cumulative energy yield per group of solar panels and of complete PV-system as obtained from daily inverter kWh meter readings
impact maand op jaaropbrengst
links
PV-systeem
basics
grafieken
graphs
huurwoningen
nieuws
index
graphs per day
seasonal effects
yearly overviews
complete overviews
yield verification
grid-connected meter readings
financial aspects
variation among inverters
effects of shading
system deviations, defects

Totaaloverzichten

Maandelijks aandeel in jaaropbrengst*




*relative monthly share of year yield (average of 2002-2009; 2011-2020; 2010 excluded due to roof renovation)

update datum grafiek: januari 2021
Bevat gemiddelde data van 2002 tot en met 2009 + 2011-2020

(version Jan. 1, 2012 here, Jan. 1, 2014 here, Jan. 1, 2015 here, Jan. 1, 2016 here, Jan. 1 2017 here, Jan. 1 2018 here, Jan. 1 2019 here, and Jan. 1 2020 here)


In deze grafiek worden de resultaten getoond voor de periode dat we het hele jaar een werkende PV-installatie hadden, uitgaande van het langjarig in bedrijf zijnde "kern" systeem van 1,02 kWp (10 zonnepanelen). Omdat de eerste 4 modules pas in maart 2000 werden geplaatst, en de 6 stuks 108 Wp modules pas in oktober 2001, is dus gekozen vanaf 2002 de reële productie gegevens (cumulatieve maandopbrengst, daadwerkelijke productie) van de zonnestroom installatie in deze grafiek op te nemen. De uitbreidingen van nog eens 2 Shell Solar modules in augustus 2007, en 2 stuks (Kyocera) in april 2010 zijn in deze grafiek niet meegenomen. Ook een later nog verkregen ander Shell Solar paneel, wat af en toe wanneer het zonnig wordt op het terras wordt gezet "voor wat extra zonneprik", wordt hier verder niet in meegenomen. Het gaat in dit diagram om de impact die de totale maandproductie heeft op de jaaropbrengst van een "representatieve, niet in de tijd (fundamenteel) gewijzigde PV-installatie". Een systeemuitbreiding onder vergelijkbare condities is in principe niet relevant (wel als er significant andere opstellings-condities zoals sterk afwijkende oriëntaties op schuine daken zouden zijn).

Een jaar uitgezonderd: 2010
Ook is in deze grafiek het voor Polder PV "niet-representatieve jaar" 2010 (wederom) niet meegenomen. In oktober van dat jaar is namelijk voor het grootste deel van de tijd onze complete PV-installatie afgekoppeld geweest van het net, en kon er slechts met veel kunst- en vliegwerk een "redelijke benadering" van de gemiste opbrengsten vastgesteld worden (en ook niet meer dan dat). Zie ook stukje op de highlights pagina, met verwijzing naar eerdere artikelen over die eenmalige "toestand" alhier. Ook moest de "1 oktober meterstand" voor alle omvormers worden geïnterpoleerd omdat we toen op vakantie waren. Omdat door deze combinatie van factoren de onnauwkeurigheden m.b.t. de feitelijke verdeling van de opbrengsten van zowel september als oktober 2010 niet nauwkeurig genoeg konden worden vastgesteld, zou daardoor opname van het jaar 2010 in bovenstaande grafiek een te grote onzekerheid cq. "verstoring" kunnen gaan geven. Vandaar dat ik heb besloten om het jaar 2010 niet in deze gemiddelde resultaten op te nemen.

2011 tot en met het inmiddels afgesloten jaar 2020 zijn uiteraard wel weer in de cijfers opgenomen, in die jaren heeft het systeem de hele tijd gewerkt en zijn er geen al te gekke of byzondere dingen gebeurd. Of kon er redelijk rap worden ingegrepen, als er wel iets mis ging, zoals bij de door hittestress bevangen micro-inverters in juli 2020. Derhalve geeft de hierboven weergegeven grafiek een representatief beeld van de gemiddelde verdeling van de maandproducties over het jaar, zoals die gelden voor de condities bij Polder PV.

Deze grafiek geeft voor Polder PV, 7 kilometer uit de zonrijke Zuid-Hollandse kust gelegen, met 30 graden hellingshoek, en betreffende module groep een paar graden oostelijk van zuid gericht, op open frames, de relatieve opbrengst per maand t.o.v. de jaaropbrengst, en vervolgens deze relatieve percentages gemiddeld over de gemonitorde periode. Hierbij is verder geen rekening gehouden met eventuele kleine storingen (1 omvormer tijdelijk buiten werking), omdat de impact van die storingen op jaarbasis al gering zijn, en al helemaal over de hier gepresenteerde lange monitoring periode waarover alles wordt uitgemiddeld. Als er al "storingen" zijn bij Polder PV, worden die meestal rap (binnen een dag of twee, exclusief vakanties) ontdekt door regelmatige systeem check-ups, en worden eventuele problemen (tijdelijke uitval van individuele micro-inverters, andere problemen zijn we tot nog toe sinds het jaar 2000 niet tegengekomen) snel verholpen.

De basisgegevens zijn ontleend aan de cumulatieve maandopbrengsten tabel die u in de "highlights-sectie" van Polder PV terugvindt. De resulterende maandelijkse aandeel percentages vindt u in onderstaand tabelletje (overzicht 2002 tot en met 2009 plus 2011 tm. 2020, linker kolom). Ook heb ik de stand van zaken van 6 eerdere periodes weergegeven, waaruit geringe verschuivingen blijken.

De kolommen vermelden de aandelen van de maandopbrengst in het jaartotaal, in procenten.

maand

2020
2019
2018
2017
2016
2015
2005
januari
2,5%
2,5%
2,6%
2,6%
2,5%
2,6%
2,5%
februari
4,7%
4,8%
4,7%
4,5%
4,6%
4,6%
5,2%
maart
8,9%
8,8%
8,9%
9,0%
9,0%
9,0%
8,8%
april
12,2%
12,0%
12,0%
12,1%
12,1%
12,2%
11,6%
mei
13,5%
13,3%
13,3%
13,3%
13,3%
13,3%
12,7%
juni
13,1%
13,1%
13,1%
13,1%
13,1%
13,2%
13,2%
juli
13,2%
13,3%
13,3%
13,2%
13,1%
13,1%
12,8%
augustus
11,8%
11,8%
11,8%
11,9%
11,9%
11,8%
11,9%
september
9,4%
9,3%
9,4%
9,4%
9,5%
9,4%
10,1%
oktober
6,2%
6,3%
6,4%
6,3%
6,4%
6,3%
6,9%
november
3,0%
2,9%
2,9%
2,9%
2,9%
2,9%
2,8%
december
1,7%
1,7%
1,7%
1,7%
1,7%
1,7%
1,6%
totaal
100%
100%
100%
100%
100%
100%
100%

* Exclusief niet representatief dak renovatie jaar 2010, derhalve 18 volledig bemeten kalenderjaren omvattend tm. 2020, en 13 tm. 2015.

Duidelijk wordt uit zowel de tabel als de grafiek dat er een gelijkmatige verdeling is over het jaar heen in de vorm van een stompe parabool (beter: "halve sinus"), dat mei tot en met juli bij Polder PV de productiefste maanden zijn (met april een opvallende goede vierde, op de voet gevolgd door augustus), en dat in de wintermaanden slechts beperkte hoeveelheden kWh geoogst kunnen worden (niet vreemd, doch hierbij nogmaals in de praktijk vastgesteld). Er zijn subtiele verschillen te zien t.o.v. de situatie tot en met 2019 (3e kolom), 2018 (4e kolom), 2017 (5e kolom), 2016 (6e kolom), en 2015 (7e kolom). En t.o.v. 2005 (laatste kolom), toen het betreffende "kern" systeem de 3 eerste kalenderjaren had gedraaid. De grootste verschillen tussen de eerste en de laatste kolom zijn opgetreden bij de maand aandelen van mei (0,8 procentpunten hoger dan tm. 2005), september en oktober (beiden 0,7 procentpunten lager dan tm. 2005), en april (0,6 procentpunten hoger dan tm. 2005). Andere wijzigingen zijn minder opvallend / lager.

Ook valt weer op dat juni al geruime tijd niet meer het grootste procentuele aandeel van de jaar opbrengst heeft (tm. 2005), maar dat mei dat al langer is geworden. En in 2020 zelfs duidelijk de leiding heeft gekregen, met 0,3 procentpunt voorsprong op juli. Ik vermoed dat dit deels te maken heeft met toegenomen hittestress bij de al zeer oude, weinig efficiënte OK4E-100 micro-inverters die, in huis hangend, in de zomer maanden behoorlijk heet kunnen worden. In mei is het meestal wat koeler dan in de zomerse maanden juni tm. augustus. Dit is echter speculatie, en lastig hard te maken.

Uit bovenstaande tabel kunnen nog enkele data worden geëxtraheerd.

Verdeling over de kwartalen (stand tm. eind 2020):

kwartaal
aandeel in jaaropbrengst
I jan. - mrt.
16,1%
II apr. - jun.
38,7%
III jul. - sep.
34,4%
IV okt. - dec.
10,8%
totaal
100%

NB: afrondingsverschil kan optreden bij cumulaties

De percentages zijn slechts licht verschoven t.o.v. de reeksen tot en met 2019, 2018, 2017, 2016, en 2015, die in voorgaande jaren werden opgemaakt. Duidelijk blijft, dat in onze situatie het tweede kwartaal veruit de hoogste productie van zonnestroom genereert, gevolgd door het derde kwartaal.

Tot slot nog enkele andere gegevens, ontleend aan de cijfers tm. 2020:

  • De maanden maart tot en met september hebben een aandeel van gemiddeld 82,0% van het jaartotaal.

  • De maanden juni tot en met augustus hebben een aandeel van gemiddeld 38,1% van het jaartotaal.

  • De beste maanden zijn - momenteel (incl. 2020) - mei, met 13,5%, nu op enige afstand gevolgd door juli met 13,2% aandeel van het gemiddelde jaartotaal. NB: dit was tot en met 2009 voor Polder PV nog de maand juni (toen op hetzelfde niveau als mei). Het zal afhangen van de zonkracht in een bepaald jaar welke van die twee maanden net aan een voorsprong zal gaan nemen. Juni zou in een extreem zonnige maand mogelijk ook net een gooi naar de eerste positie kunnen doen, maar omdat het vaak een warme maand is, die de behoorlijk inefficiënt werkende, al behoorlijk oude OK4 micro-inverters in ons systeem regelmatig "hittestress" brengt, én het rendement van de kristallijne zonnepanelen onder druk zet, kunnen de totale resultaten in de zomerse maanden best relatief blijven "tegenvallen". De verschillen tussen de drie belangrijkste productie maanden (mei - juni - juli) blijven echter relatief gering.

  • De slechtste maand is - en blijft - december met een aandeel van gemiddeld maar 1,7% van het jaartotaal.

Deze gegevens kunnen als leidraad dienen voor vergelijkbaar opgestelde systemen (vrijwel onbeschaduwde, op ongeveer zuid gerichte, plm. 30 graden hellingshoek bezittende, goed natuurlijk geventileerde PV-installaties) in de relatief zonstraling rijke kustprovincies van Nederland. Er kunnen uiteraard, sterk afhankelijk van de systeem componenten en de lokale condities, diverse factoren van invloed zijn op de relatieve aandelen per maand. Zoals bij gebruik van consoles (dichte kunststof bakken) met slechte ventilatie, met name op zwarte, met asfaltpapier beklede (platte) daken zonder grind. De verwachting is dat er een opbrengst drukkende opwarming van de modules kan plaatsvinden als de lokale omstandigheden tot hoge temperaturen leiden. Met name in de voor de jaaropbrengst zo belangrijke "warme zomermaanden". Het zou dus kunnen betekenen dat, onder ongunstige opstellingscondities, de hoogte van de zomermaand kolommen dan lager zal worden en de andere kolommen iets hoger. Dat zal een ieder voor zich moeten zien te bepalen, maar: voorkomen is beter dan genezen.

Vooruitgang
Wel is het zo dat ook in de omvormer technologie flinke sprongen voorwaarts zijn gemaakt sinds begin deze eeuw. Omvormers zijn véél efficiënter geworden, zetten een aanzienlijk deel van de aangeboden DC stroom effectief om in de voor het huishouden benodigde "AC-prik", worden (daardoor) veel minder heet, en dit heeft tot gevolg dat de systeemverliezen een stuk lager zullen zijn in moderne installaties. Dit kan ook gevolgen hebben voor met name de "stressvolle" lichtrijke en zomerse maanden, wanneer de hoogste vermogens en de hoogste dagopbrengsten worden behaald. Het zou kunnen betekenen dat in recent gekochte installaties, de aandelen van de zomerse maanden nog wat hoger zouden kunnen komen te liggen. Maar nogmaals: altijd zullen systeemspecifieke eigenschappen en lokale condities de doorslag geven op het eindresultaat. Vergeet daarbij ook eventuele kabel verliezen niet, die verschillend kunnen zijn, afhankelijk van de set-up, en, met name, de lengtes tussen de zonnepanelen en de omvormers. Als je dat allemaal in beschouwing neemt, is feitelijk geen enkel PV-systeem probleemloos "een-op-een" met een ander te vergelijken.

Haal het maximale uit uw installatie op jaarbasis
Gezien de enorme invloed van de periode maart tot en met september, maar zeker de periode mei tot en met augustus, is het voor een ieder die zonnepanelen zou willen (laten) installeren belangrijk om vast te stellen dat er in ieder geval in die periode(s) van het jaar bij voorkeur in het geheel géén, of slechts kortdurend (marginaal) beschaduwing op de geplande lokatie is. Zeker bij keuze voor systemen met lange strings (meerdere PV-modules in serie gekoppeld), kan lokale beschaduwing, vooral ook bij beruchte "lijnvormige" schaduwen als die van vlaggenmasten, ventilator pijpjes, boven het systeem hangende kabels, e.d., of horizontale partiële beschaduwing door bijvoorbeeld dicht bij het systeem staande buurdaken (of, bij aan gevel gemonteerde modules: overhangende dakranden) flink aan opbrengst op jaarbasis gaan kosten.

Uiteraard heeft de techniek op het vlak van micro-inverters (bijvoorbeeld Enphase) en zogenaamde optimizers (in korte tijd populair geworden, zelfs bij grote installaties: SolarEdge) niet stil gestaan: er zijn diverse alternatieven voorhanden die in problematische dak situaties toch een (sub-)optimale opbrengst kunnen halen. Maar het zal altijd een "aanpassing" blijven aan die situatie.


Vergelijking met het laatste volledig bemeten jaar - 2020

In onderstaande grafiek nogmaals de in het eerste exemplaar gepresenteerde relatieve maand percentages, maar ditmaal afgezet tegen de "prestaties" in uitsluitend het wederom goede productie jaar 2020.

2019 (paars)
De eerste jaarhelft van 2020 gaf opnieuw enkele forse afwijkingen per maand te zien, t.o.v. de langjarige gemiddelde waardes (geel). Het jaar startte subgemiddeld, met in januari (2,0%, 0,5 procentpunten van het jaar aandeel lager dan "normaal", 2,5%). Ook februari viel fors tegen, met "slechts" 3,6% van de jaaropbrengst, 1,1 procentpunt lager dan langjarig gemiddeld (4,7%). Vervolgens keerde het tij, het gevolg van een byzondere combinatie van factoren: langdurig hogedruk gebieden boven noord-west Europa, én de gevolgen van de Corona-19 lockdown, waardoor vervuiling a.g.v. vlieg- en wegverkeer, en sterk verminderde industriële productie maakte dat we met opvallend "schone" lucht werden geconfronteerd, en een zeer hoge instraling van het zonlicht. Maart scoorde al aardig bovengemiddeld, met 9,9% (ipv langjarig gemiddeld 8,9%). April zette een streepje bij, met een robuuste 14,1% (ipv 12,2% gemiddeld). Maar het meest spectaculaire resultaat werd in mei geboekt. Een historische record opbrengst resulteerde bij Polder PV in 16,2% van de jaaropbrengst. Wat maar liefst 2,7 procentpunt hoger lag dan het ook al hoogste historische niveau inclusief mei 2020, 13,5%.

Om deze trend weer "te breken" volgden toen helaas twee tegenvallende zomermaanden. Juni presteerde met 12,6% van het jaarvolume 0,5 procentpunt lager dan het langjarige gemiddelde (13,1%). Juli was voor ons systeem historisch laag vanwege hardnekkige problemen met minstens 2 micro-inverters, die last hadden van hittestress tijdens het warme weer. Deze werden in augustus ingeruild voor reserve exemplaren. Het gevolg was gemiste productie in juli, waardoor de maandopbrengst slechts op 11,2% van het jaarvolume uitkwam, terwijl dat "normaal' 13,2% is, een flinke aderlating in een van de productiefste maanden van het jaar.

Augustus kwam exact op het langjarige gemiddelde uit, met 11,8% van het jaarvolume. Onze vakantiemaand september, als "zeer zonnig" ervaren in Nederland, bleek ook in positieve zin terug te vinden bij deze ratio, met 9,9% van het jaarvolume, 0,5 procentpunt hoger dan het langjarige gemiddelde voor deze maand (9,4%). Oktober was weer een "schrijnend geval", en had hier een duidelijk natuurlijke oorzaak. In deze historisch sombere maand, werd slechts 3,9% van het jaarvolume behaald, waarbij het historische aandeel maar liefst 6,2% is ! Een zeer opvallende afwijking in ieder geval. Gelukkig was daar november om een deel van het "verlies" te compenseren, met 0,4 procentpunten hoger dan langjarig gemiddeld, 3,4% i.p.v. 3,0%. De altijd laag producerende decembermaand was in 2020 ook weer extra in de mineur, met 0,3 procentpunt lager dan normaal: 1,4% i.p.v. gemiddeld 1,7% van het jaarvolume.

Percentages in geselecteerde periodes

Als we naar de verdeling van de jaarhelft aandelen kijken, komen we voor 2017 op 54,7 / 45,3 % voor jaarhelften I en II. In zowel 2018 als in 2019 is die verhouding echter weer iets bijgetrokken: 54,6% productie in de eerste, en 45,4% in de tweede jaarhelft, t.o.v. de output in het hele kalenderjaar. Vanwege de uitzonderlijke zonnige omstandigheden in het voorjaar van 2020, heeft de eerste jaarhelft in 2020 een nog wat groter zwaartepunt gekregen, met een ratio 54,8% / 45,2%.

Bij vergelijkingen van eigen productie resultaten met deze specifiek voor Polder PV systeem gemaakte grafiek dient altijd een waarschuwing in acht te worden genomen. Sterke afwijkingen van de hellingshoek, oriëntatie t.o.v. het zuiden, en microklimaat aberraties (hoge stofbelasting, of bijv. mogelijk extra instraling en/of verkoelende effecten indien systeem vlak bij een groot wateroppervlak staat), kunnen nogal wat impact hebben op de procentuele verdeling tussen de maanden bij andere PV installaties. Globaal zal het beeld wel vergelijkbaar zijn, maar op detail niveau kunnen beslist afwijkingen worden vastgesteld voor de eigen installatie.

Voor de steeds populairder wordende "oost-west" installaties (met name op platte daken, maar zelfs ook al "ingeburgerd" bij vrije-veld projecten) verwijs ik gaarne naar een prachtige, klassieke zomer (dag-)curve van zo'n systeem, die zo in een studieboek voor installateurs kan worden opgenomen (tweet Polder PV van 22 januari 2016). Uiteraard gaat het in dergelijke, al vrijwel usance geworden installatie configuraties, om een nogal afwijkende verdeling van de productie per dag (per oriëntatie), en zal dit ook de nodige impact kunnen hebben op de productie verdeling over het jaar. Al helemaal, als dergelijke systemen niet "pal oost-west" staan, maar bijvoorbeeld, zoals ik al heel vaak heb gezien, bijvoorbeeld OZO/WNW of WZW/ONO. Om maar niet te spreken over een toenemend aantal installaties die zelfs (bijna pal) "zuid-noord" zijn opgesteld ...


Eerdere vergelijking met het volledig bemeten jaar 2019

In deze grafiek laat ik ter vergelijking met het nieuwste exemplaar tm. 2020 (grafiek hier boven) de oude situatie tot en met het voorgaande jaar zien, 2019. U zult marginale, en minder subtiele verschillen zien. Voor commentaar op de verschillen in deze grafiek, zie mijn artikel van 9 januari 2020.


Eerdere vergelijking met het volledig bemeten jaar 2018

In deze grafiek laat ik ter vergelijking met het nieuwste exemplaar tm. 2019 (grafiek hier boven) de oude situatie tot en met het voorgaande jaar zien, 2018. U zult marginale, en minder subtiele verschillen zien. Voor commentaar op de verschillen in deze grafiek, zie mijn artikel van 2 januari 2019.


Eerdere vergelijking met het volledig bemeten jaar 2017

In deze grafiek laat ik ter vergelijking met de voorgaande exemplaren de situatie tot en met 2017 zien. U zult marginale, en minder subtiele verschillen zien. Voor commentaar op de verschillen in deze grafiek, zie mijn artikel van 3 januari 2018.


Eerdere vergelijking met het volledig bemeten jaar 2016

In deze grafiek laat ik ter vergelijking met de voorgaande exemplaren de situatie tot en met 2016 zien. U zult marginale, en minder subtiele verschillen zien. Voor commentaar op de verschillen in deze grafiek, zie mijn artikel van 10 januari 2017.


Eerdere vergelijking met het volledig bemeten jaar 2015

In deze laatste grafiek laat ik ter vergelijking met de recentere exemplaren tm. 2016, 2017, 2018 2019 (grafieken hier boven getoond) de oude situatie tot en met het voorgaande jaar zien, 2015. Voor commentaar op de verschillen in deze laatste grafiek, zie mijn artikel van 25 januari 2016.


Voor de relatieve aandelen van de seizoensopbrengsten verdeeld over het jaar, heb ik voor de periode tot en met 2009 een uitvoerig overzicht gemaakt voor de 4x 93 Wp module groep en daarbij alle inverter defecten uitgefilterd. Zie de grafiek sectie "Seizoenen door de jaren heen". Deze sectie wordt niet meer ververst.


Bron:

Maandelijkse productie resultaten bepaald op basis van meet data Polder PV sedert maart 2000.

 
 
 
© 2009-2021 Peter J. Segaar/Polder PV, Leiden (NL)
^
TOP