![]() |
![]() |
||||||||
|
Nieuws
zonnestroom actueel |
|||||||||
|
|
<<<
recenter |
actueel
204 203
202 201
200-191
190-181
180-171
170-161 160-151
150-141
140-131
|
13 januari 2026: Energieleveren.nl - sub 1 MWac PV markt december 2025: jaarafsluiting met het nieuwste dieptepunt bij nieuwe capaciteit, en ruim 45% lagere capaciteits-groei dan in 2024. Op de website energieleveren.nl zijn, ongebruikelijk laat, vandaag (13 januari 2026) de laatste cijfers voor de maand december 2025 gepubliceerd, voor het marktsegment van de daar gemelde / geregistreerde PV installaties per stuk kleiner dan 1 MW omvormer capaciteit. In een eerdere rapportage werd het jaar 2024 afgesloten, met 53% minder nieuwe capaciteit in dit marktsegment, dan in record jaar 2023. In 2025 volgden door de bank genomen nog veel lagere groeicijfers, met, tot besluit, zelfs het nieuwe dieptepunt in december, met nog maar ruim 53 MWac groei. Het volume aan nieuwe registraties is ook zeer beperkt gebleven, in dit door residentiële installaties gedomineerde, grote marktsegment. Er werden voor december 9.635 nieuwe registraties genoteerd, wederom het laagste maand volume sedert medio 2021. En wat 11% minder was dan in ook al flink tegenvallend december 2024. In cumulatie werd een opgesteld vermogen van 19.270 MWac capaciteit bereikt, verdeeld over bijna 3,29 miljoen installaties.
In de eerste analyse van de energieleveren.nl cijfers, medio september 2024, maakte ik al gewag van de "instorting" van het kleine PV marktsegment in Nederland, op basis van de in dat jaar voor het eerst daar gepubliceerde marktcijfers van de "sub 1 MWac markt". In augustus 2024 werd destijds een voorlopig dieptepunt bereikt, met slechts 14 duizend nieuwe installaties, met een toegevoegd omvormer vermogen van 82 MWac. Een tweet van Polder PV (toen nog op "X") over deze markt "instorting" werd zeer vaak bekeken (laatste stand van zaken: 16.400 maal).
In de daar op volgende maanden was de trend duidelijk negatief, met af en toe een kleine "opklaring" (maart - april 2024), maar het hele kalenderjaar werd beduidend minder volume geregistreerd dan in record jaar 2023.
Ook in 2025 bleven de nieuwbouw volumes zeer laag, tussen de 17.329 exemplaren in april, en enkele tussentijdse "laagte records", waaronder, uiteindelijk, het nieuwe dieptepunt in december, met slechts 9.635 exemplaren. Het gemiddelde vermogen per nieuwe registratie, opvallend hoog in juni 2025 (6,18 kWac), bleef flink schommelen, en na een nieuw laagtepunt in november (5,04 kWac), volgde eind van het jaar weer een flinke toename naar 5,55 kWac per nieuwe registratie. Het niveau lag in december 2025, wat de aantallen registraties betreft, 11% lager t.o.v. de aanwas in december 2024, wat zelfs al 50% minder was dan het nieuwe volume in december van het recordjaar 2023.

Grafiek
met, per maand, de nieuwe aantallen registraties per maand, opgetekend
door energieleveren.nl, tm. december 2025.
2024 in magenta gekleurde
kolommen, die de forse terugval in nieuwe installaties in het <1
MWac segment goed laat zien.
2025 begon weer op een
laag niveau, en in de tweede jaarhelft is het niveau zelfs "zeer
laag" geworden.
Met als nieuw dieptepunt december, met slechts 9.635 nieuwe registraties.
Dat is 36% lager dan in december 2024, en maar een vijfde van het
niveau in december 2022.
Met de relatief geringe toevoeging in december zijn er begin 2026 in totaal nu bijna 3,29 miljoen PV installaties per stuk < 1 MWac bekend bij energieleveren.nl, volgens de optelling van de drie grootte-categorieën. Hierbij nogmaals de bekende disclaimer: dat is niet het aantal woningen, of dergelijke claims. Er worden immers zeer regelmatig uitbreidingen (= "installaties") aan bestaande projecten toegevoegd, zowel residentieel, als in de projecten markt, een endemisch verschijnsel in Nederland. Het aantal "objecten", "erven", "project sites", is, derhalve, altijd (veel) lager, dan bovengenoemd getal. Wat, desondanks, natuurlijk zonder meer een spectaculair volume blijft weergeven.
Het is nog zeer onzeker of deze "sub 1 MWac" zich in enige mate zal herstellen. Voorlopig zullen de nieuwbouw cijfers waarschijnlijk erg laag blijven. Wat vooral ligt aan de "schrik" in de residentiële markt, over het ook door de Senaat aangenomen wetsvoorstel van het huidige, demissionaire kabinet, om de salderingsregeling per 1 januari 2027 definitief af te schaffen. En dat, in combinatie met de vrijwel bij alle leveranciers ingevoerde invoedings-heffingen voor kleinverbruikers met zonnepanelen, resulterend in forse extra af te dragen bedragen bij, met name, de grotere residentiële installaties.
Bijna 19,3 GWac capaciteit in cumulatie - en langzaam verder groeiend

In de september 2024 rapportage werd het passeren van de piketpaal 18 GWac gemeld, en eind augustus 2025 de 19 GWac grens, in alleen het sub 1 MWac segment. Eind december dit jaar staat nu een totaal volume van 19.270 MWac vermogen geaccumuleerd. 37% daarvan, een enorm volume van ruim 7,1 GWac, is bijna exclusief residentieel (installaties kleiner dan 5 kWac, blauwe segmenten in de grafiek). Daarbovenop komt nog een deel van de op 1 na grootste categorie, installaties tussen de 5 en 15 kWac, die eind 2025 in totaal nog eens ruim 4,7 GWac omvatte.
Als we de - ter discussie te stellen - 5% meer generator vermogen dan AC vermogen volgens energieleveren.nl als uitgangspunt nemen, zou eind september voor het eerst in de geschiedenis alleen al dit sub 1 MWac marktsegment, een generator vermogen omvatten wat de 20 GWp zou zijn gepasseerd. Vermoedelijk is het echter al een stuk meer, omdat uit CBS statistieken blijkt, dat die verhouding DC / AC ver boven de 5% ligt (meer richting 10-11%). Eind december 2025 zou met de door energieleveren.nl gehanteerde 5% conversie, er minimaal 20,2 GWp generator vermogen kunnen zijn geaccumuleerd in dit grote marktsegment.
Relatieve aandelen op totaal volumes
Eind 2024 was het volume in dit marktsegment 18.388 MWac, volgens energieleveren.nl. In heel Nederland stond begin 2025, volgens de laatste CBS update, in totaal 24.920 MWac aan PV capaciteit. De "sub 1 MWac" markt zou dan, volgens deze laatste gecombineerde cijfers een aandeel hebben van bijna 74% van het totaal volume. De verwachting is, dat het nog neerwaarts aangepast zal worden, omdat de nodige gerealiseerde grotere, meestal SDE gesubsidieerde projecten (incl. grote PV daken en zonneparken), nog niet doorgedrongen zullen zijn tot de CBS data. Daar gaat meestal lange tijd overheen. Eind 2023 was het aandeel met de huidige, "definitieve" CBS cijfers, nog bijna 76%, dus daar is reeds een daling zichtbaar in het relatieve aandeel. Voor eind 2025 zullen we moeten wachten op eerste kalenderjaar cijfers van CBS, voor we daar een - voorzichtige - uitspraak over kunnen doen.
Kijken we uitsluitend naar het < 5 kW marktsegment in het energieleveren.nl dossier, zou het aandeel van deze "exclusief residentiële" kleine installaties t.o.v. de totale CBS volumes, iets gedaald zijn, van 27,9% EOY 2023, naar 27,3%, EOY 2024. Eind 2022 was het 27,4%. 2023 was dan ook, zeker in het begin, een "boom-jaar" voor de residentiële sector. Vanaf 2024 is de aanwas in dat segment flink onderuit gegaan.
Groei capaciteit per maand ook naar nieuw dieptepunt, in december 2025

In bovenstaande grafiek wordt de maandelijkse groei van de AC capaciteit bij de drie categorieën sub 1 MWac installaties getoond, afgeleid uit de accumulatie cijfers voor het eind van de maand, getoond in het vorige exemplaar. Hierin is goed te zien dat het nieuwbouw niveau voor de capaciteit in januari 2025 iets onder dat van augustus 2024 is komen te liggen, en toen een nieuw "all-time-low" had bereikt.
In 2025 gingen de volumes gemiddeld genomen verder onderuit, met aanwas cijfers tussen de 92 MWac (maart en april), en, na het vorige record voor november, alweer een nieuw historisch dieptepunt in de getoonde periode, slechts 53,5 MWac in december 2025. De horizontale streepjeslijnen geven de jaargemiddelde maandgroei cijfers weer. Meer specifiek, de 2e jaarhelft 2021 tm. kalenderjaar 2025. Het maandgemiddelde in 2025 (bijna 74 MWac/mnd) ligt flink onder dat voor 2024 (135 MWac/mnd), wat eerder al substantieel lager uitkwam t.o.v. het record gemiddelde in 2023 (284 MWac/mnd).
Ik heb in een vorige update 1 nieuwe grafiek toegevoegd, met de bekende volumes, voor de accumulatie aan het eind van het jaar, en de jaarlijkse aanwas cijfers, voor zowel de capaciteit (grote grafiek), als voor de aantallen installaties (inset linksboven), tussen 2021 en 2024. Hier onder staan de resultaten voor de complete jaargangen tm. 2025.

Goed is te zien, dat 2023 het jaar met de hoogste toevoeging is geweest in dit grote deel-dossier, met 635 duizend nieuwe installaties en een toegevoegde capaciteit van 3.403 MWac. 2024 ging hard onderuit, met minder dan de helft van de nieuwe volumes in 2023 (298 duizend nieuwe installaties, 1.616 MWac). 2025 zakte nog verder onderuit, met een capaciteits-volume van 882 MWac, resp. 160 duizend nieuwe registraties. Wat 45% lager ligt dan de toevoeging in het ook al tegenvallende jaar 2024, en wat slechts ruim een kwart is van de record toevoeging in 2023.
Zie voor de mogelijke impact, andere grafieken, waaronder ook de update van het recent nieuw toegevoegde exemplaar met segmentatie in klein- en grootverbruik aansluiting, en duiding van dat alles, de bespreking van de meest recente cijfers in mijn update, hier onder gelinkt:
Statistieken PV markt segment registraties < 1 MWac bij energieleveren.nlupdate 2 januari 2026 |
Hoeveel zon opwekinstallaties zijn er in Nederland? (website energieleveren.nl, "inzicht")
12 januari 2026: RVO SDE overzicht laatste kwartaal 2025 - 388,3 MWp netto toename PV projecten sedert 1 oktober 2025, kalenderjaar 2025 905 MWp, 35% minder dan in 2024. Jaargroei volumes 2023 & 2024 in actuele RVO bestand voorlopig 1.762 MWp & 1.394 MWp.
Op 8 januari 2026 verscheen het laatste kwartaal overzicht voor de SDE regelingen in 2025 bij RVO, met peildatum (1) januari 2026, en alle overgebleven beschikkingen en realisaties voor de regelingen tm. SDE 2024. In deze analyse worden de meest recente cijfers getoond. Nieuw toegevoegd werd, t.o.v. de status op 1 oktober 2025, een netto beschikt vermogen van bijna 410 MWp, maar is het totaal aan nieuwe realisaties slechts ruim 388 MWp. Er verdween netto wederom een grote hoeveelheid beschikkingen (verschil tussen realisaties en verdwenen beschikkingen, resp. neerwaarts bijgestelde capaciteit), bij de aantallen vooral veroorzaakt door een grote hoeveelheid uitschrijvingen uit de oudste SDE regeling, SDE 2008. Sinds de update van 1 oktober 2025 zijn er in totaal 803 beschikkingen, "goed" voor 908 MWp aan beschikte capaciteit verdwenen, waarbij SDE 2023 weer de hoogste capaciteit kwijtraakte (522 MWp). De hoogste realisatie werd ditmaal bij de najaars-ronde van SDE 2020 (eerste SDE "++") bereikt, met een toename van ruim 206 MWp verdeeld over slechts 6 beschikkingen. SDE 2023 en SDE 2022 voegden het hoogste aantal toe, 31 resp. 30 gerealiseerde beschikkingen.
De nieuwe realisaties en de tussentijdse uitschrijvingen leidden, in cumulatie, begin 2026, tot een volume van 13.613 MWp aan (SDE) beschikt gerealiseerd PV vermogen, verdeeld over inmiddels 29.021 gerealiseerde (overgebleven) aanvragen. Door verliezen / uitschrijvingen van veelal oudere gerealiseerde projecten, is dat aantal weer lager dan in de vorige update, en zal de ooit behaalde status van meer dan 30.000 exemplaren (tm. rapportage 1 juli 2025) vermoedelijk nooit meer bereikt gaan worden onder de SDE regimes. De netto realisatie van 388 MWp beschikt vermogen in het laatste kwartaal van 2025, is ruim 17% hoger dan de 331 MWp toename in QIII 2025. Gerekend naar het door RVO gemelde jaar van oplevering van de afzonderlijke beschikkingen, zou er een voorlopige toename van 1.762 MWp aan beschikte capaciteit zijn geweest in 2023, momenteel 16% minder dan de huidig vastgestelde aanwas in 2022 (2.096 MWp). De jaargroei in 2024, momenteel 1.394 MWp, 21% minder dan de huidig bekende jaargroei in 2023, is weliswaar nog steeds zeer voorlopig maar de verwachting is, dat deze cijfers niet "zeer substantieel" zullen gaan wijzigen. Wat, wederom, de al langer door Polder PV sterk betwijfelde data van VertiCer, met véél hogere capaciteits-volumes voor de jaren 2023 en 2024, in een extra kritisch daglicht stelt.
Voor 2025 is nu een nog zeer voorlopig jaarvolume bekend van slechts 905 MWp, wat 35% minder is dan de nu bekende jaargroei in 2024. De verwachting is dat deze cijfers nog (fors) zullen gaan wijzigen in latere updates.
De najaars-ronde van SDE 2018 blijft, met, iets neerwaarts bijgesteld, 1.750 MWp aan opgeleverde, beschikte capaciteit, realisatie kampioen van alle SDE regelingen, op behoorlijke afstand van de nieuwe numero 2, de najaars-ronde van SDE 2019, waar 1.541 MWp van is gerealiseerd, volgens de huidige status. Opvallend daarbij is, dat de SDE 2019 II regeling al een realisatie percentage van 79% bij de capaciteit heeft bereikt ten opzichte van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid, het hoogste relatieve aandeel van alle SDE regimes. De laatste officiële SDE "+" ronde, SDE 2020 I, de zesde regeling met meer dan 1 GWp, staat momenteel op een verder opwaarts bijgestelde, beschikte realisatie van 1.171 MWp. Na SDE "++" 2021 (momenteel 1.187 MWp), volgde SDE 2020 II als 8e regeling met meer dan 1 GWp gerealiseerd (nu 1.224 MWp).
Relateren we de nieuwe volumes aan het opgeleverde (beschikte) vermogen per dag, is er in de huidige versie, voor het totaal van alle SDE regelingen, in het laatste kwartaal van 2025, gemiddeld 4,2 MWp per dag gerealiseerd, 17% meer dan de 3,6 MWp/dag in het derde kwartaal van 2025. Het gerealiseerde volume is bij de realisaties dus weer wat toegenomen in de SDE gedreven projecten markt. Records (QI 2022, 8,8 MWp/dag gemiddeld) zullen zeer waarschijnlijk niet meer worden gehaald, gezien de blijvende, grote problemen bij met name de actuele elektrische infrastructuur.
In de huidige update staan, onder de overblijvende SDE "+" regimes (SDE 2019 II en SDE 2020 I) nog maar 15 beschikkingen, resp. 64 MWp capaciteit open. Onder de vijf recentere SDE "++" regimes incl. de in de vorige update toegevoegde SDE 2024 regeling, is nog het grootste volume voorhanden, 1.157 openstaande beschikkingen, met 5,16 GWp aan capaciteit. In totaal resteren 1.172 nog openstaande beschikkingen, met 5,23 GWp aan capaciteit, de spoeling begint dus steeds dunner te worden onder de vigerende SDE regimes.
De verliezen van talloze eerder beschikte projecten blijven ook in de huidige update aanhouden. Voor alleen de SDE "+" regelingen is, mede door het enorme, historisch geaccumuleerde verlies onder SDE 2020 I, al 43,7% (8.335 MWp) van het oorspronkelijk toegekende vermogen verloren gegaan. In totaal is er bij alle ooit toegekende SDE beschikkingen (SDE, SDE "+", en de 5 momenteel inhoudelijk bekende SDE "++" regelingen, SDE 2020 II, SDE 2021 tm. SDE 2024) inmiddels al 14,6 GWp aan beschikte PV capaciteit, verdeeld over 32.618 oorspronkelijke beschikkingen verdwenen. Sedert de vorige update is dat reeds meer dan de helft van het ooit afgegeven aantal beschikkingen, wat is verdwenen (51,9%). Hiermee heeft de omvangrijke PV sector reeds een maximale marktwaarde aan subsidies van bijna 11,6 miljard Euro laten verdampen sedert de start van de eerste SDE regeling, SDE 2008.
Dit artikel behandelt in ieder geval de status update voor zonnestroom en, kort, thermische zonne-energie, gedateerd 1 januari 2026. De vorige analyse, voor de status op 1 oktober 2025, vindt u hier. Voor een overzicht van alle oudere detail analyses, vanaf mei 2017, zie de opsomming in de introductie van de update van 1 oktober 2023.
In deze meest recente update is bij de opgeleverde, netto overgebleven capaciteit, door RVO een "officieel" SDE beschikt zonnestroom volume opgegeven van 13.612 MWp (voor peildatum 1 oktober 2025 was dat 13.224 MWp), verdeeld over 29.021 overgebleven project beschikkingen. In het overzicht van 1 juli 2025 lag dat laatste nog op een volume van 29.409 gerealiseerde toekenningen. Wat betekent, dat er, netto bezien, steeds meer registraties verdwijnen bij RVO, dan er in dezelfde periode zijn ingeschreven, in het laatste kwartaal (vergelijkbaar met de al langer vastgestelde trend van netto uitstroom in het omvangrijke VertiCer dossier). In de update van januari 2024 werd de piketpaal van netto dertigduizend gerealiseerde beschikkingen gepasseerd, maar door de toenemende uitschrijvingen bij RVO, is het overgebleven niveau dus weer verder onder die piketpaal gezakt. De capaciteit blijft nog steeds doorgroeien, wat betekent dat er een concentratie is van steeds grotere projecten in de RVO bestanden, en dat met name kleinere gerealiseerde projecten het RVO systeem "verlaten". Wat nog niets zegt over hun status, ze kunnen immers nog zeer lang gewoon doordraaien zonder SDE subsidie. Daar heeft RVO echter in het geheel geen oog meer op, het wordt in ieder geval niet (publiekelijk) gedocumenteerd.
Nadat de laatste SDE 2019 ronde I beschikking in de RVO update van 1 juli jl. was toegevoegd (maar al veel eerder bleek te zijn opgeleverd), staan voor de resterende 2 SDE "+" regelingen (2019 II en 2020 I) nu in totaal nog maar 15 (5 + 10) beschikkingen open (ruim 64 MWp).
In de rating van realisaties zijn er al enige tijd 8 regelingen die meer dan 1 GWp aan beschikte capaciteit hebben staan bij RVO. Bovenop de tussentijdse toevoegingen, verdwijnt er soms ook weer een gering volume per regeling, vermoedelijk vanwege de al frequent door Polder PV gememoreerde (continue) bijstellingen van de beschikte capaciteiten, en/of door gecontinueerde uitschrijvingen uit het SDE dossier, door RVO. Daar bovenop komen nog nieuw gerealiseerde projecten met late realisaties van overgebleven beschikkingen per regeling. Van boven naar onder zijn de overgebleven volumes nu actueel, achtereenvolgens, SDE 2018 II (1.750 MWp), SDE 2019 II (1.541 MWp), SDE 2017 I (1.491 MWp), SDE 2019 I (flink neerwaarts, naar 1.315 MWp†), SDE 2017 II (1.268 MWp), SDE 2020 II, de 8e regeling met >1 GWp, is 2 plaatsen gestegen met inmiddels 1.224 MWp geaccumuleerd. SDE 2021, 1.187 MWp, en SDE 2020 I, 1.171 MWp, sluiten deze rij van de 8 meest impact makende regelingen af.
Er is, tm. de hier besproken RVO update, die alle resterende beschikkingen omvat inclusief de recent toegevoegde SDE 2024, in totaal al een enorm volume van 14,6 GWp, aan beschikte SDE capaciteit, verdeeld over 32.618 beschikkingen, voor zonnestroom verloren gegaan (!) om diverse redenen. Hier wordt verderop in dit artikel dieper op ingegaan. In de huidige update staan, gecombineerd met de gecontinueerde verliezen onder oudere project beschikkingen, tot en met de laatst geïncorporeerde SDE 2024 toekenningen, nog resterende volumes open van 1.172 beschikkingen, resp. 5.229 MWp. Vanaf de reeds genoemde exemplaren voor de oudere regelingen, tm. de slechts 10 overgebleven exemplaren voor "grote verliezer" SDE 2020 I (SDE "+"), en de 24 resterende beschikkingen voor SDE 2020 II (SDE "++"). Nog maar 96 overgebleven exemplaren voor SDE 2021, 122 voor SDE 2022, en 653 overgebleven exemplaren van SDE 2023. De in de vorige update toegevoegde SDE 2024 heeft nog 262 van de oorspronkelijk toegekende 283 beschikkingen, goed voor 1.589 MWp.
In het huidige artikel presenteer ik zoveel mogelijk de harde, actuele, "officiële" cijfers, mijn commentaar, en interpretaties. En geef ik uiteraard ook weer actuele updates van grafieken en tabellen. 2 nieuwe grafieken, toegevoegd in een vorige update, die de verliezen per SDE regeling in de loop van de tijd in beeld brengen, zijn ook weer bijgewerkt. Afgesloten wordt met de kleine update van thermische zonne-energie, waarin, wederom, slechts weinig is gewijzigd.
Voetnoot
"negatieve groei"
Zeer veel projecten worden de laatste jaren (soms fors) kleiner
gerealiseerd dan waarvoor ze oorspronkelijk zijn beschikt. Wat
waarschijnlijk (deels) met de grote problemen met aansluitingen,
en overgebleven capaciteit voor grootverbruikers op het net heeft
te maken. In ieder geval is het gevolg de al jaren door Polder
PV gesignaleerde trend, dat RVO de omvang van de gepubliceerde
beschikkingen neerwaarts bijstelt in
de meest actuele updates over de SDE regelingen. Als dit geschiedt
bij een SDE regeling, waarbinnen weinig "activiteit"
(lees: nieuwbouw) is geweest sinds de voorlaatste rapportage,
kan het gevolg zijn, dat de totale overgebleven beschikte capaciteit
binnen die regeling lager uitpakt dan in de voorgaande
update. Iets dergelijks kan ook geschieden met het overgebleven
aantal beschikkingen. Bij een aantal uitschrijvingen wat uitstijgt
boven het aantal nieuwe inschrijvingen, resulteert negatieve groei
in het betreffende tijdvak.
Complete evolutie SDE dossier voor zonnestroom

Update van de grafiek gepresenteerd voor de status van 1 oktober 2025, met de nieuwe cijfers voor 1 januari 2026 toegevoegd (laatste kolom achteraan). Ik heb voor het huidige overzicht wederom de fysieke optelling genomen van de (overgebleven) beschikte volumes van alle gerealiseerde projecten in de recent gepubliceerde spreadsheet van RVO. In deze update zijn de volumes aan gerealiseerde PV beschikkingen weer op een relatief laag tempo toegenomen, de groei was ditmaal, wat de capaciteit aanwas betreft, het hoogst onder het SDE 2020 II regime, op de voet gevolgd door toenames bij SDE 2021. De eerste realisaties van de in de vorige update toegevoegde SDE 2024 zijn, bovenop het laatste kolom segment gestapeld, inmiddels net aan zichtbaar geworden.
De totale groei is in het laatste kwartaal van 2025 weer duidelijk hoger geweest dan in het 3e kwartaal , zoals getoond rechtsboven in bovenstaande grafiek. Deze is, met 388,3 MWp, t.o.v. de aanwas in het voorgaande kwartaal, juli - oktober van 2025, ruim 17% hoger geweest. T.o.v. QIV 2024 (een relatief geringe toename van 160,8 MWp) was de aanwas een forse 142% hoger. Voor de details, zie ook de bekende tabel, verderop in deze analyse.
Voor 16 SDE regelingen zijn weer netto neerwaartse correcties van oudere aantallen beschikkingen en voor zelfs 18 bij de capaciteiten doorgevoerd bij de realisaties, waarschijnlijk omdat deze oudere projecten actief zijn uitgeschreven uit de RVO registers (wat iets anders is dan fysiek verwijderd !!). Het hoogste volume van verdwenen beschikkingen vinden we weer bij SDE 2008, wederom een hoog volume van 384 exemplaren. Waarvan het grootste deel residentiële installaties zal zijn geweest. Bij de 1e 3 SDE rondes ging het sowieso om meestal kleine projectjes op woningen, tussen de 2 en 4 kWp per stuk. Bij de capaciteiten gaat het bij de neerwaartse bijstellingen dan ook om relatief geringe aanpassingen, tot minus 686 kWp onder SDE 2008. Een van de onherroepelijke consequenties van meerdere forse neerwaartse aanpassingen bij de aantallen overgebleven beschikkingen voor de eerste SDE regeling is, dat inmiddels, voor het eerst in de historie, er nu mínder gerealiseerde SDE 2008 beschikkingen zijn overgebleven dan onder SDE 2010, een situatie die tot de oktober 2025 nog omgekeerd was (zie groene sectie in de tabel).
Bij vier SDE regelingen zijn er in de huidige update geen capaciteit wijzigingen doorgevoerd (SDE 2012, SDE 2013, SDE 2015 en SDE 2016 I).
In de vorige update (1 okt. 2025) was een zeer opvallende uitzondering te bespeuren in de wijzigingen. Bij naspeuringen door Polder PV bleek de beschikking voor zonnepark Broekstraat in het Gelderse Voorst twee maal te zijn opgevoerd in de RVO lijst, waardoor toen een merkwaardige inconstitentie voor de cijfers voor SDE 2019 ronde I ontstond. Deze anomalie is in de huidige update gecorrigeerd door RVO (nog maar 1 entry voor betreffend project overgebleven). Wel is een gevolg hiervan, dat er nu voor SDE 2019 I weer 1 beschikking is verdwenen t.o.v. de update van 1 oktober 2025, en dat er 18,8 MWp aan (niet) "gerealiseerde" capaciteit weer is "afgeboekt". We hopen dat dergelijke bizarre fouten niet meer zullen gaan voorkomen, maar ik sluit ze beslist niet uit.
Capaciteiten per regeling
Per gewijzigde regeling zijn bij de realisaties de volgende "eind"standen te zien, die ook in de grafiek zichtbaar zijn gemaakt. Alleen regelingen vanaf SDE 2014 worden hier behandeld.
Regelingen met (netto) "nul" danwel negatieve groeicijfers. De gerealiseerde capaciteit bij de ooit succesvolle SDE 2014 is sinds de vorige update gestabiliseerd op 568 MWp. Ook de daar op volgende regelingen stabiliseerden, op 7,9 MWp voor SDE 2015, en op 121 MWp onder SDE 2016 I. SDE 2016 II verloor iets, en staat momenteel op 584 MWp. SDE 2017 I bleef hangen op 1.491 MWp, de najaars-regeling verloor wat volume en kwam op 1.268 MWp. SDE 2018 I (voorjaars-regeling) kwam uit op 785 MWp, de najaars-regeling, al langer record houder, raakte 1 MWp kwijt en strandde op 1.750 MWp. De "anomalie" onder SDE 2019 I gesignaleerd in de vorige update (zonnepark dubbel geteld†) is inmiddels hersteld, de regeling heeft nu slechts 1 MWp minder dan in de "normale" update van 1 juli 2025, resulterend in 1.315 MWp. De najaarsronde van 2019 bleef steken op 1.541 MWp.
Regelingen met (netto) positieve groeicijfers. Vanaf SDE 2020 I hebben de regelingen voor de capaciteiten netto positieve aanwas cijfers sinds het derde kwartaal van 2025. De voorjaarsronde van SDE 2020, de laatste SDE "+" regeling, kwam, bij netto toevoeging van 3 projecten, op een accumulatie van ruim 1.171 MWp. SDE 2020 II voegde in deze update, met netto slechts 6 nieuwe realisaties, wederom het hoogste netto nieuwe vermogen toe, ruim 206 MWp, waarmee de cumulatie teller op bijna 1.224 MWp is gekomen. De SDE 2021 (enige jaar ronde) voegde netto ruim 107 MWp aan capaciteit toe (met netto 19 opgeleverde beschikkingen), waarmee deze op bijna 1.187 MWp kwam. Onder SDE 2022 was de toevoeging, bij een netto groei van 30 nieuwe beschikkingen, bijna 15 MWp. Wat, in cumulatie, is neergekomen op 350 MWp. SDE 2023 voegde 21,5 MWp capaciteit toe, met netto 31 nieuwe beschikkingen (derhalve, net als bij SDE 2022, relatief kleine projectjes). Waarmee het voorlopig gerealiseerde, beschikte volume culmineerde op bijna 113 MWp.
Voor SDE 2024 zijn inmiddels 5"officiële" realisaties bekend. Het geaccumuleerde vermogen is een nog relatief bescheiden 14,5 MWp. Dat vinden we terug onder het nog nauwelijks zichtbare kleine bovenste segment in de laatste kolom.
Systeemgemiddelde capaciteit bij de realisaties
Als we terugrekenen naar gemiddelde capaciteit per beschikking die in het laatste kwartaal is gerealiseerd zien we, zoals is te verwachten, een behoorlijke spreiding tussen de SDE regelingen onderling. Deze varieert, bij de regelingen met netto groeicijfers, tussen de 491 kWp bij SDE 2022, tot zeer grote (gemiddelde) projecten van 34,4 MWp onder SDE 2020 II (netto slechts 6 realisaties). Onder die laatste opleveringen vallen hoogstwaarschijnlijk grote zonneparken en, in minder impact makende, grote rooftop projecten, die de gemiddeldes per regeling altijd flink kunnen opstuwen.
Totale progressie - realisatie
Omdat er tegelijkertijd ook weer de nodige beschikkingen zijn verdwenen in oudere SDE regelingen, met weer een grote hoeveelheid van 384 exemplaren onder de oudste, SDE 2008 regeling, is het netto effect van alle plussen en minnen, sedert de status in de update van 1 oktober 2025, inmiddels weer een negatief volume van -388 oorspronkelijk ingevulde beschikkingen geweest (resultaat van 94 nieuw, minus 482 verdwenen). Hier zit de inmiddels herstelde blunder m.b.t. het dubbel getelde zonnepark (vorige update) reeds in begrepen. Bij de capaciteit domineren, als vanouds, de toevoegingen nog steeds de verdwenen hoeveelheden: er is netto 388 MWp toegevoegd sedert de vorige update. Dit is het netto effect van (a) gerealiseerde groei bij meestal jongere SDE regelingen incl. recent toegevoegde SDE 2024 (410 MWp, incl. "correctie van blunder van RVO"), en (b) de uit de voorgaande bestanden weer verwijderde beschikte capaciteit, 21,5 MWp (diverse redenen mogelijk).
Het gecorrigeerde resultaat is desondanks beduidend hoger dan in de vorige update: 17% meer dan de netto 330,7 MWp toename in QIII 2025 (incl. toen onterecht opgevoerde "zonnepark dubbelaar").
Toenames afgelopen updates; evolutie MWp realisaties PV projecten per dag
De netto nieuw toegevoegde volumes tussen 2 RVO updates, meestal een tijdsspanne van een kwartaal omvattend, lagen in 2022 tussen 189 MWp (QII) en 790 MWp (QI), in 2023 tussen 317 MWp (QI) en 598 MWp (QII), en in 2024 tussen 161 MWp (laatste kwartaal) en 491 MWp (QIII). De eerste resultaten voor 2025 voegen daar nu tussen de 208 MWp (QII), en 388 MWp voor het laatste kwartaal aan toe. Gemiddeld genomen een duidelijke afkoeling, de laatste twee jaar.
Als we, voor een eerlijker vergelijking, terug rekenen naar het aantal dagen tussen de peildata (die behoorlijk kunnen verschillen, zie de afstanden tussen de updates in de grafiek), komen we tot een minimale aanwas in de tweede jaarhelft van 2013 (gemiddeld 22 kWp/dag), en een maximale groei in QI 2022 (8,8 MWp/dag !). In QI 2025 lag het gemiddelde weer op een aardig niveau, bijna 3,8 MWp/dag, viel in QII weer terug naar 2,3 MWp/dag, nam in QIII weer toe naar 3,6 MWp/dag, en eindigde in QIV op het hoogste niveau dat jaar, op gemiddeld 4,2 MWp/dag.
Genoemde 4,2 MWp gemiddeld per dag in het SDE dossier komt uiteraard bovenop andere realisaties bij projecten die andere incentives kennen (zoals EIA, SCE - "postcoderoos 2.0", subsidies voor sportinstellingen, VvE's, MIA / Vamil, Dumava, etc.), of zelfs helemaal geen subsidies. Zoals vaak bij nieuwbouw projecten, waarin eventuele PV daken in de bouwsom worden meegenomen. Dit nog exclusief de inmiddels flink afgekoelde residentiële markt, de dominante aandeelhouder van de "sub 1 MW markt" (recent overzicht hier), inclusief de portfolio's die bij de huur corporaties werden uitgerold (volumes: qua toegevoegde MWp-en onbekend, maar, althans in recente jaren, substantieel).
Voor de evolutie van deze relatieve maatvoering in uitsluitend het RVO - SDE dossier, heb ik een nieuwe versie van de bekende grafiek hier onder getoond:

Deze grafiek toont de gemiddelde groei van de nieuwe capaciteit per dag tussen twee RVO updates, daarbij rekening houdend met het aantal dagen tussen de peildata van de gepubliceerde rapportages. Tm. 2015 gebeurde er relatief weinig, met de laagste toename eind 2013 (22 kWp gemiddeld per dag nieuw volume gerealiseerd in die periode). Vanaf 2016 zijn de administratieve bijschrijvingen in de SDE gedreven projectenmarkt merkbaar gegroeid, vielen ze in Corona jaar 2020 kort terug, en lieten daarna nog sterkere wisselingen van het tempo te zien. Om te culmineren in het eerste kwartaal van 2022, met een record niveau van gemiddeld 8.776 kWp per dag toegevoegd in die periode. Na sterke wisselingen in het tempo werd 2024, met het laagste niveau in lange tijd afgesloten, 1.747 kWp/dag. In QI 2025 nam dat weer flink toe (3.795 kWp/dag), om het daar op volgende kwartaal weer net zo hard in te zakken, naar een niveau van 2.283 kWp/dag. De laatste 2 kwartalen gingen weer in de versnelling, en kwamen uit op volumes van 3.603 kWp/dag (QIII) resp. 4.220 kWp/dag (QIV). De toename in het laatste kwartaal was opvallend veel hoger dan de aanwas in QIV 2024 (factor 2,4 maal zo hoog). Maar het was al duidelijk lager dan de aanwas in QIV 2023 (5.086 kWp/dag, 17% minder).
In de grafiek is een voortschrijdend gemiddelde trendlijn (rood gestippeld) toegevoegd, waaruit duidelijk de terugval in realisaties blijkt in de laatste jaren. Wat grotendeels door endemische netcongestie in Nederland wordt veroorzaakt, en enkele andere oorzaken, zoals steeds stringenter wordende voorwaarden in de elkaar opvolgende SDE regelingen, en harde competitie binnen die regelingen met talloze andere techniek platforms. De hoogtijdagen voor onder SDE gesubsidieerde PV projecten zijn duidelijk verleden tijd.
Alles bij elkaar opgeteld is er inmiddels, binnen het SDE dossier, voor een beschikt volume van 13.612 MWp aan "officieel gerealiseerde" PV-projecten, en dus met "ja vinkje" in de gepubliceerde lijst, bekend bij RVO, die een (of meer) SDE beschikking(en) hebben. Zoals te zien bovenaan de laatste kolom in de eerste grafiek in dit artikel. In werkelijkheid is er echter al meer aan het net gekoppeld, omdat (a) er flinke administratieve vertragingen zijn in de verwerking van data bij RVO, en (b) er ook heel veel projecten zijn die groter uitgevoerd worden dan het gemaximeerde volume in de beschikking, waarvan de "meer-capaciteit" door RVO echter niet wordt geopenbaard. Polder PV heeft hier honderden voorbeelden van in zijn eigen, al een decennium lang bijgehouden project overzichten. En (c) er ook al heel veel volume, wat beslist ooit onder SDE regelingen is gerealiseerd, niet meer staat geregistreerd bij RVO, maar mogelijk nog steeds actief is, zonder beroep te doen op ooit verkregen SDE beschikkingen.
(Nieuwe) afvallers update 1 januari 2026
Terugkerend naar de eerste grafiek: bij de oudste regelingen, SDE 2008 tm. SDE 2019 I, zal er niets meer bijkomen, er staan geen beschikkingen meer "open" voor die regelingen. Wel zijn er in recentere updates nog steeds, regelmatig, om niet gespecificeerde redenen beschikkingen, soms zelfs voor reeds (lang) gerealiseerde projecten, afgevallen. Redenen zouden kunnen zijn: brand, diefstal, hagel schade, installatie afgebroken, verhuizing / nieuwe eigenaar niet geïnteresseerd in subsidie perikelen, inschrijving bij VertiCer (moet eens per 5 jaar, verplicht bij SDE beschikking) niet meer verlengd, of een onbekende, andere reden. Die verloren gegane volumes zijn hier onder in detail weergegeven t.o.v. de update van 1 oktober 2025. Zie ook de bespreking van de uitgebreide update voor de totale volume accumulaties in de tabel verderop.
Let hierbij op, dat het aantal verloren gegane beschikkingen en de capaciteiten beslist niet hoeven te "corresponderen". Zoals eerder in een voetnoot opgemerkt, zie ik al langere tijd, dat RVO zeer regelmatig forse (altijd: neerwaartse) bijstellingen van eerder beschikte capaciteiten doorvoert in haar SDE lijsten, die dus niet gepaard gaan met uitschrijving van de betreffende beschikte projecten. Men dient "projecten" derhalve beter te lezen als "beschikkingen", omdat er regelmatig meer dan 1 beschikking voor een en hetzelfde "PV project" wordt aangevraagd en afgegeven (meestal uit verschillende jaargangen, maar niet noodzakelijkerwijs). RVO besteedde in de "Monitor Zon-PV 2025" ook weer aandacht aan wat zij de "vrijval" van capaciteit noemen, met de nodige cijfers, (23 sep. 2025). Polder PV bericht hier al vele jaren over, en documenteert de volumes op basis van de meest recente RVO data in de bekende SDE lijsten.
Polder PV heeft van projecten met meer dan 1 SDE beschikking honderden voorbeelden in zijn overzichten staan. De grootste projecten, vanaf 500 kWp per stuk, waarvoor SDE beschikkingen zijn uitgegeven in mijn actuele overzicht, momenteel 3.050 stuks, hebben gemiddeld zo'n 1,23 beschikking per project. Ook dat is in de sector kennelijk extreem slecht bekend, want je hoort er verder niemand over, en/of de implicaties worden verzwegen. Zelfs door bekende analisten in de markt. Ook bij RVO wordt hier met geen woord over gerept.
In bovenstaand overzicht blijkt de afvoer van aantallen beschikkingen en daarmee gepaard gaande verloren gegane capaciteit wederom als een normale gang van zaken te zijn opgetreden, de meeste regelingen zijn weer beschikkingen en capaciteit kwijtgeraakt. De grootste capaciteit volumes in de recentere regelingen. Record houder voor zowel de aantallen als de capaciteit is bij die recente regelingen, net als in de vorige update, SDE 2023, die ditmaal 219 beschikkingen verloor, resp. 187,6 MWp.
De eerste SDE regeling, die in een recente update door de continue verliezen (uitschrijvingen) van overgebleven beschikkingen onder de vierduizend exemplaren was gekomen, is wederom een groot volume van 384 exemplaren kwijtgeraakt, waarmee er momenteel nog maar 2.353 exemplaren over zijn voor die regeling. Oorspronkelijk waren er voor die 1e regeling 8.033 beschikkingen afgegeven, dus 71% is alweer verdwenen resp. uitgeschreven bij RVO. Dit hoeft echter nog niets te zeggen over de installaties zelf, die kunnen (deels) prima zonder SDE subsidie blijven doordraaien. Ze zijn wel buiten de waarneming van RVO komen te liggen, door de uitschrijving. Het overgebleven volume bij de aantallen is inmiddels, voor het eerst in de historie, lager dan onder het actueel resterende volume bij SDE 2010.
Bij de capaciteit zijn, na SDE 2023, de opvallendste verliezen nu al zichtbaar bij de pas recent toegevoegde laatste regeling, SDE 2024 (minus 187,6 MWp), SDE 2022, SDE 2021, en SDE 2020 II (bijna 116, resp. 2x ruim 30 MWp minder). Het volume voor SDE 2019 I is ook flink neerwaarts gecorrigeerd, vanwege het wegstrepen van de in de vorige update onterecht opgevoerde "dubbelaar" (zonnepark Broekstraat).
De totale, netto uitval t.o.v. de vorige update betreft een volume van 803 beschikkingen, met een netto verlies van 907,6 MWp aan (oorspronkelijk) beschikte capaciteit.
In de vorige update lagen deze uitval volumes op 875 stuks, resp. 1.491 MWp. In de update van 1 april 2022 ging een bizar hoog, historisch volume van 4.062 beschikkingen verloren.
Bij de capaciteit trad in de totale SDE historie het verlies record ook op in de update van april 2022. Toen viel zelfs 1.624 MWp weg, het grootste volume onder SDE 2020 I. In nog oudere updates waren het vooral de twee SDE 2017 rondes die zeer fors moesten incasseren met talloze verdwenen beschikkingen en capaciteiten. De grote klappen werden daarna vooral aan de twee SDE 2018 rondes, SDE 2019 I en SDE 2020 I toebedeeld. Inmiddels begint de wegval ook onder de SDE "++" regelingen significant te worden, met in de huidige update zelfs voor de pas recent toegevoegde SDE 2024 regeling het hoogste verlies. De verliezen blijven op een hoog niveau, wat ongetwijfeld te maken heeft met de vele problemen in de oververhitte projecten markt, met de netcapaciteit als permanent etterende zweer die realisaties niet makkelijk maakt. En regelmatig zelfs actueel onmogelijk maakt. Het gevolg is dat een substantieel deel van de vaak met veel moeite gepaard gaande aanvragen, en uiteindelijk zelfs verzilverde SDE beschikkingen, uiteindelijk toch worden teruggetrokken door de ontwikkelaars. En/of langdurig op ijs worden gelegd. Zelfs de nodige zonnepark plannen, waar heel erg veel planning en geld in is gestoken, zijn, met SDE beschikking, de laatste tijd, uit de RVO lijsten verdwenen. Dat was nog niet zo lang geleden een zeldzame gebeurtenis.
Triest lijstje verliezen, impact wel weer iets minder in huidige update
In de historie van het SDE gebeuren zijn grote volumes aan afgegeven beschikkingen, gerelateerd aan capaciteit verloren gegaan, per RVO update. In de oktober 2023 update heb ik die voor het laatst op een rijtje gezet, zie aldaar. Ook zijn daar de percentages verliezen per regeling gememoreerd. Die vindt u verder ook terug in de bijgewerkte, grote SDE tabel verderop. Hier komt nu dus weer 908 MWp nieuw verlies bovenop. Om u een idee te geven van de impact van dat laatste cijfer: gerekend met moderne PV modules van 480 Wp (plm. 2,21 m²) per stuk, hebben we het, wat het verlies in de huidige, laatste update betreft, alweer over een niet gerealiseerd potentieel van 1,89 miljoen zonnepanelen, met een gezamenlijke oppervlakte van zo'n 418 hectare, in een periode van 3 maanden tijd...
Nieuwe grafieken - uitval in beeld
Voor het eerst heeft Polder PV in een vorige update ook de verliez en uit de SDE regelingen in grafische vorm verbeeld. Deze grafieken zijn inmiddels ook weer ververst.
In de hierboven weergegeven eerste grafiek wordt de evolutie van de overgebleven aantallen SDE beschikkingen voor PV projecten in de loop van de tijd vervolgd, per regeling, en met een markering per peildatum, beginnend op 1 april 2020. Toen waren de meeste SDE regelingen al langer "actief". Later actief geworden regelingen zijn, vanaf de peildatum dat er voor het eerst data van bij RVO verschenen, met een eigen kleurstelling opgenomen, vanaf SDE 2019 II.
Sommige SDE regelingen kenden slechts geringe volumes beschikkingen en/of het verloop is zeer gering in de loop van de tijd. Maar er zijn meerdere SDE regelingen waarbij de verliezen groot, tot zelfs catastrofaal zijn geweest. De meest impact hadden de uitschrijvingen onder SDE 2020 II, waarvoor de overgebleven volumes in de getoonde periode onderuit gingen, van 6.882 naar nog maar 2.401 beschikkingen, begin 2026. Er was toen nog maar minder dan 35% over van de beginwaarde in de grafiek. Ook de aantallen in andere "recente" regelingen, eroderen sterk, wat voor een belangrijk deel te maken heeft met de overal optredende netcongestie, die realisatie van veel nieuwe project onmogelijk maakt. Meestal omdat de periode waarin de beschikking verzilverd moet worden te kort is geworden in combinatie met andere factoren.
Let ook op de structurele, voortgaande uitholling van het aantal overgebleven exemplaren onder de oudste regeling, SDE 2008. Waarvan de uitschrijving bij RVO sinds het 2e kwartaal van 2024 al in de versnelling leek te zijn gegaan. En in de 2 laatste updates een zeer forse neerwaartse trend laat zien, met talloze nieuwe "uitschrijvingen" uit de RVO databank. Ook SDE 2009 en, opvallend, de vrij recente regeling SDE 2023, laten al een merkbaar neerwaartse trend zien.
In de vorige update is ook voor het eerst SDE 2024 opgenomen, die niet zeer veel beschikkingen had verzilverd voor solar, en die in dit diagram rechtsonderaan zichtbaar is geworden.
In deze tweede grafiek, die de erosie van de overblijvende capaciteit (in MWp) aangeeft van alle SDE regelingen, is het verval nog duidelijker te zien. Dit heeft deels te maken met de schaalvergroting bij de aanvragen, en dus ook bij de beschikkingen. Komen dergelijke beschikkingen, om wat voor reden dan ook, te vervallen, heeft dit met name bij de overblijvende vermogens een merkbare impact (meestal groter dan bij de aantallen beschikkingen). Daarbij komt óók, dat al jaren een duidelijke trend is bij RVO, dat talloze bestaande beschikkingen, bij uiteindelijke realisatie, bijna altijd neerwaarts worden bijgesteld: de projecten worden meestal kleiner opgeleverd dan waarvoor ze (ooit) zijn beschikt, mede vanwege netcongestie en andere problemen. Vaak zijn de neerwaartse bijstellingen zelfs aanzienlijk, en gaan bij grote geplande projecten als zonneparken en daken op distributiecentra, vele megawattpieken aan oorspronkelijk toegekende capaciteit verloren. In de al gememoreerde SDE 2020 I is het verval in de getoonde periode van 3.440 MWp naar nog maar 1.210 MWp gegaan (35,2% van beginwaarde in grafiek). Ook de nakomende SDE "++" regelingen (SDE 2020 II tm. SDE 2024), kennen al hoge uitval cijfers bij de capaciteit. Zelfs bij de nog niet zo lang geleden opgenomen SDE 2023 is inmiddels een forse erosie van de overgebleven beschikte capaciteit zichtbaar geworden (29% minder overgebleven vermogen).
Zelfs de in de vorige update voor het eerst opgenoemen SDE 2024 is al een flinke hoeveelheid capaciteit kwijtgeraakt, ruim 10% van het oorspronkelijke volume. Het gaat, vanwege de voortdurende schaalvergroting binnen de SDE regimes, om, gemiddeld genomen, grote projecten, waar al heel veel tijd en geld in is gestoken door de ontwikkelaars.
De dramatische wegva; bij SDE 2008, goed zichtbaar bij de aantallen overgebleven beschikkingen (vorige grafiek), is hier niet zichtbaar, omdat het sowieso altijd al om byzonder lage capaciteiten is gegaan (grotendeels residentiële projectjes).
Uitval totalen en percentages t.o.v. oorspronkelijke beschikkingen
Wat de totale aantallen verloren gegane beschikkingen betreft, zijn de procentuele verliezen momenteel het hoogst: onder de 3 SDE regelingen SDE 2008 (-70,7% t.o.v. oorspronkelijk beschikt), onder de 14 SDE "+" regelingen SDE 2012 (-72,7%), resp. onder de 5 SDE "++" regelingen SDE 2021, die met 69,8% verlies de vorige "kampioen", SDE 2020 II (-67,6%), in negatieve zin heeft ingehaald. Bij de capaciteit zijn de grootste verliezers voor deze 3 super categorieën te vinden bij 2 van dezelfde regelingen. Dus, wederom SDE 2008 (-65,3%), en SDE 2012 (-75,0%). De grootste SDE "++" verliezer, SDE 2022, is nog dieper in het rood gekomen, en is inmiddels al 63,0% van het oorspronkelijk beschikte volume kwijtgeraakt. Deze 3 regelingen zijn dus al ver over de helft van de ooit beschikte capaciteit kwijtgeraakt (en/of de betreffende projecten zijn uitgeschreven bij RVO).
Het allergrootste deel van de omvangrijke verliezen betreft beschikkingen voor dakgebonden projecten. Toekenningen voor grondgebonden en/of drijvende zonneparken werden in een lange periode zelden terug getrokken, omdat er door ontwikkelaars vaak al veel geld in de plannen was gestoken, er al vroeg netcapaciteit was gecontracteerd met de regionale netbeheerder, en er een grondige (soms zelfs jaren lange) voorbereiding had plaatsgevonden. De meeste grondgebonden projecten met SDE beschikking(en) die in het verleden waren gestaakt, en die Polder PV in een apart overzicht bijhoudt, betreft kleinere projecten, met enkele honderden kWp tot een paar MWp in de oorspronkelijke plannen. Hier is voor het eerst in de update van oktober 2023 verandering in gekomen, toen een behoorlijke hoeveelheid grotere zonnepark beschikkingen waren ingetrokken, en waarvan destijds door Polder PV werd gehoopt, dat ze onder iets minder ongunstige condities, onder SDE 2023 opnieuw konden indienen. Uit een recente analyse van de gepubliceerde SDE 2023 regeling blijkt inderdaad, dat vrijwel het gehele volume aan toen ingetrokken grondgebonden projecten, daadwerkelijk weer een (of meer) beschikkingen onder SDE 2023 hebben weten te verzilveren (analyse PPV).
Desondanks staat er in de "afvoer" map van Polder PV inmiddels ook al een fors volume aan - deels SDE beschikte - zonnepark plannen. In de omvangrijke zonnepark update van eind 2024 is Polder PV daar al kort op ingegaan, en zal binnenkort een vervolg gaan krijgen.
Voor de eerder gesignaleerde forse uitval onder SDE 2017 was al vroeg gewaarschuwd, door Siebe Schootstra op Twitter. Dit in verband met een geclaimd slecht business model voor bedrijven met hoog eigenverbruik van via een SDE beschikking gegenereerde hoeveelheid zonnestroom, waarvoor lagere subsidie bedragen dan voor directe net-invoeding zijn gaan gelden (rooftop projecten). De verliezen zijn voor alle rondes onder SDE 2017 en SDE 2018 weer iets opgelopen, door extra uitgevallen beschikkingen en capaciteit in de huidige update. Er staan voor genoemde regelingen sowieso geen beschikkingen meer open.
De grote gesignaleerde en gedocumenteerde verliezen in de eerdere updates zijn in ieder geval beslist slecht nieuws, ook voor Den Haag. Alle moeite die voor de hier dus definitief afgevoerde projecten is gedaan, honderden miljoenen Euro's aan SDE subsidie toezeggingen, alle duur betaalde ambtelijke tijd (en flinke consultancy uitgaven voor ontwikkelaars) die hiermee zinloos is verspild: dat alles is voor niets geweest...
Bijna 11,6 miljard Euro misgelopen door de PV sector
Bovendien is het voor de branche organisatie ook zeer slecht nieuws, zeker in de huidige crisis tijd, met de hoge (doch weer afnemende) energie- en grondstof prijzen, flinke problemen bij de uitvoering van - vaak enorme - project portfolio's, grote krapte op de arbeidsmarkt voor gespecialiseerd - en kundig - personeel, en chronische problemen met beschikbare net-capaciteiten. Alle beschikte (overgebleven) PV projecten tm. SDE 2024 hebben een maximale subsidie claim van, inmiddels, ruim 14,7 miljard Euro (over een periode van max. 15 jaar exclusief "banking year"), tm. SDE 2022 is dat momenteel nog ruim 13,7 miljard Euro. In de versie van 1 juli 2025 was het overgebleven maximale subsidie bedrag tm. SDE 2022 nog bijna 13,6 miljard Euro, waarmee inmiddels alweer maximaal 312,2 miljoen Euro in een kwartaal tijd is verdampt voor de sector. Dat is alweer flink hoger dan de 128,4 miljoen Euro verlies in de vorige update. In april 2022 was er een catastrofaal verlies van zelfs 1.284 miljoen Euro vanwege de enorme hoeveelheid beschikkingen die toen met name voor de SDE 2020 I regeling verloren gingen.
Oorspronkelijk is er vanaf SDE 2008 tot en met SDE 2024 voor zonnestroom maximaal voor zo'n 26,3 miljard Euro aan subsidie toekenningen uitgegeven door RVO en haar voorgangers. Gezien bovenstaande cijfers, hebben de zonne-energie branche, en de talloze niet aangesloten binnenlandse en buitenlandse organisaties die ook PV projecten ontwikkelen, nu al voor bijna 11,6 miljard Euro aan (maximaal haalbare) subsidie beschikkingen voor fotovoltaïsche capaciteit laten liggen. Daar hadden mooie dingen mee gedaan kunnen worden, de afgelopen jaren ...
Het goede nieuws - (nieuwe) realisaties update 1 januari 2026
Uiteraard zijn er ook projecten cq. beschikkingen tussentijds "volgens de administratieve definities" van RVO gerealiseerd. Deze zijn, per regeling, benoemd in de sectie onder de eerste grafiek in dit artikel.
Bij elkaar is er een totaal van 94 nieuwe formeel gerealiseerde beschikkingen, met een beschikt volume van 410 MWp t.o.v. de oktober 2025 update toegevoegd tm. de SDE 2024. Tegelijkertijd zijn er echter ook, bij 10 van de oudere regelingen, 1.029 beschikkingen verdwenen (meeste bij de SDE 2008, 828 stuks). En is er in totaal 21,5 MWp aan beschikte capaciteit afgeschreven bij 12 regelingen. Dit betreft zeer waarschijnlijk deels neerwaartse bijstellingen van kleiner dan beschikt opgeleverde projecten, en/of daadwerkelijk fysiek uitgeschreven project beschikkingen. Bij elkaar genomen is het netto resultaat van al deze wijzigingen, t.o.v. de status in oktober 2025, dus bij de aantallen een negatieve groei van -388 exemplaren, resp. 388,3 MWp capaciteit toegevoegd.
Het absolute record bij de capaciteit nieuwbouw was te vinden in de update van 4 januari 2021, toen er netto 891 MWp werd toegevoegd aan de SDE records bij RVO. In eerdere regelingen werden hogere aantallen beschikkingen gerealiseerd, maar die waren per stuk flink kleiner, dan wat er tegenwoordig gemiddeld genomen wordt opgeleverd vanuit de SDE regelingen.
Met alle SDE regelingen bij elkaar, was het in de update van 1 januari 2024 voor het eerst in de geschiedenis, dat er meer dan dertigduizend toekenningen de status "realisatie" hadden bereikt, en die niet om een of andere reden weer waren afgevoerd uit de RVO databank. In de vorige en huidige update is dat door de forse netto negatieve groei weer afgenomen, naar inmiddels 29.021 exemplaren, en zal het niveau van dertigduizend overgebleven beschikkingen niet meer kunnen worden behaald gezien de forse uitval. In totaal is er bij de capaciteit inmiddels 13.612 MWp opgeleverd, volgens het door RVO gepubliceerde niveau van de beschikkingen. Dit is echter exclusief niet door RVO vermelde "capaciteit realisatie die boven de beschikking uit gaat".
Disclaimer
Let altijd op, dat de "capaciteit" (deze update, 388 MWp "netto groei" sedert oktober 2025, incl. herstel van de RVO blunder in de vorige update, beslist niet het daadwerkelijke, fysiek gerealiseerde volume is, of hoeft te zijn. RVO geeft dat namelijk in de meeste gevallen niet op. Zoals meermalen gesteld, heb ik van talloze projecten met SDE subsidies fors verschillende opgeleverde capaciteiten in mijn spreadsheet staan, die soms wel tot 30% kunnen afwijken van het capaciteit cijfer getoond in de RVO lijsten. Zowel afwijkend naar boven, als naar onder. RVO stelt de laatste paar jaar wel frequent de opgevoerde toegekende projecten middels (neerwaartse !) correcties bij t.o.v. de eerder beschikte volumes. Ze noemen dat "vrijval", maar ze beperken, erg vreemd, het tellen daarvan tot project beschikkingen waarvan de realisatie minder dan 90% bedraagt t.o.v. de oorspronkelijke beschikking ("gedeeltelijke vrijval" van capaciteit, wat 5% van de totale vrijval zou zijn geweest in 2024 [totaal = grotendeels ingetrokken beschikkingen + "gedeeltelijke vrijval"], zie Monitor 2025). Daar staat tegenover, dat voor projecten die groter worden uitgevoerd dan waarvoor staat beschikt, zeker in het verleden vaak gesignaleerd, RVO de beschikte capaciteiten vrijwel nooit aanpast in hun overzichten. Bovendien kunnen we nog heel wat meer neerwaartse bijstellingen gaan verwachten van reeds opgeleverde projecten, omdat informatie over feitelijke realisaties pas (zeer) laat op de RVO burelen kan arriveren. Die correcties verschijnen dan pas achteraf, in toekomstige updates.
Dit alles, nog zonder de nieuwe projecten die géén SDE beschikking(en) hebben, maar die wel degelijk worden gerealiseerd. Ook daarvan heeft Polder PV al een forse, nog immer groeiende hoeveelheid in zijn project overzichten, die dus niet in de RVO records voorkomt.
Voor de details van alle wijzigingen en "overgebleven" aantallen bij de verschillende categorieën, en de diverse SDE regelingen, zie de volgende tabel hier onder.
Progressie bij de deel-dossiers van de SDE regelingen - update 1 januari 2026
Voor uitgebreide toelichting bij de (inhoud van de) tabel, zie artikel met analyse status 3 april 2017.

^^^
KLIK op plaatje voor uitvergroting
(komt in apart tabblad ter referentie, naast tabblad met tekst artikel)
In deze regelmatig door Polder PV ververste hoofd-tabel alle relevante bijgewerkte zonnestroom cijfers voor de aantallen en Megawatten voor alle (bekende) SDE regelingen, waarbij de vijfde SDE "++" ronde (SDE 2024) in de vorige update was toegevoegd, met inmiddels al enkele realisaties. De tabel bevat verder de actuele cijfers van de update van 1 januari 2026 voor alle oudere regelingen. Links de oorspronkelijk beschikte volumes, in rood de actuele status van wat RVO met de huidige (detail) update nog in portfolio heeft staan, in blauw de daar uit resulterende, verloren gegane hoeveelheden t.o.v. oorspronkelijk toegekend. In groen volgen de fysieke volumes, volgens administratieve normen van RVO geldende "opgeleverde" (gerealiseerde) project beschikkingen. De laatste vier kolommen betreffen de overgebleven hoeveelheden, nog in te vullen (of t.z.t. af te voeren) beschikkingen van de betreffende SDE regimes. Ook wel: de projecten "pijplijn" genoemd.
Zowel voor de aantallen als voor de beschikte capaciteit waren de oorspronkelijke toevoegingen onder de najaars-ronde van SDE 2018 aanvankelijk wederom record hoeveelheden, die de voorgaande records onder de voorjaars-ronde van 2017 hebben vervangen. Het aantal beschikkingen onder de voorjaars-ronde van SDE 2019 had het stokje op dat punt van die van het voorgaande jaar overgenomen, met een record van 4.738 toekenningen door RVO. SDE 2019-II viel echter weer sterk terug, vanwege zeer hoge uitval als gevolg van de extreme overtekening van het beschikbare budget. En het feit, dat door felle competitie met andere projecten, alleen de beschikkingen overbleven die laag hebben ingezet met het betreffende fase bedrag. Dat zijn grotendeels alleen de grotere projecten geweest, talloze aanvragen voor kleinere rooftop projecten zijn binnen die regeling gesneuveld.
De laatste SDE "+" ronde, SDE 2020 I, verzette wederom alle piketpalen. Onder die ronde zijn zowel bij de aantallen oorspronkelijk goedgekeurde beschikkingen (6.882 exemplaren), als de daarmee gepaard gaande toegekende capaciteit (3.440,1 MWp), destijds nieuwe records gevestigd (dikke rode kader voor aantallen). Waarbij ook rekenschap gehouden moet worden met het feit, dat onder SDE 2017 I tm. SDE 2018 II er telkens 6 miljard Euro was te vergeven, sedert SDE 2019 I echter nog maar 5 miljard Euro per ronde (NB: voor álle projecten, niet alleen voor zonnestroom). Op het gebied van de toegekende capaciteit, werd dat record echter al snel verbroken onder de SDE 2020 II regeling, met 3.602,9 MWp aan toegekende capaciteit. Dat was geen lang leven beschoren, want SDE 2021 heeft dat alweer verbeterd naar 3.790 MWp (rood kader), met slechts ruim de helft van het aantal beschikkingen onder SDE 2020 I. Daarbij de voortdurende schaalvergroting in de projecten markt nogmaals benadrukkend: er worden gemiddeld genomen steeds grotere projecten aangevraagd, en toegekend.
Bij de oudere "SDE" voorgangers waren de oorspronkelijk beschikte aanvragen maximaal bij SDE 2008 (8.033 oorspronkelijke beschikkingen), bij de capaciteit was het SDE 2009, die voor de twee varianten bij elkaar ("klein" resp. "groot" categorie) 29,0 MWp kreeg beschikt (dunne rode kaders).
SDE 2022 - SDE 2024
Zowel de SDE 2022 als SDE 2023 hebben geen records gebroken, mede omdat de competitie met andere CO2 verminderende modaliteiten fel was, er al langer structurele netproblemen zijn waardoor in veel gevallen er geen aanvraag voor grote projecten gedaan kunnen worden in veel locaties, omdat de eisen voor zonnestroom projecten steeds stringenter zijn geworden, én omdat de kostprijzen tijdelijk waren gestegen i.p.v. gedaald.
Volgens de Kamerbrief voor SDE 2022 zouden er oorspronkelijk 1.505 beschikkingen voor PV projecten zijn afgegeven, goed voor 1.913,1 MWp, maar bij RVO bleken oorspronkelijk iets hogere volumes te zijn genoteerd, waar verder niets over is geventileerd op de sites van Min. EZK of RVO (zie update juli 2023). Voor deze regeling zijn vanaf een vorige update de startwaarden bij RVO weergegeven onder de "oorspronkelijk beschikte volumes".
Voor SDE 2023 is er geen verschil tussen de opgaves in de betreffende Kamerbrief, en de eerste publicatie van de beschikkingen lijst door RVO.
Voor SDE 2024 zijn er voor zonnestroom projecten relatief weinig aanvragen binnengekomen, 319 stuks, met een gevraagd vermogen van 2.023 MWp (kamerbrief van Hermans / MinKGG, van 17 december 2024). In een tweede kamerbrief, van 6 juni 2025, ging de inmiddels demissionaire minister in op de status bij de beschikkingen. Voor het domein Elektriciteit was alles al door RVO nagekeken, zonnestroom heeft ondanks de felle concurrentie, en de moeilijke marktomstandigheden, een nog redelijk volume van 281 beschikkingen, resp. 1.792 MWp, toebedeeld gekregen. Waarbij met name de schaalvergroting als opmerkelijk mag worden bestempeld (gemiddeld 6,38 MWp per beschikking, bij de grondgebonden zonneparken zelfs gemiddeld 23,8 MWp per stuk!).
In het document "Eindstand SDE++ 2024" van RVO, uitgewerkt door Polder PV in zijn analyse van 10 september 2025, en verschenen ná de tweede kamerbrief, waren er opeens 2 beschikkingen méér opgetekend door de ambtenaren, en een verzameld vermogen van 1.851,3 MWp, duidelijk meer dan in genoemde kamerbrief. Echter, in het totaal overzicht van 1 oktober 2025, van dezelfde ambtelijke organisatie, wordt weer gewag gemaakt van de oorspronkelijke volumes, 281 afgegeven beschikkingen, met 1.792 MWp capaciteit. Het is onduidelijk waar dat tijdelijke verschil aan heeft gelegen. Het zou erg toevallig zijn, dat tussentijdse wegval van beschikkingen op precies de in de Kamerbrief genoemde volumes terecht zou zijn gekomen. Ik houd, naar analogie van de situatie onder SDE 2023, de oorspronkelijke RVO volumes als "startwaarden" aan voor de SDE 2024.
Wegval beschikkingen en capaciteiten - maar ook opvallend positieve correcties in huidige update
In oranje veldjes heb ik in het blok "overgebleven beschikte volumes" bij de primaire data wederom aangegeven dat er negatieve wijzigingen zijn geweest t.o.v. de status in de voorgaande update (oktober 2025, alleen wijzigingen t.o.v. de eerste komma plaats bij capaciteit). Negatieve wijzigingen zijn ditmaal weer bij een groot deel van de regelingen voorgekomen. Data in de overige "blanco" veldjes zijn niet meer gewijzigd sedert de vorige update van 1 oktober 2025. Dit kan in toekomstige updates echter beslist weer geschieden.
De in de oktober 2025 update nog aanwezige anomalie (dubbel telling zonnepark met SDE 2019 I, onterechte flinke toename van capaciteit) is in de huidige update gecorrigeerd, wat weer heeft geleid tot een flinke negatieve bijstelling voor de capaciteit in de huidige status update.
(a) Verloren gegane beschikkingen t.o.v. de oorspronkelijk toegekende volumes (blauwe sectie in tabel), accumulaties - 14,6 GWp aan capaciteit teloor gegaan
Er is t.o.v. de accumulatie status getoond in de vorige update wederom een flink verlies aan beschikkingen en daarmee gepaard gaande, eerder toegekende capaciteit gesignaleerd. Beschikkingen die, om wat voor reden dan ook, zijn ingetrokken, of die alsnog ongeldig zijn verklaard door RVO, zie ook paragraaf "nieuwe afvallers" hier boven. Voor de langdurig een dominante rol spelende, al langer formeel afgesloten SDE 2014 is na al die jaren in totaal een (theoretische) capaciteit van bijna 315 MWp verspeeld (overgebleven: 2.099 project beschikkingen, weer 1 minder dan in de vorige update, inclusief latere uitval van realisaties). Het capaciteits-verlies is opgelopen tot 35,6% (aantallen: ruim 29%) ten opzichte van oorspronkelijk beschikt. Nog steeds "lekt" er af en toe wat volume weg uit deze, en andere oudere regelingen.
Deze populaire oudere regeling is op het gebied van capaciteit verlies echter in (extreem) negatieve zin overtroefd door meerdere latere regelingen. Cumulatief gingen daarbij met name de volgende grote volumes aan beschikte capaciteiten verloren:
386,6 MWp onder SDE 2016 II, 642,7 MWp onder SDE 2017 II, 863,2 MWp onder SDE 2017 I, 925,2 MWp onder SDE 2018 I, 1.199,7 MWp onder de voorjaars-regeling van SDE 2019, resp. 1.203,0 MWp onder SDE 2018 II, en, bij fast risers met de capaciteits-uitval, SDE 2021, met al een verlies van 1.902,1 MWp, resp. SDE 2020 II, met 1.975,8 MWp uitgeschreven bij RVO. Absoluut record houder blijft de eerder al regelmatig met catastrofale verliezen geconfronteerde laatste SDE "+" regeling, SDE 2020 I, die in de huidige update nog wat extra vermogen verloor. Inmiddels is deze regeling, waarvoor ooit 3.440 MWp was toegekend voor zonnestroom projecten, al een record volume van 2.230,0 MWp aan beschikte capaciteit kwijtgeraakt, 64,8% van oorspronkelijk toegekend volume (gemarkeerd in de tabel). Bij de aantallen beschikkingen was het nog erger, er is al 65,1% van de beschikkingen verdwenen (4.481 stuks). Een waar slachtveld voor die regeling.
De najaars-regeling van SDE 2019 heeft een relatief beperkt teloorgegaan volume van 388,4 MWp, maar bekend is dat er voornamelijk (zeer) grote beschikkingen zijn overgebleven, na een grote slachtpartij onder de kleinere rooftop aanvragen vanwege de enorme overtekening in die ronde. De verwachting, dat de meeste van dergelijke grote beschikkingen wel gerealiseerd zouden gaan worden, ook omdat er grote (financiële) belangen bij zullen spelen, is grotendeels uitgekomen. Er staat nog een beperkte volume van 25,3 MWp open voor deze ronde, verdeeld over 5 resterende beschikkingen.
De verliezen voor de in juli 2023 toegevoegde SDE 2022 zijn inmiddels al opgelopen naar 1.211,1 MWp, verdeeld over 915 beschikkingen. Waarmee het zich als 6e SDE regeling schaart in het trieste rijtje, waarbij al (ver) over de GWp aan beschikte capaciteit verloren is gegaan.
Van SDE 2023 zijn inmiddels 346 verloren gegane beschikkingen bekend, met een hoeveelheid van 906,7 MWp aan niet gerealiseerde capaciteit, waarmee ook voor deze regeling een verlies van meer dan een GWp in het verschiet ligt, gezien de markt omstandigheden. De in de vorige update toegevoegde SDE 2024 heeft inmiddels een verlies geincasseerd van 12 verdwenen beschikkingen, met al een onrustbarend volume van 246,9 MWp aan capaciteit.
Gezamenlijk verloren alle SDE regelingen bij elkaar, "geholpen" door o.a. de massieve verliezen onder SDE 2020 I, 32.618 project beschikkingen met een geaccumuleerde capaciteit van 14.605 MWp. Al ruim 14,6 GWp aan ooit toegekende capaciteit is dus al verloren gegaan. Voor alleen de regelingen onder het SDE "+" regime waren die hoeveelheden 17.263 stuks, wat al sedert de april 2020 update meer is dan het geaccumuleerde verlies van de oude drie SDE regelingen (inmiddels alweer 9.050 beschikkingen teloor gegaan, en/of niet meer ingeschreven bij RVO). Dat is t.o.v. de enorme hoeveelheid oorspronkelijke beschikkingen (36.470 onder SDE "+", incl. SDE 2020 I) al 47,3%. Kijken we naar de beschikte capaciteit, is het totaal verlies voor SDE "+" 8.335 MWp. T.o.v. het oorspronkelijk beschikte volume (19.082 MWp) is dat in ieder geval al een totaal verlies van 43,7%.
Voor de vijf opvolgende SDE "++" regelingen, inclusief de SDE 2024) is het verlies al opgelopen tot 6.305 beschikkingen (61,2%, dus al een flink hoger relatief verlies dan onder SDE "+", en al ver over de helft van oorspronkelijk beschikt), resp. 6.243 MWp (43,7%). Deze cijfers vindt u onderaan in het blauwe veld van de tabel.
Het totaal verloren gegane volume van 14.605 MWp aan ooit beschikte SDE capaciteit voor zonnestroom (SDE, SDE "+", en al forse verliezen voor SDE "++"), begint inmiddels al in de buurt te komen van de eindejaars-accumulatie in heel Nederland (14.823 MWp), aan het eind van 2021, volgens de meest recente CBS cijfers van 18 november 2025. Het totale verlies is al 43,7% van de oorspronkelijk beschikte volumes voor al die regelingen tezamen, inclusief de in de huidige update toegevoegde SDE 2024 regeling, die nog eens een volume van 1,9 GWp aan beschikte capaciteit inbracht in het totaal.
Aan dit reeds kolossale verloren volume kan beslist nog het nodige worden toegevoegd, gezien de vele "riskante" grote project beschikkingen van de afgelopen rondes in 2019-2024. M.b.t. de aantallen is het verlies al fors groter, 32.618 projecten, wat, sinds de update van oktober 2025, voor het eerst in de schokkende SDE historie, al meer dan de helft is van oorspronkelijk toegekend door RVO en haar voorgangers, 51,9%. Dat lag aanvankelijk vooral aan de enorme verliezen bij de oude SDE regelingen, zoals hierboven gemeld. Die staan boven de eerste stippellijn in de tabel. Het betreft veelal beschikkingen voor particulieren, maar ook woningbouw projecten die niet zijn doorgegaan, of die om diverse andere redenen zijn ge-cancelled. In toenemende mate betreft dat echter ook fysieke uitschrijvingen uit de RVO databank (i.v.m. verstreken subsidieperiodes). Helaas is de SDE "+" al langere tijd ook bij de aantallen project beschikkingen massale verliezen aan het lijden, cumulerend in de enorme afschrijvingen onder SDE 2020 I, en de nog steeds optredende behoorlijke verliezen bij andere regelingen. Het SDE "+" regime heeft de hoeveelheden teloor gegane project beschikkingen bij de oude SDE regelingen sedert de update van april 2020 ingehaald. Inmiddels komt dat alweer neer op 17.263 om 9.050 stuks. Onder SDE "++" zien we een vergelijkbare, onrustbarende trend, met al 6.305 afgeschreven beschikkingen, en nog het nodige aan teloor gegaan volume in de verwachting.
Nieuwe grafieken oorspronkelijke versus overgebleven beschikkingen - updates
Om goed zichtbaar te maken wat de volumes aan teloor gegane (beschikte) aantallen en capaciteiten zijn, heb ik in deze analyse wederom de 2 volgende, bijgewerkte grafieken opgenomen.
In bovenstaande grafiek links de stapel kolom met de aantallen oorspronkelijk uitgegeven PV beschikkingen, voor alle SDE (2008-2010), SDE "+" (2011-2020 I), resp. SDE "++" (2020 II-2024) regelingen. Met bovenaan de sommatie van wat ooit is uitgegeven voor solar: 62.811 beschikkingen tm. de in het vorige overzicht nieuw opgenomen SDE 2024. NB: het gaat hierbij niet om "projecten", omdat heel veel project sites meerdere beschikkingen hebben gekregen. In de rechter kolom de hoeveelheden die er in de RVO update van 1 januari 2026, tot en met SDE 2024, in totaal zijn overgebleven, als gevolg van voortdurende eliminatie van om wat voor reden dan ook weer verwijderde project beschikkingen uit de RVO database. Er zijn nu nog in totaal 30.193 beschikkingen over. Dat laatstgenoemde totaal cijfer is 48,1% van het oorspronkelijke toegekende volume (blauwe pijl). In de vorige update was dit percentage nog 49,3%. Ergo: meer dan de helft, 51,9% van alle oorspronkelijk toegekende project beschikkingen is alweer verdwenen bij RVO.
Vooral de forse verliezen bij de populaire SDE "+" 2017-2018 regelingen vallen hier al op, en, recenter, onder SDE 2020 I, de eerste SDE "++" regeling, SDE 2020 II, en inmiddels ook SDE 2021: De hoeveelheid overgebleven beschikkingen is nog maar 34,9% onder SDE 2020 I. SDE 2020 II heeft haar zelfs in negatieve zin ingehaald, met nog maar 32,4% van oorspronkelijk beschikt volume. SDE 2021, de nieuwe "verlies kampioen", heeft die regeling ook in negatieve zin gevolgd, en zit nog maar op een resterend volume van 30,2%. Onder de oude 3 SDE regelingen zijn destijds ook al grote volumes verloren gegaan, waarvan de nodige op kleinzakelijke projecten, en bij veel particulieren. Nog steeds "lekken" er ook van de oudste, al lang formeel afgeronde regelingen, af en toe beschikkingen weg, in vrijwel elke RVO update. Die volumes nemen fors toe; in de huidige update is weer een verlies van 384 beschikkingen onder het SDE 2008 regime vastgesteld. RVO besteedt vrijwel geen aandacht aan de wegval van die oudere, reeds lang geleden opgeleverde project beschikkingen. Van de oorspronkelijk uitgegeven 16.047 beschikkingen voor genoemde eerste drie SDE regelingen zijn er inmiddels nog maar 6.997 over (43,6%). Hoogstwaarschijnlijk heeft het verdwijnen van met name de oudere beschikkingen te maken met het (bijna) verstrijken van de subsidie termijn (15 jaar vanaf 2008 = 2023), gevolgd door actieve uitschrijving bij zowel VertiCer, als bij RVO.
Voor de feitelijke realisaties t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder aantallen in sectie f.
In deze tweede grafiek een vergelijkbaar beeld als bij de aantallen beschikkingen, maar ditmaal met de oorspronkelijk beschikte capaciteit per regeling (in MWp, links), resp. de daarvan overgebleven beschikte volumes in de update van 1 januari 2026 (ditto, MWp, rechter kolommen stapel). Aan de stapels zijn in de vorige update ook, bovenaan de kolommen, de actuele volumes voor de vijfde SDE "++" regeling, SDE 2024, toegevoegd (inmiddels met al beperkte wijzigingen in volume).
In totaal is er, tm. SDE 2024, een spectaculair volume van 33.446 MWp (33,4 GWp) ooit beschikt onder SDE en haar opvolger regelingen, onder de noemers SDE "+", resp. SDE "++". Daarvan zou op 1 januari 2026, een volume van in totaal 18.841 MWp zijn overgebleven volgens de RVO boekhouding, een nog steeds relatief hoge score van 56,3% (blauwe pijl bovenaan). In de vorige update was dit nog 59,0%.
Dat het totale percentage, in verhouding tot de aantallen beschikkingen (48,1%, vorige grafiek), veel hoger ligt, komt vooral doordat de verliezen bij de aantallen zeer groot zijn geweest, aanvankelijk bij de drie oude SDE regelingen, en culminerend onder SDE 2020 I. Terwijl de in de vorige update toegevoegde regeling SDE 2024, met oorspronkelijk beschikt 1.851 MWp, weer een behoorlijke positieve impact op de relatieve verhoudingen heeft gehad. Al is er inmiddels ook in de recentere regelingen alweer vrij snel een forse hoeveelheid capaciteit verdwenen.
In het "kader" gevormd door de twee lange zwarte stippellijnen heb ik de volumes voor de vier "historisch succesvolle" SDE 2017 en 2018 regelingen weergegeven. Oorspronkelijk was dat een volume van 8.928 MWp, maar daar is inmiddels nog maar 5.294 MWp van overgebleven. Derhalve, een verhouding van 59,3%. Een nog erger lot gaan de opvolger regelingen SDE 2019 I, SDE 2020 II, SDE 2022 en SDE 2020 I tegemoet, waarvoor nog maar 52,3% (incl. inmiddels gerepareerde "blunder RVO" in huidige update), 45,2%, 37,0%, resp. 35,2% van de oorspronkelijk beschikte capaciteit van over is.
Voor het feitelijke gerealiseerde volume aan beschikte capaciteit t.o.v. de rechts weergegeven overgebleven beschikkingen, zie de nieuwe grafiek onder capaciteit in sectie f.
(b) Fysieke realisaties per SDE jaar-ronde "volgens de officiële RVO cijfers" (groene sectie in tabel), accumulaties
In totaal is er tot en met de huidige officiële RVO update een volume van 13.612 MWp "SDE beschikt" opgeleverd (ruim 13,6 GWp), verdeeld over 29.021 overgebleven project beschikkingen, waarbij we de forse interne administratieve vertragingen bij RVO voor lief nemen. De volumes zijn derhalve minimale hoeveelheden, er is aan het begin van 2026 al veel meer netgekoppelde, (grotendeels) SDE gesubsidieerde capaciteit opgeleverd. De realisatie nam t.o.v. de vorige update toe, van 331 naar 388 MWp nieuw (beschikt) vermogen.
De opleverings-sequentie van de beschikte capaciteiten, en de relatieve percentages in de loop van de tijd, volgens berekeningen n.a.v. de RVO updates, kunt u onder paragraaf (b) in de update van 1 oktober 2023 terugvinden.
Genoemde aantal van ruim 29 duizend opgeleverde beschikkingen geaccumuleerd in de huidige update betreft echter beslist veel minder projecten, omdat er veel sites meerdere beschikkingen hebben, een van vele eigenaardigheden van de SDE regelingen die nooit de pers halen, maar die Polder PV al vele jaren signaleert en inhoudelijk toelicht. Aanvankelijk kwam het merendeel van dat "aantal" uit de oude SDE regelingen, toen duizenden particulieren mee konden doen. Dat is echter al in latere updates omgeslagen naar het SDE "+", en de later toegevoegde SDE "++" volumes, die vrijwel exclusief op en door bedrijven, instellingen, gemeentes e.d. wordt gerealiseerd, achter grootverbruik aansluitingen. Veel grote rooftop projecten hebben meerdere beschikkingen, deels onder dezelfde regeling, deels onder verschillende SDE rondes. Een deel betreft uitbreidingen van eerder gerealiseerde projecten, een fors deel is gewoon opsplitsing van projectplannen voor dezelfde lokatie, verdeeld over meerdere tranches. Hetzelfde geldt voor diverse grote veld-installatie projecten. Alle individuele beschikkingen moeten separaat, fysiek gecertificeerd en geijkt bemeten worden (pers. comm. met, destijds, CertiQ), dus dat gaat vaak om technisch-logistiek bezien nogal complexe bedradings-, en, gezien de hoge capaciteiten die daarmee gepaard gaan, ingewikkelde afzekerings-trajecten.
Alle anderszins gefinancierde projecten, inclusief de al vele honderden PCR / SCE ("postcoderoos 2.0") gesubsidieerde installaties die geen SDE "component" hebben, recentere installaties met EIA belasting voordelen, diverse andere subsidie regimes, en ook de projecten zonder enige (traceerbare) vorm van directe overheids-subsidie, zult u in de hier geanalyseerde SDE overzichten in het geheel niet terugvinden. Er zullen ook steeds meer niet-gesubsidieerde projecten worden opgeleverd, en daar vindt Polder PV ook steeds meer voorbeelden van in diverse bronnen, die hij uiteraard ook in zijn "Big Sheet" opneemt. Het is goed om dat in de oren te blijven knopen, het RVO dossier geeft niet de totale gerealiseerde (projecten) markt weer!
Aandeel SDE t.o.v. latere SDE "+" en SDE "++" regelingen
Het aandeel van alleen SDE op totaal realisatie SDE + SDE "+" + SDE "++" bedraagt momenteel 6.997 (overgebleven !) beschikkingen = 24,1% bij de aantallen, inclusief de SDE 2024 regeling. Dat aandeel was nog 60% in de augustus 2019 update (zonder de SDE 2019 - SDE 2022 rondes), en dit zal stapsgewijs verder blijven dalen, naarmate er meer SDE "+" en SDE "++" projecten zullen worden opgeleverd. Bovendien verdwijnen er continu, en in steeds sterkere mate, eerder afgegeven beschikkingen, maar dat geschiedt zowel bij de oude SDE, als bij de latere SDE "+" en SDE "++" rondes. Omdat de subsidie termijn voor oude SDE projecten grotendeels is verstreken, is de uitval daar momenteel behoorlijk hoog.
Het aandeel van alleen opgeleverde (overgebleven) SDE beschikkingen is slechts 42,1 MWp op een totaal van momenteel 13.612 MWp (SDE + SDE "+" + SDE "++") bij de capaciteit, is 0,31%. In juli 2017 was dat aandeel nog ruim 10%. Wezenlijk verschillend, dus, van de situatie bij de aantallen beschikkingen.
Schaalvergroting
Dat heeft alles te maken met de enorme schaalvergroting onder de SDE "+" en opvolgende SDE "++" regimes, waar onder de "bovencap" van, ooit, 100 kWp is ge-elimineerd, en er enorm grote projecten werden beschikt, en inmiddels, in een steeds rapper tempo, zijn, en worden opgeleverd. Zoals Zonnepark Harpel / Vlagtwedde, het daar op volgende nog grotere Zonnepark Vloeivelden Hollandia, het in 2022 opgeleverde, nu nog grootste Dorhout Mees project op de oude golfbaan in Biddinghuizen, en het in de zomer van 2024 afgeronde, flink over de tong gaande, en door Schiphol en KLM in kort geding bestreden, "schitterende" Groene Corridor project bij Zwanenburg. Wat na veel soebatten weer compleet is verwijderd (Kamerbrief 21 augustus 2025, en, Bluesky bericht van 11 dec. 2025), volgens de laatst bekende planning, van compleet nieuwe, "niet schitterende" PV modules zou moeten worden voorzien. Nog grotere projecten staan al enige tijd op stapel, zoals het inmiddels al 3 SDE beschikkingen hebbende dubbel-project Eekerpolder, op de grens van Groninger gemeentes Midden-Groningen en Oldambt, waarvan een eerste deel in oktober 2025 aan het net zou zijn gekoppeld, en het Energielandgoed Wells Meer (Limburgse gemeente Bergen), waarvoor het bestemmingsplan inmiddels onherroepelijk is. Als alle beschikkingen voor de "zon op dijken" projecten van drie ontwikkelaar groepen voor de westkust van de Noordoostpolder (Fl.) bij elkaar worden geveegd, zou je op mogelijk zelfs op een nog groter project volume komen (beschikt ruim 400 MWp). Inmiddels is van het Noordermeer deelproject (2 ontwikkelaars, 3 eigenaren) al het totaal aan generator velden (24 percelen) te zien op recente luchtfoto's, en zijn de gedeeltes van Ampyr, alsmede het deel van HVC in 2025 al formeel opgeleverd volgens de ontwikkelaars. Ik houd de aparte delen van dit super-project echter gescheiden, vanwege het gesplitste eigenaarschap van die grote deelprojecten.
Relevant in dit aspect blijft, dat de opgevoerde beschikte capaciteit bij RVO zeker bij de duizenden oudere installaties bijna nooit het daadwerkelijk gerealiseerde vermogen van de installaties weergeeft. Daar kunnen behoorlijke afwijkingen in zitten. Bovendien kunnen beschikkingen door RVO later nog aangepast worden. Zo verloor de beschikking voor het bekende, in 2017 opgeleverde Woldjerspoor project van GroenLeven in Groningen maar liefst 6 MWp (!) t.o.v. de oorspronkelijk beschikte capaciteit. Het resultaat lijkt echter, met de huidige update van 1 januari 2026, nog steeds niet de daadwerkelijk opgeleverde capaciteit weer te geven, volgens de detail project informatie beschikbaar bij Polder PV, het verschil is dik 20%. Er zijn geen andere (al dan niet anonieme) veldopstelling beschikkingen bekend in dit gebied. Ook van talloze andere (grote) projecten heb ik realisaties die (veel) hoger (zoals het Duurkenakker project), óf véél lager uitvallen dan de beschikking van RVO in de publiek toegangelijke cijfers toont. Veel secundaire bronnen volgen blind de opgave van RVO op in hun artikelen, en zitten dus consequent fout ...
Relatieve recordhouders bij de realisaties
Kijken we bij de realisaties naar de percentages t.o.v. de oorspronkelijke beschikkingen, duiken andere "record houdende SDE jaarrondes" op dan bij de absolute volumes. Voor de "oude SDE" was dat SDE 2009 voor zowel aantallen en capaciteiten tm. een recente update (62% aantallen / 73% capaciteit). Zoals al eerder verwacht, is dat door voortdurende uitschrijving van projecten iets gewijzigd. Sinds de vorige update is bij de aantallen SDE 2010 record houder (60,1%), SDE 2009 nog steeds het hoogst bij de capaciteit (wel minder: 70,0%). Hierbij moet ook weer expliciet worden gesteld, dat "wegval" of "uitschrijving bij RVO" beslist niet persé hoeft te betekenen, dat het project is afgebroken o.i.d. Het kan gewoon zonder SDE subsidie door produceren. Het kan zijn verhuisd (zonder de beschikking "mee te nemen"), of overgenomen, waarbij de nieuwe eigenaar geen trek had in SDE administratie "gedoe", of er zijn andere redenen waarom de beschikking zou kunnen zijn vervallen. Wie weet hoort "fraude" daar ook bij, al hoor je daar nooit iets over in relatie tot de oude, kleine beschikkingen jaren geleden verstrekt.
Voor het SDE "+" regime zijn de "records" inmiddels voor de aantallen (70,6%) nog steeds de inmiddels afgesloten SDE 2014 regeling, ook al is in absolute zin al in latere updates SDE 2017 I deze ooit populaire regeling voorbij gestreefd, gevolgd door meerdere andere regelingen. Door wijzigingen bij de overgebleven beschikkingen onder SDE 2016 I, heeft deze nu slechts 66,9% t.o.v. oorspronkelijk volume gerealiseerd bij de aantallen. SDE 2015, die SDE 2016 I in een vorige update tijdelijk had ingehaald is, ook door tussentijdse wegval, die positie weer kwijt, en moet het nu nog stellen met 66,7%.
Nieuwe kampioen bij relatief aandeel realisatie capaciteit: SDE 2019 II
Bij de capaciteit is SDE 2015, met nog maar 32 overgebleven realisaties, en 71,5% t.o.v. oorspronkelijk beschikt, in een vorige update door SDE 2019 II van de eerste plaats verdrongen. Laatstgenoemde regeling heeft namelijk al 78,8% van het oorspronkelijke toegekende, overgebleven volume gerealiseerd. Tussentijds is SDE 2014, met 64,4%, ook al voorbijgestreefd door de najaars-ronde van SDE 2017 (66,4%), en SDE 2016 I (67,9%), beiden onder het SDE "+" regime.
Opvallend is de zeer slechte prestatie voor de (ook reeds lang afgeronde) SDE 2012: slechts 27,3% van aantal oorspronkelijke beschikkingen opgeleverd, en zelfs maar 25% van de capaciteit. Uiteraard was er ook maar heel weinig beschikt (oorspronkelijk 17,1 MWp, waarvan er nu echter, na een tussentijdse kleine correctie, maar een bedroevend volume van 4,3 MWp is overgebleven), anders had dat een "ramp-subsidie-jaar" geworden.
De latere regelingen gaan nog spannend worden, mede gezien de enorme verliezen van beschikkingen binnen die rondes, die waarschijnlijk nog verder zullen gaan oplopen. SDE 2017 I is gestrand op 63,3% realisatie t.o.v. oorspronkelijk beschikt, zonder overblijvende beschikkingen. Bij verdere uitval van eerder gerealiseerde beschikkingen kan dat aandeel nog wat uitgehold worden. De najaarsronde van dat jaar zit met de realisaties zelfs al wat hoger, 66,4% bij de capaciteit, en heeft inmiddels ook geen beschikkingen meer openstaan.
De eerder afgeronde SDE 2016 II is op 60,2% uitgekomen. SDE 2018 II zit op 59,3%, de laatste beschikking is al langer geleden ingevuld. SDE 2019 I zit momenteel op 52,3% realisatie, inclusief de in de vorige update ingevulde laatste beschikking, en met inmiddels de in de oktober 2025 bemerkte RVO blunder gerepareerd. Afgezien van de al genoemde nieuwe record houder, SDE 2019 II, zitten alle recente SDE regelingen bij de capaciteits-realisatie nu nog op beperkte realisatie percentages t.o.v. de oorspronkelijk beschikte volumes. En zullen, gezien de al snel optredende, dramatische ontwikkeling bij de uitval, vermoedelijk niet zeer hoog uitkomen bij deze relatieve maatvoering.
Gemiddelde beschikking grootte bij de realisaties
In de kolom realisaties ziet u achteraan de uit de aantallen en beschikte capaciteiten berekende gemiddelde omvang per beschikking, volgens de toekenningen van RVO. Hierin is een duidelijk trend van schaalvergroting herkenbaar, die al jarenlang door Polder PV wordt gesignaleerd, in verschillende grafiek updates. Van zeer klein (gemiddeldes van zo'n 2-10 kWp per overgebleven beschikking onder de 1e 3 SDE regimes), tot fors uit de kluiten gewassen in groeiende tendens onder de "SDE+" regimes vanaf SDE 2011. Groeiend van gemiddeld 49 kWp onder SDE 2011 tot volumes tussen de 218 en 271 kWp gemiddeld in de SDE 2014-2016 I regelingen. Een vorig recordhouder, SDE 2016 II in de april 2020 update nog even op 489 kWp gekomen, is door de nieuwe, gemiddeld genomen kennelijk kleinere realisaties in de latere updates uiteindelijk een stuk lager uitgekomen, op 463 kWp.
In een van de vorige updates is een nieuwe recordhouder opgedoken, de najaars-ronde van SDE 2019, die momenteel op een record van 2.732 kWp gemiddeld per beschikking is gekomen. Dat was ooit slechts 184 kWp, en was in de januari 2024 update nog 2.366 kWp. Dat gemiddelde is dus aanzienlijk gegroeid in de loop van de tijd, er zijn dus zeer forse project realisaties toegevoegd aan dat deel-dossier. Er zijn relatief weinig beschikkingen ingevuld, 564 stuks, maar dat is wel al 57% van de oorspronkelijk beschikte hoeveelheid. Door ook tussentijdse uitval van beschikkingen, staan er nog steeds maar 5 exemplaren open voor die regeling, goed voor maximaal zo'n 25 MWp.
Na het hoge niveau van deze najaars-ronde van SDE 2019, vallen de overige gemiddeldes globaal genomen weer terug naar 720 kWp (SDE 2018 II), 575 kWp (SDE 2017 II), 544 kWp (SDE 2017 I), 463 kWp voor SDE 2016 II, en 425 kWp onder SDE 2018 I. De inmiddels 2.391 overgebleven gerealiseerde beschikkingen van SDE 2020 I, aanvankelijk nog relatief kleinere projecten, hebben inmiddels al een gemiddelde capaciteit van 490 kWp per stuk (volgens beschikking). En zijn dus op dat punt de SDE 2018 I én inmiddels ook SDE 2016 II voorbij. Omdat de verliezen binnen deze regeling kolossaal waren, en er nog maar 10 beschikkingen open staan, zal hier vermoedelijk niet veel verandering in gaan optreden.
SDE "++" gemiddelde omvang per beschikking
Voor SDE "++" gelden de volgende overwegingen. SDE 2020 II heeft nog maar 1.142 gerealiseerde beschikkingen, maar daarvan is het gemiddelde flink toegenomen, naar inmiddels al 1.072 kWp per realisatie. De SDE 2021 zit zelfs al op gemiddeld 1.158 kWp, voor 1.025 opgeleverde beschikkingen. Onder SDE 2022 zijn tot nog toe 475 beschikkingen gerealiseerd, met gemiddeld 736 kWp per stuk. Onder SDE 2023 zijn de eerste 182 realisaties weliswaar typische "beginner" projectjes, met gemiddeld 619 kWp per project (volgens beschikking), maar ook dat is alweer verder toegenomen. Het gemiddelde vermogen in die regelingen stijgt nog steeds door, de grotere projecten worden meestal pas later ingevuld als er geen problemen aan de horizon rijzen. Onder SDE "++" lijkt het in ieder geval duidelijk naar verdere schaalvergroting te gaan, t.o.v. de gemiddeldes getoond bij de SDE "+" regelingen. De eerste 8 gerealiseerde projecten van de in de vorige update inbegrepen SDE 2024, toen nog met een gemiddeld geringe omvang, van 255 kWp, is opeens fors hoger geworden, 1.903 kWp gemiddeld. Dat is het gevolg van al vier forse projecten die blijken te zijn opgeleverd, rooftop installaties met vermogens van 1,4 en 3,7 MWp, en 2 veld projecten van 1,8 resp. 7,4 MWp (van beide projecten was de generator reeds in 2025 al, volledig gebouwd, te zien).
Voor alle realisaties bij elkaar heeft het gemiddelde per beschikking inmiddels al een omvang bereikt van 469 kWp. In de vorige updates waren die gemiddeldes achtereenvolgens, van "nieuw" naar "oud": oktober 2025 450 kWp, juli 2025 425 kWp, april 2025 414 kWp, januari 2025 404 kWp, oktober 2024 400 kWp, juli 2024 383 kWp, april 2024 371 kWp, januari 2024 359 kWp, oktober 2023 347 kWp, juli 2023 338 kWp, april 2023 321 kWp, januari 2023 314 kWp, oktober 2022 300 kWp, juli 2022 287 kWp, april 2022 286 kWp, januari 2022 266 kWp, oktober 2021 251 kWp, juli 2021 245 kWp, apr. 2021 229 kWp, jan. 2021 215 kWp, sep. 2020 184 kWp, juli 2020 175 kWp, apr. 2020 167 kWp, jan. 2020 150 kWp, nov. 2019 138 kWp, aug. 2019 121 kWp, mei 2019 114 kWp, jan. 2019 90 kWp, daar voor 77 kWp. Ook al groeit dat gemiddelde dus continu door, het wordt nog steeds fors gedrukt door de vele kleine residentiële projecten onder de 3 oudste SDE regimes, zoals ook al lang bekend is uit de maandelijks door Polder PV geanalyseerde VertiCer (ex CertiQ) data over de gecertificeerde zonnestroom capaciteit in ons land.
Splitsen we de inmiddels 3 verschillende regimes uit (onderaan in de tabel), is de oude SDE op de gemiddelde overgebleven beschikking grootte blijven steken van 6,0 kWp (wederom hoger geworden door een flink aantal uitschrijvingen van kennelijk kleinere residentiële projectjes sedert de vorige update). SDE "+" heeft een aanzienlijk groter gemiddelde bij de realisaties, inmiddels 557 kWp. Dat is wel iets lager dan het gemiddelde volume van alle overgebleven beschikkingen (rode cijfer veld, 559 kWp).
Onderaan vinden we, tot slot, de gemiddeldes bij de 5 SDE "++" rondes, inclusief de in de vorige update toegevoegde SDE 2024. Met 1.020 kWp is dat wederom flink hoger t.o.v. de 921 kWp in de vorige update, en 83% hoger dan het gemiddelde onder SDE "+" realisaties. Er is nog veel volume (incl. voor veel grotere projecten) te gaan, dus dat kan nog flink verder bijtrekken.
De gemiddelde project groottes bij de overgebleven beschikkingen (rode veld in tabel) zijn, voor de regelingen waarvoor nog (veel) projecten open staan, ook bij de deel regelingen meestal hoger dan die bij de realisaties. Dit komt omdat een relatief groot aantal zeer grote projecten nog niet zijn gerealiseerd. Als die worden opgeleverd, zullen ze een opwaartse druk geven aan het systeem gemiddelde van de uiteindelijk gerealiseerde projecten cumulaties.
(c) Realisaties per kalenderjaar - status 1 januari 2026
RVO geeft bij de opgeleverde beschikkingen ook het jaar van oplevering weer, indien volgens haar administratieve normen aan alle voorwaarden daartoe is voldaan. Ook al strookt dit niet met de oplevering, zoals VertiCer die hanteert (sterker nog, RVO zet zeer vaak pas "ja" vinkjes, vele maanden nadat een project al lang groene stroom levert, vaak pas in het opvolgende jaar, of nóg later), het geeft wel een interessant doorkijkje naar de evolutie van de (beschikte) realisaties per kalenderjaar. Polder PV heeft daartoe in de update van januari 2024 een nieuwe grafiek gemaakt, met, per kalenderjaar van oplevering, de aantallen projecten, de cumulatieve beschikte capaciteit volgens RVO (MWp), en het gemiddelde capaciteit niveau per beschikking (kWp), volgens de publieke informatie van het Agentschap. Hier onder geef ik de meest recente versie van die grafiek, met de data uit de 1 januari 2026 update.
In dit diagram zijn uiteraard niet de beschikkingen met "nee" vinkje opgenomen. Dat waren in de update van 1 januari 2026 1.172 overgebleven exemplaren, met een verzamelde capaciteit van 5.229 MWp. Lager dan in de vorige update, vanwege de continue uitstroom van uitgeschreven project plannen (grotendeels vanwege intrekking SDE beschikking).

Uit deze grafiek, die uiteraard sterk lijkt op het exemplaar voor de administratie van VertiCer (paragraaf 3d in de meest recente analyse), maar die géén projecten bevat zonder SDE beschikking, resulteren de volgende waarnemingen:
De SDE beschikkingen zijn wat aantallen (blauwe kolommen) betreft eerst explosief gestegen, en stapsgewijs afgenomen, maar door forse uitval uit de eerste regelingen vertoont nu niet meer 2009 de eerste piek waarde (overgebleven 1.239 exemplaren, dat was in de 1 april 2025 update nog een piekje van 2.587 stuks), maar, sinds de update van 1 juli 2025 is dat SDE 2010. Die in de tussentijd uiteraard ook gerealiseerde beschikkingen kwijtraakte (1 juli 2025 nog 2.504 stuks, in de huidige update van 1 januari 2026 nog maar 2.269 exemplaren over). De eerste 3 SDE regelingen omvatten bijna uitsluitend residentiële mini-projectjes, op enkele uitzonderingen na (zoals het met tientallen SDE 2009 beschikkingen "gezegende" Klepperstee veldinstallatie project, opgeleverd in het voorjaar van 2012). De "all-time low" werd bereikt in 2014, met slechts 218 nieuwe opleveringen dat jaar. Gelukkig was daar de zeer succesvolle SDE 2014, die voor nieuwe energie zorgde, en voor die tijd een record aantal toekenningen. Gaandeweg namen de volumes weer rap toe, uiteraard extra versneld door met name de enorme hoeveelheid beschikkingen voor de SDE 2016 en latere regelingen. De uiteindelijke max. kwam in Corona jaar 2020, met 4.545 opgeleverde, overgebleven beschikkingen dat jaar (weer 2 minder overgebleven t.o.v. de vorige update). Daarna gingen de volumes rap omlaag, grotendeels vanwege landelijk optredende congestie op de netten. Het realisatie tempo nam flink af, om in 2023 haar voorlopige dieptepunt te bereiken, momenteel 1.192 nieuw opgeleverde beschikkingen, althans, volgens de RVO administratie.
In de update van 1 januari 2026 zijn inmiddels 637 opgeleverde beschikkingen aan kalenderjaar 2024 toegewezen, en ook al 222 exemplaren aan 2025. Waar nog veel volume bij zal gaan komen in latere updates. Deels door grote administratieve vertragingen bij RVO zelf. Deels doordat opleveringen van in dat jaar gerealiseerde projecten waarschijnlijk pas in 2026, en ook veel later nog, doorgegeven zullen gaan worden.
Bij de capaciteit (oranje kolommen) zien we in het begin nauwelijks "waarneembare" volumes op deze schaal, wat natuurlijk te wijten is aan het feit dat het in het begin om uitsluitend (zeer) kleine project beschikkingen is gegaan. Tot en met 2013 was de max. 20 MWp nieuw volume, in 2011, waarna het weer even inzakte. In 2014 begon het gerealiseerde (beschikte) niveau weer toe te nemen bij de realisaties. Vanaf 24 MWp in dat jaar, waarna het gaspedaal werd ingedrukt, veroorzaakt door de combinatie van vrijgave van de zogenaamde "ondercap" in de SDE systematiek, vanaf SDE 2011, en de daar op volgende enorme schaalvergroting van aangevraagde, beschikte, en daadwerkelijk gerealiseerde projecten. Veel daarvan bovendien met meer dan 1 beschikking die werd verzilverd.
Ook de (beschikte) capaciteit van de realisaties had haar maximum in 2020, inmiddels 2.430 MWp. Opvallend is dat, bij reeds "instortende" netto volumes aan nieuwe aantallen gerealiseerde beschikkingen, de nieuwe capaciteit in de jaren 2021 en 2022 nog redelijk "op niveau" bleef, 2.104 MWp (neerwaarts bijgesteld) resp. 2.096 MWp (opwaarts bijgesteld). In 2023 was het pleit echter voorlopig beslecht, met een duidelijk lager niveau, 1.762 MWp nieuw beschikt vermogen resterend, 16,0% lager dan de aanwas in 2022. Dat wil beslist niet zeggen dat dit het "definitieve" cijfer is. Bij RVO worden heel vaak, vele maanden nadat een project daadwerkelijk al netgekoppeld groene stroom staat te produceren, pas een "ja" vinkje gezet. Die administratieve vertraging kan soms oplopen tot langer dan een jaar. Derhalve, kan het volume voor 2023 (en in veel mindere mate mogelijk ook voor 2022 nog) beslist nog enigszins worden bijgeplust. Maar het niveau van de jaren 2021 - 2022 gaat dat jaar niet halen.
Het nog zeer voorlopig geturfde nieuwe vermogen in 2024 bedraagt momenteel 1.394 MWp. Dat is wel al duidelijk meer dan de 1.358 MWp bekend in de vorige update, maar echt hard gaat het nog niet. Hier zal in een later stadium sowieso nog het nodige volume aan toegevoegd gaan worden.
Het uiteraard ook nog zeer voorlopige cijfer voor 2025 is een realisatie van 905 MWp. Momenteel is dat nog maar 65% van het volume in het voorgaande jaar. Ook daar zal nog veel volume bij gaan komen, maar de trend is onverbiddelijk neerwaarts.
Herstelde anomalie CBS 2024 nu logischer in relatie tot RVO cijfers SDE
Wat wel duidelijk lijkt, is dat in 2024 absoluut nog niet het niveau van 2023 is gehaald. Polder PV zette eerder grote vraagtekens bij de discrepantie met de toen bekende CBS cijfers, die eerder een zogenaamd historisch record zouden laten zien voor de AC capaciteit in de totale, nationale markt in 2024. Dat was sowieso de facto onmogelijk: de residentiële markt is juist ingestort in dat jaar, en deze is toen in het geheel niet "over-gecompenseerd" door een absurd hard gegroeide projecten markt. In de tussentijd heeft het CBS echter een forse data revisie gepubliceerd (analyse Polder PV van 19 november 2025), waarin de eerder veronderstelde jaargroei voor 2024, vanwege een forse bijstelling van het eindejaars-volume, substantieel neerwaarts is bijgesteld (totale NL-se markt in 2024: 3.267 MWp). Bovendien werd, door een tweede wijziging, het voorgaande jaar 2023 nu, met stip, het nieuwe jaargroei record jaar (5.176 MWp). Daarmee is de trend bij de huidige CBS cijfers meer in lijn gekomen met de observaties van de meest recente RVO data voor de SDE regelingen: 2024 een beduidend lager jaargroei volume dan in het voorgaande jaar, 2023. Al moet daarbij ook worden gesteld, dat het hier natuurlijk slechts om een deelmarkt segment gaat, met een geheel eigen dynamiek, al is het wel al jaren een significant marktsegment in Nederland. Met als voorlopige cijfers SDE eind 2025 gerealiseerd 13,6 GWp, CBS gehele markt halverwege 2025 28,6 GWp, en eind dat jaar vermoedelijk rond de 30 GWp uitkomend. Wat zou betekenen, dat het SDE marktsegment zo'n 45% van het totaal volume zou hebben ingenomen, al moet daarbij altijd de noodzakelijke mededeling, dat dit nog zéér voorlopige schattingen zijn.
Gemiddelde capaciteit per realisatie
Uit bovenstaande 2 primaire parameters heb ik, zoals te doen gebruikelijk, het gemiddelde vermogen per beschikking per kalenderjaar berekend, weergegeven in de groene curve. In het begin was de gemiddelde capaciteit van de opgeleverde beschikkingen vrijwel niet waarneembaar, maar de lijn begint vanaf 2013 duidelijk te stijgen: de opgeleverde beschikkingen worden continu groter. De curve stijgt tm. 2018, heeft dan even een kleine dip, maar begint vanaf 2020 zeer opvallend verder te stijgen. Let wel: bij instortende aantallen overgebleven beschikkingen, en stapsgewijs afnemende capaciteiten opgeleverd per jaar. Dit is een perfecte illustratie voor het fenomeen wat ik al jaren signaleer. In recente jaren is er sprake van een enorme schaalvergroting van de daadwerkelijk opgeleverde projecten en beschikkingen, ook in het RVO dossier. Deze bereikte voorlopig haar maximum in 2023, met gemiddeld 1.478 kWp per opgeleverde beschikking. Het relatief geringe aantal projecten tot nog toe opgeleverd in 2024 heeft een al veel hoger gemiddelde omvang (2.189 kWp), maar dat is nog lang niet representatief voor alle nieuwe beschikkingen die opgeleverd zullen blijken te zijn in dat jaar.
Hetzelfde geldt, voor het eerste resultaat voor 2025, waarvoor het gemiddelde verder is doorgestegen, naar 4.075 kWp. Vandaar dat ik de laatste lijnstukken gestippeld heb weergegeven. Daar gaat nog het een en ander aan veranderen.
Vergelijking aantallen nieuwe beschikkingen RVO / projecten VertiCer per kalenderjaar
Om te kijken hoe de nieuwe opleveringen, zoals RVO die bijhoudt voor het SDE dossier, zich verhouden tot de gecertificeerde PV projecten, die TenneT/Gasunie dochter VertiCer (opvolger van CertiQ) registreert sedert er Garanties van Oorsprong worden uitgegeven in Nederland (2003), heb ik updates voor twee nieuwe grafieken toegevoegd met een vergelijking tussen de meest recent beschikbare data van de twee instanties. Eerst de aantallen beschikkingen / projecten:

In dit diagram worden de uit de oudere CertiQ, en meer recente VertiCer updates ge-extraheerde aantallen nieuwe gecertificeerde PV-projecten per kalenderjaar (groene kolommen) vergeleken met de uit de vorige grafiek overgezette aantallen SDE beschikkingen die per jaar zouden zijn opgeleverd volgens de RVO administratie (oranje kolommen). Direct valt op, dat de aantallen bij de CertiQ/VertiCer data nu stelselmatig een stuk hoger liggen dan die voor de SDE beschikkingen bij RVO. De laatste liggen op niveaus tussen de 33% (2009) en 87% (2011), tot bijna 94% (2022) ten opzichte van die van VertiCer. In een eerdere update was de verhouding voor 2023 nog in het voordeel van de data van RVO, maar ook dat is het inmiddels, met de meeste recente data, in het voordeel van de cijfers van VertiCer omgeslagen, zoals in een voorgaande update al was voorspeld. Voor 2024 was de situatie ongeveer gelijk, maar met de meest recente cijfers is wederom het VertiCer dossier "leading" t.o.v. de huidige status bij de SDE realisaties bij RVO. Door de hoge uitstroom van project registraties in, met name, de oudste jaargangen bij RVO (huidige analyse), zijn de procentuele verschillen met de data van VertiCer in die jaren zelfs groter aan het worden. Dat is in de laatste updates vooral voor het jaar 2009 zeer duidelijk geworden.
Voor 2025 is de situatie nog lang niet duidelijk. Nu is er nog een flinke "negatieve groei" zichtbaar in de VertiCer cijfers, maar dat trekt in latere updates altijd weer bij, zoals hun continu evoluerende historische data tonen. En kan flink positief gaan worden. Veel volume is nog helemaal niet bekend, bij zowel VertiCer, als het ver achter de feiten aan lopende RVO dossier, dus er is over dit jaar nog niet veel zinnigs te zeggen.
Blijft over de vraag: waar ligt het structurele verschil tussen de RVO en VertiCer data aan, in de eerdere jaargangen?
Bij RVO staan, in dit dossier, uitsluitend SDE beschikkingen geregistreerd. VertiCer verstrekt Garanties van Oorsprong, ook aan projecten zónder SDE subsidie (!). Daar staat dus sowieso meer volume (ook: aantallen projecten), en kennelijk is dat een behoorlijk, doch van jaar tot jaar wisselend volume.
Mogelijk is er, daarnaast, verschil in de wijze van "tellen". In theorie zou er bij RVO dan méér SDE aantallen kunnen staan dan bij VertiCer, als de laatstgenoemde alleen projecten "per aansluiting" of "per adresnummer" telt. Polder PV heeft immers al lang vastgesteld, dat er meer dan 1 SDE beschikking per adres / project locatie afgegeven kan zijn, wat bij verschil in wijze van "tellen" tot flinke discrepanties kan leiden. Het is echter nog het geheel niet duidelijk of zo'n theoretisch verschillende wijze van tellen tot genoemde, soms aanmerkelijke discrepanties (2009, 2020) bijdragen.
Ook zouden er, in theorie, verschillen bij zowel de aantallen als de capaciteiten kunnen ontstaan, bij het weer uitschrijven van projecten, uit de (publiek zichtbare) bestanden, zowel bij VertiCer, als bij RVO. We hebben in het huidige dossier van RVO al gezien, dat de uitstroom bij de oudste SDE regelingen nu al een flink tempo heeft gekregen, wat een extra complicerende factor is in de vergelijking tussen deze verschillende datasets. Het hangt maar helemaal af van de wijze van administratie, hoe e.e.a. uit zal pakken bij de (overgebleven) nieuwe volumes per kalenderjaar, bij beide instanties.
Feit blijft, dat VertiCer stelselmatig, structureel meer volume heeft staan bij de nieuwe aanwas per jaar, dan bij RVO. In ieder geval bij de aantallen.
Vergelijking capaciteit nieuwe beschikkingen RVO / projecten VertiCer per kalenderjaar

Bij de capaciteit toewijzingen per "jaar van oplevering", zoals getoond in bovenstaande nieuwe grafiek, lijkt, wat bovenstaande betreft, er in recente kalenderjaren een zeer onlogische wijziging in de verhouding te ontstaan tussen de meest recente cijfers van VertiCer, en, voor alleen de SDE beschikte projecten, van RVO.
Tot en met 2020 ligt ook bij de nieuwe PV capaciteit per kalenderjaar, het SDE volume toegewezen door RVO onder dat van alle gecertificeerde PV projecten door VertiCer als opgeleverd beschouwd in het betreffende jaar. Wat in ieder geval strookt met de trend bij de aantallen projecten. En logisch, als we er van uitgaan dat bij VertiCer sowieso meer volume geregistreerd moet staan, omdat het niet alleen maar SDE projecten gaat in dat dossier. Die percentages liggen wel verder uit elkaar, tussen de 15% (2009), 69% (2013), en 95% (2017), resp. bijna 100% (2020), een flinke spreiding, dus. In 2021 en 2022 zijn de volumes bij RVO echter iets gróter dan bij VertiCer, de omgekeerde wereld, dus. In 2023 is echter de "klassieke verhouding" weer aanwezig in de huidige data, waarbij RVO inmiddels zelfs véél minder nieuw jaarvolume heeft staan dan VertiCer momenteel heeft (37%).
Het kan zijn dat hier deels een andere factor in het spel komt, waar ik regelmatig op heb gewezen. Bij RVO worden namelijk de capaciteiten van SDE beschikkingen waarvan de projecten (veel) kleiner zijn uitgevoerd dan waarvoor oorspronkelijk is beschikt, vooral de laatste jaren neerwaarts bijgesteld. Als een project echter (veel) gróter is uitgevoerd dan waarvoor (oorspronkelijk) is beschikt, wordt dit niet door RVO aangepast. Ergo: capaciteit die wél is gerealiseerd (VertiCer data), maar die niet in de publieke cijfers van RVO is meegenomen, zouden deze verschillen in theorie deels kunnen verklaren, voor 2023. Voor veel projecten uit oudere jaren, zijn capaciteiten vaak niet (meer) aangepast, in de beschikkingen overzichten van RVO. Aangezien er al jaren een schaalvergroting gaande is bij de recent opgeleverde projecten, kan dat de verschillen verder uitvergroten.
Een ander aspect wat benoemd moet blijven worden, is dat de cijfers van beide instanties "nogal vloeibaar" blijken te zijn, en van update tot update flink kunnen wijzigen. Vooral bij VertiCer treden regelmatig forse wijzigingen in historische cijfers op, en kunnen er dus vreemde verschillen ontstaan t.o.v. de RVO data. Vooralsnog lijkt met name het VertiCer cijfer voor 2023 een grote outlier te zijn, die niet goed verklaarbaar is gezien de historie in eerdere jaren.
Het kan zijn dat bij latere updates van beide instanties dergelijke nog niet goed begrepen verschillen stapsgewijs zullen verdwijnen, met name voor de jaren 2022-2023. Met dien verstande, dat de algemene trend in ieder geval bij cijfers van eerdere jaren duidelijk is: meer volume (zowel bij de aantallen als bij de capaciteiten) in de VertiCer cijfers, dan bij (alleen) de SDE data van RVO.
Over 2024, en al helemaal over 2025 is nog veel zinnigs te zeggen, gezien veel informatie die nog helemaal niet bekend is. RVO zit voor 2024 momenteel op een niveau van 1.394 MWp toevoeging aan alleen SDE projecten. Bij VertiCer was er helaas een gigantische anomalie in de augustus rapportage opgetreden, die inmiddels lijkt te zijn hersteld na rapportage door Polder PV (zie laatste maandrapportage van Polder PV). VertiCer komt nu op een (absurd, onwaarschijnlijk) jaarvolume van alweer 3.829 MWp, veel hoger dan RVO. De verhouding na deze wijzigingen blijkt tot nog toe, wederom in extremo in het voordeel van VertiCer te zijn (VertiCer : RVO factor 2,7!). Op Linkedin verscheen zelfs een discussie over de (onmogelijke) VertiCer data, zie het nagekomen bericht onderaan de laatste VertiCer analyse van Polder PV.
2025 heeft nu nog een fors negatieve netto "groei" van -1.351 MWp in de boeken staan bij VertiCer (RVO: 222 MWp positief). Hier zal nog heel veel aan gaan wijzigen, en waarschijnlijk uiteindelijk "positieve" groei kunnen gan worden, al zal het resultaat dan laag blijken te zijn.
Over dit soort forse verschillen tussen de twee datasets zal nog wel water door de Rijn gaan vloeien, ze zijn lastig te duiden. Mogelijk komt er in 2026 meer duidelijkheid over deze waargenomen, soms fors oplopende verschillen.
Project gemiddelde capaciteit verschillen
Een andere observatie is de trend bij de gemiddelde project dan wel beschikking omvang. Bij RVO ontwikkelde de gemiddelde omvang per beschikking zich, bij de de overgebleven populatie aan geregistreerde nieuwe installaties per kalenderjaar, tussen 1,72 en 2,21 kWp in 2008-2009 (vrijwel uitsluitend overgebleven residentiële mini projectjes) tot 863 kWp gemiddeld in 2022, en zelfs al 1.478 kWp in 2023. Bij VertiCer is de evolutie vanaf het eerst bekende jaar, 2009, 4,97 kWp, tot 768 kWp in 2022, en alweer 1.968 kWp in 2023 (!). De verwachting is, dat de cijfers in de laatste 2 jaren nog wel behoorlijk kunnen wijzigen, maar de onherroepelijke trend is, en blijft: een enorme schaalvergroting bij de nieuwe PV projecten per kalenderjaar, in beide dossiers.
Mocht u inhoudelijk commentaar hebben op deze observaties, hoor ik die gaarne van u (via het bekende mail-adres).
(d) Actuele portfolio aan overgebleven SDE beschikkingen voor PV (zwarte sectie in tabel), accumulaties
Dit alles (oorspronkelijk beschikt minus verloren gegane beschikkingen cq. realisaties) leidt tot een "overgebleven" pool aan beschikte projecten die nog opgeleverd moet gaan worden. Of, bij pech, tot extra verlies om wat voor reden dan ook. Zie de laatste, zwarte sectie in de tabel. Door de toevoeging van de beschikkingen voor SDE 2024 in de vorige update, in combinatie met tussentijdse realisaties, en wegval, bij andere regelingen, is hier weer e.e.a. in gewijzigd.
Sequentie overgebleven, nog te realiseren beschikte capaciteit
In de 1 januari 2026 update waren er bij RVO voor SDE 2019 II tm. SDE 2024 nog 1.172 beschikkingen over, resp. 5.229 MWp door RVO toegekende capaciteit. In de update van 1 oktober 2025 was dat nog 6.524 MWp. In de update van 1 juli 2025 was dat, voor de verzameling SDE 2019 II tm. SDE 2023, nog 5.365 MWp, in april 2025, vanaf SDE 2019 I, 5.869 MWp, in januari 2025, vanaf SDE 2017 I, 6.420 MWp, in oktober 2024 6.847 MWp, in juli 2024 8.047 MWp (incl. toen toegevoegde SDE 2023), in april 2024, nog zónder SDE 2023, 5.977 MWp, in januari 2024 7.072 MWp, in oktober 2023 7.973 MWp, juli 2023, met SDE 2022, 9,8 GWp, april 2023, nog zónder SDE 2022, 8,7 GWp, januari 2023 9,2 GWp, oktober 2022 10,4 GWp, juli 2022, mét SDE 2021 11,7 GWp, april 2022, nog zónder SDE 2021, 8,5 GWp, januari 2022 10,9 GWp, oktober 2021, incl. SDE 2020 II, 11,8 GWp, juli 2021, nog zónder SDE 2020 II, bijna 9,0 GWp, april 2021 9,8 GWp, januari 2021 10,9 GWp, sep. 2020, met SDE 2020 I toegevoegd, 12,1 GWp, juli 2020, nog zonder SDE 2020 I 9,4 GWp, apr. 2020, nog zonder SDE 2019 II 8,1 GWp, jan. 2020 nog 9,3 GWp, nov. 2019 10,1 GWp, aug. 2019, nog zonder SDE 2019 I, nog ruim 8,2 GWp.
Deze resterende capaciteit van 5,2 GWp blijft een groot volume, voor een klein land wat, medio 2025, volgens de meest recente CBS update, inclusief de projecten markt, én residentieel, 28,6 GWp generator capaciteit had staan. Maar helaas gaat daar natuurlijk nog heel veel capaciteit om diverse redenen van wegvallen. Zoals de soms schokkende cijfer historie bij RVO heeft aangetoond, de laatste jaren.
De kleine resterende volumes voor SDE "+" (SDE 2019 II en SDE 2020 I), 64 MWp, verdeeld over 15 beschikkingen, zal, afhankelijk van realisatie of definitieve "afvoer", niet heel veel meer uitmaken gezien de vrij bescheiden omvang.
Wat de som nog forse resterende volumes voor de opvolgende regelingen betreft, vanaf SDE 2020 II, moet daar deels wel voor worden gevreesd, als ze niet op tijd gebouwd of aan het net kunnen worden gekoppeld. Mede gezien de smaller geworden tijd-vensters voor de oplevering, gecombineerd met de hardnekkige, continu om zich heen grijpende netcapaciteit problemen en tekorten aan personeel bij de netbeheerders. Voorspellingen zullen op dit vlak met prudentie moeten worden genoten (zie tweet over een dergelijke suggestie), want het aantal onzekerheden over de (potentie aan) realisaties neemt alleen maar toe. Zelfs als we er van uitgaan dat verschillende "oplossingsrichtingen" voor de beperkte net capaciteit al lang in gang zijn gezet (voorbeeld bericht TenneT van 8 april 2025), en accu systemen inmiddels rap worden geïmplementeerd bij veel oude en nieuwe projecten. Makkelijk zal het allemaal beslist niet gaan.
Onderaan twee velden in de grote verzamel-tabel heb ik weer de ratio berekend van de officieel overgebleven beschikte volumes voor alle SDE "+" t.o.v. de oude SDE regelingen (rode veld), en dit herhaald voor de reeds door RVO als opgeleverd beschouwde project beschikkingen (groene veld). Die verhouding ligt, vanwege heftige toevoegingen van beschikkingen onder met name de laatste acht SDE "+" rondes, verminderd met de tussentijdse aanzienlijke hoeveelheden reeds verloren gegane exemplaren, inmiddels rond de 2,7 voor de aantallen overgebleven beschikkingen. In de update van juli 2017 was het slechts een factor 0,6. De SDE werd door duizenden particuliere toekenningen gedomineerd, en die was tot niet zo lang geleden bepalend voor deze inmiddels aardig "recht getrokken" verhouding. Bij de realisaties is die verhouding inmiddels ook op dat niveau beland, een factor 2,7.
Bij de capaciteiten is de verhouding precies andersom, omdat SDE "+" gedomineerd werd door talloze zeer grote projecten. Bij de overgebleven beschikkingen, incl. de zeven toegevoegde SDE 2017-2019 en SDE 2020 I regelingen, is die factor flink gedaald, naar een verhouding 256 : 1 (SDE "+" staat tot SDE; in de update van september 2020 was dat nog 326 : 1).
Bij de realisaties ligt die verhouding nog iets lager, al is ze wel flink toegenomen, inmiddels een factor 254 : 1 (in de update van januari 2024 nog 210 : 1). In de update van juni 2018 update was dat nog 17 : 1, die ratio is dus aanzienlijk opgelopen sinds dat jaar. Nogal wat grote projecten in de resterende verzameling beschikkingen zijn nog niet opgeleverd, inclusief grote volumes uit de recentere regelingen. Als ze worden gebouwd, zal de ratio verder gaan toenemen t.o.v. de SDE volumes.
Tot slot, bij de gemiddelde systeemgrootte vinden we die trend wederom terug. SDE "+" staat tot SDE bij de overgebleven beschikkingen 93 : 1, bij de realisaties fractioneel lager, afgerond voor de komma (juni 2018 update 43 : 1). Ook deze verhoudingen kunnen wijzigen, naar gelang er een fors aantal grote "SDE + projecten" daadwerkelijk alsnog gerealiseerd zal gaan worden.
Ratio SDE++/SDE+
Helemaal onderaan heb ik ook weer berekeningen gemaakt voor dergelijke verhoudingen tussen de beschikkingen en realisaties van de tot nog toe bekende 5 SDE "++" rondes (SDE 2020 II tm. SDE 2024). Omdat er veel meer volume onder SDE "+" is afgegeven dan tot nog toe onder SDE "++", is die verhouding telkens kleiner dan 1.
Bij de (overgebleven) beschikkingen is die verhouding SDE++/SDE+ bij de aantallen een factor 0,2 : 1, bij de realisaties 0,15 : 1. Bij de capaciteit is die factor 0,7 : 1 bij de beschikkingen, bij de realisaties is het 0,27 : 1. Kijken we naar de gemiddelde omvang per beschikking, is deze ratio veel hoger, 3,6 : 1 bij de overgebleven beschikkingen. Bij de realisaties is deze ook al in het "voordeel" van SDE "++" omgeslagen: 1,8 : 1. De reden: verdere schaalvergroting bij de opgeleverde projecten, met name onder de SDE "++" regimes.
(f) Evolutie systeemgemiddelde capaciteit volgens RVO beschikkingen
In een van de artikelen over de effecten van de beschikkingen van SDE 2019 I, heb ik reeds uitgebreid stil gestaan bij de belangrijke factor "gemiddelde capaciteit" per beschikking, en bij de realisaties. Zie daarvoor het 5e artikel in die reeks (16 november 2019), paragraaf 3.
(g) Verzamel grafieken alle SDE regelingen - Aantallen en capaciteit bij beschikkingen / realisaties
In deze paragraaf toon ik weer de meest recente versies van de 2 bekende "stapel grafieken" met de begin januari 2026 overgebleven volumes bij de beschikkingen (weergegeven in de grafiek hierboven, onder a), en bij de door RVO opgegeven "realisaties". Die vindt u hier onder.
Stapelgrafiek met links de kolommen stapel met de overgebleven (!!) hoeveelheden beschikkingen van SDE 2008 tm. SDE "++" 2024 (laatstgenoemde bovenaan toegevoegd, azuurblauwe segment bovenaan). In combinatie met de voortgaande uitval bij de oudere SDE regelingen, zien we momenteel een cumulatie in de resterende, overgebleven hoeveelheid van 30.193 toekenningen voor zonnestroom (project beschikkingen, vorige update: 30.996 exx.). Dat waren bij de ooit oorspronkelijk vergeven exemplaren nog 62.811 beschikkingen (zie tabel en eerste grafiek onder a), waarvan dus al een aanzienlijk deel in de (digitale) papiershredder is verdwenen. De rechter stapel kolom geeft de in de update van 1 januari 2026 door RVO formeel als "gerealiseerd" verklaarde hoeveelheden beschikkingen per regeling weer. Met als voorlopige cumulatie 29.021 beschikkingen gerealiseerd. Dat is wederom een flinke afname t.o.v. de voorgaande update (29.409 exx.), door een toegenomen aantal uitschrijvingen uit de RVO databank. Dit overgebleven volume is 96,1% van het overgebleven aantal "totaal overgebleven beschikt" (linker stapel) is. Weer een toename t.o.v. de 94,9% in de vorige update.
Goed is hier het grote verschil tussen de SDE 2019 II en SDE 2020 I regelingen te zien. De eerste had relatief zeer weinig beschikkingen, die gemiddeld per stuk echter wel "zeer groot" waren. De laatste SDE "+" regeling, 2020 I, had een record aantal aan gemiddeld genomen véél kleinere toekenningen, waar, ondanks de massieve uitval, nog steeds veel volume van over is. Bij de realisaties is de verhouding tussen de 2 regelingen vergelijkbaar met de nu actuele stand van zaken bij de overgebleven beschikkingen.
Daar bovenop zijn links de nieuwe volumes voor SDE 2020 II tm. SDE 2024 gestapeld. Van de laatste 3 regelingen zijn nog maar relatief weinig beschikkingen opgeleverd. "Onderin" de kolommen stapel is er tot en met SDE 2019 vrijwel geen activiteit meer, omdat al die oudere regelingen geen openstaande beschikkingen meer hebben, of nog maar een handvol (SDE 2019 II). Wel blijft er zeer regelmatig uitval bij de oudste SDE regelingen optreden. Die uitvallers zien we druppelsgewijs in deze, en de voorgaande grafiek terug komen, al hebben ze lange tijd relatief weinig impact gehad. Voor SDE 2008 begint deze wegval echter beslist significant te worden, met de 222 + 47 + 84 + 271 + 828 + 384 extra weggevallen beschikkingen uit de RVO bestanden in de vorige 5, en de huidige update, zijn de resterende volumes inmiddels op een veel lager niveau beland, dan de ooit ruim 3 duizend exemplaren. Op momenteel 2.353 exemplaren, om precies te zijn.
Vergelijkbare stapelgrafiek, met nu niet de aantallen (overgebleven) beschikkingen, maar links ditto, de totale capaciteit in MWp die er over is gebleven in de laatste update (met reeds aanzienlijke volumes door RVO virtueel weg gekieperd en dus niet meer zichtbaar). Zie ook de tweede grafiek onder paragraaf (a), voor een vergelijking tussen oorspronkelijk beschikte volumes en op 1 januari 2026 daarvan overgebleven hoeveelheden.
De in de vorige update nieuw toegevoegde SDE 2024 regeling had oorspronkelijk 1.851 MWp beschikt gekregen in de officiële RVO lijst voor die jaargang, waar inmiddels 1.604 MWp van over is. Het totale volume wat is overgebleven voor alle regelingen inclusief SDE 2024 is momenteel 18.841 MWp. Dat was bij het ooit oorspronkelijk vergeven / beschikte project volume nog 33.446 MWp (zie tabel en grafiek onder paragraaf a), er is dus extreem veel capaciteit al verloren gegaan. Vooral de verliezen bij de SDE 2017 tm. SDE 2020 II regelingen, en onder de drie eerste SDE "++" opvolgers, zijn substantieel. Rechts het nog beperkte "gerealiseerde" volume, althans van de beschikkingen (voor een belangrijk deel niet de werkelijk opgeleverde capaciteit !). Met in totaal nu "officieel" 13.612 MWp gerealiseerd. In de juli 2023 update werd de 10 GWp grens gepasseerd bij deze parameter. Genoemde, ruim 13,6 GWp, is 72,2% van het (overgebleven) beschikte volume (vorige update 67,0%). Er is dus in ieder geval wat het RVO - SDE dossier betreft, op het gebied van te realiseren capaciteit, nog bijna 28% van het nu (overgebleven) beschikte volume te gaan.
VertiCer / RVO
Het VertiCer (voorheen CertiQ) dossier, met fysiek gerealiseerde volumes, blijkt in hun laatste status updates, zoals te doen gebruikelijk, alweer een stuk verder te zijn, t.o.v. de gerealiseerde volumes beschikkingen van RVO, al hoort hier weer een forse waarschuwing bij. Bij VertiCer stond eind december 2025 namelijk alweer 14.778 MWp aan fysieke opleveringen, waarvan het allergrootste deel SDE beschikte projecten betreft (en nog een onbekend, hoogstwaarschijnlijk "zeer beperkt" deel zonder SDE beschikking). Dat volume is wat de realisaties betreft bijna 9% groter dan het totaal aan beschikte capaciteit wat er eind QIV 2025 bij RVO nog over zou zijn voor de SDE projecten. Zouden we het reeds bereikte VertiCer volume afmeten aan het overgebleven beschikte totaal volume bij RVO, begin januari 2026, zouden we al op een onwaarschijnlijke 78,4% realisatie komen, beduidend hoger dan de status bij RVO zelf (kader in grafiek). Met de voorbehouden die daar bij horen. Een zo'n voorbehoud is, dat het VertiCer volume waarschijnlijk veel te hoog ligt, doordat er nog zeker 2 forse anomalieën in de opgegeven capaciteit cijfers blijken te zitten. Derhalve, moet dat volume later flink neerwaarts worden bijgesteld. Hoeveel, dat is nog de grote vraag.
Normaliter liggen de cijfers bij VertiCer wel altijd (ver) voor op het RVO - SDE dossier. Feit blijft, dat sowieso bij RVO talloze reeds netgekoppelde projecten nog niet met een "ja" vinkje zijn gezegend in de publiek beschikbare data overzichten. Die dus nog niet in hun (actuele) cijfers kunnen zitten. Die projecten staan al lang in de VertiCer databank, omdat er al meteen garanties van oorsprong aangemaakt moeten gaan worden, "zodra de stekker in het betreffende project gaat". Voor de meeste projecten achter grootverbruik aansluitingen worden maandelijks (automatisch) meetgegevens via de meet-gemachtigde ingediend, die direct naar VertiCer worden doorgesluisd na validatie door de betreffende netbeheerder. Registratie bij VertiCer gebeurt in het grootste deel van de gevallen zeer rap na fysieke netkoppeling. Dagelijks worden updates gedraaid met de nieuwste toevoegingen die door de exploitanten worden doorgegeven, en waarvoor de netbeheerders hun formele fiat hebben gegeven (pers. comm. Polder PV met medewerker van VertiCer rechtsvoorganger CertiQ, in 2022). Wat daarna geschiedt in het RVO traject kan echter vele maanden kosten, voordat dit leidt tot een "formeel ja vinkje" in hún databestand. Ik kom soms nieuwe "ja" vinkjes tegen van projecten die in de 2 voorgaande jaren netgekoppeld zijn opgeleverd, dus die vertraging kan bij sommige projecten zeer fors oplopen. Het is een van diverse redenen, waarom de nationale statistiek cijfers zo "vloeibaar" zijn, en regelmatig wijzigen.
Het verschil tussen "overgebleven beschikt" volume en "gerealiseerd volume status 1 januari 2026" bij RVO bedraagt 18.841,0 - 13.612,5 = (in afronding) 5.229 MWp (ruim 5,2 GWp). Dat is de nu nog overeind gebleven "pijplijn" aan PV projecten binnen alle SDE regelingen tm. SDE 2024. Dit is alweer flink minder (1.295 MWp), dan de overgebleven 6.524 MWp pijplijn in de status update van oktober 2025, wat is veroorzaakt door voortschrijdende negatieve bijstellingen van de beschikte capaciteiten, en uitschrijvingen uit de RVO databank.
Sowieso gaat ook daar weer veel volume van afvallen, gezien de trend van de afgelopen overzichten van RVO. En het is nog steeds niet het "gerealiseerde" volume. Dat kunnen we alleen te weten komen als exacte project informatie beschikbaar komt, zoals in ultimo bij de netbeheerders en VertiCer bekend moet zijn of worden. Polder PV heeft in ieder geval van de "top" in de markt, de grootste projecten, inclusief de inmiddels alweer alhier bekende, 1.165 reeds gerealiseerde, netgekoppelde grondgebonden zonneparken (> 15 kWp per stuk, excl. andere "niet rooftop" projecten zoals drijvende projecten), die de grootste volumes aan MWp-en inbrengen, het meest complete, continu ververste, en gedetailleerde overzicht van Nederland. Voor de uitgebreide analyse van de zonneparken in Nederland (peildatum 17 december 2024), volg deze link. Een vervolg is in de maak.
RES & uitgebreid "klimaat doel elektra"
Voor overwegingen m.b.t. het behalen van de RES doelstellingen voor (aanvankelijk) 35 TWh productie uit hernieuwbare bronnen op land, resp. het vooralsnog onhaalbaar geachte doel van 55 TWh in 2030, zie de aparte paragraaf in de update van 1 juli 2025.
Martien Visser, gepensioneerd, maar nog steeds actief met zijn "grafiek van de dag" (Bluesky), voorspelt op basis van zijn nieuwste berekeningen (incl. aanvragen SDE 2025, waar natuurlijk, ondanks gedane suggestie, beslist nog e.e.a. van gaat afvallen) wederom, dat het Klimaatakkoord doel, 35 TWh stroomproductie uit hernieuwbare bronnen op land, in 2030 "ruim gaat halen" (42 TWh; post van 9 januari 2026).
Over dit kleine andere zonne-energie dossier was al wat langer niet zeer veel zinnigs te melden, gezien de trage ontwikkeling. In meer recente versies is er echter wel een en ander gewijzigd t.o.v. de update van oktober 2023. In de versie van januari 2024 werden er 7 nieuwe realisaties gemeld, en werd er 1 beschikking afgevoerd uit de RVO databank. In de update van 1 april 2024 zijn er wederom 5 nieuwe realisaties bekendgemaakt. 1 maal een beschikking uit de SDE 2019 II (493 kWth. toegevoegd), 2x SDE 2020 I (841 kWth.), en de eerste SDE 2020 II (350 kWth.), resp. SDE 2021 beschikkingen (232 kWth.), die zijn opgeleverd. Daarnaast is 1 al langer geleden opgeleverde SDE 2016 II beschikking (140 kWth.) afgevoerd, om onbekende reden.
Hier bovenop is een belangrijke nieuwe wijziging gekomen. Of eigenlijk 2. In de update van 1 juli 2024 is een SDE 2019 II beschikking geprullebakkeerd (Nagele Warmte, 322 kWth, in Noordoostpolder). Maar tegelijkertijd is ook de grootste ooit afgegeven beschikking voor thermische zonne-energie, in dezelfde SDE 2019 II regeling als opgeleverd gemarkeerd. Het gaat daarbij, uiteraard, om zonne-energie park Dorkwerd van Novar, in Groningen, wat het lokale stadswarmte net moet gaan beleveren. De beschikking heeft een omvang van 37,4 MWth, wat natuurlijk direct een zeer forse impact heeft op de progressie voor alle regelingen, zoals in onderstaande grafiek getoond. Volgens Novar zou dit het "3e grootste zonthermiepark ter wereld" zijn (geworden), en het project heeft de grootste SDE beschikking ooit die voor deze zonne-energie techniek is afgegeven, in de historie van die reeks subsidie regelingen.
In de update van 1 oktober 2024, is de beschikking voor het Dorkwerd project iets neerwaarts bijgesteld (38,28 MWth), en is een klein rooftop project op een appartementencomplex in Blaricum (NH) als gerealiseerd opgevoerd, met een capaciteit van 186 kWth. Het betreft de laatst overgebleven beschikking uit de SDE 2020 voorjaarsronde. Er verdwenen 2 beschikkingen, 1 uit de SDE 2019 II, en 1 uit de SDE 2021 (vermoedelijk teruggetrokken).
Updates 1 januari 2025 tm. 1 januari 2026
In de update van 1 januari 2025, zijn er geen nieuwe realisaties afgevinkt door RVO. Wel is er 1 kleine beschikking van 168 kWh-th uit de voorjaars-regeling van SDE 2019 afgeschreven (Nassau Staete, Nijmegen). Verder is er toen niets gewijzigd.
In de update van 1 april 2025 verdwenen er weer 2 beschikkingen, uit de SDE 2022 regeling. Dit bracht een extra verlies op van 8,9 MWth aan beschikte capaciteit. Tot slot, werd de capaciteit voor SDE 2019 II iets opwaarts bijgesteld. Er waren geen nieuwe realisaties.
In de update van 1 juli 2025 is 1 SDE 2021 beschikking voor een thermisch project in het Overijsselse Rijssen verzilverd, met een capaciteit van 173 kWth, is het oudste gerealiseerde project met beschikking voor SDE 2012 (102 kWth), te 's-Gravendeel, uit de records van RVO verdwenen (...), en is de laatste overgebleven SDE 2019 I beschikking die nog niet was ingevuld, met een omvang van 168 kWth, ook verwijderd.
De RVO update van 1 oktober 2025 wijzigde nauwelijks. De anonieme beschikking voor een klein projectje in Harskamp (Ede, Gld), met een omvang van slechts 70 kWth, werd verwijderd.
In de huidige update van 1 januari 2026, tot slot, blijkt er 1, reeds in 2017 opgeleverd project bij een zuivelboerderij in Katwoude (Waterland, NH), met een SDE 2016 II beschikking van 984 kWth, te zijn verdwenen uit de RVO records. Ook is er een anonieme SDE 2021 beschikking voor 197 kWth, met "nee" vinkje, voor een project in Eindhoven afgevoerd.
Tezamen met voorgaande verliezen van oorspronkelijk toegekende beschikkingen, zijn er inmiddels nog maar 72 beschikkingen voor thermische zonne-energie projecten over, met een geaccumuleerd vermogen van 97,9 MWth. De oudste overblijvende beschikkingen komen uit de SDE 2013 (al lang gerealiseerd), SDE 2015 en SDE 2017 II hebben géén beschikkingen voor dergelijke thermische warmte projecten (meer). Er zijn in totaal 69 (overgebleven) SDE beschikkingen gerealiseerd middels deze zonne-energie techniek, met als gerealiseerd vermogen 96,3 MWth. Opvallend is, dat onder de SDE 2023 en SDE 2024 "++" regelingen, er géén nieuwe beschikte projecten meer zijn bijgekomen.
Er staan nog maar 3 beschikkingen open. De oudste nog openstaande beschikking is voor een project voor Landgoed Leudal te Haelen (L.), van de SDE 2016 II regeling, waarvan afgevraagd kan worden of die ooit nog wordt opgeleverd, die beschikking is sowieso al extreem ver over de normale "uitvoerings-termijn" heen. De meest significante overblijvende toekenning is voor 1,2 MWth project op een bedrijfsverzamelgebouw op het terrein van de voormalige, gesloopte, Elektriciteitscentrale Gelderland, pal naast de De Oversteek brug over de Waal in Nijmegen. De 1 MWth veldsysteem installatie bij Marrewijk Amaryllis in de Lier (ZH) is alweer enige tijd geleden opgeleverd.
Naast deze puur thermische zonne-energie installaties ontdekte Polder PV eerder ook nog een "innovatief" project in de groslijst met SDE beschikkingen. Dat is een PVT-project in combinatie met een warmtepomp, met een beschikking voor 3,75 MW thermisch vermogen, die door RVO in de deel-categorie "CO2-arme warmte" van SDE 2021 is ondergebracht. Dat gaat dus deels om een combi-systeem thermische zonnewarmte / fotovoltaïsche omzetting, en deels om genoemd warmtepomp systeem om de opgewekte warmte (ook) direct te gebruiken. Het betreft een project van Escom.nu in een flatgebouw vlakbij metrostation Reigersbos in Amsterdam. Ook deze beschikking staat nog open.
Voor details van de status quo bij eerdere realisaties, zie ook onder de analyse van de 1 april 2022 update (onderaan het artikel).

Frequente updates over de SDE regelingen bij Polder PV, sedert 2008. Huidig exemplaar: status 1 januari 2026.
Bronnen (extern):
Feiten en cijfers SDE(+)(+) - RVO, status oktober 2025
Monitoring zonne-energie - RVO, status 23 september 2025 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2024)
Monitoring zonne-energie - RVO, status 10 oktober 2024 (cijfers betreffende stand van zaken tm. 2023)
Bronnen (intern):
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2025
Status updates SDE bij Polder PV over het jaar 2024
Deel dossier SDE 2024 - zie eerste rapportage en vervolgen (bronnen)
5 januari 2026: Update gecertificeerde PV markt december 2025 volgens VertiCer data. Netto aanwas 2024 volstrekt onmogelijk record volume van 3.829 MWp (2023 +36%); maandproductie juli 2025 nieuw, historisch recordhouder. Zie ook het nagekomen bericht onderaan deze analyse!
Voor uitgebreide toelichting van de voorliggende historie van de CertiQ data voor gecertificeerde zonnestroom in Nederland, zie de bespreking van 7 maart 2023 (februari rapportage). Voor de transitie van CertiQ naar de nieuwe organisatie VertiCer, zie introductie in de analyse, van 19 juli 2023.
In de huidige rapportage brengt Polder PV de nieuwe resultaten uit de data rapportage van VertiCer, voor december 2025, waarbij de jaargroei cijfers tot en met 2024 stabiel zijn gebleven, maar waarbij het afgeleide "record niveau van ruim 3,8 GWp groei" in 2024 nog steeds een enorme anomalie moet betreffen, gezien de onmogelijke uitkomst. Dat blijft, ook gezien andere gepubliceerde marktcijfers, met name voor de in 2024 fors neerwaarts (!) bijgestelde cijfers van de totale volumes in Nederland door het CBS, schier onmogelijk. En zal in een later stadium zeer waarschijnlijk aanzienlijk neerwaarts (moeten) worden bijgesteld.
Ook zijn de verstrekte Garanties van Oorsprong voor gecertificeerde PV projecten gereconstrueerd en grafisch verbeeld over de afgelopen periode. Zowel de grote februari als de in een vorige update gemelde, en door VertiCer ook erkende grote augustus 2024 anomalie zijn nog steeds niet in de publiek toegankelijke data hersteld. Bij de afgegeven Garanties van Oorsprong (GvO's), die de fysieke zonnestroom productie weerspiegelen, is inmiddels juli 2025 nieuw recordhouder, daarbij juni 2023 naar de 2e plaats verwijzend.
Terugkerend in de analyses van Polder PV blijft de observatie dat er regelmatig "onwaarschijnlijke", dan wel "inconsistente" cijfers in de actuele data van VertiCer zijn terug te vinden. Dit is deels het gevolg van het feit dat het bij maandelijkse verschillen altijd om netto effecten van zowel instroom als uitstroom van projecten gaat, er een toenemend aantal uitschrijvingen van meestal kleinere installaties actueel is, en, tegelijkertijd, steeds groter wordende nieuwe projecten bij de inschrijvingen. Daarnaast kunnen, vanwege wel toegezegde, maar nog steeds ontbrekende uitgangs- en ingangs-controles, al meermalen door Polder PV aangetoonde foute data entries van netbeheerders, ongecorrigeerd in de databank belanden, die pas na een lange periode zouden (kunnen) worden hersteld, etc. Het maakt het er allemaal niet overzichtelijk op. En leidt regelmatig tot zeer verwarrende cijfers.
De geaccumuleerde gecertificeerde zonnestroom capaciteit in de database van VertiCer ligt, bijvoorbeeld, voor eind december 2025, flink lager (14,8 GWp) dan voor het momenteel nog veel te hoge niveau voor eind 2024 / begin 2025 (16,5 GWp). Wel is dat volume, sedert de update van 1 december 2025, hoger dan de huidig bekende accumulatie voor eind juli 2024, ruim een jaar eerder (14,5 GWp). De grootste project categorie (>1 MWp) zou een geaccumuleerd volume hebben bereikt van ruim 10,1 GWp, wat, by far, het grootste volume van alle grootte categorieën is, en ook zal blijven. De in een vorige update gemelde hoge capaciteits-toevoeging in het tweede kwartaal van 2024 is inmiddels uitgekomen op 985 MWp (pending latere updates), waarmee het record bij de netto kwartaal groeicijfers weer iets opwaarts is bijgesteld.
De in een vorige update gemelde nieuwe "anomalie", voor het nieuwe maand volume voor december 2024, is verder opgelopen, tot een "onmogelijke" netto aanwas van ruim 1.829 MWp in die maand. Dit heeft mede tot gevolg dat de 2e jaarhelft van 2024 een, gezien de markt omstandigheden onwaarschijnlijk, nieuw half-jaar record van, inmiddels, 2.127 MWp netto nieuwbouw zou hebben opgeleverd. Ook deze cijfers zullen zeer waarschijnlijk later aangepast gaan worden, ze zijn veel te hoog, en kunnen de werkelijke marktsituatie beslist niet illustreren.
Sinds 2006 is er voor ruim 60 terawattuur door VertiCer resp. haar voorgangers aan Garanties van Oorsprong (GvO's) uitgegeven aan gecertificeerde zonnestroom installaties. Ook hier worden, met name voor 2024, nog neerwaartse bijstellingen voor verwacht.
Bijstellingen - niets nieuws onder de zon
Benadrukt zal hier blijven worden, dat de voor sommigen (zelfs specialisten uit de zonnestroom sector) wellicht verwarrende, continu wijzigende maand-cijfers bij VertiCer, en haar rechtsvoorganger CertiQ, beslist géén "nieuw fenomeen" betreffen, ook al wordt regelmatig het tegendeel beweerd. Dit is altijd al staande praktijk geweest bij CertiQ, en wordt gecontinueerd onder rechtsopvolger VertiCer. Niet alleen werd dat zichtbaar in de soms fors gewijzigde cijfers in de herziene jaar rapportages tot en met het exemplaar voor 2019. Vanaf dat jaar zijn er echter helaas geen jaarlijkse revisies meer verschenen. In een tussentijdse analyse van oorspronkelijk gepubliceerde, en toen actuele, bijgestelde cijfers, werd al duidelijk, dat de databank van de destijds alleen onder TenneT vallende dochter continu wijzigingen ondergaat, zoals geïllustreerd in de Polder PV analyse van 4 november 2020. In dit opzicht, is er dan ook niets nieuws onder de zon. De wijzigingen zijn er altijd al geweest, alleen zijn ze inmiddels, met weliswaar de nodige moeite, regelmatig zichtbaar te maken, door de nieuwe wijze van rapporteren van VertiCer. De cijfermatige consequenties daarvan worden weer besproken in de huidige analyse.
Voordat we de huidige resultaten bespreken, blijft de belangrijke, al lang geleden door Polder PV geïntroduceerde, en tussentijds verder aangepaste disclaimer bij alle (zonnestroom) data van VertiCer / CertiQ recht overeind, en actueel:
*
Disclaimer & verduidelijking: Status officiële VertiCer
(ex CertiQ) cijfers
|
Het overzicht met de eerste, resp. gewijzigde cijfers voor december 2025 verscheen in de nieuwe, drastisch gewijzigde vorm op de website van VertiCer, op 2 januari 2026. Referenties naar eerder verschenen historische data zijn uiteraard impliciet als CertiQ gegevens geanalyseerd, in oudere analyses.
2a. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer juli 2021 -december 2025

(Herziene) status tm. december 2025
In deze grafiek, met de meest recente actuele en gewijzigde data uit de 2 januari 2026 gepubliceerde rapportage van VertiCer, en deels oudere data uit de CertiQ updates, de stand van zaken vanaf juli 2021 tm. december 2025. De blauwe kolommen geven de ontwikkeling van de aantallen installaties weer (ref.: rechter Y-as), voorlopig culminerend in 35.115 exemplaren, begin januari 2026. Wat, wederom, een netto negatieve groei weergeeft van 216 projecten** t.o.v. de status, eind november 2025 (gereviseerd, 35.331 exemplaren), en wat zelfs 1.539 exemplaren (4,2%) minder is dan het tot nog toe hoogste niveau (36.654 in, inmiddels, juli 2024, gereviseerd).
Er vindt dus, zo blijkt al langere tijd kristalhelder, in toenemende mate, een netto uitstroom van projecten plaats uit de VertiCer databank (per maand meer projecten uitgeschreven dan ingeschreven). Wel is er, t.o.v. het herziene eindejaars volume van 2022, netto bezien in kalenderjaar 2023 een groei geweest van 1.428 projecten in het VertiCer bestand (stabiel). Wat 45% minder is dan de groei in 2022 (2.592 nieuwe projecten; voor de half-jaar volumes, zie ook nieuwe half-jaar grafiek verderop).
In de gele kolommen (ref. rechter Y-as, in MWp) de bijbehorende geaccumuleerde gecertificeerde PV-capaciteit, die begin augustus 2024 weer verder is toegenomen, van 14.505 MWp in de vorige update, naar, inmiddels, 14.510 MWp. Dit kan uiteraard nog steeds / wederom verder gaan wijzigen in komende updates, zoals ook in alle vorige exemplaren is geschied. Afhankelijk van komende revisies van historische cijfers, lijkt de 10 GWp in dit grote PV dossier, in ieder geval inmiddels begin januari 2023 te zijn gepasseerd.
De opmerkelijke, forse wisselingen in de netto (overgebleven) volumes aan het eind van de laatste maanden, heeft uiteraard ook gevolgen gehad voor de systeemgemiddelde capaciteit, die eind maart 2024 weer flink lager is geworden, waar dit begin dat jaar nog een opvallende tóename was (groene curve). Na deze terugval, is in mei - juli 2024 het gemiddelde weer wat toegenomen.
Capaciteit verschillen lopen flink op
Eind 2022 is de geaccumuleerde capaciteit op een niveau gekomen van 9.838,9 MWp. In het eerste flink gewijzigde januari rapport voor 2023 was dat nog 9.409,3 MWp. Voor EOY 2022 is, in de loop van de tijd, dus bijna 430 MWp, 4,6% meer volume bijgeschreven dan oorspronkelijk gerapporteerd.
In nog extremere mate is het verschil bij de opgegeven EOY capaciteit voor kalenderjaar 2023. In de eerste rapportage voor eind december 2023 was er sprake van een cumulatie van 11.106,2 MWp. Dat is inmiddels gearriveerd op een veel hoger niveau, 12.648,9 MWp, een verschil van 1.543 MWp / 13,9%. Het is goed om deze flink opgelopen verschillen voor reeds "lang" verstreken jaren op het netvlies te blijven houden, want dit gaat natuurlijk ook geschieden met de cijfers voor 2024-2025. Als die tenminste een beetje "gesetteld" raken, want zelfs voor 2024 is dat nog volstrekt onduidelijk. Huidige status updates geven altijd een zeer voorlopige stand van zaken weer, en bevatten, zeker in het geval van 2024, ook nog eens zeer forse data fouten met onbegrijpelijke uitkomsten. De cijfers kunnen dan ook nog flink gaan wijzigen in latere rapportages.
Groei 2023 t.o.v. 2022 volume, nieuw jaargroei record houder bouwt positie verder uit
Met de huidige cijfers van de jaar volumes, is de voorlopige groei in het hele kalenderjaar 2023 2.809,9 MWp geweest. Dat geeft, in grote tegenstelling tot eerdere maandrapportages door Polder PV (in december 2023 rapportage nog slechts een jaar-aanwas van 1.298 MWp!), inmiddels een forse marktgroei t.o.v. de jaarlijkse aanwas in 2022, zelfs al weten we dat alle cijfers nog steeds regelmatig kunnen worden bijgesteld. In dezelfde periode in 2022 was het inmiddels geconsolideerde groei volume namelijk 1.991,6 MWp. De toename in 2023 is tot nog toe dus alweer ruim 41% hóger dan het nu bekende nieuwe volume in 2022 (in de update van december 2023 was het nog 34% láger!). Bij de aantallen nieuwe projecten was juist een zeer hoge netto negatieve groei vast te stellen uit de huidige cijfers (minus 45%). Deze combinatie is op zijn zachtst gezegd, "hoogst curieus", als je niet beter zou weten hoe deze cijfers tot stand komen. Want dat laatste heeft vooral te maken met een forse uitstroom van oudere projecten, die al een tijdje bij VertiCer de nieuwe instroom overvleugelt.
In ieder geval kan óók geconstateerd worden, dat 2023 al een tijdje onbetwist kampioen is geworden, en het nieuwe jaargroei record heeft, tot en met dat jaar. Het is voormalig kampioen 2020 (voorlopig laatst bekend groeicijfer: 2.436,9 MWp) inmiddels met een volume van bijna 373 MWp voorbijgestreefd, pending latere updates, waarvoor hoogstens kleine wijzigingen worden verwacht.
In de groene curve is de uit voorgaande parameters berekende systeemgemiddelde capaciteit voor de gehele, overgebleven gecertificeerde populatie PV-projecten bij VertiCer, in kWp (referentie linker Y-as) weergegeven. Dit blijft door de bank genomen almaar toenemen, en is sedert eind 2022 verder gegroeid, van 289 naar 357 kWp, eind 2023. In januari - februari 2024 nam dit flink toe, naar 394 resp. 398 kWp. Eind april nam dit echt weer stevig af, vanwege de toen doorgevoerde, forse neerwaartse capaciteits-bijstelling, en eindigde voorlopig op ruim 365 kWp gemiddeld. Vanaf mei steeg het weer naar 396 kWp in juli 2024. Ook dit niveau kan bij latere data bijstellingen weer wijzigen, zowel in negatieve, als in positieve zin.
Links in de grafiek vindt u ook de meest recent bekende EOY cijfers voor 2021 weergegeven. Die zijn net als in de vorige updates stabiel gebleven, inmiddels 31.438 projecten, respectievelijk, 7.847,3 MWp. Deze data zijn belangrijk voor de vaststelling van de aangepaste jaargroei cijfers voor 2022, zie paragraaf 3d. Het ziet er niet naar uit dat er nog substantiële wijzigingen in die eindejaars-cijfers zullen komen, op zijn hoogst nog marginale aanpassingen.
... (gigantische) anomalie in augustus - september rapportages inmiddels, in 2 grote stappen, in publiek toegankelijke data hersteld; meest recente cijfers & nieuwe anomalie december 2024
In augustus 2024 werd helaas weer een ronduit verbijsterend cijfer gemeld door VertiCer, wat met geen mogelijkheid verklaard kon worden, en wat als het grootste data incident in de lange historie (incl. rechtsvoorganger CertiQ) beschouwd kan worden in de solar statistieken. Hierover is uitvoerig gerapporteerd in een vorige maand update, en is vervolgens commentaar van VertiCer weergegeven in het intermezzo in deel II van die analyse. Met inmiddels alweer verder opgehoogde, en dus nog steeds ongeloofwaardige cijfers volgens de VertiCer tabel, een ongelofelijk volume van 18.799 MWp, wat een onwaarschijnlijke maandgroei van bijna 4,3 GWp in augustus zou geven. Uit de reactie van VertiCer op vragen van Polder PV hier over blijkt, dat de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en accuraatheid van de aangeleverde cijfers bij de netbeheerders ligt, en moeten we dus helaas vaststellen, dat er géén (effectieve) uitgangscontrole bij de netbeheerders is voor deze zeer belangrijke data. En dat, bovendien, een lang geleden aan Polder PV beloofde ingangscontrole bij VertiCer moet ontbreken, anders had deze enorme anomalie al snel opgemerkt geweest. Niets van dit alles, (enorm) foute ingaves van netbeheerders blijven dus nog altijd "ongeschonden" de publiek toegankelijke data van VertiCer in ernstige mate vervuilen. En van de daaruit volgende statistieken een puinhoop genereren.
In het september 2024 rapport was deze enorme anomalie helaas nog niet hersteld (met inmiddels weer bijgestelde gegevens nu 18.781 MWp). Vanwege deze onmogelijke waarden, heb ik destijds beide kolommen doorzichtig gemaakt en met een rood kader weergegeven. Kennelijk ook door aandrang van collegae bij Solar Magazine, is echter in de oktober rapportage eindelijk een eerste flinke correctie doorgevoerd. Begin november wordt nu nog "maar" een volume van 16.576 MWp in accumulatie gerapporteerd, maar ik vond het niveau in de vorige rapportages nog steeds "verdacht hoog". Het is dan ook niet verbazingwekkend, dat begin december de accumulatie verder neerwaarts werd bijgesteld, naar, inmiddels, nog maar 14.648 MWp, wat een "logisch volume" lijkt. Het ligt inmiddels 138 MWp boven het volume, eind juli 2024. Vermoedelijk is er tussentijds een tweede forse wijziging geweest, en was het volume ook voor eind oktober nog veel te hoog. Vandaar dat ik drie kolommen, met waarschijnlijk veel te hoge waarden, rood heb gemarkeerd in de grafiek (augustus tm. oktober). Of die tweede wijziging hetzelfde "project" is geweest wat kennelijk destijds foutief door een netbeheerder is aangemeld, of mogelijk zelfs een tweede (of nog meer) project(en), vertelt het verhaal verder niet. En is slechts voer voor puur giswerk, waar we verder niets mee kunnen, en wat dus een zinloze excercitie is.
De grootste wijzigingen m.b.t. de "augustus anomalie" worden vooral veroorzaakt door flinke neerwaartse bijstellingen voor de grootste project categorie (projecten groter dan 1 MWp), zie ook verderop bij segmentaties in paragraaf 4b).
Nieuwste anomalie: aanwas capaciteit december 2024
De merkwaardige cijfers blijven helaas terugkomen. Eind 2024 zouden we namelijk, na tussentijdse wijzigingen, in de huidige update een voorlopig eind-volume van 16.477 MWp hebben bereikt. Wat eind januari 2025 voorlopig zelfs op een onwaarschijnlijk niveau van bijna 17,4 GWp terechtkomt, en daarna weer stapsgewijs neerwaarts wordt bijgesteld, met tussentijdse verhogingen. Vreemde wijzigingen en accumulatie cijfers blijven dus, helaas, terugkeren in de cijfers van deze TenneT/Gasunie dochter. Het is zeer lastig om hier het hoofd koel bij te houden, en om "logische trends" in de continu wijzigende cijfers te ontdekken.
Als gevolg van de veel te hoge capaciteiten in augustus tm. oktober, en de wél "logische" aantallen netto overgebleven geregistreerde projecten in die maanden, is de daar uit berekende systeemgemiddelde capaciteit natuurlijk ook véél te hoog (groene curve, incorrecte volumes van 513 resp. 453 kWp gemiddeld per project weergevend in die maanden). In november 2024 zijn we eindelijk weer teruggekeerd naar "enigszins normale" verhoudingen. Het project gemiddelde kwam toen op een "geloofwaardig" niveau van 401 kWp. Vanaf december 2024 lijkt, ondanks de zeer forse bijstelling voor die maand, voor het project gemiddelde de normale routine weer een paar maanden te zijn teruggekeerd, met aan het eind van die maand een netto project gemiddelde capaciteit van 452 kWp. Eind januari 2025 steeg het naar 477 kWp, viel eind februari terug, nam weer toe tm. eind april (452 kWp), om, in juli 2025 weer flink terug te vallen, en na continu, licht toenemende volumes in de volgende maand updates, eind dedember voorlopig te eindigen op een duidelijk lager niveau, 421 kWp.
Dat gemiddelde staat wel steeds duidelijker onder invloed van de fors lagere aantallen netto geregistreerde projecten. Hoe meer (kleine) installaties uitgeschreven zullen worden, hoe hoger de te verwachten gemiddelde capaciteit van de overgebleven populatie zal worden. Zeker in combinatie met de blijvende schaalvergroting bij nieuwe, de databank van VertiCer instromende projecten, zal dat het gemiddelde op termijn vermoedelijk weer omhoog gaan drijven.
Afnemende capaciteit in VertiCer databank?
De laatste 6 maandrapportages laten duidelijk minder grote capaciteits-cijfers zien dan in de voorgaande maanden. Dit kan natuurlijk gerelateerd zijn aan de al langer zichtbare, zeer duidelijke trend van de netto afnemende aantallen registraties bij VertiCer, waarmee uiteraard ook, de facto, capaciteit uitgeschreven wordt. Omdat er veel problemen zijn met de actuele capaciteits-cijfers, is hier echter nog niets met zekerheid over te zeggen. Pas als er gedurende langere tijd duidelijk lagere capaciteiten resteren, kunnen we (ook) voor het bij VertiCer overgebleven, netto geregistreerde vermogen spreken over een neerwaartse trend.
** Beter: "het netto overblijvende nieuwe volume, wat het verschil is tussen de (niet qua volume geopenbaarde) uitschrijvingen en de volumes aan nieuwe inschrijvingen".
2b. Evolutie van drie basis parameters gecertificeerde PV-installaties VertiCer EOY 2009 - 2025
Ik geef hieronder de volledig gereviseerde grafiek met de evolutie van de eindejaars-accumulaties weer. Hierbij is gebruik gemaakt van een separaat verschenen historische update (24 augustus 2024), van de oudere jaargangen, destijds gepubliceerd in CertiQ rapportages, waarin alleen zeer marginale wijzigingen zijn te vinden, en die dus nauwelijks effect hebben gehad op de hoogte van de kolommen. En waarbij de nu bekende, inmiddels deels weer gewijzigde cijfers in het november 2025 rapport van VertiCer, voor de jaren 2021 tm. 2024, en, voor het eerst sinds de update van augustus, ook voor de groei in de eerste 11 maanden van 2025, zijn opgenomen. De cijfers voor 2023 en later zijn uiteraard nog zeer voorlopig en kunnen nog behoorlijk gaan wijzigen in komende updates (gearceerde kolommen). Het capaciteits-cijfer voor 2024 heeft inmiddels een veel realistischer niveau bereikt in vergelijking met de evident foutieve waardes in de augustus-oktober rapportages in dat jaar, vandaar dat ik de laatste kolom voor de capaciteit, weliswaar gearceerd (zeer voorlopige cijfers), weer in normale kleurstelling heb weergegeven. Echter, vanwege de onwaarschijnlijke hoge actuele opgave voor eind december, zal in ieder geval voor de capaciteit, het huidige cijfer drastisch neerwaarts aangepast gaan worden. De data voor 2025 zijn met open kolommen resp. cirkel weergegeven, omdat ze (a) nog onvolledig zijn, en (b) ze nog fors bijgesteld zullen gaan worden.

De tweede grafiek in deze sectie geeft niet de maandelijkse progressie (paragraaf 2a), maar de evolutie van de eindejaars-accumulaties van 2009 tm. 2024, en, achteraan, het nu "volledig" weergegeven jaar 2025 weer, met alle ondertussen weer gewijzigde data in de huidige VertiCer update. De opbouw van de grafiek is vergelijkbaar met die voor de laatste maand-cijfers, maar om alle data in 1 grafiek te krijgen zonder extreme verschillen, is de Y-as voor alle drie de parameters hier logarithmisch gekozen. Het aantal installaties is fors toegenomen, van 3.767 exemplaren, eind 2009, naar 34.030, eind 2022, resulterend in een Compound Annual Growth Rate (CAGR) van gemiddeld 18,4% per jaar in 2009-2022. Eind december 2023 staat de teller alweer op 35.458 projecten; de CAGR voor de periode 2009-2023 heeft, met de nog voorlopige data voor met name 2023, een gemiddelde van 17,4% per jaar.
Bij de capaciteits-ontwikkeling is het echter nog veel harder gegaan. Deze nam toe van 18,7 MWp, eind 2009, tot alweer 9.838,9 MWp, eind 2022. Resulterend in een byzonder hoge CAGR, van gemiddeld 61,9% per jaar (!). Wel begint er, voorstelbaar, na zo'n langdurige, spectaculaire groei periode, een afvlakking zichtbaar te worden in de expansie. Wat veel te maken heeft met overal optredende problemen met beschikbare netcapaciteit, gestegen project kosten, forse competitie met andere CO2 besparende opties binnen de nieuwste SDE regelingen, diverse verzwarende omstandigheden voor planning en realisatie van nieuwe projecten (verzekeringen, participatie trajecten, eisen m.b.t. aansluiting en ecologie), beschikbaar personeel, etc. Eind december 2023 is de capaciteit fors doorgegroeid naar een voorlopig volume van 12.648,9 MWp, resulterend in een voorlopige CAGR van gemiddeld 59,3% per jaar, in de periode 2009-2023. Hierbij moet ook worden vermeld, dat het eindejaars-cijfer voor 2023 fors is bijgesteld in eerdere updates van VertiCer. Vermoedelijk is er toen veel capaciteit bijgeschreven na de nodige vertragingen in de administratieve verwerking ervan.
Historische bijstellingen
Dat de cijfers in de databank behoorlijk worden bijgesteld, bezien over een langere periode, laten de nu actuele eindejaars-cijfers voor 2021 weer goed zien. Die zijn al langere tijd vrijwel ongewijzigd, namelijk 31.438 installaties, en een verzamelde capaciteit van 7.847,3 MWp. In het "klassieke" maandrapport voor (eind) december 2021, alsmede in het gelijktijdig verschenen eerste jaaroverzicht, waren die volumes nog maar 30.549 installaties, resp. 7.417,8 MWp. In de laatste cijfer updates zijn de verschillen t.o.v. de oorspronkelijke, "klassieke" maandrapport opgaves van, destijds, CertiQ, derhalve, opgelopen tot 2,9% (aantallen), resp. bijna 5,8% (capaciteit). Uiteraard hebben deze continu voorkomende bijstellingen ook gevolgen voor de uit de EOY cijfers te berekenen jaargroei volumes (YOY).
Uit voorgaande twee parameters werd door Polder PV weer de gemiddelde systeem-capaciteit aan het eind van elk kalenderjaar berekend (groene curve in bovenstaande grafiek). Ook deze nam spectaculair toe, van slechts 5,0 kWp, eind 2009 (bijna uitsluitend kleinere residentiële installaties), tot alweer 356,7 kWp, eind 2023 (bestand VertiCer inmiddels gedomineerd door duizenden middelgrote tot zeer grote projecten incl. zonneparken). Een factor 72 maal zo groot, in 14 jaar tijd. Wat de enorme schaalvergroting in de projecten sector goed weergeeft.
2024
Rechts in de grafiek zijn ook de, nog premature, cijfers voor eind december 2024 getoond, met een waarschijnlijk "logisch", doch beslist nog niet definitief aantal van, resterend, 36.466 installaties. Inmiddels resulterend in een voorlopige netto toename van 1.008 projecten in een jaar tijd (in een vorige update was dat nog een netto verlies van 221 projecten) sedert eind 2023. En met een bijgesteld, maar, op basis van andere marktcijfers, zeer waarschijnlijk véél te hoog volume van 16.477 MWp (NB: in een vorige update nog "slechts" 14.929 MWp!) voor de capaciteit, waaraan sowieso al flinke correcties zijn voorafgegaan, na de al eerder gememoreerde "augustus anomalie". Dit resulteert voorlopig in een systeemgemiddelde capaciteit van 452 kWp, beduidend hoger dan de 357 kWp eind 2023.
Voor de nog zeer voorlopige, en aantoonbaar foutieve eindstand van 2024 zou de CAGR over de periode 2009-2024 inmiddels in een nog steeds respectabele gemiddelde toename van 16,3% per jaar voor de aantallen projecten. Een percentage, wat echter onder druk komt te staan door de netto uitstroom verliezen bij VertiCer. Voor de capaciteit komt de CAGR in de periode 2009-2024 inmiddels uit op een gemiddelde groei van 57,1%/jaar. Een percentage wat waarschijnlijk neerwaarts bijgesteld zal moeten worden, gezien de reeds vastgestelde, nog niet herstelde "december 2024 anomalie".
Sowieso zal er voor kalenderjaar 2024 nog veel volume bijgeschreven en gewijzigd gaan worden in de vervolg rapportages in het nieuwe jaar. En ook de data voor de eerste maanden van 2024 zullen daarbij nog flink worden bijgesteld.
De eerste, alweer gewijzigde resultaten voor januari tm. december 2025 heb ik achteraan in open kolommen weergegeven. Het netto aantal overgebleven projecten zou begin januari 2026, met 35.115 exemplaren, nog steeds ónder het niveau van eind 2023 zijn gebleven (35.458). Bij de capaciteit, 14.778 MWp, ligt het echter al flink bóven het eindejaarsvolume van 2023. Het systeemgemiddelde vermogen zou zijn gedaald naar 421 kWp, maar omdat die berekende waarde van 2 input cijfers afhankelijk is, die nog in beide richtingen kunnen wijzigen, zegt dat nog niet zoveel.
Waar dat alles zal "eindigen", inclusief nog te verwachten andere correcties, is nog een niet te beantwoorden vraag. Er komen in ieder geval nog flink wat aanvullingen en wijzigingen aan voor zowel 2024 als 2025 aan. Veel vragen kunnen nog niet worden beantwoord op basis van deze vaak grillig verlopende cijfers. Nederland is immers Duitsland niet, waar álle solar statistieken actueel, en grondig worden bijgehouden, geregeld bij Wet.
3. Maandelijkse, kwartaal-, half-jaar- en jaarlijkse toenames aantallen en capaciteiten bij VertiCer
3a. Maandelijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer augustus 2021 - december 2025

Ook al moet ook bij deze grafiek de blijvende waarschuwing, dat de cijfers nog lang niet zijn uitgekristalliseerd, en we nog de nodige bijstellingen kunnen verwachten, de trend bij de nieuwe (netto) aantallen projecten door VertiCer, en rechtsvoorganger CertiQ, geregistreerd van maand tot maand, laten, ook in de huidige versie van december 2025, een zeer duidelijke afkoeling van de PV-projectenmarkt zien sedert de zomer van 2021. Dit heeft deels te maken met het feit, dat er netto bezien, per maand, steeds meer (oudere) projecten uitstromen bij VertiCer, dan er nieuw worden gerapporteerd en opgenomen in de databank.
In de grafiek is tevens met Excel een voortschrijdend gemiddelde trendlijn (gestippeld) berekend, met een periode van een jaar (12 maanden), die de neerwaartse trend goed weergeeft.
Werden er in januari 2022 nog netto 385 nieuwe gecertificeerde PV-projecten bijgeschreven, is dat in de rest van het jaar al zeer duidelijk minder geworden, en vanaf augustus dat jaar zelfs zeer sterk "afgekoeld". Met wat ups en downs, is het laagste volume in dat jaar voorlopig bereikt in november 2022, met 107 (netto) nieuwe installaties. Daarna veerde het weer even op, daalde stapsgewijs, leidde tijdelijk tot een inmiddels licht positieve groei van netto 25 nieuwe projecten in augustus 2023 en verdere positieve groei in september tm. december. In 2024 zijn de aanwas cijfers per maand tm. juli in de update van maart 2025 voor het eerst netto, in de eerste updates ook vaak negatief, al in de plus geraakt, al liggen ze op een zeer "bescheiden" niveau. De aanwas cijfers voor de resterende maanden in 2024, en de eerste voor 2025, zijn nu nog negatief, maar wel weer minder sterk dan in de vorige update. Januari tm. december 2025 startten met de eerste waarde ook flink onder de nullijn, met, inmiddels weer gewijzigd, netto minus 8, -35, -30, -55, -65, -114, -166, -167, -154, -189, -152, resp. -216 projecten. Ook dat kan / zal waarschijnlijk in latere updates omslaan in positieve, doch relatief lage groei.
Eerder getoonde negatieve groeicijfers voor 2023 zijn inmiddels, zoals gebruikelijk, omgezet in positieve aanwas, a.g.v. de voortdurend wijzigende historische cijfers in de VertiCer bestanden. In de huidige, december 2025, update zijn in totaal voor 22 maanden de waarden inmiddels weer aangepast sinds het exemplaar tm. november. De oudste wijziging was voor januari 2024 (netto 15 projecten toegevoegd). Ook alle recentere maanden, behalve april 2024, hebben gewijzigde cijfers gekregen sedert de vorige update. Het volume voor de maanden januari tm. november 2025 is ook gewijzigd (minder negatieve groeicijfers), december is, met een nu nog flink negatief groeicijfer, achteraan toegevoegd.
Al zullen de meeste maandwaarden in positieve zin ombuigen in latere updates, zoals in het recente verleden is geschied, de trend is bij de aantallen onmiskenbaar: er worden, netto bezien, nog maar relatief weinig netgekoppelde projecten bijgeschreven bij VertiCer, per maand. Dit is goed te zien in de aan de grafiek toegevoegde trendlijn met het voorschrijdend gemiddelde. Een van de belangrijkste redenen zal zijn, dat er een toenemend aantal uitschrijvingen uit de databank van de TenneT / Gasunie dochter is begonnen, die de instroom (tijdelijk) afremt of zelfs overvleugelt. Waarschijnlijk is de oorzaak de beginnende uitval van de oudste onder SDE 2008 tm. 2010 gesubsidieerde kleine projectjes, die immers 15 jaar subsidie konden genieten. Voor de kleinste, residentiële installaties moet die uitschrijving wel actief geschieden, anders blijven ze in het VertiCer bestand aanwezig. Eenzelfde lot gaat in 2026 de overgebleven beschikkingen uit de SDE 2011 overkomen. We moeten gaan zien hoe het verloop bij de aantallen zich ontwikkelt, nu de subsidie termijn voor de eerste projecten reeds is verstreken, of aan het aflopen is. Uiteraard betekent uitschrijving uit de VertiCer databank verder beslist niet dat de betreffende projecten fysiek zijn, of worden verwijderd. Ze kunnen nog vele jaren lang met een aardig rendement worden ge-exploiteerd door de eigenaren, zonder SDE-gerelateerde inkomsten, gezien de fysieke levensduur van ver over de 25 jaar van de PV generatoren. Hier is byzonder weinig zicht op, cijfers over het al of niet verder exploiteren van deze oudere projecten ontbreken in het geheel in statistiek moeras Nederland, en officiële, harde statistieken rond formeel "afgevoerde" installaties, zijn non-existent (behalve bij Polder PV, althans, voor de afgevoerde grotere projecten die hij gaande het gecontinueerde onderzoek tegenkomt).
Een vergelijkbare grafiek als voor de aantallen (vorige exemplaar), maar ditmaal de ermee gepaard gaande netto maandelijkse toename (of tijdelijke, soms zelfs dramatische afname) van de capaciteit van gecertificeerde PV-projecten, in MWp. In een vorige update is de Y-as fors aangepast, al vallen er nog steeds extremen buiten de nieuwe grenzen. En ook ditmaal is een trendlijn met het voortschrijdend gemiddelde (periode 12 maanden), als een rode stippellijn, toegevoegd.
De evolutie laat een nogal afwijkend, zo u wilt, zeer chaotisch beeld t.o.v. dat bij de aantallen zien, met sterk fluctuerende verschillen tussen de maanden onderling. Ik heb dit exemplaar dan ook al langere tijd als koosnaampje de "chaosgrafiek" toebedeeld.
Ook deze vaak al flink aangepaste maand waardes kunnen uiteraard naderhand nog worden bijgesteld. Als voorbeeld: de "netto negatieve groei" in september 2022, al gesignaleerd in het januari 2023 rapport, is uiteindelijk in latere updates in ieder geval omgeslagen in "normale, positieve groei", van, inmiddels, 74,1 MWp. Door de extreem wisselende trend van de maandelijkse aanwas cijfers, is zelfs de trendlijn zeer grillig, en wordt deze ook in bovenmatige zin ernstig verstoord door de augustus 2024 anomalie, en de sterk negatieve "bijstelling" in juli 2025.
Bizarre nieuwe pieken voor eerste maand in jaren 2023 en 2024
Zoals al bij de eerst-rapportage gemeld (jan. 2024 rapport), is er een exceptioneel verschijnsel zichtbaar voor de maand januari 2023. Die maand had al lang de hoogste piekwaarde ooit meegekregen, en is in veel latere maandrapportages continu bijgeplust, tot het in het december 2023 rapport een al zeer hoog volume bereikte van 433 MWp. In het "klassieke" CertiQ december rapport van 2022 was nog een zeer hoge november piek zichtbaar bij de capaciteit. Het lijkt er op, dat een groot volume daarvan naar het begin van het nieuwe jaar is geschoven (de vermoedelijke feitelijke datum van netkoppeling). Ook in januari 2022 zagen we eerder al een "nieuw-jaars-piek", maar die is duidelijk kleiner, inmiddels neerkomend op 307 MWp nieuw volume (ongewijzigd in de laatste updates).
In de rapportage van januari 2024 is dat al hoge volume opeens extreem opgehoogd naar 770 MWp, en is dat momenteel aanbeland, bij ruim 804 MWp in de huidige december 2025 update.
Tweede en derde groei piek & "negatieve pieken"
En dat is nog niet alles, want hetzelfde is geschied met het nieuwe volume voor januari 2024. Dat was in de update voor die maand nog een negatieve groei van -84,6 MWp. In de februari 2024 rapportage sloeg dat in een keer om in een "record positieve aanwas" van 973 MWp, wat inmiddels in de huidige update nog verder is opgehoogd, naar alweer ruim 1.469 MWp (buiten de huidige Y-as vallend). Een onwaarschijnlijk hoog volume waar Polder PV, net als bij de vorige piek voor januari 2023, geen plausibele verklaring voor heeft. Ik heb in een eerste rood omkaderd venster aangegeven dat het bij beide maandgroei pieken om "uitzonderlijke", vooralsnog onverklaarbare volumes gaat.
Voor februari 2023 was er aanvankelijk een magere positieve groei van 28,1 MWp positief. Deze sloeg echter in de maart rapportage in dat jaar om in een enorme negatieve bijstelling van 316 MWp negatief (!), bij een netto aanwas van 65 nieuwe projecten. In de april 2023 update was er een marginale opwaartse correctie naar -312 MWp. In de rapportages voor mei 2023 tm. december 2025 is de negatieve "groei" verder fors geslonken naar minus 202 MWp.
In een vorige rapportage (maart 2024) heeft dit proces zich herhaald, voor het eerste groeicijfer voor die maand. Terwijl de groei in februari 2024 evolueerde van een "bescheiden" negatieve 11,7 MWp naar een inmiddels "normale" positieve 181 MWp, kwam maart opeens met een record negatief groei volume van -1.141 MWp (!). Dat is in de huidige, december 2025 update, weliswaar verminderd, maar is nog steeds sterk negatief (-934 MWp). Ook deze extreme netto negatieve groei is zeer slecht verklaarbaar. Of het moet een verder niet door VertiCer toegelichte "correctie" betreffen van het veel te hoge volume in januari dat jaar.
Het eerste beschikbare "groei" cijfer voor april 2024 was ook negatief, maar niet zo extreem als in de voorgaande maand, -219 MWp. Dit is inmiddels weer minder sterk negatief geworden, in het december 2025 rapport neerkomend op een negatieve aanwas van -118 MWp. De verwachting is dat dit volume nog opwaarts aangepast zal gaan worden.
Mei 2024 verraste weer in twee opzichten. Ten eerste, was het eerst gepubliceerde aanwas volume meteen al fors positief was, netto 198 MWp, wat tot de oktober update langzaam doorgroeide naar 208 MWp. In de november 2024 update, echter, is er een enorm volume bijgeplust, en zou de netto aanwas inmiddels zelfs neerkomen op 945 MWp, op een 4,5-voudig niveau t.o.v. de oktober update. Ook dit is weer een raadselachtige wijziging, zonder plausibele verklaring.
Juni en juli 2024 begonnen weer op een negatief niveau, maar hebben inmiddels ook positieve aanwas cijfers (beiden ruim 159 MWp).
Zoals al vaker gemeld, kunnen de redenen voor zulke, soms aanzienlijke bijstellingen, en, meestal tijdelijk, zelfs fors negatieve, of positieve netto groei cijfers, zeer divers zijn, zoals destijds gerapporteerd door CertiQ na vragen van Polder PV daar over (artikel 16 januari 2023). Mogelijk zijn er, daar bovenop, deels forse correcties doorgevoerd van foutieve opgaves, al zullen we nooit weten wat precies de oorzaken zijn geweest van deze, hoge impact hebbende, merkwaardige data updates.
Augustus anomalie met gigantische impact - waarschijnlijk in twee stappen hersteld
De eerder al meermalen vermelde, grote anomalie in het augustus 2024 rapport van VertiCer heeft natuurlijk een enorme impact bij de afgeleide maandgroei cijfers. Volgens de huidige data, in het december 2025 rapport, zou namelijk in augustus een groei opgetreden zijn van 4.289 MWp. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, een volslagen onmogelijk groeicijfer en moet op een zeer ernstige fout bij VertiCer en/of (een) data aanleverende netbeheerder(s) berusten†. Deze enorme fout is zichtbaar gebleven in de september- en oktober 2024 updates. Kennelijk is of zijn de fout(en) in twee stappen hersteld, in de oktober update ging er zeer veel volume van af, en ook in de update van november is er weer een substantieel volume verwijderd, waardoor de accumulatie op een "meer normaal" niveau is gekomen. U vindt die aanzienlijke bijstellingen onder de betreffende maand aanwas cijfers, als negatieve volumes van -2.205 resp. -1.928 MWp. Maar het aanwas volume voor augustus staat nog steeds op de onwaarschijnlijk hoge omvang, de betreffende kolom is dan ook doorzichtig gemaakt en rood omlijnd, met een extra commentaar venstertje.
† Het beknopte antwoord van VertiCer, met vérstrekkende consequenties voor de betrouwbaarheid van hun (actuele) statistieken, is besproken in een apart intermezzo in het vervolg artikel van een vorige analyse, door Polder PV.
Na augustus blijvend verrassingen
September 2024 begon met minus 86 MWp, wat inmiddels minder negatief is geworden, -18,2 MWp. De verwachting is, dat dit in komende updates opwaarts zal worden aangepast, en mogelijk zelfs positief zal gaan worden, zoals in de "normale historie" van de VertiCer records.
December 2024 verraste weer in positieve zin, met een direct al hoog "start" volume wat in de april 2025 update nog neerkwam op 486 MWp. In de mei 2025 update is dat echter plotsklaps ruim ver-drie-voudigd, en komt inmiddels, in de december 2025 rapportage, op een zeer onwaarschijnlijk hoge aanwas van ruim 1.829 MWp. Een vrijwel onmogelijk nieuw volume in een maand tijd, in tijden van structurele netcongestie.
2025
Januari 2025 zat van meet af aan al hoog in de boom, en zit momenteel al ruim 897 MWp in de plus.
Daarna kwam in februari 2025 met een grote verrassing: het inmiddels weer marginaal bijgestelde volume voor die maand is wederom zeer sterk negatief, een netto groei van -1.595 MWp. Inmiddels kijkt Polder PV nergens meer van op, en moeten we dergelijke extreme wisselingen in de maandgroei cijfers bij VertiCer dus gewoon "voor lief" gaan nemen. Gelukkig is het eerste maandgroei cijfer voor maart niet al te schokkend, na de eerste entry (-18,5 MWp), is deze recent op een, geringe, positieve groei van, inmiddels, 92,5 MWp beland. April 2025 begon meteen sterk positief, en vertoont inmiddels een groei van 560 MWp. Mei en juni 2025 begonnen beiden weer negatief, met in de huidige update een netto aanwas van -160 resp. 1,6 MWp. In de vorige update was het volume voor juni nog 2 MWp negatief, dus die maand heeft inmiddels ook (lichte) netto groei laten zien. Juli verraste weer, met een start volume van 1.422 MWp in de min, inmiddels minder sterk negatief, -1.354 MWp. Mogelijk zit hier al een correctie voor eerdere, veel te hoog opgegeven (positieve) volumes in verwerkt (?). Ook augustus tm. oktober 2025 startten aan de onderzijde van de X-as, met (inmiddels) minus 69,9, -56,4, resp. -21,8 MWp. November begon meteen positief, met inmiddels een netto aanwas van 41,1 MWp. December startte weer onder de X-as, met -33,9 MWp.
Zeer forse wijzigingen in VertiCer data
In het tabelletje hier onder heb ik, voor 2023 tm. 2025, de wijzigingen tussen de oorspronkelijk gepubliceerde groeicijfers per maand en de huidige, meest recent bekende weergegeven. Waar duidelijk de, soms zeer forse, continue veranderingen uit blijken die in het VertiCer dossier worden doorgevoerd, in de loop van de tijd. Achteraan cursief weergegeven = wijziging sedert de update van november 2025. Voor 2023 zijn ditmaal geen wijzigingen doorgevoerd, vanaf januari 2024 is het volume voor alle maanden, behalve voor mei en augustus 2024, sedert de vorige update herzien.
In de huidige update zijn voor in totaal 21 maanden de nieuwe capaciteit volumes inmiddels weer, allemaal opwaarts, aangepast sinds het exemplaar tm. november 2025, voor 10 maanden in 2024, en voor januari tm. november 2025. De augustus 2024 opgave is en blijft onmogelijk, en berust op (een) enorme blunder(s) bij de data verstrekkende netbeheerder(s). De negatieve groei in september van dat jaar is al wat minder geworden. Oktober en november beginnen met de grootste netto negatieve groei cijfers ooit gedocumenteerd, ook al zijn ze later wat bijgesteld, en zijn vermoedelijk forse correcties voor de evident foute opgave in het augustus rapport. Ook het nieuwe, hoge volume van ruim 1,8 GWp voor december 2024 is zeer waarschijnlijk incorrect. Althans: kan nooit de marktgroei in die maand weergeven. Januari 2025 startte verrassend met een netto hoog positief volume, februari van het nieuwe jaar echter weer, "extreem negatief". Maart 2025 startte met een relatief lage negatieve groei, wat inmiddels is omgeslagen in bescheiden positieve aanwas. April 2025 begon weer met een hoge positieve aanwas, mei en juni juist met een flinke negatieve groei. Het startvolume voor juli 2025 is weer bizar hoog in negatieve zin, een netto negatieve groei van -1,35 GWp, en ook augustus tm. oktober en december begonnen met flink negatieve volumes. Positieve uitzondering daar weer op is november, wat met een licht positieve groei startte.
Bij de jaargroei volumes komen we inmiddels op een groei uit van bijna 1.992 MWp voor 2022. Voor 2023 was de groei in een recente update nog maar 1.298 MWp (en daarmee fors lager dan 2022), maar mede door de bizarre toename in januari, en de daar op volgende extra wijzigingen, is de jaargroei voor 2023 inmiddels stevig bijgesteld, naar een record jaarvolume van momenteel bijna 2.810 MWp. Wat inmiddels 41,1% hóger is, dan in 2022. Bij de aantallen was er een groot negatief verschil, 44,9% minder netto nieuwe projecten in 2023 (1.428), dan de 2.592 exemplaren in 2022.
De meest waarschijnlijke oorzaak van de verschillen tussen de aantallen en capaciteiten in deze 2 jaren, is de flinke terugval in aanwas cijfers bij de aantallen, grotendeels veroorzaakt wordt door wegval van (SDE gesubsidieerde) kleine installaties, en dat alleen nog maar grote(re), inclusief nieuw toegevoegde, projecten overblijven, die een zwaar stempel op de nieuwe, en de geaccumuleerde capaciteit zijn gaan zetten.
2024 komt, vooral door de zeer hoge aanpassing voor december, en de daar op volgende wijzigingen, momenteel op een volstrekt onwaarschijnlijk jaargroei volume uit van bijna 3.829 MWp, wat zelfs ruim 36% hoger zou zijn dan het recordjaar 2023. Dit is de facto onmogelijk, ook vanwege recent aangepaste CBS cijfers voor dat jaar. En zal vermoedelijk flink aangepast gaan worden in komende updates. Een "nieuwe anomalie" lijkt alweer haar intrede te hebben gedaan, in de solar cijfers van de VertiCer databank.
3b. Kwartaal groeicijfers QIV 2021 - QIV 2025
In een eerdere update heb ik de kwartaal cijfers weer van stal gehaald en in grafiek weergegeven tm. de toen net "volledig", geworden cijfers voor de kwartalen QIV 2021 tot en met QI 2023. In het huidige exemplaar heb ik de soms weer licht gewijzigde data gebruikt, en nog lang niet definitief vastgestelde, ook aangepaste resultaten voor QII 2023 tot het eerste resultaat voor QIV 2025 rechts toegevoegd, inclusief de eerste data voor december. Met name de volumes van de meest recente kwartalen zullen nog flink wijzigen, gezien de continue wijzigingen in door Polder PV bijgehouden data historie van VertiCer en haar rechts-voorganger CertiQ. De grote anomalie voor de capaciteit in augustus 2024 heeft ook hier een enorme impact, en is dan ook wederom in een aparte kleurstelling in de betreffende kolom weergegeven ("kan niet" / geeft absoluut niet de feitelijke marktontwikkeling weer).

Ook voor deze grafiek is de Y-as aangepast, en zijn voor zowel de aantallen (blauwe stippellijn) als voor de capaciteit (rode stippellijn) trendcurves voor de voortschrijdende gemiddeldes ingetekend. Deze hebben ook een periode van 1 jaar (4 kwartalen).
Wederom met bovengenoemde disclaimer in het achterhoofd, waardoor de verhoudingen tussen kwartalen onderling dus ook nog lang niet vaststaan (deze zijn sowieso al aanzienlijk gewijzigd in recente updates), lijkt een conclusie wel al duidelijk getrokken te kunnen worden: Met name de aantallen netto nieuw geregistreerde PV projecten per kwartaal, zijn sinds het laatste kwartaal van 2021 in globale zin stapsgewijs beduidend verminderd. Het aantal nieuwe projecten per kwartaal is afgenomen van, momenteel, 903 exemplaren in QIV 2021, tot nog maar 452, met de nu bekende cijfers, voor QIV 2022, toegenomen naar 596 exemplaren in het eerste kwartaal van 2023, waarna het een bodem bereikte in QIII 2023 (157 netto nieuwe exemplaren). QIV 2023 zit momenteel op een plus van 342 nieuwe projecten. QI 2024 vertoont, mede door de bizarre negatieve groei in maart, en de later komende correcties, inmiddels, na een periode van netto negatieve aanwas, een positieve groei van netto 656 projecten. QII 2024 had in een vorige update nog een netto negatieve groei van 37 projecten, maar dat is in de december 2024 tm. december 2025 updates inmiddels omgeslagen in een netto positieve groei van 444 stuks. Wat ongetwijfeld nog verder bijgesteld zal gaan worden, in positieve zin.
Hetzelfde geldt voor QIII 2024, met in de huidige update een lichte, netto positieve aanwas van 80 projecten, in een vorige update was dit nog een licht negatieve netto groei. Het inmiddels ook weer aangepaste volume voor QIV, is nog steeds flink negatief, -172 projecten. En de resultaten voor QI tm. QIV van 2025 starten ook onder de nullijn, met inmiddels 73, 234, 487, resp. 557 projecten netto negatief. We zullen later zien of voor de laatstgenoemde kwartalen uiteindelijk ook nog een "positief" resultaat gehaald zal worden, al zal dat resultaat dan bescheiden blijven t.o.v. de netto aanwas in die kwartalen in eerdere jaargangen. De trendlijn voor de netto aantallen nieuwe projecten per kwartaal spreekt in ieder geval boekdelen, die is sterk neerwaarts gericht.
Capaciteit wijzigingen per kwartaal
Bij de nieuwe gerapporteerde netto capaciteit is het verhaal compleet anders, wat vooral werd veroorzaakt door de eerder gesignaleerde "excessieve" extra netto groei voor januari 2023 en 2024, en alle tussentijdse, soms bizarre cijfer wisselingen bij die belangrijke parameter.
Het netto volume per kwartaal nam even toe, van, momenteel, 557 MWp in QIV 2021, naar 627 MWp, in QI 2022, maar is daarna ook, gemiddeld genomen, enkele kwartalen minder geworden. Om een voorlopig dieptepunt te bereiken in QIV 2022, met 375 MWp netto nieuw gerapporteerd volume, gebaseerd op de huidige, meest recente cijfers.
En toen kwam de "grote verrassing", QI 2023 telde in een vorige update nog 449 MWp nieuw volume, maar dat is, met name door de zeer hoge toevoeging in januari 2023, en de daar op volgende wijzigingen in de maandrapportages, nu alweer een voorlopig record volume van 944 MWp. Wat nu alweer de helft hoger zou zijn dan de groei in QI in 2022 (627 MWp). Voor de aanwas in QII 2023 geldt momenteel een netto groei van 546 MWp. Het niveau is daarmee, zoals eerder al voorspeld door Polder PV, gestegen, naar 11% boven het volume van 492 MWp in QII 2022. De nog premature aanwas in QIII 2023 is inmiddels 540 MWp in de plus. Zoals was te verwachten, is dat inmiddels 8,7% méér dan het nieuwe netto volume in QIII 2022 (497 MWp). Tot en met de november 2024 update lag dat nog iets lager.
Voor het laatste kwartaal van 2023 is het totale volume, al flink toegenomen in de januari 2024 update, in de versies van mei 2024 tm. december 2025 verder gegroeid, naar momenteel 780 MWp. Dit is al ruim het dubbele volume, t.o.v. de 375 MWp in QIV 2022.
2024
De tweede grote verrassing zien we bij de eerste, nog zeer voorlopige resultaten voor QI 2024. Januari was in een vorige rapportage extreem in positieve zin bijgesteld, maart vertoonde een record negatieve groei, en ook in april was de groei negatief. Met de opvolgende extra bijstellingen, is het voorlopige tussen-resultaat voor het hele kwartaal na even "negatieve aanwas" te hebben gekend, inmiddels op een positieve groei van 716 MWp beland.
Het tweede kwartaal van 2024 gaf de derde verrassing. Het startte met een negatieve aanwas, maar groeide al rap in positieve zin in de vorige updates. Door de enorme toename voor de maand mei (zie capaciteit grafiek voor de wijzigingen van maand tot maand), is dit volume abrupt toegenomen naar, inmiddels een record niveau van 985 MWp groei. Dat is 4,2% hoger dan de groei bij de vorige recordhouder, QI 2023. In een eerdere update lag het niveau voor QII 2024 zelfs nog hoger dan 1 GWp, maar dat is weer wat terug gezakt in de laatste rapportages.Het derde kwartaal van 2024 is, met de extreme anomalie voor augustus, vooralsnog een enigma, waar natuurlijk de hoge negatieve correcties op zijn gevolgd in het laatste kwartaal. De rood gemarkeerde kolom voor dit kwartaal heeft een onverklaarbare en onwaarschijnlijke toename van, momenteel, 4.428 MWp. Goed is te zien, dat de rood gestippelde voortschrijdend gemiddelde trendlijn in ernstige mate wordt "verstoord" door genoemde, extreme, augustus anomalie.
Het vierde kwartaal van 2024 start, met eerder doorgevoerde, zeer forse negatieve correcties, én het bizarre nieuwe voorlopige aanwas volume voor december, met een resulterende "historisch negatieve groei" van maar liefst 2.304 MWp in de min. Als we de nu bekende cijfers voor QIII en QIV middelen, komen we op een gemiddelde groei van 1.062 MWp per kwartaal, wat op een onwaarschijnlijk, erg hoog niveau is komen te liggen. Uiteraard moeten we gaan afwachten wat voor verdere wijzigingen in de latere updates zullen gaan komen, voordat we hier meer klaarheid in kunnen brengen.
2025
Het eerste resultaat voor QI 2025, 605 MWp in de min (negatief volume februari overcompenseerde het positieve volume voor januari, maart had een bescheiden positieve, april een duidelijk hogere groei), is nu ook bekend.
Voor QII 2025 zijn nog slechts voorlopige eerste resultaten, voor april tm. juni, bekend, die een positieve netto groei van totaal 401 MWp laat zien.
QIII 2025, juli tm. september, laat voorlopig weer een zeer sterk negatieve netto groei zien, van 1.481 MWp.
Voor QIV is voorlopig een bescheiden negatieve aanwas van -15 MWp bekend.
Hoe eventuele verdere wijzigingen bij de capaciteit van gecertificeerde projecten zal gaan verlopen blijft gezien bovenstaande, soms extreme wisselingen, elke keer weer spannend.
Voor de evolutie van de gemiddelde systeem omvang (per maand), zie ook de grafiek onder paragraaf 2a.
3c. Halfjaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer 2022-2025 HII
Omdat een tijdje geleden de eerste resultaten voor het 1e half-jaar van 2023 beschikbaar waren gekomen, en alweer gewijzigd, heb ik in een vorige analyse ook weer de half-jaar grafiek van stal gehaald. Die had ik voor het laatst gepubliceerd op basis van de oude CertiQ data in het bericht van 9 januari 2023. Het huidige exemplaar bevat echter alleen de laatst bekende resultaten gebaseerd op de compleet gereviseerde publicatie systematiek bij VertiCer. In deze grafiek worden alleen de resultaten vanaf de 1e jaarhelft van 2022 getoond, tm. de eerste resultaten voor HI en HII 2024, en de nog zéér voorlopige volumes voor HI, en de eerste resultaten voor HII 2025, waarvoor we ongetwijfeld nog de nodige aanvullingen, en forse bijstellingen kunnen verwachten (gearceerde kolommen).

Ook uit deze nog zeer voorlopige halfjaarlijkse groei cijfers blijkt een duidelijke afname van het aantal (overgebleven) projecten in het VertiCer dossier, wat waarschijnlijk heeft te maken met verwijderde kleine projectjes waarvan de oudste SDE beschikkingen zijn vervallen, danwel actief uitgeschreven bij VertiCer. Bij de aantallen projecten nam de bij VertiCer geregistreerde half-jaarlijkse netto aanwas af, van 1.525 nieuwe projecten in HI 2022, via 1.067 stuks in HII 2022 (30% minder), naar nog maar een (voorlopige) groei van slechts 929 nieuw in HI 2023. Wederom bijna 13% minder. De tweede jaarhelft van 2023 heeft nog maar 499 netto nieuwe projecten (-46%), maar daar zal mogelijk nog wel e.e.a. aan gaan wijzigen. In HI 2024 is tot nog toe netto weer een duidelijk hoger volume bekend, netto 1.100 nieuwe installaties, maar vanaf HII 2024 zien we nu nog netto negatieve groeicijfers: -92 voor HII 2024, -307 voor HI 2025, resp. -1.044 voor HII 2025.
Bij de capaciteit is het beeld compleet anders (geworden, in de meest recente updates), en is er zelfs een behoorlijke opleving te zien in beide jaarhelften van 2023 en het eerste van 2024. Met de huidige bekende cijfers 1.119 MWp nieuw in HI 2022, 872 MWp in HII 2022 (22% minder), en, vanwege de bizarre, eerder al besproken toename in 1 maand (januari 2023), nu alweer een 1.490 MWp nieuwe capaciteit in HI 2023. Dat is 33% meer dan in HI 2022, en zelfs al bijna 71% meer dan in HII 2022. In de update van december 2023 was het netto aanwas volume voor HI 2023 nog maar 923 MWp.
De tweede jaarhelft van 2023 geeft, met de netto groei van, momenteel 1.320 MWp, al een fors hoger volume te zien dan in eerdere recente updates, en laat momenteel dan ook alweer een ruim 51% hoger volume zien, dan de aanwas in HII 2022.
Voor het eerste half-jaar van 2024 zijn de data uiteraard nog zeer fluïde. Het voorlopige resultaat voor het eerste half-jaar is, van een licht negatieve aanwas tm. mei (-12 MWp), inmiddels omgeslagen in een record positieve, netto groei van al 1.702 MWp. Dat is al ruim 14% hoger dan het vorige record, in HI 2023. Het nog zeer voorlopige netto volume in HII 2024, 2.127 MWp (in april 2025 update nog maar 706 MWp!), laat een ogenschijnlijk nieuw record volume zien, maar met de waarschuwing dat hier de nieuwe "extreme" anomalie december 2024 bij zit, moeten we daar de nodige korrels zout naast leggen.
Het eerste half-jaar van 2025 bracht, met name door het flink negatieve aandeel van februari, gevolgd door de flinke negatieve aanwas in mei, een netto negatieve groei van -205 MWp met zich mee. HII 2025, startte alweer met een sterk negatieve netto groei van -1.495 MWp.
Het zal nog wel even gaan duren voordat er beter zicht komt op de (definitieve) groeicijfers voor de half-jaren, met name voor de recente jaargangen. Uiteraard gaat met name voor de periode vanaf 2024 nog wel flink wat wijzigen in deze cijfers.
Mogelijk wordt de trend van véél minder netto overgebleven (want: deels bij VertiCer uitgeschreven) aantallen installaties, en nog steeds relatief hoge groeicijfers voor de capaciteit, nog verder versterkt, doordat er regelmatig kleinere projecten worden uitgeschreven bij VertiCer (zie tabellen onder paragraaf 5), terwijl de overblijvende (en nieuwe) projecten in de bestanden gemiddeld genomen zelfs al veel groter zijn dan de oude (deels zelfs residentiële) kleine installaties.
3d. Jaarlijkse toenames van aantallen en capaciteit van gecertificeerde PV-installaties VertiCer YOY 2009 - 2024*

Wederom naar analogie van de grafiek voor de eindejaars-volumes, ditmaal de daar uit afgeleide jaargroei cijfers volgens de laatste data update van VertiCer, in bovenstaande grafiek (alle drie parameters met referentie de rechter schaal, logarithmisch weergegeven). Tot en met kalenderjaar 2020 zijn de data gebruikt uit de medio vorig jaar beschikbaar gestelde update (24 aug. 2024), waarin echter nauwelijks wijzigingen zijn opgenomen. De meest recente cijfers voor 2021**, 2022**, 2023*, en 2024*, rechts toegevoegd, komen uit de huidige update van de data tm. december 2025, zoals recentelijk geopenbaard door VertiCer. De grafiek toont dus de meest recente situatie, met de laatst beschikbare bron-cijfers. Mochten toekomstige "historische" jaarcijfers alsnog wijzigen, en wereldkundig worden gemaakt, zullen die in latere updates worden toegevoegd aan deze grafiek. Het is waarschijnlijk, dat eventuele nagekomen correcties, met name voor de oudere jaargangen, marginaal zullen zijn.
Goed is te zien dat er een duidelijk verschil is in de trend bij de nieuwe jaarlijkse aantallen installaties (blauwe kolommen) en bij de nieuwe capaciteit per jaar (gele kolommen). Bij de aantallen beginnen we op een hoog niveau van 3.765 [overgebleven †† !] nieuwe installaties in 2009, het gevolg van de enkele duizenden grotendeels particuliere kleine SDE beschikkingen die in de eerste jaren van de SDE (2008 tm. 2010) werden opgeleverd. Die bron droogde al snel op omdat particuliere installaties de facto uit de opvolger regelingen werden gedwongen (eis minimaal 15 kWp, later ook nog verplicht grootverbruik aansluiting), en zakte de hoeveelheid nieuwe installaties dan ook stapsgewijs naar het dieptepunt van 259 nieuwe projecten in 2014. Daarna zwol het jaarlijkse volume weer aan door een lange reeks van (deels) succesvol geïmplementeerde SDE "+" beschikkingen, tot een voorlopig maximum van 5.503 nieuwe projecten in Corona jaar 2020.
Daarna is, zelfs met grote hoeveelheden nieuw beschikte projecten onder de SDE "++" regimes, het tempo weer fors afgenomen, ook vanwege massieve wegval van beschikte projecten, waar met name de wijdverspreide netcongestie problemen een belangrijke (maar niet de enige) oorzaak van zijn. In 2021 en 2022 zijn met de recentste cijfers nu netto 3.889, resp. 2.592 nieuwe projecten toegevoegd. Dat laatst bekende volume voor 2022 is 47,1% van het record niveau in 2020.
In 2023 is nog maar een beperkt volume van 1.428 (netto) nieuwe projecten bekend (eerste gearceerde blauwe kolom). Het inmiddels positieve volume voor 2024 is snel aan het groeien, naar, inmiddels, netto 1.008 projecten. Met name voor 2024 ff. kan nog het nodige aan deze data wijzigen, in de te verwachten maandelijkse cijfer updates voor 2025, en, later, in 2026. Duidelijk is, dat er netto bezien steeds minder aantallen projecten bijkomen. Zoals al vaker gememoreerd, komt dit grotendeels door een toenemende uitstroom van projecten, waarvan grotendeels de subsidie termijn is verlopen. Er komen daarvoor in de plaats slechts relatief weinig nieuwe projecten bij (grotendeels met SDE beschikking), waardoor de netto groei per jaar sterk afneemt, bij de aantallen projecten. Deze trend is duidelijk zichtbaar vanaf 2021.
Capaciteit andersoortige trend, met een nieuw record jaar (2023), 2024 nog zeer ongewis
Bij de capaciteit is de jaarlijkse aanwas in de beginjaren relatief "stabiel" geweest, met wat kleine op- en neerwaartse bewegingen, van 18,7 MWp nieuw in 2009, tijdelijk zakkend naar 13,0 MWp nieuw volume in 2010, nog eens 4 jaar iets boven dat niveau blijvend, om vanaf 2015 sterk te stijgen. Dat was in het begin vooral vanwege de implementatie van de toen succesvolle SDE 2014 regeling. Er werd elk jaar weer meer capaciteit toegevoegd, tot een voorlopig maximum van 2.436,9 MWp, wederom in het Corona jaar 2020. Maar ook de nieuwe capaciteit begon in de jaren 2021-2022 af te nemen, al was het op een veel minder dramatisch niveau dan bij de aantallen projecten.
In 2021 was het nieuwe netto volume nog 2.007,6 MWp, dat is in 2022 momenteel nog maar 1.991,6 MWp met de bekende cijfers in de huidige update. Dat is voor 2022, met 81,7% van het maximale nieuwbouw volume in 2020, in ieder geval beduidend beter dan de flinke terugval bij de (netto) aantallen nieuwe projecten (47,1%). Met, uiteraard, de blijvende disclaimer, dat ook deze jaargroei cijfers nog niet "in beton zijn gegoten", en nog verder licht kunnen wijzigen. Opvallend blijft in ieder geval, dat met de laatste updates, het jaargroei volume voor de capaciteit in 2022 continu, maar traag, dichter is toegekropen naar dat van het voorgaande jaar. Het verschil is nog maar 16,6 MWp, en is in recente updates slechts marginaal toegenomen.
In 2023 is inmiddels, vooral vanwege de eerder besproken, bizar hoge toevoeging in januari dat jaar, en de nodige toevoegingen in de meest recente updates, een netto volume bijbouw van 2.809,9 MWp geconstateerd (enkele updates hiervoor was dat nog slechts 1.223 MWp!). Dat is nu dus al hoger dan de nu bekende groei in zowel 2021 en 2022, en heeft de eerder vastgestelde record groei in Corona jaar 2020 al met bijna 373 MWp overtroefd. 2023 is dus een nieuw recordjaar, wat de groei van gecertificeerde capaciteit betreft. Met de huidige stand van zaken zou de jaargroei in 2023 dus al ruim 41% hoger hebben gelegen dan de aanwas in 2022, en 15,3% meer dan in vorig record jaar 2020. We hebben echter ook gezien dat data regelmatig (flink) worden bijgesteld, dus de relatieve verhouding van de jaargroeicijfers in deze laatste jaren ligt beslist nog niet vast.
Achteraan in de grafiek heb ik ook de capaciteits-aanwas in 2024 weergegeven. Daar moeten we helaas nog een zeer groot vraagteken bij zetten, want met de nog zeer voorlopige resultaten voor dat jaar zouden we nu al aan een "nieuw record volume" zitten, van bijna 3.829 MWp (in de april 2025 update was dit nog "maar" 2.282 MWp). Gezien de problematische, extreme, met terugwerkende kracht bekend geworden toevoeging voor, met name, december 2024, in de analyse hierboven uitgebreid becommentarieerd, moeten we hier voorzichtig mee zijn. Want die december groei is uiterst onwaarschijnlijk, en kan nog fors neerwaarts worden bijgesteld, en/of er komen nog hoge "negatieve maandgroei cijfers" in komende maand rapportages overheen. De grote vraag is echter: wanneer kómen die bijstellingen dan wel? Dit kan erg lang duren, gezien eerder commentaar wat ik ontving van VertiCer na vragen daarover ...
Het Nationaal Solar Trendrapport 2025 van Dutch New Energy claimde voor 2024 een verkoop van 2,3 GWp PV vermogen in het zakelijke segment, wat, opvallend, véél lager is dan de afgeleide cijfers van VertiCer tot nog toe laten zien (ruim 3,8 GWp netto nieuw volume in de daar geregistreerde projecten markt). Dat verschil is "kolossaal", liefst 1,5 GWp, en neemt bovendien nog steeds toe. En is daarmee "onverklaarbaar groot". Hier moeten grote fouten in zitten, met name aan de kant van VertiCer. Hier is dus beslist nog niet alles mee gezegd, de finale data voor 2024 zijn immers nog lang niet bekend!
Gemiddelde project omvang
Wederom heb ik, uit deze uit de eindejaars-data afgeleide jaargroei cijfers, uiteraard ook weer de gemiddelde systeemcapaciteit van de nieuwe aanwinsten per jaar berekend, en getoond in de groene curve in bovenstaande grafiek (vermogen in kWp gemiddeld per nieuwe installatie). Deze vertoont, na een lichte inzinking tussen 2009 en 2010, een zeer sterke progressie, van 5,0 kWp bij de nieuwe projecten in 2009, tot alweer ruim 768 kWp gemiddeld per nieuw project in 2022. Een factor 155 maal zo groot, in 13 jaar tijd. Deze enorme schaalvergroting, sterk gedreven door de oplevering van honderden zonneparken en enorme distributiecentra bomvol zonnepanelen op de uitgestrekte platte daken, is een van de belangrijkste oorzaken, van de nieuwe realiteit bij de stroomvoorziening in Nederland: de overal zichtbaar geworden netcongestie, met name op de middenspannings-netten. Voor de bijna actuele situatie, met details, zie de nieuwe gedetailleerde capaciteitskaart van Netbeheer Nederland (gescheiden in netafname resp. -invoeding, in de kaarten is reeds al lang van tevoren gereserveerde capaciteit voor nieuwe, nog te bouwen projecten, ingesloten). Wat uiteraard ook zijn weerslag heeft gekregen op de progressie van de uitbouw van de gecertificeerde nieuwe volumes in de VertiCer databank: die is sterk aan het vertragen. En slechts met veel moeite, onder anderen, door schaalvergroting van de individuele projecten, "op niveau" te houden.
Voor 2023 is een sterke toename van de gemiddelde capaciteit zichtbaar, naar inmiddels 1.968 kWp per project (!). Echter, omdat deze maatvoering van 2 input variabelen afhankelijk is (die beiden netto volumes betreffen, verschillen tussen instroom en uitstroom bij VertiCer), die beiden nog flink, in beide richtingen, kunnen gaan afwijken van de huidige waarden, is er nog niet veel te zeggen over wat dit uiteindelijk op kalenderjaar basis zal gaan opleveren. Het is echter wel waarschijnlijk, dat die gemiddelde nieuwe project capaciteit op een hoog niveau zal komen te liggen, vanweg de sterk neerwaartse trend bij het netto aantal nieuwe projecten, bij een blijvend hoog niveau voor de nieuwe totale capaciteiten.
Het voorlopige gemiddelde voor 2024 ligt nog op een veel hoger niveau, 3.798 MWp. In een vorige update was dit zelfs extreem hoog, 28,4 MWp (ver buiten het bereik van de getoonde Y-as vallend). Dit lag aan het feit dat in een eerste update een zeer laag netto positief groei volume bij de aantallen was te zien, bij een zeer hoge netto capaciteit toevoeging. De verwachting dat dit zeer stevig bijgesteld zou gaan worden, is reeds uitgekomen. Maar het eindresultaat zal nog lang op zich laten wachten. En zal mogelijk flink afwijken van het huidige niveau, vooral gezien de nog zeer onzekere, nog lang niet vaststaande, met dikke mistflarden omgeven capaciteits-data voor dat jaar.
†† Met name uit de oudere SDE regelingen, vallen regelmatig lang geleden bij VertiCer voorganger CertiQ ingeschreven projecten weg. Hier zijn verschillende redenen voor. In de uitgebreide SDE project analyses van Polder PV wordt hier regelmatig, en gedetailleerd over gerapporteerd (exemplaar 1 oktober 2025, zie hier).
4. 100 procents-grafieken en segmentatie naar grootteklasse
Een van de nieuwe mogelijkheden van de compleet herziene presentaties bij VertiCer, is de segmentatie naar grootteklasse. Daar kon tot enkele jaren geleden uitsluitend iets over gezegd worden op basis van de jaaroverzichten, waar, al lang geleden op basis van een verzoek in die richting door Polder PV, inderdaad werk van gemaakt is door rechtsvoorganger CertiQ. Zoals in de eerste analyses al duidelijk werd, is dit nu ook op maandelijkse basis mogelijk. Met, we blijven dit herhalen, de waarschuwing, dat alle cijfers bijgesteld kunnen worden in latere updates, met name m.b.t. de meest recente data. Bij de al wat oudere periodes vinden wijzingen minder vaak plaats, en zijn ze meestal van een bescheiden omvang.
In het 3e artikel over de eerste resultaten van januari 2023 heb ik al meer-jaarlijkse trends laten zien bij de evolutie van de diverse grootte klasses. Inclusief een toen nog in de bestanden van CertiQ voorkomende enorme anomalie, die niet bleek te zijn hersteld (artikel 14 februari 2023). Van dat historische overzicht is medio 2024 een recente update verschenen, maar daar blijkt nauwelijks iets in te zijn gewijzigd (marginale bijstellingen). De huidige grafiek geeft voor de kortere termijn de nieuwe data tot en met december 2025, en de aangepaste waarden voor de maanden in de meest recente periode daar aan voorafgaand.
4a. 100 procents-grafiek aantallen per categorie

Een zogenaamde "100-procents-grafiek" voor de evolutie trends van de 8 door VertiCer en haar rechtsvoorganger onderscheiden grootteklassen van de gecertificeerde PV-populatie die zij bijhouden, dit exemplaar voor de aantallen projecten aan het eind van elke maand. Voor eind december 2025 / begin januari 2026 zijn de absolute waarden per grootteklasse rechts weergegeven. Globaal genomen namen in de loop van de tijd de kleinste categorieën (1-5 kWp, 5-10 kWp, en 10-50 kWp) in betekenis af sedert juli 2021, de impact van de grotere categorieën werd groter. Vervolgens kwam er een stabilisatie, omdat het tempo bij de aantallen nieuw netgekoppelde (danwel netto overgebleven) projecten onder de SDE regimes weer flink is afgenomen. Dit wordt getoond door de in de grafiek opgenomen streepjeslijn, die het "laagste" niveau voor de kleinste categorie weergeeft (derde kwartaal 2024). In de laatste maand cijfers zien we het relatieve aandeel van de kleinste project categorie weer duidelijk toenemen t.o.v. de overige categorieën, waarschijnlijk omdat de uitval (uitschrijving uit het VertiCer register) vooral wat grotere projecten betreft. Hierdoor komt het bovenste blauwe segment voor de kleinste categorie weer iets onder de streepjeslijn te liggen.
In de december 2025 update, is het totale aantal installaties groter of gelijk aan 50 kWp, medio 2021 al meer dan de helft, met het gezamenlijke volume al op 58,6% van het totaal gekomen (20.580 van, in totaal, 35.115 netto overgebleven projecten). De categorie 100-250 kWp omvat het grootste aantal overgebleven projecten, 7.742 exemplaren, afgezien van de kleinste installaties tot 5 kWp (overgebleven 8.543 stuks, eind december 2025). Uiteraard hebben de grotere project categorieën, vanaf 250 kWp, relatief weinig tot bescheiden aantallen. Maar schijn bedriegt: ze omvatten, by far, de allergrootste volumes bij de capaciteit, en hebben een zéér grote impact op de totale populatie, en dus ook op de te verwachten stroomproductie. Zie de volgende grafiek, in paragraaf 4b.
Plussen en minnen
Een klein deel van de afnemende betekenis van de kleinste project categorieën wordt veroorzaakt door continue uitval uit het databestand van VertiCer (diverse redenen mogelijk, ook al heel lang waargenomen bij de SDE portfolio's, analyse status 1 oktober 2025). Daar staat ook weer tegenover dat volledig buiten de populaire SDE regelingen om gerealiseerde kleinschalige projecten bijgeschreven kunnen worden in de registers van VertiCer. Een fenomeen wat compleet onbekend lijkt in de PV sector in ons land, er wordt in ieder geval nooit over gerept, behalve dan bij Polder PV. In 2023 werden er bijvoorbeeld, met de meest recente data, netto 38 installaties in de kleinste project categorie uitgeschreven, maar kwam er tegelijkertijd een verrassende hoeveelheid van 143 exemplaren bij in de categorie 5 tm. 10 kWp, waarvoor normaliter beslist géén (nieuwe) SDE beschikking afgegeven kan zijn sedert SDE 2011, vanwege de 15 kWp "onder-cap" bij de afgegeven beschikkingen (zie ook tabel paragraaf 5b). Tot nog toe waren het al netto 36 uitgeschreven projecten voor de kleinste categorie, resp. netto 25 nieuw ingeschreven projecten voor categorie 5-10 kWp, in 2024.
Dat soort kleine projecten zijn mogelijk afkomstig uit portfolio's van bedrijven zoals Powerpeers, Vandebron, en Allinpower, en het in België al actieve EnergySwap, die geoormerkt garanties van oorsprong (GvO's) van door de afnemer aangewezen projecten afboeken, ter "vergroening" van de stroomconsumptie van de klant. Daar kunnen ook (zeer) kleine residentiële projecten, of bijvoorbeeld kleine installaties op scholen, gymzalen e.d. bij zitten. Om dat soort transacties in Nederland te kunnen / mogen doen, moeten de betrokken projectjes ook verplicht geregistreerd worden bij VertiCer. En die zien we hier dus tevoorschijn komen.
Bijstellingen aantallen per categorie
De grootste categorie, projecten (of eigenlijk: "registraties") groter dan 1 MWp per stuk, omvat begin januari 2026 1.836 installaties (een toename van 10 projecten t.o.v. de vorige update, 2 updates eerder was er een netto afname van 18 projecten in deze categorie).
Wat de aantallen projecten in deze grootste project klasse betreft, is dit slechts 5,2% van het totale aantal op dit moment. Op herhaalde verzoeken van Polder PV, om deze grote "verzamelbak" verder op te splitsen, gezien de dominante hoeveelheid capaciteit in deze categorie (zie grafiek onder paragraaf 4b), is, destijds, CertiQ, helaas niet ingegaan.
4b. 100 procents-grafiek capaciteit per categorie - augustus 2024 anomalie lijkt hersteld, maar trend beslist niet stabiel in 2023-2024

Een vergelijkbare "100 procents-grafiek" als voor de aantallen projecten, maar nu voor de periode juli 2021 tm. december 2025, voor de daarmee gepaard gaande, bij VertiCer geregistreerde netto capaciteiten in MWp. Voor begin januari 2026 zijn wederom de absolute volumes rechts weergegeven, alsmede, voor de grootste categorie, voor de status quo vlak voor "De Grote Augustus Anomalie" (2024). Een totaal ander beeld is hier te zien, met "überdominant" de grootste project categorie (installaties groter dan 1 MWp). Ook is direct te zien, waar de enorme capaciteits-anomalie voor augustus, eerder reeds beschreven, zijn grondslag heeft. Eind juli 2024 was het volume in die categorie, met projecten per stuk groter dan 1 MWp, namelijk "nog maar" 9.742 MWp groot (wel alweer, door voortdurende bijstellingen / nagekomen volume, 18,2% meer dan de eind van die maand gerapporteerde 8.238 MWp). Wat in lijn is met de historie van de voorgaande evolutie.
In augustus tm. september 2024 zou, volgens de oorspronkelijke cijfers van VertiCer, er al een absurd hoog volume van 14,0 GWp zijn geaccumuleerd in die categorie. Dit is terug te voeren op de toen nog niet publiekelijk gecorrigeerde grote anomalie voor augustus dat jaar, en heeft een enorme impact op de kwaliteit van deze 100-procents-grafiek. In de augustus 2024 update ben ik kort ingegaan op de onmogelijkheid van deze accumulatie cijfers (paragraaf "29 Dorhoutmeessen"). Omdat de cijfers voor deze 2 maanden onwaarschijnlijk hoog zijn, heb ik deze gearceerd weergegeven, met rode kolom rand. Ook voor oktober zien we een nog steeds onwaarschijnlijk hoge status van, inmiddels, 11,8 GWp, waarbij er kennelijk al een eerste "correctie ronde" over de data heen is gegaan bij VertiCer. In november lijken de data weer "genormaliseerd", en is het volume op een voorstelbaar niveau van 9.877 MWp uitgekomen, zoals in een vorige update al was voorspeld door Polder PV. Vandaar dat ik ook oktober hier gearceerd heb weergegeven, toen was er waarschijnlijk nog steeds sprake van gedeeltelijk incorrecte (veel te hoge) data. De sterk verstorende invloed op de evolutie van alle data in deze 100% grafiek is duidelijk zichtbaar bij de maandelijkse aandeel-percentages voor augustus tm. oktober.
Status > 1 MW segment eind december 2025
De toegevoegde, alweer gewijzigde cijfers voor december 2024 en januari 2025 laten in de huidige update wederom een "onwaarschijnlijk hoog" accumulatie niveau zien voor het > 1 MW segment, van 11,7 tot bijna 12,6 GWp. In een vorige update waren die volumes nog maar 10,3 tot 11,0 GWp, hier is dus direct alweer een verdachte, waarschijnlijk veel te hoge capaciteit in de databank van VertiCer geslopen, zoals we eerder al hebben gezien. In december 2024 zou in 1 keer de 10 GWp accumulatie in de grootste categorie ruimschoots zijn gepasseerd. In de februari rapportage is er echter alweer een duidelijke neergang van 13% te zien, naar, momenteel bijna 11,0 GWp. Zo u wilt een "normalisatie" van de capaciteit accumulatie.
In maart tm. juni 2025 is er weer globaal genomen een lichte groei cq. plateau fase te zien, naar bijna 11,5 GWp, maar in de juli update is er weer een terugval te zien, naar bijna 10,2 GWp, wat in augustus - december 2025 op een stabiel niveau bleef liggen, om, begin januari 2026, uiteindelijk, op bijna 10.117 MWp te komen. Dat volume is 68,5% van de ook flink neerwaarts bijgestelde totale capaciteit (bijna 14,8 GWp). Eind juli 2021 was dat aandeel van de grootste categorie nog 51%. Het relatieve verschil is dus, ondanks de soms curieuze cijfer bijstellingen, behoorlijk groot geworden, in ruim 4 jaar tijd. De combinatie forse opwaartse (dec. '24 / jan. '25) / neerwaartse capaciteit bijstelling in februari 2025 is in ieder geval wederom slecht verklaarbaar. Mogelijk is een van de oorzaken genoemd door, destijds, CertiQ, hier debet aan. Het kan zijn, dat de forse neerwaartse bijstelling in de juli 2025 update een van diverse later doorgevoerde correcties voor eerder opgegeven (veel) te hoge capaciteiten is geweest, maar dat blijft speculatie.
"Afwijkingen van de normaal"
Om de "afwijkingen van de normaal" voor de grootste projecten categorie (>1 MW) beter zichtbaar te maken, heb ik vanaf de mei 2025 update een rechtlijnige gele stippellijn in bovenstaande grafiek toegevoegd, interpolerend tussen de eerste en de laatste maand waarde. Daarmee is direct duidelijk waar (te) grote afwijkingen van een normaal verloop van het procentuele aandeel van die categorie opdoemen. In de periode 2023 tm. medio 2025 zijn de accumulaties in ieder geval beduidend hoger dan "normaal", in de laatste maanden van 2025 is er een stagnatie zichtbaar. De beruchte augustus 2024 anomalie, die tot in oktober dat jaar voortduurde, steekt duidelijk boven alles uit, en heeft te maken met een veel te hoge capaciteit accumulatie, die nog steeds zichtbaar is in de publiek beschikbare data van VertiCer.
Met een horizontale zwarte lijn is het snijpunt van genoemde referentielijn voor eind 2024 weergegeven. Dat komt neer op een capaciteit volume van zo'n 8.114 MWp, het vermoedelijk minimale niveau, in vergelijking met de huidige, veel te hoge eindejaars-waarde die nog in de VertiCer cijfers is terug te vinden (11,7 GWp). In werkelijkheid zal het niveau toch veel hoger hebben gelegen, omdat er altijd veel volume is wat pas later wordt opgenomen in de actuele cijfers bij VertiCer, vanwege blijvende administratieve vertragingen. Ergens tussen de "extremen" 8,1 en 11,7 GWp zal het werkelijke eindejaars-volume van 2024 moeten liggen. Waar precies, blijft de onbeantwoorde vraag.
Meer cijfers project categorieën
De grootste categorie heeft, bij een blijvend zeer hoog capaciteits-volume, tegelijkertijd een relatief bescheiden aantal projecten, de hierboven al genoemde 1.836 exemplaren. Dit resulteert in een steeds hoger wordende systeemgemiddelde capaciteit binnen deze categorie. In juli 2021 was dat nog 4.024 kWp gemiddeld, begin januari 2026 is dat alweer opgehoogd naar 5.510 kWp, een toename van bijna 37% in 53 maanden tijd! De grote projecten gaan een steeds hogere impact op de totale volumes krijgen bij VertiCer, dat is al lang duidelijk.
Voor de overige categorieën blijft er dan niet zeer veel "ruimte" meer over op het totaal. Nemen we ook nog de drie opvolgende categorieën mee (flinke projecten van een halve - 1 MWp, 250 - 500 kWp, resp. 100 - 250 kWp), claimen de grootste vier project categorieën het allergrootste geregistreerde volume in de totale markt. Dit was in juli 2021 al 93,3%, eind december 2025 is dat, met de meest recente data in de huidige update, 96,5% geworden. De kleinste 2 categorieën zijn op deze schaal al vrijwel niet meer zichtbaar. Hun aandeel is begin januari 2026 geslonken naar nog maar 0,11% van totaal volume (15,7 MWp, projecten van elk 5 - 10 kWp), resp. 0,15% (21,7 MWp, projecten van elk 1 - 5 kWp).
Dan resteren, eind december 2025, nog relatief bescheiden volumes voor de categorieën projecten van 50-100 kWp (totaal volume nog maar 361 MWp, 2,4%), resp. 10-50 kWp (ruim 117 MWp, 0,8%).
5. Jaarvolume segmentaties 2022 -2024
5a. 2022 revisited - status update publicatie 2 januari 2026
In de maandrapport analyse voor januari 2023 publiceerde ik ook een tabel met de nieuw gereconstrueerde cijfers voor de jaargroei voor kalenderjaar 2022. Daar zijn natuurlijk in de tussenliggende rapportages weer veel wijzigingen in gekomen, waarbij ik de laatste stand van zaken in de september 2025 update hier onder weergeef in tabelvorm. Voor nadere toelichting, zie de analyse bij het januari 2023 rapport. In de 10 voorgaande rapportages waren er geen wijzigingen meer in deze tabel. In de update van 1 december 2025 is er bij de categorie 500 - 1.000 kWp 1 installatie bijgekomen, en in de huidige update is daar verder niets meer aan gewijzigd, zoals hier onder getoond:
| Nieuwe
jaarvolumes 2022 (YOY) |
Aantallen |
aandeel
op totaal (%) |
Capaciteit
(MWp) |
aandeel
op totaal (%) |
Gemiddelde
capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp) |
1-5
kWp |
-53 |
-2,0% |
-0,058 |
-0,003% |
1,1 |
5-10
kWp |
50 |
1,9% |
0,406 |
0,02% |
8,1 |
10-50
kWp |
228 |
8,8% |
7,145 |
0,36% |
31,3 |
50-100
kWp |
438 |
16,9% |
33,606 |
1,7% |
76,7 |
100-250
kWp |
800 |
30,9% |
138,143 |
6,9% |
172,7 |
250-500
kWp |
528 |
20,4% |
182,497 |
9,2% |
345,6 |
500-1.000
kWp |
271 |
10,5% |
193,687 |
9,7% |
714,7 |
>
1 MWp |
330 |
12,7% |
1.436,174 |
72,1% |
4.352,0 |
Totaal |
2.592 |
100% |
1.991,600 |
100% |
768,4 |
Aantallen nieuw "totaal": 2.592; capaciteit: 1.991,600 MWp. De systeemgemiddelde capaciteit van de toevoegingen in 2022 is 768,4 kWp bij de totale volumes. Zie de tabel voor de overige details bij alle segmentaties.
Overduidelijk blijft, dat de grootste groei bij de aantallen nieuwe projecten in 2022 lag bij de installaties van 100 tm. 250 kWp (inmiddels 800 nieuwe exemplaren bekend, 30,9% van totale jaarvolume), met categorie 250 tm. 500 kWp als goede tweede (528 nieuwe projecten, 20,4%). Dat zijn beide populaire categorieën PV projecten op boerderijen, kleinere industriële daken en -complexen, en bij het midden- en kleinbedrijf.
Opvallend blijft het forse volume van 330 nieuwe installaties in de grootste projecten categorie >1 MWp (12,7%), waar de meeste grondgebonden zonneparken en grote rooftop installaties op distributiecentra e.d. onder vallen. Ook valt de negatieve groei van de kleinste project categorie op, er zijn in totaal netto 53 projecten uit de databank van VertiCer "uitgeschreven" in 2022. Daarvoor zijn diverse redenen mogelijk, waar onder mogelijk eerste oude projecten met een SDE 2008 of 2009 beschikking, die door hun subsidie termijn heen zijn, en waarvan de eigenaren actief de registratie bij VertiCer hebben be-eindigd.
Bij de capaciteit is het verhaal compleet anders. Hier blijft de categorie projecten groter dan 1 MWp alles veruit domineren, met maar liefst 1.436,2 MWp van het totale 2022 jaarvolume (72,1%) op haar conto, een zoveelste illustratie van de schaalvergroting in de projecten markt. De drie opvolgende categorieën kunnen nog enigszins - op grote afstand - meekomen, met aandelen van 9,7, 9,2, resp. 6,9% van het totale toegevoegde project volume (capaciteit). De kleinste 3 categorieën doen uitsluitend voor spek en bonen mee bij dit grote projecten-geweld (aandelen 0,36% of veel minder bij de capaciteit).
5b. Groei in 2023 - status update publicatie 2 januari 2026
Naar analogie van de cijfers voor de nieuwe aanwas in heel 2022 (vorige tabel), geef ik hier onder de voorlopige data voor de 12 maanden van 2023 (cumulatie januari tm. december), volgens de cijfers in het laatste maandrapport verschenen op de VertiCer website. Ook in deze tabel is in de november 2025 rapportage 1 wijziging doorgevoerd, in de project categorie 250 - 500 kWp. De update van december 2025 heeft hier verder geen extra veranderingen aan toegevoegd.
| Nieuwe
jaarvolumes 2023 (YOY) |
Aantallen |
aandeel
op totaal (%) |
Capaciteit
(MWp) |
aandeel
op totaal (%) |
Gemiddelde
capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp) |
1-5
kWp |
-38 |
-2,7% |
-0,040 |
-0,001% |
1,1 |
5-10
kWp |
143 |
10,0% |
1,255 |
0,05% |
8,8 |
10-50
kWp |
75 |
5,3% |
2,376 |
0,09% |
31,7 |
50-100
kWp |
267 |
18,7% |
20,309 |
0,7% |
76,1 |
100-250
kWp |
332 |
23,2% |
55,077 |
2,0% |
165,9 |
250-500
kWp |
222 |
15,5% |
73,852 |
2,6% |
332,7 |
500-1.000
kWp |
169 |
11,8% |
124,482 |
4,4% |
736,6 |
>
1 MWp |
258 |
18,1% |
2.532,614 |
90,1% |
9.816,3 |
| Totaal |
1.428 |
100% |
2.809,925 |
100% |
1.967,7 |
Uit dit overzicht blijken 2 zaken kristalhelder: de groei is in 2023, wat de toegevoegde capaciteit betreft, in bijna alle kleinere categorieën "niet van betekenis" geweest, en/of, vanwege de vele wijzigingen in de actuele databestanden bij VertiCer, hebben deze zelfs (tijdelijk ?) tot negatieve groeicijfers geleid t.o.v. de herziene status aan het begin van het jaar (= status EOY 2022, vorige tabel). Er zijn vanaf begin 2023 nogal wat wijzigingen geweest in de updates van de jaarcijfers. Sommige voorheen "negatieve groeicijfers" zijn inmiddels gewijzigd in positieve exemplaren, en vice versa. De categorie 10-50 kWp had eerst negatieve groeicijfers, kwam bij de aantallen op precies nul uit in de update van juli 2024, en laat nu al een positieve groei zien van 75 exemplaren. Nogmaals wijs ik op het oorspronkelijke, uitgebreide commentaar van CertiQ, hoe dergelijke (tijdelijke) negatieve groeicijfers en wijzigingen daarin tot stand kunnen komen in hun databestanden.
Negatieve groei cijfers zijn er nu alleen nog maar voor zowel aantallen als bij de capaciteit bij de categorie 1-5 kWp (-38, resp. -0,040 MWp). Het gemiddelde van die "netto afvoer" geeft een project gemiddelde van 1,1 kWp.
In totaal zijn er netto bezien in 2023 nog maar 1.428 nieuwe projecten bijgekomen. Dat kan weliswaar nog steeds bijgesteld worden in komende updates, al verwacht ik hier niet al te grote wijzigingen meer. Het blijft in ieder geval een zeer laag niveau, dat is al een tijdje duidelijk. Een neergaande trend bij de netto bijkomende projecten was al veel langer zichtbaar in de klassieke maand rapportages. Zie de eerste grafiek in de analyse van het laatste "gangbare" maandrapport van rechtsvoorganger CertiQ (december 2022). Deze trend lijkt zich te hebben versterkt, vooral bij de netto aantallen nieuwkomers (netto = nieuwe aanwas minus bij VertiCer uitgeschreven projecten per maand).
Flinke wijziging bij groei capaciteit in 2023
Wat overblijft, is het enige positieve punt, namelijk de groei van de capaciteit, ondanks de vele, structurele problemen in de markt (met name voorhanden actuele netcapaciteit en hogere project kosten). De facto is die vrijwel exclusief neergekomen op een toename in, het wordt eentonig, de grootste project categorie (registraties per stuk groter dan 1 MWp). Want daar werd tussen januari en eind december 2023 een aanzienlijk volume van 2.532,6 MWp aan toegevoegd, ruim 90% van het totale nieuwe record jaar volume van bijna 2.810 MWp. Inmiddels dus al duidelijk hoger dan de niet meer formeel gewijzigde jaargroei van voorgaand record jaar 2020 (bijna 2.437 MWp). Dit was in de update van eind 2023 nog maar 1.298 MWp, de bizarre toename van het bij VertiCer geregistreerde vermogen in januari 2023, gevolgd door de vele verdere wijzigingen in de volgende updates, is hier grotendeels debet aan. Er wordt dus heel veel volume later bijgeschreven voor reeds verstreken jaren. Het is goed dat men dit beseft. Met bovengenoemd volume is 2023 bovendien het nieuwe record jaar geworden bij de aanwas cijfers voor capaciteit in de gecertificeerde projecten markt.
Schaalvergroting nochmals
De schaalvergroting in de projecten sector wordt duidelijk geïllustreerd, door het feit dat de capaciteits-aanwas voor de grootste PV installatie categorie (projecten per stuk groter dan 1 MWp), in 2023 nu al 76% groter is dan in 2022 (2.533 MWp voor 2023, tabel 5b, versus 1.436 MWp voor 2022, tabel 5a). Dit zien we ook terug bij de gemiddelde capaciteit voor die categorie. Die was in 2022 nog, netto, 4.352 MWp per project. In 2023 is dat gemiddeld 9.816 MWp geworden, een factor 2,3 maal zo groot in 1 jaar tijd!
Ook vanwege de hoge project gemiddelde capaciteit in deze grootste categorie blijft deze een zeer dominant stempel op het totale gerealiseerde volume zetten.
De enige categorieën die nog enigszins iets voorstellen zijn de 3 op een na grootsten, met projecten tussen de 500 en 1.000 kWp, resp. 250-500 kWp, en 100-250 kWp, die momenteel cumulatief in 2023 een verzameling van 124 MWp, resp. 74 MWp en 55 MWp nieuw toegevoegde capaciteit tellen. De overige categorieën stellen weinig voor bij de nieuw opgeleverde capaciteit in deze periode.
5c. Groei in 2024 - status update publicatie 2 januari 2026
In onderstaande tabel geef ik de nog steeds premature eerste (al enkele malen flink gewijzigde) cijfers voor de groei van de volumes per categorie in kalenderjaar 2024. Cursief (broncijfers) zijn wijzigingen sedert de vorige update.
| Nieuwe
jaarvolumes 2024 (YOY) |
Aantallen |
aandeel
op totaal (%) |
Capaciteit
(MWp) |
aandeel
op totaal (%) |
Gemiddelde
capaciteit per nieuwe / uitgeschreven installatie (kWp) |
1-5
kWp |
-36 |
-3,6% |
-0,039 |
-0,001% |
1,1 |
5-10
kWp |
25 |
2,5% |
0,201 |
0,005% |
8,0 |
10-50
kWp |
-9 |
-0,9% |
-0,184 |
-0,005% |
20,4 |
50-100
kWp |
135 |
13,4% |
10,747 |
0,28% |
79,6 |
100-250
kWp |
351 |
34,8% |
55,906 |
1,5% |
159,3 |
250-500
kWp |
208 |
20,6% |
76,720 |
2,0% |
368,8 |
500-1.000
kWp |
124 |
12,3% |
88,792 |
2,3% |
716,1 |
>
1 MWp |
210 |
20,8% |
3.596,382 |
93,9% |
17.125,6 |
| Totaal |
1.008 |
100% |
3.828,525 |
100% |
3,798,1 |
Nog sterker dan in de tabel voor 2023, blijkt de enorme dominantie van de grootste project categorie, registraties groter dan 1 MWp. Daarvan zijn er tot nog toe 210 geteld (stabiel t.o.v. vorige update), wat al bijna 21% van alle nieuwe installaties is. Maar de capaciteit claimt, met bijna 3,6 GWp, al bijna 94% van het totale volume. De populatie nieuwe projecten in dat jaar bestaat qua capaciteit, en, derhalve, theoretische stroom productie, bijna alleen maar uit zéér grote installaties, met een gemiddelde voor die categorie van zelfs 17,1 MWp per project (!). De volumes aan kleine installaties drogen op waar je bij staat.
Deze cijfers zullen in komende updates uiteraard nog flink gaan wijzigen en verder aangevuld worden. De forse capaciteit anomaliëen in augustus en in december van dat jaar, drukken nu nog een zeer stevig stempel op de nog zeer onzekere cijfers. Die hopelijk in komende rapportages enigszins zullen normaliseren. Al blijven verrassingen endemisch, bij de VertiCer rapportages, zoals we de laatste jaren al vaak hebben gezien.
Vooralsnog is de nu bekende totale kalender jaargroei, volgens de VertiCer broncijfers, een zogenaamd record volume van bijna 3.829 MWp in 2024, zie ook de optelling van de twee half-jaren in de grafiek in paragraaf 3c. 1.702 MWp toename in het eerste half-jaar, en nog eens 2.127 MWp (in een vorige update was dat nog maar 706 MWp!) in de tweede jaarhelft. Wat in beide gevallen hoogst onwaarschijnlijke nieuwbouw volumes in de projecten markt zijn. Maar die cijfers zullen sowieso nog dramatisch gewijzigd gaan worden. Pro memori, dus.
2025 nog niet gepresenteerd
Voor 2025 zijn de cijfers nog lang niet compleet, noch "logisch". Uit de huidige status update volgt, dat er een netto negatieve jaargroei van (minus) 1.351 projecten, resp. een zeer hoge negatieve netto aanwas van de capaciteit (-1.700 MWp) in de boeken staat bij VertiCer. Pas als er meer zicht op "normale" cijfers komt, na de noodzakelijke, forse correcties in eerdere gegevens, zal Polder PV hier weer een deel overzicht tabel van maken.
6. Evolutie van gecertificeerde zonnestroom productie / uitgifte van GvO's tm. november 2025
Ook voor deze parameter, afgegeven hoeveelheid Garanties van Oorsprong (GvO's), geldt, dat er op 24 augustus 2024 een update van de historische cijfers is gegeven. Deze zijn weergegeven in de tweede VertiCer revisie naast het voorgaande maandrapport. In het huidige bijgestelde overzicht geef ik weer alleen de meest recente cijfers weer, vanaf mei 2021. Voor een fraaie, bijgewerkte grafiek die verder terug gaat in de tijd, zie de update in de bespreking van het augustus 2024 rapport, en het commentaar daarbij. Inmiddels zijn de al flink geconsolideerde data tm. 2023, de nog voorlopige voor 2024, én de nu al bekende volumes voor de eerste 11 maanden van 2025 gepubliceerd. Met, het wordt saai, de anomalieën in februari en augustus, die ook nog steeds niet officieel zijn "gerepareerd" in de publiek beschikbare VertiCer data.***
De anomalie die Polder PV eerder ontdekte voor december 2023, en die hij uiteraard direct aan VertiCer rapporteerde, is recent wél gerepareerd, doordat er een flinke aftrekpost "ingetrokken GvO's" voor die maand is opgenomen (die wordt afgetrokken van de cumulatie netlevering en niet-netlevering). Het volume geeft inmiddels een "waarschijnlijk correct" niveau weer.

De extractie van een continue reeks van zonnestroom productie data uit de nieuwe spreadsheets van VertiCer is niet eenvoudig omdat de zonnestroom data tussen alle overige GvO cijfers in staan (diverse energie productie platforms), sterk verspreid over meerdere locaties, er terug gerekend moet worden naar maand van productie, er continu wijzigingen / bijstellingen zijn, en alle over verschillende periodes uitgegeven garanties van oorsprong (GvO's) voor gecertificeerde zonnestroom uiteindelijk per maand opgeteld moeten worden. Bovenstaande grafiek is het uiteindelijke resultaat van het bij elkaar schrapen van alle gegevens in een ordentelijk overzicht. Met de meest recent beschikbare reeks van mei 2021 tm. de eerste cijfers voor november 2025. In de maand rapportages lopen de productie resultaten normaliter altijd 1 maand achter op die van de opgestelde generator capaciteit. De productie is weergegeven in de blauwe curve (rechter Y-as als referentie, eenheid GWh = 1 miljoen kWh). Normaliter worden, door continue toevoegingen in latere maand rapportages, de meeste (recentere) cijfers weer verder opgehoogd, derhalve ook de gesignaleerde "piek" waarden per kalenderjaar.
De curves geven het netto resultaat weer van: garanties van oorsprong uitgegeven voor zonnestroom geleverd aan het net (grootste hoeveelheden) + GvO's uitgegeven voor "niet-netlevering" (directe eigen consumptie)****, minus het aantal om wat voor reden dan ook in de betreffende maand teruggetrokken GvO's. Dat laatste is meestal een relatief bescheiden aftrekpost. In een vorige update was mei 2023 de maand met het hoogste volume wat ooit was ingetrokken (15,3 GWh), netto werd toen voor 1,37 TWh aan GvO's aangemaakt. Daar zijn inmiddels echter alweer 3 maanden overheen gekomen. Ten eerste, maart 2024, met inmiddels 46,7 GWh aan terug getrokken GvO's, en een netto aanmaak (dus minus teruggetrokken) van 786 GWh. December 2023 kwam daar overheen, met inmiddels 89,5 GWh teruggetrokken GvO's (zie ook verderop). In de huidige update heeft november 2024 haar kampioens-positie inmiddels bestendigd. In die maand werd voor maar liefst 146,6 GWh aan GvO's teruggetrokken, ten opzichte van een netto uitgave niveau van slechts 314 GWh. Mogelijk zijn dit deels correcties voor foute entries in de stam bestanden bij VertiCer, maar daar is verder geen zicht op.
**** Sedert november 2024 is de categorie "niet-netlevering" (lees: eigenverbruik) in de overzichten van VertiCer stelselmatig, voor alle opvolgende maand rapportages, op nul gesteld. Vermoedelijk is dit het gevolg van de beslissing, aangekondigd in de Kamerbrief over de openstelling van SDE 2024, om eigen verbruik bij nieuwe PV projecten niet meer te belonen met Garanties van Oorsprong, om overwinsten te voorkomen (zie bespreking kamerbrief in artikel van 11 maart 2024). Normaliter blijft voor oudere regelingen deze (contractuele) afspraak overeind, maar er zijn sinds genoemde maand in het geheel geen GvO's voor eigenverbruik meer uitgegeven door VertiCer, zoals uit hun eigen administratie blijkt.
Drijvende krachten GvO uitgifte
Er zijn twee "drijvende krachten" achter het verloop van deze curve. Ten eerste natuurlijk de seizoens-variabiliteit, die zich uit in hoge producties in de zomermaanden ("toppen"), resp. lage output in de wintermaanden ("dalen"). Meestal is december de minst producerende maand. Eerder zagen we al dat, sterk afhankelijk van de gemiddelde instralings-condities in de betreffende maand, in de zomerperiodes hetzij mei (2020), juni (2019, 2021, 2022), of juli (2017, 2018) de best performer waren bij de productie. Voor de hier getoonde recentere periode zijn de waargenomen "zomer pieken" langere tijd alle 4 in juni gevallen. Sinds enige tijd is in 2024 juli de (momenteel) beste productie maand in dat jaar geworden. Inmiddels zijn alle piekwaarden voor 2021 tm. 2025 weer opwaarts bijgesteld. Nieuwe recordhouder, met ruim 1.584 GWh fysiek gemeten productie, is inmiddels juli 2025, die, met 0,6% meer output, de eerste plek heeft overgenomen van juni 2023 (momenteel 1.574 GWh). Mogelijk loopt juli 2025 in komende updates nog iets meer uit, maar dat moeten we nog afwachten.
2024 had een duidelijk lagere piek dan in de jaren 2023 en 2025. De verwachting is, dat augustus, als het volume daarvoor tenminste gecorrigeerd gaat worden, geen nieuw record niveau voor dat jaar zal gaan opleveren, gezien de door Boonstra ge-extraheerde instralings-niveaus (links naar Twitter resp. Bluesky posts: aug. 2023 134,6 kWh/m², aug. 2024 149,2 kWh/m², resp. aug. 2025 147,9 kWh/m²). De instraling in augustus 2024 lag slechts marginaal hoger dan in augustus 2025, en had natuurlijk ook een kleinere populatie gecertificeerd bemeten PV projecten. Belangrijker nog, juli 2024 had een beduidend hoger instralingsniveau dan augustus dat jaar (162,4 kWh/m² volgens data extract Boonstra), dus het is onwaarschijnlijk dat augustus een (veel) hogere uitkomst heeft laten zien dan in de voorgaande maand. Zelfs met een beperkte bijbouw van nieuw participerende projecten.
2025
Juni 2025 (bijna 1.566 GWh) zit nog steeds iets onder het niveau van mei (1.569 GWh). Juni 2025 ontving, met gemiddeld 179 kWh/m² horizontale instraling, slechts marginaal minder dan de 182 kWh/m² in mei dat jaar, volgens de in detail bijgehouden instralings-data van het KNMI, door Anton Boonstra. Met nieuwbouw van (gecertificeerde) PV capaciteit in mei, die juni grotendeels on-line zou kunnen zijn, zou de totale opbrengst in juni dus beslist wat hoger kunnen liggen dan in de voorgaande maand. Juli had een beduidend lagere instraling (2025 165 kWh/m²; 1,4% meer dan in 2024), maar heeft nu dus desondanks reeds het record niveau te pakken. Interessant zal zijn hoe de verhoudingen tussen deze drie maanden zullen uitpakken in komende updates, als meer GvO's bijgeschreven zullen gaan worden voor die periode. Aangezien verschillende maanden met afwijkende aanpassingen te maken zullen blijven hebben, is de uiteindelijke verhouding nog niet goed te voorspellen.
De vijf piekwaarden in de getoonde periode zijn in bovenstaande grafiek weergegeven.
Voor meer commentaar op het verloop van de GvO curve in 2023, zie de bespreking in de update van januari 2025.
Ook de piek volumes uit met name 2021 en 2022 kunnen later nog, zij het marginaal, worden bijgeplust. Zeker van de kleinere projecten, die niet maandelijks door een meetbedrijf worden gemeten, komen productiecijfers namelijk heel erg laat pas beschikbaar, en worden ze dan pas aan de databestanden van VertiCer toegevoegd. En worden ze "zichtbaar" in de hier getoonde productie historie. Als dit al geschiedt, zal de impact ervan echter zeer bescheiden zijn.
Nieuwe recordhouder 2025
Achteraan in de grafiek is het nieuwe record niveau voor juli 2025 met de bijbehorende getalwaarde weergegeven, 1.584 GWh, met nog e.e.a. aan later toe te voegen volumes te verwachten. Mei en juni 2025 zijn naar de 2e resp. 3e plaats verdrongen voor dat jaar.
Voor drie "Casussen anomalieën bij GvO uitgifte volumes", zie de bespreking in de analyse van het juli 2025 rapport van VertiCer.
2024 - 2025: alle / andere maandcijfers
In onderstaand lijstje laat ik de verschillen zien tussen de huidige opgave van netto verstrekte GvO's per maand in 2024, en voor januari tm. november 2025, de opgave voor dezelfde maand in het voorgaande jaar, en het procentuele verschil t.o.v. de laatstgenoemde maand.
Maand / nieuwe netto uitgifte / idem zelfde maand voorgaande jaar / procent verschil
Met name voor de laatst gerapporteerde maanden zullen er sowieso nog het nodige aan uitgegeven GvO's bij gaan komen. Standaard bij de GvO data van VertiCer is, dat de eerstpublicatie voor een willekeurige maand al het veruit grootste volume GvO's voor die maand oplevert. Afgiftes die later worden gepubliceerd, zijn al veel geringer van omvang, en worden stapsgewijs kleiner qua volume. Het "doorsijpelen" van later afgegeven GvO's, die met terugwerkende kracht voor de betreffende maand worden bijgeschreven, kan echter zeer lang doorgaan. Dat kan langer dan een jaar duren in veel gevallen.
Opvallend is het hoge positieve verschil voor maart 2025, t.o.v. maart 2024, inmiddels al 46% meer GvO's afgegeven, zoals al de in een vorige update uitgesproken verwachting was. Maart 2025 was dan ook record zonnig, volgens het KNMI "de zonnigste maart sinds tenminste 1965". Mogelijk kan het verschil met maart 2024 nog verder gaan oplopen, als achterstallige GvO's voor die maand worden toegevoegd.
In 2024 was een groot verschil te bespeuren bij de maand januari, waarvoor al 37% meer GvO's zijn afgegeven, dan voor januari 2023. Januari 2024 had dan ook dik 20% meer instraling dan dezelfde maand in 2023, volgens de KNMI data extracten van Anton Boonstra (interne link). Ook november 2024 zit op een forse 38% meer productie dan in november 2023. Dat is curieus, want de instraling was in november 2024 juist 5,6% láger dan in november 2023 (interne link, resp. bijdrage op Twitter). Mogelijk worden deze op zich tegenstrijdige percentages in latere updates recht getrokken. Het lijkt niet zeer waarschijnlijk dat er in oktober-november 2024 een zeer hoog nieuw, reeds netgekoppeld vermogen is bijgeplaatst wat het verschil zou kunnen verklaren, maar we kunnen dat ook weer niet uitsluiten.
Alleen een forse hoeveelheid afschakeling van veel grote projecten (vanwege negatieve marktprijzen in maart 2025) kan weer roet in het eten gaan gooien. Martien Visser van energieopwek.nl deed recent weer een poging om afschakeling nog beter te modelleren. Voor de ook zeer zonnige maand april schatte hij, dat maar liefst 10% van de potentiële productie uit zon- én wind afgeschakeld zou zijn onder de toen heersende marktcondities (zie zijn Blue Sky bijdrage van 6 mei 2025, met grafiek). In ook zeer zonnig mei, schat Visser zelfs 15% curtailment in bij alleen al de PV populatie ... (Blue Sky bericht van 1 juni 2025). Voor ook zonnig september 2025 schatte hij 15% afschakeling voor zowel wind als zon in (Blue Sky bericht van 16 oktober 2025).
Meer capaciteit, meer GvO's, maar ook keerzijde
De tweede drijvende kracht achter de curve in bovenstaande grafiek is uiteraard de in het recente verleden zeer onstuimige groei van de projecten markt, met telkens flink meer, gemiddeld genomen steeds grotere PV projecten, wier nieuwe productie volumes in de loop van het kalenderjaar toegevoegd worden aan de output van het eerder al bestaande productie "park". Dat is dé drijvende kracht achter de steeds hoger wordende pieken (bovenop de verschillen in instraling van jaar tot jaar). Alle nieuwe capaciteit zal bijdragen aan het verhogen van de pieken, zelfs al hebben ze in sterk toenemende mate oost-west opstellingen om de voor netbeheerders zeer vervelende "middag-output-piek" te verlagen. Ook het steeds meer om zich heen grijpende fenomeen van afschakelingen bij negatieve marktprijzen, zal in de projecten markt al te sterke stijgingen bij de afgifte van GvO's onder druk zetten. De potentiële zonnestroom productie wordt dus in toenemende mate uitgehold.
Nog niet is bekend, hoe er bij VertiCer omgegaan zal gaan worden met certificaten voor, bijvoorbeeld, door grote zonnestroom projecten tijdelijk in accu's opgeslagen elektra. Mijn vermoeden is, dat zo'n accu dan als "afnemer" gezien zal worden, en dat daarna het recht op "groenheid" bij gebruik verloren is gegaan. Er is immers al bij de productie een certificaat afgegeven, dat kan niet "verdubbeld" worden. Er is veel interesse voor accu systemen ("BESS"), en ik zie steeds meer projecten met realisaties van opslag van elektra. Het direct aan het TenneT hoogspanningsnet te koppelen 200 MWh Antares BESS systeem van Return in Waddinxveen is recent de bouw fase ingegaan, veel grotere projecten zijn al gepland, tot een 1,4 GWh BESS installatie in Borsele aan toe. De plannen voor de lang verwachte 300 MW / 1.200 MWh grote Leopard BESS op de hoogspannings-aansluiting van gefailleerd Aldel in Delfzijl worden inmiddels zeer concreet: die installatie zou in de 2e helft van 2027 opgeleverd moeten gaan worden, en Vattenfall heeft inmiddels al een claim op een derde deel van het totale opslag volume ondertekend. In de analyse van de beschikte SDE 2024 projecten kom ik bij de zonneparken al de nodige plannen tegen voor gecombineerde aansluiting met een BESS systeem, en ook op kleinere schaal kom ik, bij het midden- en kleinbedrijf, al frequent accu plaatsingen tegen.
Progressie in winter"dips"
In de productie curve was tot aan een vorige update goed te zien dat de zogenaamde "winter-dips" in de periode 2021 - 2023 ook op een steeds hoger niveau komen te liggen, a.g.v. de almaar toenemende productie capaciteiten, die ook in de winter aan een toenemende hoeveelheid zonnestroom output bijdragen. In deze laatste update blijkt december 2022 weer, achter de komma, een marginaal hoger volume te zijn toegerekend, het is inmiddels ruim 138,2 GWh geworden. Dat is al 13,9% hoger dan in december 2021 (121,4 GWh), en is zelfs al een factor 4,6 maal het niveau van de "dip" in het winterseizoen van 2017/18 (jan. 2018 29,8 GWh, zie eerder gepubliceerde historische grafiek).
Het gecorrigeerde volume voor december 2023, inmiddels 144,0 GWh aan netto afgegeven GvO's is nu 4,2% hoger dan in die wintermaand in het voorgaande jaar. En het is al een factor 4,8 maal het niveau van januari 2018.
December 2024 heeft inmiddels 146,3 GWh aan netto afgegeven GvO's. Dat ligt inmiddels, zoals in een vorige update al voorspeld, 1,6% hóger dan het volume in december 2023 (in een eerdere update was dat nog 2,4% láger), en zal waarschijnlijk nog wel verder gaan uitlopen. De tot nog toe uitgegeven, relatief bescheiden hoeveelheid GvO's in deze maand, geeft een extra aanwijzing, dat van de extreem verhoogde capaciteits-toevoeging in dezelfde maand (paragraaf 3a), niets kan kloppen, want een deel van de productie daarvan zou dan al zichtbaar moeten zijn geworden bij VertiCer. Latere updates zullen deze stellingname kunnen onderbouwen, als meer actuele productie cijfers bekend zullen worden.
7. Jaarproducties volgens Garanties van Oorsprong
Een herziene versie van de grafiek met de jaarlijkse uitgifte van Garanties van Oorsprong (GvO's) werd door Polder PV gegeven in de analyse van de augustus cijfers van 2024 (link).
Integreren we de data uit dat overzicht, met de meest recente toevoegingen (ook uit eerdere jaren) van de update van 1 december 2025, krijgen we de volgende grafiek met de totaal uitgegeven hoeveelheden GvO's (lees: zonnestroom producties) in de kalenderjaren 2006 tm. 2024, en het eerste, al fors toegenomen volume, voor (januari tm. november) 2025. Aangezien voor 2024 er nog steeds twee zeer grote anomalieën in de cijfers aanwezig zijn, voor februari, en, nieuw toegevoegd in een vorige update, voor augustus, zal het uiteindelijke uitgifte niveau zeer waarschijnlijk fors lager gaan worden. Tenminste, als die grote fouten ook daadwerkelijk, vermoedelijk sterk vertraagd, publiekelijk zullen worden hersteld in de cijfers van VertiCer. Vandaar dat ik de kolom voor 2024 gearceerd heb weergegeven, en, uiteraard, ook voor 2025.

De tot nog toe bekende zonnestroom productie van uitsluitend de gecertificeerde zonnestroom markt (dus exclusief vrijwel alle residentiële en andere niet bij VertiCer bekende capaciteit) groeide razendsnel. Van nog bijna onmeetbare hoeveelheden in 2006, tot een volume van 219 GWh in 2015. Vervolgens zette de groei stevig in, vooral veroorzaakt door een toenemende hoeveelheid, en steeds grotere, grotendeels via de SDE regelingen gesubsidieerde projecten. Van 556 GWh in 2016, 832 GWh in 2017, 1,6 TWh in 2018, 2,9 TWh in 2019, 5,1 TWh in toenmalig record jaar 2020, naar 6,2 TWh in 2021. Aangezien 2022 zeer zonnig was (Anton Boonstra: 13% meer horizontale instraling dan in 2021), volgt meteen een grote sprong naar ruim 8,6 TWh in 2022.
Vervolgens werden er voorlopig al ruim 9,1 TWh aan GvO's afgegeven voor 2023. Hierbij komt ook nog, dat de nodige nakomende volumes van eerdere maanden worden bijgeplust. Het zal daarbij interessant zijn, te zien, wat de balans zal gaan worden tussen de méér productie van de (record) toegevoegde nieuwe gecertificeerde capaciteit in 2023, in relatie tot het feit, dat de cumulatieve instraling in dat jaar, 7,2% láger lag, dan in het relatief zonnige jaar 2022, aldus de data-extracten en waarnemingen van Anton Boonstra. Dat 2023 tot nog toe niet zeer veel hoger uitkomt dan 2022, zou deels ook kunnen komen door actieve curtailing van grote projecten a.g.v. lage / negatieve marktprijzen, die toen al regelmatig voorkwamen. De toename van het jaarvolume in 2023 is echter zéér laag (520 GWh, t.o.v. 2.420 GWh nieuw in 2022, resp. 4.316 GWh nieuw in 2024), wat doet vermoeden, dat ook hier weer iets niet helemaal in orde lijkt bij de officiële statistieken ...
Verrassend is, dat 2024, met nog veel updates te verwachten, nu al vér boven het kalenderjaar totaal voor 2023 uitkomt, met netto bijna 13,5 TWh aan reeds uitgegeven GvO's. Hiermee is voor het eerst in de historie de 10 terawattuur gecertificeerde stroomproductie in een kalenderjaar al vroegtijdig "geboekt". Echter, omdat er twee zeer grote anomalieën in deze cijfers zitten (februari en augustus), zal het uiteindelijke niveau veel lager gaan worden. Hoeveel lager is helaas nog niet duidelijk.
Achteraan is het tot nog toe bekende volume voor de eerste elf maanden van 2025 toegevoegd, waarbij de 10 TWh grens al ver gepasseerd is, zonder opgetreden "anomalieën" in de beschikbare cijfers. Er werd tot nog toe al 11.143 GWh aan productie geteld. Waar uiteraard nog zeer veel, en, hoogstwaarschijnlijk, een nieuw record volume aan toegevoegd zal gaan worden. Daarmee heeft 2025 nu al 22% meer, dan de hele jaarproductie in 2023 bereikt. Met nog 1 (winterse, doch relatief zonrijke) productiemaand te gaan, plus alle latere toevoegingen.
Reken we de nog te corrigeren fouten voor februari en augustus 2024 mee, zouden er vanaf 2006 tot en met november 2025 door VertiCer en haar rechts-voorgangers, inmiddels 60,2 TWh aan garanties van oorsprong zijn uitgegeven voor gecertificeerde PV capaciteit (netto resultaat van netlevering, niet netlevering, minus terug getrokken GvO's). Hoe ver we boven de 50 TWh piketpaal uit zullen komen, als februari en augustus 2024 volumes (neerwaarts) worden gecorrigeerd, zullen we in komende updates vermoedelijk gaan terugzien.
Op Linkedin verscheen op 9 januari 2026 een bijdrage van Solar & Storage Magazine die de continue cijfer chaos bij VertiCer adresseerde**, die ik al vele jaren lang met keiharde rapportages illustreer, en maandelijks probeer te duiden (geen referentie gegeven daar). Rolf Heynen, waarmee ondergetekende jaren geleden naar een vertegenwoordiger van destijds nog het Energieakkoord onder Nijpels ging, waar we de vreselijke data problemen rond de Nederlandse solar markt adresseerden, en om een strict gereguleerde, betrouwbare nationale database, voor álle PV installaties, van de grond te krijgen (resultaat: zilch), ging ook even uit zijn dak in een eigen reactie daar. Maar deed tegelijkertijd een handreiking: "VertiCer B.V., Netbeheer Nederland, Centraal Bureau voor de Statistiek, kunnen we alsjeblieft aan tafel, hier capaciteit voor vrijmaken en doen alsof dit vitale infra is. Wat het is".
Waarvan akte, want ik roep dit al vele jaren ...
** ... met als "stellingname" dat er "1,7 GWp in 2025 verdwenen zou zijn". Wat natuurlijk helemaal niet zo is, want dat heeft alles te maken met:
(a) de kunstmatige, veel te hoge afgeleide netto jaargroei in 2024 (zie grafiek met uit VertiCer databank afgeleide "jaaraccumulatie cijfers"), die al vele maandrapportages lang een beeld schetst wat in geen geval kan rijmen met het meest recente CBS cijfer, wat véél lager ligt (YOY 2024 VertiCer = deelpopulatie!, 3.829 MWp, CBS = totale PV markt, 3.267 MWp, een onmogelijke combinatie!). Het nu bekend geworden "netto jaargroei volume volgens VertiCer" ligt momenteel op 14.778 MWp (EOY 2025 huidige status) - 16.477 MWp (veel te hoge EOY 2024 huidige status), = -1.699 MWp. Maar dat is een volstrekt artificieel resultaat waarin grote data fouten nog niet zijn hersteld, en er onterecht wordt uitgegaan van het veel te hoge, volstrekt artificiële EOY cijfer voor 2024 (bovendien is en blijft het een netto effect van instroom minus uitstroom volumes gedurende die periode).
(b) de al door rechtsvoorganger CertiQ toegegeven scala aan redenen waaróm data (fors) kunnen wijzigen in het bestand, met desastreuze resultaten voor de daarvan afgeleide "zogenaamde netto maandgroei cijfers" (en dus, impliciet, ook de daarvan afgeleide veronderstelde jaargroei cijfers);
(c) het na doorvragen bij VertiCer door Polder PV verkregen antwoord ("verwerken van fouten in data bij VertiCer"), dat regelmatig door hem vastgestelde, en bij VertiCer gemelde, veel te hoge data entries in een willekeurig maandrapport, slechts via deze instantie > de betreffende netbeheerder(s) > de daar onder vallende marktpartij > terug naar netbeheer > en pas dan weer bij VertiCer terugkerende correcte en door netbeheer gevalideerde waarde voor de vastgestelde (grote) anomalie, inhoudt. Dat tijdens dit formele data overdracht proces zeer veel tijd kan passeren, waardoor de veel te hoge incorrecte volumes al die tijd publiekelijk zichtbaar in de VertiCer records blijven staan, en er dus bizarre gevolgtrekkingen uit de incorrecte (afgeleide) cijfers getrokken zouden kunnen worden (zoals door SSM genoemde "1,7 GWp verdwenen in 2025").
Het is dan ook niet voor niets dat een werknemer van VertiCer al rap reageerde op genoemde post van SSM, met het onthullende antwoord: "Zoals terecht gesteld in het artikel is het systeem van garanties van oorsprong vrijwillig, moet op basis van wetgeving een installatie elke 5 jaar opnieuw ingeschreven worden als je garanties van oorsprong wilt blijven ontvangen en is het dus ook niet verplicht om een installatie opnieuw in te schrijven. VertiCer B.V. heeft daarom ook Solar & Storage Magazine geadviseerd om niet de data van VertiCer te gebruiken als basis voor de analyse voor het gehele opgestelde vermogen in Nederland. Daar zijn de door VertiCer verstrekte statistieken nu eenmaal niet voor bedoeld."
Waarbij ook vastgesteld moet worden, dat genoemde medewerker in het geheel voorbijgaat aan de bestáánde data anomalieën in hun actuele records, die niets te maken kunnen hebben met al dan niet uit- of (her- ) inschrijven van installaties, omdat genoemde cijfermatige blunders véél te groot zijn om daarmee "verklaard" te kunnen worden, tenzij dat aannemelijk wordt gemaakt. En er ook geheel ándere blunders in de cijfers van VertiCer voorkomen, zoals de nog steeds aanwezige, nog niet gecorrigeerde extremen in de uitgegeven Garanties van Oorsprong voor zonnestroom in de maanden februari en augustus 2024 (grafiek met maandelijkse uitgifte van GvO's in dit artikel). Die kunnen met uit/herinschrijven van installaties in het register niets te maken hebben.
Totdat dit soort inherente, grote problemen binnen het meest complexe PV dossier van Nederland (VertiCer) zijn opgelost, wat genoemde medewerker kennelijk gezien de geponeerde reactie betwijfelt, blijft Polder PV als "meest betrouwbare" (maar, desondanks ook regelmatig bijgestelde!) cijfers voor de Nederlandse zonnestroom markt die van het CBS beschouwen. Waarvan u onder de meest recente update van 18 november 2025 de actuele cijfers zult vinden op Polder PV.
Intern - eerdere rapportages CertiQ / VertiCer
Vorige maandrapportages 2025:
November 2025: gepubliceerd op 2 december 2025
Oktober 2025, gepubliceerd op 5 november 2025
September 2025, gepubliceerd op 3 oktober 2025
Augustus 2025, gepubliceerd op 3 september 2025
Juli 2025, gepubliceerd op 5 augustus 2025
Juni 2025, gepubliceerd op 4 juli 2025
Mei 2025, gepubliceerd op 11 juni 2025
April 2025, gepubliceerd op 7 mei 2025
Maart 2025, gepubliceerd op 3 april 2025
Februari 2025, gepubliceerd op 4 maart 2025
Januari 2025, gepubliceerd op 5 februari 2025
Voor 2024: zie de lijst gepubliceerd in de update van 6 januari 2025
Voor 2023: zie de lijst gepubliceerd in de update van 1 februari 2024
Voor 2022 en 2021, zie overzichtje onderaan analyse van 9 januari 2023
CertiQ herziet cijfer presentatie methodiek - een nieuw tijdperk ? (8 februari 2023)
Meer licht in de duisternis (?) omtrent ontwikkeling gecertificeerde zonnestroom portfolio in (2019-) 2020 bij CertiQ. (4 november 2020; vroege signalering van sterk wijzigende historische CertiQ data door Polder PV)
Extern
Data overzichten website VertiCer (opgelet, tijdens laatste upload blijken alleen nog maar de 3 laatste maandrapportages voor elektra, en 1 voor "groen gas", aanwezig te zijn, alle voormalige rapportages zijn verdwenen van de site!)
Wijziging correctie meetwaarden (nieuwsbericht voor handelaren op site VertiCer, 6 januari 2025)
Vereiste rapportage-datum bij een lopende aanmelding (formele gang van zaken te volgen bij op te geven "rapportage datum", op site VertiCer, 7 juli 2025, pdf)
NB: de oude website van CertiQ is niet meer actief, de url verwijst door naar de site van rechtsopvolger VertiCer !
3 januari 2026: Enkele gebruiks-cijfers Polder PV in 2025 - Twaalfde jaar op rij netto surplus zonnestroom van dak huurwoning & blijvend laag eigenverbruik elektra*. Zoals vanouds presenteert Polder PV enkele jaarlijkse gebruik- cq. opwek cijfers van de belangrijkste "energie" en gerelateerde modaliteiten. Achtereenvolgens elektra, stadswarmte, en drinkwater. Ondanks de al flink bejaarde PV installatie, blijft het energiezuinige huishouden van Polder PV, voor het twaalfde achtereenvolgende jaar op elektra gebied "stroomneggie", mede vanwege de zeer succesvolle kabelinfra renovatie die noodzakelijk was, en die in maart 2025 werd uitgevoerd (verslag). Vanwege het derde volledige kalenderjaar met een net-meter die invoeding en afname "comptabel" meet, is de presentatie voor elektra voor 2025 weer sterk afwijkend van de situatie toen we nog een volautomatisch "salderende" Ferrarismeter in huis hadden. T.o.v. 2023 en 2024 is er echter relatief weinig gewijzigd in de verhoudingen, wat te maken heeft met een al talloze jaren, vrijwel ongewijzigde, blijvend duurzame huishouding. En blijven we derhalve, vooral omdat we vrijwel géén grote stroomverbruikers hebben (geen [E-]auto, geen warmtepomp, geen wasdroger, geen vaatwasser, geen batterij systeem, etc.), en ondanks al jaren geleden overstap op elektrisch koken (wat zéér weinig stroomverbruik toevoegt in ons huishouden), op een zéér laag eigenverbruik eindigen bij elektra. Stadswarmte en drinkwater gebruik blijven ook op een (zeer) laag niveau.
* Dak woningcorporatie, appartement Polder PV op begane grond heeft geen eigen dak ...
(1) Elektra
Voor de "elektriciteitsbalans" in het huishouden van Polder PV moest er jarenlang teruggegrepen worden op het resultaat van de volautomatisch salderende Ferrarismeter, waarmee het (naar verwachting lage) zelfconsumptie aandeel van de opgewekte zonnestroom niet getalsmatig hard gemaakt kon worden, omdat het totale interne verbruik van de aanwezige apparatuur niet separaat bemeten werd / kon worden. O.a. vanwege de aanwezigheid van een mechanisch ventilatie systeem wat niet gemonitord kón worden. De laatste evolutie grafiek van de resultaten van eigen metingen van de zonnestroom productie, en het "netto resultaat" op de enkeltarief meterstand van de Ferrarismeter, kunt u nazien in het eindejaars-bericht van 2022 (artikel 3 januari 2023).
De Ferrarismeter is op 6 oktober 2022, met de nodige weemoed bij de webmaster, door een subcontractor namens netbeheerder Liander vervangen door een (naar verkiezing) "domme" vierkwadranten digitale netmeter, waarvan slechts 2 telwerken worden gebruikt, omdat we al sinds we hier, eind 1996, wonen een simpel enkeltarief contract hebben. Een voor netafname, en 1 voor netinvoeding (ook wel ongelukkigerwijs vaak "teruglevering" genoemd). Uit de rond de jaarwisselingen ge-extraheerde begin- en eindmeterstanden op die 2 telwerken, én natuurlijk de eigenhandig gemeten totale zonnestroom productie (via het stok-oude OK485 interface, en een op een prehistorische Windows versie draaiende logging computer, voor de 13 in gebruik zijnde micro-inverters), heb ik weer de volgende 2 grafieken kunnen maken voor kalenderjaar 2025. Die voor het eerst in deze vorm voor kalenderjaar 2023 werden gepresenteerd, en navolging kreeg in 2024.

In deze eerste grafiek worden de verschillen tussen de einde-jaars-meterstanden (2025 - 2024) op beide telwerken van de "domme" digitale netmeter getoond, en de resulterende "netto uitwisseling" op dit allocatiepunt. Op het afname telwerk resulteerde een laag verbruik van 599 kWh voor ons zuinige 2-persoons huishouden. Dat is marginaal hoger dan in 2023 (toen 588 kWh). Het invoedings-telkwerk vertoonde het grootste volume van onze zonnestroom opwek in dat behoorlijk zonnige jaar: slechts weinig zonnestroom werd - bij gebrek aan "geschikte" apparaten om midden op de dag veel stroom op te souperen - direct verbruikt. Het overgrote merendeel, 1.119 kWh (in 2024 893 kWh, in 2023 941 kWh) van de totale opwek, ging volautomatisch het net op (zie ook tweede grafiek). Dat er duidelijk meer zonnestroom over bleef, heeft deels te maken met het matige productiejaar 2024, wat grotendeels is te herleiden tot de structureel geworden problemen met de kwaliteit van de installatie destijds, in combinatie met een matig zonrijk jaar. 2025 is door de bank genomen zeer zonnig geweest, én de installatie is in maart volledig gerenoveerd. Met hoge opbrengsten tot gevolg en, bij vrijwel ongewijzigd huishouden, derhalve een forse hoeveelheid invoeding op het betreffende telwerk tot gevolg.
Resulterend uit deze 2 telwerken, is er dus netto in dit jaar 520 kWh (2024 305 kWh, 2023 334 kWh) op het net ingevoed, de allocatie op dit distributiepunt was, blijvend "negatief". We zijn en blijven al twaalf jaar lang netto "stroomneggie". Of, zo u wilt, sociaal producent van duurzame elektriciteit, die we aldus "delen met de buren", ook al hebben ze daar meestal geen weet van ...

Deze tweede grafiek toont wat er is gebeurd met de zonnestroom opwek in ons huishouden in 2025, en wordt ons totale verbruik berekend / getoond.
Gemeten is een totale zonnestroom productie van 1.312 kWh, van de 14 op het dak liggende oude zonnepanelen, het 3e beste productie jaar ooit (in het historische dieptepunt, 2024, 1.070 kWh, in het zonniger jaar 2023 1.131 kWh). Dit is wel exclusief terraspaneel, wat onregelmatig buiten wordt gezet, maar dus wel invloed heeft op de totale stroom balans in ons zuinige huishouden. Eerder zagen we al, dat van de gemeten zonnestroom opwek, maar liefst 1.119 kWh (ruim 85%) via het invoedings-telwerk van de netmeter ons pand / allocatiepunt "verliet" in dat jaar. Slechts 193 kWh, 15% van de opwek, is dus direct in eigen huis verbruikt. In 2024 was dat nog 177 kWh, in 2023 190 kWh (beide jaren eigenverbruik percentage iets hoger liggend, op 17%). Dat blijvend, zeer lage percentage geeft eens te meer aan dat zuinige huishoudens, met een laag totaal stroomgebruik, en een kleine PV installatie die grofweg de jaarbehoefte kan dekken, zéér ongunstig zitten, bij de eigenverbruik factor. En dat, bij het aangenomen wetsvoorstel, "einde salderen per 1-1- 2027" (vandaag nog 363 dagen status quo), dit soort huishoudens dus geen gunstig afreken scenario te wachten staat. Voor het grootste volume van de netto afgenomen hoeveelheid elektra zal het volle pond betaald moeten gaan worden, inclusief de hoge energiebelasting plus btw. Deze is echter per 1 januari 2026 wel iets gedaald, van 12,28 ct/kWh, naar 11,08 ct/kWh incl. btw (voor gas stijgt de EB wel iets). Bij een netto jaarafname van 600 kWh zou dat dus, bij genoemd tarief voor 2026, neerkomen op een meerpost van ruim 66 Euro. Dat valt nog te overzien. Gezien de trend om stroom op elektra steeds minder te belasten, zal het in 2027 mogelijk nog lager kunnen gaan worden.
Bovenstaande is natuurlijk nog niet meegerekend de "waarde" van de op het net gezette hoeveelheid zonnestroom. Die vergoeding is al enige tijd stapsgewijs omlaag gebracht, en daar zal niemand "rijk" van gaan worden. Sowieso betalen de meeste zonnepanelen eigenaren, zeker die met flinke installaties, al enige tijd heftige invoedingskosten, vanwege de doorberekening van profiel- en onbalanskosten door de meeste stroom leveranciers. Polder PV voedde de laatste jaren zo weinig in, dat hij tot nog toe onder de "nul-tarief staffel" viel bij genoemde kosten. Dit kan echter beslist gaan wijzigen, de energiemarkt staat immers nooit stil.
In de laatste kolom vinden we ons bruto stroomgebruik terug, de optelling van het verbruik op het afname telwerk in grafiek 1 (599 kWh), plus de direct in-house verbruikte eigen opwek van zonnestroom (de facto "blijvend gesaldeerd", 193 kWh). Resultante: een blijvend, zéér laag stroomverbruik van slechts 792 kWh op jaarbasis, met een 2-persoons huishouden. In 2024 was dat nog 765 kWh, in 2023 797 kWh.
De blijvende verwachting van Polder PV is, dat er weinig in de reguliere verhoudingen tussen deze cijfers zal gaan komen, gezien het feit dat er geen (e-) auto is (en er niet zal komen), een warmtepomp de facto een waanzin investering met hoge financiële gevolgen zal zijn in ons (ook al extreem zuinige) stadswarmte huishouden in een huurwoning, er geen wasdroger is (noch zal komen), en het elektra gebruik dus langdurig op een laag pitje zal blijven bij gebrek aan (frequent gebruikte) grote verbruikers. Nota bene: zélfs met een elektrisch fornuis, waarvan alleen de "pitten" frequent worden gebruikt, en de oven spaarzaam. Dat zet allemaal natuurlijk geen "elektrische zoden aan de dijk", om de door netbeheerders gewenste "hoge eigenverbruik" factor te kunnen bereiken. Bij huishoudens als het onze is dat gewoonweg onmogelijk.
(2) Gas
Polder PV is al sedert april 2018 "van het kookgas af", en kookt sindsdien elektrisch. Zie de laatste grafiek met de jaarcijfers van ons historische verbruik. Uiteraard gebruikt de Uniper STEG warmtekracht centrale voor de stadswarmte voorziening in onze wijk gas, maar dat wordt hier niet als zodanig meegerekend. Dat valt onder het verbruik van stadswarmte, afgerekend in Gigajoule (zie verder).
Wel verbruiken we op ons vakantie adres gas (verwarming, kookgas). Als data daarvan beschikbaar komen, voeg ik ze mogelijk nog een keer toe. Dit betreft grotendeels ruimteverwarming met een nieuwe gaskachel in het winterseizoen, áls we daar zijn. Om structurele vochtproblemen daar te voorkomen, blijft de waakvlam wel aan staan. Isoleren zal niet eenvoudig zijn, en kostbaar > pro memori.
(3) Stadswarmte
Ons stadswarmte gebruik in Leiden is, zoals alles bij ons, low profile, en sinds een gestoorde idioot een krankzinnige, aggressieve oorlog in het oosten van Europa is begonnen, doen we het nóg rustiger aan met de (in Leiden op gas gestookte stads-)verwarming. Zo rustig, zelfs, dat in 2023 een nieuw dieptepunt is bereikt bij het "verbruik" ervan, slechts 5,22 GJ, een halve GJ lager dan het al spaarzame voorgaande jaar. 2024 zat er, mede vanwege de grauwe, frisse eindejaars-maanden, wat boven, en kwam uit op 5,89 GJ. En in 2025 kwamen we op 7,71 GJ uit, wat nog steeds onder het langjarige gemiddelde ligt. Het spul wordt bij ons gebruikt voor ruimteverwarming (bijna uitsluitend in de koudste wintermaanden), en warm tapwater, wat via een geïntegreerde afleverset aan ons appartement wordt geleverd. De hele SV unit is trouwens in juli 2025 vervangen door Vattenfall, de oude installatie hing daar al sedert eind tachtiger jaren van de vorige eeuw. Door het lage verbruik blijven de beïnvloedbare kosten binnen de perken, al was de gigajoule prijs in 2023 al torenhoog geworden (€ 76,45, echter gemaximeerd op een bedrag van € 47,38, bij het verbruik via het in dat jaar nog geldende prijsplafond, voor een idioot hoog verbruik van 37 GJ/jaar). In 2024 lag het gelukkig wat lager, € 46,69/GJ. In 2025 is het weer iets verder gezakt richting "normalere" eenheids-prijzen (tarieflijst Vattenfall: € 43,79/GJ incl. 21% btw). En ook in 2026 daalt de GJ prijs verder neerwaarts, naar EUR 40,97/GJ incl. btw. Helaas stijgen de vastrechtkosten, die al torenhoog zijn, verder door, met maar liefst 67 Euro (!), naar een onpasselijk makend bedrag van € 827,90 incl. btw, en dan heb je nog niets verbruikt (tariefstelling Vattenfall). Bij ons verbruik van, afgerond 8 GJ, zou je dus minder dan 24 Euro besparen op het GJ verbruik, maar met de verhoging van 67 Euro voor het vastrecht, leg je er dan nog eens zo'n 43 Euro op toe vanwege de almaar door stijgende vastrechtkosten. Hoezó, "belonen van spaarzaam gedrag" ??
Een "socialer" systeem, om vastrechten naar rato van woonoppervlak te betalen, zoals in Denemarken, blijft in Nederland een complete illusie. Vooral kleinbehuisde gezinnen in huurwoningen, zijn hier al vele jaren de dupe van. Politici in Den Haag blijven hiervan wegkijken, en doen er niets aan.

De grafiek toont het vaak grillige verloop van het stadswarmte "verbruik", wat uiteraard te maken heeft met het feit dat we eigenlijk alleen in de wintermaanden "enig substantieel gebruik" hebben voor de ruimteverwarming, en dat dus zeer sterk is gecorreleerd aan hoe koud het is in die winters. De laatste jaren streven we naar minimaal gebruik. Voor 2022 leidde dat al tot een historisch laag verbruik, in 2023 zijn we daar nog net een halve GJ onder kunnen blijven, in 2024 (5,89 GJ) en 2025 (7,71 GJ) is het weer hoger geworden, maar nog steeds onder het langjarig gemiddelde blijvend. Dat lag tussen 1997 en 2025 op slechts 8,09 GJ/jaar (blauwe stippellijn), met een gele streepjeslijn is een rechtlijnige trendcurve weergegeven die inmiddels iets afloopt. 2010 was voor ons het hoogste jaarverbruik, maar zelfs dat was slechts een derde van het niveau, wat destijds werd gebruikt voor het "prijsplafond" in 2023 (37 GJ/jaar).
(4) (Drink)water gebruik
Ook op het vlak van drinkwater zijn we al talloze jaren kritisch, we zitten vér onder het gemiddelde huishoudelijke verbruik. Het wordt sowieso steeds problematischer voor drinkwaterbedrijven om het waanzinnige consumptieniveau in ons land bij te houden, en zeker in de zomer gaat dit grote problemen geven (zie o.a. NOS artikel van 12 mei 2023). De grafiek toont 2 elementen, het comptabel gemeten drinkwater verbruik via de meter van het drinkwaterbedrijf (Dunea), en de hoeveelheid regenwater die we uit de regentonnen, en, bij langdurige droogte, uit de dreef achter het huis scheppen, en die we voor de toiletspoeling gebruiken.

In deze grafiek twee, voor zuinige huishoudens, "pijnlijke" incidenten, 2 niet lang na elkaar optredende, stiekeme lekkages in onze kruipruimtes, die voor ons een "extreme" verbruikspiek opleverden in de betreffende jaren (2016 en 2019). Deze lekkages zijn na ontdekking verholpen in opdracht van de verhuurder, de verlies kosten zijn ook betaald, maar zeer vervelend blijven dat soort incidenten. Verder is ons drinkwaterverbruik extreem laag, en zelfs alweer naar een nieuw dieptepunt gedaald in 2024, 18,9 kubieke meter voor 2 personen. Dat had deels ook te maken met het feit dat we regelmatig in ons nieuwe vakantieverblijf verbleven in Overijssel, maar het is een mooi resultaat. In 2025 was het marginaal meer, 19,1 m³. Hier bovenop hebben we in 2025 ook nog een flinke hoeveelheid van 7,9 m³ regenwater en/of water geschept uit de dreef naast onze woning, gebruikt voor de toiletspoeling. Het was een flink deel van het jaar droog, waardoor de regentonnen al snel leeg kwamen te staan, dus toog ondergetekende met emmers naar de sloot om zo veel mogelijk drinkwater te besparen bij het spoelen van het toilet ... In totaal was het water verbruik in 2025 dus, in Leiden, 27 m³ (13,5 m³/persoon per jaar = 37 liter/pp.dag). Volgens de branche organisatie Vewin was het verbruik in 2024 gemiddeld bij huishoudens (zie statistiek portal) 117 liter per persoon per dag (voorlopige data). Daar zaten wij in 2025 dus met een factor 3,2 onder. Rekenen we uitsluitend de hoeveelheid drinkwater, was het zelfs een factor 4,5 minder.
(5) Transport
Wij fietsen bijna alles, en hebben nooit een auto gehad. Openbaar vervoer wordt zo spaarzaam mogelijk gebruikt. De hoogste impact hebben onze reizen naar onze vakantiewoning in Twente (trein vanaf station de Vink op loopafstand, bus vanaf Almelo, waarna nog een dik kwartier lopen naar de bestemming). Bij ons vakantiehuisje hebben we diverse fietsen gestald, waarmee we o.a. boodschappen doen in Ootmarsum. We fietsen en wandelen vanuit ons vakantiehuisje, soms wordt de regionale bus gebruikt om de actieradius te vergroten. Elektrisch vervoer wordt niet overwogen, ook niet op de fiets, we willen zo lang mogelijk onszelf blijven voortbewegen zonder dure gadgets.
Een enkele keer schakelen we buren of vrienden in, om met de auto grote zaken te kunnen vervoeren, maar we beperken dat tot het hoogst noodzakelijke. Lokaal kunnen we bijvoorbeeld zakken aarde m.b.v. een fietskar halen.
Bij grotere vakanties in het buitenland wordt altijd gebruik gemaakt van de trein en/of nachttrein. Vliegen is taboe. We zijn beiden al talloze jaren Bulderboswachters in het bos van Milieudefensie, naast de spottersplaats bij de beruchte Polderbaan. We hebben te voet talloze flinke bergtochten gemaakt in combinatie met een treinreis. En we hebben regelmatig de sportfietsen meegenomen, en geweldige fietsvakanties in Duitsland, de Alpen, Pyreneeën, en of op Corsica kunnen beleven. Wederom, altijd in combinatie met treinreizen.
Voor overig commentaar op onze gebruik statistieken, zie het artikel van 3 januari 2023.
Bron:
Gebruiks-cijfers Polder PV huishoudens, per maand bijgehouden sedert eind 1996 (nieuwe woning)
2 januari 2026: Aandelen maandproducties in jaaropbrengst: Vergelijking langjarige gemiddeldes met het laatste volledig bemeten jaar - 2025. Na de absolute opbrengsten aan zonnestroom in 2025 te hebben beschreven en geïllustreerd voor de PV-installatie van Polder PV, gaan we over naar de tweede belangrijke afgeleide "dataset". Vorig jaar had ik de procentuele aandelen per maand (laatste revisie tm. 2023 alhier), niet van een update voorzien, omdat 2024 structurele infra problemen gaf te zien bij onze installatie, en ik verwachtte, dat dit nogal wat effect zou hebben voor de aandelen grafiek. Omdat het systeem weer volledig hersteld is, heb ik voor 2025 echter deze belangrijke grafiek wederom van een update voorzien. Daarin worden de relatieve aandelen van de zonnestroom producties van elke maand op de totale jaarproductie van elk jaar bepaald in procent. Vervolgens worden over alle compleet bemeten "normale" jaren die percentages per maand gemiddeld. Hieruit volgt een grafiek die een representatief beeld laat zien van de sterk seizoensmatig bepaalde productie van zonnestroom voor het onderhavige systeem. In dit geval, de grotendeels dik 25 jaar oude 1,02 kWp grote "kern" installatie van Polder PV, op het platte dak van de vierde verdieping van ons appartementen complex met huurwoningen in westelijk Leiden (ZH). Met de toevoeging van de 6 toen nieuwe 108 Wp modules aan de 4 reeds anderhalf jaar eerder geïnstalleerde (93 Wp) modules, en de netkoppeling op 12 oktober 2001 werd de "officiële productie" van die uit tien panelen bekende kern installatie gestart.
Omdat in 2010 in september en oktober geen productie resultaten bekend zijn vanwege afkoppeling van de installatie (dak renovatie werkzaamheden), en vanwege de structurele infra problemen met de laagste jaarproductie ooit in 2024, zijn deze twee kalenderjaren uit de huidige update weggelaten, zodat een "zo representatief mogelijk beeld" wordt weergegeven van de productie verdeling over de individuele maanden.
In onderstaande grafiek de relatieve aandelen van elke maand voor het afgesloten jaar 2025 (paars), afgezet tegen de langjarige gemiddelde percentages in de hele reeks volledig bemeten jaren, 2002-2009, 2011 tm. 2023, en 2025 (geel). Voor de originele maandelijkse productie data voor dit deel-systeem in kilowatturen, zie het vorige artikel.

2025 (paars)
De eerste, zeer zonnige jaarhelft van 2025 gaf opnieuw enkele forse afwijkingen per maand te zien, t.o.v. de langjarige gemiddelde waardes (geel). Het jaar startte iets ondergemiddeld, met in januari, 2,1% van totale jaaropbrengst, 0,4 procentpunten van het jaar aandeel lager dan "normaal", 2,5%). Februari lag, met 4,5% van de jaaropbrengst, 0,3 procentpunt lager dan langjarig gemiddeld. Maart presteerde zeer hoog, met 11,3%, beduidend hoger dan langjarig gemiddeld 9,0%). Volgens het KNMI was het dan ook "de zonnigste maart sinds tenminste 1965". Ook april deed het zeer goed, met 13,2% t.o.v. gemiddeld 12,2% van de jaaropbrengst. Voor de maanden mei resp. juni was de meeropbrengst t.o.v. de gemiddelde waarden ook positief, maar vrij gering (13,7 t.o.v. 13,5%, resp. 13,3 t.o.v. 13,2%). Juli 2025 pakte duidelijk lager uit dan normaal (12,5% t.o.v. gemiddeld 13,0%). Ook augustus en september kwamen op een lager niveau uit dan gemiddeld (11,7% t.o.v. 11,8%, resp. 8,9% t.o.v. gemiddeld 9,3%). De grote "negatieve outlier" in 2025 was oktober die, in plaats van gemiddeld 6,0% productie bijdrage, zwaar tegenviel, met slechts 3,8%. Die maand was, volgens het KNMI, dan ook zeer somber, met gemiddeld 87 zonuren, bij een langjarig gemiddelde van 120 uren zon. November kwam precies op het langjarige productie gemiddelde uit voor die maand bij Polder PV. December presteerde duidelijk beter, 1,9% bijdrage, t.o.v. het langjarige productie gemiddelde van 1,7%.
De meest opvallende extremen in 2025 zijn dus maart (sterk positief), resp. oktober geweest (opvallend negatief). Het "zwaartepunt van de maand producties" ligt duidelijk in de eerste jaarhelft, in 2025.
Percentages in geselecteerde periodes
Als we naar de verdeling van de jaarhelft aandelen kijken, komen we voor 2025, met name vanwege het zonnige voorjaar, op 55,2 / 44,8% voor jaarhelften I en II. In zowel 2018 als in 2019 was die verhouding echter nog 54,6% productie in de eerste, en 45,4% in de tweede jaarhelft, t.o.v. de output in het hele kalenderjaar.
Bij vergelijkingen van eigen productie resultaten met deze specifiek voor Polder PV systeem gemaakte grafiek dient altijd een waarschuwing in acht te worden genomen. Sterke afwijkingen van de hellingshoek, oriëntatie t.o.v. het zuiden, en microklimaat aberraties (hoge stofbelasting, of bijv. mogelijk extra instraling en/of verkoelende effecten indien systeem vlak bij een groot wateroppervlak staat), kunnen nogal wat impact hebben op de procentuele verdeling tussen de maanden bij andere PV installaties. Globaal zal het beeld wel vergelijkbaar zijn, maar op detail niveau kunnen beslist afwijkingen worden vastgesteld voor de eigen installatie.
Voor de al frequent toegepaste "oost-west" installaties (met name op platte daken, waarvan de penetratie op grote daken al byzonder hoog is, en zelfs ook al "ingeburgerd" bij vrije-veld projecten) verwijs ik gaarne naar een prachtige, klassieke zomer (dag-)curve van zo'n systeem, die zo in een studieboek voor installateurs kan worden opgenomen (tweet Polder PV van 22 januari 2016). Uiteraard gaat het in dergelijke, al vrijwel usance geworden installatie configuraties, om een nogal afwijkende verdeling van de productie per dag (per oriëntatie), en zal dit ook de nodige impact kunnen hebben op de productie verdeling over het jaar. Al helemaal, als dergelijke systemen niet "pal oost-west" staan, maar bijvoorbeeld, zoals ik al talloze malen heb gezien, bijvoorbeeld OZO/WNW of WZW/ONO. Om maar niet te spreken over een toenemend aantal installaties die zelfs (bijna pal) "zuid-noord" zijn opgesteld.
U vindt een iets uitgebreidere toelichting van de ververste maand aandelen grafiek op de specifieke pagina op Polder PV:
Maandelijks aandeel van zonnestroom productie in de jaaropbrengst |
Bron:
Maandelijkse uitlezingen van alle 13 OK4E-100 micro-inverters bij Polder
PV, en daarvan afgeleide percentages
2 januari 2026. Zonnestroom productie PV systeem Polder PV december 2025, én kalenderjaar 2025 zeer hoog, 3e beste productie jaar in PPV historie. Na een prima resultaat in november sloot de laatste maand van het afgelopen jaar ook zeer goed af, met de 6e beste productie voor december in de historie van de Polder PV maand data. Vanwege de door de bank genomen zonnige omstandigheden in 2025, in combinatie met de door de webmaster uitgevoerde systeemrenovatie in maart dat jaar, is, zoals reeds voorspeld, de totale productie in januari tm. december op de derde positie in de "historical record" uitgekomen, na de record opbrengsten in kalenderjaren 2003, en 2022. De balans van alle cijfers vindt u hier onder.
In deze analyse de cijfers voor december 2025, voor het referentie systeem bij Polder PV. Wat sedert de netkoppeling van de eerste vier zonnepanelen, op 13 maart 2000, in de basis, begin januari 2026, inmiddels 9.425 dagen in bedrijf is. Voor een verslagje van de systeemrevisie op 8 maart, bij het eerste kwart eeuw jubileum, 13 maart 2025, zie hier. De in een eerdere rapportage uitgesproken hoop dat "alles weer normaal" zou worden in 2025, als gevolg van die systeem renovatie, blijkt met de cijfers voor april tot en met december volledig te zijn uitgekomen.
In onderstaand verslag de resultaten met het gerenoveerde, inmiddels grotendeels ruim een kwart eeuw oude Polder PV (kern) systeem.
In eerste instantie de gebruikelijke tabel met de fysiek gemeten maandopbrengsten per deelgroep in het kleine PV systeem van Polder PV, die hier onder zijn weergegeven.

De tabel met de gemeten / deels geïnterpoleerde producties van de verschillende "sets" zonnepanelen van Polder PV, voor december 2025, in het 2e kolommen paar de producties in alle 12 maanden van 2025. Naast het opgestelde vermogen in Wp wordt de productie per groep in Wattuur (Wh) vermeld, ernaast de belangrijke afgeleide specifieke opbrengst (in kWh/kWp, hetzelfde als Wh/Wp), waarmee de uit verschillende vermogens bestaande deelgroepjes goed vergeleken kunnen worden. Rechts, de vergelijkbare staatjes voor de specifieke opbrengsten in december, resp. in januari tm. december 2024, ontleend aan het bericht over die maand, op de Polder PV website. Het was toen ook, mede vanwege de forse infra problemen, een zwaar tegenvallende productie maand in de PPV geschiedenis. Die situatie is, net als in april tm. december dit jaar, volledig gewijzigd. Alle producie resultaten liggen weer redelijk dicht bij elkaar (kWh/kWp). De totale producties in de 12 kalendermaanden liggen zeer hoog, op de derde positie in de productie historie van Polder PV.
In de relatief zonnige maand december 2025 is de vaak in het verleden goed presterende set met 2 Kyocera 50 Wp paneeltjes in serie op 1 micro-inverter ditmaal net als in november 2025 wederom de beste, met een specifieke opbrengst van 22,9 kWh/kWp. Op de 2e en 3e plek staan ook ditmaal de 2 pal zuid geplaatste 108 Wp panelen (donkergroene band, 21,4 kWh/kWp), en de qua kabelinfra volledig gerenoveerde, in 2024 langdurig problematische set 108 Wp exemplaren gericht op ZZO (rode band, 20,7 kWh/kWp). Pas dan volgt ons oudste kwartet zonnepanelen, 4x 93 Wp Shell Solar modules (19,3 kWh/kWp). De 4 in de achterste rij staande 108 Wp panelen (oranje band), deden het ook ditmaal het minst goed, met 16,0 kWh/kWp, wat zeer waarschijnlijk met in de wintermaanden optredende schaduweffecten van de voorste rij panelen heeft te maken. Het resultaat voor het uit 10 panelen bestaande basis systeem (felgroene band bijna onderaan) is 18,2 kWh/kWp. Het is daarmee weer de minst productieve (winter) maand van het jaar, vanaf januari zullen de producties weer gaan toenemen.
Vergelijk met december 2024
De productie verschillen met de zeer sombere maand december 2024 liggen, mede vanwege de toen ook nog vigerende kabel / infra problemen in de installatie, tussen 147% voor de 4 in de achterste rij staande 108 Wp panelen (oranje band), tot maar liefst 197% (!) positief verschil bij de 2 in de voorste rij ZZO gerichte exemplaren die in 2024 de grootste structurele problemen hadden, en destijds flink ondermaats presteerden (rode band). Na de renovatie in maart 2025, doet (ook) deze set het weer prima. Alle overige sets deden het ook véél beter dan in december 2024 (151-165%), sowieso omdat december 2025 veel zonniger was.
Het kern-systeem van 10 panelen / 1,02 kWp (lichtgroene band) had een opbrengst van 18,6 kWh in december, wat neerkomt op een specifieke opbrengst van 18,2 kWh/kWp. Dat ligt wederom duidelijk lager dan de 29,2 kWh/kWp in november, vanwege een combinatie van afnemende daglengtes en de gemiddeld dalende hoogte van de zon t.o.v. de horizon, wat een nog sterker effect heeft (uitleg bij KNMI). Dit gaat vanaf januari in het nieuwe jaar weer ten positieve wijzigen, door de weer toenemende lengte van de dag, en een gemiddeld hoger t.o.v. de horizon opklimmende zon. Al met al, blijkt het kernsysteem een factor 2,6 maal méér zonnestroom productie te hebben opgeleverd dan in de zeer sombere december 2024.
Cumulaties 12 kalendermaanden
Bij de cumulaties (jan. tm. december) is bij de specifieke opbrengsten (kWh/kWp) nog steeds zichtbaar, dat het deelsysteem met de grootste problemen tm. begin maart 2025 (2x 108 Wp ZZO vooraan, rode band), nog wat achterloopt bij de andere deelsystemen, zowel voor de renovatie (2024), als na de renovatie (2025). Vandaar dat ik die waarden van een rood kadertje heb voorzien. De productie in 2025 is goed in lijn met de productie bij de andere deelgroepen, daar heb ik het kadertje dus weggehaald. Voor 2024 blijft dat staan gezien de toen nog licht tegenvallende opbrengst (ruim 1% lager dan bij het kernsysteem). De verwachting is, dat in 2026, voor zowel de individuele maand producties, als voor de cumulatieve opbrengsten tot en met die maand, de rode kaders zullen verdwijnen, en dat het getoonde deelsysteem weer volledig in de pas zal lopen met de rest.
KNMI maandbericht
December 2025 kreeg, na de zonnige maanden april tot en met september, de opvallend afwijkende sombere oktober maand, en de gemiddelde novembermaand, van het KNMI de kwalificatie "Zeer zachte en zeer droge decembermaand" toebedeeld (voorlopig overzicht van 31 december). Met 68 zonuren t.o.v. het langjarige gemiddelde van 58 voor die maand, lag dat dus ruim 17% boven het historisch gemiddelde [periode 1991-2020]. Het lag in ieder geval véél hoger, een factor 2,3 maal zo veel, dan het aantal zonuren in zeer somber december 2024 (29 zonuren). Ditmaal kreeg Lauwersoog (grens Groningen / Fryslân) het minste aantal van 52 zonuren in december 2025. Beek (Maastricht Airport, L.) was het zonnigst, met 86 zonuren.
Het resultaat voor het nog steeds prima functionerende 1,02 kWp kernsysteem in december 2025 is inmiddels geplot in het welbekende maandproductie diagram, wat Polder PV al vele jaren lang elke maand van een update voorziet.

In deze grafiek alle maandproducties van het kern-systeem van 10 panelen (1,02 kWp) bijeen, met elk kalenderjaar een eigen kleur. 2025 heeft een eigen kleurstelling. Tot oktober 2001 waren er nog maar 4 panelen in het eerste systeem, en de producties daarvan zijn dan ook niet vergelijkbaar met de rest van de datapunten. Oktober 2010 was het hele systeem grotendeels afgekoppeld van het net, vandaar de zeer lage waarde voor die maand. Die wordt dan ook niet meegenomen in de berekening van het langjarige gemiddelde per maand, de dikke zwarte lijn in de grafiek.
Voor een korte bespreking van de maandproducties tm. juli 2025, zie de rapportage over augustus. In augustus 2025 was het productie verschil met de historische normaal 117,3 kWh, 7,1% hoger dan het langjarige gemiddelde voor die maand (109,5 kWh). In september is het verschil verder afgenomen, met een gemeten productie van 89,4 kWh, wat 3,2% hoger is dan het langjarige gemiddelde van 86,6 kWh voor september.
Oktober geeft een zeer duidelijke trendbreuk te zien. Met 38,4 kWh bleef die maand op een "bijna historisch" dieptepunt steken, wel nog iets beter dan oktober 2020, maar 31% mínder dan het langjarige gemiddelde voor deze maand. Aan de andere kant van het spectrum vinden we oktober van het memorabele record jaar 2003, wat ook voor die maand een record vestigde van 73,2 kWh, 32% bóven het langjarige gemiddelde.
Dat oktober 2025 duidelijk afweek van de trend, werd nog eens benadrukt in het nieuwsbericht van het KNMI van 1 december (87 t.o.v. normaal 120 uren zon), waarbij ook werd gesteld, dat september juist zeer zonnig was (188 t.o.v. normaal 120 zonuren), en november als "normaal" werd bestempeld.
In november 2025 is de boel weer "recht getrokken", met een maandproductie (29,8 kWh), die 9,1% hóger ligt dan het langjarige gemiddelde voor die maand (27,3 kWh). Het is daarmee wel een "middenmoter" in de volledige reeks voor november.
December, tot slot, met een productie van 18,6 kWh), komt zelf ruim 22% boven het langjarige gemiddelde (15,2 kWh) voor die maand uit. Er zijn 5 jaren met hogere producties voor december terug te vinden in de overzichten van Polder PV, met recordhouder december 2008, toen 21,1 kWh productie werd genoteerd. KNMI kwalificeerde die maand dan ook als "Koud, gemiddeld over het land droog en zeer zonnig".
Opvallend is, dat bij Polder PV, de maand met de gemiddeld hoogste productie over alle jaren, alweer een tijdje de maand mei is geworden. Dit heeft vermoedelijk te maken met de combinatie van hoge instraling, met een nog relatief lage luchttemperatuur. In warme zomermaanden, heeft het PPV systeem te maken met hittestress, met name bij de in ons appartement hangende micro-inverters (die op zeer hete dagen geforceerd worden gekoeld met computer ventilatoren). Ook is de lucht in mei koeler dan in de latere zomermaanden, en minder vochtig, waardoor de instraling gemiddeld genomen intenser is, ook over langere periodes.

In deze vergelijkbare grafiek zijn alleen de maandproducties van de laatste vier jaar getoond. 2021 is verwijderd, en 2025 is in de eerste maandrapportage van dat jaar toegevoegd in deze nieuwe grafiek. Zelfs in zo'n relatief korte periode zijn de verschillen soms groot in de lange zomerse periode. Het relatieve verschil in maart was het hoogst, omdat die maand in 2022 zéér hoog scoorde (zelfs hoger dan de opvolgende maand april). Zeer zonnig maart 2025 heeft ook een hoog resultaat laten zien, al werd dat nog door gebreken in de eerste week deels teniet gedaan. Ook april 2025 steekt vér boven het gemiddelde uit. Mei 2025 is in deze vier jaar ook kampioen, en komt duidelijk uit boven het resultaat voor mei 2022. Juni 2025 is marginaal onder de hoge opbrengst in dezelfde maand in 2023 komen te liggen. In juli gaf alleen 2022 een nog beter resultaat dan in 2025, al blijft de productie nog steeds duidelijk bovengemiddeld t.o.v. de historische trend. Dit heeft zich herhaald in augustus, met een hoger positief verschil t.o.v. het langjarige gemiddelde dan in juli (7,1% t.o.v. 4,0%). In september is het verschil weer wat kleiner geworden, met 3,2% meer productie t.o.v. het maand gemiddelde, maar nog steeds iets onder het resultaat voor 2022.
In oktober 2025 zien we een zéér duidelijke kentering van deze mooie trend. Deze sombere maand heeft landelijk tot zeer lage producties geleid (in veel gevallen zelfs "historisch laag"). Bij Polder PV was alleen oktober 2020 nog minder, maar we zien dat het desondanks "niet veel over houdt", en ver onder het langjarige gemiddelde is komen te liggen voor die maand. November keerde weer terug naar een bovengemiddeld productieniveau, 9,1% boven het langjarige gemiddelde. December sloot het jaar uitstekend af, met zelfs 22,4% meer productie dan het langjarige gemiddelde.
Goed is te zien dat 2024 bijna constant sterk tegenvallende producties heeft laten zien, afgezien van januari. Dat kwam door problemen met sommige aansluitingen en, naar later bleek, ook een slecht presterende micro-inverter, die op 8 maart 2025 is vervangen. Op diezelfde dag werd de complete kabel- en aansluit infra herzien door Polder PV, met, zoals goed te zien is in deze grafiek, opzienbarend resultaat.

In deze grafiek geef ik de cumulatieve opbrengsten per kalenderjaar voor alle maanden per kalenderjaar, tot en met de maand weergegeven in de titel (momenteel: december 2025, waarmee dat jaar wordt afgesloten). De eerste twee jaren gelden niet voor het gemiddelde of de mediaan, omdat er toen grotendeels nog maar 4 panelen aanwezig waren en de producties dus veel lager dan met tien panelen. Het gemiddelde voor de productie in januari tm. december is in de laatste oranje kolom weergegeven, en door de horizontale zwarte streepjeslijn, en bedraagt (periode 2002-2025) inmiddels 917,8 kWh voor dit deel-systeem. Bij uitsluiting van niet representatief 2010 (deels systeem afgeschakeld), is dat, realistischer, 926,1 kWh, zoals weergegeven in de grafiek. Bij getoonde installatie van 1,02 kWp komt dat neer op een specifieke opbrengst van 908 kWh/kWp. Let wel, in de laatst verschenen versie van het "Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie" (RVO / CBS publicatie, laatste van 2022), wordt nog steeds het kengetal van 875 kWh/kWp.jr gebruikt. Ons reeds kwart eeuw oude PV systeem zit daar, eind 2025, 3,8% boven.
De spreiding in de cumulatieve opbrengsten is uiteindelijk voor geheel 2025 iets minder extreem dan voor het eerste kwartaal (verschillen worden over een langere periode meer uitgemiddeld), maar toch blijven er jaren met duidelijk bovengemiddelde opbrengsten te zien in deze grafiek. Het overall zeer zonnige jaar 2003 had reeds in februari "de macht" gegrepen, met, uiteindelijk, een all-time-high van 1.070 kWh geaccumuleerd tm. december (15,5% hoger dan het langjarig gemiddelde excl. 2010). Twee andere jaren steken ook flink boven de rest uit, met 1.037 - 1.003 kWh productie in januari tm. december, 2022 en 2025. T.o.v. de status van juli, hebben deze 2 jaren stuivertje gewisseld. 2025 is sedertdien het derde hoogste productiejaar in deze periode. Het eerder uitgesproken vermoeden, dat 2025 kampioen 2003 niet meer zou kunnen inhalen, is met de huidige bekende kalenderjaar opbrengsten definitief geworden.
De productie in alle 12 maanden van 2025 is 8,3% (weer iets toegenomen t.o.v. de vorige update) hóger dan het langjarige gemiddelde (excl. iets afwijkend jaar 2010), maar is, met name vanwege de sombere oktober maand afgenomen t.o.v. eerdere maand updates. Tot en met februari lag dit percentage nog 1,3% láger dan het toen geldende gemiddelde. Schommelingen van deze relatieve verschillen zullen blijven voorkomen, sterk afhankelijk van de gemiddele maandelijkse zon-instraling.
Goed is het zwaar tegenvallende voorgaande jaar, 2024 te zien, wat een zeer lage opbrengst in deze periode had, vanwege structurele infra problemen in combinatie met een defecte micro-inverter. De problemen begonnen al medio 2023, wat ook duidelijk ondermaats presteerde.
In bovenstaande grafiek is ook weer de mediaan waarde voor de jaren 2002 tm. 2025 weergegeven, in de vorm van de horizontale, magenta streepjeslijn. Deze waarde ligt nog steeds onder het gemiddelde (excl. 2010), op een niveau van 917,8 kWh. De productie in geheel 2025 ligt 9,3% (tm. september nog 12,2%) boven deze mediaan waarde.

In deze vierde grafiek zijn de voortschrijdende cumulaties van de energie (stroom) productie van het 1,02 kWp basis-systeem te zien, met elk jaar een eigen kleur. 2023 (lichtgeel) was, door diverse infra problemen, tot voor kort het slechtste productiejaar in de lange historie van Polder PV geworden, met een jaaropbrengst van slechts 868 kWh voor deze deel-installatie. Dat is 2% lager dan het toen nog laagste productie tonende "normale" jaar, 2012 (885 kWh).
2024 heeft, helaas "met stip", 2023 in negatieve zin overtroefd, en kwam, door een combinatie van structurele problemen met de oude installatie, en het beslist niet meewerkende weer door het jaar heen, tot en met december bij de productie op een nieuw laagte-record, 806 kWh (gemiddelde over alle jaren: 922 kWh).
2025 begon met een subgemiddelde opbrengst voor januari, en een licht bovengemiddelde opbrengst voor februari. In maart werd een duidelijke trendbreuk zichtbaar, de curve buigt merkbaar omhoog. Dit kwam sowieso door de record hoeveelheid zonne-uren, en kreeg bovendien een extra "boost", door de systeemrevisie die Polder PV op 8 maart doorvoerde. In april tm. september is duidelijk gebleken dat dit een succesvolle ingreep is geweest, daarbij natuurlijk ook geholpen door het door de bank genomen zeer zonnige weer in deze maanden. De curve is eind september al aardig dicht genaderd richting het exemplaar van het meest productieve jaar (2003), liep enkele maanden zelfs jaar (2022) voorbij, maar is begin oktober krap daar onder op de derde plaats beland. In oktober kwam weer een duidelijke trendbreuk, vanwege zeer somber weer, en viel de curve weer duidelijk terug t.o.v. die voor 2022. De productie in november en december was (flink) bovengemiddeld, waardoor de curve werd doorgetrokken, naar een cumulatieve opbrengst van 1.003 kWh. De op twee na hoogste productie ooit, voor dit deelsysteem.
De cumulatieve jaarproducties van de drie hoogst (2003, 2022 en, inmiddels compleet, 2025), en 2 slechtst presterende jaargangen (2024, 2023) zijn rechtsboven naast de Y-as weergegeven, om een indruk van de spreiding te geven.
Data Anton Boonstra, Siderea.nl, NKP, Energieopwek.nl
Boonstra is al enige tijd naar het platform "Bluesky" gemigreerd. Daar worden de bekende kaartjes getoond die hij eerder in een lange periode, getrouw, op Twitter had gepubliceerd. Voor december 2025 had hij tijdens de upload van dit artikel al de 2 productie kaartjes gepubliceerd.
Instraling & specifieke productie
Boonstra had nog geen (complete) horizontale instralingsdata paraat bij publicatie van dit artikel. Wel reageerde bij op een Bluesky post van de bekende Martien Visser, met een overzicht van de totale instraling gemiddeld per provincie, van 1 tm. 30 december 2025. De complete instralingsdata voor december en heel 2025 heeft Anton op 3 januari gepubliceerd.
Er zou in december gemiddeld 17,6 kWh/m² instraling zijn gemeten in Nederland, wat maar liefst 53,9% meer zou zijn dan in december 2024. De extremen vinden we in noord Nederland, met 14,9 kWh/m² in Groningen en 15,1 kWh/² in Fryslân, en de hogere niveaus in zuid Nederland, met record houders Limburg (21,2 kWh/m²) en Zeeland (20,0 kWh/m²). De relatieve verschillen met december 2024 lagen tussen de 35,5% in Fryslân, en 76,0% in Gelderland.
De gemiddelde specifieke productie opbrengst (van grotendeels residentiële installaties) lag voor de PVOutput data van de (plm. 1.100) Nederlandse contribuanten op 16,2 kWh/kWp in december 2025, wat, volgens Boonstra, maar liefst 80,9% hoger lag dan in dezelfde maand in 2024. Rode lantaarndragers waren ditmaal Fryslân, Drenthe en Groningen, met 11,8 resp. 12,4 en 12,5 kWh/kWp. Limburg, in november nog met de hoogste gemiddelde productie, is in december gepasseerd door oud en vertrouws Zeeland, met 20,6 kWh/kWp, gevolgd door, wederom, Limburg (20,2 kWh/kWp). Gevolgd door Noord-Brabant, waardoor, net als in november, zuid Nederland dus wederom duidelijk beter presteerde dan de rest van het land.
De productie van het gereviseerde PV-systeem van Polder PV kwam, met gemiddeld 18,2 kWh/kWp (eerste tabel aan het begin van dit artikel), weer flink (ruim 18%) boven het provinciale gemiddelde (Zuid-Holland) uit, met een gemiddelde van 15,4 kWh/kWp, volgens Boonstra's data extracten. Met name in de warme zomermaanden ligt dat meestal andersom (wanneer onze micro-inverters vaak aan "hittestress" leiden).
Boonstra signaleerde grote positieve verschillen bij de relatieve afwijkingen t.o.v. december 2024: De meer opbrengst lag tussen de 43,5% in Groningen, tot zelfs ruim het dubbele niveau (+ 101,2%) in Overijssel.
In heel 2025 is, volgens de KNMI data extracten van Boonstra, een forse hoeveelheid van gemiddeld 1.176,8 kWh/m² aan horizontale instraling gemeten. Dit was 11,7% hoger dan de instraling in heel 2024. Er is een duidelijk verschil zichtbaar tussen NO en ZW Nederland. De gemiddeld genomen laagste instraling werd gemeten in Overijssel, 1.115 kWh/m², gevolgd door Groningen, met 1.120 kWh/m². Zeeland en Zuid-Holland zaten het hoogst in de boom, met 1.219 resp. 1.215 kWh/m². Zeeland ontving gemiddeld dus 9,3% meer instraling dan in Overijssel. Bij de relatieve verschillen t.o.v. de instraling in kalenderjaar 2024, liggen deze tussen de extremen 7,2% meer in, wederom, Overijssel, resp. 17,1% in Limburg.
Voor de 12 kalendermaanden van 2025 kwam Boonstra met een specifieke productie van gemiddeld 919,3 kWh/kWp, 12,3% meer productie, dan in dezelfde periode in 2024 (NB: tm. juni was dat zelfs 23,4% meer). De extremen kwamen voor in Fryslân (864 kWh/kWp), resp. Zeeland, met 993 kWh/kWp (14,9% hoger dan in Fryslân). In relatieve zin, was de meeropbrengst t.o.v. januari - december 2024 inmiddels het laagst in Groningen (slechts +4,8%), en, al enige maanden, het hoogst in mijn provincie, Zuid-Holland (14,8%, daarbij Zeeland naar de 2e plek (+14,6%), en Noord-Brabant en Utrecht naar de derde resp. vierde plaats verwijzend (+14,4% resp. 14,3% meer opbrengst). Het oude PV systeem van Polder PV deed het inmiddels, na de uitgebreide systeem revisie op 8 maart jl., in januari tm. december in Leiden, 3,5% beter (983 kWh/kWp, tabel bovenaan dit artikel) dan het provinciale gemiddelde van 950 kWh/kWp. Tot en met mei lag dat verschil nog op het dubbele niveau, bijna 7%, vanwege de zeer zonnige, relatief koele voorjaars-maanden in 2025. De systeemrevisie bij Polder PV heeft dus prima resultaten opgeleverd.
Verschillen
instraling vs. productie
De (positieve) verschillen van de gemeten producties zijn normaliter
kleiner t.o.v. dezelfde periode in het voorgaande jaar, dan bij de instralings-data.
Dit is al langere tijd zo, en is waarschijnlijk deels terug te voeren
op extra problemen, zoals veroudering, tijdelijk uitvallende omvormers
bij netspannings-problemen in met name laagspanningsnet - gebieden (woonwijken
e.d.), en vermoedelijk ook, actieve uitschakeling van PV installaties
bij klanten met een dynamisch stroom contract, in periodes met negatieve
stroomprijzen. Deze problemen zullen vermoedelijk stapsgewijs gaan toenemen.
In 2025 is de situatie echter omgekeerd: bij 11,7% meer horizontale instraling, heeft Boonstra 12,3% meer productie geconstateerd in de door hem beheerde groep installaties, tussen de jaren 2024 en 2025. Het is onduidelijk waar dit aan ligt. Mogelijk ligt het verschil binnen de statistische afwijkingen, en/of is de door hem geraadpleegde installatie populatie niet representatief voor het totaal aan PV projecten in Nederland. Dit blijft vooralsnog echter speculatie.
Siderea verwijst al enige tijd voor hun opbrengst prognoses naar de nieuwe, interactieve Landelijke Opbrengst Berekening (LOB), met meer datapunten dan vroeger werden vermeld. De methodiek bij Siderea is verder verfijnd, zie het separate bericht onderaan. Dit werkt ook door in de resultaten op de LOB pagina. Deze resultaten worden ook apart weergegeven in een separaat tabblad.
Er zijn diverse toevoegingen geweest op de site van Siderea sinds oktober 2025, zie de berichten op het blog aldaar. Er wordt o.a. melding gemaakt van vervanging van het Limburgse KNMI meetstation Arcen (gesloten) door Horst (geopend). Zie ook het KNMI bericht van 20 november 2024 over dat nieuwe station. Bij de berekeningen voor de LOB overzichten is nu ook rekening gehouden met aparte opbrengst berekeningen voor zonnepanelen gericht op ZW dan wel op ZO. In de nieuwe LOB overzichten wordt daaruit een gemiddelde opbrengst getoond van die 2 gescheiden situaties.
Verder is er ook nog een interessante bijdrage toegevoegd (12 dec. 2025), waarbij op basis van publieke pyranometer waarden van station de Bilt geclaimd wordt, dat deze metingen "afwijkend gedrag" lijken te vertonen (diverse "spikes" gesignaleerd).
Tot slot, gaat er bij Siderea vanaf 2026 gerekend worden met productie potentialen gebaseerd op uurwaardes, die nauwkeuriger resultaten zouden genereren dan die gebaseerd op de gebruikelijke dagwaardes (bericht 21 december 2025).
Er wordt op de LOB pagina nog niet volledige data voor zowel december 2025, als voor het gehele kalenderjaar 2025 getoond. Voor december 2025 worden haalbare specifieke opbrengsten van 15 kWh/kWp in Fryslân en Groningen, tot 27 kWh/kWp in Maastricht (L.), voor goed werkende installaties met "gemiddelde oriëntaties", ZW of ZO worden getoond. Tot waarden van 17 kWh/kWp tot 32 kWh/kWp voor dezelfde stations, voor installaties met optimale oriëntaties. Voor het gehele kalenderjaar ligt de range nu nog, met onvolledige cijfers, tussen de 1.001 / 1.072 kWh/kWp in midden-Gelderland, tot 1.116 / 1.196 kWh/kWp in Den Helder (op de voet gevolgd door Zeeland).
Voor de langjarige periode 2001-2020 berekende Siderea voor alleen de maand december haalbare gemiddelde opbrengsten, tussen de 16 kWh/kWp (Groningen, Overijssel en Flevoland) en 19 kWh/kWp voor diverse meetstations in zuid-westelijk Nederland, voor "licht beschaduwde zonnepanelen met hellingshoek 40 graden op ZW of ZO", en 18 kWh/kWp (Groningen & Overijssel), tot 22 kWh/kWp voor Zuid Limburg en Zeeland, voor "optimale oriëntaties" op zuid.
Voor de periode januari tm. december voor genoemde periode van 2001-2020 liggen de laagste waarden in centraal Gelderland (Veluwe, 895 resp. 952 kWh/kWp), de hoogste in de Kop van Noord-Holland (998 resp. 1.064 kWh/kWp), resp. Stavoren Fr. (987 resp. 1.052 kWh/kWp). Waarbij Zeeland naar de 3e plaats is verwezen (978 resp. 1.042 kWh/kWp).
Zoals vaker gememoreerd, zijn door Siderea finaal berekende cijfers allemaal ideale gevallen. De meeste van de recenter geplaatste installaties halen deze prognoses niet (zoals al jaren blijkt uit de verzamelde data van Boonstra), omdat ze onder suboptimale omstandigheden zijn gerealiseerd. Bovendien komen tijdelijke afschakelingen, gewild (negatieve stroomprijzen bij dynamisch stroom contract), dan wel ongewild (spanningsproblemen op het laagspanningsnet, a.g.v. hoge penetratiegraad van PV op relatief "dun" uitgelegde netten) vaker voor, wat de werkelijk haalbare jaarproductie onder druk zet bij de getroffen installaties. Dit zal sowieso niet gaan verbeteren, maar eerder nog minder gaan worden. In ieder geval in de "zonnige" maanden. Wat de door de Eerste Kamer aangenomen wet afschaffen salderen voor extra negatieve gevolgen zal gaan hebben voor de te verwachten (specifieke) productie volumes is nog afwachten. Dit kan beslist een significante rol gaan spelen. 2026 wordt het aller-laatste jaar waarin er gesaldeerd mag worden, op 1 januari 2027 is het einde verhaal. In de op 4 september officeel gepubliceerde "Solar Bible", "Zon in de polder", wordt op pagina's 289-291 dieper ingegaan op de "mogelijke" resp. te verwachten (specifieke) opbrengsten van zonnestroom installaties in Nederland.
Nationaal Klimaat Platform heeft op 29 december 2025 een voorlopig overzichtje van de producties van hernieuwbare energie bronnen gepubliceerd, voor kalenderjaar 2025. Er zou in dat jaar 7% meer energie (27 petajoule - PJ, "vergelijkbaar met 2x het jaarlijkse energieverbruik van stad Groningen") uit duurzame bronnen (elektra, warmte, en transport) zijn geproduceerd dan in 2024, wat vooral aan een zeer zonnig voorjaar en een winderig najaar zou hebben gelegen. Door blijvende problemen van netcongestie, is het niet gerealiseerde potentieel aan duurzame elektriciteit, door afschakeling van wind- en zonneparken, (geschat) gestegen, van 12 PJ in 2024, naar 16 PJ in 2025. NB: 1 PJ is het equivalent van plm. 278 GWh aan elektriciteit, dat is dus een niet gerealiseerd productie potentieel van ruim 4,4 TWh. Dat is bijna 4% van de totale netto stroomproductie in 2024 (120,2 TWh). In onderstaand diagram wordt de berekende contributie van de verschillende typen inzet per maand weergegeven voor alle energie inzet.

^^^
Verkleinde weergave van het diagram met de berekende maandelijkse producties
van energie uit hernieuwbare bronnen
door Energieopwek.nl / Entrance voor het Nationaal Klimaat Platform
(voorlopige resultaten bekend op 29 december 2025).
Zon gaf al een flinke contributie in de maanden maart tm. oktober, wind
vooral in de tweede jaarhelft.
Biomassa (diverse vormen van inzet, vooral ook voor warmte) piekt vooral
in de winterse maanden.
In grijze totaal kolommen worden de berekende waarden voor dezelfde
maanden in 2024 weergegeven.
Met name in mei, en augustus tm. oktnovember werd opvallend meer productie
gescoord in 2025.
Zie het oorspronkelijke
bericht voor full-size diagram.
De berekende toename van zonnestroom productie zou 17 PJ meer dan in 2024 zijn geweest, wind presteerde iets minder, met name door een relatief windstil voorjaar, en ondanks volledige ingebruikname van de meest recente windparken op zee. De bijdrage van warmtepompen (onder paarse kolom segment in grafiek) steeg fors, a.g.v. voorspelde groei naar 900 duizend stuks, met een extra bijdrage van 7 PJ tot een totaal van 37 PJ in 2025 (2% van de finale energie vraag). Door toename van inzet van biomassa in kolencentrales steeg het aandeel van deze veel "beklaagde" vorm van inzet met 2 PJ in 2025. Nog niet verwerkt in het diagram is het nog onbekende aandeel van als hernieuwbaar bestempelde brandstoffen, die vaak worden bijgemengd in het "fossiele bestand" (komt later).
Ook getoond wordt het meest recente kaartje met het vastgestelde "aantal uren met negatieve day-ahead prijzen". Dat nam in 2025 toe met ruim 30 procent naar 585 uur. Dat is 7% van de tijd. Op basis van den volstrekt theoretische ingebruikname van "een virtuele elektrolyzer", had deze ruim 1.400 uren in 2025 hebben kunnen draaien op genoemde stroom "dump" hoeveelheden, wat iets lager was dan in 2024 (curves ontlopen elkaar niet veel, er is in 2025 vrij veel stroom ge-exporteerd door Nederland). Sowieso wordt er niet bij verteld op welke wijze die overschotten dan getransporteerd hadden moeten worden naar benoemde virtuele waterstof producent ...
Bij een geringe daling van 1% bij de stroomvraag, en een toename van 3% van duurzaam opgewekte stroom, resulteert voorlopig 57% van de stroomvraag uit hernieuwbare bronnen in 2025, in 2024 was dit nog 54%. 60% was theoretisch haalbaar geweest als installaties niet bij negatieve stroomprijzen zouden zijn uitgezet. Dat is ook het niveau wat door het Planbureau voor de Leefomgeving wordt gehanteerd voor 2030, maar daarbij is nog geen rekening gehouden met een groeiende stroomvraag als gevolg van verdere elektrificering van de energievoorziening in Nederland. Houden we ook rekening met de gestegen export volumes, is het aandeel van hernieuwbare bronnen bij de Nederlandse stroomproductie 51% geweest in 2025.
Het relatieve aandeel van uitsluitend hernieuwbare stroom productie t.o.v. de maandelijkse stroomvraag schommelde in 2025 tussen de 40% in januari, en 70% in mei, wat grotendeels door de inzet van zonnestroom werd veroorzaakt.
De actueel berekende data zijn tegenwoordig te raadplegen via het Nationale Energie Dashboard, zie ook het artikel van 21 maart 2024, op Polder PV. Eerder leek te worden gesuggereerd, dat de energieopwek.nl site in de 2e helft van 2024 zou worden opgeheven, en in het NED zal worden ondergebracht. Begin 2026 is deze echter nog steeds als separate entiteit actief, zie hier onder.
Energieopwek.nl
De brondata voor, achtereenvolgens, Klimaatakkoord, Nationaal Klimaat Platform, en het Nationale Energie Dashboard, worden als vanouds berekend door de computers van En-Tran-Ce van Martien Visser, die met steeds geavanceerder modelleringen worden gevoed (energieopwek.nl website). Hierbij dient echter de nodige prudentie betracht te worden. Zoals al langer verwacht door Polder PV, zijn door het CBS recent de capaciteits-cijfers voor zonnestroom in ieder geval voor 2023 en 2024 fors bijgesteld, in laatstgenoemd jaar in sterk neerwaartse richting. Inmiddels lijken de nu actuele productie cijfers op energieopwek.nl als gevolg van die forse bijstellingen, ook te zijn aangepast, want record volumes liggen nu op lagere niveaus. Toen de cijfers nog niet waren aangepast, was er een opmerkelijk verschil met de officiële waarden gepubliceerd door het CBS te zien, met name in 2024 ff., zie de grafiek vergelijking met de maandproducties van CBS versus energieopwek.nl, gemaakt door Polder PV en besproken in het artikel van 21 november jl. De volgende bespreking gaat van de nu actuele (inmiddels gecorrigeerde) volumes op de energieopwek.nl site uit.
In december 2025 werd het hoogste gemiddelde vermogen voor de berekende zonnestroom productie op 1e kerstdag, 25 december bereikt, met een berekende output van gemiddeld 1,93 GW over dat etmaal. Dit is, uiteraard, duidelijk lager dan het historische record berekend, voor 2025, op 30 juni (inmiddels neerwaarts bijgesteld naar 7,08 GW, t.o.v. de oorspronkelijk getoonde 8,55 GW). Maar voor december, de wintermaand met de laagste producties, beslist respektabel te noemen. Tweede Kerstdag was een kraakheldere dag, met lichte vorst, wat het altijd "goed doet" bij de temperatuurs-afhankelijke zonnestroom productie.
In ieder geval is het hoogste niveau in december 2025 duidelijk hoger dan het - aangepaste - niveau in december 2024, toen, op de 1e december, slechts 1,54 GW werd behaald bij het dag-gemiddelde. De piek in december 2025 ligt daarmee ruim 25% hoger.
Record waarden per maand flink aangepast
In de voorliggende maanden werden in ieder geval, met de huidige energieopwek.nl cijfers, de gemiddelde record waarden bereikt op de volgende data. Hierbij zijn de nieuwe volumes, die inmiddels zijn gecorrigeerd t.o.v. die weergegeven in de vorige update (voor november 2025), cursief weergegeven. Grotendeels betreft dit neerwaartse bijstellingen, maar er zijn nu ook enkele opwaartse aanpassingen zichtbaar geworden voor de voormalige record volumes, aangegeven onder de betreffende maand opgaves. In enkele gevallen is er zelfs een nieuwe datum opgedoken na de doorgevoerde bijstellingen, met de nieuwe record opbrengst voor genoemde maand:
7 november 2025 (2,01 GW), 1 oktober (3,97 GW), 7 september (5,07 GW), 11 augustus (6,18 GW), 1 juli (6,75 GW), 30 juni (7,08 GW, huidige all-time-high maand record), 19 mei (6,89 GW, dat vervangt het tot recent staande record voor 13 mei, aanvankelijk 8,14 GW, nu 6,76 GW), 27 april (6,60 GW), 27 maart 2025 (5,39 GW), 17 februari 2025 (3,99 GW, hoger dan eerder gemelde 3,76 GW), 13 januari (2,13 GW, dat vervangt het tot recent staande record voor 31 januari, aanvankelijk 1,91 GW, nu 1,79 GW), 1 december 2024 (1,54 GW, hoger dan eerder gemelde 1,48 GW), 3 november (2,31 GW, wederom hoger dan eerder gemelde 2,29 GW), 5 oktober (3,95 GW, ongewijzigd), 1 september (4,4 GW), 12 augustus (5,64 GW), 29 juli (5,97 GW), resp. voormalig record houder in dat jaar, 26 juni 2024, met 6,46 GW gemiddeld, flink lager dan oorspronkelijk 7,33 GW). In 2023 werd het vorige jaar record, ook in juni, op de 13e vastgesteld op 6,23 GW gemiddeld (nu niet gewijzigd, maar eerder wel herhaald aangepaste berekening, bij eerst-publicatie was het namelijk nog maar 5,85 GW). De oude records zijn dus alweer "met stip" verbroken. De nieuwe zullen sowieso weer gaan sneuvelen vanaf de lente van 2026.
Het nieuwe dag-"record" voor de maand december 2025, op de 25e die maand, komt neer op een berekende zonnestroom productie van 1,93 (GW) x 24 (uren) = 46,3 GWh. Zoals gezegd, ligt dat ruim 25% hoger dan het hoogste niveau in december 2024 (1e: 37,0 GWh).
Voor de maand december 2025 werd de hoogste momentane berekende output piek voor zonnestroom, 9,95 GW, ook op de 25e behaald. Die piek ligt uiteraard ook duidelijk lager dan het historische record van bijna 20,1 GW momentaan vermogen berekend voor 12 juni dit jaar (NB: in november 2025 update nog 23,0 GW voor die dag, dus flink neerwaarts bijgesteld). Die pieken zullen vanaf januari 2026 naar verwachting weer gaan groeien. Op 24 en 26 december werden er ook nog relatief hoge momentane pieken van 9,23 resp. 9,71 GW berekend door het energieopwek.nl portal. De laagste momentane middag piek vinden we in die maand op de zeer sombere, doch wel winderige 23e december (844 MW).
In januari 2026 gaan de dagen weer gaan lengen, en zal de zon weer hoger komen te staan t.o.v. de horizon. Dit zal het output vermogen en de dagproductie van PV installaties weer laten toenemen. Voor hogere dag- en maandproductie cijfers dan in juni 2025 zullen we moeten wachten tot het voorjaar van 2026. Dit nog afgezien van niet publiekelijk bekende curtailment volumes, in periodes van negatieve dan wel zeer onaantrekkelijke marktprijzen, die de werkelijk geproduceerde volumes verder onder druk zullen gaan zetten.
Solarcare 2024
Het bekende monitoring platform van Solarcare heeft eerder in 2024 reeds haar bevindingen over het kalenderjaar 2024 gepubliceerd. Zij kwamen met minder hoge gemiddelde opbrengsten dan in het zonniger jaar 2023. De gemiddelde specifieke opbrengst die zij hebben bepaald over hun deel-populatie (22 MWp, 2.500 installaties, dus gemiddeld vrij klein, 8,8 kWp per stuk), is 820 kWh/kWp.jaar. In 2023 was het nog 870 kWh/kWp.jr. Zie de twee links naar de rapportages onder de bronvermeldingen.
De verwachting is, dat een van de komende maanden in 2026, de resultaten voor het gehele kalenderjaar 2025 beschikbaar zullen gaan komen.
Bronnen:
Meetdata Polder PV sedert maart 2000
Extern:
December 2025. Zeer zachte en zeer droge decembermaand. (31 december 2025, maandbericht KNMI, voorlopig!)
Zonnig en warm 2025 (nieuwsbericht KNMI, 30 december 2025, voorlopige data)
Jaar 2025. 2025 was zeer warm, droog en zeer zonnig (voorlopig jaaroverzicht KNMI 2025, 31 december 2025)
Jaar 2024. Extreem warm en zeer nat met vrijwel de normale hoeveelheid zon (definitief jaaroverzicht over 2024, KNMI, 10 januari 2025)
Schonere lucht zorgt voor meer zonneschijn (zeer interessant artikel, KNMI, 18 juni 2025)
De staat van ons klimaat 2024: Weer een recordwarm jaar (31 januari 2025, nieuwsbericht KNMI, met link naar volledige rapportage. Let daarbij vooral ook op het instralingsdiagram op slide 10, en door Nationaal Energie Dashboard berekende zonne- plus windenergie [potentieel] per dag, op slide 11!)
Klimaatstreepjescode krijgt nieuw streepje voor 2025 (nieuwsbericht 30 december 2025, KNMI)
Klimaatstreepjescode vanaf het begin van de jaartelling (nieuwsbericht 8 januari 2025, KNMI, incl. "klimaatstreepjescode" tm. 2024)
En verder:
Anton Boonstra (grafieken met gemiddelde waarden van PVOutput.org, gelumpt per provincie). Vanaf eind 2024 op "Bluesky" platform, direct toegankelijk voor account houders.
Gemiddelde horizontale instraling volgens KNMI per provincie, voor december 2025, en voor de periode januari tm. december 2025 (Bluesky post, 3 januari 2026)
Producties PVOutput.org portal in december 2025 vergeleken met december 2024 (Bluesky post, 1 januari 2026)
Producties PVOutput.org portal in jan tm. dec. 2025 vergeleken met ditto 2024 (Bluesky post, 1 januari 2026)
Instralingsdata december 2025 tm. de 30e in vergelijking met december 2024 (Bluesky post, 31 december 2025)
Siderea.nl (met name de interactieve LOB berekening pagina)
Update "Siderea PV Simulator". Bericht gedateerd 7 april 2024, over enkele wijzigingen in de berekenings-methodiek bij Siderea
2025: Meer duurzame energie, ook meer ongebruikte overschotten. Voorlopig overzicht status Klimaatmonitor voor kalenderjaar 2025
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2024: 0,82 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2025. Totale jaaropbrengsten 2024 van zo'n 2.500 installaties / ruim 22 MWp, ongeveer 6% lager dan in 2023. Incl. provinciale verdeling).
Gemiddelde zonnepanelen opbrengsten in Nederland in 2023: 0,87 kWh/Wp (Solarcare, ongedateerd, januari 2024)
Martien Visser / En-Tran-Ce, meestal met hoogst interessante weetjes in de "grafiek van de dag", een paar recente voorbeelden / selectie. Productie data zijn veelal berekend, middels steeds fijnere modelleringen, en - voor PV - gebaseerd op voortschrijdende inzichten in combinatie met meest recente capaciteits-data van het CBS (zie ook deze verklarende tweet). Vanaf maart worden hier de Bluesky links geplaatst, direct toegankelijk voor account houders aldaar (equivalent op Twitter blijft voorlopig nog actief). Overigens, "detail", Visser is inmiddels gepensioneerd, maar zet diverse activiteiten zoals onderhavige gewoon door:
Productie elektra uit hernieuwbare bronnen naar 57,1% in 2025 (2 januari 2026)
Van netto stroom import naar ditto stroom export in Nederland, 14 TWh export in 2025 (10% van nationale stroom productie ...) (2 januari 2026)
Toename energie uit hernieuwbare bronnen in de maand december (2 januari 2026)
De "worteltjes-grafiek" (wind en zonnestroom, en fossiele bronnen) voor december 2025 (1 januari 2026)
Zonnestroom producties per maand tm. december 2025, vanaf 2020 (31 december 2025)
Toename "bijna gratis stroom" [<= 1 ct/kWh] op day-ahead markt, naar ruim 1.000 uren in 2025 (31 december 2025)
Evolutie netwerk kosten gas en elektra bij Enexis voor huishoudens (31 december 2025)
Berekende dagproducties zonnestroom in de "vuurwerkgrafiek". Opvallend hoge productie met kerst 2025 (30 december 2025)
"Week-gemiddelde aandelen stroom uit hernieuwbare bronnen", met al duidelijk zeer hoog aandeel zonnestroom midden in het jaar (29 december 2025)
|