecten waarvan netkoppeling nog niet bekend is.

Noord-Holland, Drenthe, en het koppel Groningen / Fryslân volgen op grote afstand (102 - 91 projecten). Zeeland, Utrecht en Flevoland blijven duidelijk achter, met 39, resp. 2x 36 bekende projecten.

Overijssel had in de status update van 27 januari 2026 een factor 5,3 maal zoveel bekende zonneparken staan, dan rode lantaarndragers Utrecht en Flevoland.

Er kunnen beslist nog meer (kleinere) projecten gevonden worden, ook in de "achterblijvende" provincies. De grote voorsprong van de "Big Three" zegt op dit punt dus nog niet alles. Drenthe is hierbij een potentiële kandidaat waar nog het een en ander gevonden kan worden, gezien het coulance beleid daar (veel boerderijen met rieten dak, waar vaak een veldopstelling bij wordt "geduld"). Maar de provincie is wel dunbevolkt, dus al te hoge verwachtingen hoeven we daar ook niet van te hebben.

Taartdiagram aantallen per provincie status 27 januari 2026

Van de bereikte status op peildatum 27 januari 2026 heeft Polder PV inmiddels ook een taartdiagram gemaakt om de provinciale verdeling te laten zien, tm. eind 2025 (dus zonder het in in 2026 opgeleverde project in Uitgeest).


Grafiek (12). Drie provincies maken de dienst uit bij de - tot nog toe gevonden - aantallen veldopstelling projecten tm. 2025, en wel Overijssel (189 exemplaren), Gelderland (177 stuks), resp. Noord-Brabant (174 grondgebonden zonneparken). De overige provincies zitten op veel lagere hoeveelheden.

3. Nieuwe capaciteit van grondgebonden zonneparken > 15 kWp, per provincie, per jaar

Grafiek (13). Hetzelfde type diagram als onder sub-paragraaf (1), maar nu met de nieuwe capaciteit aan zonneparken per provincie, per jaar. Direct al is te zien, dat de "dynamiek" van de progressie per jaar nogal verschillend is, van die bij de aantallen projecten. Dit heeft alles te maken met de enorme volumes van nieuwe grote zonneparken, die een flink stempel drukken op de jaarlijkse progressie per provincie. En die zeer verschillend kan uitpakken, van jaar tot jaar. Het effect is daarbij veel groter dan louter bij de aantallen zonneparken. We zien hier met name bij de provincies Groningen en Drenthe zeer sterke toenames, als in die provincies weer enkele zeer grote projecten werden opgeleverd. Waarna ook weer een flinke terugval kan optreden, als er in genoemde provincie een jaar bijna niets gebeurt op dit vlak (zoals in Drenthe, in 2023).

Bij Flevoland is de dynamiek ook groot. Daar zijn nog steeds "vrij weinig" projecten opgeleverd, maar daar zitten wel enkele zeer grote bij, zoals bleek in 2022. In dat jaar werd 224 MWp toegevoegd, met slechts 6 nieuwe projecten, na een jaar van bijna stilstand, 2021.

In Groningen was het record jaar 2020 (toename 336 MWp in uitsluitend deze categorie PV projecten, het hoogste nieuwe volume ooit, verdeeld over 12 projecten). Voor Drenthe was het 2022 (318 MWp, 20 nieuwe projecten). Zeeland had haar grootste toevoeging in 2023 (114 MWp, met 6 nieuwe projecten). In 2024 nam provincie Gelderland het stokje over bij de hoogste toegevoegde capaciteit in zonneparken. Door 17 nieuwe projecten werd een vermogen van maar liefst 332 MWp gerealiseerd, bijna de record toevoeging van Groningen in 2020 evenarend.

Flevoland is, tot nog toe, de provincie met de hoogste toevoeging van capaciteit in zonneparken, in 2025, met zelfs 231 MWp, een nieuw record voor die provincie. Alle kolommen volgen de sortering in 2025, met Flevoland onderaan en de minst contribuerende provincie in dat jaar, Zeeland, bovenaan. Het allergrootste volume van de record toevoeging in Flevoland, wordt ingenomen door het uit drie separate delen bestaande, grofweg 200 MWp grote Noordermeerdijk project langs de noord-west kust van de Noordoostpolder (zie ook foto hier onder).


Klein stukje van het ruim 8 kilometer lange Zonnepark Noordermeerdijk langs de noord-west kust van de Noordoostpolder. Het enorme project bestaat uit 3 segmenten voor drie eigenaren, de 2 grootste voor ontwikkelaars Ampyr en HVC, en nog een kleiner deelproject voor een lokale boer. Het totale, grofweg 200 MWp grote deelproject bevat 27 veldjes (OZO / WNW) aan de landzijde van het sinds 2014-2015 operationele, binnendijks opgerichte Windpark Noordermeerdijk Binnendijks (13 Enercon turbines à 7,5 MW), inclusief 3 pal O/W georiënteerde veldjes langs 3 windturbines van het Windpark Westermeerdijk Binnendijks (idem, zie overzicht Windstats). De veldjes bestaan uit (ongeveer) O/W tafels, beide zijdes 3 panelen portrait hoog, met een brede middenspleet die op de slechtere gronden liggen, op dik een halve kilometer afstand van de boerderijen langs de Noordermeer-, resp. Westermeerweg.

De projecten voeden met aparte bekabeling in op eigen trafostations naast het al lang bestaande hoogspannings-station van TenneT, gelegen halverwege de Westermeerdijk, wat destijds voor het binnendijkse en buitendijkse windpark (Noordoostpolder Buitendijks, 42x Siemens à 3,0 MW) is aangelegd. Zie ook interessante bijdrages van Omroep Flevoland en van Novar over die aansluitingen. Er komt daarnaast ook nog een BESS / batterij park van 250 MW / 1 GWh, "Energieopslag Westermeerdijk". Later moet dan ook nog het grootste te bouwen solar deelproject, het volgens opgave 160 MWp groot wordende Zonnepark Westermeerdijk van Novar op het eigen trafostation daar gaan aansluiten. De bouw daarvan is al meermalen vertraagd, en zou volgens de meest recente berichtgeving nu in mei 2026 van start moeten gaan, en indien er geen kinken in de kabel(s) komen, begin 2027 stroom moeten gaan leveren.

Polder PV postte op Bluesky een lang draadje naar aanleiding van zijn bezoek op de fiets op weg naar een opera voorstelling in Fryslân, in augustus 2025, met diverse eigen foto's van het enorme Noordermeerdijk project. Het is, met recht, een prachtig, "typisch Hollands" project, windturbineparken, grote zonneparken en een opslag faciliteit, gecombineerd, langs dijken die het water buiten moeten houden.

De afzonderlijke (3) projecten van het Noordermeerdijk deel vallen in de Polder PV overzichten in de 2 grootste project categorieën (15-30 MWp voor het kleinere deel bij genoemde boer, resp. 2x > 30 MWp voor de delen van Ampyr en HVC).


In Overijssel zijn er, naast uiteraard de nodige kleinere projectjes, ook 3 grote zonneparken opgeleverd in 2025, te weten Zonnepark "de Ronde Blesse" in Willemsoord, Zonnepark Heino (Raalte), en het eerste deel van Zonnepark Boeldershoek (gemeente Hengelo).

In tegenstelling tot een suggestie in de voorgaande update, werd in Noord-Holland wel degelijk een groter zonnepark netgekoppeld opgeleverd in 2024, en een drietal kleinere projectjes die later werden ontdekt. Het bijna 3 MWp grote "Molentogt" project van Hoogeboom Groene Energie, werd volgens een late update van RVO, in het derde kwartaal van dat jaar opgeleverd. In 2025 volgden enkele kleinere projecten, en een nieuwe, bijna 6 MWp grote veldinstallatie in combinatie met stroom opslag, op de gronden van Zwanendal B.V. Waarmee, in netcongestie gebied, de bouw van een nieuwe kernreactor (voor productie van isotopen voor kanker bestrijding) op het terrein van TNO / NRG Pallas te Petten vergroend zou moeten worden.

Het globale beeld van deze capaciteits-grafiek laat, vanaf 2018, een zeer duidelijke versnelling zien. Ten eerste, in 2018 een ruime vervijfvoudiging van het nieuwe volume in 2017. Na een lichte toename in 2019 volgde 2020 met voor het eerst meer dan 1 GWp nieuwe capaciteit bij uitsluitend grondgebonden veld-installaties. 2021 was vervolgens een "dip-jaar", met 22% minder nieuw toegevoegd vermogen dan in 2020, maar wel een factor 1,9 maal de aanwas in 2019. Wat al snel werd gevolgd door het nieuwe recordjaar 2022, waarbij 1.150 MWp nieuw volume netgekoppeld werd opgeleverd in alleen deze categorie. Ruim 7% meer dan in vorig record jaar 2020.

In 2023 viel de toegevoegde capaciteit, bij een record aantal nieuwe projecten (177), bij de capaciteits-toevoeging, flink terug (938 MWp, ruim 18% lager dan in 2022).

2024 kwam, verrassend, bij een beperkt aantal nieuwe zonneparken, krap op een nieuw record volume van 1.151 MWp. Er zal echter voor 2024 nog wel het een en ander in de volumes gaan wijzigen, voor 2023 zullen nadere aanpassingen cq. aanvullingen vermoedelijk relatief "beperkt" blijven. Wat het uiteindelijke resultaat van nog komende toevoegingen en capaciteit bijstellingen zal zijn, in relatie tot de aanwas in 2023, is niet te voorspellen.

Voor een vergelijkbare grafiek met de oppervlakte claim van de getoonde zonneparken, zie het exemplaar opgenomen in paragraaf 9e.

4. Eindejaars capaciteit accumulatie grondgebonden zonneparken > 15 kWp, per provincie

Grafiek (14). Vergelijkbaar als in sub-paragraaf (2) worden in deze grafiek de eindejaars capaciteits-volumes per kalenderjaar getoond, met de provinciale bijdragen weergegeven als lijncurves. Hier zien we wederom een grillig patroon van opgebouwde capaciteiten in zonneparken, die van jaar tot jaar sterk wordt beïnvloed door een relatief gering aantal zeer grote projecten. Dit is bijvoorbeeld goed te zien bij Drenthe, wat een enorme aanwas van vermogen kreeg in de jaren 2020-2022, maar, door tijdelijk geringe activiteit op dit gebied, in 2023 weinig extra capaciteit liet zien, waardoor een scherpe knik in de curve is ontstaan. In 2024 is weer veel volume toegevoegd, maar in 2025 beduidend minder, waardoor de curve weer 2 duidelijke knikken vertoont.

I.t.t. het trio Overijssel, Gelderland en Noord-Brabant bij de aantallen projecten, maakten hier 2 van de drie andere provincies langere tijd de dienst uit, Groningen en Drenthe. Groningen is by far, en nog steeds, de meest invloed-rijke provincie, met als eerste meer dan een GWp, en eind 2025 reeds 1.203 MWp vermogen in uitsluitend grondgebonden zonneparken, in de status update van 27 januari 2026. Deze zijn gemiddeld per stuk dan ook zeer groot. Gelderland is, in een flinke tussentijdse spurt, inmiddels Drenthe ver voorbij, en eindigt voorlopig, als 2e provincie met meer dan 1 GWp in zonneparken, op 1.068 MWp, eind 2025.

Drenthe is voorlopig flink terug gevallen, en moet nu zelfs Noord-Brabant iets voor zich laten, met de huidig bekende data, rond de 900 MWp. Het is nog onduidelijk hoe deze 2 provincies zich tot elkaar verhouden, als alle informatie over realisaties voor eind 2025 meer geconsolideerd zal zijn. Beide provincies hebben daarbij de kans om derde plaats in te nemen voor dat jaar.

Opvallend is, dat Flevoland, met een bescheiden aantal zonneparken, goed meedoet, en, met eind 2025, 797 MWp, niet heel erg ver achter bovengenoemd koppel ligt. Overijssel heeft wat meer afstand genomen van Zeeland en Fryslân. De nu bekende vermogens liggen voor dit trio, eind 2025, op 565, 416, resp. 379 MWp.

In de achterhoede zijn vier provincies vertegenwoordigd, van hoog naar laag achtereenvolgens, Zuid-Holland (244 MWp), Limburg (228 MWp), Noord-Holland (exclusief het in 2026 opgeleverde project in Uitgeest, 222 MWp), en hekkensluiter Utrecht, met 198 MWp.

Daarmee heeft provincie Groningen eind 2025 al een factor 6,1 maal zoveel vermogen in grondgebonden zonneparken gerealiseerd, dan in Utrecht (vorige update: 5,4x).

In de loop der jaren, zijn provincies af en toe van plek gewisseld. Zoals eerder al gememoreerd, is dit bijna altijd het gevolg van de oplevering van grote zonneparken in het betreffende jaar. Het verloop van de provinciale curves is als gevolg hiervan veel chaotischer, dan bij de aantallen projecten in sub-paragraaf 2.

Disclaimer top drie

Er moet bij bovenstaande ook een disclaimer. Het grootste deel van de zonneparken wordt gerealiseerd met een (of meer dan een) SDE beschikking(en). Momenteel heeft, tot en met SDE 2024, en in aflopende volgorde wat de totale beschikte capaciteit betreft, Gelderland 598 MWp (40 projecten!), Noord-Brabant 572 MWp (28 projecten), Groningen 289 MWp (8 projecten), en Drenthe 161 MWp (5 projecten) aan zonnepark beschikkingen in de pending lijst staan. Sterk afhankelijk van ongeplande uitval, realisatie, en eventuele (soms forse) capaciteit aanpassingen, kan er in de top drie in bovenstaande grafiek dus nog best wel wat gaan wijzigen. We gaan de komende jaren zien hóe die eventuele wijzigingen zullen gaan uitpakken.

Taartdiagram capaciteit in veldopstellingen per provincie status 27 januari 2026

Van de bereikte status op peildatum 27 januari 2026 heeft Polder PV, net als voor de aantallen projecten, ook voor de daarmee gepaard gaande capaciteit in grondgebonden zonneparken een taartdiagram gemaakt om de provinciale verdeling op dat moment te laten zien (realisatie tm. 2025).


Grafiek (15). In dit taartdiagram vinden we een compleet verschillende verdeling van de capaciteiten, dan bij de aantallen grondgebonden projecten, weergegeven in de vorige paragraaf. Hier is Groningen absoluut leider, met al 1.203 MWp capaciteit, op flinke afstand gevolgd door nieuwkomer Gelderland (2e provincie met meer dan 1 GWp aan grondgebonden zonneparken, 1.068 MWp), en, dicht bij elkaar in de buurt, Noord-Brabant en Drenthe (895 resp. 890 MWp). Daarna nemen de volumes per provincie rap af, om te eindigen bij rode lantaarndrager Utrecht, waar nog slechts 198 MWp is te vinden in deze veelbesproken categorie PV projecten.

5. Eindejaars-accumulatie aantal zonnepanelen in grondgebonden zonneparken > 15 kWp, per provincie

Grafiek (16). Tot slot geef ik in deze paragraaf ook het verloop van het aantal zonnepanelen in de door Polder PV gevonden grondgebonden zonneparken weer, in de loop van de tijd. Dit betreft opgaves van bij het project betrokken partijen, herleide berekeningen, indien zowel het paneel vermogen en het project vermogen bekend zijn, of, in toenemende mate, hard-counts van detail luchtfoto's. Polder PV telt steeds vaker dit soort grote projecten, met name als herleide berekeningen wijzen op bizarre danwel onmogelijke uitkomsten, of als er in het geheel geen (plausibele) info is gegeven over het aantal gerealiseerde PV-modules.

We zien bij de evolutie dat op dit vlak Groningen absoluut dominant is in alle jaren, wat uiteraard het gevolg is van de vele grote zonneparken daar, waarin enorme volumes PV-modules zijn geplaatst. Eind 2016 stonden er daar 119 duizend zonnepanelen in grondgebonden zonneparken. Eind 2020 waren het er al ruim 1,8 miljoen. Daarna nam de groei wat af, maar op status datum 27 juli 2026 was er, tm. eind 2025, al een record hoeveelheid van 2,95 miljoen panelen te vinden in de Groningse zonneparken.

Drenthe deed het op een wat lager niveau ook langere tijd zeer goed, en bracht het van bijna 5.600 exemplaren, eind 2016, tot ruim 2,1 miljoen, eind 2025. Ze werd daarbij echter ingehaald door Gelderland, wat eind 2016 ruim 8.200 panelen in veldopstellingen had (meer dan in Drenthe), eind 2019 nog duidelijk bij de meeste andere provincies achterbleef (bijna 108 duizend panelen), maar sindsdien hard is doorgegroeid. Vanaf 2022 bezette Gelderland de derde positie, in 2025 haalden ze Drenthe in en kwam eind van dat jaar op bijna 2,2 miljoen zonnepanelen in veldopstellingen. Samen met Groningen zijn dit de eerste 3 provincies met meer dan 2 miljoen zonnepanelen in grondgebonden veldopstellingen. Groningen is al op weg richting het 3 miljoenste paneel in "een" zonnepark.

De rating bij de overige provincies verschilt van jaar tot jaar, wat, zoals al gesteld, nauw gerelateerd is aan de netkoppeling van grotere zonneparken in de betreffende provincies. Flevoland kende een tijdelijke stagnatie in 2020-2021, kwam eind 2021 op de 2-na-laatste plek, maar groeide daarna fors door, om eind 2023 op de vierde plek te komen, en, na wat tragere groei in 2024, eind 2025, ruim 1,6 miljoen panelen te bereiken. Op enige afstand van Noord-Brabant, wat toen bijna 1,9 miljoen zonnepanelen in zonneparken had staan met de huidige beschikbare cijfers. Deze 2 provincies waren, gezien de hellingshoek van de desbetreffende curves, de snelste groeiers in 2025.

Limburg en Utrecht strijden al enkele jaren om de laatste plek bij deze inventarisatie. Utrecht is wel weer wat aan het inlopen, maar bezet, met 438 duizend zonnepanelen in veldopstellingen, eind 2025, nog wel de laatste plaats. De verhouding tussen Groningen en Utrecht was toen op dit punt een factor 6,7 in het voordeel van kampioen Groningen (vorige update: 6,1).

Het totaal aan al dan niet vastgestelde of berekende aantallen zonnepanelen in zonneparken passeerde de piketpaal van 10 miljoen panelen in 2022. Vroeg in 2025 werd de 15 miljoen exemplaren bereikt, met de huidige beschikbare data stonden er eind van dat jaar alweer 16,2 miljoen zonnepanelen op frames "ergens in het veld" (niet noodzakelijkerwijs in een weiland of voormalige akker).


(5) Zonneparken op (ex-) RWZI's en bij drinkwaterbedrijven - stabilisatie van ontwikkeling / lichte groei

Ik heb meerdere malen al eens aandacht besteed aan het fenomeen zonneparken op rioolwaterzuiverings-installaties (RWZI's, soms ook wel AWZI's genoemd), en op de terreinen van drinkwater productie bedrijven. Dat heeft in eerdere jaren een aardige vlucht genomen in Nederland, en mocht zelfs een tijdje als "common practice" worden gekarakteriseerd, na enkele jaren van flinke groei in dit specifieke segment. In 2022 tm. 2025 is deze trend weer afgevlakt en recent zelfs minder geworden. Het verzadigingspunt ligt inmiddels al achter ons. Dit heeft natuurlijk deels te maken met het feit, dat het meeste laaghangende fruit op dit gebied al lang is geplukt. Maar anderzijds, is het ook zo, dat nogal wat resterende RWZI's forse renovaties, danwel uitbreidingen staan te wachten, vanwege de almaar groeiende afvalwater stroom in ons land. De exploitanten van die laatste categorie hebben vooralsnog belangrijkere zaken aan het hoofd. Mogelijk volgen in die sub-categorie nog meer locaties, als er (nog) ruimte over is om kleinere zonneparkjes in te richten op de betreffende erven. Veel zullen dat er echter niet zijn.

Van de inmiddels 1.173 gevonden grondgebonden zonneparken tm. 27 januari 2026, zijn er door Polder PV 143 exemplaren bij RWZI's aangetroffen (15 meer dan in de vorige update), plus nog eens 5 op locaties van uit bedrijf genomen installaties ("ex-RWZI's"). Het totaal, 148 stuks, is 12,6% van het totale aantal gerealiseerde projecten, weer een lichte terugval van de 13,1% in de vorige update. In 2021 was het aandeel bij de aantallen projecten het hoogst, 17,5%. Er zijn 11 van dergelijke projecten bijgekomen sinds de 132 in de vorige update.

Ook zijn er 15 grondgebonden projecten op productie cq. opslag lokaties van drinkwater bedrijven getraceerd. Daarnaast is er (al vijf jaar geleden) nog een zonneveldje naast een gemaal van een waterbedrijf opgeleverd. Ook zijn er een viertal projecten op zogenaamde "waterbergingen" aangebracht, maar drie daarvan zijn van commerciële / lokale ontwikkelaars "niet zijnde" waterbedrijven. Een zonnepark op het erf van een slibverwerkend bedrijf tel ik hierbij verder niet mee.

Bij de geaccumuleerde capaciteiten is bovengenoemde verhouding beduidend anders: ruim 140 MWp bij RWZI's, bijna 5 MWp op ex RWZI/AWZI locaties, resp. 16,4 MWp bij water productie bedrijven. Waarbij de aandelen t.o.v. de totale volumes (7.121 MWp, status 27 januari 2026) heel wat bescheidener zijn, nl. 2,0% (RZWI + ex RWZI, vorige update 2,3%), resp. 0,2% (waterproductie bedrijven). Dit komt, omdat zonneparkjes bij dergelijke "voor het algemene nut" werkende instanties een nevenfunctie hebben, waarbij de verduurzaming van de productie processen een nieuwe beleidslijn vertegenwoordigt. Bovendien is de ruimte op dergelijke lokaties meestal beperkt, en dit zien we terug bij de gemiddelde systeemcapaciteit bij deze instanties. In de huidige projecten sheet van Polder PV komt dat neer op ongeveer 981 kWp (vorige update nog 1.028 kWp) gemiddeld bij de (ex-) RWZI's, resp. 1.092 kWp (vorige update 719 kWp) bij de drinkwater productie bedrijven. Dit, terwijl het systeemgemiddelde van alle 1.173 zonneparken bij elkaar neerkomt op 6,1 MWp per stuk. Dat is, t.o.v. de (ex-) RWZI's, een factor 6,2 maal zo hoog (vorige update nog 5,7x).

Bij de subsidie beschikkingen voor SDE 2019 ronde I was het aandeel van RWZI's nog 23% bij de aantallen projecten, bij de capaciteit was het destijds 3,8%. De totalen bij alle beschikkingen kwamen toen nog neer op 24% bij de aantallen toegekende projecten, en 3,4% bij de toegekende capaciteiten (artikel 21 november 2019). De relatieve verhoudingen leken toen dus enigszins te zijn bestendigd in de realisaties voor alle projecten. In genoemde status update was van de toen reeds opgeleverde 34 zonneparkjes op RWZI's het systeemgemiddelde vermogen gemiddeld iets meer dan 1 MWp per stuk. Om en nabij 1 MWp lijkt dus een goed uitgangspunt te zijn voor eventuele afschattingen van het potentieel bij andere kandidaten van de ruim 350 RWZI's in Nederland. Tenzij fysieke onmogelijkheden zoals te weinig ruimte on-site realisatie van een dergelijk project in de weg staan. Ook zal, zoals gezegd, voor een deel het probleem spelen van geplande verbouwingen en uitbreidingen van dergelijke locaties, wat planning van een zonneproject voor langere tijd kan blokkeren.

In ieder geval was er eind 2025 dus al bij ruim 40% van alle RWZI's een zonnepark(je) aanwezig. Op veel RWZI's zijn meerdere zonneveldjes aanwezig, verspreid over de soms flink grote erven van dergelijke instellingen. Deze worden per locatie als 1 zonnepark geteld door Polder PV. Sommige platforms gaan hierbij ernstig in de fout, en splitsen ze (de) afzonderlijke onderdelen. Wat onterecht is, ze zijn onderdeel van een en hetzelfde project, en -eigenaar.

In de actuele RVO lijsten staan nog 8 veldopstellingen bij RWZI's met SDE beschikking genoemd. Ook zijn er plannen voor meerdere projecten, die nog geen beschikking hebben. Er is dus nog wat beweging op dit punt.

Afvlakking

Desondanks, is er al enige tijd duidelijk een afvlakking te zien bij de realisaties, en inmiddels zelfs een daling bij de meest recente nieuwbouw cijfers per jaar. Bij de capaciteiten liep het aandeel van de RWZI's, ex-RWZI's, en grondgebonden veldjes op erven van waterproductie bedrijven bij de geaccumuleerde volumes EOY terug, van 3,9 naar 2,5% tussen 2021 en 2024, en is het met de huidige stand van zaken op 27 januari 2026 nog maar 2,3% t.o.v. het gerealiseerde totaal volume aan grondgebonden projecten. Het verloop van de totale volumes is in onderstaande nieuwe grafiek verbeeld door Polder PV.


Grafiek (17). Vanaf 2018 begon het aantal en de capaciteit van de zonneparkjes bij RWZI's en waterwin bedrijven sterk toe te nemen tm. 2021. Erna begon de groei te vertragen. Eind 2025 is de voorlopige capaciteit bij dit soort type installaties toegenomen naar bijna 162 MWp. De gemiddelde systeemcapaciteit (grijze curve, referentie linker Y-as), ligt sedert 2021 iets onder de 1 MWp per installatie.

Uiteraard kunnen al deze projecten onder "lokaal eigenaarschap" worden geschaard, vanwege de "nuts" functie van zowel de RWZI- als de drinkwater exploitanten.

Bij de jaargroei volumes kelderde het aandeel van 4,7% in 2021 naar 1,3% in 2022, om weer even toe te nemen tot 1,9% bij het nieuwe totaal volume in 2023. Daarna ging het aandeel weer omlaag bij de nieuwe projecten. Bij de capaciteit aan grondgebonden zonneparken, tot nog toe aantoonbaar netgekoppeld opgeleverd tm. 27 januari 2026, is het aandeel nog maar 0,6% in 2024, respectievelijk 0,8% van het totaal volume aan nieuwe installaties in 2025. De evolutie van de nieuwe jaarvolumes vindt u in de bijgewerkte grafiek hier onder.


Grafiek (18). De jaarlijkse groei van grondgebonden zonneparkjes bij (ex-) RWZI's en op erven van waterwinbedrijven. De groei was bijna nihil tm. 2017, vanaf 2018 namen de jaarlijkse volumes toe, van ruim 16 MWp tot ruim 34 MWp nieuw in 2020. 2021 was bij deze categorie record jaar, met een nieuwbouw van 39 MWp. Daarna viel het uitbouw tempo sterk terug, naar 15 MWp in 2022. 2023 zag een kleine opleving, met de toevoeging van bijna 18 MWp. Daarna viel het niveau bij de nieuwe projecten verder terug, naar bijna 7 MWp verdeeld over 7 nieuwe installaties. Tot nog toe zijn voor 2025 9 nieuwe projecten ontdekt, met een gezamenlijk vermogen van bijna 8 MWp. Record volumes zijn niet meer te verwachten, het laaghangende fruit is al lang geplukt. Het systeemgemiddelde vermogen in deze categorie (referentie linker Y-as) nam toe naar ruim 1,2 MWp per installatie in 2018, zakte weer in naar 884 kWp, in 2022, en nam in 2023 weer sterk toe naar ruim 1,2 MWp gemiddeld per installatie, verdeeld over 14 nieuwe projecten. In de jaren 2024 en 2025 daalde dit weer naar 975, resp. 866 kWp gemiddeld per nieuwe installatie. Dit kan nog gaan wijzigen indien nieuw opgeleverde projecten voor die jaren achteraf, met meer complete informatie, ontdekt worden.


Tijdens een fietstocht door Nederland in augustus 2025 kwamen we langs de grote rioolwaterzuivering De Groote Zaag in Capelle a/d IJssel (ZH), van waterschap Schieland en de Krimpenerwaard. Het noordelijke deel van het grote erf, wat enkele betonnen kelders bevatte, is sinds de 2e jaarhelft van 2022 gebruikt voor veldinstallatie segmenten, die deels op de verhogingen, en deels ernaast zijn geplaatst. Hierbij zijn delen op ZZO geplaatst, en delen op WZW / ONO. Ook zijn er flinke deelprojecten op diverse daken van het RWZI complex aangebracht, wat aantal panelen betreft vergelijkbaar aan het volume op de grond. Voor het zonneparken overzicht zijn echter uitsluitend de grondgebonden deelprojecten meegenomen, ruim 1.400 stuks. Het grondgebonden deel van dit project valt binnen de Polder PV categorie 500-1.000 kWp.

Veld versus dak

Wat de installaties op de terreinen van drinkwaterbedrijven betreft, dient er scherp onderscheid gemaakt te worden tussen klassieke veldopstellingen (vergelijkbaar met die op RWZI's), en projecten die op de betonnen daken van de reinwaterkelders zijn aangebracht. Deze laatste categorie heb ik bij nadere beschouwing, en navraag bij het CBS, al een tijdje geklassificeerd als byzonder type "rooftop", omdat het "gebouwen" betreft, die echter als byzonderheid hebben dat ze meestal "in de grond" zijn gebouwd, en vaak ook nog eens boven op het betonnen dak een graslaag hebben. In diverse gevallen is daarop een of meer "veldjes" zonnepanelen aangebracht, wat bij Polder PV dus onder de categorie zon op daken is komen te vallen. En wat niet (meer) als "grondgebonden veld-installatie" wordt beschouwd. In sommige overzichten wordt echter nog steeds, onterecht, uitgegaan van "veld" projecten voor deze categorie, zoals in het geautomatiseerde overzicht van de WUR (zie Intermezzo).

In totaal zijn mij tot dusverre in Nederland 18 van dergelijke reinwaterkelder PV-projecten bij waterwinbedrijven bekend, waarvan het totale vermogen 4,8 MWp is, en de gemiddelde omvang 267 kWp per project. Relatief kleine projecten, dus, wat uiteraard heeft te maken met de beperkte omvang van de onderliggende betonnen, grondgebonden gebouwen / waterkelders.

RVO telt te weinig

In de "Monitor Zon-pv 2022 in Nederland" van RVO over het jaar 2021 (publ. datum 30 sep. 2022) stond een merkwaardige opgave. Op p. 42 wordt geclaimd dat in 2021 37 nieuwe projecten bij "de waterschappen" zouden zijn gerealiseerd met een totaal vermogen van 30 MWp, ondersteund met 1 of meer SDE beschikkingen. Polder PV kwam voor dat jaar alleen al voor de RZWI's op 41 projecten (11% meer), met een totale capaciteit van bijna 39 MWp (30% meer), allen met SDE beschikking(en). Daarnaast waren er ook nog 3 nieuwe projecten bij waterwinbedrijven, met een nieuw volume van totaal 2,2 MWp. RVO stelde ook dat er 7 projecten groter dan 1 MWp bijgezeten zouden hebben. Afgaand op datum netkoppeling, komt Polder PV voor de RWZI projecten voor dat jaar zelfs al op 10 projecten groter dan 1 MWp. Met de grootste op RWZI Wervershoof, met ruim 17 en een half duizend zonnepanelen (Webarchive link).


(6) Zonneparken per netbeheerder

Omdat van alle 1.173 door Polder PV gevonden en gedocumenteerde zonneparken ook de betreffende netbeheerder en/of byzondere aansluiting constructie bekend is, heb ik wederom een overzicht gemaakt op wiens grondgebied de meeste projecten cq. het hoogste vermogen aan grondgebonden projecten is te vinden. Zonneparken worden vaak in de wat afgelegener gebieden aangelegd (als je daar in goed befietsbaar postzegel landje Nederland wel van mag spreken), en de netten zijn daar meestal niet erg "dik" uitgevoerd. Wat in veel gevallen al tot een sterke toename van - forse - netcapaciteit problemen heeft geleid, met uitstraling in de wijde omgeving. In ieder geval bij de grootverbruikers, waarvoor stringente aansluit- en contract voorwaarden gelden bij netbeheer.

GDS in opkomst

Een van de zaken waar nog wel wat onduidelijkheden zijn is, dat er een begin is gemaakt met het "ontkoppelen" van sommige grotere projecten, van een directe aansluiting op het net van de regionale netbeheerder. Er worden zogenaamde lokale GDS netwerken aangelegd, waarvoor van ACM een ontheffing verkregen moet worden, gezien de zeer stricte regulering van netbeheer in Nederland. GDS staat voor "Gesloten Distributie Systeem". Waarbij in onderhavig geval bijvoorbeeld meerdere zonneparken via een gezamenlijke (stel) kabels afgetakt worden en richting een trafostation bij een hoogspannings-station worden geleid. Dit kan zelfs al de provinciale grens over gaan (diverse zonneparken in Drenthe > Stadskanaal in Groningen). Een recenter voorbeeld, maar nog niet formeel in zijn geheel opgeleverd, is het 200 MWp grote Eekerpolder project op de grens van 2 Groningse gemeentes, wat met enkele andere grote zonneparken, windturbines, en een grote BESS installatie (accu), via een eigen trafostation, Avermieden, aangesloten gaat worden op het ruim 5 kilometer zuidelijker gelegen, uitgebreide TenneT station Meeden (zie artikel van Novar over dat enorme project).

Diverse projecten waarvan zeker is dat ze, reeds stroom leverend, op zo'n GDS net zijn aangesloten zijn al geïdentificeerd, maar er zijn er waarschijnlijk nog wat meer. Informatie hier over is niet altijd makkelijk te vinden. Tot dat moment staan eventueel betrokken projecten bij de regionale netbeheerder ingedeeld. Zie ook het interessante artikel bij BNR Nieuws, van 7 september 2023: "Nieuw wapen in strijd tegen elektriciteitstekort: Nederland telt straks 100 privé-stroomnetten".

We krijgen vanuit de actuele overzichten van Polder PV de volgende resultaten.


Grafiek (19). In de linker "set" kolommen de aantallen gevonden zonneparken per netgebied, de verzameling kolommen rechts geeft de cumulatieve capaciteit van die zonneparken per netbeheerder aan, in MWp. Bij de aantallen gaat het om "overzichtelijke" hoeveelheden, van 2 exemplaren in het verzorgingsgebied van Rendo Netbeheer, 3 bij Westland NB, 6 bij hoogspannings-netbeheerder TenneT TSO, via 10 bij CoteQ NB, 39 bij het voormalige Enduris in Zeeland (sedert 1 januari 2022 onder de Stedin Holding), en 95 bij Stedin zelf (grootste deel in de Randstad), tot beduidend veel meer exemplaren bij de 2 met stip grootste netbeheerders, Liander (409 grondgebonden zonneparken), resp. Enexis (595 exemplaren; in de vorige update nog 516 stuks).

Van inmiddels 14 projecten is met zekerheid bekend dat ze niet (direct) op het net van de netbeheerder zijn aangesloten, maar op een zogenaamd "GDS-net" gekoppeld, in de bruine kolommen helemaal rechts. De totale hiermee gepaard gaande (minimale) capaciteit is inmiddels al 702 MWp. Hieronder vallen projecten in Flevoland, en meerdere zonneparken in Drenthe. Waarvan het meest spectaculaire voorbeeld het tracé tussen zonnepark Fluitenberg (ZW Drenthe) en het nieuwe trafostation op / naast zonnepark Stadskanaal (provincie Groningen !) is, met een tientallen kilometers lang tracé onder de Hondsrug door, wat 7 zonneparken onder beheer van nieuwe eigenaar (Duits) Blue Elephant verbindt.

Een ander recent voorbeeld is zonnepark "De Dreef" in Valthermond (Drentse gemeente Borger-Odoorn), wat is doorgekoppeld aan het Powerfield deel van het ruim 6 kilometer verderop gelegen Pottendijk complex (zon op wal en carport) in dezelfde gemeente. Middels een accu systeem en een tijdgebonden contract met regionale netbeheerder Enexis, wordt op deze wijze geen (extra) beslag op netcapaciteit gelegd.

In Groningen zijn mij tot nog toe 2 projecten bekend. (1) Zonnepark Stadskanaal Boekerenweg met eigen klantstation (verbinding met div. Drentse zonneparken, gekocht door Blue Elephant) en een private 110 kV kabelverbinding naar het grote Meeden trafo complex van Enexis / TenneT, volgens de boeiende webkaart van hoogspanningsnet.com. (2) Tevens is het eerste deel van het grootste zonnepark van Nederland in aanbouw netgekoppeld opgeleverd, in het najaar van 2025, een deelproject van zonnepark Eekerpolder, op het grondgebied van Meeden, met een SDE beschikking van ruim 94 MWp. Voor meer details, zie het persbericht van Novar over dat project (8 oktober 2025). Dit is een van de delen van het reeds hierboven geschetste, grote GDS netwerk via nieuw station Avermieden.

Er zijn waarschijnlijk al wat meer van dergelijke projecten die aan elkaar zijn gekoppeld via middenspanningskabels in eigen beheer. Als die geïdentificeerd worden, worden ze opgenomen in de speciale GDS categorie.

Er zijn allerlei experimenten gaande om de regionale netten te ontlasten. Een interessante is het uit 2 grote delen bestaande, 71 MWp grote zonnepark Koegorspolder van Shell, in Sas van Gent (Terneuzen), wat deels werd verbonden met de aansluiting van het windpark met dezelfde naam (noordelijke deel), en deels op de grote aansluiting van stroom slokop, Yara Sluiskil werd gekoppeld (zuidwestelijke deel).

Regio uitruil

Er zijn in de afgelopen jaren enkele regio uitgewisseld tussen de netbeheerders. Enexis en Liander hebben in Friesland en Flevopolder gebieden geruild, de hele Noordoostpolder is bijvoorbeeld overgeheveld naar Liander netgebied, met nogal wat gevolgen voor de statistieken bij beide netbeheerders vanwege het daar destijds al aardig geaccumuleerde volume aan PV. Weert (L.) is van Stedin naar Enexis overgegaan. Voormalig netbeheerder Endinet is in zijn geheel overgeheveld van Liander naar Enexis en is de facto opgehouden te bestaan. Dat betreft het netgebied van Eindhoven en Oost-Brabant. Enduris is begin 2022 onder de Stedin Holding paraplu gekomen, maar wordt, vanwege haar zeer specifieke regionale dekking ("Zeeland"), hier nog steeds apart getoond. Een van de nog overgebleven curiosa is Heemstede in Noord-Holland, wat nog steeds onderdeel is van het netgebied van Stedin (wat haar kernactiviteiten in de zuidelijke Randstad heeft), maar wat midden in het verzorgingsgebied van Liander ligt.

Enexis en Liander - "grootmachten"

Als je alleen naar de aantallen projecten zou kijken, zou je kunnen concluderen dat de 2 grootste netbeheerders, Liander en Enexis, elkaar enigszins in evenwicht houden op dit vlak. Dat is echter beslist niet zo, als je naar het opgestelde vermogen kijkt van de verzamelde projecten. Iets waar ik al vaker aandacht aan heb besteed, bij een vergelijking van de totale opgestelde volumes inclusief alle andere PV projecten (incl. residentieel), in een separaat intermezzo op de eind 2021 gepubliceerde uitgebreide CBS zonnestroom statistiek pagina. Op dit vlak is, en blijft, Enexis absolute "alleenheerser", met een verzamelde capaciteit van alweer 3.162 MWp (vorige update 2.657 MWp) aan - uitsluitend ! - grondgebonden zonneparken. In 2023 waren bij deze netbeheerder voor het eerst, in accumulatie, al meer dan 2 GWp aan uitsluitend veldinstallaties aangesloten. En het is de enige netbeheerder die momenteel dus meer dan 3 GWp aan uitsluitend grondgebonden veldprojecten heeft staan.

Dit, terwijl de grootste netbeheerder, Liander inmiddels pas iets over de 2 GWp heeft verzameld, meer precies 2.026 MWp (vorige update 1.761 MWp), 36% minder (vorige update: 34% minder). Liander heeft dus weer, sinds ze in de vorige update weer enigszins op Enexis was ingelopen op dit vlak, wat terrein verloren. Dat Enexis op dit vlak nog steeds heer en meester is komt, omdat in de onder hen vallende provincies de meeste en, vooral, de grootste projecten zijn, en nog steeds worden gerealiseerd, met name in Groningen, Drenthe, Noord-Brabant en Overijssel. Het is een belangrijke (niet de enige) reden, waarom de beschikbare capaciteit voor invoeding op het net vanuit grootverbruik aansluitingen juist in de Enexis regio al lange tijd als eerste "op rood" stonden. Momenteel staan in het grootste deel van Nederland de seinen op rood, volgens de bekende netcapaciteit kaart van Netbeheer Nederland (selectie "teruglevering"). Bijna het gehele Enexis gebied valt daar onder, alleen in noord-oostelijk Groningen is nu enige verlichting ontstaan, door uitbreidingen van het lokale net aldaar.

Enexis (ruim 44%, iets lager dan in vorige update) en Liander (bijna 29%, ook lager dan in vorige update) hebben momenteel gezamenlijk, afgerond, 73% (eerdere updates 74%, resp. 78%), 5.188 MWp (vorige update 4.418 MWp), van de op peildatum 27 januari 2026 totale door Polder PV vastgestelde capaciteit in Nederlandse zonneparken (7.121 MWp) staan. Driekwart van het vermogen in grondgebonden zonneparken vinden we dus bij deze 2 grootste netbeheerders.

De kleinere netbeheerders

Daarbij vergeleken is het bij de kleinere netbeheerders categorie "klein bier", met 416 MWp bij Enduris (Zeeland), en een iets minder hoog volume bij de andere dochter uit de Stedin Groep, het in de Randstad dominant actieve Stedin Netbeheer (409 MWp, totaal Stedin Groep 825 MWp, bijna 12% van totaal volume). Hoogspannings-netbeheerder TenneT heeft inmiddels 345 MWp. Het eerste project was de directe aansluiting van het 103 MWp grote zonnepark Midden-Groningen op hun hoogspannings-station Kropswolde, wat nogal wat voeten in de aarde had als "pilot" voor Nederland. De kleine netbeheerder Rendo NB heeft ook een respectabel, doch gestabiliseerd volume van bijna 42 MWp staan, het resultaat van 2 zonneparken nabij Hoogeveen (Dr.). Coteq Netbeheer heeft inmiddels 15 MWp (10 projecten), en Westland Netbeheer, actief in het gelijknamige kassengebied in Zuid-Holland, draagt de rode lantaarn met maar 3,7 MWp verdeeld over 3 kleinere (overgebleven) veldopstellingen. Nogmaals: het betreft hier uitsluitend grondgebonden zonneparken, voor de andere "niet-rooftop categorieën", zie paragraaf 11.


Byzondere projecten, opslag, en anderszins

Er komen ook anderszins byzondere projecten voor wat de netaansluiting betreft. Beroemd is het grootste particuliere zonnepark van Nederland, Zonneakker Voorst op het erf van Maatschap Gooiker te Wilp. Dat ruim 45 MWp grote project ligt volledig in het netgebied van Liander, in oost Gelderland. Maar, de netaansluiting is gerealiseerd middels een kilometers lange kabel die onder de IJssel door is geboord, en aangesloten op een trafostation van Enexis in Deventer in provincie Overijssel (!). Dat project staat in mijn overzicht m.b.t. de netbeheerders dus onder Enexis vermeld, niet bij Liander ! Ook het reeds genoemde multi-zonneparken projecten van Chint Solar in Drenthe doorbreekt de provinciegrens, de aansluiting ligt naast zonnepark Stadskanaal in Groningen. Het gaat daarbij uiteraard wel om tracé's geheel vallende binnen het werkgebied van Enexis. Al is het in dat geval een privaat GDS netwerk geworden binnen dat netgebied.

Ook wordt er al druk ge-experimenteerd met combinatie aansluitingen met windparken middels cable-pooling (voorbeelden coöperatief wind/zonnepark de Grift in Lent / Nijmegen, en het Groetpolder project in Hollands Kroon, NH), zijn er al diverse opslag projecten om pieken te scheren en/of met een kleinere aansluiting te werken dan normaliter gevraagd (Altweerterheide, L.), om nog wat van de middag overschotten in de avonduren te kunnen gebruiken, en/of om de lokale netbalans op orde te houden (Middelharnis, ZH). In Den Haag voedt een van de zonneparkjes in 't Oor in op het gelijkstroom circuit van de HTM (EVHB bericht 14 april 2021). Combinaties met laad infra beginnen van de grond te komen, en er is al een flinke pilot opgetuigd om zonnestroom overschotten op te slaan in mobiele batterij stations in een aanpalend "trading hub" (De Dijken, gemeente Schagen, NH).

Grotere, én kleinere accu projecten beginnen, zowel bij grotere veldopstellingen, als bij rooftop projecten in congestiegebieden, al rap van de grond te komen, zoals een eerste 5 MWh project bij Zonnepark Bontepolder van Novar in het Zeeuwse Sluiskil, bij het Groningse zonnepark Zuidbroek van Sunvest, en de grote 52 MWh opslag faciliteit bij zonnepark Wanneperveen van Powerfield, in de Kop van Overijssel. Ik probeer die nieuwe BESS projecten gekoppeld aan grote PV projecten zoals zonneparken bij te houden, het gaat in ieder geval vanaf 2025 al zeer snel op dat gebied, zie ook paragraaf 10. Voor CBS statistiek van de grote projecten (geanonimiseerd), zie overzicht van juli 2025. Voor Europa inclusief Nederland, zie de recente rapportage van branche organisatie Solar Power Europe, van 28 januari 2026.

Andersoortige "net ontziende" maatregelen

Woldjerspoor gebruikt een deel van de (over)productie om on-site waterstof voor regionaal vervoer te maken. Een stap die ook gemaakt gaat worden binnen het H2 Hollandia "groene waterstof" project gerelateerd aan het grondgebonden, deels hoog boven waterbassins gemonteerde Vloeivelden Hollandia zonnepark project in Borger-Odoorn (Dr.), zie het persbericht van Novar / SolarFields, en de "final investment decision" voor dat project, begin 2025. De pilot "SinneWetterstof" met H2 productie naast zonnepark Oosterwolde in Fryslân is inmiddels gestaakt, partners GroenLeven en Liander meldden dat ze op zoek waren naar een partij die de waterstof producerende installatie wilde overnemen.

In Zeewolde, is het zonnepark Bloesemlaan van TP Solar door Liander aangesloten op de "reservestrook" van de net infra, wat mogelijk is geworden door een door de netbeheerders gevraagde - en gehonoreerde - aanpassing in de wetgeving. In het door historische omstandigheden ingeperkte elektrische infra landschap van dit moment is geen experiment te gek, of het wordt wel uitgeprobeerd.

De netbeheerders verwachten nog zéér grote volumes aan zonneparken, die zijn gedocumenteerd in hun toekomst-scenario's. Die volumes zijn vrijwel exclusief gebaseerd op verwachtingen van invulling van de opgebouwde SDE subsidie portfolio's. Voor het laatste overzicht van resterend gealloceerd, en al gerealiseerd volume (alle projecten, incl. zonneparken), zie de update van 1 januari 2026 op Polder PV.



Dit project heb ik in een eerdere analyse al eens getoond, en wel in de update van september 2023. Het was toen echter nog een drijvend zonneparkje, bestaande uit 2 delen, elk in een eigen slootje. Er waren veel problemen met de installatie (plantengroei, vogelpoep, elektrische miserie, flinke beschadigingen), en na veel wikken en wegen, is door de eigenaar, gemeente Alphen aan den Rijn, besloten, het hele drijvende project te laten verwijderen, de modules te laten testen, en wat nog goed was in zijn geheel naar een veldopstelling naast de oorspronkelijke locatie te verplaatsen. Polder PV bezocht regelmatig deze site, en wist de volledig gerenoveerde, en ongeveer in het eerste kwartaal van 2025 weer opgebouwde installatie in september van dat jaar te vereeuwigen. Een groot deel van de oude, met Exasun back-contact cellen voorziene modules, is weer hergebruikt, enkele tientallen beschadigde / slechte panelen lijken te zijn vervangen door nieuwe (onbekende) exemplaren. Het project is verplaatst van de deelverzameling "drijvend" naar "veld" in de overzichten van Polder PV, en valt daar onder de project categorie 50-500 kWp.


(7) Zonneparken per eigenaar nieuw

In deze nieuwe paragraaf ga ik kort in op het eigenaarschap van zonneparken, met name de grotere exemplaren. Hier is in het verleden wel eens wat over gerapporteerd, vaak met een negatieve insteek, waarbij afgegeven wordt over een hoog percentage eigendom "in handen van buitenlandse investeerders" (o.a. artikel AD van 16 januari 2021, en antwoorden op kamervragen van kamerleden Stoffer en Bisschop, daaromtrent). Zie ook het commentaar in een ouder artikel van RTV Noord in november 2019, en een artikel over deze materie in de Volkskrant van 25 juli 2022.

De zonneparken markt is al vanouds een globale, waarbij kapitaalintensieve investeringen zoals voor de (zeer) grote zonneparken vaak, na gebleken goede prestatie, worden doorverkocht aan investeerders die de projecten voor de resterende termijn (periodes van 15 tot meer dan dertig jaar) exploiteren en laten onderhouden, waar nodig. Soms gebeurt het zelfs dat een investeerder besluit om een recent gekocht project, of portfolio, weer door te verkopen aan een andere partij, omdat er een policy change is bij de leiding van het bedrijf. Dit geschiedde bijvoorbeeld in de zomer van 2025, bij de verkoop van een portfolio aan reeds gerealiseerde (120 MWp), en nog geplande grote zonne-projecten, door het Noorse Statkraft, aan het Nederlandse Greenchoice. Dit alles is niets nieuws onder de zon, deze wijze van financieren en beheer van project portefeuilles is al zo oud als de energiesector. En niets om je druk over te maken.

Aan de andere kant van het spectrum vinden we honderden kleinere zonneparken, waarvan het eigendom vrijwel altijd lokaal is, hetzij bij particulieren, hetzij bij lokale bedrijven, instellingen, gemeentes, e.d. Een groot deel van deze kleinere projecten is zeer slecht bekend bij de autoriteiten, en bij organisaties die (blind) gebruik maken van data van de overheid. Dergelijke essentiële info wordt zelfs niet meegenomen in officiële statistieken. Polder PV heeft hiervan, zoals uit de huidige analyse wederom blijkt, een fors deel reeds in de peiling, uitgebreid gedocumenteerd, en meegenomen in dit overzicht.

In de Lokale Energie Monitor en, afgeleid, de Participatie Monitor van HIER, worden reeds enkele jaren inventarisaties gedaan van het aandeel "lokale participatie" bij met name de middenklasses zonneparken (en tevens windenergie projecten). De eigendoms-verhoudingen kunnen daarbij zéér complex zijn, tot soms financiële bijdrages van én SDE subsidie, én SCE subsidies (soms zelfs voor verschillende energiecoöperaties bij hetzelfde project!), en/of enige vorm van crowdfunding, bijdragen aan lokale omgevingsfondsen, aanbod van verduurzaming van woningen in de regio, etc. Er zijn daarbij verschillende vormen van participatie, ook bij "het proces van ontwikkeling" van het desbetreffende project, alsmede bij de financiële participatie voor, en/of na realisatie van het project. De bekende publicaties van HIER gaan hier dieper op in, het gaat veel te ver om dat hier te dupliceren. Voor de details in de meest recente Lokale Energie Monitor van 2024 zie hier. Voor de laatst bekende Monitor Financiële Participatie 2023 zie hier.

Zonnepark portfolio's bij de grootste eigenaren

In tegenstelling tot het zeer beknopte onderzoek in het hierboven gemelde artikel in het Algemeen Dagblad ("van de 33 grootste zonneparken inmiddels 79 procent in buitenlandse handen" - status 2021), is het belangrijker om breder te kijken. Polder PV heeft daartoe voor het eerst uitgebreider gekeken naar de eigendoms-constructies bij de grote portfoliohouders, die immers meerdere zonneparken onder hun beheer hebben (verkregen). En wat een veel genuanceerder beeld geeft van het "aandeel buitenlands eigendom". Dat was wederom veel werk, talloze details over projecten zijn minutieus gecheckt. Nog zeker niet van alle projecten zijn de precieze eigendoms-verhoudingen bekend, dus deze status is nog voorlopig. Eigenaren van slechts 1 groot project zijn hier nog niet in meegenomen, en vallen sowieso buiten de hier onder weergegeven "top tien".

Hier onder geef ik een tabel met de tien grootste eigenaren van alleen de grondgebonden zonneparken in Nederland, gemeten naar de totale daarmee gemoeide capaciteit.

  1. Novar (ex Solar Fields) - 22 stuks, 699 MWp (NL)
  2. Blue Elephant - 26 stuks, 675 MWp (D)
  3. Encavis - 19 stuks, 393 MWp (D)
  4. CEE Group - 12 stuks, 372 MWp (D)
  5. Sunvest / ProfiNRG - 12 stuks, 326 MWp (NL)
  6. Powerfield - 12 stuks, 269 MWp (NL)
  7. FP Lux - 11 stuks, 221 MWp (Lux.)
  8. Shell - 6 stuks, 203 MWp (UK ex NL)
  9. HVC - 10 stuks, 197 MWp (NL)
  10. Klimaatfonds Nederland - 8 stuks, 165 MWp (NL)

De eerste tien zonnepark portfolio eigenaren hebben een verzameling reeds netgekoppelde zonneparken goed voor 3,52 GWp in beheer, wat 49% is van het totaal aan grondgebonden zonneparken momenteel bekend bij Polder PV. Alleen Novar neemt 9,8% van het totaal voor haar rekening. Bij de top tien is de helft van de portfolio eigenaren afkomstig uit Nederland. De overige vijf zetelen in (bijna) buurlanden, Duitsland, Luxemburg, en het Verenigd Koninkrijk (Shell heeft het hoofdkantoor verplaatst van Nederland naar UK). Het eigendom van de helft van het totaal aan grotere veldinstallatie portfolio's is en blijft dus een duidelijk west-Europese aangelegenheid.

Rekken we het aantal op naar de 25 grootste portfolio eigenaren, bezitten deze momenteel 4,89 GWp aan grondgebonden veldinstallaties, goed voor 69% van het totaal volume. Daarbij zitten de reeds genoemde eigenaren uit bovenstaande landen, en verder uit Denemarken (Obton), Portugal (Kronos, sinds 2022 onderdeel van Portugese EDPR Renewables), België (Energy Solutions Group / Patronale), en Zweden (Vattenfall).

Als we ook de floating solar projecten optellen bij bovengenoemde veldinstallaties, verandert er in de top tien bijna niets. De enige nieuwe toevoeging is hier Energy Solutions Group / Patronale, wat op de 8e plaats komt in die rating. Het verzamelde vermogen van veldprojecten + drijvende installaties is bij de eerste tien grote eigenaren 3,68 GWp (wederom 49% van totaal volume veld + drijvend).

De verhoudingen blijven vergelijkbaar (incl. ESG / Patronale) als ook de vrijstaande solar carports en zon op infra projecten worden meegenomen. Met deze toegevoegde projecten claimen de eerste tien portfolio eigenaren 49,1% van de totaal volumes van de vier categorieën. Bij de 25 eigenaren met de grootste portfolio's is het 68,5%.


(8) De klein(st)e veldopstellingen

Polder PV heeft het regelmatig over talrijke vondsten van "nog kleinere" zonneprojecten op de grond, die buiten alle officiële statistieken vallen. Het zijn vaak toevalstreffers, gevonden tijdens fietstochten zoals dit exemplaar op Nieuwjaarsdag 2021, en deze sjieke tijdens een fietsvakantie in Noord-Brabant. Of ontdekt tijdens scans van luchtfoto's (recent voorbeeld), toevallige "encounters" op websites van installateurs, e.d. Soms vinden we de kleinere installaties op vrij onverwachte plekken (voorbeeld), al blijkt juist die installatie inmiddels weer te zijn verdwenen, omdat er nieuwbouw is gepleegd op die locatie. Het is een van de paar exemplaren, die inmiddels weer in de lijst "afvoer" is beland, maar die is nog zeer beperkt van omvang. Er wordt sowieso vrijwel nooit aandacht aan "afbraak" besteed in de publieke ruimte, dus je moet maar net toevallig op een foto (met verdwenen installatie), of een zeldzaam bericht over zo'n casus stuiten.

In ieder geval is onderhavig type kleine veldinstallaties een zeer sterk groeiende, ik mag wel zeggen inmiddels zeer populaire categorie, waarvan het bekende of berekende vermogen onder de zogenaamde RES-drempel ligt (derhalve, projecten met een capaciteit tot en met 15 kWp). Ik hield hier al jarenlang een wat ruwe verzameling van bij in een aparte folder. Omdat ik er al rap steeds meer vond, en ik er van overtuigd was, dat er "nogal" wat van dergelijke kleine projectjes in tuinen, op erven, naast kleine bedrijven e.d. zijn te vinden, heb ik die folder op gegeven moment flink overhoop gehaald, gereinigd van alle rommel, en heb ik alle projectjes netjes per provincie gerangschikt. De invoer is daarna structureler geschied, zodat een actueel overzicht inmiddels makkelijker is op te maken.

Ik kom, met weer een behoorlijke hoeveelheid toevoegingen sedert de voorgaande update, met destijds 762 kleinste veldopstellingen, momenteel, op peildatum 27 januari 2026, tot de volgende bevindingen, weergegeven in onderstaande tabel 2. Nogmaals, deze verzameling telt NIET mee voor de officiële statistieken, en verzuipt waarschijnlijk in de enorme berg "residentiële rooftop projecten", zoals het CBS die karakteriseert. Want dat data instituut "kent" deze categorie helemaal niet.

Provincie / totaal
Aantal kleine veldinstallaties <= 15 kWp
Aantal panelen
Gemiddeld aantal panelen per project
Groningen
18
386
21,4
Fryslân
40
801
20,0
Drenthe
150
3.840
25,6
Overijssel
271
7.390
27,3
Gelderland
134
3.756
28,0
Flevoland
2
66
33,0
Utrecht
14
387
27,6
Noord-Holland
40
1.173
29,3
Zuid-Holland
54
1.298
24,0
Zeeland
16
387
24,2
Noord-Brabant
96
2.724
28,4
Limburg
13
381
29,3
Onbekend
45
1.272
28,3
Nederland TOTAAL (27-1-2026)
893
23.861
26,7

Tabel 3. Het totaal aantal gevonden projecten is al opgelopen naar 893 stuks, 17% meer dan in de vorige update. Hierbij zijn er al 23.861 panelen op kleine veldopstellingen geteld in deze categorie. Het gemiddelde aantal panelen bij deze kleinste categorie is, voor zover deze zijn meegenomen, bijna 27 stuks per project (achter de komma marginaal hoger dan in de vorige update). Met een range tussen de 20 (Fryslân) en ruim 29 (Noord-Holland en Limburg). In Flevoland heb ik tot nog toe nog maar 2 projectjes gevonden, het hoge gemiddelde daarvan zegt dus nog niet zoveel. De meeste projecten heb ik tot nog toe in Overijssel, Drenthe en Gelderland gevonden, wat deels te maken zal hebben met het feit dat wij daar regelmatig op de fiets of te voet zijn geweest, waarbij natuurlijk dergelijke mini projectjes meteen zijn "meegenomen". Maar ook het regionale en lokale beleid kan hier helpen, vaak worden dergelijke installaties slechts met een "lichte" vergunning door het lokale bestuur getolereerd, waarbij "eigen gebruik" vaak een criterium is. De ene na de andere aankondiging voor dergelijke mini projectjes vinden we terug in de diverse Gemeentebladen, overal in Nederland. Vooral de stijging in onze vakantie provincie Overijssel, het ooit kloppende hart van de BBB, die grondgebonden zonneparken helemaal niets vond, en het liefst overal een hard verbod wilde op grote projecten, is spectaculair (eerste update nog 80 stuks, inmiddels een factor 3,4 maal zoveel, naar een record volume van al 271 opstellingen).

In de categorie "onbekend" vinden we nog 45 kleinere veldopstellingen terug die niet aan een bepaalde provincie toegewezen konden worden. Het betreft vaak verder niet gespecificeerde foto's op websites van installatiebedrijven die trots tonen dat ze ook ervaring hebben in deze specifieke categorie installaties.

In werkelijkheid zal er uiteraard véél meer van dergelijk spul al zijn gerealiseerd, dan in deze ververste tabel getoond. En de verwachting is dan ook dat het aantal gevonden exemplaren verder zal gaan toenemen, wat t.o.v. de vorige update ook is uitgekomen. Polder PV krijgt o.a. via het Bluesky forum soms al spontaan nieuwe kleine installaties "aangereikt", omdat hij daar al vaker aandacht heeft besteed aan het bestaan van dergelijke kleinschalige veld-projectjes. En daar ook regelmatig eigen foto's plaatst.

Enkele malen ben ik nu, als ik er tijd voor heb, op willekeurige plekken, maar wel in gemeentes met wat grotere woning percelen meer systematisch luchtfoto's gaan "scannen", en heb ik zo al binnen relatief korte tijd nieuwe projectjes gevonden. Dit doet vermoeden, dat er al veel meer van dergelijke installaties staan, dan menigeen bevroedt.

Het zullen er uiteindelijk, mede gezien de trend, en de hoge score bij de vondsten, vermoedelijk "een paar duizend" kunnen zijn in heel Nederland. Voor Flevoland heb ik nog maar 2 projectjes gevonden, wat deels heeft te maken met de strak geplande, vaak eenvormige planning van de woningbouw daar, met relatief kleine tuinen. Er staat daar natuurlijk al enorm veel windturbine capaciteit, talloze boerderij daken zijn al voorzien van forse PV generatoren, én zijn er enkele zeer grote zonneparken. Mogelijk is daar is geen echte "behoefte" aan een kleine installatie in de eigen tuin. Maar dat kan slechts een kwestie van tijd zijn. Mocht u andere kleine projecten kennen in Flevoland, hoor ik dat natuurlijk gaarne van u (via e-mail).


Voorbeeld van een veldopstelling bij een particulier, met 24 panelen, bijna pal O/W gericht, landscape, met zeer lage hellingshoek, en overkapping voor de omvormer, midden in het grasveld. Daarmee behoort dit exemplaar in het westen van Overijssel, wat we tijdens een fietstocht in april 2024 toevallig tegenkwamen, tot de categorie "sub 15 kWp", die niet wordt meegeteld in de cijfers voor het behalen van de oude RES doelen (wind en zon op land). De categorie is de afgelopen jaren zeer populair geworden, en zal vermoedelijk nog aardig door gaan groeien, gezien de vele toevallige encounters in het landschap, en de grote hoeveelheid van dergelijke kleinere projectjes, die reeds via goede luchtfoto's door Polder PV zijn getraceerd.


(9) Oppervlakte claim van zonneparken in Nederland

9a. Evolutie van gemiddelde oppervlakte claim zonneparken en relatieve vermogens MWp/ha

In een dichtbevolkt land waar gebruik van "de ruimte" altijd een gevecht is tussen diverse belanghebbende partijen, rijst regelmatig de vraag op naar het ruimtebeslag van decentrale stroomopwek opties als zonneparken. Uiteraard is Polder PV daar met zijn eigen, in jaren opgebouwde harde project data opnieuw mee aan de slag gegaan. Om de feiten daarover onafhankelijk vast te stellen. Van alle zonneparken heb ik, zodra daar duidelijk foto materiaal van beschikbaar was, met name lucht- en/of satellietfoto's, de oppervlakte bepaald. Niet, zoals Univ. Wageningen in hun eerder verschenen zonneparken rapport deed, met automatische algorithmes waarbij een "vaste" pixel afstand tot de randen van de gedetecteerde generator werd genomen, en waarbij ook - soms zeer forse - tussenruimtes "binnen" het zonnepark van de grondclaim worden uitgesloten. Ik benader de materie ten eerste pragmatischer, omdat die binnenruimte bijna nooit voor iets anders dan de facto "braak" legging wordt gebruikt, en dus bijvoorbeeld ook niet aan "landbouw" toegewezen kan worden of iets anders. Vaak worden ze gelaten voor wat het is, en/of voor verhoging van de biodiversiteit binnen het geheel bijvoorbeeld met bloemen- of kruidenmengsels ingezaaid. Regelmatig vindt er schapen beweiding plaats binnen de grenzen van het park, waardoor de grens tussen zonnepark (evt. gewijzigde bestemming) en "agrarisch medegebruik" vervaagt.

Die binnenpercelen neem ik mee in de totale oppervlakte berekening, tenzij een zonnepark uit duidelijk verschillende onderdelen bestaat, zoals het Beemte-Broekland project, oorspronkelijk van Statkraft / Solarcentury, maar overgenomen door Encavis, in het noord-oosten van Apeldoorn Gld. (6 segmenten, Google Maps link), het Zonneweihoek project van Odura bij Roosendaal NB, wat uit 3 separate onderdelen bestaat (GM link), of Zonnepark Groensebos (50/50 project Ampyr Solar / Echt-Susteren Energie Coöperatie), met 3 grotere velden (3 oriëntaties) en 1 kleiner perceel met agri-PV pilot (GM link). Mijn metingen volgen bijna altijd de met hekwerken afgezette buitenrand van de betreffende zonneparken en/of de betreffende afzonderlijke deel-percelen, die immers ook de juridische basis van dergelijke entiteiten vormen (erf-afscheiding). Of er wordt een logischer periferie genomen als het om kleinere deel percelen op een groter erf gaat, zoals heel vaak bij rioolwaterzuiverings-installaties gebeurt. Google Maps heeft hiervoor bijvoorbeeld een zeer handige tool waarmee goed, en nauwkeurig, de oppervlaktes van zonneparken en -segmenten zijn te bepalen. Ook bij die projecten die "scheef" in het landschap staan, of die een zeer onregelmatige buitenperiferie vertonen, e.d.

Er is voor deze update weer veel werk verzet om van alle zonneparken, waarvan de oppervlakte nog niet duidelijk was, zo exact mogelijke metingen te doen om de "echte" oppervlakte te kunnen bepalen. Dit gebeurt sowieso al standaard bij alle nieuwe entries in de al lange lijst van Polder PV.

In onderstaande worden deze oppervlakte claims gedetailleerd grafisch uit de doeken gedaan.


In de hierboven afgebeelde grafiek (20) worden twee belangrijke parameters weergegeven voor klassieke grondgebonden zonneparken. Ten eerste, in blauwe kolommen (referentie: rechter Y-as), de gemiddelde oppervlakte van de zonneparken per jaar van netkoppeling, in hectare per project. In de begin jaren, toen er nog maar een handvol projecten per jaar werden opgeleverd, ging het nog maar om kleine projecten tussen de 0,1 en 0,6 hectare gemiddeld per stuk. De data zijn soms duidelijk verschillend van de situatie in de update van december 2024. De reden is, dat er regelmatig, vaak kleinere veldopstellingen worden gevonden uit oudere jaargangen, die de oppervlakte gemiddeldes in die jaren behoorlijk in negatieve zin kunnen beïnvloeden, zeker als er weinig projecten zijn opgeleverd in onderhavig jaar. Een andere reden kan zijn, dat oudere veld projecten verwijderd zijn, en dus niet meer in de groslijst van Polder PV voorkomen. Afwijkingen t.o.v. de situatie in de vorige update gelden nog meer voor de verder afgeleide parameter, kWp/ha, zie de paragraaf hier onder.

Vanaf 2015 zien we een duidelijke stijging, startend met 0,6 ha, via 1,5 ha in 2016 en 2,5 ha in 2017, en vervolgens naar gemiddeld 4,8 tot 4,3 ha per project in de jaren 2018 en 2019. In 2020 werd de hoogste claim tot dan toe bereikt voor een volledig kalenderjaar: gemiddeld, per project, 5,4 ha. Daarbij zaten uiteraard uitschieters naar boven en naar onder, tussen 93 ha voor het toen even grootste zonnepark Vlagtwedde (Groningen), en 0,013 ha voor een kleine veldopstelling in Rijsenhout (NH).

De data voor 2021 laten weer een flinke terugval zien, naar gemiddeld 3,8 ha voor de tot nog toe bekende 170 nieuwe zonneparken, elk >15 kWp, dat jaar (5 meer dan in de vorige update), omdat er de nodige projectjes zijn terug-gevonden die relatief klein zijn, en daardoor het jaargemiddelde verder onder druk zetten. Die trend is direct weer ongedaan gemaakt met de tot nog toe bekend geworden, 170 geregistreerde netgekoppelde projecten in 2022 (13 exemplaren meer dan bekend in de update van december 2024). Waarbij het niveau weer hoger is komen te liggen, op gemiddeld 4,8 ha per zonnepark. Dat is wederom lager dan de 5,3 ha per zonnepark in de vorige update (december 2024), en véél lager dan het gemiddelde van 9,8 ha in de update van januari 2023. Wat ook direct aangeeft, dat we voorzichtig moeten zijn met cijfers uit tussenliggende rapportages, omdat die bij zo'n relatieve, afgeleide parameter nog behoorlijk sterk kunnen wijzigen door diverse toevoegingen aan dat jaar. Met name door vondsten van meerdere kleinere installaties die daarvoor aan de radar waren ontsnapt, kunnen de wijzigingen bij deze parameters substantieel zijn, zoals de wijzigingen in het gemiddelde wederom laten zien voor dit jaar.

Om dezelfde reden moeten we nog voorzichtig blijven bij het gemiddelde voor 2023. Momenteel ligt dat op gemiddeld 3,9 ha per project, waarvan er tot nog toe 177 exemplaren bekend zijn geworden (alweer 33! meer dan in de update van december 2024). In de update van september 2023 was het nog 8,2 ha per project, dus ook hier is de "terugval" naar lagere gemiddelde oppervlakte claims opvallend te noemen, maar logisch vanwege de forse toevoeging van nogal wat kleinere veldopstellingen. Ook genoemde 3,9 ha/project is dus beslist nog geen "eindstation" voor dit jaar.

Tot nog toe is bij de al getraceerde, zeker netgekoppelde 89 zonneparken in 2024 (34 meer dan in de nog zeer voorlopige data van december 2024), de gemiddelde oppervlakte claim zeer hoog, 9,8 hectare. Dat is wel al een stuk lager dan de 12,5 hectare in de eerste update voor dat jaar. Maar zoals we bij de voorgaande jaren hebben gezien, zal bij de vondst, en opname van de ongetwijfeld nog volgende meerdere kleinere projecten, dat gemiddelde weer verder neerwaarts worden bijgesteld in komende updates. Pas in een veel later stadium, wanneer de informatie over 2024 meer compleet is, en geconsolideerd, kunnen we de echte trend op dit niveau vaststellen.

Hetzelfde geldt natuurlijk voor 2025, waarvoor nu nog slechts zeer voorlopige eerste cijfers beschikbaar zijn. Data voor dit jaar zijn nog lang niet compleet, en veel informatie is nog niet beschikbaar. Tot nog toe zijn er 70 projecten bekend bij Polder PV, met een gemiddelde oppervlakte claim van 9,3 hectare, dus iets lager dan het gemiddelde in het voorgaande jaar.

Vooralsnog lijkt het er op dat er globaal een gemiddelde oppervlakte tussen de 4 en 5 hectare per nieuw project is bereikt in de jaren 2018 tm. 2023. Voor recentere jaren zullen we moeten wachten op meer complete cijfers.

Opgesteld vermogen terug gerekend naar oppervlakte eenheid

In de groene kolommen, met als referentie de linker Y-as, wordt in bovenstaande grafiek een verder afgeleide parameter getoond, de "potentiële energie dichtheid" die is gerealiseerd. Dat is hier uitgedrukt in opgestelde nominale capaciteit van de PV generator (voor zonneparken meestal in MWp [grotere] of kWp opgesteld vermogen voor de kleinere projecten) gedeeld door het gemeten, dan wel door ontwikkelaars opgegeven oppervlak van het project (meetmethode Polder PV: buiten perimeter, meestal de hekwerken volgend). Dan krijgen we een interessante variabele, uitgedrukt in kWp/ha (kilowattpiek nominaal generator vermogen per hectare). Omdat dit een dubbel afgeleide variabele betreft, hebben toevoegingen van pas laat gevonden projectjes voor de oudere jaargangen, met per jaar nog maar weinig veld-installaties, flink wat invloed. We zien dat goed als we de grafieken van de huidige, met die van de update in december 2024 vergelijken.

Er zijn de nodige wijzigingen geweest bij individuele projecten, die ten grondslag liggen aan deze veranderingen. Ten eerste zijn nogal wat oppervlakte metingen aangepast, verbeterd, en zijn er ditmaal voor het eerst door Polder PV voor veel projecten middels metingen oppervlaktes vastgesteld. Ten tweede kunnen de relevante capaciteit data ondertussen ook zijn aangepast, verbeterd, of voor het eerst (bij benadering) duidelijk geworden. Ten derde, omdat we het hier over relatieve verhoudingen hebben, met 2 verschillende inputs, kan het eindresultaat soms flink verschillen van de situatie in de voorgaande update.

Deze variabele, kWp per hectare, begint, voor 2012, op een niveau van 779 kWp/ha, neemt in 2013 toe naar 937 kWp/ha, waarna 2014, met 12 nieuwe projecten, een duidelijke dip vertoont, 681 kWp/ha.

Vervolgens stijgt de relatieve capaciteits-claim weer, naar waarden tussen de 781 en 960 kWp/ha in 2015 en 2016, gevolgd door wederom een tussentijdse, lichte dip van 926 kWp/ha, voor de inmiddels 36 gevonden nieuwe zonneparken, netgekoppeld in 2017.

Daarna is bij deze parameter duidelijk "het gas er op gegaan". Er is, mede door steeds krachtiger PV modules, en een steeds efficiëntere, compactere bouwwijze, steeds meer vermogen per oppervlakte eenheid gerealiseerd, van 2018 tot en met 2025. Ook de toename van oost-west opstellingen heeft de vermogensclaim per hectare flink opgekrikt in de afgelopen jaren. Al is dat meestal minder geschikt voor bevordering van de biodiversiteit vanwege beperkte licht-toetreding tot de grond, tenzij weer mitigerende extra maatregelen worden genomen, zoals opknippen van de module velden, brede openingen in de nok van de O/W tafels, eventueel extra ruimte tussen modules of secties in de tafels, en, ook al in sommige gevallen gepraktizeerd, toepassing van (duurdere) doorzicht- en/of glas/glas panelen.

In 2018 werd met 96 nieuwe zonneparken een vermogens-dichtheid van 969 kWp/ha gehaald. In het daar op volgende jaar, 2019, werd, met 107 toevoegingen, voor het eerst in de geschiedenis, gemiddeld genomen, de piketpaal van iets meer dan een MWp per 10 duizend vierkante meter "footprint" gepasseerd (1.031 kWp/ha).

Maar daar bleef het niet bij. Met de tot nog toe gevonden 170 nieuwe exemplaren ging de schaalvergroting bij de zonneparken in 2020 verder, en bereikte deze extra deelpopulatie alweer een footprint van 1.162 kWp/ha. De trend werd met 174 nieuwe projecten gecontinueerd, en bereikte in 2021 alweer 1.227 kWp/ha. In 2022 ging er nog een schep bovenop, de ratio ging naar 1.293 kWp/ha, met een iets kleiner aantal nieuwe projecten, 170 stuks (wel 13 meer dan in de vorige update).

Het record volume van 177 nieuw gevonden netgekoppelde projecten in 2023 (33 meer dan in de vorige update) bereikte een gemiddelde vermogens-dichtheid van alweer 1.355 kWp/ha. En, alsof dat nog niet genoeg was ging de toename zo'n beetje rechtlijnig verder, en bereikte deze ratio een hoog niveau van 1.384 kWp/ha in 2024, bij de nog relatief weinig bekende, 89 nieuwkomers. Ook bij de nu eerst bekende 70 nieuwe installaties in 2025, ging de capaciteitsclaim per oppervlakte nog steeds verder omhoog, naar, voorlopig, een record niveau van 1.463 kWp/ha (gearceerde groene kolom). Dat ligt alweer een factor 2,1 maal zo hoog dan bij deze ratio in 2014.

Zoals al eerder gememoreerd, zullen zeker cijfers voor recentere jaargangen beslist nog substantieel kunnen gaan wijzigen, met nog te verwachten toevoegingen, en eventuele project data wijzigingen voor het betreffende jaar. Als er veel kleinere projecten bijkomen, kan dat gemiddelde niveau ook lager uitpakken. Het kan ook nog zelfs toenemen, zoals duidelijk werd in een eerdere update voor 2023. Hoe de vlag er uiteindelijk bij zal komen te hangen zullen we pas in een later stadium te weten komen.


b. Jaarlijkse en totale oppervlakte claim Nederlandse, grondgebonden zonneparken

Grafiek (21). Van de op peildatum 27 januari 2026 1.173 reeds netgekoppeld opgeleverde grondgebonden zonneparken, elk >15 kWp, kon de oppervlakte van 1.160 exemplaren reeds goed resp. redelijk betrouwbaar vastgesteld worden. Hetzij middels plausibele opgaves van ontwikkelaars, hetzij vastgesteld m.b.v. eigen, nauwkeurige oppervlakte metingen met o.a. de Google Maps tool. Deze 1.160 projecten claimen, inclusief de niet bezette "binnen percelen" binnen eventuele hekwerken, een volume van, afgerond, 5.591 hectare, eind 2025. De bereikte totalen in vorige updates waren als volgt: 4.807 ha in de update van 17 december 2024, 3.838 ha in de update van 17 september 2023, 3.426 ha in de update van 23 januari 2023, 2.959 ha in de update van 26 april 2022, respectievelijk 2.354 ha in de update van augustus 2021.

Hieruit volgt voor eind 2025, een gemiddelde van ongeveer 4,8 ha per gerealiseerd grondgebonden zonnepark met een omvang >15 kWp, wat, weer iets lager is dan de 4,9 ha in de voorgaande update. Dit is vermoedelijk het gevolg van het feit dat ik steeds meer oudere en nieuwe veldopstellingen weet te vinden, die, door opname in de huidige database, de projectgemiddelde oppervlakteclaim onder druk is gaan zetten.

Opvallend is, dat veel ooit door ontwikkelaars uitgesproken oppervlakte claims, achteraf bezien, aan de ruime kant blijken te zijn. De werkelijke, gemeten oppervlaktes, zijn vaak iets, tot een stuk kleiner dan die opgaves. En dan nog zijn de resulterende volumes "ruime opgaves", omdat meestal alle open ruimtes binnen de (gemeten) hekwerk periferie gewoon worden meegeteld door Polder PV. Als gevolg daarvan, zijn de meeste oudere jaarkolommen in de grafiek lager dan in de vorige update. Uitzonderingen op deze regel zijn er ook. In de jaren 2018 en 2020 zijn de uiteindelijke (gemeten) oppervlaktes in totaal wat groter dan in de vorige update. Ook voor 2024 is er zelfs een forse toename van de oppervlakte, maar dat komt omdat er zonneparken bij de totaal telling voor dat jaar zijn bijgekomen (wegens o.a. sterk vertraagde administratie van hun oplevering). 2025 verrast met al een hoge toevoeging met een relatief beperkt aantal zonneparken, bijna 621 hectares. Dat is al bijna even hoog als de al flink geconsolideerde jaarvolumes in 2021 en 2023, met vermoedelijk nog wel het een en ander aan gerealiseerd volume te gaan, waarvan de netkoppeling nu nog niet bekend is.

Missende oppervlaktes

Van de meeste van de 13 nog niet bekende projecten is de oppervlakte relatief bescheiden, het zijn grotendeels kleinere projecten. Maar er zitten ook enkele grotere netgekoppelde zonneparken bij, waarvan nog geen duidelijke oppervlakte is opgegeven, en/of waarvan nog geen goede luchtfoto's bekend zijn, zodat deze ook niet gemeten kon worden. Die data worden later bekend, als goede / betere / actuele luchtfoto's van die lokaties tot de beschikking komen van Polder PV. Het gaat bij genoemde projecten, met name vanwege een tweetal grotere projecten, om een gemiddeld vermogen van 1,6 MWp per project (totaal ruim 21 MWp). Zouden we puur hypothetisch van gemiddeld zo'n 1 hectare per MWp uitgaan, zou aan de hierboven genoemde reeds bekende 5.591 hectare nog zo'n 21 ha toegevoegd moeten worden, en zouden we in totaal dus al op zo'n 5.612 ha kunnen zitten op de peildatum. Pas later zal blijken hoe e.e.a. zal uitpakken, als de werkelijke oppervlaktes bekend zijn geworden.

Evolutie oppervlakte claim grondgebonden zonneparken

Tot 2015 is er vrijwel "niets" gebeurd op het vlak van ruimte beslag door zonneparken. In 2016-2017 begon er een merkbare claim te komen (44 ha nieuw in 2016, 89 ha in 2017, blauwe kolommen, referentie linker Y-as). In 2018 en 2019 was er een progressieve ontwikkeling, met toevoegingen van 459 resp. 456 ha. 2020 is tot nog toe duidelijk recordhouder, met 910 hectare grond claim toegevoegd. Waarbij uiteraard ook moet worden toegevoegd, dat niet noodzakelijkerwijs alles op voorheen als zodanig "bestemde" cultuurgrond is gebouwd. In 2021 was dat weer beduidend minder, een nieuwe claim van 659 hectare. De oppervlakte van 170 tot nog toe bekende nieuwe netgekoppelde zonneparken in 2022 (van 1 exemplaar nog niet bepaalbaar), gemiddeld genomen behoorlijk grote projecten, voegden nog eens 803 hectare toe. In 2023 zakte de nieuwe claim weer flink naar beneden. Met een record van 177 nieuwe projecten werd "slechts" 683 hectare toegevoegd. Uiteraard is dit veel hoger dan de toen nog zeer voorlopige, aller-eerste resultaten voor dat jaar, in de update van 17 september 2023 (toen nog slechts 269 hectare bekend).

De 89 tot nog toe bekende, en gemeten projecten in 2024, claimen voorlopig al 850 hectares, niet ver verwijderd van het recordvolume in 2020. 2025, met 70 nu bekende projecten, heeft een beduidend lagere oppervlakte claim, 621 hectares (gearceerde kolom achteraan). Bovendien gaat daar natuurlijk nog het nodige aan toegevoegd worden. Hoeveel is nog niet bekend. Alleen al de status van netkoppeling (1e stroom levering) van zonneparken aan het eind van het kalenderjaar zal langere tijd onzeker blijven, dus we komen hier waarschijnlijk pas dit jaar (2026), of zelfs later, met wat eerste richting gevende cijfers voor 2025, en, in mindere mate, voor 2024. Als een project nog niet netgekoppeld bleek te zijn op 31 december (2025), wordt onderhavig zonnepark onherroepelijk bij Polder PV overgeheveld naar het nieuwe jaar.


c. Cumulatieve grond claim alle "RES-fähige" grondgebonden zonneparken >15 kWp in Nederland

De cumulatieve grond claim van de door Polder PV gescoorde zonneparken wordt in de oranje streepjes lijn weergegeven (referentie rechter Y-as in bovenstaande grafiek), waarbij in 2019 de eerste duizend hectare werd overschreden. De cumulatie curve bereikte, vanwege de neerwaartse bijstellingen van de geclaimde oppervlaktes in voorgaande jaren, in tegenstelling tot een eerdere versie, de 2.000 hectare grens niet al in 2020, maar pas (vroeg) in 2021. De 3.000 hectare zal rond eind 2021 / begin 2022 zijn overschreden. De 3.500 hectare grens is niet al in 2022, maar pas vroeg in 2023 bereikt. Ook de 4.000 hectare is al gepasseerd in dat jaar, en met de al forse toename in 2024 zijn we eind dat jaar al dicht in de buurt van de 5.000 hectare gekomen. Met de voorlopig bekende toevoegingen in 2025, is nu al de 5.500 hectare overschreden, meer specifiek 5.591 hectare. Met het hierboven herleide "nog missende" volume van zo'n 21 hectare (opgeleverde projecten met nog onbekende oppervlakte), en de later toe te voegen netgekoppelde zonneparken in dat jaar, zouden we mogelijk al aardig richting de 6.000 hectare kunnen komen.

Oppervlakte grondgebonden + drijvende zonneparken

Met een hypothetische claim van de projecten waarvan de oppervlakte nog niet duidelijk is, zoals hierboven weergegeven, komen we mogelijk totaal op 5.612 hectare, in de update met peildatum 27 januari 2026, voor uitsluitend de netgekoppelde, "RES-fähige", grondgebonden zonneparken. Later zullen we zien dat er bij de drijvende zonneparken mogelijk zo'n 211 hectare netgekoppeld is opgeleverd (paragraaf 9f). Dit zou het theoretische totaal volume "grondgebonden + drijvend" op zo'n 5.823 hectare gebracht kunnen hebben, eind 2025.

De vraag rijst dan weer: is die hypothetische 5.823 hectare "veel"? Of, om het gechargeerd te zeggen, zoals maar al te vaak op sociale media direct vanuit de onderbuik wordt geventileerd, "wordt Nederland helemaal vol geplamuurd met zonneparken"? Onderaan deze paragraaf vindt u het finale antwoord.



"Recreatief" Zonnepark het Zonnewoud, van 7,6 hectare, op gronden van Staatbosbeheer, een open plek in productiebos gebied met lage natuurwaarde (Horsterwold). Een project met een flink verleden. 7 jaar geleden werden de eerste plannen gepresenteerd. In mei 2020 volgde, na flinke discussies, de verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) van de gemeenteraad, waarbij de "go" beslissing van PvdA / GroenLinks de doorslag gaf, "omdat het zonnepark niet op vruchtbare landbouwgrond" gebouwd zou worden. Er volgde een flinke juridische strijd, met tijdelijke intrekking van de Vvgb, een integriteitsonderzoek, een klacht van Defensie die echter te laat bleek te zijn ingediend, en verweer van zowel de naburige camping als van een halsstarrig volhoudende Zeewoldenaar, die met een petitie 1.019 handtekeningen ophaalde tegen het project, en die tot de Raad van State toe bleef doorprocederen. Het mocht allemaal niet baten, de klagers kregen op alle punten ongelijk, en het plan kon uiteindelijk doorgaan.

Ontwikkelaar Sunvest liet het plm. 10 MWp grote project door de collega's van ProfiNRG bouwen, het werd in 2024 netgekoppeld opgeleverd. Polder PV bezocht het uit 6 onregelmatig gevormde deel-percelen bestaande project, waarbij diverse recreatieve voorzieningen zoals, o.a., een kabelbaan (!) zijn aangebracht, tijdens de open dag op 20 september 2025 (draadje op Bluesky). Er staat, vrij uitzonderlijk, ook een prachtige, stevige uitkijktoren, die een mooi uitzicht biedt over het project. Er zijn diverse ecologische maatregelen genomen, tafels hebben verschillende hoogtes, en er is veel open ruimte. Het bezoek was helaas van te korte duur, want het begon al snel te hozen, en ik moest met de huurfiets helemaal terug naar Harderwijk... Project in categorie 5-15 MWp vallend.


d. Oppervlakte claim grondgebonden & drijvende zonneparken in Nederland veel / weinig ?

Nederland zou eind 2025 een totaal areaal van 1,804 miljoen hectare aan landbouwgrond ("cultuurgrond") hebben gehad volgens het Open Data portal van het CBS. In het peiljaar 2025 zou die enorme oppervlakte verdeeld zijn over 49.459 agrarische bedrijven, volgens dezelfde CBS statistiek. Uitgaande van het al met zekerheid bepaalde totaal cijfer voor alleen de 1.160 veldopstellingen in de status update van Polder PV, van 27 januari 2026, zou het reeds minimaal vastgestelde volume van 5.602 hectare gerealiseerde zonneparken, goed voor 7,1 GWp aan opgestelde PV capaciteit (projecten waarvan oppervlakte daadwerkelijk bekend is), een oppervlakte equivalent betreffen van slechts 0,311% van dat enorme landbouw areaal (in de vijf vorige updates, teruggaand in de tijd: 0,27%, 0,21%, 0,19%, 0,16%, resp. 0,14%).

In Europees solar kampioen Duitsland zou er, volgens een onderzoek van het Thünen-Institut für Agrartechnologie (pdf, zie ook deze pagina), eind 2024 een oppervlakte van 42.600 hectare door vrijeveld projecten zijn ingenomen, waarvan 45% op "landwirtschaftliche" percelen zou zijn aangelegd (verder: conversie gronden 30% en 25% "andere gebieden"). Die 45% op agrarisch land zou een claim van slechts 0,2% van het totale landbouw areaal betreffen, dus ook daar is dat marginaal.

Tellen we ook de veronderstelde oppervlakte van de 13 nog niet gemeten grondgebonden projecten op bij genoemde 5.602 ha al gemeten oppervlakte voor Nederland, komen we marginaal hoger uit, op 0,312%. Tellen we hierbij ook nog de reeds nauwkeurig gemeten oppervlakte van 80 door Polder PV geïnventariseerde drijvende zonneparken op, ruim 211 hectare, komen we voor de potentiële grond claim van veld + drijvende projecten op 5.834 ha uit. Wat slechts 0,323% equivalent is van het totale in cultuur gebrachte landbouw areaal in ons land, eind 2025.

Waarbij uiteraard ook beseft moet worden dat reeds een behoorlijk volume niet op (voormalige) landbouwgrond (voorheen: "natuur") is aangebracht, maar op afvalbergen, industrieterreinen, niet ingevulde bestemmingen voor nieuwbouw wijken, op gronden van al vele tientallen rioolwater zuiverings-installaties, e.d. Het Kadaster vond in een studie in 2023, dat van alle grondgebonden zonneparken inclusief drijvende exemplaren groter dan 0,1 hectare, zo'n 60% op bodems zou zijn gebouwd die 5 jaar daarvoor nog de bestemming landbouwgrond zou hebben gehad. De rest, 40%, zou dus op "andere gronden" zijn aangebracht. Zie de analyse van hun studie in het intermezzo in de update van 17 september 2023.

Ik heb voor mijn eigen overzicht gekeken naar 2 goed identificeerbare deelcategorieën, de zonneparken op RWZI's en waterbedrijf terreinen, resp. de projecten op voormalige afvalstort locaties, vloeivelden, e.d. Daarvoor kom ik in de huidige update op ruim 132 ha voor de eerste categorie, en zelfs 448 ha voor de 2e verzameling zonneparken. Gezamenlijk komt dat op minimaal 580 ha, wat ruim 10% is van de (gemeten) oppervlaktes van alle grondgebonden zonneparken in het bestand van Polder PV.

Ook de "lege binnenruimtes" binnen de door Polder PV gemeten zonneparken zijn hierbij als "zonnepark" geteld, terwijl er geen panelen op staan. Dit, uiteraard, allemaal nog exclusief de claims van de exotischer vormen van vrijeveld projecten, die behandeld worden in paragraaf 11. Die echter een marginaal volume betreffen t.o.v. de hardcore veldopstellingen, die het "beeld" in alle opzichten blijven domineren. En die vaak niet eens op cultuurgronden staan, of, in het geval van floating solar projecten, drijven.

Andere oppervlakte impact berekeningen

Tellen we, in de hierboven weergegeven berekening, het onder landbouwgrond vallende oppervlak aan kassen niet mee (dat is 10.351 ha, eind 2025, volgens de laatste CBS statistieken), kom je op een marginaal verschillende claim uit, ver achter de komma (i.p.v. 0,323% "veld + drijvend t.o.v. totaal minus kasgrond" > 0,325%). Zouden we, daarentegen, afmeten t.o.v. het laatst bekende cijfer voor "totaal oppervlak grondgebruik landbouw" (2013: 2,012 mln ha, cultuur- en niet-cultuurgrond, hier zit o.a. ook bos op de landbouw percelen bij), kom je zelfs nog maar op 0,290% equivalent grondgebruik door grondgebonden en drijvende zonneparken.

Betrekken we de totale oppervlakte van Nederland in het verhaal, zonder en met binnen- en buitenwater oppervlaktes (CBS statistiek, regionale kerncijfers, update 31 december 2025, opgaves in km²), komen we op de volgende fracties:

  • equivalent oppervlak zonneparken incl. floating solar t.o.v. oppervlak Nederland zonder binnen- en buitenwater: 0,173%
  • equivalent oppervlak zonneparken incl. floating solar t.o.v. oppervlak Nederland inclusief binnen- en buitenwater: 0,135%

Al deze procentuele aandeel berekeningen tonen kristalhelder aan, dat de totale "grond" claim van alle zonneparken, inclusief de drijvende exemplaren, op de totale en subtotale volumes vrijwel niets blijven voorstellen. En dat dit ook het geval zal blijven, met voortgaande bouw van dergelijke projecten in Nederland. Alle geschreeuw hierover in Nederland bevat een non-existente hoeveelheid "wol".

Relatief lage oppervlakte claim, hoog productie resultaat

Rekenend met een conservatieve specifieke opbrengst van 900 kWh/kWp.jr (verlaagd i.v.m. toename van afschakelen grotere projecten bij negatieve marktprijzen), zou het door Polder PV gevonden volume aan uitsluitend grondgebonden zonneparken tm. 27 januari 2026 een jaarproductie van 6,4 TWh gehad kunnen hebben, als alle getelde projecten het hele jaar zouden hebben geproduceerd. Dat is al het equivalent van 5,3% van de totale netto stroom productie in 2024, volgens de laatste CBS cijfers (120,2 TWh; CBS data; 4,6% in vorige update). En het zou daarmee al ruim 29% van de totale berekende zonnestroom productie in dat jaar zijn (21,8 TWh; CBS data; bijna 28% in vorige update). Dat is al een significante impact, bij een relatief geringe oppervlakte claim van de grondgebonden zonneparken in ons land. Om het gechargeerd te stellen: en dáár gaat alle "politieke rumoer" over ... In ieder geval, kan de stellingname "Nederland wordt vol gezet met zonneparken", met bovenstaande harde cijfers, voor de zoveelste maal, in de prullenbak.

Relatieve oppervlakte claim zonneparken is zeer beperkt

Zoals blijkt, uit de voorgaande sub-paragrafen over de oppervlakte claims van zonneparken, blijft deze zeer beperkt t.o.v. de totale en cultuurgrond arealen, in weerwil van frequent vanuit de onderbuik opborrelende nonsense statements op sociale media en elders. Polder PV besteedde er op 13 oktober 2024 maar weer eens een tweet aan om de hypocrisie rond dit onderwerp grafisch te verbeelden, en toonde toen een kaartje om die lachwekkende suggestie met feiten te staven.

Bovenstaand ouder kaartje van CBS geeft trouwens de data van 2015 weer. De meest recent beschikbare data, voor 2017, zijn t.o.v. die voor 2015 licht gewijzigd. Voor bebouwd terrein, bijvoorbeeld, is het meest actuele cijfer 370.140 hectare (2,4% meer). Grondgebonden en drijvende zonneparken, die niet volgens de CBS uitgangspunten tot "bebouwd terrein" worden gerekend, hebben (begin 2026) een oppervlakte wat slechts anderhalf procent is t.o.v. de claim voor bebouwd terrein voor 2017.

CBS schaart onder "bebouwd terrein": woonterrein, terrein voor detailhandel en horeca, voor openbare en/of sociaal-culturele voorzieningen, resp. bedrijventerreinen. Onder categorie bedrijventerrein vallen iig. géén zonneparken of dergelijke projecten.

Zie verder ook het onderstaande nieuwe intermezzo, met een bespreking van geautomatiseerde oppervlakte metingen van zonneparken door de WUR.


Intermezzo - Zonneparken volgens geautomatiseerd WUR portal, ctd. (status 27 jan. 2026)

In het vorige intermezzo ben ik diep ingegaan op het kennelijk volledig geautomatiseerde zonneparken portal van Wageningen Universiteit / WUR, voor het jaar 2024. Inmiddels zijn eerste cijfers voor 2025 voorhanden. Het betreft feitelijk een dubbel portaal, het ArcGis bestand "Solar Parks Netherlands 2025", waarin de focus ligt op "automatische oppervlakte reconstructies", en het door ROM3D opgetuigde zonnepark onderdeel van het "Zon op Kaart Dashboard", wat een slim extract van de door RVO gepubliceerde SDE beschikkingen lijsten bevat, met wat extra's. Het Zon op Kaart dashboard is heel erg lang, sinds de herfst van 2025, niet toegankelijk geweest, en pas zeer recent weer te raadplegen.

Voor gedetailleerd en inhoudelijk commentaar op beide portals, en nogal wat ongerijmdheden en forse verschillen met de data en uitgangspunten van Polder PV, zie voornoemd intermezzo. Hier onder licht ik nog wat geactualiseerde details uit.


ArcGis portal

Alle door WUR gegeven projecten zijn wederom gecheckt en gematched met de actuele stand van zaken in de overzichten van Polder PV. Wederom / nog steeds zijn er vele discrepanties te zien, ongerijmdheden, onterecht opgesplitste dan wel gelumpte projecten (soms van verschillende eigenaren), inconstitenties, verkeerde dan wel onvolledige metingen, veel missende projecten, project delen die een ander type generator (niet zijnde PV) bevatten, projecten die niet als zuivere PV veldopstelling gemarkeerd mogen worden, foute toewijzingen, etc., zoals reeds in de vorige analyse uitgebreid toegelicht. Uitbreidingen van bestaande projecten zijn soms niet meegenomen, inmiddels afgebroken (delen van) projecten worden soms nog steeds opgevoerd in genoemd portal. Op enkele andere punten ga ik hieronder in.

  • Nog steeds wordt volstrekt onterecht uitgegaan van het ook in de eindrapportage van het Ecocertified Solar Parks project (gepubliceerd in augustus 2025) herhaalde uitgangspunt "De dataset bevat uitsluitend zonneparken die op land zijn gebouwd, dus met uitsluiting van installaties op daken of wateroppervlakten" (pagina 3 in dat rapport). Dat was eerder al niet waar, en is nog steeds beslist incorrect. In het huidige overzicht zijn, bijvoorbeeld, maar liefst 55 drijvende zonneparken, inclusief alle grootste projecten opgenomen !! Dit geeft dus een overschatting van alleen de grondgebonden projecten. Daar staat tegenover, dat het WUR portal 26 reeds gerealiseerde, netgekoppelde drijvende projecten helemaal niet kent noch weergeeft in hun overzichten.
  • Van nogal wat projecten is de automatisch door de robots berekende ruimte te groot, en worden buiten het betreffende zonnepark liggende delen onterecht meegenomen. Er zijn verder veel inconsistenties bij de kennelijk volledige geautomatiseerde metingen, zoals reeds in het vorige intermezzo toegelicht. Polder PV heeft van bijna alle grondgebonden en drijvende zonneparken eigen, nauwkeurige oppervlakte metingen, die zorgvuldig per project worden gedaan, daarbij rekening houdend met grillige vormen, e.d.
  • Soms zijn projecten tussentijds uitgebreid, maar is de uitbreiding nog niet als zodanig gemarkeerd in het portal (onderschatting van geclaimde oppervlakte). Of het project was nog niet af ten tijde van de opname, en is derhalve slechts een deel van de uiteindelijk opgeleverde oppervlakte meegerekend. De netkoppeling van het geheel is dan ook meestal veel later geweest, dan het portal suggereert (nog niet stroom leverend tijdens opname).
  • Meerdere vrijstaande grotere solar carports, die het CBS, niet als zodanig geïdentificeerd of uitgesplitst, in de enorme categorie rooftop projecten onderbrengt, zijn door het ArcGis portal, ook niet als zodanig geïdentificeerd, als "veldopstelling" beschouwd. Polder PV houdt al deze projecten apart, omdat het een zeer specifieke categorie betreft die zich goed laat onderscheiden van zowel klassieke veldprojecten, als van "daksystemen sensu lato". Het WUR portal heeft er 21 in hun "veldopstelling" overzicht ondergebracht, maar het grootste deel van de overige solar carport projecten weer niet. Momenteel zijn dat 138 stuks die het portal niet "kent". Dat is inconsequent, en dat heeft invloed op de totaal volumes (capaciteit, aantallen).
  • In het "veldopstelling" overzicht van de WUR zijn ook 2 van de grootste solarkassen opgenomen, die als rooftops beschouwd dienen te worden, maar alle overige bestaande solarkas projecten staan weer niet vermeld in het portal. Wederom: inconsequent, bovendien zijn beide genoemde projecten door de betreffende gemeentes (Venlo resp. Hollands Kroon) inmiddels illegaal verklaard, en zijn lasten onder dwangsom opgelegd, of dreigen deze, om de projecten weer te laten afbreken.
  • Inmiddels tel ik tien zogenaamde reinwaterkelder (rwk) projecten bij waterwinbedrijven in het portal. Dat zijn echter "rooftops" op in de grond aanwezige betonnen gebouwen, die daar dus niet in thuishoren. Een achttal vergelijkbare, andere rwk projecten zijn juist weer niet gescoord in het WUR portal, een zoveelste inconsequentie.
  • Heel erg veel kleinere zonneparkjes, allemaal bekend bij Polder PV, en in zijn overzichten opgenomen, zijn nog steeds niet bekend in het WUR portal, ook de meeste nieuw gevonden exemplaren niet (zie bijvoorbeeld dit kort geleden gevonden, maar al enkele jaren oude, forse exemplaar). Momenteel heeft Polder PV in alleen al de grote, zuiver grondgebonden veldopstelling categorie, 416 RES-fähige projecten (> 15 kWp) staan, die niet zijn terug te vinden in het WUR portal (!). Kennelijk kunnen de robots dergelijke kleinere projecten niet vinden, en/of wordt er verder niet actief "gezocht" door de onderzoekers, maar ze bestaan wel degelijk. Soms zelfs al vele jaren, en ze horen beslist in "het overzicht van grondgebonden projecten in Nederland" thuis.
  • 8 gemarkeerde veldopstellingen in genoemd portal zijn géén fotovoltaïsche installaties, maar grondgebonden thermische zonne-energie genererende projecten. Ze horen niet in dit overzicht van PV projecten thuis.

Zon op Kaart portal

Het Zon op Kaart portal, wat onderdeel is van het project "EcoCertified Solar Parks" via het Zon in Landschap initiatief (uitgevoerd door ROM3D), pas zeer recent weer met detail cijfers beschikbaar, heeft momenteel een volume van 7.334 MWp (beschikt!) vermogen weergegeven voor SDE en SCE ("postcoderoos") installaties. Optellingen van afzonderlijke oriëntaties, separaat weergegeven in dat portal, kloppen daar deels niet mee. Polder PV heeft momenteel voor alleen al de grondgebonden en drijvende zonneparken bijna 2% meer capaciteit staan, dus nog exclusief zon op infra en vrijstaande solar carports. Bovendien zijn de ZoK opgaves "beschikte" volumes. Heel erg vaak wijken daadwerkelijke opleveringen (soms zeer sterk) af van de beschikte volumes. De afwijking kan zowel negatief, als positief zijn. In het laatste geval wordt dit NIET door RVO gerapporteerd (!), en vist dus ook het ZoK portal, wat, volautomatisch, juist die data gebruikt, stevig naast het net. Van diverse jaargangen is in de huidige ZoK update de capaciteit alweer neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de vorige update, daarbij de reguliere RVO praktijk volgend (projecten worden tegenwoordig vaak flink kleiner uitgevoerd, dan waarvoor ze zijn beschikt). Dus het kan beslist zo zijn dat het huidige totaalvolume tm. in ieder geval 2024 nog neerwaarts wordt bijgesteld in komende updates.

Verschillen treden ook op bij de opgetelde nieuwe capaciteit in de individuele jaren, tussen de detail gegevens van Polder PV en de data van het ZoK portal. Die verschillen kunnen zowel (meestal) positief uitpakken in het voordeel van Polder PV, in 3 jaren (2019, 2021, en 2023) waren de actueel opgetelde volumes lager. Dit kan liggen aan nog niet neerwaarts bijgestelde beschikte capaciteiten in de SDE dossiers van RVO.

Wat de "O/W" oriëntatie signalering in het ZoK portal betreft: die claimen in hun meest recente update een aandeel van ruim 36% van hun populatie met O/W oriëntatie voor alle jaargangen. Polder PV heeft alleen voor de grondgebonden opstellingen al ruim 39% van de projecten met een O/W component (of het gehele project met zo'n oriëntatie). De drijvende zonneparken hebben een veel hoger aandeel, driekwart van het aantal heeft bij Polder PV een O/W oriëntatie. Vrijwel alle grootste hebben een O/W uitlijning, dus bij de totale capaciteit is het aandeel nog groter. ZoK maakt dat onderscheid niet, en zou, volgens de eigen richtlijnen, drijvende projecten helemaal niet mee "mogen" tellen.

Diverse andere problemen bij de weergegeven vermogens, en de nodige inconsequenties in de data heb ik al in het vorige intermezzo weergegeven, voor de details zie aldaar.

Uit bovenstaande blijkt, dat er de nodige problemen blijven kleven aan beide portals, wat het resultaat is van de kennelijk slecht of niet gecheckte gerobotiseerde inventarisaties van vaak ontoereikend fotomateriaal, en van onvolledige, en fouten bevattende bestanden van derden (RVO), met forse inconsequenties bij de categorieën die in de automatisch gegenereerde verzameling zijn opgenomen. Hier lijkt geen verandering te zijn gekomen sinds het vorige, uitgebreidere intermezzo.

 


e. Oppervlaktes grondgebonden zonneparken per provincie - jaarlijkse toename en eindejaars-accumulaties

In deze paragraaf presenteer ik twee nieuwe versies van de in de vorige update voor het eerst gepresenteerde grafieken, met de oppervlakte van grondgebonden zonneparken per provincie gestapeld, voor de jaargroei cijfers, en voor de eindejaars-accumulaties. De opzet van deze grafieken is vergelijkbaar met de exemplaren in paragraaf 4c (aantallen resp. capaciteit van zonneparken per provincie).


Grafiek (22). Ten eerste de verbeelding met de evolutie van nieuwe oppervlaktes van grondgebonden zonneparken per kalenderjaar, van 2012 tm. 2025, per provincie (gestapelde kolommen). Wederom is de volgorde van alle kolommen volgens de volgorde van de nieuwe exemplaren in 2025, met Flevoland onderaan, en Zeeland bovenaan in dat jaar. Een vergelijkbaar chaotisch beeld ontstaat bij de asynchrone evolutie van zonneparken in de verschillende provincies, over de jaren heen.

Uiteraard is deze grafiek gerelateerd aan de capaciteitsontwikkeling (paragraaf 4.c.3), maar is deze beslist niet hetzelfde, omdat zonneparken van zeer verschillend karakter, "energie dichtheid" e.d. kunnen zijn. In de huidige grafiek zien we dat niet het koppel 2022 / 2024 recordhouder was bij de nieuw toegevoegde oppervlakte (803 resp. 850 ha), maar, overduidelijk, 2020, met 910 ha nieuwe oppervlakte. Bij de nieuwe capaciteit was dit juist andersom (2020 1.073 MWp nieuw, 2022 en 2024 1.150 resp. 1.151 MWp nieuw vermogen). Met name 2022 heeft dus, met een relatief kleinere oppervlakte toevoeging, juist meer capaciteit ingebracht. Omdat ruimte beperkt blijft, en het sowieso vanwege netcongestie lastiger wordt om nieuwe projecten te entameren, wordt er bij zonneparken steeds meer gepoogd het maximale uit de voorhanden oppervlakte te krijgen, wat mogelijk het verschil kan verklaren.

Groningen had een hoge footprint in 2019, 2020, 2023 en 2025, door toevoeging van enkele grote zonneparken in die jaren. Bij Drenthe waren dat de jaren 2020 tm. 2022, en, in mindere mate, 2024. Fryslân bracht de hoogste nieuwe oppervlakte in 2020, Flevoland in 2022 en, met een nieuw oppervlakte record van 146 ha, in 2025. Gelderland zit al sedert 2020 op een redelijk hoog niveau, en heeft de hoogste footprint, met overmacht, in 2024 behaald. 2025 is voor Gelderland wel terug gevallen, maar bracht nog steeds een significante hoeveelheid oppervlak in voor die provincie in dat jaar (bijna 105 ha).

Opvallend is de hoge bijdrage van Noord-Brabant in de laatste twee jaargangen (158, resp. 136 ha aan zonneparken). Er zit daar nog veel in de pijplijn, dus die bijdrage zal vermoedelijk hoog blijven.

Overijssel en Zeeland hadden hun "piek bijdrage" in 2021 (96 ha), resp. 2023 (84 ha).

De dicht bevolkte Randstedelijke provincies Utrecht (hoogste toevoeging in 2024), Zuid-Holland (2020), en Noord-Holland (2018) brengen weliswaar af en toe zonneparken in, maar de oppervlakte claims blijven, mede vanwege de hoge grondprijzen, daar beperkt. Bovendien zijn grotere vrije oppervlaktes daar meestal niet beschikbaar voor dit soort toepassingen.

Van een beperkt aantal (netgekoppelde) projecten, 13 stuks, kon de oppervlakte nog niet (betrouwbaar) worden bepaald, meestal omdat er nog geen goede, meetbare luchtfoto's bekend zijn van het betreffende project. Als er wel goed luchtfoto's beschikbaar komen, wordt dat probleem opgelost. Het capaciteits-volume waarvan de oppervlakte nog niet kon worden bepaald is tot en met eind 2025 ruim 21 MWp (van totaal volume 7.105 MWp), dus minder dan 0,3% van het totale netgekoppelde generator vermogen. Een zeer beperkt deel, dus.


Grafiek (23). In deze tweede grafiek in deze sectie geef ik de eindejaars-accumulatie van de (bekende) oppervlakte van alle grondgebonden zonneparken per provincie, van 2012 tm. (voorlopige cijfers voor) 2025. Groningen is vanaf 2016 kampioen, en ging vanaf 2018 zelfs in de versnelling. Eind 2025 had deze energetische provincie al 948 hectare aan netgekoppelde grondgebonden zonneparken binnen haar grenzen. Drenthe heeft vanaf 2024 verrassende versneller Gelderland voor zich moeten laten (Eind 2025 725 ha, voor Gelderland al 850 ha). Bij de geaccumuleerde capaciteit was het verschil tussen Drenthe en ook sterk in de versnelling zittend Noord-Brabant zeer klein, iets in het voordeel van laatstgenoemde (grafiek paragraaf 4c.4), maar bij de oppervlakte zit ze nog ruim boven de collegae in Noord-Brabant, die eind 2025 op 687 ha zijn blijven steken. Dit heeft tot gevolg, dat Noord-Brabant een iets hogere MWp/ha vermogens-dichtheid verhouding heeft, dan Drenthe (NB 1.304 kWp/ha, Dr. 1.228 kWp/ha, eind 2025).

In de middenmoot vinden we Flevoland die, t.o.v. 2024, Overijssel heeft ingehaald (514 resp. 467 ha). Fryslân en Zeeland volgen op afstand, en het viertal Zuid- en Noord-Holland, Limburg en Utrecht sluiten de rij, bij de geaccumuleerde oppervlakte van grondgebonden zonneparken (221 - 157 hectare).


f. Aandeel "oost-west" bij zonneparken

Eerder werd ook al door Polder PV gesteld, in het licht van de "oppervlakteclaim discussie", dat het interessant is om te kijken naar de "aard" van de zonneparken wat oriëntatie betreft. Die kan in theorie natuurlijk alle kanten op zijn, en is jarenlang gedomineerd door ZO - Z - ZW opstellingen. Maar het aantal projecten met "oost-west" sensu lato opstellingen en projecten met deels zo'n opstelling is, onder anderen vanwege de forse netcapaciteit problemen, en de wens om productie iets meer over de dag "uit te smeren", toegenomen in de loop van de tijd. In de reek updates over zonneparken bij Polder PV, is dat aandeel groter geworden, van 29%, via 31%, 34%, 35%, 37%, tot momenteel zelfs al ruim 39% (462 van 1.173) van het totaal aantal netgekoppelde zonneparken. Een vergelijkbare trend zien we in een grafiekje in het Zon op Kaart portal, waar beschikte vermogens "per oriëntatie" (verdeeld over "zuid" dan wel "oost-west") zijn vermeld. Voor korte bespreking van het ZoK portal, zie het hier boven weergegeven intermezzo.

Kijken we chronologisch, is het aandeel nieuwe zonneparken met zo'n oost-west opstelling of -component t.o.v. de totale nieuwbouw per jaar gestegen van 11% in 2017, 37% in 2020, 41% in 2021, naar een record niveau van 57% in 2022. Daarna daalde het weer iets, naar 55% in 2023, resp. 52% in 2024, voor de nu al bekende netgekoppelde projecten. Voor de nog niet talrijke projecten nieuw aangesloten in 2025, ligt het aandeel momenteel weer iets hoger, op ruim 54%, maar dat kan nog wijzigen, als álle projecten nieuw opgeleverd dat jaar uiteindelijk bekend zijn geworden. Duitdelijk is, dat de laatste jaren meer dan de helft van de nieuwe projecten al oost-west (deel) opstellingen heeft, waarmee de productie "last" meer over de dag wordt verdeeld dan bij de vroeger dominant aanwezige, ongeveer zuid uitgerichte projecten.

Hierbij dient wel beseft te worden dat de uitvoering van dergelijke projecten zeer verschillend kan zijn, waarbij naast zeer compacte opstellingen er ook talloze zijn met een veel "lossere" structuur, bijvoorbeeld gesegmenteerd in deelvelden met de nodige tussenruimtes. Of er worden bewust brede spleten aangebracht in de nok van de tafels, zodat er toch nog licht en regenwater kan doordringen op de bodem onder de tafels. Er zijn ook heel veel opstellingen met ZW/NO resp. ZO/NW oriëntaties, of combinaties daarvan, zodat er onder flinke delen van de tafels voor een groot deel van de dag behoorlijke licht intreding mogelijk is, vooral in de randzones. Veel van de kleinere "O/W" opstellingen, met maar een paar tafels, zoals op veel RWZI's, en op talloze particuliere percelen, ontvangen over de gehele onderliggende oppervlakte een redelijke hoeveelheid licht vanaf de zijkanten, vanwege de relatief beperkte omvang van dergelijke projecten.

Floating solar hoge kWp/ha ratio

Projecten drijvend op water hebben voor de overgrote meerderheid al oost-west oriëntaties, waarmee hoge vermogens-dichtheden zijn te bereiken, omdat dat soort installaties zéér compact worden gebouwd, en er bovendien vaak hoog-vermogen hebbende panelen worden toegepast.

Van de 81 bekende netgekoppelde floating solar projecten kon, op 1 installatie na, de oppervlakte nauwkeurig worden gemeten vanaf goede luchtfoto's. De totale oppervlakte van die 80 projecten bedraagt ruim 211 hectare, het gemiddelde per project is derhalve een oppervlak van 2,6 hectare. De vermogens-dichtheid van deze projecten ligt tussen de 405 kWp/ha bij een drijvend projectje in een jachthaven, tot een zeer hoge 2.797 kWp/ha bij een compacte drijvende installatie in een bassin, waarvan het paneelvermogen exact bekend is. Bij 35 drijvende projecten, 43% van het totale aantal, ligt genoemde power ratio momenteel al (ver) boven de 1.500 kWp per hectare, wat, bovendien, ruim 71% van de totale capaciteit van alle floating solar projecten omvat. Voor een grafiek met daarin de individuele installaties geplot, inclusief de power ratio, zie verderop, in paragraaf 11.

Dat gemiddelde per project ligt al langer substantieel hoger dan bij de jaargemiddeldes bij alleen de grondgebonden veldopstellingen (grafiek paragraaf 9i). Een reden des te meer, om drijvende projecten strict gescheiden te houden van hun onvergelijkbare, op vaste grond op frames gemonteerde klassieke zuster installaties.


g. Relatie tussen opgestelde capaciteit en oppervlakte claim zonneparken per grootte categorie

In deze grafiek (24) geef ik de relatie weer tussen de opgestelde capaciteit van zonneparken (X-as) en de oppervlakte claim van die projecten (Y-as; 1.160 projecten waarvan de oppervlakte van de generator bekend is dan wel gemeten kon worden). Daarbij heb ik onderscheid gemaakt tussen de 7 project categorieën, variërend van "kleine" projecten van > 15 tot 50 kWp en 50 tot 500 kWp (helemaal links, maar bijna niet meer zichtbaar, lichtblauwe resp. oranje punten), tot de grootste, elk 30 MWp of meer qua omvang (bruine punten rechts). Door de puntenwolken heb ik middels Excel rechtlijnige trendlijnen laten berekenen voor alle 7 categorieën. Die geven een flinke variatie in de spreiding te zien, met de hoogste hellingshoeken bij de kleinere project categorieën tot 1 MWp ("relatief veel oppervlakte per opgestelde capaciteit"), dicht bij elkaar liggende trendlijnen voor de categorieën 1 tot 5, en 15 tot 30 MWp, en relatief lage hellingshoeken bij twee van de grootste categorieën (tussen 5 en 15 MWp en groter of gelijk aan 30 MWp, wat in die gevallen impliceert: "relatief weinig oppervlakte claim per opgestelde hoeveelheid capaciteit").

De grootste categorieën gaan dus door de bank genomen het meest efficiënt met de beschikbare ruimte om, ze worden dan ook meestal optimaal ge-engineered, en zijn hoog efficiënt, ook omdat het om zeer omvangrijke investeringen gaat, waar ook soms jaren aan plannenmakerij aan ten grondslag liggen. Die natuurlijk met een voor de investeerders interessant rendement terug verdiend moeten worden, met het liefst een prettige financiële marge op het eindresultaat. Bij kleinere types veldopstellingen spelen al vaak extra en/of andere overwegingen een rol, van pure verduurzamings-wensen, via optimale "landschappelijke inpassing", tot een flinke rol voor toename van biodiversiteit, waardoor beschikbare grond binnen de periferie van de generator cq. de erf-afgrenzing ook voor andere / extra doeleinden wordt gebruikt. Ook het typisch Nederlandse onderwerp "dubbel ruimtegebruik" speelt een steeds belangrijker rol, wat in veel gevallen gepaard gaat met "extra ruimtebeslag" van een project gebied, die niet persé fysiek met de solar generator heeft te maken. Daarbij moet wel worden gezegd, dat Polder PV zich principieel richt op de buitenperiferie van de generator zelf, en daarbuiten liggende "project delen" zoals natuurhoekjes e.d. niet meeneemt in de metingen. Die wel steeds vaker meegenomen buiten de generator velden liggende natuurontwikkeling deelprojecten vallen buiten de scope van dergelijke metingen. Echter, percelen "binnen in" het generatorveld, die niet zijn bedekt met PV arrays, worden bij Polder PV wel meegenomen in de oppervlakte claims. Met andere woorden: bij projecten met dergelijke "binnen enclaves" is de gemeten oppervlakte altijd een maximum, er is minder ruimte "bezet" dan uit die meting lijkt.

Elk project verschillend

Uiteraard zal elk project individueel bekeken moeten worden, omdat altijd de lokale omstandigheden anders zullen zijn, en de voorwaarden voor dergelijke projecten dan ook flink uiteen kunnen lopen. We zien dat ook in de spreiding van de puntenwolken terug. Er zijn relatief kleine projecten die een flink eind onder de trendlijn zitten, en dus ook een relatief hoog vermogen per oppervlakte eenheid hebben kunnen realiseren. Maar ook vinden we bij grotere projecten punten terug die hoog op de Y-as scoren. Zo zit het 103 MWp grote Midden-Groningen project, aanvankelijk ontwikkeld door Powerfield, uitgevoerd door Chint / Greencells, en verkocht aan Duits investerings-huis Blue Elephant, relatief "hoog in de boom" omdat er nogal wat brede open stroken door het project lopen waar geen zonnepanelen zijn geplaatst. Die stroken worden echter wel meegenomen in de oppervlakte claim berekening, waardoor het resultaat dus lager is dan bij vergelijkbare andere grote projecten. Een ander groot project met een relatief hoge oppervlakte claim is het bijna 44 MWp grote Budel-Dorplein project in Noord-Brabant, op een afvalstort van de zink-industrie. Ook daar zijn diverse brede zones tussen percelen van het project open gelaten, maar zijn deze wel meegerekend bij de totale oppervlakte.


h. Relatieve verhouding capaciteit en grond-claim zonneparken in Nederland

Deze grafiek (25) geeft de relatieve vermogens-claim van de zonneparken met volledige data, berekend als kWp opgestelde nominale generator capaciteit per hectare (Y-as), als functie van het opgestelde vermogen (X-as) weer. Het gemiddelde voor alle zonneparken is, met de hier weergegeven 1.160 exemplaren waarvan de oppervlakte bekend is (peildatum 27 januari 2026), alweer wat verder boven de 1 MWp per hectare komen te liggen, 1.197 kWp/ha (horizontale stippellijn)†. In de vorige updates was dit nog 1.154 kWp/ha (17 december 2024), 1.087 kWp/ha (17 september 2023), 1.049 kWp/ha (23 januari 2023), 1.031 kWp/ha (26 april 2022), resp. 986 kWp/ha (12 aug. 2021). De gemiddelde capaciteits-claim per oppervlakte-eenheid, blijft dus continu toenemen in het totale bestand aan zonneparken.

Wederom zijn de projecten in de 7 grootte categorieën onderverdeeld en van een eigen kleur voorzien. De spreiding tussen de datapunten is groot, wat wederom een aanwijzing is voor nogal verschillende rand-condities voor elk individueel zonnepark, en/of sterk uiteenlopende wijzen van uitvoering van de projecten. Die ook door geografische beperkingen en eventuele aanvullende eisen van de lokale overheden beïnvloed kunnen worden. Wel is het zo, dat de meeste grote (>= 30 MWp) zonneparken een bovengemiddeld hoge relatieve capaciteits-claim tonen. Met maar 16 (van totaal voor deze categorie 62) exemplaren onder het totale gemiddelde liggend.

Kijken we naar de gemiddeldes per project categorie, komen we tot de volgende getallen. Tussen haakjes is de stand van zaken in de vorige update van 17 december 2024 weergegeven:

  • 15 - < 50 kWp: 1.013 (968) kWp/ha
  • 50 - < 500 kWp: 1.080 (1.017) kWp/ha
  • 500 - < 1.000 kWp: 1.123 (1.046) kWp/ha
  • 1 - < 5 MWp: 1.096 (1.054) kWp/ha
  • 5 - < 15 MWp: 1.198 (1.170) kWp/ha
  • 15 - < 30 MWp: 1.260 (1.238) kWp/ha
  • >= 30 MWp: 1.456 (1.349) kWp/ha

Ook hieruit blijkt weer kristalhelder, dat de kleinste project categorieën de laagste "vermogens-dichtheid" per hectare hebben (1.013-1.080 kWp/ha), dat de drie opvolgende categorieën tussen de 1,1 en 1,2 MWp/ha scoren, en dat de twee grootste project categorieën hoog in de boom zitten, met inmiddels 1.260 tot zelfs 1.456 kWp/ha. Ook ditmaal is bij alle categorieën de schaalvergroting doorgezet, het gemiddelde is over de gehele linie toegenomen.

Deze ontwikkeling zal vermoedelijk nog, stapsgewijs, doorgaan, ook omdat er steeds efficiëntere panelen worden ingezet, met hoge vermogens. Zelfs, of misschien wel, juist in (grote) zonneparken. Ik heb al bij enkele nieuw gebouwde projecten module vermogens van 700 of meer Wattpiek per stuk langs zien komen in 2024-2025, die in zonneparken prima zijn toe te passen. Meestal zijn dergelijke nieuwe panelen veel te groot en te zwaar voor toepassing op schuine daken, er komen meestal 2 mensen aan te pas om ze in de frames te schuiven.

† In een position paper van de WUR, gepubliceerd op 3 oktober 2023, "Voedsel en stroom produceren op dezelfde vierkante meter", wordt in Tabel 1 geclaimd, dat de vermogensdichtheid van "monofunctionele zonneparken" op 1,5 MW/ha zou liggen. Dat was toen veel te hoog, zoals de data uit 1.160 gemeten, netgekoppelde, RES-fähige zonneparken, van groot tot klein, in Nederland in deze sectie kristalhelder laat zien (zie ook eerdere tweet Polder PV van 4 oktober 2023). Alleen de allergrootste projecten beginnen, dik 2 jaar later, enigszins in die buurt te komen, met véél krachtiger panelen dan die toen bekend waren / werden toegepast.


i. Evolutie van relatieve grondclaim zonneparken per jaargang

In deze laatste grafiek (26) van de paragraaf "oppervlakte en zonneparken" een update van een nieuw diagram, voor het eerst gepresenteerd in de update van 26 april 2022, waarbij de schaalvergroting bij de zonneparken per jaar van ingebruikstelling goed zichtbaar wordt. Met de meest recent beschikbare, actuele data afgebeeld in deze versie. Op de horizontale as wordt het nominale vermogen van alle zonneparken waarvan de oppervlakte gemeten is, en/of via andere info al bekend was gemaakt (1.160 stuks) getoond op een enkel logarithmische schaal (kWp). De vertikale as geeft de berekende relatieve capaciteit van deze zonneparken, opgegeven in kWp opgesteld vermogen per hectare (kWp/ha). De zonneparken zijn voorts ingedeeld naar jaar van inbedrijfstelling, waarbij ieder jaar een aparte kleur heeft gekregen (kleine punten). Per jaargang is de gemiddelde relatieve capaciteits-"dichtheid" vervolgens berekend, en in de bijbehorende kleur, in hetzelfde diagram geplot als grote diamantjes, met de bijbehorende waarde er naast.

Omdat uitsluitend projecten worden getoond die voldoen aan de RES-normen, derhalve, projecten groter dan 15 kWp per stuk, is de linkerkant van de puntenwolk scherp afgegrensd op de installaties die marginaal boven die grens liggen.

We zien een grote spreiding van de individuele zonneparken bij deze verbeelding, wat wederom heeft te maken met de zeer verschillende fysieke, historische, en economische condities waar onder die projecten zijn gebouwd, en de grote verscheidenheid aan uitvoering en layout. De variatie is enorm. Gaan we echter naar de gemiddeldes per jaar kijken (grote diamantjes met de waarde erbij weergegeven), zien we beslist 2 duidelijke trends.

Trends bij capaciteit & relatieve capaciteits-claim

Ten eerste is er een algehele progressie van steeds groter wordende zonneparken per jaargang, de gemiddelde waarden voor recentere jaargangen bevinden zich gemiddeld genomen steeds meer naar rechts op de schaal van de X-as, naarmate de jaren vorderen. Wel zijn er even "pauze momenten", zoals bij de jaar koppels 2018/2019, 2020/2021, en 2022/2023, waarbij de gemiddelde omvang ongeveer vergelijkbaar is, of tijdelijk iets afneemt in het laatst genoemde jaar. Maar de trend is onontkoombaar, de gemiddelde - absolute - capaciteit van de zonneparken wordt steeds groter. In de beginjaren is de volgorde onlogischer, wat deels heeft te maken met de zeer kleine steekproef, met weinig projecten in die jaren.

Ten tweede, is er een toename te zien van de relatieve dichtheden van nieuw gebouwde capaciteit per oppervlakte eenheid. In de beginjaren zijn deze nog relatief bescheiden, variërend van een range van 681 kWp/ha (2014), via 781 kWp/ha (2015), naar alweer 960 kWp/ha in 2016. 2017 lag op een wat lager niveau, 926 kWp/ha, met 36 nieuwe projecten in dat jaar. 2013 is een beetje een "outlier" in de huidige reeks, met al vroeg een relatief hoge claim van 937 kWp/ha. Maar dat betreft dan ook een kleine cluster van slechts 8 projectjes. Zeker in kleine populaties kan een toevoeging van een nieuw gevonden project, of een wijziging van een ouder exemplaar, nogal wat invloed hebben op het groeps-gemiddelde resultaat voor zo'n afgeleide parameter.

2018 en 2019 hebben wel alweer hogere capaciteitsclaims, bij grofweg een vergelijkbaar gemiddeld projectvermogen van 4,4-4,5 MWp, achtereenvolgens 969, en 1.031 kWp/ha. Waarmee in 2019 dus voor het eerst een gemiddelde project claim van meer dan 1 MWp/ha is overschreden.

De laatste vijf jaar heeft een duidelijk verdere schaalvergroting plaatsgevonden, waarbij de gemiddelde capaciteits-claim per hectare verder is opgelopen van 1.162 kWp/ha in 2020, naar 1.227 kWp/ha in 2021, 1.293 kWp/ha in 2022, 1.355 kWp/ha in 2023, en alweer 1.384 kWp/ha in 2024. Met daarbij de disclaimer, dat met name aan de laatste opgave nog wel e.e.a. kan wijzigen, als informatie over de netgekoppelde zonneparken in dat jaar completer is geworden. Over 2025 is de onzekerheid uiteraard nog groter, vanwege ongetwijfeld nogal wat ontbrekende projecten, waarvan formele oplevering later pas bekend zal gaan worden. Al komt de huidige claim van momenteel alweer op een record hoge waarde uit, 1.463 kWp/ha. Dat kan nog substantieel veranderen, vanwege nog veel missende info uit dat jaar, met name van mogelijk nog de nodige toe te voegen kleinere, nog niet op het netvlies staande projecten. Momenteel is het al bijna een verdubbeling t.o.v. de vermogens-dichtheid in 2012.

De laatste vijf jaargangen hebben in ieder geval relatief hoge opgestelde vermogens per oppervlakte eenheid, die duidelijk uitkomen boven het gemiddelde over alle 1.160 projecten, 1.197 kWp/ha (horizontale streepjeslijn in de grafiek, in de vorige update nog 1.154 kWp/ha).

Een van de belangrijkste oorzaken van deze opvallende relatieve schaalvergroting (bij kWp/ha) is dat, naast steeds slimmere opstellings-vormen in moderne zonneparken (lage hellingshoeken, meer modules per tafel, O/W oriëntaties), met name de inzet van zeer hoge vermogens hebbende nieuwe zonnepanelen (tot zo'n 600 Wp per stuk, en continu verder stijgend), de capaciteit op dezelfde oppervlakte flink omhoog hebben gejaagd in de laatste jaren. Het zal sterk afhangen van verdere rendements-verbeteringen van de zonnecellen zelf, of deze al hoge behaalde vermogens-"dichtheden" nog (veel) verder omhoog geschroefd zullen kunnen worden in nieuw op te leveren grondgebonden installaties, in komende jaren.


Voorbeeld van 1 van de inmiddels honderden kleinere zonneveldjes die Nederland inmiddels rijk is. Dit exemplaar met 40 stuks monokristallijne panelen, paarsgewijs pal oost-west geplaatst op een grindbed, is gerealiseerd in de zomer van 2025, en zit hoogstwaarschijnlijk ruim boven de 15 kWp drempel (schatting: 450 Wp modules). We kwamen het project toevallig tegen tijdens een grote zonneparken ronde, in zuid-west Fryslän. We zullen er ongetwijfeld meer gaan ontdekken, velen daarvan zullen niet als zodanig bij de autoriteiten bekend zijn. Maar beslist meetellen voor de invulling van de RES-doelen.


(10) Opslag faciliteiten bij zonneparken nieuw

De laatste jaren ben ik ook gaan turven bij welke zonneparken er een stroom opslag faciliteit is gekomen, benoemd, en/of gepland. Soms EOS genoemd ("Energie Opslag Systeem"), internationaal vaak gerefereerd als BESS ("Battery Energy Storage System"). Dit is een zeer snel gegroeid marktsegment, wat natuurlijk alles met de overal aanwezige netcongestie heeft te maken. Hier zal nog meer onderzoek aan worden gedaan, dit is slechts een eerste inventarisatie.

Voorlopig heb ik al 52 concreet opgeleverde dan wel expliciet geplande BESS installaties bij zonneparken aangetroffen, ruim 4% van het totaal aantal grondgebonden veldprojecten. Zowel bij veel nieuwe, als ook, in toenemende mate, bij oudere veldopstellingen. BESS projecten vinden we zelden bij de kleinere veldopstellingen, de meeste vinden we bij zonneparken groter dan 1 MWp.

Daarnaast worden er ook zeer grote BESS projecten aangelegd die niet speciaal een zonnepark en/of windpark bedienen, maar die uitdrukkelijk zijn bedoeld voor ondersteuning van vitale netfuncties (frequentie balans etc.). Een van de grootste, 1.200 MWh / 300 MW, wordt gebouwd naast de hoogspannings-aansluiting van voormalige, meermalen gefailleerde aluminiumsmelter Aldel in Delfzijl, waarvan een groot deel van de gebouwen reeds is gesloopt (Leopard BESS).

Het CBS heeft in juli 2025 voor het eerst een - geanonimiseerd - overzicht gepubliceerd van door hen getelde BESS faciliteiten met opslag capaciteiten groter dan 1 MWh. Ze telden voor eind 2024 al 84 grote batterij systemen, met mogelijk nog wat toe te voegen installaties voor dat jaar. De Europese solar branche organisatie Solar Power Europe, publiceerde begin 2026 een overzicht van de fors toegenomen activiteit met batterij systemen in Europa. De Nederlandse branche organisatie, Energy Storage, heeft een web pagina met deels publiekelijk toegankelijke documenten over deze snel groeiende tak van sport.

Bij een negental zonneparken draaien waterstof productie pilots, of zijn ze gepland. Hoe de business-case van dergelijke dure projecten er uit ziet blijft een spannend verhaal, de meningen over de haalbaarheid van dergelijke projecten is continu voer voor discussie. De pilot bij zonnepark Venekoten in Oosterwolde (Friese gemeente Ooststellingwerf) stond eind 2024 in ieder geval te koop nadat Alliander en GroenLeven de productie van waterstof gas hadden stopgezet.


(11) "Klassieke" grondgebonden zonneparken nog lang niet alles

In de chaotische cijferbrei die af en toe op het wereldwijde web wordt gegooid met betrekking tot (o.a.) zonneparken, wordt zelden nauwkeurig gedefinieerd wat er nu precies "bedoeld" wordt met de afperking van die categorie. Vaak lijkt het alsof "alle" volume wat ergens op de grond (niet zijnde een dak of complex aan daken) staat, in die verzamelcategorie wordt ondergebracht, maar zelden worden daar expliciet uitspraken over gedaan. Polder PV, die al jaren exact segmenteert, doet dat uiteraard wel.

In de hierboven weergegeven analyses van Polder PV's overzichten wordt bijna uitsluitend het omvangrijke, klassieke segment "grondgebonden zonneparken" behandeld, waaronder ook projecten op afval depots worden gerekend. Dat kunnen afvalbergen zijn, met flink reliëf (voorbeelden AVRI Geldermalsen, Armhoede Lochem, Koggenrandweg Middenmeer / HVC, en het spectaculaire Fort de Pol project te Zutphen), of zeer vlakke grond- en slib depots, zoals de zonneparken op de Krimweg te Coevorden, de grondbank Bredeweg in Zevenhuizen, en slibdepot Geefsweer te Meedhuizen. Ook voormalige vloeivelden, vaak naast (voormalige) aardappelzetmeel-, strokarton-, of suikerfarbrieken, kunnen in deze categorie worden ondergebracht. Een bekend voorbeeld is het complexe Cosun Solar Park Puttershoek, wat Kieszon in 2021 opleverde (later: Greenchoice Integrated). Wat grotendeels werd overgenomen door Klimaatfonds Nederland, en deels voor het eigen verbruik van de grondeigenaar Suikerunie is gereserveerd, wat middels een 10-jarige lease constructie met BNP Paribas tot stand is gekomen (derhalve: twee separate entries / eigenaren voor dit grote project).

Tot nog toe heeft Polder PV, van de 1.173 op peildatum 27 januari 2026 reeds gevonden grondgebonden zonneparken, 47 projecten (4% van totaal) geïdentificeerd die op dergelijke "afval" lokaties zijn ingericht. Het totale vermogen daarvan is 514 MWp, 7,2% van het totale tot nog toe gevonden capaciteits-volume. In paragraaf 9d werd de totale oppervlakte van projecten op afval lokaties sensu lato reeds aangestipt: 448 hectare (8% van totaal volume van grondgebonden zonneparken).

Bij de complete verzameling zit ook al een forse hoeveelheid zonneparken op rioolwaterzuiveringen (RWZI's), waarbij door Polder PV ook altijd alle "echte rooftops" die vaak gelijktijdig zijn aangebracht op dergelijke percelen, separaat worden gehouden. En die dus niet meetellen bij de bepaling van de volumes panelen en capaciteiten voor "vrijeveld installaties". Ook over een dergelijke wezenlijke splitsing lezen we in de media verder nooit iets. Polder PV doet dit wel, om zo zuiver mogelijk op de graat te kunnen klassificeren op "type installatie". In paragraaf 5 werd hier eerder al gedetailleerd op ingegaan.


Foto van het eerste grotere drijvende zonnepark in Nederland, op het gietwaterbassin in het kassengebied Bergerden, gemeente Lingewaard in Gelderland (zie video bij Lingewaard Energie coöperatie). De eerste plannen voor het project van lokale tuinders, verenigd in een coöperatie, stammen al uit 2013, maar pas begin 2018 werd de financial close bereikt, en in juni dat jaar werd het project, geholpen door een participatie subsidie van provincie Gelderland, en een lokale crowdfunding actie, door Tenten Solar opgeleverd. Eind augustus werd het project officieel ingewijd. Op 4 juni 2019, nog geen jaar na oplevering, werd het project door een tornado getroffen, die vooral bekend werd door enorme schade in Rheden en omgeving (bericht NOS en schadebeeld na 6 jaar). Een deel van de generator in het gietwaterbassin klapte om, en kwam op het aanpalende deel van het panelen veld terecht. De schade werd in november 2019 hersteld, en sindsdien functioneert de ongeveer 1,7 MWp grote drijvende installatie, die, volgens opgave van de exploitant, per jaar goed zou zijn voor een productie van 1,8 GWh aan zonnestroom, weer naar behoren. Foto genomen tijdens een fietsvakantie in Zuid en Midden Nederland, in juni 2021.

Er zijn minimaal drie andere typen categorieën met PV constructies op, of zelfs "boven" de grond, die "zelfstandig dragend" zijn aangebracht, en die beslist niet als (klassiek) "rooftop" kunnen worden geklassificeerd. Drijvende zonneparken zoals het voorbeeld hier boven, vrijstaande carports en aanverwante objecten, zoals agri-PV constructies boven fruit en andere gewassen, en geluidschermen en daarvan afgeleide vormen op grootschalige verkeers-infra. Waarbij, uiteraard, "klassieke" veldopstellingen die, al dan niet toevallig, vanwege naburige aansluit punten op het net, langs of in de buurt van snel- of spoorwegen liggen, beslist niet onder deze duidelijk afwijkende project categorie worden geschaard. We komen dan aan het volgende "totaal staatje" in het projecten overzicht van Polder PV (tabel verderop). Met eind 2019 tm. 2025 (nog zeer voorlopige data) geaccumuleerde netgekoppelde PV installatie volumes. En de daar uit volgende jaargroei cijfers. Nota bene, ook hier weer, alle project categorieën met installaties groter dan 15 kWp per stuk betreffend.

Polder PV heeft daarnaast inmiddels al honderden kleinere grondgebonden (en enkele kleinere drijvende) gerealiseerde zonneparkjes in zijn overzichten staan, die zelden tot nooit worden benoemd in nieuwsberichten of in de vakpers. Een overzicht van de pure grondgebonden opstellingen in die "mini categorie" is in paragraaf 8 behandeld.

In onderstaande overzichtje staan ook nog niet de nog "exotischer" categorieën als (meestal vrij staande) trackers, pilot projecten op de Noordzee, en de diverse solaroad experimenten benoemd. Ook deze worden al enkele tijd separaat geïnventariseerd door Polder PV. Vaak worden geen capaciteiten genoemd bij dergelijke pilot projecten. Diverse pilots zijn zelfs alweer "opgeruimd" na een korte testfase van hooguit een paar jaar. Zoals enkele geflopte solaroad experimenten, maar ook kleine drijvende experimenten op, o.a. de Slufter, en de installaties in het Oostvoornse Meer zijn reeds weer verdwenen. Als een specifieke categorie voldoende "volume" krijgt, en er zinnige, enigszins verifieerbare zaken zijn te zeggen over opgesteld vermogen, zal Polder PV die in de toekomst in een dergelijk staatje gaan opnemen. Zo ver is het echter nog lang niet, het gaat bij de meeste van dergelijke sub-categorieën om marginale volumes, die verzuipen in de enorme populatie klassieke veldopstellingen, vermeerderd met de al aardig grote populatie drijvende projecten.


Tabel vier typen vrijeveld installaties en totalen gerealiseerde capaciteiten

Overzicht van vier niet klassieke rooftop zonnestroom, "vrije veld" project categorieën - realisaties. Data © 2026 Peter J. Segaar / www.polderpv.nl. Alle opgaves in onderstaande tabellen 4 en 5 zijn minimale positief vastgestelde volumes op basis van de meest actuele gegevens van Polder PV (peildatum 27 januari 2026), er kan meer zijn opgeleverd aan het eind van de weergegeven kalenderjaren. Vaak worden nog niet actueel bekende projecten pas achteraf gevonden, en in nieuwe versies van dit overzicht toegevoegd. Optellingen kunnen door afrondingen afwijken van de optelling van afgeronde deelwaarden (de optellingen zijn gedaan met de brongegevens, met cijfers achter de komma).

De data voor de laatste 2 jaren zijn waarschijnlijk nog zeer onvolledig, die voor eerdere jaren meer "gesetteld", al zijn in alle oudere cijfers weer kleine wijzigingen voorgekomen sedert de voorgaande update (meestal licht neerwaartse bijstellingen). Voorlopig kom ik in ieder geval voor alleen de klassieke veldopstellingen en de drijvende projecten eind 2025 al op 7.438 MWp, verdeeld over 1.253 projecten. Zowel de 6e als de 7e GWp zijn dus al lang gepasseerd bij alleen deze 1e 2 hoofd-categorieën, in 2024, resp. 2025. Hetzelfde geldt voor de totale volumes als we de veel kleinere deelsectoren carports sensu lato en zon op infra sensu stricto (onderste 2 rijen) hier bij optellen. Dan komen we voor 4 categorieën, eind 2025, voorlopig uit op een volume van 7.565 MWp.

De categorie "vrije overkappingen in het veld" (niet gebouw-gebonden projecten als vrijstaande carports e.d.) is eind 2023 de eerste 100 MWp gepasseerd. De categorie geluidsschermen met PV e.d. ("zon op infra" sensu stricto) blijft voorlopig erg klein. Eind 2025 had ik daarvoor nog maar 15,1 MWp staan.

Categorieën, EOY (MWp)
EOY 2019
EOY 2020
EOY 2021
EOY 2022
EOY 2023
EOY 2024**
EOY 2025*
klassiek grondgebonden
1.023
2.095
2.930
4.079
5.017
6.168
7.105
drijvende zonneparken
("op water")
4
83
164
191
285
313
333
Totaal volume grond + drijvend
1.027
2.178
3.094
4.271
5.303
6.482
7.438
car-, motor- en fiets "ports" (overkappingen incl. agri-PV)
14
22
65
77
90
102
112
geluidsschermen / wallen / tunneldaken
1,6
7,1
13,3
13,3
13,4
15,0
15,1
Totaal volume vier "non-rooftop" categorieën
1.043
2.207
3.172
4.361
5.406
6.599
7.565

Tabel 4. Wat de totale aantallen projecten betreft van deze vier categorieën, evolueerden de bijbehorende cijfers voor de EOY volumes in 2019 tm. 2025 achtereenvolgens als volgt: 388, 592, 802, 998, 1.222, 1.352, en 1.447 exemplaren (EOY 2025). Het is zeer waarschijnlijk, dat in 2026 dat aantal over de anderhalf-duizend heen zal gaan, met de grootste groei, uiteraard, bij de klassieke veldopstellingen. Combineren we de capaciteits-data met de aantallen projecten, zien we een evolutie van de gemiddelde systeemcapaciteit van deze vier categorieën, van 2,7 MWp, EOY 2019, naar, voorlopig, 5,2 MWp, EOY 2025 (detail data verder niet getoond). Derhalve, bijna een verdubbeling van de gemiddelde systeem omvang, een zoveelste indicator van continue schaalvergroting in de projecten sector.

Uit de brondata en bovenstaande tabel 4 volgt onderstaand exemplaar met de jaarlijkse groeicijfers van 2019 tm. 2025. Data voor de laatste jaren, en, vooral, 2024-2025, kunnen nog wel behoorlijk gaan wijzigen.

Categorieën, YOY (MWp)
groei 2019
groei 2020
groei 2021
groei 2022
groei 2023
groei 2024**
groei 2025**
klassiek grondgebonden
447
1.073
835
1.150
938
1.151
937
drijvende zonneparken
("op water")
0,2
79
81
27
94
28
19
Totaal volume grond + drijvend
447
1.151
916
1.177
1.032
1.179
956
car-, motor- en fiets "ports" (overkappingen incl. agri-PV)
3,9
7,9
43
12
13
12
10
geluidsschermen / wallen / tunneldaken
0,5
5,5
6,2
< 0,01
0,01
1,6
0,01
Totaal volume vier "non-rooftop" categorieën
451
1.165
965
1.189
1.045
1.193
966

Uit bovenstaande tabel 5 blijkt dat de groei van alleen al deze vier "niet-rooftop" categorieën minimaal 451 MWp heeft bedragen in 2019, 1.165 MWp in 2020, 965 MWp in 2021, 1.189 MWp in 2022, 1.045 MWp in 2023, een nieuw record volume van 1.193 MWp in 2024 (het vorige record van 2022 licht verbeterd), en, met nog zeer voorlopige cijfers, minimaal 966 MWp in 2025. De bijbehorende nieuwe jaarlijkse aantallen projecten van deze 4 categorieën waren vanaf 2019: 133, 204, 210, 196, 224 (record in 2023), 130 en, in 2025, minstens 95 nieuwe projecten.

"Klassiek grondgebonden" blijkt overduidelijk de grote driver van de groei te zijn geweest, met, bij de capaciteiten, aandelen tussen de 86% in 2021, en 99% in 2018 en 2019 van de groei bij de totalen voor deze vier categorieën.

Ten opzichte van recordjaar 2024 is bij de nieuwbouw het volume, met de huidige bekende cijfers, met 8% teruggevallen in 2025. Wat beslist nog zal wijzigen, pending later komende toevoegingen voor de meest recente jaargangen.

Als we ons in eerste instantie richten op de aanwas cijfers voor uitsluitend veld- en drijvende opstellingen (3e rij in de tabel, mede gezien de niet verder gaande uitsplitsing door het CBS), kunnen we voorlopig het volgende concluderen. Gaan we uit van de meest recent beschikbare totale jaargroei cijfers van het CBS, 2.618 MWp in 2019, 3.882 MWp in 2020, 3.715 MWp in 2021, 4.713 MWp in 2022, 5.176 MWp in 2023 (nieuwe record jaargroei), en, nog nader voorlopig, 3.276 MWp in 2024 (update 18 november 2025), zouden de door Polder PV vastgestelde jaargroei cijfers voor de capaciteits-aanwas in alleen deze 2 "veld sensu lato" categorieën neerkomen op de volgende aandelen ten opzichte van de totale jaarlijkse aanwas volgens het CBS:

  • YOY 2019 447/2.618 = 17,1%
  • YOY 2020 1.151/3.882 = 29,6%
  • YOY 2021 916/3.715 = 24,7%
  • YOY 2022 1.177/4.713 = 25,0%
  • YOY 2023 1.032/5.176 = 20,0%
  • YOY 2024** 1.179/3.276 = 36,0%

Voor deze 2 categorieën was aanvankelijk 2020 het recordjaar, wat impact op het totaal toegevoegde volume in dat jaar betrof, met bijna 30% van het aandeel bij de totale aanwas. In 2021 - 2022 daalde dat aandeel naar ongeveer een kwart van het totaal, met de voorlopige cijfers voor 2023 is het verder afgenomen naar nog maar 20%. Wat vooral het resultaat is van het topjaar voor groei in het residentiële segment (zie energieleveren.nl statistiek), met als extra factor de toename van problemen bij de realisatie in een land met overal aanwezige netcongestie.

In 2024 begon de residentiële markt duidelijk in te storten, en direct is daarmee het aandeel van de aanwas van de grondgebonden en drijvende projecten fors toegenomen. Naar een voorlopig record aandeel van maar liefst 36% van de totale marktgroei in Nederland.

Als we bij bovengenoemde verzameling (veld- en drijvende projecten) ook nog de kleinere speciale categorieën zon op infra en vrijstaande carports optellen, krijgen we bij de verhoudingen t.o.v. de totale CBS jaargroei cijfers de volgende, iets hogere percentages:

  • YOY 2019 451/2.618 = 17,2%
  • YOY 2020 1.165/3.882 = 30,0%
  • YOY 2021 965/3.715 = 26,0%
  • YOY 2022 1.189/4.713 = 25,2%
  • YOY 2023 1.045/5.176 = 20,2%
  • YOY 2024** 1.193/3.276 = 36,4%

Hierbij zijn de aandelen enigszins gestegen t.o.v. die voor alleen de veld- en drijvende projecten, met in 2020 nu 30% aandeel van deze vier categorieën, en het record voor 2024 ligt momenteel voor deze vier categorieën op 36,4%. Het aandeel is in 2021 het meest opvallend toegenomen, naar 26,0%. Dit komt omdat in dat jaar de grootste carport van Europa werd opgeleverd, het bijna 38 MWp grote project van Novar bij Lowlands (Biddinghuizen). Daaraan is weer goed te zien, dat oplevering van slechts 1 groot project, merkbare gevolgen bij dergelijke overkoepelende ratings kan hebben.

De rest van de groei in de nationale zonnestroom markt is geland bij de capaciteits-toevoegingen op bedrijfsdaken, instellingen e.d., en het nieuwe vermogen in het residentiële marktsegment, de huursector, nieuwbouw, meer exotische marktsegmenten, etc. Zonneparken sensu lato hebben in 2024 een zeer groot marktaandeel veroverd, en dat kan absoluut niet "verdonkeremaand" worden: het is een significante contributie aan de duurzame stroom transitie.


Verschil einde-jaars capaciteit vrije-veld en drijvende installaties, met non-rooftop CBS

Bij de eindejaars-accumulaties van grondgebonden en drijvende projecten vallen de volgende verschillen op met de opgaves van het CBS onder hun "veld" categorie. De enige zinnige vergelijking is hier de optelsom van grondgebonden "klassieke" veldinstallaties, en drijvende projecten gevonden door Polder PV, omdat het CBS bijvoorbeeld projecten als (vrijstaande) carports expliciet, voor het gemak (?) in de enorme pool van daksystemen gooit, en zich verder niet druk lijkt te (willen) maken met benodigde verdere segmentatie. Of hun segmentatie op dat punt klopt blijft de vraag, want we kunnen daar niets van controleren. Vandaar deze keuze voor een mogelijkheid tot het vergelijken van cijfers.

  • EOY 2019 Polder PV 1.027 MWp, CBS 1.039 MWp > Polder PV 1,2% minder
  • EOY 2020 Polder PV 2.178 MWp, CBS 2.101 MWp > Polder PV 3,7% meer
  • EOY 2021 Polder PV 3.094 MWp, CBS 3.005 MWp > Polder PV 3,0% meer
  • EOY 2022 Polder PV 4.271 MWp, CBS 3.931 MWp > Polder PV 8,6% meer
  • EOY 2023 Polder PV 5.303 MWp, CBS 4.929 MWp > Polder PV 7,6% meer
  • EOY 2024** Polder PV 6.482 MWp, CBS 5.831 MWp > Polder PV 11,2% meer
  • EOY 2025* Polder PV 7.438 MWp, CBS MY 2025† 5.954 MWp (> Polder PV 24,9% meer)

† Nog zeer voorlopig resultaten. Deze zullen in latere updates flink zijn gewijzigd, zowel bij Polder PV, als bij CBS. Bij het CBS zullen de nog zeer voorlopige half-jaar cijfers worden vervangen door, in eerste instantie, wederom zeer voorlopige eindejaars-volumes.

Eind 2024 heeft Polder PV dus al 11,2% meer capaciteit in veldopstellingen en drijvende zonneparken staan, dan het CBS kent. Nemen we, voor de iets meer geconsolideerde cijfers voor EOY 2024 ook nog Polder PV's categorie "zon op infra" hierbij (alles > 15 kWp), wordt het verschil met CBS nog wat groter, eind 2024 11,4%. En als we ook nog de door Polder PV geïdentificeerde, netgekoppelde solar carport projecten sensu lato meenemen, zou het verschil eind 2024 zelfs al zijn oplopen naar 13,2%, als we als referentie de "veldopstelling" categorie van het CBS zouden nemen. Deze verschillen kunnen echter wel minder gaan worden als meer definitieve cijfers voor eind 2024 beschikbaar komen (verwachting bij CBS: pas eind 2026).

Bij de aantallen projecten (klassiek vrijeveld plus floating solar) was het verschil eind 2019 nog zeer groot. Inmiddels zijn er, vooral door latere vondsten van oudere veldopstellingen, 62% meer grondgebonden en drijvende projecten bekend bij Polder PV dan bij het CBS in dat jaar (334 vs. 206 exemplaren). De verschillen zijn, echter in 2 jaar flink geslonken naar bijna 16% verschil eind 2020, en rond de 12,2% eind 2021. Vanaf 2022 is dat verschil percentage echter weer aan het toenemen, van 13,4% eind 2022, via 18,7% in 2023, naar alweer 19,1% in 2024.

In 2025 is het, met de nog zéér voorlopige data, zelfs alweer verder gestegen naar bijna 26% in het voordeel van het door Polder PV getelde aantal grondgebonden en drijvende projecten. Er zijn drie redenen waarom dat percentage voor 2025 nu nog zo hoog ligt. Ten eerste, beschikt het CBS momenteel alleen nog maar over cijfers voor de eerste jaarhelft, die bovendien nog verre van volledig zijn. (2) Polder PV heeft al talloze kleinere (doch RES-fähige) veld projecten geregistreerd, die hoogstwaarschijnlijk totaal onbekend zijn bij het CBS. (3) Het percentage zal vermoedelijk wel enigszins bijtrekken, als in de CBS bestanden alle actueel gerealiseerde projecten zijn opgenomen, zowel die uit de 2e jaarhelft, als de nog missende exemplaren uit de eerste 6 maanden van het jaar.

De vraag komt hierbij bovendien naar boven, hóe het CBS "telt", en of bijvoorbeeld SDE beschikkingen, die een iets andere locatie typering hebben gekregen, maar die onderdeel zijn van een en hetzelfde project, mogelijkerwijs als "separate projecten" zijn geklassificeerd. Veel zonnepark projecten hebben daarbij ook meerdere beschikkingen, waar mogelijk onterecht van verschillende projecten is uitgegaan. Hier is helaas verder geen nadere duiding over bij het CBS, en informatie over individuele projecten wordt daar niet verstrekt.

Als we kijken naar de evolutie van de systeemgemiddelde vermogens in de verzameling grondgebonden + drijvende projecten, krijgen we ook interessante verschillen te zien tussen de data van Polder PV, en die van het CBS. Zoals het volgende grafiekje laat zien.


Grafiek (27). Evolutie van het gemiddelde vermogen per project (verzamelingen grondgebonden + drijvende projecten) eind van het jaar bij het CBS, tm. medio 2025, blauwe curve, en in de verzameling projecten gevonden door Polder PV, tm. eind 2025 (oranje curve). Eind 2019 ligt het systeemgemiddelde vermogen in de Polder PV verzameling structureel veel lager dan bij het CBS (3,1 MWp versus 5,0 MWp). Tot en met 2022 trekt dit sterk bij. In 2023 en 2024 is het verschil weer opgelopen naar een verhouding 5,0 / 5,5 MWp, resp. 5,5 / 5,9 MWp gemiddeld per project. Dit laat zien, dat er bij Polder PV veel meer kleinere projecten in genoemde verzamelcategorie bekend zijn, dan bij het CBS, wat het totale gemiddelde in de hele groep onder druk zet. En dat het gemiddelde vermogen bij het CBS dus zeker in die jaren voor hun categorie "veldopstelling sensu lato" stelselmatig is overschat (alleen de grotere projecten).

De verhouding voor met name 2024 is nog niet zeker, en kan nog wijzigen bij het vinden van projecten die in dat jaar al netgekoppeld bleken te zijn (en eventuele verdere vondsten van kleine veldopstellingen). Voor 2025 is de status nog te onduidelijk, omdat CBS nog slechts zeer voorlopige data voor het eerste half jaar heeft gepubliceerd, en ook de verzameling tot nog toe ontdekte projecten in de verzameling van Polder PV beslist nog groter zal gaan worden. Vandaar de stippellijnen aan de rechterzijde.


Groei floating solar afremmend

Opvallend is in bovenstaande cijfers de flinke groei van floating solar (drijvend op water), met een toename van 79 MWp in 2020, gevolgd door 81 MWp nieuwbouw in 2021. Dat ligt natuurlijk met name aan het feit, dat er enkele zeer grote projecten door GroenLeven, met als groot-aandeelhouder het machtige Duitse BayWa r.e., zijn gerealiseerd in die twee jaren. In totaal werden 11 (overgebleven) nieuwe drijvende zonneparken in 2020, 12 in 2021, en nog eens 7 in 2022 (ruim 27 MWp) netgekoppeld opgeleverd in Nederland. In 2023 werd een record volume van ruim 94 MWp toegevoegd, verdeeld over 13 projecten. Daarbij zat het toen grootste van Europa, Sellingerbeetse, ruim 41 MWp, wederom van de hand van GroenLeven, wat daarbij natuurlijk een hoge impact had. Curieus is, dat RVO in hun "Zon-PV 2025 monitor" van september 2025 als grootste drijvende project nog steeds, volstrekt onterecht, een installatie van (bijna) 30 MWp weergeeft (tabel 4.1), het Uivermeertjes project in Gelderland, wat 2 jaar eerder werd opgeleverd. In 2024 zijn mij tot nog toe 15 nieuwe projecten op water bekend, goed voor ruim 28 MWp. Tot nog toe heb ik er al 11 nieuwe gevonden in 2025, met een gezamenlijke capaciteit van ruim 19 MWp. Dit alles leidt tot de volgende evolutie van floating solar in Nederland, weergegeven in grafiek:


Grafiek (28). Op de peildatum 27 januari 2026 waren mij in het specifieke floating solar segment, met installaties groter dan 15 kWp, 81 netgekoppelde projecten bekend, met een totaal volume van bijna 333 MWp. RVO suggereerde, op basis van een natte vinger schatting, kennelijk omdat ze de individuele projecten helemaal niet kennen (!), in hun hierboven al aangehaalde "Zon-PV 2025 Monitoring" rapport van september 2025, dat het totaal volume slechts "200-300 MW" zou kunnen zijn. Polder PV zat al op dat niveau in 2023 (...), en inmiddels, eind 2025, al minimaal 11% boven de hoogste afschatting van RVO ... Daarbij komt ook nog, dat RVO het uitsluitend over SDE beschikte projecten heeft. Polder PV heeft echter al bijna 30 (!) gerealiseerde drijvende projecten, waarvoor géén SDE is afgegeven. 6 daarvan hebben zelfs een capaciteit groter dan 1 MWp. De door RVO in hun rapportage gegeven figuur 4.2, waar "aantallen" projecten dan wel beschikkingen in zouden moeten staan, terwijl er "capaciteit" op de Y-as staat, kan Polder PV niet veel mee. De fysieke opleveringen per jaar, die Polder PV van bovenstaande grafiek heeft afgeleid, hier niet getoond, ziet er in ieder geval totaal anders uit, met niet in 2023 de meeste opgeleverde projecten, zoals RVO claimt, maar in 2024 (13 om 15 nieuwe exemplaren). Wel is het record capaciteits-volume in 2023 opgeleverd, ruim 94 MWp, wat grotendeels had te maken met het feit dat in dat jaar 3 zeer grote projecten werden netgekoppeld, waaronder het grootste, Sellingerbeetse. In 2024 werden grotendeels slechts kleinere projecten opgeleverd, met een totaal vermogen van slechts 28 MWp. Maar dus wel met 2 exemplaren meer dan in het voorgaande jaar.

Het project gemiddelde nam, sedert het record niveau van 5.188 kWp per project, EOY 2023, af naar 4.105 kWp, in 2025. Dit kan zeker voor 2025 nog wijzigen, als er nog enkele projecten worden toegevoegd die in dat jaar zouden kunnen zijn opgeleverd. Opvallend zijn in de laatste 2 jaar met name een toegenomen aantal projecten op bassins van kasteelt bedrijven, waar er ongetwijfeld nog de nodige van zullen gaan bijkomen. Dit zijn uiteraard meestal wat kleinere projecten.

De 2 grootste opgeleverde installaties in de laatste 2 jaar waren het 7 MWp grote drijvende project bij BillyBird Park Drakenrijk te Reuver (Beesel, Limburg) van Franse ontwikkelaar Technique Solaire, en het van Sunrock overgenomen, 13 MWp grote zonnepark Rekoplas van Powerfield in Raalte (Ov.), wat een cablepooling aansluiting deelt met het ruim 6 kilometer verderop liggende veld project in Heino, van dezelfde ontwikkelaar.

Bij de aantallen, is het aandeel van drijvende projecten t.o.v. het totaal aan veldinstallaties + floating solar, 6,5%. Bij de capaciteit is het 4,5%, en bij de geclaimde oppervlakte (zie ook aparte paragraaf) is het, vanwege de meestal zeer compacte vormgeving, slechts 3,6%.

De gemiddelde capaciteit van de gerealiseerde drijvende projecten, weergegeven in de grijze streepjeslijn in de grafiek (referentie linker Y-as), is vanaf 2019 flink omhoog gestuwd, door de tussentijdse grote installaties van, met name, BayWa r.e. / GroenLeven. In 2023 werd een nieuw hoogtepunt bereikt, met een gemiddelde omvang van bjna 5,2 MWp per nieuw project in dat jaar. In 2024 en 2025 ging dat gemiddelde weer flink onderuit, omdat er vooral kleinere projecten werden opgeleverd in die jaren (voorlopig 4,1 MWp gemiddeld in 2025).

SDE portfolio drijvende projecten

Er staan momenteel (tm. SDE 2024 "++") nog 21 subsidie beschikkingen open voor vergelijkbare projecten, met een potentïele capaciteit van 215 MWp. 3 daarvan zijn al gebouwd en zichtbaar op luchtfoto's, maar de status van de netkoppeling is nog niet bekend, en deze worden dus nog niet meegerekend in de PPV overzichten. Een significant aankomende project is Skûlenboarch in het Friese Tytjerksteradiel. GroenLeven heeft dat project voorbereid, en overgedragen aan de gemeente, het moet eigendom worden van Energiecoöperatie Enerzjyk Skûlenboarch, met steun van het regionale FSFE fonds van de provincie. Met 46 MWp zou het, volgens eigen zeggen, "het grootste drijvende project van Europa" moeten gaan worden. Wat echter sowieso niet klopt, want Ciel & Terre heeft in het eerste kwartaal van 2025 reeds in Frankrijk het 74 MWp grote Îlots Blandin project voor PerPetum Energy opgeleverd. Die gaat echter wel een plaatsje opschuiven, want het nu grootste aangekondigde project, een 95 MWp groot drijvend zonnepark op een van de ergste stortlocaties van Nederland, de Slufter op de Maasvlakte, lijkt nu echt gebouwd te gaan worden. Volgens Port of Rotterdam zou het mogelijk zelfs al in 2027 opgeleverd kunnen gaan worden (bericht n.a.v. inloopdag op 10 maart 2026).

Naast een serie kleinere installaties, zijn er ook enkele off-shore projecten in planning, waarvan Meganser in juli 2024 in het North Sea Farmers project op de Noordzee is verankerd, en haar uitgebreide testfase ingaat. Het veelbesproken drijvende zonnepark van Oceans of Energy, wat eind augustus 2025 naar haar geplande locatie in off-shore Windpark Hollandse Kust Noord ("Crosswind") was gevaren, en waar kort na opstart brandjes ontstonden, is al snel weer terug gesleept naar IJmuiden, om te kijken wat er fout is gegaan, en eventuele reparaties uit te voeren. Een vervolg daarvan is nog niet bekend. Deze projecten zijn niet opgenomen in het overzicht van drijvende zonneparken bij Polder PV.

Ook zijn er nog eens bijna veertig minder concrete plannen voor enkele honderden MWp aan floating solar projecten, maar daar zijn nog geen SDE beschikkingen voor afgegeven, bovendien is er van veel geplande projecten nog weinig bekend van de daadwerkelijk geplande capaciteiten. Dat er geen SDE beschikkingen voor die populatie zijn afgegeven hoeft verder niets te zeggen. Polder PV heeft veel gerealiseerde drijvende projecten in zijn overzichten, die nooit SDE subsidie hebben ontvangen. M.a.w., hier kan beslist wel het een en ander uit gerealiseerd gaan worden.

Een plan van ruim anderhalve GWp (solar eilanden, cq. "zonne-atollen", met deels drijvende onderdelen), voor de kust van het Noord-Hollandse Wieringermeer, werd op ijs gelegd, na de nodige politieke turmoil rond dat project, en een vroegtijdig vertrokken gedeputeerde als slagroom op de taart toe. Minister Hermans van Min. KGG heeft via haar directeur-generaal, eind 2024 in een brief laten weten dat het project Wieringerhoek "niet voldoende kansrijk wordt geacht". En dat het ministerie in dezen dan ook geen actieve vervolgstappen zal gaan zetten om dat project in het "OER" programma op te nemen (OER = "Opwek van Energie op Rijksvastgoed"). Zie ook de samenvatting in het lokale medium Westfriesland Praat, van 5 december 2024. Dat ambieuze project lijkt dan ook een zachte dood te zijn gestorven.


Absolute en relatieve capaciteit per inwoner per provincie van grondgebonden en drijvende zonneparken, en totalen

In deze ververste grafieken heb ik de vermogens van de door Polder PV gevonden klassieke grondgebonden veldopstellingen plus de relatief bescheiden vermogens van de per provincie gevonden drijvende projecten, zoals bekend op peildatum 27 januari 2026, opgeteld per provincie. Eerst wordt de stand van zaken voor eind 2024 getoond, vervolgens de situatie volgens de meest recente data voor 2025.


In deze grafiek (29) de situatie voor eind 2024, volgens de optelling van de capaciteiten voor grondgebonden zonneparken en installaties drijvend op (binnen-)water, per provincie, op peildatum 27 januari 2026. Groningen leidt hier nog steeds, met in totaal 1.075 MWp, de eerste provincie met, gecombineerd, meer dan 1 GWp aan grondgebonden en drijvende zonneparken op haar grondgebied. Ditmaal is het echter niet Drenthe (nr. 2 eind 2023 in vorige update), maar Gelderland die op de 2e plaats is gekomen (980 MWp). Drenthe volgt nu op plek 3, met 903 MWp. Hekkensluiter is nog steeds Utrecht, met 184 MWp, met, verdeeld over 2 kleine projectjes, slechts een marginaal aandeel van drijvende exemplaren. Sowieso zijn de volumes floating solar per provincie ook behoorlijk verschillend, met Gelderland nog steeds met de hoogste capaciteit (63 MWp), op de voet gevolgd door Overijssel en Fryslân.

Bij een vergelijking met de officiële cijfers van het CBS voor eind 2024 valt op, dat Polder PV, op 3 provincies na, eind 2024 al (veel) hogere capaciteiten heeft vastgesteld, van 32% meer voor Gelderland, tot 7% voor Zuid-Holland. Drenthe, Utrecht en Zeeland hadden 1 tot 0,2% minder capaciteit. Deze verschillen hebben waarschijnlijk deels te maken met nog niet door het CBS verwerkte (meestal fors negatieve) bijstellingen van de SDE beschikkingen zoals RVO die publiceert. Polder PV is van de meest recente lijst (januari 2026) uitgegaan, of claimt een nauwkeuriger / beter / betrouwbaarder vermogen te hebben kunnen vaststellen, waarbij altijd per project een overwogen oordeel wordt geveld. In de RVO lijsten komen vaak ernstige fouten en tekortkomingen aan het licht, deze worden door Polder PV in zijn eigen overzichten gecorrigeerd.

Aantallen ratjetoe

Hierbij moet ook worden opgemerkt, dat de verschillen met de CBS cijfers voor de aantallen projecten (grondgebonden + drijvend) veel groter zijn. Polder PV heeft voor Overijssel 76% méér projecten dan het CBS claimt voor eind 2024, wat alles heeft te maken met de talloze kleinere veldinstallaties die Polder PV al geturfd heeft voor deze provincie. Installaties, die het CBS helemaal niet kent of onderscheidt. Meerdere provincies hebben ook zeer hoge afwijkingen, waarbij Polder PV veel hoger in de boom zit met de harde tellingen van projecten.

Zeer byzonder zijn echter de negatieve afwijkingen t.o.v. de CBS cijfers. In Flevoland zou het CBS maar liefst 76 projecten hebben gevonden, wat onmogelijk is, want Polder PV, die regelmatig alle beschikbare info op het internet afschuimt, komt voor die provincie op maar 37, meestal grote, grondgebonden en drijvende projecten (derhalve zogenaamd 51% minder dan het CBS opgeeft). Gevreesd wordt, dat CBS hier hetzij SDE beschikkingen telt (meerdere zonneparken in Flevoland hebben meer dan 1 beschikking!), en/of verschillende "velden" van projecten als individueel zonnepark telt. Voorbeelden daarvan zijn het Bernard complex in Luttelgeest, Zonnepark Flevokust, het Flevonice complex, en de beschikkingen voor het Noordermeerdijk complex in de Noordoostpolder. CBS geeft helaas geen identificeerbare projecten op, dus de details kunnen niet worden gecontroleerd. Dat er weinig klopt, van dat relatief hoge aantal projecten bij het CBS, laat het verschil in capaciteit zien. Polder PV heeft in Flevoland met een beperkt aantal projecten juist 17% méér capaciteit staan, dan CBS met al hun "projecten" bij elkaar heeft weten te vinden. Er lijkt dus weinig te kloppen van die door het CBS opgegeven aantallen ...

Een vergelijkbaar verhaal geldt voor Groningen, waarvoor CBS maar liefst 145 (!) projecten telt, en Polder PV maar 90, 38% minder. Ook hiervoor geldt een vergelijkbaar verweer, Polder PV heeft ondanks dat fors lagere aantal projecten, 10% méér capaciteit staan in Groningen. Bij Drenthe is het negatieve verschil 15%, en heeft Polder PV ook een zeer beperkt percentage van 1% minder capaciteit. Zoals gezegd, kan dat aan nog niet door het CBS verwerkte (neerwaartse) bijstellingen van SDE beschikkingen liggen.


In deze tweede grafiek (30) wordt, naar analogie van de vorige grafiek (29) tm. 2024, de voorlopige situatie weergegeven volgens de status voor eind 2025, op peildatum 27 januari 2026. Hier zijn de tot nog toe gevonden netgekoppelde projecten voor dat jaar in meegenomen. De meest opvallende wijziging t.o.v. de vorige grafiek, is Flevoland, waar tussentijds enkele flinke zonneparken zijn gebouwd (Marknesse en de Noordermeerdijk deelprojecten). Die voor een forse verhoging van de capaciteit hebben gezorgd. Groningen staat nog wel steeds op 1, met inmiddels 1.245 MWp. Gelderland is inmiddels de 2e provincie met meer dan 1 GWp in de verzameling veld- en drijvende zonneparken, meer specifiek 1.131 MWp. Drenthe staat nog net op plaats 3, met 922 MWp, maar wordt inmiddels aardig in de nek geblazen door Noord-Brabant, die een tussensprint heeft getrokken, en van 692 MWp EOY 2024, naar 904 MWp is door gestoomd. Met nog heel wat klaarstaande projecten in de pijplijn.

Overijssel staat nog enigszins in de buurt van hard gegroeid Flevoland, met 635 MWp. Fryslân en Zeeland volgen op afstand, met 437, resp. 417 MWp. Zuid-Holland, Limburg en Noord-Holland zitten daar weer flink onder (260, 236, resp. 235 MWp). Utrecht blijft de rode lantaarndrager, met 198 MWp.

Bij de drijvende projecten is niet meer Gelderland kampioen, de eerste positie is, met de huidige bekende cijfers voor 2025, inmiddels door Overijssel overgenomen, met 71 MWp. Dit is het gevolg van oplevering van het grote Rekoplas project van Powerfield in Raalte.

Aandeel projecten veld + drijvend, vanaf 1 MWp

Nogal wat projecten zijn "relatief klein", al draagt elk project bij aan de toename van duurzame stroom productie. In nogal wat gremia worden slechts cijfers voor de "utility scale" gebezigd, die vaak op minimaal 1 MWp worden afgegrensd. Voor bovenstaande overzicht heb ik daartoe alle grondgebonden (vv) + drijvende projecten (FS) vanaf 1 MWp apart geselecteerd, om de hoge impact daarvan op de totaal volumes te laten zien, in tabel 6.

vv + FS >= 1 MWp EOY
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024**
2025*
aantal projecten
64
110
203
292
370
447
514
566
aandeel aantal op totaal volume vv + FS
28,7%
32,9%
39,4%
41,7%
42,1%
41,9%
43,9%
45,2%
capaciteit (MWp)
561
997
2.120
3.012
4.167
5.185
6.352
7.297
aandeel capaciteit op totaal volume vv + FS
96,8%
97,1%
97,3%
97,4%
97,6%
97,8%
98,0%
98,1%
gemiddelde systeem omvang (MWp)
8,8
9,1
10,4
10,3
11,3
11,6
12,4
12,9

Uit bovenstaande tabel 6 blijken enkele duidelijke trends.

  • Het aantal projecten veld- en drijvende installaties vanaf 1 MWp per project groeit weliswaar, maar blijft relatief bescheiden ten opzichte van de totale volumes (vv 1.172, FS 81, totaal 1.253, eind 2025, waarvan 566 exemplaren groter of gelijk aan 1 MWp).
  • Tussen 2018 en (voorlopige cijfers) 2025 is het aantal projecten >= 1 MWp bijna ver-negen-voudigd.
  • Het aandeel van deze projecten op de totale aantallen veld- en drijvende projecten groeide ook, maar bleef relatief bescheiden, tussen de 29% in 2018, en 45% in 2025 (voorlopig cijfer). Het merendeel van deze installaties is maximaal 1 MWp groot, en vaak veel kleiner (doch aan de onderkant afgegrensd op > 15 kWp).
  • De geaccumuleerde capaciteit in dit grootste marktsegment groeide zeer hard, van 561 MWp in 2018, naar al 7.297 MWp, eind 2025, een ver-dertien-voudiging van het volume. Derhalve, een hogere impact dan bij de aantallen, wat betekent, dat de schaalvergroting ook in deze categorie wordt gecontinueerd.
  • Het aandeel van de capaciteit in deze grootste markt categorie, op de totale capaciteit volumes voor grondgebonden en drijvende projecten, is van meet af aan al zeer hoog, en zelfs nog iets verder gegroeid. Van 96,8% in 2018 tm. 98,1% eind 2025. Voor alle impact studies van zonneparken (capaciteit, verwachte stroom productie, grond claims) blijft deze categorie haar dominante stempel op de totale volumes zetten.
  • Vanuit aantallen projecten en de daarbij behorende capaciteit is ook het systeemgemiddelde vermogen in de loop van de tijd berekend en onderaan de tabel weergegeven. Ook hieruit blijkt kristalhelder de verder schaalvergroting bij de grootste projecten, per stuk groter dan 1 MWp. Het gemiddelde in deze categorie nam toe, van 8,8 MWp per project in 2018, tot alweer 12,9 MWp per project eind 2025. Een toename van 47% in 7 jaar tijd.

Relatieve verschillen tussen provincies - Wp/capita bij de veldopstellingen en drijvende projecten

In de hier onder weergegeven grafiek voor eind 2025, worden de provinciale capaciteiten voor grondgebonden plus drijvende zonneparken in de status update van 27 januari 2026 (vorige grafiek, nr. 30) gerelateerd aan het aantal inwoners, op basis van de bevolkings-statistieken van het CBS aan het eind van 2025. We krijgen dan de ook internationaal vaak gehanteerde belangrijke maat Wp/inwoner, waarmee gebieden "eerlijker" met elkaar vergeleken kunnen worden bij de relatieve impact. In dit geval weer de afzonderlijke volumes voor grondgebonden opstellingen en die voor drijvende projecten, en de optelling van deze 2 typen installaties.


Grafiek (31). De provincies zijn van links naar rechts aflopend gesorteerd op de totale gevonden relatieve capaciteit (in Wp/inwoner), van zowel de klassieke grondgebonden veldopstellingen, als de drijvende projecten (vetgedrukte cijfers bovenaan de kolommen). De afzonderlijke relatieve capaciteit/inwoner bij deze 2 project categorieën vindt u in de kolom segmenten van de betreffende categorie vermeld. Achteraan staan de totale relatieve volumes voor heel Nederland, die voor deze 2 categorieën veld- resp. floating solar opstellingen neerkomen op een gemiddelde van 410 Wp per inwoner, en voor de afzonderlijke klasses 392 Wp/inwoner (grondgebonden), resp. 18 Wp/inwoner (drijvende zonneparken). In de aangepaste grafiek voor EOY 2024 (niet getoond) waren dat nog volumes van 342 resp. 17 Wp/inwoner voor de 2 categorieën, en 359 Wp/inwoner voor het totaal volume. Ter vergelijking: voor alle zonnestroom projecten in Nederland, is door Polder PV uit de actuele CBS cijfers voor eind 2024 becijferd, dat toen een gemiddelde van 1.551 Wp/capita was gerealiseerd.

Alleen al de grondgebonden en drijvende zonneparken, hadden eind 2024 een aandeel van ruim 26% van die nationale relatieve bijdrage behaald. In 2025 zal dat beslist nog groter zijn geworden, met name vanwege de verdere instorting van het residentiële marktsegment. De nationale totaal cijfers voor 2025 zijn echter nog verre van compleet, dus daar zullen we nog een lange tijd op moeten wachten.

Groningen was eind 2023 op dit belangrijke relatieve niveau kampioen, met totaal net iets meer vermogen dan Drenthe, maar eind 2024 hielden ze elkaar korte tijd in evenwicht, op een niveau van, inmiddels, 1.783 Wp/inwoner. Eind 2025 heeft Groningen, met de huidig bekende data, inmiddels weer duidelijk een voorsprong genomen zoals de grafiek toont, 2.069 Wp/inwoner, tegenover 1.816 Wp/inwoner in Drenthe.

Flevoland heeft in de tussentijd een flinke spurt gemaakt met slechts enkele grote zonneparken, en komt nu al zeer dicht in de buurt van Drenthe, met 1.765 Wp/inwoner bij de grondgebonden en drijvende zonneparken (dat was EOY 2024 nog maar 1.285 Wp/inwoner). Deze drie provincies liggen, met alleen hun veldinstallaties en drijvende zonneparken, bij deze relatieve maatvoering dus al flink boven het nationale gemiddelde voor álle zonnestroom projecten.

Zeeland heeft in 2025 nog vrijwel geen nieuwe capaciteit toegevoegd in dit marktsegment, en blijft ver achter t.o.v. Drenthe (1.057 Wp/inwoner). Fryslân volgt weer op afstand van Zeeland (657 Wp/inwoner), en steekt uit boven haar volgers Overijssel en Gelderland (528 en 520 Wp/inwoner), door o.a. een fikse bijdrage van haar drijvende zonneparken. Noord-Brabant kan nog een beetje meekomen, met 338 Wp/inwoner. Maar Limburg en de drie Randstad provincies kunnen er, om begrijpelijke reden, niet in slagen om hier een vuist te maken, vanwege dure grond, hoge bevolkingsdichtheden, veel infra, e.d. Ze sluiten achteraan aan, met 208 (L.), 140 (Ut.), 78 (NH), resp. 67 Wp/inwoner (ZH). Utrecht haalde Noord-Holland in sedert de update van 17 september 2023.

Voor de drijvende projecten, is de impact al opvallend te noemen voor Groningen, Drenthe, en Overijssel (68, 63, resp. 59 Wp/inwoner), maar is Friesland op dit punt al een tijdje kampioen, vanwege een relatief gunstige verhouding tussen gerealiseerd volume ten opzichte van de bevolkingsdichtheid. Deze provincie komt zelfs op 87 Wp/inwoner uit voor die categorie. Met, dat moet ook worden gezegd, het bijna grootste floating solar project van Europa, Skûlenboarch in Tytsjerksteradiel, al in een vergevorderd stadium van planning, als komende slagroom op de taart.

De verschilfactor tussen de hoogst- en laagst bijdragende provincies is bij deze relatieve maatvoering, van eind 2024 27,0 (Dr en Gr. t.o.v. van ZH), verder toegenomen, naar een factor 30,9, eind 2025 (Gr. t.o.v. ZH). De impact bij alleen de grondgebonden projecten nam in heel Nederland toe met 14,6% (EOY 2025 t.o.v. EOY 2024), voor alleen de drijvende projecten met een bescheiden 5,9%, en voor beide categorieën bij elkaar opgeteld, met 14,2%.

Capaciteit per oppervlakte bij drijvende zonneparken nieuw

Naar analogie van de relatieve capaciteits-claim per oppervlakte eenheid bij de grote populatie grondgebonden zonneparken (paragraaf 9i), heb ik in de huidige update voor het eerst ook een vergelijkbare grafiek gemaakt voor alleen de op water drijvende projecten, met de spreiding over de jaren heen. Van 80 projecten kon de oppervlakte al goed worden gemeten (drijvende projecten hebben een zeer concrete, "harde" buitenperiferie), 1 exemplaar moet nog even wachten op een goede luchtfoto voor zo'n meting kan plaatsvinden.


Ook bij de drijvende zonneparken is er een flinke range van de relatieve maatvoering kWp opgestelde vermogen per hectare. In de grafiek (32) staat op de X-as het project vermogen in kWp, logarithmisch weergegeven. De berekende relatieve capaciteitsclaim op de vertikale as is weergegeven in kWp per hectare. Deze relatieve claim in de tm. 27 januari 2026 gemeten installaties varieert van 405 kWp/ha voor een ruim bemeten, "luchtig" project in een jachthaven in Zuid-Holland (linksonder in de grafiek, opgeleverd in 2019), tot een zeer hoge dichtheid van 2.797 kWp/ha voor een compacte installatie in een bassin bij een tuinbouwkas in Zeeland, waarvan het exacte module vermogen is opgegeven (en een betrouwbare telling van het aantal panelen is gedaan door Polder PV). Dat sterk afwijkende punt bevindt zich helemaal bovenin de grafiek (project opgeleverd in 2021).

Het grootste deel van de gemeten projecten zit rond het gemiddelde voor de 80 installaties, weergegeven door de horizontale stippellijn. Dat ligt op een hoog niveau van 1.568 kWp/ha. Dat is veel hoger (31%) dan het gemiddelde voor alle gemeten, grondgebonden veldinstallaties (paragraaf 9i: 1.197 kWp/ha). In laatstgenoemde, grote categorie, zijn vaak verloren hoekjes tussen verschillende tafels, of langs de buitenranden van het generatorveld (maar nog binnen de hekwerken), voor biodiversiteit gereserveerde perceeltjes, paden, slootjes, ruimtes voor trafo's e.d. inbegrepen, die deze factor drukken.

Daar staat tegenover, dat zeker de hoge impact makende, grote floating solar projecten bestaan uit "bootjes" met vaak O/W gerichte zonnepanelen, die zo'n beetje tegen elkaar aan geschakeld, zeer compacte panelen velden opleveren, waarmee een hoge vermogens-claim per oppervlakte wordt bereikt. Meestal wordt slechts een kleiner deel van het onderliggende water (veelal zandwinning plassen) gebruikt, de rest wordt vrijgehouden van installaties. De panelen worden vaak hoog boven het water gehouden, waardoor flink wat zonlicht het onderliggende water kan blijven bereiken.


Carports en andere vergelijkbare vrijstaande overkappingen "in het veld"


Nagelneu solar carport project waar de webmaster van Polder PV in de zomer van 2025 toevallig langs fietste tijdens een meerdaagse tocht door Nederland. Het uit twee afzonderlijke "vleugels" bestaande, niet gebouw-gebonden project in zuid Fryslân is naast een nieuwbouw locatie met 4 appartementgebouwen geplaatst, om elektrische auto's via een laadpaal met "eigen" zonnestroom te kunnen laden. De "vleugels" zijn grofweg op ZW en op NO gericht. Het 168 zonnepanelen tellende project valt bij Polder PV onder de categorie installaties 50-500 kWp.

Deze speciale categorie is slecht bekend in de media. Helaas doet het CBS niets met deze verzameling zeer specifieke projecten, ze geven geen cijfers. In hun beknopte toelichting op hun zonnestroom tabellen geven ze slechts aan: "Installaties op binnenwateren worden gerekend tot veldinstallaties, installaties boven een parkeerplaats tot de dakinstallaties". Dat laatste kan ik alleen als "waar" beschouwen, als er sprake is van pergola's boven op parkeerdekken van gebouwen / parkeergarages. Daarvan heb ik er tot nog toe 16 projecten gevonden, met in totaal 7,5 MWp aan opgestelde capaciteit. Een zeer kleine subcategorie dus, die in de verzameling "rooftops" / daksystemen thuishoort, en die niets met vrijstaande veldprojecten van doen hebben.

Maar de niet-gebouwgebonden vrijstaande opstellingen op de grond houdt Polder PV al jaren apart. Er zijn hier ook enkele projecten bijgekomen die vergelijkbaar zijn, maar toch "anders". Het zijn beslist geen daken in de betekenis van "gebouwgebonden", maar, wederom, afzonderlijk gebouwde, unieke constructies in het veld, zoals enkele agri-PV projecten met PV pergola's boven fruit. De projecten waarvan bekend is dat ze een netgekoppelde stroomaansluiting hebben, vallen bij Polder PV in genoemde categorie, naast de dominante hoeveelheid vrijstaande carports in die verzameling. In de volgende grafiek geef ik de evolutie van deze categorie weer.


Grafiek (33). De evolutie van de eindejaars-volumes van de categorie "carports en vergelijkbare, niet gebouw-gebonden vrijstaande pergola's in het veld", volgens de inventarisatie van Polder PV, op peildatum 27 januari 2026.

Het aantal gerealiseerde, netgekoppelde projecten, neemt grofweg rechtlijnig toe, van 17 exemplaren eind 2017, via 84 stuks, EOY 2021, tot inmiddels al 158 projecten op genoemde peildatum, in 2024 (14 meer gevonden dan in de vorige update). Met de eerste projecten gevonden in 2025 komen we alweer op 171 exemplaren. De capaciteit van deze projecten nam eerst gering toe, van bijna 9 MWp, EOY 2017, tot ruim 22 MWp eind 2020. In 2021 was er een forse toename naar ruim 65 MWp, die, zoals in een vorige update al aangegeven, vooral werd veroorzaakt door de oplevering van het bijna 38 MWp grote project boven de parkeerplekken naast het festival terrein van Lowlands te Biddinghuizen (Fl.). Dit soort zeer grote, speciale projecten worden uiteraard niet vaak gebouwd, maar als ze gerealiseerd worden, hebben ze een bovenmatig hoge impact op het totale jaar volume binnen zo'n specifiek, relatief klein markt segment. Vanaf eind 2021 ging ook bij de capaciteit de groei ongeveer rechtlijnig door, om op peildatum 27 januari 2026, voor eind 2025, voorlopig uit te komen op een volume van 112 MWp. Dat is een aardig volume, maar vergeleken met uitsluitend de grondgebonden opstellingen (op die datum reeds 7.121 MWp bereikt), blijft het nog steeds "peanuts" (1,6%, vorige update nog 1,7%). De gemiddelde systeemcapaciteit (grijze curve, referentie linker Y-as) verloopt grillig. Gemiddeld genomen zijn de projecten in deze categorie niet zeer groot, op de genoemde peildatum 655 kWp per stuk. Uiteraard wel met zeer opvallende uitschieters zoals tijdens oplevering van het Lowlands project.

In de jaren 2022-2025 kwam er per jaar grofweg zo'n 10-13 MWp bij in deze categorie, het hoogste aantal nieuwe exemplaren, 32 stuks, werd in 2023 toegevoegd. In 2025 heb ik tot nog toe nog maar 13 nieuwe exemplaren gevonden. Er is wel degelijk veel belangstelling voor dergelijke installaties, maar het blijven relatief dure projecten, waarbij o.a. veiligheidsglas voor de zonnepanelen gebruikt moet worden omdat er mensen onderdoor kunnen lopen, ze moeten zwaar gefundeerd worden, en er is, gezien de overal doorgedrongen netcongestie, meestal behoefte aan directe koppeling met laadpaal infra voor elektrisch vervoer. Dat alles maakt dit soort "sexy" projecten niet makkelijk om gerealiseerd te krijgen. Er moet heel wat voor gebeuren, en er moet (extra) pecunia op tafel komen in vergelijking met "simpele" rooftop projecten op bestaand dak. Er lijkt ook beweging in Den Haag te komen, om voor nieuwe (!) parkeerplaatsen verplicht solar carports af te dwingen (Jetten's 2e Zonnebrief, van 6 juli 2023), maar zover is het nog steeds niet. Bovendien is het al enorme oppervlak aan bestaande parkeerterreinen dan nog steeds gevrijwaard van zo'n landelijke verplichting...


Agri-solar pergola's

In een vorige update is reeds kort ingegaan op het relatief nieuwe fenomeen agri-solar. Enkele projecten zijn inmiddels gerealiseerd, maar veel blijft nog in een pilot stadium hangen, omdat er veel onderzoek moet geschieden wat de beste wijze van combinatie met "een" agrarische bedrijfsvoering is. De optimale condities voor dergelijke toepassingen hangen natuurlijk ook voor een belangrijk deel af van het te overkappen gewas, wat zeer uiteenlopende "eisen" oplevert aan het geheel, en wat per groente / fruitsoort uitgezocht zal moeten worden. Een "one-size-fits-all" aanpak is in dat opzicht dan ook gedoemd om te mislukken. Een belangrijk extra aspect is natuurlijk, of de plannen uiteindelijk wel leiden tot een haalbare business-case voor de combinatie agrarische activiteit met PV overkappingen. Sowieso is de "definitie" van Agri-PV niet duidelijk, ook omdat het inmiddels al een zeer breed spectrum aan mogelijke toepassingen omvat. Er zou een heldere definitie moeten komen, om bijvoorbeeld misbruik van de "Aangescherpte voorkeursvolgorde zon" (kamerbrief de Jonge / Jetten) te kunnen voorkomen. Een belangrijk criterium om plannen te kunnen toetsen zou een minimale hoeveelheid licht op te combineren gewasteelt kunnen zijn, maar uit de overwegingen blijkt wel, dat dit beslist geen eenvoudige materie is (studie WUR).

Vanuit de Europese branche organisatie SPE is een eind 2024 een "Agrisolar Handbook" gelanceerd, met op 68 pagina's talloze praktijkvoorbeelden, pilots, onderzoek, typen installaties, business modellen, voorstellen voor de politiek, literatuur overzicht, etc. Enkele Nederlandse projecten passeren ook de revue, zoals het kleine tracker parkje Symbizon van Vattenfall, bij Almere, en het fruitoverkappingen project voor de frambozenteelt van BayWa r.e. / GroenLeven in Babberich (Gld).

Vooralsnog neemt Polder PV "pergola systemen" zoals de fruit overkappingen in de beginnende agri-PV sector op in de enigszins vergelijkbare categorie solar carports, omdat het beslist geen gebouwgebonden toepassingen zijn. Mogelijk kan later een segregatie plaatsvinden, als er tenminste op commerciële schaal gebouwd gaat worden, en er echt "volumes" zullen ontstaan. Zo ver is het beslist nog niet.

RVO besteedde ook kort aandacht aan "agri-PV" in hun "Zon-PV 2025 Monitor" rapportage van september 2025 (paragraaf 4.5), en geeft daarbij aan dat er "ruim 20 experimentele agri-PV projecten" zouden zijn in Nederland. Maar dat uniformiteit, ook wat beleidskaders betreft, ver te zoeken is, wat natuurlijk inherent is aan de totaal verschillende uitgangspunten, gewassen, benodigde hardware, etc. Of daar meer "lijn" in zal komen is maar zeer de vraag, gezien de zeer uiteenlopende eisen die aan dergelijke systemen worden gesteld. RVO geeft ook een andere beperking aan, namelijk, dat vanuit het gemeenschappelijke Europese Landbouwbeleid een eis zou zijn dat er maximaal 100 m²/ha aan PV toepassing kan zijn bij agrarische projecten, anders zou een agrariër geen claim meer mogen doen op "agrarische subsidies". Misschien moeten die dan maar eens worden afgebouwd, tot in het oneindige subsidies verstrekken lijkt me namelijk niet erg verstandig (voor geen enkele sector) ...

Kosten agri-PV hoog

Een andere waarschuwing past hier ook. In een recent artikel in PV Magazine International (11 februari 2026) wordt gewag gemaakt van hoge kosten voor dit soort "dubbelbestemmingen", bij agri-PV. LCOE berekeningen laten zien, dat de meerkosten voor dergelijke installaties veel hoger zijn, dan de gelijktijdige opbrengsten van de gewassen die in combinatie zijn geteeld. Zo lang dit nog het geval is, zal er flinke subsidie bij moeten, anders wordt het beslist geen progressief ontwikkelende tak van sport.

Het enige nieuwe project wat ik in Nederland vond, wat in 2025 finaal lijkt te zijn opgeleverd, betreft een in 2 fases aangebrachte overkapping pilot boven een deel van een perenboomgaard in Papendrecht, nadat veel eerder al 4 loodsen van klassieke PV generatoren op schuin dak waren voorzien. Het agri-PV deel omvat ruim 950 panelen, en is enkele honderden kWp groot.

Hierbij dient men sowieso te beseffen, dat zowel bij de SDE overzichten van RVO, als in de zeer summiere segmentaties bij CBS, ook nog eens niet consequent met carport- en vergelijkbare vrijstaande overkappingen wordt omgegaan. Ze zijn, voor zover ze al traceerbaar zijn in overzichten, zowel bij "daksystemen", als bij "veldsystemen" te vinden, soms zelfs met een verkeerd "type" label. Ook in het WUR zonneparken overzicht wordt zeer inconsequent met dergelijke projecten omgegaan. Ze verschijnen deels in hun "zonneparken" overzicht, maar veel, deels al lang gerealiseerde projecten, zult u daar tevergeefs zoeken, net als bij andere grotere project categorieën. Van dit alles is dus geen chocolade te breien, wat de "officiële" segmentatie statistieken betreft ... Polder PV blijft nauwkeurig segmenteren, en bekijkt elk project individueel.


Zon op infra pas op de plaats

In het segment zon op verkeers-infra, resp. geluidswallen, is nog steeds niet veel beweging te zien, met 6,2 MWp nieuwbouw in 2021 t.o.v. de 5,5 MWp in 2020, en slechts een marginale bijdrage van dergelijke projecten, nieuw opgeleverd in 2022. Het grootste wat onder deze categorie valt is de door Powerfield gebouwde "zonnewal" (Zonnepark Emmen) langs de testbaan voor elektrische voertuigen op het Pottendijk complex te Emmer-Compascuum (Dr.). Er is binnen dat complex ook een carport gebouwd, wat onder de desbetreffende categorie is ondergebracht in de overzichten van Polder PV (oplevering voorjaar 2021). Er is daar ook een laad infrastructuur aangebracht, met een snel-laad punt van 60 kilowatt.

In 2024 kwam hier het geluidscherm project in Alkmaar bij, wat oorspronkelijk zo'n 5.000 zonnepanelen zou moeten krijgen, wat terug geschroefd lijkt te zijn naar bijna 4.300 stuks. In de zomer van 2025 werd een evaluatie rapport van dit toch wel byzondere project gepubliceerd (pdf).

Tot nog toe heb ik 1 "zon op wal" project in 2025 kunnen vinden, bij een kasbedrijf in Pijnacker, wat op 2 van de taluds van een bassin met ook nog een drijvend PV project (apart in die categorie opgenomen) een generator heeft gekregen van 89 kWp.

De voorlopige eindstand op peildatum 27 januari 2026 is 26 "zon op infra" projecten, met een verzameld vermogen van ruim 19 MWp. Nog steeds niet bijster veel, dus.

Er staat wel het nodige aan project plannen klaar, zoals enorme "zonnelinten" langs en op bermen of taluds van snelwegen, in samenwerking met Rijkswaterstaat. Dat zijn vaak langdurige en complexe trajecten, waarvan we nog moeten zien wat er uit gaat komen. Het al jaren geplande Zonneroute project langs de A37 in Drenthe begint nu wat concreter te worden, doordat er vangrails gebouwd gaan worden die eventueel te plaatsen zonneveldjes moeten gaan beschermen tegen ongelukken (bericht Rijkswaterstaat van 14 januari 2026).

Hierbij moet wel gerealiseerd worden dat grootschalige plannen voor PV parken "naast" snelwegen (spoor, kanalen, e.d.) onder de grote categorie (klassieke) grondgebonden zonneparken worden ingedeeld bij Polder PV. Daarvan zijn er nogal wat gerealiseerd de afgelopen jaren. In 2025 was het meest opmerkelijke, langs de A73 in Noord-Brabant aangelegde project, het 55 MWp grote Zonnepark Boxmeer van Powerfield. Wat uit 2 gescheiden delen bestaat, het grootste in Vierlingsbeek, direct oostelijk van de snelweg, en een kleiner deel in Groeningen, westelijk van dezelfde snelweg gelegen, een halve kilometer verderop. Alleen projecten met panelen "in of op" de infra (geluidswallen e.d.) tellen bij de byzondere categorie "zon op infra" mee.

U merkt aan deze overwegingen, dat het moeilijk blijft om betrouwbare en consistente indelingen te maken. Zonne-energie is extreem breed toepasbaar, en er worden continu nieuwe toepassings-gebieden ontdekt, in pilots uitgeprobeerd, en soms commercieel uitgebouwd. Het is daarom belangrijk om goede kaders te proberen te definiëren. Met een zeer vage, ontoereikende, en bovendien belangrijke categorieën maskerende "lumpsum" indeling zoals het CBS die hanteert, kunnen we niet zoveel.


Kasdek systemen off the record

Uiteraard buiten de verzameling "vrije-veld sensu lato" valt weer een geheel andere, maar behoorlijk snel ontwikkelende PV-categorie, waarbij kassen (deels) worden gebruikt voor grote PV installaties. Ik beperk me daar tot de grotere projecten, waarbij PV modules soms "op" de glazen kasdekken worden gemonteerd, maar ook steeds vaker als onderdeel van het kasdek zelf zijn ingepast met een geavanceerd inbouw systeem, en die daarbij dus het glas vervangen. Een recente ontwikkeling, met soms al zeer grote projecten, zijn geheel nieuwe "kassen zonder wanden", die door belangenorganisaties als "verkapte zonneparken", en ook om meerdere redenen als een ongewenste ontwikkeling worden gezien. Projecten, die bovendien ook strijdig zouden zijn met huidige regelgeving voor dergelijke "kas" installaties op agrarisch bestemde gronden. In enkele gevallen zijn er al dwangsommen opgelegd en of boetes uitgedeeld voor dergelijke "slimme" constructies die de randen van de regelgeving opzoeken (voorbeeld Wilp, Gld).

De twee grootste gebouwde projecten dreigen zelfs het onderspit te gaan delven. Het enorme project in Schandelo / Velden (Venlo), wat WUR onterecht als "veldopstelling" lijkt te beschouwen, dreigt afgebroken te moeten worden, na een uitspraak van de rechtbank, dat een opgelegde zeer hoge dwangsom van de gemeente terecht is opgelegd. Eenzelfde lot lijkt het grote project van GroenLeven in Middenmeer (Hollands Kroon) te wachten, nu de gemeente orde op zaken probeert te stellen, het project "illegaal" lijkt te gaan verklaren, en een handhavings-traject is gestart (brief van college aan de gemeenteraad, 16 december 2025). Een woordvoerder van de glasteeltsector heeft over dit relatief nieuwe, potentieel flinke impact hebbende fenomeen al een tijdje geleden enkele prikkelende uitspraken gedaan, zie dit artikel op de website van Omroep Venlo (27 juni 2023).

Deze speciale rooftop categorie is er beslist een om in de gaten te houden. Ik heb inmiddels al 44 van dergelijke netgekoppelde projecten kunnen localiseren groter dan 15 kWp (RES drempel), in Nederland. Deze hebben opgeteld al een capaciteit van zo'n 106 MWp. De 4 met dwangsommen geconfronteerde projecten die (kennelijk) niet, of onvoldoende aan de eis van agrarische hoofd-activiteit konden voldoen, heb ik hier buiten gehouden. Zouden die wél meegeteld worden, kom je al op een totaal van 177 MWp uit. Dat is in ieder geval veel hoger dan de 100 MWp "al geïnstalleerd" die RVO in hun "Zon-PV 2025 Monitor" claimt (pagina 45 in dat rapport). RVO stelt zelfs, dat solarkassen onder de enorm brede paraplu "agri-PV" geschaard zouden kunnen worden, "indien de kas nog in gebruik blijft voor het telen van gewassen". Dit vergroot die toch al zeer ruime categorie met grotendeels (onvergelijkbare) veldprojecten, ook nog eens met een typische "rooftop" subcategorie. Dat maakt vergelijkingen binnen dat enorm opgeblazen agri-PV geheel nog dubieuzer, en, mijns insziens, vrij zinloos. Polder PV blijft de kasdek systemen derhalve strict gescheiden houden van alle andere categorieën.

Met name onder SDE 2023 en SDE 2024 zijn veel projecten op kasdekken aangevraagd en zelfs beschikt. Daar staat tegenover, dat ook alweer van veel projecten de beschikking al in korte tijd is verdwenen uit de RVO overzichten, met name bij enkele ontwikkelaars. Kennelijk is het een "wispelturige" categorie, waar veel onzekerheden over realisatie succes bestaan. En/of er wordt veel te opportunistisch aangevraagd, en bij de minste of geringste tegenslag, besloten om een project beschikking weer in te trekken. In het licht van recente uitspraken van rechtbanken m.b.t. door gemeentes opgelegde dwangsommen, moet nog bezien worden, wat van het grote potentieel daadwerkelijk gerealiseerd zal gaan worden. In de SDE "pending" lijsten staan, na reeds forse uitval, nog steeds minimaal 50 kasdek projecten te wachten op realisatie, met een hoog potentieel vermogen van zo'n 410 MWp.

Uiteraard valt deze specifieke "rooftop categorie" buiten de scope van deze veldinstallatie sensu lato analyse, maar ik wil hem hier toch benoemd hebben, omdat deze binnen korte tijd substantiële volumes in het landschap blijkt te hebben gebracht. En, als je de gedachtenlijn van genoemde woordvoerder van de glastuinbouw organisatie zou volgen, meerdere van dergelijke projecten beslist als "verhoogde zonneweides" opgevat kunnen worden. En dus niet als een afgeleide subcategorie van de enorme verzamelbak "daksystemen" in de terminologie van RVO en CBS. Of deze verder fascinerende ontwikkeling stand zal houden, mede gezien de zorgen bij de branche organisatie van de kastelers, is nog ongewis.


Aandeel "alle" niet dak-gebonden capaciteit sensu lato eind 2024 23,6% van totaal

In ieder geval kunnen we wel al de in de "vier-typen-tabel" genoemde 6.599 MWp voor 2024, in vier "veld project" categoriëen sensu lato, relateren aan het voorlopig opgegeven totale eindejaars-volume voor dat jaar. Het CBS gaf daarvoor in haar laatste update 27.980 MWp op (zie tabel). Met deze bijgestelde cijfers, zou het aandeel van deze verzamel categorie dus al zo'n 23,6% zijn op het totale geaccumuleerde volume. En 23,2% "niet gebouwgebonden" gerealiseerd, eind 2024, als je vrijstaande carports als "gebouw" zou beschouwen (dat is niet de opvatting van Polder PV). Eind 2023 was dit aandeel zonder carports, met de meest recente cijfers, 21,5%, eind 2022 21,9%, en in 2021 was het nog maar 21,0%.

Ten opzichte van het volume "groot vermogen op veld", volgens het CBS eind 2024 5.831 MWp omvattend, hebben de vier niet gebouwgebonden categorieën die Polder PV aan het eind van dat kalenderjaar had geïnventariseerd al 13,2% meer vermogen staan. Zonder de solar carport categorie was het nog steeds 11,4%, substantieel hoger, dus.


Portfolio grondgebonden veldopstellingen "pending" blijft reusachtig

Er komen, ondanks de al bereikte hoge volumes, nog veel meer projecten in genoemde vier deelmarkten aan. Alleen al in de SDE portfolio's zitten, tot en met de inmiddels overgebleven beschikkingen voor SDE 2024"++", reeds toegekende capaciteiten voor 3,4 GWp voor uitsluitend klassieke vrijeveld opstellingen (145 stuks), 215 MWp voor drijvende zonneparken (21 stuks, nog excl. pilots op de Noordzee), 8,5 MWp voor 2 geluidsscherm projecten, en 2 agri-PV projecten goed voor bijna 6 MWp. Een klein deel van deze "pending" projecten lijkt al te zijn gebouwd, maar daar is de netkoppeling nog niet van bekend.

Ook de volumes voor SDE 2025 zijn nog onbekend. Eind vorig jaar bleek er voor slechts 1.075 MWp aan zonneprojecten te zijn aangevraagd, waarvan 772 MWp voor grondgebonden veldopstellingen, 58 MWp voor drijvende projecten, en de rest voor rooftop of (marginaal) façades. Aangezien het budget een factor 2,7 maal is overtekend voor die regeling, kan hier beslist nog e.e.a. van gaan afvallen, zelfs mogelijk voor zonnepark plannen. Het resultaat van het uitzoekwerk bij RVO laat nog even op zich wachten voor die regeling. Er staan gelukkig wel 6 nieuwe SDE rondes in de planning, volgens het Regeerakkoord van op 23 februari 2026 gestarte Kabinet-Jetten, maar de concurrentie om het ter beschikking gestelde geld zal zeer zwaar zijn. Dus het is lastig om te voorspellen wat daar nog voor PV volume uit voort zal kunnen komen (verwachting: met name "natuurinclusieve" zonnepark plannen).

Enorme waslijst veldopstellingen e.d. zonder SDE beschikking

Naast reeds SDE beschikte zonnepark plannen, staat er een veelvoud van deze volumes in planning, van nog nat achter de oren, tot op het punt van het doen van een aanvraag voor een (of meer) SDE beschikkingen bij RVO, nadat de soms na lang touwtrekken van de betreffende gemeente benodigde omgevingsvergunning is afgegeven. Uiteraard vinden we daarbij onder de klassieke veldopstellingen weer het grootste volume. Daar heb ik er momenteel, náást de al enorme SDE portfolio voor deze categorie, nog eens 545 exemplaren van in de omvangrijke map "pending" staan, van zeer klein, tot zeer groot. Vergezeld van 39 projecten voor drijvende installaties, 34 zon op infra project plannen, en nog eens 52 voor vrijstaande solar carports. Alleen het nu "al" bekende volume van de talloze plannen voor puur grondgebonden veld projecten begint in de buurt te komen van 4,5 GWp. Waarbij als aantekening geldt, dat van veel projecten nog helemaal geen (geschatte) capaciteiten zijn benoemd, wat er dus nog bij opgeteld moet worden, als ze werkelijk concreet gaan worden.

Het blijft best wel verbazingwekkend dat er nog steeds regelmatig plannen voor met name grondgebonden veldopstellingen worden aangekondigd, ondanks de overal aanwezig netcongestie, en, ten tweede, de in de branche beruchte "brief van de Jonge" die impliciet een verbod lijkt te suggereren voor dergelijke plannen, maar die feitelijk een zeer sterke inperking van de mogelijkheden regelt. Een interessante reactie van ontwikkelaar TPSolar op die beleidswijziging vindt u hier.

Uiteraard zullen, gezien de vele problemen, zeer veel van de lange lijst van project plannen bekend bij Polder PV beslist gaan afvallen en/of voor langere tijd op ijs worden gelegd. De grote vraag blijft overeind: wat zal er van al die plannen uiteindelijk de eindstreep gaan halen, wanneer dan wel, en wat zal het uiteindelijk te realiseren volume dan wel niet zijn? Het antwoord op die vraag ligt, gezien de talloze onzekerheden in de markt, in de toekomst, en kan nog lang niet worden beantwoord. Dat er "veel" aan staat te komen, vroeg, of laat, staat echter als een paal boven water.


Nagekomen projecten / wijzigingen

Tijdens de langdurige, intensieve werkzaamheden aan deze vanaf peildatum 27 januari 2026 opgebouwde, complexe analyse, zijn uiteraard wederom nieuwe projecten gerealiseerd, of, al dan niet bij toeval, tussentijds ontdekt door Polder PV in het zonnepark gebeuren sensu lato. Het gaat hierbij om het eind vorig jaar kennelijk netgekoppeld opgeleverde, > 50 MWp grote zonnepark Zuidvelde van TPSolar, nog eens een drietal kleinere veldopstellingen die Polder PV tussendoor ontdekte op luchtfoto's, of zelfs wandelend (voorbeeld), en enkele kleintjes die worden opgenomen in een apart overzicht. Van enkele zonneparken zijn tussentijds de capaciteiten gewijzigd, en van 1 exemplaar is het jaar van oplevering 1 jaar vervroegd, op basis van nieuwe informatie. Deze toevoegingen en wijzigingen zullen in een volgende update verschijnen, maar zijn dus niet in de huidige update verwerkt.

Ongetwijfeld zal er tussentijds nog meer gerealiseerd blijken te zijn, ook die nog missende volumes zullen later worden toegevoegd als ze terug te vinden zijn, of, zoals Polder PV regelmatig overkomt, toevallig worden gevonden. Vast staat, al jaren, dat er beslist meer aan grondgebonden PV projecten bestaan, dan iedereen in Nederland denkt!


Talloze bedrijven hebben inmiddels hun eigen PV project, en nogal wat daarvan hebben zelfs een eigen zonneparkje laten realiseren. Zoals dit bungalow parkje in Overijssel, waar een bekende ontwikkelaar een veldopstelling van minder dan 2 en een half duizend zonnepanelen heeft gebouwd, met een omvang iets onder 1 MWp (project categorie 500 - 1.000 kWp). Op de voorgrond uitgegroeid, tijdens de oplevering ingeplant laag struweel. Het project is financieel ondersteund door Provincie Overijssel, via een bekend energieleverancier kan een deel van de eigen stroomvoorziening worden "vergroend" middels van dit project afkomstige, over te dragen groencertificaten. Foto gemaakt tijdens fietstocht Fryslân - Overijssel, zomer 2025.


... en de afvallers (bijgewerkt)

Als u deze analyse leest, zou u kunnen denken dat alle zonnepark (sensu lato) plannen sowieso doorgaan. Dit is absoluut niet het geval. Enige jaren geleden was het niet doorgaan van een zonnepark project mogelijk nog "wereldnieuws". Maar de laatste jaren zijn talloze plannen om zeer verschillende redenen afgevallen, ingetrokken, of langdurig op ijs gelegd. Van de al vele jaren door Polder PV geïnventariseerde plannen, wordt ook al heel lang een lijst met "afvallers" bijgehouden, waarvan expliciete mededelingen zijn gedaan, dat het betreffende project is gestaakt, om uiteenlopende redenen.

Van alle soorten veldprojecten incl. zon op infra en vrijstaande carports heb ik inmiddels al een forse verzameling van 293 projecten in de afvoer lijst gezet (vorige update nog 257 stuks). Met een gezamenlijk (gepland) vermogen van minimaal 3,7 GWp (!). Let wel, dat is nog zonder het volume van veel gestaakte projecten, waarvan nog niet eens duidelijk was, wat het geplande vermogen is geweest. Hier bovenop komt ook nog een contingent gestaakte plannen voor drijvende zonneparken, nog eens 47 exemplaren (vorige update: 38; minimaal 130 MWp in planning). In totaal tellen deze grote volumes al op tot minimaal 3,9 GWp, wat verloren is gegaan aan plannen voor dergelijke installaties. Dat is al een verbijsterende stapel "gemiste kansen" ...

Van deze al enorme verzameling afgevallen veldinstallaties incl. de gestaakte drijvende projecten had bovendien al 135 (een) SDE beschikking(en), dus het met veel moeite verzilveren van zo'n toewijzing voor subsidie, blijkt absoluut geen garantie, dat het project dan ook daadwerkelijk kan / zal worden gerealiseerd. In de vorige update waren het al 124 exemplaren met 1 of meer beschikking(en).

Van talloze geplande projecten is de status compleet onduidelijk. Er wordt in het geheel geen actuele informatie over gedeeld, en het kan best zijn, dat van veel andere projecten, die nog niet eens een SDE beschikking (of, blij kleinere projecten, wellicht een SCE beschikking) hadden weten te verzilveren, de plannenmakerij al stilzwijgend is gestaakt.


(12) Andere cijfers en relatie tot die van Polder PV

Op verschillende studies en rapportages ben ik al wat dieper ingegaan in de vorige update, zie paragraaf 10 van Polder PV's zonnepark analyse van 17 september 2023, en, ditto, in het overzicht van 17 december 2024. Voor de vergelijking van mijn cijfers over zonneparken, met die genoemd in een rapport van het Kadaster, zie het Intermezzo in eerstgenoemde analyse. Voor inhoudelijk commentaar op de status in de geautomatiseerde overzichten van WUR Wageningen, zie het intermezzo in het overzicht van 17-12-2024, en nader commentaar in de huidige analyse. Voor referentie naar de meest recent beschikbare CBS data, zie de broodtekst van de huidige analyse.

Voor enkele opmerkingen over de tweejaarlijkse Monitor Nationale Omgevingsvisie 2024 van het PBL, zie paragraaf 10 in de vorige update. Pas in 2026 verschijnt als het goed is een vervolg rapportage.

In onderstaande overzicht wordt commentaar op andere / recentere rapportages en updates gegeven.


(a) RVO geeft in hun "Monitor Zon-PV 2025" van september 2025 (pagina 16) een tabel met volgens hen opgeleverde jaarlijkse vermogens in de niet scherp omschreven categorie "Niet gebouwgebonden groter of gelijk aan 1 MWp". Vergelijken we de daar opgegeven eindejaars-jaarvolumes met de resultaten voor uitsluitend grondgebonden en drijvende zonneparken bij Polder PV, had deze eerder al voor de meeste jaren meer capaciteit geïnventariseerd dan RVO claimde (vorige update). In de huidige tabel, met cumulaties tm. 2020, tot en met EOY 2024, heeft Polder PV in alle gevallen meer capaciteit gevonden in de verzameling grondgebonden en drijvende zonneparken, tussen de 2,1% (tm. 2023) en zelfs bijna 6% tm. 2020.

Als we ook zon op infra, én vrijstaande solar carports separaat bijgehouden door Polder PV, en beiden duidelijk "niet gebouwgebonden" categorieën toevoegen, zijn de verschil percentages in het voordeel van de overzichten van Polder PV verder opgelopen naar 3,6% eind 2023, tot zelfs 7,4% meer, eind 2022. De claim dat in het "niet gebouwgebonden" segment >=1 MWp de jaarlijkse aanwas "relatief constant is gebleven", wordt onderschreven door de detail analyses van Polder PV. Voor de optelling grondgebonden en drijvende zonneparken waren die groeicijfers namelijk 1.123 MWp (2020), 892 MWp (2021), 1.155 MWp (2022), 1.017 MWp (2023), 1.168 MWp (2024), resp. 945 MWp (2025), met de huidige bekende capaciteits-cijfers.

In het rapport is ook, op pagina 19, figuur 1.6 opgenomen, met, volgens de RVO data, de gemiddelde systeem omvang van gebouwgebonden resp. niet-gebouwgebonden projecten. Waar in de eerste categorie dat vermogen nog enigszins beperkt blijft (evolutie van gemiddeld 0,2 tm. 1,2 MWp per project in de periode 2016-2024), is er een forse schaalvergroting zichtbaar bij de niet-gebouwgebonden projecten. Dat wordt al vele jaren door Polder PV getoond, in de huidige analyse voor de categorieën veldopstellingen en drijvende projecten (grafieken 2, resp. 28). Maar, omdat Polder PV talloze kleinere projecten in zijn grote verzameling heeft ondergebracht, die niemand anders kent, inclusief RVO, ligt het systeemgemiddelde niveau in onze databank beduidend lager dan RVO weergeeft. Voor 2024 komt RVO op een systeemgemiddelde van maar liefst 21,9 MWp uit voor de grondopstellingen + projecten op water. Polder PV heeft in zijn cumulatieve verzameling veldopstellingen + drijvende zonneparken voorlopig, voor eind dat jaar, een systeemgemiddeld vermogen staan van slechts 5,5 MWp, een factor 4 maal zo laag! Dit geeft goed aan wat voor enorme impact het wel of niet voorhanden hebben van veel kleinere PV projecten in het veld heeft, op dergelijke relevante statistieken! Ter vergelijking: bij de collectieve projecten telde Hier in hun Lokale Energie Monitor rapportage over 2024, een gemiddelde van zelfs maar 2,4 MWp in de verzameling veld + drijvende projecten. Hier treden zeer grote verschillen op, sterk afhankelijk van wat voor populatie projecten er in het betreffende cijfer is ondergebracht.

In de rapportage van RVO wordt gewag gemaakt van 2024 als "overgangs-jaar", waarbij er ongeveer evenveel aanvragen voor "klassieke", als voor "natuur-inclusieve" zonneparken zouden zijn binnengekomen. Vanaf SDE 2025 kon er alleen voor de laatstgenoemde categorie worden aangevraagd, waarbij het Rijk 25 miljoen Euro ter beschikking zou stellen "om ecologie en biodiversiteit rondom duurzamer energie projecten te versterken".

Ander project "het grootste" in 2024

Wederom staat er een merkwaardige claim over het grootste zonnepark in 2024 in het RVO rapport. In het vorige overzicht werd, ook al onterecht, Zonnepark Overbetuwe opgevoerd als grootste in 2023. Dat bleek, zoals Polder PV in de vorige update al liet zien, echter pas in 2024 volledig netgekoppeld te zijn opgeleverd. Nu wordt datzelfde project, door RVO, voor 2024 als "grootste" opgevoerd voor Nederland, in provincie Gelderland. Echter met een veel te klein vermogen (74 MWp, i.p.v. de door Sunvest geclaimde 86,4 MWp). En zelfs dát klopt nog steeds niet. Want Zonnepark Fledderbosch werd eerder in 2024 al netgekoppeld opgeleverd. Met 2 beschikkingen heeft dat, door CEE Group van bouwer Ecorus overgenomen project een opgestelde capaciteit van bijna 104 MWp (41% hoger dan de claim van RVO voor Zonnepark Overbetuwe!). En dat momenteel op drie na grootste netgekoppelde project van Nederland ligt beslist niet in Gelderland. Maar, op 160 kilometer afstand, in Garmerwolde, in provincie Groningen. Hieruit blijkt kristalhelder dat RVO zelfs bij dit soort essentiële informatie over de grootste projecten in Nederland de mist in gaat. En heeft dit soort grote fouten uiteraard ook gevolgen voor de jaarlijkse opgevoerde nieuwe capaciteiten door dergelijke agentschappen ...

In de huidige analyse van Polder PV is op sommige punten uit het RVO rapport ook apart in de broodtekst ingegaan bij de betreffende onderdelen. Er staan regelmatig curieuze cijfers in dat rapport die beslist niet sporen met de jarenlange bevindingen van Polder PV. Zo slaat RVO de plank volledig mis met de kort door hen genoemde façade systemen, waarbij als de 2 "grootste projecten" installaties worden benoemd die, in de al jaren bijgehouden deel lijst voor dergelijke installaties bij Polder PV, pas op positie 10 respectievelijk 21 blijken te staan, wat de gerealiseerde capaciteit betreft ...


(b) In de Lokale Energie Monitor 2024 (LEM 2024) van stichting HIER, met medewerking van Energie Samen, zijn weer wat wijzigingen geweest en wordt de situatie tm. 2024 zo goed mogelijk, deels gereviseerd, in kaart gebracht, onder anderen m.b.t. opgeleverde zonnepark projecten met lokale participatie (in de ruimste zin des woords). Ten opzichte van het vorige rapport zijn er 8 oudere projecten "bijgeschreven", goed voor 5,7 MWp, die pas laat op het netvlies kwamen van de cijfer samenstellers.

Opvallend is, wederom, het flinke aantal uitgevallen / gestaakte projecten, waar zelfs, naast 48 rooftop projecten, ook 8 zonneparken, 1 drijvend project op water, en 2 solar carports bij zaten (totaal 29 MWp niet gerealiseerd). Misschien wel de grootste teleurstelling betreft het stopzetten van het aanvankelijk, mede vanwege het rijksprogramma Hernieuwbare energie op Rijksareaal (voorloper OER), "goede kansen hebbende", 20 MWp grote drijvende zonnepark bij de Krammersluizen in Zeeland. Waarvan de betrokken coöperatie Deltawind claimde, dat het project niet financieel was rond te breien, gezien onzekerheden met de - noodzakelijke - aansluiting op het gelijknamige windpark aldaar.

Er zou eind 2024 volgens LEM 2024 199 MWp aan klassieke veldopstellingen met (enige vorm van) participatie zijn gerealiseerd (2023: 140 MWp), verdeeld over 104 projecten (2023: 97), 41 MWp aan drijvende zonneparken (6 exemplaren; 2023: 30 MWp, resp., ongewijzigd, 6 projecten), en 2 MWp aan solar carports (ongewijzigd, 3 stuks). In 2024 zouden er 18 nieuwe "collectieve" zonneparken zijn gerealiseerd (2023: 20 stuks), waarvan 66,3 MWp zou zijn toe te rekenen aan "het collectief" (2023: 30,9 MWp). Bij de dakprojecten schiet het niet echt op, ook al werden er 93 exemplaren opgeleverd in 2024. Sinds 2019 is er een neergaande trend bij de realisaties van collectieve dak-projecten. De capaciteit van al die projecten was beperkt, 14,7 MWp nieuw in 2024 (22% van het nieuwe volume bij de zonneparken). Sowieso blijkt ook bij deze deelpopulatie, dat zonneparken veel grotere volumes inbrengen, zelfs al is er maar een klein deel daarvan in enige vorm van lokale participatie ondergebracht.

Ondanks de continu voortgezette progressie in deze belangrijke deelsector van PV Nederland, blijft het aandeel op het totale vermogen relatief beperkt. Van de installaties groter dan 15 kWp (RES-norm) zou sinds 2018 een afnemend percentage "in collectief eigendom" zijn, aflopend van 3,5% naar, volgens eigen zeggen, nog maar 2,4% in de periode 2021-2023 (de laatste periode dus ongeveer stabiel blijvend). Omdat het collectieve daken aandeel sowieso sterk onder druk staat, en de aandacht zich dus ook op de grotere projecten richt, wordt het voor kleine energiecoöperaties steeds moeilijker om een vorm van participatie te vinden in de steeds groter wordende nieuwe, met hoge financiële risico's gepaard gaande zonnepark evolutie. Voor 2024 werd het aandeel in LEM 2024 nog niet bekend gemaakt. CBS geeft echter voor eind 2024 al een capaciteit op van 15.871 MWp, voor installaties groter dan 15 kWp. Met de 404,2 MWp aan collectieve PV projecten in Nederland, zou je voorlopig in 2024 op ruim 2,5% ten opzichte van de verzameling "groot vermogen" gekomen kunnen zijn. Pending eventuele latere bijstellingen van zowel de CBS als de LEM cijfers voor dat jaar.

In 2021-2022 zou het totale collectieve vermogen (rooftop, veld, etc.) op zo'n 1,4% van het totale PV vermogen in Nederland (CBS data) zijn blijven steken. Met het opgegeven "collectief zonvermogen van 323,2 MWp", zou het nog maar 1,33% zijn geweest in 2023. Wederom wordt het "totale vermogen volgens CBS" in LEM 2024 voor 2023 te laag aangegeven, het is volgens de meest recente CBS data verhoogd naar 24.712 MWp, wat met het opgegeven "collectief zonvermogen van 323,2 MWp", leidt tot een iets lager aandeel van 1,31%. Voor 2024 had LEM nog niets ingevuld. Het totale vermogen bij CBS is echter al bekend, 27.980 MWp voor het eindejaars-volume (voorlopige cijfers). Met de door LEM opgegeven 404,2 MWp bekende collectieve projecten, zou het aandeel in 2024 daarmee op (voorlopig) 1,44% gekomen kunnen zijn, wederom een lichte verbetering dus. Maar: de CBS cijfers kunnen nog wijzigen, zoals in alle voorgaande jaren. Het eindresultaat is dus nog niet bekend.


(c) In de veelvuldig op de data van LEM 2024 leunende "Monitor Financiële Participatie 2023" (in tabel MFP '23) van 4 oktober 2024, wordt in hun tabel 1 gewag gemaakt van een evolutie van aantallen en capaciteiten in zonneparken (in heel Nederland, kennelijk / gesuggereerd "alle exemplaren"), volgens de volgende reeks. Daarnaast zijn de actuele cijfers van Polder PV geplot, om de soms forse verschillen te laten zien. Er wordt gesproken over cijfers gerelateerd aan "niet gebouw-gebonden zonneparken". Aangezien in de visie van Polder PV zon op infra en vrijstaande grondgebonden carport opstellingen daar ook onder vallen, rekent hij dus met zijn verzameling totaal cijfers van de vier categorieën, volgens tabel 4 in de huidige analyse. Vermogens-opgaves zijn in MWp. Ik kon nog geen versie van deze rapportages over het jaar 2024 vinden, vandaar dat ik het exemplaar voor 2023 heb genomen als uitgangspunt.

variabele (aantal / MWp)
EOY 2019
EOY 2020
EOY 2021
EOY 2022
EOY 2023
EOY 2024
aantal projecten MFP '23
182
312
456
557
637
x
aantal projecten Polder PV
388
592
802
998
1.222
1.352
verschil PPV t.o.v. MFP '23
113%
90%
76%
79%
92%
cum. vermogen (MWp) MFP '23
1.047
2.208
3.223
4.296
5.317
x
cum. vermogen (MWp) Polder PV
1.043
2.207
3.172
4.361
5.406
6.599
verschil PPV t.o.v. MFP '23
-0,4%
< -0,1%
-1,6%
1,5%
1,7%
x

gemiddelde vermogen MFP '23

5,75
7,08
7,07
7,71
8,35
x
gemiddelde vermogen PPV
2,69
3,73
3,96
4,37
4,42
4,88
verschil MFP '23 t.o.v. PPV
(factor gem. vermogen)
2,1 : 1
1,9 : 1
1,8 : 1
1,8 : 1
1,9 : 1
x
geschatte stroom productie (TWh/jr) MFP '23*
0,94
1,99
2,90
3,87
4,79
x

* Er wordt standaard gerekend met een specifieke opbrengst van 900 kWh/kWp.jr

Tabel 7. Enkele data uit het MFP 2023 rapport, vergeleken met de huidige, actuele zonnepark sensu lato data (4 categorieën) van Polder PV. Achtereenvolgens vergelijking van aantallen projecten, de daarmee gepaard gaande capaciteit, het gemiddelde systeem vermogen volgens de 2 cijfer reeksen (in MWp), en telkens daar onder de verschillen tussen de data van MFP '23 en Polder PV. Onderaan is ook nog de berekende stroomproductie van de MFP '23 getoond, die standaard uitgaat van een specifieke opbrengst van 900 kWh/kWp.jaar.

Uit de vergelijking in bovenstaande tabel kunnen we de volgende zaken destilleren:

  • Polder PV heeft stelselmatig véél meer zonnepark projecten geïnventariseerd, dan MFP '23 "kent", de verschil percentages zijn 113% eind 2019, tot nog steeds zeer hoge verschillen in 2020 tm. 2023 (76 tm. 92%).
  • De reden is, dat MFP '23 heel erg veel "kleinere" projecten helemaal niet lijkt te kennen. Dat is best wel vervelend, want die kleinere projecten zijn vrijwel allemaal in handen van lokale ondernemers, organisaties, en burgers (lees: 100 procent "participatie"). Dat is nu júist de doelgroep die MFP '23 met hun studies er uit wil lichten, derhalve wordt hier veel volume gemist in hun rapportages. Wel gaat het vaak om de kleinere projecten, maar het blijft een zeer grote omissie in die rapportages.
  • Bij de geclaimde capaciteiten zijn de verschillen veel kleiner, tussen de -1,6% bekend bij Polder PV, dan geclaimd in MFP '23, tot hogere percentages van +1,5 tot +1,7% eind 2022 en 2023.
  • Met name voor eind 2021 heeft Polder PV wat minder (1,6%) capaciteit staan dan MFP '23. Dit, terwijl hij 76% méér projecten kent eind dat jaar. Dit doet vermoeden, dat er met (veel) te hoge capaciteiten wordt gerekend bij MFP '23, wat mogelijk te maken heeft met overname van verouderde RVO data voor projecten waarvoor de SDE beschikking(en) inmiddels al fors lager zijn bijgesteld, of die lagere capaciteiten zijn nog helemaal niet doorgedrongen bij RVO of bij derde partijen die hun data gebruiken. Er kunnen ook andere redenen zijn (foute ingaves van cijfers leverende partijen).
  • Dat MFP '23 kennelijk veel kleinere projecten niet kent blijkt kristalhelder uit het uit hun data berekende gemiddelde vermogen per project. Dat is een factor 2,1 (2019) tot 1,8 (2021 en 2022) hoger, dan de zorgvuldig berekende gemiddelde systeemgroottes bij Polder PV. Wat uiteraard heeft te maken met het feit, dat hij véél meer kleinere projecten kent, die het eigen systeemgemiddelde project vermogen flink drukken. Gezien het feit dat nog steeds dergelijke, soms al lang gerealiseerde kleinere veldopstellingen worden gevonden door Polder PV, zal het verschil alleen maar groter gaan worden, zoals reeds t.o.v. de vorige update (17 december 2024) is geschied.
  • Ook voor de destijds gemaakte "prognose" van MFP '23 ("EOY 2023 + pijplijn", 870 projecten, 9.189 MWp) werd een excessief gemiddelde vermogen gesuggereerd, van maar liefst 10,6 MWp gemiddeld per project. Polder PV kwam eind 2024 op slechts 4,88 MWp gemiddeld uit, met alle kleine projecten waarvan MFP '23 het bestaan niet wist, en nog steeds niet zal kennen. Als alle door Polder PV gekende kleinere installaties meegenomen zouden worden, plus degenen die nog ontdekt moeten worden, zal er van dat extreem hoge project "pijplijn" gemiddelde niet veel overblijven. Bovendien zijn er al veel van dat soort projecten tussentijds afgevallen, kleiner uitgevoerd dan gepland / beschikt via SDE. Dergelijke prognoses op basis van een (verouderde) SDE portfolio blijken telkenmale door de harde realiteit ingehaald te worden in netcongestie tijd: heel veel (beschikte) projecten halen het gewoon niet, en worden gestaakt. De uitval cijfers blijven "massief" (zie laatste update van begin 2026).
  • In beide reeksen met de afgeleide project gemiddelde capaciteiten, blijft overeind, dat, al dan niet met meename van de door Polder PV gevonden talloze kleinere veldinstallaties, de schaalvergroting in de loop van de tijd is doorgegaan. Eind 2023 was het projectgemiddelde van de geaccumuleerde populatie een factor 1,5 maal zo groot dan eind 2019 bij de MFP '23 cijfers. Voor de huidige Polder PV data is dat zelfs een factor van ruim 1,6.

(d) Holland Solar schatte in de EU Market Outlook for Solar Power 2025-2030, gepubliceerd op 11 december 2025, voor de Europese branche organisatie SPE, voor 2024 grofweg 1,3 GWp nieuwbouw af voor het "utility scale" (projecten >= 1 MWp) segment, bij een totaal marktvolume van zo'n 3,4 GWp. Het totale jaarvolume is hier wat hoger dan de 3.267 MWp volgens het CBS, maar bekend is dat dergelijke cijfers later nog flink kunnen worden bijgesteld (meestal: opwaarts). Polder PV heeft voor de projecten groter of gelijk aan 1 MWp al bijna 1,5 GWp staan voor dat jaar, wat al duidelijk hoger is, zo'n 15%. Bovendien zullen er waarschijnlijk nog projecten aan worden toegevoegd, die later pas bekend zullen worden. Van genoemde 1,5 GWp grote nieuwe projecten opgeleverd in 2024 bestaat het overgrote merendeel, bijna 1,2 GWp, uit nieuwe grondgebonden + drijvende projecten, in de actuele bestanden van Polder PV. In de officiële cijfers van het CBS staat voor 2024 echter nog maar een nieuw jaarvolume van 902 MWp benoemd in de laatste update daar. De verwachting is, dat dat nog flink zal worden bijgesteld, op basis van de recente, zeer actuele cijfers van Polder PV.

Voor afschattingen over 2023 heeft de branche-vereniging in het SPE rapport een laag jaarvolume opgegeven van ruim 4,7 GWp, terwijl het CBS daarvoor al een flink hoger liggend nieuw record volume van bijna 5,2 GWp heeft laten zien in hun finale cijfers voor dat jaar. Ook voor het >= 1 MWp segment lijkt de jaargroei afschatting van de Nederlandse solar branche organisatie de laatste jaren te conservatief in de door hen gemaakte grafiek in het recente SPE rapport: ongeveer 1,3 GWp in 2023, en zelfs maar 1,1 GWp in 2022. Polder PV heeft voor de jaargroei in dat segment al bijna 1,5 GWp (2023), resp. bijna 1,7 GWp (2022!) in de boeken staan. De grootste contributies aan die nieuwe jaarvolumes kwamen volgens de data van Polder PV wederom van de verzameling grondgebonden + drijvende zonneparken, bijna 1,2 GWp in 2022, resp. ruim 1,0 GWp in 2023.

Holland Solar schat voor de jaren 2025-2030 in de SPE rapportage een lage, maar weer opkrabbelende totale groei in van 1,9 GWp (2025) tot ongeveer 2,6 GWp (2030), met een grofweg gelijk blijvend aandeel van zo'n 750-800 MWp in het "utility solar" segment. Waarvan de zonneparken beslist de grootste component zullen blijven, zelfs in tijden van langdurige netcongestie. Het woningen segment zou, na een dieptepunt in 2025, weer voorzichtig aantrekken richting 1 GWp nieuwbouw in 2030.


Tot nog toe is er, op een artikel in de zomer van 2021 in Energeia (pay-wall) na, van geen enkele officiële of commerciële instantie ooit een bespreking of link gezien, naar dit soort uitputtende, zeer gedetailleerde, en actuele analyses van de status van zonneparken sensu lato in Nederland, volgens Polder PV. Eerder op "X", en de laatste tijd, op Bluesky, wordt door mij regelmatig naar de harde cijfers omtrent zonneparken sensu lato verwezen. Waarom die nergens worden opgepikt, en waarom Nederland dit soort harde feiten blijft negeren, is een groot raadsel...


 

Oproep bijdrage project lijsten

Mocht u Polder PV willen helpen om de grote projecten sheet > 15 kWp verder te vervolmaken, ook op het gebied van realisaties van zonneparken, inclusief kleinere projecten waarvan u wellicht denkt dat we die hier nog zouden (kunnen) kennen, stuurt u dan s.v.p. een e-mail om uw eventuele contributie kenbaar te maken. Wat niet reeds publiek is gemaakt, zal beslist niet door mij aan derden worden doorgegeven of met naam en toenaam worden geopenbaard. Eventueel verstrekte project gegevens blijven geheim, tenzij expliciet anders aangegeven. Polder PV is bereid om een Non-Disclosure Agreement te ondertekenen, mocht dat gewenst zijn. Met grote dank voor uw hulp. Deze klus is en blijft een majeure operatie...



(13) Bronnen, eerdere analyses zonneparken op Polder PV (2019-2025)

Artikelen cq. overzichten verschijnen in een nieuw venster:

SDE 2024 (vijfde SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken, en herhaling van een opmerkelijk Nederlands accent (incl. beschouwing beschikkingen zonneparken en drijvende projecten; 10 september 2025)

Financial close voor grootste zonnepark van Nederland - karakteristiek voor voortdurende schaalvergroting PV projecten (27 januari 2025; uitgebreid artikel over aangekondigde grootste zonnepark van Nederland, Eekerpolder, en beschouwingen over de schaalvergroting in de PV sector, met grafiek)

Meer dan duizend zonneparken in Nederland, 6 GWp waarschijnlijk al overschreden (14 januari 2025; voorlaatste overzicht zonneparken in Nederland door Polder PV, met uitgebreide detail analyse gelinkt, alhier)

SDE 2023 (vierde SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken, en een opmerkelijk Nederlands accent (incl. beschouwing beschikkingen zonneparken en drijvende projecten; 26 juli 2024)

Knuppel in het hoenderhok - kamerbrief de Jonge / Jetten, "impliciet verbod op nieuwe zonneparken" (1 november 2023)

Zonnepark detail analyse status 17 september 2023. 2022 recordjaar met 1.154 MWp nieuw vermogen grondgebonden zonneparken. 750 veldopstellingen gepasseerd, op weg richting 4,5 GWp (25 september 2023; overzicht zonneparken in Nederland door Polder PV, met uitgebreide detail analyse gelink, alhier)

SDE 2022 (derde SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (7 juni 2023)

Zonnepark detail analyse status 23 jan. 2023. Aantallen nieuwe projecten beduidend minder, maar capaciteit toegenomen in 2022. Momenteel 683 projecten, op weg richting 4 GWp (31 januari 2023; overzicht zonneparken in Nederland door Polder PV, met uitgebreide detail analyse gelinkt, alhier)

SDE 2021 (tweede SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (17 augustus 2022)

PV projecten >= 15 kWp (Polder PV's grote projecten overzicht update, van 16 juni 2022, met peildatum 12 mei 2022, incl. info over zonneparken)

Nieuwe records voor zonnestroom in Nederland - eind april > 3 GWp aan grondgebonden zonneparken netgekoppeld, verdeeld over ruim 600 projecten (4 mei 2022; overzicht zonneparken in Nederland door Polder PV, met uitgebreide detail analyse gelinkt, alhier)

Weer nieuw overzicht zonneparken "Participatie monitor" - vergeleken met actuele status Polder PV (19 november 2021)

SDE 2020 najaarsronde (eerste SDE "++"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (28 oktober 2021)

Nieuwe historische records voor zonnestroom in Nederland - medio augustus 2,5 GWp aan grondgebonden zonneparken netgekoppeld, verdeeld over ruim 500 projecten (17 augustus 2021; laatste update voor de huidige analyse, met uitgebreide detail analyse gelinkt, alhier)

Status van zonneparken in Nederland - een update (5 januari 2021)

SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 6. Grondgebonden & 'floating solar' installaties - cumulaties bij alle SDE "+" regelingen volgens RVO data (18 nov. 2020)

SDE 2020 voorjaarsronde (laatste SDE "+"). Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (25 okt. 2020)

SDE 2019 najaarsronde. Deel 3. Details uit projecten lijst - segmentaties inclusief zonneparken (8 juli 2020)

CBS update (4). Oude en nieuwe indelingen voor RES data; status grondgebonden zonneparken, Polder PV versus "officiële nationale statistiek" (22 juni 2020)

Historisch unicum numero zoveel in de Nederlandse zonnestroom markt - Ruim 1 GWp netgekoppelde grondgebonden PV parken geregistreerd (9 december 2019)

SDE 2019 voorjaarsronde. Deel 6. Grondgebonden installaties nieuw beschikt en totalen voor alle (overgebleven) SDE beschikkingen (21 nov. 2019)

PV projecten >= 15 kWp. Stand van zaken grote PV projecten overzicht van Polder PV, status 9 augustus 2019 (laatste complete status update projecten Polder PV)

PV projecten database Polder PV, extracten zonneparken (sensu lato), status update 27 januari 2026



Analyse samengesteld in december 2025 - begin maart 2026 door © Polder PV / www.polderpv.nl

 

 
 
 
© 2025-2026 Peter J. Segaar / Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP